04 bijlage 1 art 43 vragen Ingekomen schriftelijke vragen
Tekst van het document
2021 21
Aan de leden van Provinciale Staten van Noord-Holland Datum ingekomen vragen Datum GS-besluit
: 26 februari 2021 :
Vragen nr. 21 Vragen van de heer J.P.H.M. van Gilse en mevrouw ing. J.F.L. Kaamer van Hoegee (VVD) over Wind op land
De voorzitter van Provinciale Staten van Noord-Holland deelt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 45 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van
Provinciale Staten mede, dat op 26 februari 2021 door de leden van Provinciale Staten, de heer J.P.H.M. van Gilse en mevrouw ing. J.F.L. Kaamer van Hoegee (VVD), de volgende vragen bij Gedeputeerde Staten zijn ingekomen.
INLEIDING VRAGEN We zien op vele plaatsen dat zoekgebieden voor windturbines aan de randen van gemeenten, van RES (deel)regio’s en van provincies worden gepland. De gemeenten Zaanstad, Oostzaan,
Landsmeer, Amstelveen en Ronde Venen hebben reeds bezwaar gemaakt tegen de plannen voor windturbines pal aan de randen van buurgemeente Amsterdam. We zien bijvoorbeeld ook dat Hilversum klaagt over de plannen van Lage Vuursche.
Door de provincie is in dit kader het gesprek aangegaan met de stakeholders rond het Geingebied. De gedeputeerde geeft aan dat de resultaten “worden uitgewerkt in de
concretisering van de zoekgebieden en daarbij over provinciale en gemeentelijke grenzen heen wordt gekeken”.
We hebben hierover de volgende vragen:
VRAGEN: Vraag 1:
Hoe vult u uw regierol in, zowel tussen gemeenten binnen de RES-(deel)regio’s als over de
regio- en provinciegrenzen heen? Gaan de gesprekken door totdat overeenstemming met de betrokken gemeenteraden is bereikt? Zo nee, wat gebeurt er dan? Vraag 2:
2021 21 Welke acties hebt u concreet genomen en wat was het resultaat per casus tot nu toe. Vraag 3:
Wordt bij het zorgvuldig beoordelen van aanvragen voor windenergiegebieden in gemeenten
binnen de MRA door GS ook gekeken naar de afstand van windturbines tot de buurgemeenten? Zo, ja welke minimale afstand hanteert u hiervoor en waarom? Zo nee, waarom niet? Vraag 4:
GS hebben aangegeven om met criteria te komen om de toelaatbaarheid van windturbines in Bijzonder Provinciaal Landschap en natuurgebieden in het kader van de RES-sen te kunnen afwegen.
Wij hebben hierover de volgende vragen: Wanneer zijn deze criteria gereed en krijgen Provinciale Staten deze ter goedkeuring voorgelegd? Vraag 5:
Zodra deze criteria gereed zijn, worden deze dan ook gehanteerd voor het afwegen van eventuele verzoeken voor windenergiegebieden binnen de MRA? Zo nee, waarom niet?
Zo ja, welke criteria gebruikt u voor het afwegen van verzoeken voor windenergiegebieden zolang die criteria nog niet gereed zijn? Vraag 6:
In het coalitieakkoord is op verschillende manieren verwoord dat lokaal draagvlak bij het
plaatsen van windturbines van belang is. De gedeputeerde heeft ook aangegeven zich als RESpartner mede verantwoordelijk te voelen voor het participatieproces in de gemeenten. Wij hebben hierover de volgende vragen: Hoe geeft u inhoud aan die verantwoordelijkheid? Wat is de consequentie als u constateert dat het participatieproces in een gemeente tekort is geschoten? Vraag 7:
Bent u met ons van mening dat de provincie kaders moet stellen aan draagvlakonderzoek, zodat alle gemeenten op dezelfde basis draagvlak kunnen aantonen? Zo ja, bent u bereid om met PS over deze kaders te overleggen? Vraag 8:
Bent u met ons van mening dat buurgemeenten meegenomen moeten worden in het
draagvlakonderzoek van een gemeente indien zoekgebieden/windenergiegebieden nabij de gemeentegrenzen liggen? Vraag 9:
2021 21 Hoe beoordeelt u het draagvlak voor windturbines in stadsdelen indien daar de democratisch gekozen stadsdeelcommissies namens de inwoners negatief over die windturbines hebben geadviseerd? Vraag 10:
Vindt u het zelfvoorzienend zijn van gemeenten op energiegebied van belang?
Zo ja, vindt u dit een reden om afwijking van de provinciale afstandsnorm van 600 meter voor windturbines tot woningen toe te staan? En op welke andere gebieden vind u het
zelfvoorzienend zijn van gemeenten dan nog meer van belang en welke afwijkingen van provinciale regelgeving wilt u hiervoor toestaan? Vraag 11:
De provincie staat voor een enorme woningbouwopgave. GS is momenteel bezig met het opstellen van een Masterplan Wonen.
Wij hebben hierover de volgende vraag: Kunt u aangegeven of de zoekgebieden voor windturbines in de RES-sen kunnen gaan
conflicteren met de zoekgebieden voor woningbouw? Zo ja, hoe denkt u dat te gaan oplossen?
Gedeputeerde Staten zullen de gestelde vragen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 30 dagen na binnenkomst, beantwoorden.