NL.IMRO.0840.2584K0033-DEF1 Toelichting
Tekst van het document
Daarnaast adviseert de veiligheidsregio om bij de planuitwerking een situatietekening uit te werken, waarop alle aspecten ten aanzien van bluswatervoorzieningen zijn opgenomen.
Tot slot verwijst de veiligheidsregio naar het standaard advies bij calamiteiten, zie daarvoor Bijlage 13.
Conclusie Het aspect transport en externe veiligheid is geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
4.10.3
Buisleidingen en externe veiligheid
Toetsingskader Beoordeling van de risico's veroorzaakt door het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geschiedt aan de hand van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), als in werking getreden
50
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.
per 1 januari 2011. Ten aanzien van het Bevb bestaat de noodzaak om een ruimtelijke reservering op te nemen voor het plaatsgebonden risico (PR) en een verantwoording van het groepsrisico (GR) van relevante buisleidingen. Binnen de PR 10-6 risicocontour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn en zo mogelijk ook geen beperkt kwetsbare objecten. Het verwachte aantal aanwezigen binnen het invloedsgebied van de buisleiding moet worden verantwoord. dat invloedsgebied reikt bij brandbare vloeistoffen tot net buiten de 10-6 contour, voor leidingen met aardgas en chemicaliën moet dat per geval berekend worden.
Beoordeling Om te bepalen of er in de directe omgeving van het plangebied risicorelevante buisleidingen zijn gelegen is de risicokaart geraadpleegd. Uit de risicokaart blijkt dat de dichtsbijzijnde hogedruk aardgasleiding gelegen is op een afstand van circa 620 meter tot het plangebied. Gelet op de ruime afstand van de buisleiding tot het plangebied vormt de ligging van de buisleiding geen belemmering voor onderhavig voornemen.
Conclusie Het aspect buisleidingen en externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig plan.
4.11
Kabels en leidingen
Toetsingskader De hierna volgende leidingen zijn planologisch relevant in verband met onderhoud, voor zover zij geen deel uitmaken van een inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer.1 a. b. c. d. e.
hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger; buisleidingen voor transport van aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm en een druk van meer dan 16 bar; buisleidingen voor transport van aardolieproducten met een uitwendige diameter van meer dan 70 mm en een druk van meer dan 16 bar; buisleidingen met een diameter van 400 mm of meer buiten de bebouwde kom; buisleidingen voor transport van andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten, die risico's met zich meebrengen voor mens en/of leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd raken.2 1.
'Leidingen die deel uitmaken van een inrichting' zijn leidingen binnen de inrichtingsgrens die in beheer zijn van de drijver van de inrichting én leidingen die in beheer zijn van derden waarmee een product wordt geleverd aan de betreffende inrichting (laatstgenoemde leidingen hebben een zgn. functionele binding met de inrichting, zoals bedoeld in de Wet milieubeheer).
2.
Onder zgn. 'leidingen voor andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten' worden in ieder geval leidingen verstaan voor transport van nafta, waterstof, koolstofdioxide, stikstof, zuurstof, ethyleen en propyleen.
Beoordeling Ter plaatse van het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Indien nodig zal in een later stadium van onderhavig project een KLIC-melding worden uitgevoerd.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect kabels en leidingen geen belemmering vormt voor de onderhavige ontwikkeling.
4.12
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld te worden gebracht.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.
51
De 'Wet luchtkwaliteit' van 15 november 2007, opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10), benzeen ( C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Voor PM10 geldt voor het jaargemiddelde een grenswaarde van 40 µg/m3. Het 24-uursgemiddelde van 50 µg/m3 mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar worden overschreden. Voor NO2 geldt voor het jaargemiddelde een grenswaarde van 40 µg/m3. Het 24-uursgemiddelde van 200 µg/m3 mag maximaal 18 dagen per kalenderjaar worden overschreden.
De 'Wet luchtkwaliteit' voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren tot de normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen.
Kort samengevat dienen projecten te worden beoordeeld op basis van de 'Wet luchtkwaliteit' c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor vergunningverlening als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden. In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het NSL op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m³ voor zowel PM10 als NO2.
