Technische vraag VVD + antwoord (Perspectievennota 2027)
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAAG COMMISSIE ABM
vraag gesteld door:
Patrick Hereijgers / VVD-fractie
datum vergadering:
25 juni 2026
betreft:
Agendapunt 6 – Raadsvoorstel Perspectievennota 2027
VRAAG: Naar aanleiding van agendapunt 6, het raadsvoorstel Perspectievennota 2027, heeft de VVD-fractie een aantal technische vragen. We clusteren deze vragen per onderwerp. Algemeen 1. In de tabel Ontwikkeling meerjarig saldo op pagina 5 van de Perspectievennota staan een aantal bedragen genoemd. a. Kan voor het jaar 2027 aangegeven worden wat de genoemde bestuurlijke prioriteiten zijn, en hoe daar het bedrag van € 492.450 is berekend? Graag een opsomming van de bestuurlijke prioriteiten met daarbij het aandeel in het totaalbedrag. b. Kan voor het jaar 2027 aangegeven worden hoe het bedrag te vinden dekking binnen bestaande financiële kaders van € 432.450 tot stand is gekomen? Graag een opsomming van de onderdelen van deze berekening met daarbij per onderdeel het aandeel in het totaalbedrag. c. Kan voor het jaar 2027 aangegeven worden hoe reëel en realistisch het bedrag van € 608.293 voor autonome ontwikkelingen is, aangezien uit de specificatie op pagina 10 blijkt dat de CAO-ontwikkeling hier nog niet in is meegenomen. Is de aanname correct dat die zeer waarschijnlijk tot een verhoging van de kostenpost zal leiden? En is het mogelijk om al van een voorlopige raming uit te gaan, danwel een minimum inschatting? d. Hoe zijn de bedragen voor de genoemde posten voor de jaren 2028 en verder tot stand gekomen? 2.
In hoofdstuk 6 staan per lokale opgave en per onderwerp de gewenste extra middelen. a. Kan steeds aangegeven worden waar rekening mee is gehouden bij de totstandkoming van de genoemde bedrag? Graag per opgave (A t/m D) en dan per concreet onderwerp de verantwoording van hoe die financiële indicatie tot stand is gekomen1. b. Hoe moeten wij een financiële indicatie van € 0,- interpreteren? Betekent dat dan dat de inschatting is dat geen aanvullende middelen nodig zijn om de opgave uit te voeren, of is er dan geen indicatie te geven omdat eventuele kosten nog onbekend zijn? 3. Op pagina 13 is de tabel Meerjarig investeringsprogramma 2027-2030 opgenomen. Voor 2028, 2029 en 2030 zijn bedragen onder het kopje Integrale projecten 2028 e.v. opgenomen. Kan per jaar aangegeven worden met welke projecten rekening is gehouden, en welk aandeel dat project in euro’s in het totaal heeft (kwantificering)? Onderwijshuisvesting 4. Wat is op dit moment de status en voortgang van het project Kindercampus Rucphen (KC Rucphen)? Zijn er aanvullingen te melden op de Raadsinformatiebrief Voortgang project kindercampus Rucphen van 4 mei jl.? 5. In het raadsvoorstel wordt een structurele storting van jaarlijks 250.000 euro voorgesteld. Hoe is dit bedrag tot stand gekomen? Graag ontvangen wij de berekening die tot dit bedrag heeft geleid. 6.
Welke totale kapitaallast hoort bij de geplande investering in KC Rucphen?
1 Als voorbeeld: bij de opgave fysieke leefomgeving (opgave A) staat het onderwerp Omgevingswet
(onderwerp 1) een bedrag van 49.450 euro genoemd voor 2027. Hoe is dat bedrag tot stand gekomen?
-2-
OZB 7. Wat is het bedrag dat in 2025 is opgehaald uit OZB? Graag splitsen in OZB eigenaren woningen, OZB eigenaren niet-woningen, OZB gebruikers niet-woningen en OZB areaaluitbreiding. 8. Wat is de mediaan en modus WOZ-waarde in de gemeente Rucphen? 9. Hoe is de gemiddelde WOZ-waarde woningwaarde van € 400.000 berekend? Zijn hier bijvoorbeeld ook woningwaardes in meegenomen van eigenaren die structureel geen OZB betalen, bijvoorbeeld omdat in die gevallen sprake is van gebruikersheffing (vanwege vrijstelling als huurder)of kwijtschelding van de OZB-heffing? Zo ja, wat is dan de gemiddelde woningwaarde van woningen die in bezit zijn van particuliere woningbezitters (eigenaarbewoners)? 10. Het bedrag op pagina 8 van 125 euro houdt -zover wij kunnen herleiden- nog geen rekening met de aanvullende 250.000 euro die uit extra opbrengsten OZB gehaald wordt ten behoeve van de jaarlijkse storting in het IHP. Als daar wel rekening mee gehouden wordt, hoe hoog is de OZB-stijging in euro’s voor inwoners dan, uitgaande van de genoemde gemiddelde WOZ-waarde van € 400.000? 11. Wat is, rekening houdend met het voorstel om de OZB-opbrengsten in 2027 met in totaal 2,25 miljoen euro te verhogen, de procentuele OZB-verhoging: a. Voor een particuliere huiseigenaar met een gemiddelde WOZ-waarde; b. Voor een particuliere huiseigenaar met een mediane WOZ-waarde? 12.
