CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactie b&w: Vragen en toezeggingen commissie EROM 27 mei 2026

gemeenteraad 10 juni 2026, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling TAM-omgevingsplan St. Willebrord-Maria Goretti en grondexploitatie1.076 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTE RUCPHEN INGEKOMEN:

— 2 JUNI

REG.NR:

2026

ZAAK:

VERBLIJF: CC:

AFD. WEEK:

Gemeenteraad Rucphen Postbus 9 4715 ZG Rucphen

Rucphen,

— 2 JUN 2026

Onderwerp:

Vragen en toezeggingen commissie EROM 27 mei 2026

Onze referentie:

Z25/084174-D26/1263892

Behandelaar:

P. Leijten en B. Sips

Geachte leden van de raad, Op 27 mei 2026 heeft de commissie EROM plaatsgevonden. Tijdens deze vergadering zijn bij meerdere vragen gesteld over agendapunt 9 en 10. Met deze brief beantwoorden wij de gestelde vragen. Agendapunt 09, Raadsvoorstel vaststelling TAM-omgevingsplan St. Willebrord — Maria Goretti en grondexploitatie Vraag: Het college wordt gevraagd om de beantwoording van de technische vragen te heroverwegen. De VVD is er namelijk altijd vanuit gegaan dat de opbrengst vd woningbouwlocatie Maria Goretti volledig naar de reserve IHP zou gaan. Het college bracht in zijn antwoord op de technische vragen hier echter een restrictie op aan terwijl in de raadsbrief van het college van 30 december 2024 de variantkeuze volledig werd bepaald door het doel van de ontwikkeling van de bouwlocatie, nl. het genereren van opbrengsten tbv de reserve IHP. Onze reactie: In reactie op de technische vraag hebben wij aangegeven dat een positief saldo uit de grondexploitatie van de Maria Goretti, via tussentijdse winstneming of bij afsluiting van de grondexploitatie (in het geval van project Maria Goretti per 31-12-2028), in eerste instantie wordt toegevoegd aan de reserve van het grondbedrijf. Indien de reserve hoger is dan noodzakelijk kan het meerdere vrijvallen en worden overgeheveld naar de bestemmingsreserve Integraal Huisvestingsplan (IHP).

Hiermee wordt echter niet voorbij gegaan aan de opmerking uit raadsvoorstel van 24 september jl. dat een eventuele herontwikkeling van deze locatie kan bijdragen aan het genereren van opbrengsten ten gunste van de reserve van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs, maar wordt enkel de wettelijk verplichte route via het grondbedrijf geschetst.

Binnentuin 1 Postbus 9 4715 ZG Rucphen T: 0165 34 95 00 F: 0165 34 13 75 Banknummer: 2850 07 319 IBAN: NL37BNGH0285007319 KvK-nr. 20164997 Gemeente Rucphen

Rucphen

Schijf

Sprundel

St. Willebrord

Zegge

gemeente@rucphen.nl www.rucphen.nl

2

Agendapunt 10, Vaststelling TAM-omgevingsplan-Rucphen-Rucphense Vaartkant 11-13 en grondexploitatie. Vraag 1: De beperkte setback van 1,5 meter Onze reactie: De in het omgevingsplan opgenomen regeling schrijft voor dat de setback minimaal 1,5 meter dient te bedragen. Dit betekent dat bij de verdere uitwerking van het ontwerp voor dit appartementengebouw een grotere setback mag worden toegepast. De keuze voor deze specifieke minimummaatvoering van 1,5 meter is direct gekoppeld aan de fysieke en ruimtelijke beperkingen van de locatie. Het zuidelijke deel van het bouwvlak kent een beperkte breedte van slechts 10 meter. Indien in het omgevingsplan een grotere setback dwingend zou worden voorgeschreven, resteert er onvoldoende resterende breedte en vloeroppervlak binnen het bouwvlak. De gekozen maatvoering van minimaal 1,5 meter biedt derhalve de noodzakelijke flexibiliteit om de beoogde stedenbouwkundige invulling op een haalbare wijze vorm te geven, zonder dat dit ten koste gaat van de zorgvuldige inpassing. Vraag 2: Het al dan niet toestaan van een dakterras op de vierde bouwlaag Onze reactie: De vierde bouwlaag is specifiek ontworpen voor de realisatie van een of meerdere hoogwaardige penthouses.

