Technische vraag CDA + ANTW (Belastingverordeningen 2026)
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAAG COMMISSIE ABM
vraag gesteld door:
A. Lambregts en M. van Trijp- Van Overveld/ CDA-fractie
datum vergadering:
27 november 2025
betreft:
Agendapunt: 9 Vaststellen Belastingverordeningen 2026
VRAAG: Overhead Op pagina 4 van het raadsvoorstel staat de volgende passage: “Het uurtarief inclusief overhead voor 2026 is licht gedaald (-0,12%) ten opzichte van 2025, afhankelijk van de loonschaal. Dit komt omdat er relatief gezien minder overhead wordt doorbelast op de salarisschalen. Dit betekent dat bij dezelfde ureninzet de prijs per product ook afneemt. Voor de eenheidstarieven wordt gerekend met de consumentenprijsindex (CPI) uit de septembercirculaire 2025, jaarschijf 2026. Het CPI-cijfer voor 2026 is geschat op 2,3 %.” In de begroting 2026 wordt rekening gehouden met een stijging van de overhead met 1% (zie pagina 16 begroting 2026). Terwijl de overhead in 2026 volgens de gemeentebegroting stijgt, wordt er minder overhead doorbelast in de legestarieven. 1) Kan worden toegelicht waarom minder overhead wordt/ hoeft te worden doorbelast op de legestarieven? 2) In hoeverre is bij de vaststelling van de legestarieven rekening gehouden met de stijgende overhead binnen de organisatie? Kwijtschelding afvalstoffenheffing In de gemeentebegroting wordt voor de afvalstoffenheffing uitgegaan van een 6-tal ledigingen van GFTafval en 11 ledigingen van restafval als gemiddelde (zie pagina 75 van de gemeentebegroting).
Volgens de kwijtscheldingsbepaling in de afvalstoffenheffing (artikel 10), komen maximaal 5-tal ledigingen van GFt-afval en 9 ledigingen van restafval in aanmerking voor kwijtschelding. 3) Waarom is gekozen voor een afwijkende norm voor kwijtschelding, terwijl de gemiddelde norm hoger ligt?
ANTWOORD: 1) De meeste van de legestarieven zijn gebaseerd op uurtarief maal tijdbesteding. De uurtarieven zijn opgebouwd uit de salariskosten en de toegewezen overheadkosten. We rekenen overheadkosten toe op basis van een percentage, wat we bepalen door het totaal aan overhead te delen door de totale salariskosten. In 2026 stijgen de salarislasten, terwijl de overheadkosten nagenoeg gelijk blijven. Dit zorgt ervoor dat het percentage overhead in 2026 lager ligt dan in 2025, waardoor er minder overhead wordt toegerekend aan de uurtarieven. Per saldo zorgt dat voor een lichte daling van het tarief. Hieronder een fictief rekenvoorbeeld om het percentage te verduidelijken.
-2-
Totale
Totale
% toe te rekenen
overhead kosten
salariskosten
aan de uurtarieven
2025
80
100
80%
2026
80
110
73%
Jaar
2) Er wordt volledig rekening gehouden met een stijging van overhead bij bepaling van de legestarieven. Een stijging van de overhead heeft namelijk ten allen tijden een effect op het uurtarief. 3) Er is geen sprake van een bewust keuze. Bij de fictieve huishoudens is de verhouding 6 /11 vanuit historisch perspectief aangehouden om de vergelijking met voorgaande jaren te blijven maken. De werkelijke gemiddelden liggen de afgelopen 2 jaar lager en sluiten nagenoeg nog steeds aan op de kwijtscheldingnorm die we vanaf 2020 hanteren. 2023: 5.1 GFT, 8.9 Rest 2024: 5.6 GFT, 9.4 Rest Vanaf begroting 2027 zullen we het fictieve voorbeeld laten aansluiten op de kwijtscheldingsnorm.