In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
De wettelijke ondergrens voor onderzoek bedraagt: 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling 100.000 m² bruto vloeroppervlakte bij minimaal 1 ontsluitingsweg 200.000 m² bruto vloeroppervlakte bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling Beoordeling Onderhavige ontwikkeling betreft de realisatie van 17 woningen. Gesteld kan worden dat dit plan in verhouding tot de wettelijke ondergrens voor onderzoek, gelegen op de bouw van 1500 woningen, niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. Bovendien is blijkens de luchtkwaliteitskaart ter hoogte van het plangebied geen sprake van een hoge achtergrondbelasting inzake fijnstof of stikstofdioxide. Daarmee kan worden gesteld dat met betrekking tot luchtkwaliteit een goed woon- en leefklimaat binnen het plangebied is gegarandeerd.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de onderhavige ontwikkeling. Binnen het plangebied is sprake van een goed woon- en leefklimaat.
52
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.
4.13 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Toetsingskader Behalve aan de uitvoeringsaspecten bedoeld in de Awb en het Bro dient ook te worden getoetst aan de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r of er sprake is van een mogelijke verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage. Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen de onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: 1. 2. 3.
Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten (boven de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r.); Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden; Plannen en activiteiten die o.g.v. een provinciale milieuverordening zijn aangewezen als MER-plichtig.
Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009 (HvJ EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 – Commissie vs. Nederland). Deze wijziging heeft gevolgen voor eerstgenoemd criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen me.r.(-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit de C- of D-lijst blijft, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij 'kleine projecten' (projecten onder de drempelwaarden van de C- of D-lijst) beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Dit wordt de 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' genoemd. Deze beoordeling houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke o.a. de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen.
Beoordeling Met het onderhavige planvoornemen is er sprake van de nieuwbouw van woningen. Dit betreft geen activiteit die voorkomt op de C-lijst. Wat betreft het eerste criterium geldt er derhalve geen plicht tot het opstellen van een MER. De activiteit komt wel voor op de D-lijst, namelijk onder categorie D 11.2, de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De grenswaarde betreft hier gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op o.a. een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat. Het initiatief heeft slechts betrekking op de realisatie van 17 woningen. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling ver beneden de drempelwaarde uit de D-lijst ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Er geldt derhalve geen verplichting tot het uitvoeren van een formele m.e.r.-beoordeling, waardoor enkel een vormvrije m.e.r.-beoordeling resteert. Middels de toetsing aan de overige milieuaspecten in dit hoofdstuk heeft een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden. Hieruit zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen gebleken, waaruit bovendien geconcludeerd kan worden dat er geen noodzaak is tot het opstellen van een MER.
Ten aanzien van het derde criterium geldt dat onderhavige activiteit niet is gelegen in een gebied waar de Provinciale milieuverordening geldt. Er is dus geen sprake van de verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de bijbehorende procedure. Wel heeft er een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden, waarbij alle relevante planologische en milieuhygiënische aspecten zijn getoetst en akkoord bevonden. Er is geen sprake van belangrijke nadelige milieugevolgen.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.
53
Conclusie Zoals beschreven is er bij onderhavig project geen sprake van een verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de m.e.r.-procedure o.g.v. het Besluit m.e.r. of de Provinciale milieuverordening. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling volgt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is dus voldaan aan de wettelijke verplichtingen hieromtrent.
54
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.
Hoofdstuk 5
Juridische planopzet
5.1 Inleiding Dit hoofdstuk bespreekt de wijze waarop het ruimtelijk en functioneel beleid voor het plangebied in het bestemmingsplan is vertaald. Bij het opstellen van de juridische regeling heeft het uitgangspunt centraal gestaan dat er een regeling geboden wordt die de ontwikkeling van het plangebied mogelijk maakt.
5.2 Opbouw van de regels Het bestemmingsplan bestaat uit regels en een verbeelding, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De regels zijn zodanig opgesteld dat wordt aangesloten bij de binnen de gemeente Rucphen gehanteerde bestemmingsplansystematiek voor recreatieterreinen. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding omvat de gronden die voor de ontwikkeling van het plan van belang zijn. De keuze van de bestemmingen en de situering van de bestemmingsvlakken is gebaseerd op de huidige ruimtelijke situatie en de gewenste functies. Voorts sluit de opzet van de verbeelding aan op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De regels regelen hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. De bestemmingen zijn zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden. De regels bestaan uit vier hoofdstukken, te weten: inleidende regels; bestemmingsregels; algemene regels; overgangs- en slotregels. In de toelichting wordt gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Ondanks het feit dat de toelichting geen onderdeel uitmaakt van het juridisch plangedeelte, fungeert de toelichting wel als interpretatiekader voor de uitleg van de regels, indien hierover interpretatieverschillen blijken te bestaan.
