Technische vraag RVP + antwoord (Begroting en jaarstukken RBL)
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAAG COMMISSIE MA
vraag gesteld door:
Jordi Roks / RVP
datum vergadering:
26 mei 2026
betreft:
agendapunt 11 Raadsvoorstel Regionaal Bureau Leren
VRAAG: 1. In hoeverre is er sprake van een structureel sluitende begroting na 2027, gezien het ontbreken van commitment en mogelijke afschaling vanaf 2028? 2. Hoe worden financiële risico’s beheerst voor Rucphen en andere gemeenten, nu het RBL geen reserves of weerstandsvermogen heeft? 3. Welke concrete resultaten (zoals minder schooluitval) staan tegenover de stijgende kosten en personeelsinzet – is er zichtbare efficiëntieverbetering? 4. Waarom stijgt de begroting fors zonder zichtbare efficiëntieverbetering, en hoe verhouden de stijgende personeelskosten zich tot eerdere overschotten? 5. Hoe verklaart het college dat verzuim, thuiszitters en voortijdig schoolverlaten oplopen ondanks extra inzet?
ANTWOORD: 1. De regionale samenwerking op het gebied van Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten kent twee uitvoeringsniveaus: • Niveau 1: de administratieve ondersteuning voor alle deelnemende gemeenten; • Niveau 2: de gezamenlijke uitvoering van de leerplichtfunctie binnen West-Brabant Oost. Het RBL maakt in de stukken niet altijd expliciet onderscheid tussen de verschillende niveaus van samenwerking. Daardoor worden onderwerpen in één begroting samengebracht die niet voor alle gemeenten dezelfde betekenis hebben. Gemeente Rucphen neemt deel aan niveau 1. De passages in de begroting over uitbreiding van de formatie leerplicht en meerjarig commitment hebben betrekking op niveau 2 en gelden niet voor ons. 2. Sinds de start van de regionale samenwerking in 2012 is bewust gekozen om het RBL geen eigen reserves of weerstandsvermogen mee te geven. De financiële beheersing vindt plaats binnen de reguliere planning- en controlcyclus en via het ambtelijk en bestuurlijk overleg. Wijzigingen in de begroting worden niet automatisch verwerkt, maar eerst besproken en beoordeeld binnen de daarvoor geldende besluitvorming. Op die manier worden financiële risico’s voor de deelnemende gemeenten zo goed mogelijk beheerst.
-2-
3. In de stukken wordt regelmatig gesproken over uitbreiding van de formatie voor leerplicht en de hierbij horende kostenstijging. Die uitbreiding heeft betrekking op de uitvoering van leerplicht op niveau 2 en niet op de administratieve samenwerking van niveau 1, waaraan Rucphen deelneemt. 4. De begrotingsstijging heeft vooral betrekking op de onderdelen van de samenwerking die vallen onder niveau 2. Voor onze gemeente, is deze stijging niet van toepassing. Wel is het terecht om kritisch te blijven kijken naar de verhouding tussen kostenontwikkeling, personeelsinzet en behaalde resultaten. Ook daarom is het van belang dat de begroting en de toelichting daarop, voldoende duidelijk onderscheid maakt tussen de verschillende niveaus van samenwerking. Dat vergroot de transparantie. Via het ambtelijk en bestuurlijk overleg blijven we daar alert op, en zetten we in op verbetering van de governance. 5. De extra inzet die in de stukken wordt genoemd, betreft de uitvoering binnen niveau 2 van het RBL en is daarmee niet van toepassing op de situatie van Rucphen binnen niveau 1. Voor Rucphen geldt dat de ontwikkeling van verzuim en voortijdig schoolverlaten niet los kan worden gezien van de lokale context.
Onze cijfers worden ook beïnvloed door specifieke situaties, zoals de registratie van leerplichtige kinderen die wel in de gemeente staan ingeschreven maar feitelijk elders verblijven of niet structureel onderwijs volgen (Witte Plas). Dit zien we met name terug in de cijfers voor absoluut schoolverzuim. Tegelijk is duidelijk dat ook in onze lokale uitvoering blijvende aandacht nodig is voor preventie en vroegtijdige signalering. Daarbij verdient ook de toekomstige ontwikkeling van de taakuitvoering aandacht, mede in het licht van nieuwe wetgeving en de toenemende druk op de bestaande leerplichtcapaciteit.