CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.0840.2584K0033-DEF1 Bijlagen bij de toelichting Bijlage 9 Aanvullend ecologisch onderzoek 1

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 16 februari 2022, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong'2.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AANVULLENDE ECOLOGISCHE ONDERZOEKEN KAAISTRAAT 1 TE ST. WILLEBRORD

Rapportage zoeken

aanvullende

ecologische

onder-

Kaaistraat 1 te St. Willebrord Opdrachtgever

Prince Projecten Sportweg 12 5037 AC Tilburg

Contactpersoon

Dhr. T. Elsman (Compositie 5 stedenbouw)

Rapportnummer

5377.005

Versienummer

D1

Status

Eindrapportage

Datum

12 november 2018

Vestiging

Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 0485 - 581818 boxmeer@econsultancy.nl

Opsteller

N. Janssen, MSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole

ing. R.J. Stoffer

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek. Het onderzoek betreft echter een momentopname en geeft een inschatting van de aanwezigheid van beschermde soorten op de onderzoekslocatie. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is nooit met zekerheid uit te sluiten. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 2 2.1 2.2

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................... 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie ................................................................ 3

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK ............................................................................ 4

4

ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 5 4.1 4.2 4.3

5

ONDERZOEKSRESULTATEN ................................................................................................... 7 5.1 5.2

6

Broedvogels ...................................................................................................................... 7 Vleermuizen ...................................................................................................................... 7

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING ............................................................................. 9 6.1 6.2

7

Huismus ............................................................................................................................ 5 Gierzwaluw ....................................................................................................................... 5 Vleermuizen ...................................................................................................................... 5

Broedvogels ...................................................................................................................... 9 Vleermuizen ...................................................................................................................... 9

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ..................................................................................... 10

5377.005

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Prince Projecten opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek aan de Kaaistraat 1 te St. Willebrord. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en naar aanleiding van de resultaten van de quickscan flora en fauna die Econsultancy in mei 2018 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 5377.003 d.d. 4 juli 2018). Uit de quickscan bleek dat, om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Wet natuurbescherming ten aanzien van vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen meer informatie benodigd was. Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.

Rapport 5377.005 versie D1

Pagina 1 van 10

2 2.1

GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving

De onderzoekslocatie (± 1,75 ha) ligt aan de Kaaistraat 1, circa 1 kilometer ten zuidwesten van de kern van St. Willebrord. In figuur 1 is de topografische ligging van de onderzoekslocatie weergegeven. Volgens de topografische kaart van Nederland, kaartblad 49 F (schaal 1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 99.062, Y = 395.013.

Figuur 1. Topografische ligging van de onderzoekslocatie.

De onderzoekslocatie is bebouwd met een leegstaand woonhuis. Er is geen verdere bebouwing aanwezig. Op enkele meters van het huis, op de zuidoostzijde van de locatie, is een poel aanwezig die geen verbinding heeft met omliggende sloten. Het perceel is omringd door sloten, waarvan grote delen droog liggen. Aan de noordzijde en gedeeltelijk de noordoost- en noordwestzijde van de onderzoekslocatie is een bomenopstand aanwezig bestaande uit onder andere fijnspar, zomereiken, kersen en ruwe berken. De bomen zijn geschat op een leeftijd tussen de 25 en 50 jaar oud. In figuur 2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. De figuren 3 t/m 8 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek.

Rapport 5377.005 versie D1

Pagina 2 van 10

Figuur 2. Luchtfoto onderzoekslocatie en directe omgeving.

Figuur 3. Bebouwing op de locatie.

Figuur 4. Locatie grenzend aan Kaaistraat met bomenrij noordzijde.

Figuur 5. De onderzoekslocatie wordt omsloten door watergangen.

Figuur 6. De onderzoekslocatie bestaat voornamelijk uit verruigd grasland.

Figuur 7. Richting de bosschage is meer struweel aanwezig.

Figuur 8. Bomenrand noordzijde.

2.2

Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie

De initiatiefnemer is voornemens aan de westelijke rand van de kern van Sint Willebrord bouwkavels te ontwikkelen ten behoeve van Ruimte-voor-Ruimte en reguliere woningbouw. Op de planlocatie rust de bestemming “Maatschappelijk” en de bestemming “Bos”. Een deel van het plangebied heeft de dubbelbestemming “Waterstaat – Waterbergingsgebied. Ten behoeve van de voorgenomen plannen dient het aanwezige woonhuis gesloopt te worden, wordt de aanwezige bomenopstand verwijderd en dienen aanwezige waterlichamen mogelijk gedempt te worden.