Kan aangegeven worden, eventueel op basis van een eerste inschatting, hoe de gemeente Rucphen, na een OZB-verhoging van 2,25 miljoen euro, scoort in de COELO-index? 13. Is ook een benchmark beschikbaar over de procentuele jaar-tot-jaarverhoging van de OZB? Zo ja, kan die gedeeld worden? Zo niet, zijn dan voorbeelden uit de regio beschikbaar waar de afgelopen jaren ook dit soort procentuele verhogingen (tussen de 45 en 50 procent) zijn doorgevoerd? 14. Hoe komt de korting op de algemene uitkering van 6 miljoen euro voor 2027 tot stand? Zijn er meer zaken van invloed op de hoogte van de korting anders dan de onbenutte belastingcapaciteit danwel de hoogte van de OZB? 15. Welk aandeel heeft het vasthouden aan de maximale OZB-verhoging met de CPI gehad op het totaal aan korting op de Algemene Rijksuitkering de afgelopen jaren? 16. Wanneer de OZB wordt verhoogd, wat heeft dit voor invloed op de korting die geminderd wordt op de algemene uitkering? Gaat hierdoor de korting naar beneden voor de gemeente en snijdt het mes aan twee kanten, of blijft deze korting op hetzelfde niveau? Een voorbeeld: bij een verhoging van de OZB met 2,0 mln. euro, wordt de korting op de algemene uitkering dan ook verlaagd vanaf de huidige waarde van -6,0 mln. euro of blijft deze gelijk op 6,0 mln. euro en valt (de korting op) de algemene uitkering niet te beïnvloeden op die manier? Weerstandsratio 17.
Op pagina 9 staat een tabel Prognose van het ratio weerstandsvermogen. a. De ratio weerstandsvermogen (gecorrigeerd) wordt naar verwachting in 2027 voor het eerst kleiner dan 1,0. Wat zijn de concrete en directe gevolgen als dit daadwerkelijk zou gebeuren? b. De ratio weerstandsvermogen (gecorrigeerd) wordt naar verwachting in 2030 voor het eerst kleiner dan 0,0. Wat zijn de concrete en directe gevolgen als dit daadwerkelijk zou gebeuren? Wonen en nieuwkomers 18. Op pagina 21 is het volgende opgenomen: “Voor een effectieve en efficiënte uitvoering voor de huisvesting van spoedzoekers zijn aanvullende keuzes en middelen noodzakelijk (..). Zonder deze borging bestaat het risico dat de uitvoerbaarheid van de opgave onder druk komt te staan en reguliere taken worden verdrongen”. Kan concreet aangegeven worden welke reguliere taken dan worden verdrongen? Nota buitensport 19. In de Nota Buitensport 2026-2029 bedraagt het totaal van de uitvoeringskredieten voor 2027 € 751.000. In het Investeringsprogramma 2027-2030 is voor 2027 onder de post "Uitvoeringskredieten Nota Buitensport" een bedrag van € 468.000 opgenomen. a. Hoe is het verschil van € 283.000 ontstaan? En welke overwegingen liggen daaraan ten grondslag? b. Welke projecten uit de Nota Buitensport zijn meegenomen in het bedrag van €
-3-
c. d.
468.000? Welke projecten uit de Nota Buitensport zijn eventueel niet meegenomen in het investeringsprogramma 2027 en verder, en welke bedragen zijn daarmee gemoeid? Onder het kopje uitvoeringskredieten nota buitensport zijn ook voor de jaren 2028 t/m 2030 bedragen opgenomen. Kan ook voor die jaren op basis van de laatste, actuele stand van zaken opgenomen worden welke verenigingen voor welk aandeel in de kosten zijn meegenomen?
Sociaal domein 20. In het projectplan is op pagina 6 het volgende opgenomen: “Het toegangsteam van onze gemeente staat te boek als scherp en kritisch op verzoeken om toewijzingen van zorg door zorgaanbieders”. Waaruit blijkt dat? Kan dit met aantallen onderbouwd worden? 21. In het plan wordt ook afhankelijkheden van andere relevante partijen benoemd, bijvoorbeeld als het gaat om gedrag. In hoeverre zijn zij betrokken bij de totstandkoming van het projectplan? Is er contact met partijen geweest? 22. Op pagina 10 van de Perspectievennota is de tabel Onderwerp autonome ontwikkeling opgenomen. a. Welke berekeningsmethodiek is gehanteerd voor Indexering 2027 Wmo en jeugd voor de jaren 2028 en verder? b. Bij de bijstelling voor de rentelasten wordt aangegeven dat rekening is gehouden met een rentepercentage van 3,76% in 2027, 3% in 2028 en 2% in 2029. Hoewel de rente zich moeilijk laat voorspellen: waarom is rekening gehouden met deze percentages? Waar is de renteverlaging naar 3% in 2028 en naar 2% in 2029 op gebaseerd? 23. In de toelichting is opgenomen dat het niet is toegestaan om vooruit te lopen op te realiseren financiële effecten van het projectplan “kostenbeheersing”. Dat is begrijpelijk, maar kan wel al ter indicatie een beeld geschetst worden van die (geraamde) financiële effecten, zonder die al in te boeken? Het projectplan geeft daar geheel geen inzicht in. 24.
In hoofdstuk 1 van het projectplan zijn aantallen opgenomen als het gaat om afnemers van WMO en jeugdzorg binnen onze gemeente. Wij zouden dit graag opgesplitst zien per dorp en willen u daarom vragen onderstaande tabel in te vullen (peiljaar 2025).