5.3 Regels 5.3.1 Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 'Begrippen' In dit artikel worden begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor sommige begrippen worden in de SVBP2012 standaard omschrijvingen gegeven. Deze zijn overgenomen.
Artikel 2 'Wijze van meten' In dit artikel wordt aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
5.3.2 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Het stramien voor de bestemmingsplanregels is vastgelegd in de SVBP 2012. De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: bestemmingsomschrijving; bouwregels;
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.
55
nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; wijzigingsbevoegdheid. Een bestemming hoeft niet alle elementen te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. Onderstaand worden de in het bestemmingsplan gehanteerde bestemmingen toegelicht.
Artikel 3 'Groen' Binnen de bestemming ‘Groen’ mogen groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en fiets- en voetpaden worden gerealiseerd. Op de betreffende gronden mogen kleine gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht. Door gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toe te staan wordt het mogelijk om bijvoorbeeld een gebouw toe te staan ten behoeve van nuts- en speelvoorzieningen.
Artikel 4 'Groen - Landschapselement' Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor de realisatie en instandhouding van natuurlijke en/of cultuurhistorisch en/of landschappelijk waardevolle landschapselementen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding. Op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen worden opgericht ten dienste van de bestemming.
Artikel 5 'Tuin' De
gronden
met
de
bestemming
‘Tuin’
zijn
bestemd
voor
tuinen,
erven
en
verhardingen,
parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend overkappingen alsmede erkers, balkons of luifels ten behoeve van aangrenzende hoofdgebouwen worden gebouwd. In de regels zijn nadere bouwregels gegeven voor deze uitbreidingen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Artikel 6 'Verkeer' De wegen en bijbehorende verblijfsgebieden worden bestemd als ‘Verkeer’. Deze bestemming geldt voor alle straten, erven en wegen, er is dus geen onderscheid noodzakelijk naar de wegcategorisering. Onder deze bestemming zijn tevens begrepen groenstroken, bermen en bomen langs wegen, waarvan het schaalniveau het niet toelaat deze concreet te bestemmen in het bestemmingsplan. Wijziging, aantasting, compensatie van dit groen en bomen dient getoetst te worden aan het gemeentelijk groenbeleid en kapregelgeving.
Artikel 7 'Wonen' Het plangebied bevat hoofdzakelijk de bestemming ‘Wonen’. Ter plaatse van deze bestemming is de realisatie van 17 vrijstaande woningen toegestaan. Op de verbeelding is een bouwvlak opgenomen met bouwaanduidingen voor de maximale goot- en bouwhoogte. Een hoofdgebouw mag uitsluitend worden opgericht binnen het bouwvlak. De plaats van de voorgevel is op de verbeelding vastgelegd door de opname van een gevellijn. Bijbehorende bouwwerken mogen worden opgericht overeenkomstig de gestelde regels.
Artikel 8 'Waarde - Archeologie' Ter waarborging van de geconstateerde middelhoge archeologische verwachtingswaarden is de dubbelbestemming (met een gebiedsaanduiding 'overige zone') opgenomen.
56
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.
5.3.3 Hoofdstuk 3 Algemene regels Dit hoofdstuk omvat drie artikelen:
Artikel 8 'Anti-dubbeltelregel' Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen.
Artikel 10 'Algemene bouwregels' In dit artikel is bepaald dat het bevoegd gezag nadere eisen kan stellen aan plaatsing van gebouwen, de dakhelling van hellende dakvlakken en de nokrichting en de plaatsing en vormgeving van andere bouwwerken. Deze eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en gronden in verband met calamiteiten.
