CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vraag RVP I + ANTW (Begroting)

gemeenteraad 12 november 2025, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Programmabegroting 2026 inclusief meerjarenraming 2027-20293.345 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAAG RAAD vraag gesteld door:

Akyra Matthijssen & Jeroen Rommers /RVP

datum vergadering:

12 november 2025

betreft:

Agendapunt: 5. Raadsvoorstel Programmabegroting 2026

Vraag 1 Programmabegroting 2026 pagina 12 – Bestuur, Antidiscriminatievoorziening In deze passage beschrijft de programmabegroting 2026 de wettelijke verplichting die de gemeente heeft voor de anti-discriminatievoorziening (ADV). De begroting beschrijft een structurele claim op te nemen van €19.654,00, bovenop het huidige budget van €3,333,-. Dit gezien het feit er in de kadernota (pagina 9) een bedrag van €0,91 per inwoner aangegeven wordt als kostenpost. Gelet op het feit dat de gemeente Rucphen niet is aangesloten (of pas net dit jaar) bij het landelijk meldpunt discriminatie.nl, én de €0,77,- subsidie niet is uitgesplitst in de algemene uitkering van 2026 kunnen wij stellen dat? • Doordat, ondanks de in eind 2023 ontvangen brief van de Minister, onze gemeente €0,77,per inwoner aan subsidie misloopt en we dit uit onze eigen begroting moeten halen? • Of, dat we die gelden wel krijgen, maar aan andere zaken uitgeven wordt, waardoor de raad geen goed beeld heeft van de begroting voor 2026? ANTWOORD: Iedere gemeente krijgt van het Rijk geld voor de ADV, onafhankelijk van het feit of men al dan niet bij een ADV van Discriminatie.nl is aangesloten. Dus het is niet zo dat de gemeente Rucphen voor een bepaald jaar de subsidie misloopt. De gemeente Rucphen had deze middelen enkel niet geoormerkt.

Welk bedrag krijgt de gemeente Rucphen van het Rijk voor de ADV? Dat is 77 cent per inwoner. Dat is het tarief exclusief de indexatie die het Rijk de laatste jaren op dat tarief heeft toegepast. Voor 2025 berekende Discriminatie.nl het tarief inclusief indexatie op 91 cent en voor 2026 op 94 cent. Dat bedrag wordt door het Rijk aan de gemeenten overmaakt. Sinds 2024 krijgt iedere gemeente bovendien van het Rijk 14 cent per inwoner voor het (laten) uitvoeren van preventieactiviteiten om discriminatie tegen te gaan. In 2025 is dus €1,05 per inwoner gekregen van het Rijk voor de aanpak van discriminatie. De daadwerkelijke kosten in 2025 bedragen minder dan de €1,05 per inwoner. Namelijk €14.352,-(Wga/meldpunt – wettelijke taak) en €4.306,-- (preventie). In totaal dus: €18.658,-- hetgeen overeenkomt met 78ct per inwoner. 23.920 inwoners x 78ct = €18.657,60. Voor 2025 is in ieder geval 78 ct. per inwoner aan RADAR/Discriminatie.nl besteed. Dat er minder is besteed dan de €1,05 per inwoner in 2025 is mogelijk omdat we kritisch kijken naar waar we het (preventie)budget aan uitgeven. Er is daarom bewust voor een overeenkomst gekozen, omdat er hierdoor meer regie hebben op de afspraken die gemaakt worden. Bij de activiteiten die Radar wil organiseren, dient Radar eerst de afstemming te zoeken met de gemeente en dient dit akkoord bevonden te worden.

Hiermee wordt maatwerk geborgd afgestemd op de lokale behoefte.

-2Vraag 2 Programmabegroting 2026 pagina 12 – Bestuur, Burgerzaken Is de gemeente Rucphen voorbereid op een mogelijke cyberaanval of langdurige stroomuitval? Denk bijvoorbeeld aan een ‘verplicht’ bedrijfscontinuïteitsplan (BCP). Aan wie elke gemeente moet voldoen volgens de NIS2 richtlijn die mogelijk per Q3 in 2026 verplicht word gesteld in de cyberbeveiligingswet (Cbw). Daarnaast wordt er extra personele capaciteit ingezet om de piek in aanvragen van reisdocumenten op te vangen. -

-

Hebben we een BCP? Zo nee, moeten de kosten voor het opstellen hiervan mogelijk in de begroting 2026 opgenomen worden? Is de gemeente voorbereid om minimaal 72 uur de wettelijk verplichte basistaken (aangifte overlijden, uitkeringen, etc.) uit te kunnen voeren? Zo nee, moeten de acties die dit wel mogelijk maken niet opgenomen worden in de begroting van 2026 Waarom zijn er geen voorbereidende maatregelen genomen op die piek van aanvragen reisdocumenten? Ongeveer 10 jaar geleden is deze piek ook geweest.