aantal inwoners
23970
aantal WMO zorg en ondersteuning
1433
Jeugd ondersteunt via jeugdwet
644
In verhouding WMO In verhouding jeugdwet
5,98% 2,69%
Zeg ge
Sch ijf
Spr und el
ST W illib ror d
Gemeente Rucphen
Ruc phe ng em een te Ruc phe nd orp
Verhouding inwoners gemeente Rucphen en zorgvraag WMO en Jeugd
5145
9735
5350
1665
2105
0,00% 0,00%
0,00% 0,00%
0,00% 0,00%
0,00% 0,00%
0,00% 0,00%
-4-
ANTWOORD: Antwoord op vraag 1 a. In Bijlage 1: “Bestuurlijke prioriteiten” zijn alle bestuurlijke prioriteiten opgesomd per opgave categorie (A t/m D). b. In Bijlage 1: “Bestuurlijke prioriteiten” is voor een totaalbedrag van € 492.450,00 aan bestuurlijke prioriteiten opgenomen. Voor twee bestuurlijke prioriteiten weten we al dat, indien deze worden ingevuld, er dekking aanwezig is binnen bestaande reserves (bestuurlijke prioriteit “Integraal dienstverleningsconcept – actualisatie en ontwikkeling”: € 35.000,00) en via de afvalstoffenheffing (bestuurlijke prioriteit “Impuls afvalbeleid”: € 25.000,00). Het totaalbedrag aan bestuurlijke prioriteiten waarvoor nog dekking gezocht dient te worden bedraagt € 492.450,00 minus € 60.000,00 = € 432.450,00. c. De Perspectievennota 2027 (PPN27) is een momentopname. De autonome ontwikkelingen die op dit moment zeker zijn, zijn verwerkt in de PPN. De huidige cao (looptijd tot en met maart 2027) is al verwerkt in de huidige begroting. Zoals in uitgangspunt 3 van bijlage 1 bij de PPN27 is opgenomen, wordt voor de periode na afloop van de cao de loonvoet sector overheid gevolgd op basis van de meicirculaire. De meicirculaire 2026 is echter zo laat in het opstellingstraject van de PPN gepubliceerd dat deze doorkijk nog niet beschikbaar is.
Zoals uw raad gewend is, wordt deze doorrekening gemaakt in de periode tussen de PPN en de begroting, zodat de uitkomst daarvan kan worden verwerkt in de begroting 2027. Op dit moment is nog niet te zeggen of dit tot een verlaging of verhoging zal leiden, maar zoals op pagina 11 van de PPN is aangegeven verwachten wij op basis van ervaringscijfers geen substantiële bijstelling. We houden voor nu dan ook vast aan de personeelslasten zoals ze in de huidige begroting zijn verwerkt. d. Uit de vraag blijkt niet specifiek op welke bedragen wordt gedoeld. In onze beantwoording gaan wij ervan uit dat u de bedragen van de autonome ontwikkelingen vanaf 2028 bedoelt. In hoofdstuk 2, ‘Autonome ontwikkelingen’, is per ontwikkeling toegelicht waarom de bedragen die in de tabel zijn opgenomen als autonome ontwikkeling worden aangemerkt en hoe deze tot stand zijn gekomen. Antwoord op vraag 2 a. Voor de onderbouwing van de vermelde bedragen verwijzen wij u naar de bijlage die bij vraag 1 is toegevoegd. In deze bijlage zijn per categorie en per onderwerp de bijbehorende bestuurlijke prioriteiten opgenomen. b. Deze onderwerpen zijn op dit moment nog niet financieel vertaald, omdat nog niet bekend is wat de kosten zullen zijn en of hiervoor daadwerkelijk financiële middelen nodig zijn.
Zodra hier meer duidelijkheid over bestaat en blijkt dat er middelen benodigd zijn, leggen wij hiervoor een voorstel aan uw raad voor. Antwoord op vraag 3 Als bijlage zijn alle integrale projecten voor de periode 2027 tot en met 2030 opgenomen. Hiermee geven wij inzicht in welke integrale projecten in deze periode zijn gepland. Zie hiervoor bijlage 2: Investeringsprogramma 2027 t/m 2030 integraal werken. De planning in bijlage 3 van de PPN 2027 wijkt af van de bijlage die wij u nu meesturen als antwoord op deze vraag. In de planning van bijlage 3 van de PPN ontbreken namelijk een aantal geplande reconstructies, zoals Binnenhof en Kroesstraat. De investeringen in bijlage 2, Investeringsprogramma 2027 t/m 2030 integraal werken, zijn juist en zijn ook zo financieel verwerkt in de PPN. De planning in bijlage 3 van de PPN wordt bij de begroting 2027 geactualiseerd. Antwoord op vraag 4 Deze maand ontvangt de raad een aanvullende raadsbrief met nadere informatie over de status en voortgang van het project Kindercampus Rucphen. Hiermee wordt een aanvulling gegeven op de Raadsinformatiebrief ‘Voortgang project Kindercampus Rucphen’ van 4 mei jl.
-5-
Antwoord op vraag 5 Er ligt geen concrete berekening onder de jaarlijkse storting van € 250.000,00, omdat er op dit moment geen actueel IHP is. Het bedrag kan in theorie gebruikt worden om een investering van € 10 mln. in 40 jaar te kunnen dekken. Zolang er geen nieuwe investeringen zijn, borgen we dat de reserve IHP structureel wordt aangevuld. Ter verduidelijking. Sparen voor onderwijshuisvesting betekent niet dat we het volledige investeringsbedrag moeten reserveren voordat we kunnen starten, maar dat we rekening houden met inzet van de reserve IHP voor dekking van onze investeringen. In het geval van onderwijshuisvesting nemen de kapitaallasten af na 5 en 15 jaar, omdat we andere afschrijvingstermijnen hanteren voor het voorbereidingskrediet en de technische installaties. Het gebouw zelf wordt in 40 jaar afgeschreven. Wat we willen realiseren is dat we zorgen voor structurele dekking voor de investering van 40 jaar en dat we de reserve gebruiken ter aanvulling in de eerste 15 jaar. Antwoord op vraag 6 Er is op dit moment nog geen kredietvoorstel met betrekking tot KC Rucphen. De totale kapitaallast is uiteindelijk gelijk aan het gevraagde krediet. In de begroting 2026 is een structurele stelpost opgenomen van € 500.000,00 om kapitaallasten te dekken voor KC Rucphen. Hierbij houden we rekening met een totale investering van +- € 17 mln. en een onttrekking van € 3,5 mln.