Artikel 11 'Algemene gebruiksregels' In dit artikel is een algemeen gebruiksverbod gegeven voor gebruik in strijd met de bestemming. Het gebruik van gronden, gebouwen en andere bouwwerken ten behoeve van de exploitatie van een seksinrichting, een escortbedrijf en (straat)prostitutie is expliciet uitgesloten.
Artikel 12 'Algemene aanduidingsregels' In dit artikel zijn regels opgenomen voor het bouwen binnen op de verbeelding opgenomen gebiedsaanduidingen. De volgende aanduiding komt in het bestemmingsplan voor:
Luchtvaartverkeerzone Voor de luchtvaartverkeerzone is de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone' opgenomen met daaraan gekoppeld een beperkte bouwregeling (bouwhoogte beperkt vanaf 49.14 meter).
Vrijwaringszone – obstakelbeheerzone Voor het radarverstoringsgebied is de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – obstakelbeheerzone’ opgenomen met daaraan gekoppeld een beperkte bouwregeling (bouwhoogte beperkt vanaf 90 meter).
Artikel 13 'Algemene afwijkingsregels' In dit artikel zijn enkele algemene afwijkingen opgenomen. Ten eerste is er een afwijkingsbevoegdheid opgenomen betreffende het overschrijden van de in het plan opgenomen maatvoeringen met maximaal 10%. Daarnaast is er een afwijking opgenomen voor het oprichten van antennes en masten tot 15 meter hoog én voor erkers, balkons en luifels. De afwijkingen zijn enkel mogelijk indien er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de samenhang in straat- en bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.
Ook zijn geringe afwijkingen mogelijk die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de bestemming niet wijzigt en een bouwgrens maximaal 2,5 meter verschuift.
Artikel 14 'Algemene wijzigingsregels' In dit artikel is ten eerste een algemene wijzigingsregel opgenomen voor geringe afwijkingen die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, geen gebouwen zijnde of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Deze rechten zijn overgenomen uit het voorgaande plan.
Artikel 15 'Overige regels'
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.
57
In dit artikel zijn regels opgenomen ten parkeergelegenheid en voldoende waterberging.
behoeve
van
het
waarborgen
van
voldoende
5.3.4 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk omvat twee artikelen:
Artikel 16 'Overgangsrecht' Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Daarnaast zijn overgangsregels opgenomen ten aanzien van het bouwen. Een bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt, mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, of na een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De afwijking mag daarbij naar aard en omvang niet worden vergroot. Daarvan mag eenmalig bij een omgevingsvergunning worden afgeweken tot maximaal 10% van de inhoud van het bouwwerk. Het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die reeds in strijd waren met het voorgaande geldende bestemmingsplan.
Artikel 17 'Slotregel' Als laatste wordt de slotregel opgenomen, ook zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze regel geeft aan hoe het plan kan worden aangehaald.
58
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
6.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. Er wordt nader ingegaan op de grondexploitatie en de koppeling met het exploitatieplan.
6.2 Kostenverhaal Toetsingskader De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro): de bouw van een of meer woningen; de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een hoofdgebouw met ten minste 1.000 m² of met een of meer woningen; de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.000 m² bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m². Beoordeling en conclusie Het voorliggende initiatief betreft de realisatie van 17 woningen, derhalve is het plan exploitatieplanplichting. In het onderhavige geval wordt het kostenverhaal anderszins verzekerd.
Initiatiefnemer sluit met de gemeente Rucphen een anterieure overeenkomst af, waarin de verantwoordelijkheid voor gemaakte kosten wordt vastgelegd. Hierbij dient vermeld te worden, dat de gemeente alleen medewerking verleend aan het initiatief, als de exploitatiekosten van het initiatief voor de gemeente niet negatief zijn. De exploitatie is op deze manier anderszins verzekerd.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.
59
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het bestemmingsplanproces bestaan diverse mogelijkheden tot communicatie. voorliggende bestemmingsplan relevante communicatie wordt in dit hoofdstuk belicht.
De
voor
dit
7.1 Omgevingsdialoog Door Ontwikkelingsmaatschappeij Ruimte voor ruimte is op 27 mei 2019 een inloop voor de buurt georganiseerd om het plan voor de ontwikkeling van (toen nog) 20 bouwkavels aan de Kaaistraat met de omwonenden te bespreken. Tussen 19.30 en 21.30 uur zijn er enkele personen in De Lanteern te St. Willebrord geweest voor een toelichting op het plan en de beantwoording van vragen. Tijdens de inloopavond kon men het plan voor de Ruimte voor ruimte woningen inzien.