ANTWOORD: Ja we hebben een BCP-plan. In 2021 is een BCP-plan opgesteld en geaccordeerd door het MT. Het BCP-plan heeft o.a. aandacht voor de meest kritische processen binnen onze organisatie. Om het plan te toetsen aan de praktijk, hebben we op 3 november 2025 deelgenomen aan de Overheidsbrede Cyberoefening. De oefening wordt op dit moment geëvalueerd. Mogelijke kosten die hieruit voortvloeien worden meegenomen in de bestuursrapportage. Na de evaluatie wordt het geoptimaliseerde BCP-plan voorgelegd aan het College van B&W. Ja, de gemeente kan bij een storing of uitval uitwijken en de wettelijk verplichte basistaken blijven uitvoeren. Hiervoor zijn afspraken gemaakt en voorzieningen getroffen, zodat deze processen doorgaan. Als wij voorzien dat de omstandigheden veranderen of dat er strengere eisen worden gesteld, zullen wij tijdig extra middelen aanvragen om hierop voorbereid te blijven. De toegenomen vraag naar reisdocumenten speelt landelijk; alle gemeenten ervaren hierdoor extra druk op de dienstverlening. De verwachte piek in aanvragen was bekend en hier is in de planning en begroting rekening mee gehouden. Daarnaast zijn verschillende maatregelen getroffen om de druk op te vangen. Zo zijn er in 2025 marathondagen georganiseerd waarbij het gemeentehuis van 8.00 tot 20.00 uur open was, met vier balies en een fotograaf aanwezig.

Vraag 3 Programmabegroting 2026 pagina 18 – Veiligheid, Crisisbeheersing en brandweer Hierin wordt er gesproken over het vergroten van de weerbaarheid bij langdurige verstoringen d.m.v. campagnes en organisatie van ‘sessies’. Wat nou als er langdurige crisis is? Dan zullen er noodposten ingericht moeten worden, aggregaten worden geplaatst, drinkwater worden uitgegeven, koel of verwarmingsruimten worden gecreëerd en ga zo maar door. Dit brengt ook kosten met zich mee voor de gemeenten. Moeten deze ‘fysieke’ kosten ook niet enigszins gereserveerd worden in de begroting? ANTWOORD: Het is op dit moment te vroeg om al een globale schatting te maken van de kosten die bij een noodsteunpunt komen kijken. Binnen de Veiligheidsregio Midden- en West- Brabant is begin deze maand de pilot ‘noodsteunpunten’ gestart. Deze pilot loopt tot eind 2026. Naarmate de pilot vordert, kan een concretere inschatting gemaakt worden van de kosten die hierbij komen kijken.

Vraag 4 Programmabegroting 2026 pagina 19– Veiligheid, Crisisbeheersing en brandweer Op deze pagina worden de beleidsindicatoren weergegeven van de verwijzingen naar halt. Het valt op dat er in 2024 meer verwijzingen naar Bureau Halt zijn dan in 2021, 2022 en 2023 Is de toename van verwijzingen naar Bureau Halt in 2024 een gevolg van meer controle of komt dit door meer overlast meldingen bijvoorbeeld via Fixi?

-3ANTWOORD: De toename van verwijzingen naar Bureau Halt in 2024 is het gevolg van meer jeugdoverlast meldingen via onder andere FIXI en meer controles, ook in samenwerking met de politie, als gevolg van deze toename.