Voor het wooncomfort en de functionele bruikbaarheid van dit type wooneenheden is een private buitenruimte essentieel, hetgeen tevens verplicht is op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Aangezien de woningen op deze verdieping geen aansluiting hebben op een tuin op het maaiveld, voorziet het beoogde dakterras in de noodzakelijke compensatie voor het ontbreken van een grondgebonden buitenruimte. Voor de woningen op de tweede en derde bouwlaag wordt op gelijkwaardige wijze in deze wettelijke buitenruimtebehoefte voorzien door middel van private balkons. Dit draagt bij aan een volwaardig, kwalitatief hoogwaardig en duurzaam woonklimaat voor de toekomstige bewoner(s) binnen het project. De privacy van omwonenden blijft voldoende gewaarborgd. Het dakterras dient namelijk tegen de setback te worden gesitueerd, waardoor het zicht vanaf het dakterras in belangrijke mate wordt beperkt. Daarnaast dient (op grond van het Bbl) een minimale hoogteafscheiding van 1 meter te worden aangebracht in verband met valgevaar, waardoor het (directe) uitzicht eveneens wordt beperkt. Tot slot geldt dat zijdelings uitzicht op naastgelegen percelen in de jurisprudentie slechts in uitzonderlijke gevallen als een evidente privaatrechtelijke belemmering wordt aangemerkt.

Vraag 3: Aanvullende privacybescherming voor de eerste verdieping Onze reactie: In de planregels is voor de tweede en derde bouwlaag (de eerste en tweede verdieping) een minimale borstwering voorgeschreven. Voor de eerste bouwlaag (de begane grond) is een dergelijke verplichting niet noodzakelijk. Eventuele inkijk op dit niveau wordt in de praktijk afdoende weggenomen door reguliere erfafscheidingen, bijgebouwen en de aanwezige of te realiseren (groen)voorzieningen op de perceelgrenzen. Vraag 4: Een objectieve privacy- en zichtlijnenanalyse Onze reactie: Wij stellen voorop dat bij de totstandkoming van het omgevingsplan een zorgvuldige stedenbouwkundige afweging heeft plaatsgevonden. Het uitvoeren van een specifieke of geometrische zichtlijnenanalyse is geen wettelijke verplichting. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt beoordeeld aan de hand van de concrete planregels, de situering van de bouwvlakken en de afstand tot de omliggende percelen. Slechts wanneer er sprake is van een onevenredige aantasting van de privacy of het woon- en leefklimaat, kan anders worden geoordeeld. Op basis van jurisprudentie is hiervan echter niet snel

3

sprake. Zeker in een binnenstedelijke context is een zekere mate van onderlinge inkijk bovendien inherent aan de transformatie en verdichting van de leefomgeving; absolute privacy kan hierin niet objectief worden gegarandeerd. Dat omwonenden dit anders kunnen beleven, maakt dat niet anders. In de Nota van zienswijzen is dit nader beargumenteerd. Om de belangen van omwonenden te beschermen en de privacy conform de geldende stedenbouwkundige normen (beter) te borgen, zijn naar aanleiding van de zienswijze enkele aanvullende regels in het omgevingsplan opgenomen. Vraag 5: Een betere borging van een onafhankelijke nulmeting en trillingsmonitoring voor omwonenden Onze reactie: Een omgevingsplan regelt de ruimtelijke toedeling van functies en de permanente ruimtelijke en stedenbouwkundige kaders van een locatie. Het borgen van een onafhankelijke nulmeting en trillingsmonitoring betreft een tijdelijk uitvoeringsaspect van de bouwfase. Volgens vaste jurisprudentie en de systematiek van de Omgevingswet horen dergelijke uitvoerings- en handhavingsaspecten niet thuis in de regels van een omgevingsplan. Zoals in de Nota van zienswijzen is aangegeven, wordt bezien om in de tender (om de marktpartij te selecteren) deze nulmeting verplicht te stellen. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en uw vragen afdoende te hebben beantwoord.

Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Rucphen, de burgem de secretaris,

Edwin Kolen

Marjolet

ster,

ven=der MeerMohr

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17037441/2