uit de reserve IHP. Deze ruimte zit momenteel in de reserve. Voor de volledigheid verwijzen inzake de vragen 5 en 6 ook naar de beantwoording van de technische vragen 26 mei 2025 cie MA agendapunt 7 Raadsvoorstel Actualisatie Integraal Huisvestingsplan Rucphen en 12 november 2025 raadsvergadering agendapunt 5 Raadsvoorstel Programmabegroting 2026. Antwoord op vraag 7 In 2025 is in totaal € 4.224.109,00 aan onroerendezaakbelastingen (ozb) ontvangen. In onderstaande tabel zijn de ontvangsten gesplitst in de gevraagde categorieën. Er is in totaal € 58.584,00 meer ontvangen dan in de primitieve begroting is opgenomen. Dat verschil is niet volledig te wijten aan areaaluitbreiding, maar aan een combinatie van areaaluitbreiding, definitieve waardeontwikkeling en verandering in de debiteurenpositie. Een uitgebreide toelichting op het verschil leest u terug op pagina 66 van de Jaarstukken 2025.
Onroerendezaakbelastingen
4.165.525
Begroting na wijziging 4.219.657
eigenarenheffing woningen
2.963.298
3.032.981
3.035.312
eigenarenheffing niet-woningen
706.642
702.657
706.083
gebruikersheffing niet-woningen
465.585
484.019
482.714
meeropbrengst OZB areaaluitbreiding
30.000
-
-
Begroting
Rekening 4.224.109
Antwoord op vraag 8 De waarden per 1-1-2025 die zijn gebruikt in de beschikkingen voor 2026 zijn nog niet beschikbaar. De volgende vragen worden daarom beantwoord met de definitieve waarden per 1-1-2024 die zijn gebruikt bij de beschikkingen over 2025. woningen en niet-woningen modus: € 229.000,00 mediaan € 343.000,00
-6-
Antwoord op vraag 9 De gemiddelde WOZ-waarde woningen voor 2025 is € 401.000,00. Dit getal haalt het CBS uit landelijke voorziening WOZ en is terug te vinden op https://www.waarstaatjegemeente.nl. Het CBS maakt geen onderscheid in type eigenaar. Ter verduidelijking. Iedere eigenaar van een woning of niet-woning betaalt ozb. In het geval van een huurwoning wordt deze betaald door de verhuurder (eigenaar) van het pand. Een huurder heeft dus geen vrijstelling van ozb, maar krijgt deze gewoonweg niet opgelegd. In hoeverre de ozb wordt doorbelast door de verhuurder aan de huurder is op basis van afspraken tussen die partijen. In theorie is kwijtschelding op de ozb mogelijk. In de praktijk komt dit nauwelijks voor, omdat de aanvrager van kwijtschelding als eigenaar van een onroerende zaak altijd vermogend is. Alleen in het geval dat de hypotheek hoger is dan de woningwaarde kan dit omslaan. Antwoord op vraag 10 Dit klopt. De € 125,00 is gebaseerd op een stijging van € 2.0 mln. Met de aanvullende stijging van € 250.000,00 stijgt het bedrag voor een gemiddelde WOZ-waarde van € 400.000,00 naar € 143,00 per jaar. Antwoord op vraag 11 a. 51,6 %. Omdat de stijging zit in het tarief is procentueel voor beide voorbeelden de stijging gelijk. b. 51,6 %. Omdat de stijging zit in het tarief is procentueel voor beide voorbeelden de stijging gelijk.
Antwoord op vraag 12 In de laatste COELO-index staat Rucphen op plaats 40 van alle 342 gemeenten in Nederland voor eigenaar bewoners. Het is onmogelijk om aan te geven hoe wij ons ontwikkelen op de ranglijst in 2027, omdat er geen inzage is in de beleidskeuzes voor 2027 van alle gemeente in Nederland. Antwoord op vraag 13 Er is geen formele benchmark. Wel kunnen op basis van het CBS kengetallen delen over de procentuele stijgingen in West-Brabant onder de De9 gemeenten. In de volgende tabellen ziet u eerst de procentuele stijgingen van 2023-2026 voor de gemeenten in West-Brabant West. Er zijn geen voorbeelden van stijgingen tussen de 45 en 50 procent, maar u kunt wel terugzien dat de tarieven in de regio sterker en gefaseerd zijn gestegen ten opzichte van onze gemeente. De procentuele stijgingen zijn maar een deel van het verhaal. Om deze ook te kwantificeren zijn de totale ozb en ozb per inwoner inzichtelijk gemaakt. Wat hier vooral opvalt is dat gemeente Rucphen op ozb totaal 2.1 mln. lager zit dan gemeente Woensdrecht en bijna 3.0 mln. lager dan gemeente Zundert. Ook het bedrag per inwoner is lager dan in omliggende gemeenten.