Vraag 5 Programmabegroting 2026 pagina 21 Verkeer, vervoer en waterstraat Er wordt onderzocht of er noodzaak is om een integraal fietsbeleid op te stellen Wat is het doel hiervan? Waaraan denkt u dan? Straten waar de fietser prioriteit/voorrang heeft en de automobilist te gast is en/of wordt er gedacht aan andere zaken? Wat gaan we doen met de uitkomsten van het onderzoek? ANTWOORD: Wat is het doel hiervan? Het doel is te bepalen of een integraal fietsbeleid nodig is. Waar denken we aan? We willen toe werken naar een samenhangend beleid met een fietsnetwerk als ruggengraat. Daarin leggen we vast welke routes het belangrijkste zijn, hoe deze er in de ideale situatie uitzien en hoe dit past bij andere beleidsdoelen en vervoersmiddelen. Dit geeft houvast voor ontwerpkeuzes en prioritering. Opstellen van een uitvoeringsagenda met projecten en kosten. Voorbeelden van ontwerpkeuzes kunnen zijn: - Inrichten van fietsstraten - Vrij liggende fietspaden - Kwaliteit verbeteringen aan infrastructuur voor meer comfort en veiligheid Wat gaan we doen met de uitkomsten van het onderzoek? Met de uitkomsten van het onderzoek bepalen wij of een integraal fietsbeleid een meerwaarde kan bieden voor onze gemeente. Ja, nodig: wij starten met het opstellen van beleid. Nee, niet nodig: wij borgen de inzichten en blijven monitoren of omstandigheden wijzigen.

Vraag 6 Programmabegroting 2026 pagina 21 Verkeer, vervoer en waterstraat Op pagina 21 staat beschreven dat de wegen met beeldkwaliteit C en D worden aangepast in 2026. Kan er een voorbeeld worden genoemd om welke wegen dit gaat? Is het onderhoud van de wegen of het verbeteren/ aanpassen van deze wegen? ANTWOORD: Kan er een voorbeeld worden genoemd om welke wegen dit gaat? Bijvoorbeeld de Klein-Zundertseweg Is het onderhoud van de wegen of het verbeteren/ aanpassen van deze wegen? Onder onderhoud wordt verstaan: de bovenlagen en de tussenlagen vervangen waardoor we de levensduur van de bestaande constructie structureel verlengen. Het aanpassen van wegen wordt gedaan met reconstructies.

-4Vraag 7 Programmabegroting 2026 pagina 23 Economie, 3.1 Economische ontwikkeling Hoe verhoudt de samenwerking met RWB en Rewin zicht tot de P.55 genoemde, stedelijke regio WestBrabant? Wat is het verschil in taken en welke overeenkomsten zijn er? ANTWOORD: Op dit moment is het samenwerkingslandschap in volle beweging en ontwikkeling, wat betekent dat vandaag de dag RWB gezien kan worden als een gemeenschappelijke regeling van de zestien WestBrabantse gemeenten. Samen met diverse partners uit het onderwijs, bedrijfsleven en lokale overheden zorgen zij ervoor dat West-Brabant een toekomstbestendige ontwikkeling doormaakt als het gaat om de transitie naar de nieuwe economie. Middels deze schaal halen zij rijksgelden naar onze regio, waaronder bijvoorbeeld de huidig lopende Regio Deal ‘West-Brabants welvaren’, welke bestaat uit €15 miljoen. REWIN ondersteund hierin middels doelgerichte economische programma’s. De Stedelijke regio West-Brabant is een samenwerkingsverband op schaal van de 7 gemeenten in West-Brabant (en Provincie en het waterschap), welke zich voornamelijk richt op het integraal afstemmen van beleid en projecten op ruimtelijk-economisch vlak. Deze schaalgrootte zorgt ervoor dat de lijnen kort zijn en dat er effectief geschakeld kan worden waardoor de kwaliteit van onze regio wordt vergroot en we landelijk en provinciaal een sterkere positie krijgen.

Overeenkomsten worden gevonden in het versterken en verstevigen van het regionaal profiel, echter bepaalt het verschil in schaalgrootte het verschil in inhoud. Zo werkt de Stedelijke Regio West-Brabant aan concrete projecten op het gebied van wonen, mobiliteit, (vrijetijds)economie, groen/blauw (landschap, natuur en water), energie en brede welvaart, zodat de regio een kwaliteitssprong kan maken. RWB en Rewin hebben regelmatig contact met onze Stedelijke Regio en dit geldt ook voor het buursamenwerkingsverband, Stedelijke Regio Breda-Tilburg.