De aanwezigen waren overwegend positief over het plan voor de bouwkavels. Er zijn enkele suggesties gedaan om de plannen te verbeteren dan wel beter in te passen in de omgeving. Hieronder zijn de verschillende ingebrachte op- en aanmerkingen en wensen nader toegelicht. 1. 2.
3.
4. 5. 6.
7.
8.
Er is door enkele omwonenden aangegeven dat ze de kavels relatief klein qua oppervlakte vinden in vergelijking met Ruimte voor Ruimte kavels in het algemeen; Volgens een omwonende dient een groenstrook van minimaal 10m breed te worden aangehouden langs de Kaaistraat omdat deze ook in het vigerende bestemmingsplan is opgenomen. Evenals de huidige aanwezige groenstrook haaks op de Kaaistraat; Een aantal bewoners geeft aan dat zij meerdere malen hebben gevraagd om een ontsluiting naar hun woning langs de Kaaistraat; hierop reageerde de gemeente steeds negatief. Met de plannen van Ruimte voor Ruimte mogen er opeens wel meerdere ontsluitingen gemaakt worden langs de Kaaistraat; Op de tekeningen staat niet het huidige fietspad ingetekend; Er zijn enkele bewoners die zich afvragen of en waar de beloofde stoep naar het gemeentehuis gerealiseerd wordt; Een aanwezige, die ook lid is van de natuurwerkgroep, geeft aan zich zorgen te maken over de oversteek van de eekhoorns via de eekhoornbruggetjes. Blijft de bestaande bosrand dusdanig intact dat de eekhoorns hun veilige oversteek behouden? Een klein punt is; het onkruid wat overwaait vanaf de Kaaistraat. Deze zouden de omwonenden graag regelmatig gemaaid zien worden, zodat zij minder overlast hebben.
Ruimte voor ruimte zal hier op letten en zorgen voor regelmatig maaien tot de werkzaamheden beginnen; De laatste opmerkingen zijn vooral bouwtechnisch zaken, zoals hoe hoog de bouw mag worden en wanneer de bouw van de Kaaistraat zal beginnen. Ruimte voor Ruimte heeft afgesproken om bij het definitieve ontwerp van de verkaveling nogmaals contact op te nemen met de aanwezige en de plannen in verder detail door te spreken.
Na de omgevingsdialoog en meerdere overleggen met de gemeente Rucphen is het verkavelingsplan op diverse punten aangepast, grotendeels ook conform de wensen van de omwonenden. Zo is het aantal kavels in het plan verminderd naar 17 stuks en is het plan ook beter ingepast in de omliggende fiets- en wandelstructuur. Het aangepaste plan is eind februari toegezonden aan de direct aanwonenden. Naar aanleiding van het aangepaste plan zijn in een overleg met twee omwonenden op 4 maart 2021 nog enkele aandachtspunten meegegeven voor de nadere uitwerking van het verkavelingsplan en de civieltechnische uitwerking, alsmede voor het ontwerp bestemmingsplan. Het betreft: a.
De wens is om langs de Kaaistraat een groene strook te maken tussen de nieuwe Ruimte voor ruimte kavels en de Kaaistraat. Door Ruimte voor ruimte is aangegeven dat door de openheid van het nieuwe plan, de aansluiting van dit plan op (de stedenbouwkundige structuur van) de kern St. Willebrord en het feit dat drie kavels zijn georiënteerd op de Kaaistraat de gewenste groenstrook niet hier zal worden gerealiseerd. De op dit moment aanwezige bomen en struiken zullen derhalve
60
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.
b.
c.