-7-
Procentuele OZB-verhoging West-Brabant West 2023-2026 Gemeente
2023
2024
2025
2026*
Bergen op Zoom
-0,3%
4,8%
3,9%
4,5%
Etten-Leur
1,1%
8,2%
8,5%
5,4%
Halderberge
0,4%
9,7%
5,1%
11,0%
Moerdijk
3,3%
19,0%
6,3%
7,4%
Roosendaal
3,5%
3,1%
15,5%
6,1%
Rucphen
2,0%
2,0%
2,0%
4,0%
Steenbergen
4,4%
5,4%
10,9%
8,3%
Woensdrecht
5,7%
7,1%
4,0%
6,2%
Zundert
0,7%
11,7%
8,6%
8,8%
Totaal onroerendezaakbelasting x 1000 euro Gemeente
2023
2024
2025
2026*
Bergen op Zoom
17.112
17.931
18.639
19.477
Etten-Leur
9.023
9.759
10.589
11.161
Halderberge
7.706
8.450
8.883
9.856
Moerdijk
19.395
23.080
24.535
26.357
Roosendaal
14.465
14.914
17.227
18.281
Rucphen
4.005
4.084
4.165
4.333
Steenbergen
5.328
5.615
6.229
6.745
Woensdrecht
5.443
5.828
6.061
6.434
Zundert
5.520
6.167
6.695
7.281
Totaal onroerendezaakbelasting per inwoner Gemeente
2023
2024
2025
2026*
Bergen op Zoom
248
257
265
276
Etten-Leur
202
216
233
242
Halderberge
248
271
283
313
Moerdijk
514
606
641
686
Roosendaal
186
192
222
234
Rucphen
170
171
174
181
Steenbergen
217
229
253
275
Woensdrecht
245
262
273
289
Zundert
245
274
294
315
* voorlopige cijfers CBS Antwoord op vraag 14 De onbenutte belastingcapaciteit staat volledig los van de “korting” die we vanuit het Rijk krijgen. Dit is het theoretische gat tussen onze huidige opbrengst en de opbrengst met het tarief van een artikel 12 gemeente. U kunt dit zien als een soort eigen risico, voordat we om aanvullende rijksmiddelen kunnen vragen. De korting op de algemene uitkering wordt berekend door de volgende maatstaven: Het aantal woonruimten
-8-
De ozb-waarde (deel van de WOZ-waarde waarover ozb kan worden geheven) van alle woningen en niet woningen. Al deze maatstaven zijn objectief vast te stellen en worden aangeleverd vanuit de landelijke voorziening WOZ. Wat u hieruit kunt afleiden is dat de korting hoger wordt als het aantal woonruimten/woningen toeneemt, maar vooral dat de korting stijgt wanneer de waarden van onroerende zaken in onze gemeente stijgen. Het Rijk benadert een stijging van de waarde van onroerende zaken als een stijging van het vermogen en verwacht daar we meer vermogend zijn geworden dat we meer zelf kunnen bijdragen. In de periode 2018 – 2026 is de gemiddelde stijging voor woningen 83,9% met een piek in 2022 en 2023. Dezelfde piek ziet u terug bij de “korting” op de algemene uitkering. Hieronder een overzicht van de periode 2018 – 2026.
Antwoord op vraag 15 Het verhogen van onze ozb heeft geen effect op de korting op de algemene uitkering. Antwoord op vraag 16 De korting blijft naar verwachting gelijk, omdat deze is gebaseerd op voornoemde maatstaven. Hierbij moeten we wel vermelden dat het om voorlopige maatstaven gaat in het geval van ozb-waarde. Deze is voor 2027 pas definitief beschikbaar in 2029 en wordt in de september 2027 voor het eerst bijgesteld. Dit kunnen we zelf niet beïnvloeden. Wat we wel kunnen beïnvloeden is in hoeverre de korting een negatief effect heeft op ons begrotingssaldo door hier een ozb-opbrengst tegenover te zetten. Antwoord op vraag 17 a. Er is geen direct gevolg van een ratio dan 1,0. Wat het betekent is dat we onvoldoende in staat zijn om risico’s op vangen wanneer deze zich voordoen. Op basis van ons vigerende beleid betekent dit dat we de algemene reserve moeten aanvullen. b. Een negatief gecorrigeerd ratio betekent dat er geen weerstandscapaciteit meer is, oftewel dat de algemene reserve en reserve grondexploitatie zijn uitgeput. Ook is geen enkele mogelijkheid meer om tegenvallers op te vangen. Antwoord op vraag 18 De reguliere taken die onder druk komen te staan, hebben met name betrekking op de uitvoering van het Volkshuisvestingsprogramma en de dagelijkse werkzaamheden binnen het beleidsveld Wonen.
Het gaat onder meer om het ontwikkelen van een beoordelingskader voor nieuwe woningbouwinitiatieven, het monitoren van de woningbouwprogrammering op betaalbaarheid en het aandeel nultreden- en starterswoningen, de advisering over woningbouwontwikkelingen, het beantwoorden van vragen van inwoners, het volgen van ontwikkelingen op de woningmarkt en wet- en regelgeving en het onderhouden van contacten met ontwikkelaars en woningcorporatie Thuisvester. De huidige formatie is ingericht op de doelen en ambities uit het Volkshuisvestingsprogramma. Voor de uitvoering van taken rondom de huisvesting van spoedzoekers, waaronder nieuwkomers, is binnen de
-9-
structurele formatie geen capaciteit beschikbaar. Hierdoor worden deze werkzaamheden uitgevoerd binnen de bestaande capaciteit, wat ten koste gaat van de hierboven vermelde reguliere taken. Antwoord op vraag 19 In de Nota Buitensport 2026-2029 bedraagt het totaal van de uitvoeringskredieten voor 2027 € 751.000. In het Investeringsprogramma 2027-2030 is voor 2027 onder de post "Uitvoeringskredieten Nota Buitensport" een bedrag van € 468.000 opgenomen. a. Hoe is het verschil van € 283.000 ontstaan? En welke overwegingen liggen daaraan ten grondslag? Het verschil is ontstaan doordat de investeringsplanning tussentijds is geactualiseerd, waardoor niet alle oorspronkelijke voorziene investeringen in 2027 zijn opgenomen. Concreet is op verzoek van en in overleg met het bestuur van TPV De Bocht, de aanleg van twee extra padelbanen bij TPV De Bocht verplaatst naar 2031. Ondanks het feit dat de banen in 2027 als basissportvoorziening kunnen worden aangemerkt, bestaat er binnen de vereniging op dit moment nog geen consensus over de locatie van de twee extra padelbanen. b. Welke projecten uit de Nota Buitensport zijn meegenomen in het bedrag van € 468.000? Hiervoor verwijzen wij naar het bijgevoegd uitvoeringsplan beleidsplan buitensport ‘In beweging 2027-2034’. c.