Vraag 8 Programmabegroting 2026 pagina 24 Economie, 3.2 Fysieke bedrijsinfrastructuur Pagina 24 van de begroting staat dat in 2026 het bedrijventerrein Nijverhei verder wordt verkaveld Hoe kunnen ondernemers sneller worden aangesloten op het stroomnet zodat het bedrijventerrein verder wordt verkaveld? ANTWOORD: Op deze vraag is niet een eensluidend antwoord te geven. Vanuit de gemeentelijke projectcoördinator is er structureel contact met Enexis om te voorkomen dat nieuwe bedrijven geen aansluiting kunnen krijgen. De verkaveling van het bedrijventerrein kan op zich plaatsvinden, echter bij de uitgifte van de gronden moet de gemeente duidelijkheid bieden of aansluiting op het stroomnet mogelijk is. Vanuit de projecten netcongestie/warmtetransitie wordt eveneens in beeld gebracht waar de toekomstige knelpunten zich voor zullen doen en trachten we hier tijdig oplossingen voor te vinden.

Vraag 9 Programmabegroting 2026 pagina 24 Economie, 3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen Er wordt een verbetering gezocht voor aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt met behulp van de Human Capital Agenda. Kunt u aangeven wat de voordelen hiervan zijn en welke acties hieruit voortvloeien? ANTWOORD: Voor een stevig economisch vestigingsklimaat is een goed functionerende arbeidsmarkt een belangrijke voorwaarde. Voordelen van de Human Capital Agenda betreffen een gezamenlijke, regionale koers,

-5welke in lijn is met de West-Brabantse ambities. Het is van belang om regionaal te kijken en handelen omdat medewerkers en studenten vaak in de ene gemeente wonen en in een andere (buur) gemeente werken of studeren. Bijbehorende acties en activiteiten gaan over het aantrekken, ontwikkelen en behouden van talent in West-Brabant. Dit wordt ondernomen op verschillende niveaus in brede regionale zin variërend van het creëren van randvoorwaarden waarbij verbindingen tussen leren, werken en innoveren centraal staan. Dit gaat over het gezamenlijk opleiden of versterken van de leercultuur, tot het aanjagen van veranderingen bij werkgevers en opleiders vanuit de gezamenlijke opgaven en het vergroten van de bekendheid van onze regionale onderscheidende sectoren zoals onder andere de maakindustrie. De projecten die mogelijk gemaakt kunnen worden middels het O&O fonds, evenals stage- en bedrijvenmarkten zijn ook voorbeelden van acties die hieruit voortvloeien.

Vraag 10 Programmabegroting 2026 pagina 27 – Onderwijs, Openbaar onderwijs Hier wordt gesproken over een ondersteuningsplan dat in 2026 afloopt. Er wordt daarnaast ook gesproken over vroegtijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie. Wordt er al gewerkt aan een nieuw ondersteuningsplan? Wat is de maatschappelijk opbrengst hiervan? ANTWOORD: Wordt er al gewerkt aan een nieuw ondersteuningsplan? Ja hier wordt momenteel door het samenwerkingsverband aan gewerkt. Wat is de maatschappelijk opbrengst hiervan? Het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband beschrijft hoe ondersteuning wordt geboden aan leerlingen. Allereerst is er basisondersteuning op alle scholen, gevolgd door extra ondersteuning voor leerlingen die meer hulp nodig hebben. Het plan geeft aan hoe de plaatsing in o.a. het speciaal onderwijs wordt geregeld en wat de procedures zijn voor terugplaatsing naar regulier onderwijs. Ook worden de behaalde resultaten van de extra ondersteuning besproken. Verder wordt beschreven hoe ouders geïnformeerd worden over de mogelijkheden voor ondersteuning en onafhankelijke begeleiding. Tot slot wordt het financiële aspect van de ondersteuning toegelicht. Het samenwerkingsverband voert op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met de gemeenten alvorens het ondersteuningsplan wordt vastgesteld.

