CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vraag VVD + antwoord (Vaststelling TOV beleid)

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 25 februari 2026, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Beleid teeltondersteunende voorzieningen890 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAAG COMMISSIE EROM

vraag gesteld door:

Daan van den Broek / VVD

datum vergadering:

25 februari 2026

betreft:

agendapunt 7, Raadsvoorstel vaststelling beleid TOV

Voorafgaand aan deze commissievergadering heeft de VVD fractie een overleg gehad met vertegenwoordigers van ZLTO, Treeport en Fruitport. In dit overleg hebben zij toelichting gegeven over het verlopen proces in de fase voorafgaand aan dit voorliggend raadsvoorstel. De onderwerpen die in ons overleg aan bod zijn gekomen zijn voor onze fractie aanleiding geweest voor het stellen van de volgende technische vragen. VRAGEN: 1. Klopt het dat, na de uiterste reactiedatum voor het indienen van de zienswijzen, nog aanvullende onderwerpen zijn toegevoegd aan het beleidsdocument TOV, zoals onder andere wijzigingen in het aanwijzen van (andere) droogtegevoelige gebieden? Zo ja, waarom zijn de stakeholders hierover niet ingelicht? 2. Klopt het dat de indieners van de zienswijzen pas op 10 februari 2026 een formele schriftelijke reactie over de afhandeling van hun zienswijzen hebben ontvangen? Wat is de reden dat pas 6 maanden na het indienen een reactie schriftelijke reactie is gegeven, kort voor de agendering in de Cie EROM? 3. Is het mogelijk om nog voor de raadsvergadering van 11 maart 2026 nader te bekijken om ook TOV toe te staan in droogtegevoelige gebieden als door de betreffende ondernemer in die gebieden waterbassins in de bufferstroken en (water) infiltratiesystemen worden aangelegd? Zo nee, waarom niet? 4.

Is het mogelijk om alsnog wijzigingen aan te brengen ten aanzien van het aanleggen van bufferstroken? De wens van de stakeholders is één aaneengesloten gebied in plaats van het aanbrengen van telkens buffers van 10 meter tussen elke 3 ha teeltgebied? Zo nee, waarom niet? 5. Er liggen meerdere verzoeken tot uitbreiding van ondernemers al geruime tijd te wachten in afwachting tot vaststelling van dit beleid TOV. Is de planning erop gericht om nog in deze raadsperiode dit beleid TOV vastgesteld te krijgen om zo verdere financiële schade voor de betreffende ondernemers te voorkomen? Zo nee, waarom niet?

ANTWOORD: Vraag 1: Na afloop van de zienswijzentermijn zijn geen geheel nieuwe beleidsdoelstellingen toegevoegd. Wel zijn naar aanleiding van ingediende zienswijzen en interne toetsing verduidelijkingen, aanscherpingen en redactionele wijzigingen doorgevoerd. Dit is gebruikelijk in een beleidsproces. Indien begrenzingen of aanduidingen (zoals droogtegevoelige gebieden) zijn aangepast, betreft dit een nadere precisering van kaarten of definities om beter aan te sluiten bij bestaande provinciale en waterschapskaders. Deze wijzigingen zijn inzichtelijk gemaakt in de Nota van zienswijzen en het overzicht van wijzigingen.

-2-

Stakeholders zijn niet afzonderlijk tussentijds geïnformeerd over de beantwoording van de zienswijze, omdat de formele terugkoppeling plaatsvindt via: ▪ ▪ ▪

de Nota van zienswijzen; het aangepaste beleidsdocument; behandeling in commissie en raad.

Deze werkwijze sluit aan bij de reguliere besluitvormingsprocedure. Wel hebben er in deze periode, in September, November en December, verschillende overleggen plaatsgevonden met alle stakeholders, waaronder vertegenwoordigers van de agrarische sector. Tijdens deze bijeenkomsten is ook de kaart met droogtegevoelige gebieden gepresenteerd, waarbij is toegelicht dat het hier gaat om een verfijningsslag, waardoor de omvang van de droogtegevoelige gebieden is verkleind. Vraag 2: De schriftelijke terugkoppeling aan indieners van zienswijzen vindt altijd plaats nadat het college de Nota van zienswijzen heeft vastgesteld en het voorstel gereed is gemaakt voor bestuurlijke behandeling. Dit wil niet zeggen dat er geen overleg met de stakeholders plaats heeft gevonden. De periode tussen sluiting van de zienswijzentermijn en verzending van de formele reactie is gebruikt voor: ▪ inhoudelijke beoordeling van alle zienswijzen; ▪ overleg met alle stakeholders (september, november en december); ▪ verwerking van aanpassingen in het beleidsdocument; ▪ interne en bestuurlijke besluitvorming. De verzending kort voorafgaand aan de commissiebehandeling hangt samen met het moment waarop het voorstel besluitrijp was. Hiermee is aangesloten bij de gebruikelijke procedure waarbij de formele reactie (zienswijzenota) wordt verstrekt in samenhang met de bestuurlijke behandeling.

Vraag 3: Hier lijkt sprake van een misverstand. Het TOV-beleid biedt ook in droogtegevoelige gebieden ruimte voor de oprichting van permanente TOV’s buiten het bouwvlak. In totaal mag een initiatiefnemer hier maximaal 16 hectare TOV realiseren, waarvan maximaal 8 hectare mag bestaan uit hoge TOV. Extra infiltratiemaatregelen zijn in dit gebied wel een verplichting. Vraag 4: De verplichting tot bufferstroken bij bodembedekkende teelten is een inhoudelijke kernvoorwaarde van het beleid. Deze maatregel is opgenomen om:

▪ ▪

langdurige aaneengesloten bodembedekking te beperken; infiltratie en het behoud van bodemleven te bevorderen;

Het vervangen van interne bufferstroken door uitsluitend randinpassing zou deze doelstelling wezenlijk wijzigen. Met deze maatregel sluiten we aan op het beleid van de gemeente Zundert, waarin eveneens sprake is van bufferstroken tussen aaneengesloten percelen met bodemafdekkende teelten van maximaal 3 hectare. Als een teelt de bodem niet afdekt geldt de eis voor een bufferstrook niet. Vraag 5: Ja. De planning is erop gericht om het TOV-beleid in deze raadsperiode vast te stellen. Dit is juist bedoeld om:

▪ ▪ ▪

duidelijkheid te bieden aan ondernemers; lopende aanvragen weer inhoudelijk te kunnen beoordelen; rechtszekerheid te vergroten;

-3-

▪

verdere vertraging te voorkomen.

Opgemerkt dat de in de vraagstelling vermelde “verdere financiële schade” een onjuiste suggestie wekt. Er is geen sprake van financiële schade die voortvloeit uit dit beleid, omdat het beleid juist is bedoeld om ontwikkelruimte te creëren waar die op dit moment planologisch niet of slechts beperkt aanwezig is. Het vaststellen van het beleid vergroot de mogelijkheden voor ondernemers om uitbreidingsplannen planologisch te onderbouwen en vergroot daarmee de rechtszekerheid. Het beleid beperkt dus geen bestaande rechten, maar biedt juist een kader waarbinnen ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16628675/2