Welke projecten uit de Nota Buitensport zijn eventueel niet meegenomen in het investeringsprogramma 2027 en verder, en welke bedragen zijn daarmee gemoeid? Hiervoor verwijzen wij naar het antwoord op vraag 19 a. d. Onder het kopje uitvoeringskredieten nota buitensport zijn ook voor de jaren 2028 t/m 2030 bedragen opgenomen. Kan ook voor die jaren op basis van de laatste, actuele stand van zaken opgenomen worden welke verenigingen voor welk aandeel in de kosten zijn meegenomen? Hiervoor verwijzen wij naar het bijgevoegd uitvoeringsplan beleidsplan buitensport ‘In beweging 2027-2034’. Antwoord op vraag 20 De constatering dat het toegangsteam scherp en kritisch is op verzoeken om zorgtoewijzingen, is gebaseerd op kwalitatieve signalen uit periodieke gesprekken met zorgaanbieders, regionale beleidstafels en gesprekken met medewerkers van het toegangsteam. Hiervoor zijn op dit moment geen kwantitatieve gegevens beschikbaar. Antwoord op vraag 21 Onze maatschappelijke partners hebben eerder een nadrukkelijke rol gehad bij de totstandkoming van de visie en het uitvoeringsplan sociale basis. Dit is relevant voor het projectplan. Deze stakeholders zijn ook uitgenodigd voor een netwerkbijeenkomst eind juni met als hoofdthema kostenbewustzijn. Nog belangrijker wordt het dat partijen (en met name de wettelijke verwijzers) mee uitvoering kunnen geven aan het plan.
Meer over de betrokkenheid van onze maatschappelijke partners én wettelijke verwijzers (gecertificeerde instellingen en huisartsen) wordt met uw raad gedeeld in de eerste voortgangsrapportage van het project in Q3 2026. Antwoord op vraag 22 a. Voor 2027 en verder is de gemiddelde OVA-index voor 2024 – 2026 gehanteerd (4,22%). De OVA staat voor Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling. Het is het percentage waarmee de overheid en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) jaarlijks de lonen in de zorg indexeren. De OVA-index wordt gebruikt als richtlijn voor de tarieven van zorgaanbieders, ziekenhuizen en zorginstellingen, en wordt jaarlijks berekend op basis van actuele cijfers van het Centraal Planbureau (CPB) b. De rentepercentages zijn niet gebaseerd op kengetallen of voorspel modellen. Historisch gezien houden we rekening met een standaard percentage van 2% en actualiseren we deze op basis van het werkelijk percentage van dat moment. In de Perspectievennota 2027 bouwen we af naar het standaard percentage. De rentelasten en liquiditeitsbehoefte worden twee keer per jaar geactualiseerd (in de Perspectievennota en Begroting).
- 10 -
Antwoord op vraag 23 Op dit moment nog niet. De voornaamste opdracht is om de groei van zorgkosten voor jeugdzorg en Wmo-ondersteuning terug te dringen en uitvoering te geven aan kostenbesparende maatregelen. Aan de hand van de in het plan opgenomen kernindicatoren wordt zowel de financiële als inhoudelijke voortgang gemonitord. De raad wordt via de reguliere P&C-cyclus geïnformeerd over de financiële ontwikkelingen en de effecten van het project. Antwoord op vraag 24 Gemeente Rucphen
Rucphen gemeente Rucphen dorp St Willebrord Sprundel
Schijf
Zegge
Overig*
Aantal inwoners
23970
5145
9735
5350
1665
2105
0
Aantal WMO zorg en ondersteuning
1433
303
606
288
66
116
54
Jeugd ondersteund via jeugdwet
644
139
229
139
32
56
49
5,98% 2,69%
5,89% 2,70%
6,22% 2,35%
5,38% 2,60%
3,96% 1,92%
5,51% 2,66%
0,00% 0,00%
Inverhouding WMO Inverhouding Jeugdwet
* De overige categorie woont buiten Rucphen. Dit betreft voornamelijk voogdij, verblijfzorg en het woonplaatsbeginsel.