Vraag 11 Programmabegroting 2026 pagina 29 – Onderwijs, Onderwijsbeleid en leerling zaken Hier wordt gesproken over het werken aan vroeg signaleren, preventie en integrale ondersteuning voor school. Wordt de leerplicht ambtenaar hierbij betrokken/ingeschakeld? ANTWOORD: Ja, de leerplichtambtenaar wordt betrokken wanneer er sprake is van (dreigend) ongeoorloofd verzuim of risico op voortijdig schoolverlaten. Waar de leerplichtambtenaar van oudsher vooral een toezichthoudende en handhavende rol had, is er inmiddels een duidelijke verschuiving zichtbaar. Tegenwoordig wordt de leerplichtambtenaar steeds vaker ingezet als partner in het vroegtijdig signaleren van problemen en het bieden van ondersteuning en advies aan jongeren, ouders en scholen.

Vraag 12 Programmabegroting 2026 pagina 30 – Onderwijs, Onderwijsbeleid en leerling zaken Hierin staat een tabel wat het absoluut verzuim uiteenzet over de afgelopen jaren.

-6Relatief en absoluut verzuim zijn behoorlijk hoog. Over hoeveel leringen praten we hier? ANTWOORD: Absoluut schoolverzuim Om goed duiding te kunnen geven aan de aantallen willen we u eerst een toelichting geven op de oorzaken van absoluut schoolverzuim. Een deel van het absolute verzuim wordt namelijk verklaard door administratieve of overgangssituaties. Dit betreft bijvoorbeeld leerlingen die recent naar onze gemeente zijn verhuisd en nog niet direct staan ingeschreven op een nieuwe school, of leerlingen die in het buitenland naar school gaan en van wie de vrijstelling nog niet is verwerkt. Dit betreft dus voornamelijk administratieve effecten die niet altijd duiden op feitelijk langdurig schoolverzuim. Ook wonen sommige gezinnen op een camping in onze gemeente. Deze huishoudens schrijven zich vaak in in de gemeentelijke administratie, maar vertrekken na enkele maanden weer zonder zich uit te schrijven uit de gemeentelijke basisadministratie bijvoorbeeld in verband met seizoensgebonden werk. Een formele uitschrijving kan pas plaatsvinden na een adresonderzoek, waardoor deze leerlingen tijdelijk nog als ingezetene geregistreerd blijven. Dit leidt ertoe dat zij in de verzuimregistratie DUO (leerplicht) nog als absoluut verzuimer voorkomen, terwijl zij feitelijk niet meer in Nederland verblijven.

Om hoeveel leerlingen gaat het? Gedurende het schooljaar waren er in totaal 51 jongeren in onze gemeente die op enig moment gedurende dat schooljaar geen schoolinschrijving hadden. Ongeveer de helft van deze jongeren was woonachtig op de camping. Relatief verzuim In de gemeentebegroting wordt melding gemaakt van het relatief schoolverzuim onder leerplichtige jongeren. Hoewel onze cijfers niet afwijken van het landelijk gemiddelde, begrijpen we dat het belangrijk is om deze cijfers in perspectief te plaatsen. Relatief verzuim doet zich voor wanneer een leerling zonder geldige reden afwezig is van school, terwijl hij of zij wel staat ingeschreven. De school signaleert dit en meldt het verzuim bij de leerplichtambtenaar, zoals wettelijk verplicht is. Voorbeelden van relatief verzuim zijn: • Leerlingen die herhaaldelijk te laat komen of regelmatig lessen missen zonder geldige reden; • Leerlingen die zonder toestemming op vakantie zijn gegaan; • Leerlingen die thuisblijven vanwege bijvoorbeeld motivatieproblemen of spanningen, zonder dat er sprake is van vrijstelling of ziekte. Om hoeveel leerlingen gaat het? In onze gemeente ging het in dit schooljaar om 106 meldingen van relatief verzuim.

We blijven inzetten op preventie, goede samenwerking met scholen en het tijdig signaleren van verzuim, zodat we kunnen ingrijpen waar dat nodig is — en tegelijkertijd niet onnodig zorgen oproepen waar dat niet nodig is.

Vraag 13 Programmabegroting 2026 pagina 32 – Sport, cultuur en recreatie, 5.3 cultuurprestatie Hierin wordt er gesproken over het ter uitvoering geven van de kunst en cultuuragenda die uiterlijk het eerste kwartaal van 2026 is opgesteld. Wordt er met de komst van de cultuuragenda ook aandacht besteed aan de carnaval bouwclubs en het subsidiebeleid hiervan? Dit gezien het feit dat dit nu niet geregeld is voor deze verenigingen die o.a. de carnaval levend houden binnen onze gemeente.