grotendeels verdwijnen. Wel zal uiteraard conform de beleidsregels/De Groene Kaart en in samenspraak met o.a. de gemeente en de natuurwerkgroep voldoende (bos)compensatie worden gerealiseerd, zoveel als mogelijk in het plan of in de directe nabijheid van het plan. Zie voor een beschouwing van het beleid omtrent De Groene Kaart paragraaf 3.4.5; Het verzoek van de bewoners is om indien nodig de huidige eekhoornbrug te verplaatsen en desnoods hiervoor een voorziening te maken als verplaatsing naar een andere boom niet mogelijk blijkt te zijn. Tevens is aandacht gevraagd voor de route voor eekhoorns vanaf de huidige groenstrook naar de waterberging aan de zuidkant van het plan waar de eekhoorns regelmatig drinken als er water in staat (via nieuwe laanbomen langs de Kaaistraat of via de bestaande groenstructuur aan de westzijde). In het stedenbouwkundig plan in Bijlage 1 zijn extra laanbomen opgenomen aan de westzijde van de Kaaistraat. Door Ruimte voor ruimte is aangegeven dat dit bij de nadere uitwerking van het civieltechnische plan zal worden meegenomen; Het verzoek van bewoners om voor iedere woning conform het gemeentelijk beleid 75m2 openbaar groen te realiseren en de verantwoording hiervan in de toelichting van het bestemmingsplan op te nemen. Deze afweging is gemaakt in paragraaf 3.4.4 van de toelichting van dit voorontwerp bestemmingsplan.
7.2 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Daarnaast heeft de gemeente de mogelijkheid om een voorontwerp van het bestemmingsplan ter inzage te leggen voor een inspraakperiode van zes weken. Dit inspraakmoment maakt geen onderdeel uit van de ‘formele’ procedure uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
Het bestemmingsplan is aangeboden aan de vooroverlegpartners. De Brandweer, provincie en het waterschap hebben gereageerd op de plannen.
De Brandweer geeft advies voor een goede bereikbaarheid bij calamiteiten en bluswatervoorzieningen. Dit advies is overgenomen in de paragraaf externe veiligheid van de toelichting.
De provincie schrijft in de vooroverlegreactie dat alleen voor de 7 reguliere woningen landschappelijke inpassing benodigd is. Bij de toetsing aan artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is toegelicht hoe het plan voor 17 woningen wordt ingepast, waarvan 7 reguliere woningen en 10 ruimte-voor-ruimte woningen. Mede in het kader van de landschappelijke visie voor de binnentuin, is gekozen voor een inpassing van het geheel (zie Bijlage 2). Dit plan voor 17 woningen wordt als één geheel ontwikkeld, dus vraagt deze ook om één inpassingsplan. In navolging van het advies van de provincie, is artikel 4.1.1, lid c van de planregels geschrapt (de mogelijkheid om wegen, paden en verhardingen te realiseren).
Aangezien de belangrijkste uitgangspunten voor het waterschap naar wens zijn opgenomen in het bestemmingsplan geeft het waterschap een positief wateradvies.
7.3 Tervisielegging Burgemeester en wethouders hebben, ter voldoening van het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) juncto afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), met een publicatie in de Staatscourant en de Rucphense Bode van 4 augustus 2021 en op de gemeentelijke website kennisgegeven van de aanstaande terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan ‘Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.’. Het ontwerpbestemmingsplan heeft aansluitend vanaf 5 augustus
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.
61
gedurende een termijn van zes weken (t/m 15 september 2021) ter inzage gelegen in het gemeentehuis en was daarnaast digitaal raadpleegbaar via de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Belanghebbende (overheids)instanties zijn voorts separaat op de hoogte gebracht van de terinzagelegging.
De ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan heeft tot 2 schriftelijke zienswijzen geleid. De zienswijzen zijn daarnaast mondeling toegelicht. Er is geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een mondelinge zienswijzen te geven. De zienswijzen worden in de 'Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen' samengevat en puntsgewijs beantwoord. Deze nota is opgenomen als Bijlage 14. Het plan is aangepast op de volgende punten: Het groen in het zuiden van het plangebied wordt bestemd als ‘Groen’ zonder specifieke aanduiding om zodoende kenbaar te maken dat dit geen onderdeel uitmaakt van de landschappelijke inpassing; De regels behorend bij de bestemming ‘Groen-Landschapselement’ zijn aangepast, zodat ter plaatse geen wegen, paden en verhardingen zijn toegestaan; Een verwijzing in artikel 4 naar het landschappelijk inpassingsplan is toegevoegd; De waterberging wordt meegenomen op de verbeelding; Een aanvullend ecologisch onderzoek en second opinion wordt als bijlage toegevoegd.
62
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.