Onderwerp
2027
2028
2029
2030
Ontwikkelvisies kernen Rucphen, St. Willebrord, Sprundel en Zegge
40.000
40.000
40.000
40.000
Uitbreiding licenties Cadac Compass
9.450
9.667
9.889
10.116
92.000
95.864
100.178
104.686
A. Fysieke leefomgeving - (bestuurlijke) prioriteiten 1. Omgevingswet
2. Wonen en nieuwkomers Uitvoering volkshuisvestingsprogramma 3. Openbare ruimte Impuls afvalbeleid
25.000
0
0
0
Snelfietspad Roosendaal/Etten-Leur
PM
PM
PM
PM
Integraal Actieplan Hitte
PM
PM
PM
PM
Kaderrichtlijn water
PM
PM
PM
PM
Aanbesteding raamovereenkomst cyclisch boombeheer
PM
PM
PM
PM
Bestekken Groenonderhoud per 1 januari 2027
PM
PM
PM
PM
0
13.467
33.199
55.493
166.450
158.998
183.266
210.295
180.000
184.500
189.113
193.841
PM
PM
PM
PM
5. Energie en duurzaamheid Verduurzaming gemeentelijk vastgoed (afschrijvingslasten) Te vinden dekking
B. Zorg en samenleving - (bestuurlijke) prioriteiten 1. Volksgezondheid Buurtsportcoaches 2. Zorg en ondersteuning Toezicht rechtmatigheid Wmo 3.Participatie & inkomen Voedselbank Etten-Leur
15.000
15.150
15.302
15.455
195.000
199.650
204.415
209.296
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
OOV camera's
PM
PM
PM
PM
Te vinden dekking
0
0
0
0
Te vinden dekking C. Veiligheid - (bestuurlijke) prioriteiten 1. Georganiseerde criminaliteit Bestuurlijk Uitvoeringsspecialist (BUS) 2. Zorg en Veiligheid Districtelijke Persoonsgebonden aanpak (PGA) 3. Weerbaarheid en veerkracht Noodsteunpunten 4. Wijkveiligheid
D. Dienstverlening, organisatie en bedrijfsvoering - (bestuurlijke) prioriteiten 1. Dienstverlening Integraal dienstverleningsconcept - actualisatie en ontwikkeling
35.000
0
0
0
46.000
34.000
34.000
34.000
PM
PM
PM
PM
2. Participatie en communicatie Uitvoering participatiebeleid 3. Organisatie SRWB 4. Informatievoorziening en -technologie Verantwoorde en structurele inzet van AI
50.000
50.500
51.005
51.515
Te vinden dekking
131.000
84.500
85.005
85.515
Totaal te vinden dekking
492.450
443.148
472.686
505.106
35.000
0
0
0
25.000
0
0
0
432.450
443.148
472.686
505.106
Bestaande reserves Integraal dienstverleningsconcept - actualisatie en ontwikkeling Afvalstoffenheffing Impuls afvalbeleid Te vinden structurele dekking
Meerjaren investeringsprogramma 2027-2030 Omschrijving
afschr.
2027
2028
2029
2030
Integraal werken Aanpassing parkeerterrein gemeentehuis, groen
30
45.000,00
Aanpassing parkeerterrein gemeentehuis, verharding
40
110.000,00
Hemelwatervoorziening Gagelrijzen, riolering
80
1.135.606,00
klimaatsubsidie hemelwatervoorziening Gagelrijzen
80
-217.865,00
Hemelwatervoorziening Gagelrijzen, wegen
40
91.665,00
Hemelwatervoorziening Gagelrijzen, groen
30
95.060,00
Hemelwatervoorziening Gagelrijzen, Openbare Verlichting
25
14.712,00
Klimaatadaptatie Donkenbuurt (Valkendonk), groen
30
32.575,00
100.444,00
172.065,00
Klimaatadaptatie Donkenbuurt (Valkendonk), riolering
80
65.150,00
200.888,00
344.130,00
Klimaatadaptatie Donkenbuurt (Valkendonk), spelen
10
Klimaatadaptatie Gagelrijzen, groen
30
22.942,00
114.710,00
Klimaatadaptatie Gagelrijzen, riolering
80
21.717,00
108.583,00
Klimaatadaptatie Gagelrijzen, spelen
10
5.735,00
28.677,00
Klimaatadaptatie Zwartenburg, groen
30
41.296,00
206.478,00
Klimaatadaptatie Zwartenburg, riolering
80
21.717,00
108.583,00
Klimaatadaptatie Zwartenburg, spelen
10
5.735,00
28.677,00
Opwaarderen Hoefstraat Zegge naar woonstraat, wegen
40
191.200,00
Opwaarderen Hoefstraat Zegge naar woonstraat, groen
30
63.900,00
Opwaarderen Hoefstraat Zegge naar woonstraat, Openbare Verlichting
25
19.500,00
Opwaarderen Hoefstraat Zegge naar woonstraat, riolering
80
89.300,00
Reconstructie Achterhoeksestraat, wegen
40
137.814,00
Reconstructie Achterhoeksestraat, Openbare Verlichting
25
22.118,00
55.296,00
Reconstructie Achterhoeksestraat, riolering
80
185.367,00
926.833,00
Reconstructie Noorderstraat zuid St. Willebrord, wegen
40
135.599,00
Reconstructie Noorderstraat zuid St. Willebrord, groen
30
23.437,00
Reconstructie Noorderstraat zuid St. Willebrord, Openbare Verlichting
25
21.763,00
Reconstructie Noorderstraat zuid St. Willebrord, riolering
80
52.822,00
Reconstructie Poppestraat - Vijverstraat, wegen
40
179.139,00
447.846,00
Reconstructie Poppestraat - Vijverstraat, groen
30
30.962,00
77.406,00
Reconstructie Poppestraat - Vijverstraat, Openbare Verlichting
25
28.751,00
71.877,00
Reconstructie Poppestraat - Vijverstraat, riolering
80
326.741,00
816.853,00
Reconstructie Raadhuisstraat, wegen
40
195.564,00
Reconstructie Raadhuisstraat, riolering
80
445.210,00
Reconstructie Raadhuisstraat, groen
30
33.801,00
Reconstructie Raadhuisstraat, Openbare Verlichting
25
31.387,00
riolering Raadhuisstraat
80
27.901,00
100.503,00 17.371,00 16.130,00 225.951,00
344.535,00
klimaatsubsidie riolering Raadhuisstraat
80