-7ANTWOORD: De kunst- en cultuuragenda wil zich richten op de volgende pijlers: Participatie (iedereen moet kunnen deelnemen), Onderwijs (integratie van kunst en cultuur in het onderwijs), Verbinding (samenwerking van organisaties binnen een dorp)en Kracht (sociaal verbindende factor) . Er zal hiervoor een inhoudelijke inventarisatie plaats vinden onder de stakeholders om zo op termijn samen de juiste invullingen en verbindingen te leggen. De focus ligt niet op het op het creëren van nieuwe subsidieregels met bijbehorende subsidiegelden, maar indien dit alsnog aan de orde komt, zal dit apart dienen te worden bekeken en niet via de kunst en cultuuragenda te worden geregeld.

Vraag 14 Programmabegroting 2026 pagina 31 – Sport, cultuur en recreatie, 5.1 Sportbeleid en activering We lezen in dit hoofdstuk dat de gemeente in gesprek gaat met de binnensportverenigingen. Betekent dit dat er een nota binnensport komt? Zo ja, op welk termijn kan de raad een notabinnensport verwachten? ANTWOORD: Op dit moment is nog niet besloten of dit traject zal leiden tot een afzonderlijke nota binnensport. Dat is afhankelijk van de uitkomsten van zowel de gesprekken met de binnensportverenigingen als het aanvullend onderzoek dat wij uit willen laten voeren. De gesprekken zijn we nog aan het voeren. Het aanvullend onderzoek zal, bij positieve besluitvorming in de begrotingsraad 2026, in 2026 plaatsvinden. Er kan daarom op dit moment nog geen termijn genoemd worden voor een eventuele nota.

Vraag 15 Programmabegroting 2026 pagina 32 – Sport, cultuur en recreatie, 5.5 cultureel erfgoed De samen werken met Molenstichting De Hoop in Sprundel wordt voortgezet. Waarom is er gekozen voor een periode tot 2031? Zijn er ook nog actuele ontwikkelingen t.a.v. de Heimolen in Rucphen? ANTWOORD: Voor de nieuwe overeenkomst is gekozen voor een periode van 6 jaar (2026 t/m 2031) omdat deze periode samenvalt met de SIM regeling. SIM (Subsidieregeling Instandhouding Monumenten) wordt altijd aangegeven voor een periode van 6 jaar, vandaar dat we dit gelijk hebben getrokken met de overeenkomst. Bij SIM regeling wordt een 6jarig instandhoudingsplan opgesteld. Er zijn geen actuele ontwikkelingen betreft De Heimolen in Rucphen. Deze molen is geen eigendom van de gemeente maar particulier eigendom van Klap van de Molen B.V. Het contact tussen gemeente en eigenaren is goed.

Vraag 16 Programmabegroting 2026 pagina 78 – Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Risicoprofiel Hierin valt te lezen dat de gemeente kansen inschat voor mogelijke financiële risico’s. Hierbij is te zien dat het uitbreken van een nog onbekende crisis een door de ambtelijke organisatie ingeschatte kans heeft van 10%. Terugkijkend op de begroting van 2025 zien we dat voor dezelfde post ook 10% is ingeschat. Hoe is dit risicoprofiel van een nog onbekende crisis berekend aangezien het nog steeds maar 10% is net als in 2025, terwijl we in een compleet andere wereld leven dan vorig jaar?

-8ANTWOORD: Het percentage wordt niet berekend, maar ingeschat op basis van onderstaande vaste categorieën. Dit risico is opgevoerd na de coronacrisis om een deel van de algemene reserve te reserveren mocht een nieuwe crisis uitbreken. Het bedrag wat eraan is gekoppeld hebben we ruim bepaald op € 1 mln., omdat dit niet redelijkerwijs is in te schatten voor een nog onbekende crisis. De percentages en bedragen zijn niet allesbepalend, maar bedoeld om een redelijke inschatting te maken van onze benodigde weerstandscapaciteit. Het is namelijk ondenkbaar dat alle risico zich tegelijkertijd voordoen. In totaal is € 5,1 mln. gereserveerd voor risico’s.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16182311/3