Reconstructie Rucphensebaan, wegen
40
75.726,00
378.629,00
389.165,00
Reconstructie Rucphensebaan, groen
30
13.088,00
65.442,00
67.263,00
Reconstructie Rucphensebaan, Openbare Verlichting
25
12.154,00
60.768,00
62.459,00
Reconstructie Rucphensebaan, riolering
80
34.291,00
171.457,00
176.228,00
Reconstructie Sprundelseweg + maatregelen Nijverhei, wegen
40
114.601,00
573.004,00
Reconstructie Sprundelseweg + maatregelen Nijverhei, groen
30
19.808,00
99.038,00
Reconstructie Sprundelseweg + maatregelen Nijverhei, Openbare Verlichting
25
18.393,00
91.964,00
Reconstructie Sprundelseweg + maatregelen Nijverhei, riolering
80
65.348,00
644.024,00
Reconstructie St. Janstraat (rozenquartier - pastorie), wegen
40
226.016,00
130.081,00
Reconstructie St. Janstraat (rozenquartier - pastorie), groen
30
4.497,00
22.483,00
Reconstructie St. Janstraat (rozenquartier - pastorie), Openbare Verlichting
25
4.175,00
20.877,00
Reconstructie St. Janstraat (rozenquartier - pastorie), riolering
80
5.429,00
27.146,00
Rucphen Noord fase 2 (wijkgerichte aanpak), wegen
40
464.429,00
518.466,00
Rucphen Noord fase 2 (wijkgerichte aanpak), Openbare Verlichting
25
75.958,00
83.211,00
Rucphen Noord fase 2 (wijkgerichte aanpak), groen
30
82.185,00
89.611,00
Rucphen Noord fase 2 (wijkgerichte aanpak), riolering
80
732.934,00
320.414,00
klimaatsubsidie Rucphen Noord
80
-308.019,00
Rucphen Noord fase 2 (wijkgerichte aanpak), spelen
10
0,00
Voorbereiding reconstructie Vorenseindseweg, wegen
40
179.629,00
449.073,00
Voorbereiding reconstructie Vorenseindseweg, riolering
80
153.571,00
383.928,00
Voorbereiding reconstructie Vorenseindseweg, groen
30
31.047,00
77.618,00
Voorbereiding reconstructie Vorenseindseweg, Openbare Verlichting
25
28.829,00
Wijkaanpak Binnenhof - Hertogstraat, wegen
40
220.728,00
Wijkaanpak Binnenhof - Hertogstraat, groen
30
38.151,00
Wijkaanpak Binnenhof - Hertogstraat, Openbare Verlichting
25
35.426,00
Wijkaanpak Binnenhof - Hertogstraat, riolering
80
734.954,00
Wijkaanpak Binnenhof - Hertogstraat, spelen
10
Wijkaanpak Den Berg, wegen
40
Wijkaanpak Den Berg, groen
30
Wijkaanpak Den Berg, Openbare Verlichting
25
6.635,00
57.064,00
29.326,00
Wijkaanpak Den Berg, riolering
80
132.623,00
442.077,00
234.229,00
Wijkaanpak Kroesstraat - Rosinistraat, wegen
40
227.506,00
227.506,00
Wijkaanpak Kroesstraat - Rosinistraat, groen
30
39.322,00
39.322,00
Wijkaanpak Kroesstraat - Rosinistraat, Openbare Verlichting
25
36.513,00
36.513,00
Wijkaanpak Kroesstraat - Rosinistraat, riolering
80
104.721,00
104.721,00
Wijkaanpak Kroesstraat - Rosinistraat, spelen
10 Totaal geheel
-128.767,00
13.765,00
72.074,00
4.000,00 41.344,00
355.555,00
182.724,00
61.454,00
31.582,00
4.000,00 4.300.268,00 ######## 4.594.368,00 ########
Uitvoeringsplan Beleidsplan buitensport 'In beweging 2027 - 2034' Vereniging Werkzaamheden Algemeen Uitvoeren diverse onderzoeken Onderzoeken externen tbv evaluatie Beleidsplan buitensport R.K.S.V. Rood-Wit Renovatie E - veld Renovatie D - veld Vervangen leunhek(ken) Vernieuwen beregening (incl. pomp en put) Vernieuwen C - accommodatie Vernieuwen A - accommodatie Vernieuwen B - accommodatie S.V. Sprundel Vernieuwen A accommodatie Vernieuwen B accommodatie Vernieuwen beregeningspomp en put Vervangen leunhek(ken) R.K.V.V. Schijf Vernieuwen accommodatie Vernieuwen beregening (incl. pomp en put) Vervangen leunhek(ken) V.V. R.S.V. Vernieuwen accommodatie Vernieuwen beregening (incl. pomp en put) Vervangen leunhek(ken) V.V. D.I.O.Z. Vernieuwen accommodatie Vernieuwen beregening (incl. pomp en put) Vervangen leunhek(ken) H.V. Orion/ H.C. Mistral Vernieuwen accommodatie T.P.V. De Bocht Vernieuwen accommodatie Uitbreinding padelbanen Renovatie tennisbanen (afschrijving 7 jaar) Vervanging ledverlichting T.C. Hooghei Renovatie tennisbanen (afschrijving 10 jaar) T.P.V. Rico Renovatie padelbanen Renovatie tennisbanen (afschrijving 15 jaar) AVR'90 Vervanging hoogspringmat (incl. behuizing) Vervangen toplaag kunststof rondbaan Totaal (2)(3)
Opmerkingen 1. 2033 afronden ivm evaluatie en herijking Beleidsplan buitensport 2. In de bedragen is geen subsidie meegenomen die de kosten druk (SPUK, BOSA of soortgelijk) 3. Bedragen zijn geindexeerd op basis van CBS indexatie nieuwbouw Bij de PPN29 bezien of sprake is van een basissport- of plusvoorziening Bij de PPN31 bezien of sprake is van een basissport- of plusvoorziening
2027
€
2028
2030
2031
2032
2033 (1)
2034
38.000,00 € €
€
2029
28.000,00 82.000,00 €
320.000,00
€
233.000,00
€
281.000,00
180.000,00 € 530.000,00
€
€
28.000,00
27.000,00 307.000,00 €
82.000,00 €
497.000,00 € 125.000,00
€ 171.000,00 € 333.000,00 €
197.000,00
€
26.000,00
€ 170.000,00 € 189.000,00
€
€ 266.000,00 468.000,00 € 750.000,00 € 1.597.000,00 € 602.000,00 € 333.000,00 € 171.000,00 €
-
€ 189.000,00