Rapport 5377.005 versie D1

Pagina 3 van 10

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK

Op basis van de quickscan blijkt dat er voor de voorgenomen plannen (sloop en bouw van nieuwe woningen), middels aanvullend veldonderzoek, meer duidelijkheid dient te worden verkregen over de aanwezigheid van vaste rust- en/of verblijfplaatsen van huismus en gierzwaluw alsmede vleermuizen in de aanwezige bebouwing. Daarnaast dient middels aanvullend veldonderzoek meer duidelijkheid te worden verkregen ten aanzien van steenmarter, kleine marterachtigen, eekhoorn, buizerd, boomvalk, havik, sperwer, ransuil en streng beschermde amfibieën. Deze soorten vallen echter buiten de scope van dit aanvullend onderzoek en de resultaten van de veldbezoeken van deze soorten zullen in een separaat rapport beschreven worden. Ten aanzien van algemene broedvogels kunnen overtredingen worden voorkomen door rekening te houden met het broedseizoen.

Rapport 5377.005 versie D1

Pagina 4 van 10

4

ONDERZOEKSMETHODIEK

4.1 Huismus Voor het onderzoek naar huismus zijn in de periode 15 mei tot 20 juni vier veldbezoeken uitgevoerd, gedurende de ochtend. De onderzoeksopzet is conform hetgeen is voorgeschreven in het kennisdocument voor de huismus (BIJ12, versie juli 2017). Tijdens de veldbezoeken is gezocht naar roepende huismussen. Mannetjes huismussen roepen met name in het voorjaar (’s ochtends) vaak vanaf de dakranden/goten waar hun nesten zich bevinden. Bij het aantreffen van roepende mannetjes mag worden aangenomen dat zich onder het betreffende dak één of meerdere nesten bevinden. Tevens is gedurende de rondes in de ochtend gelet op huismussen die (met nestmateriaal) onder dakpannen of andere nestlocaties verdwijnen. Tijdens de veldbezoeken voor huismus waren de weersomstandigheden gunstig. Het was zonnig, windstil en minsten 16 ºC. 4.2 Gierzwaluw Voor het onderzoek naar gierzwaluw zijn in de periode 1 juni tot 15 juli drie veldbezoeken uitgevoerd met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen. De onderzoeksinspanning is conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument voor de gierzwaluw (BIJ12 versie 1.0, juli 2017). De veldbezoeken vonden plaats gedurende de avondschemering, tussen 21.00 uur en 22.30. In de betreffende periode scheren groepen gierzwaluwen langs gevels van panden waarin zich nesten bevinden.

De vrouwtjes die zich op het nest bevinden beantwoorden vervolgens het “gieren” van langs vliegende groepen soortgenoten. Bovendien zijn tijdens de avondschemering vaak invliegende vogels waar te nemen. Het gierzwaluwonderzoek werd grotendeels gecombineerd uitgevoerd met het vleermuizenonderzoek. Tijdens geen van de veldbezoeken was de temperatuur lager dan 12 ºC. De windsnelheid lag beneden de 5 Bft. en er was geen sprake van neerslag. 4.3 Vleermuizen Voor het onderzoek naar vleermuizen zijn in de periode half mei tot oktober in totaal vijf veldbezoeken uitgevoerd. De veldbezoeken zijn in de avonduren en/of ochtenduren uitgevoerd. De inventarisatiemethode is conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie maart 2017), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging. De onderzoeksinspanning is gebaseerd op de functies zomerverblijfplaats, kraamverblijfplaats en paarverblijf/baltsplaats voor de soorten gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. Doordat vleermuizen iedere (verblijfs)functies slechts een beperkte periode van het jaar gebruiken was onderzoek naar alle op de onderzoekslocatie mogelijke functie noodzakelijk.

Iedere (verblijfs)functie afzonderlijk geniet een jaarronde bescherming. Het totale aantal voorgestelde veldbezoeken werd vastgesteld op basis van de grootte van de onderzoekslocatie, uitgaande van één waarnemer per veldronde. Met vijf bezoeken omtrent deze soortgroep is voldoende zekerheid verkregen over de functie van de onderzoekslocatie. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van professionele batdetectors met opnamemogelijkheid (Pettersson M500). Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ultrasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn. Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden.

Rapport 5377.005 versie D1

Pagina 5 van 10

Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van vleermuizen gunstig. Tijdens geen van de veldbezoeken was de temperatuur lager dan 11 ºC. De windsnelheid lag beneden de 5 Bft. en er was geen sprake van neerslag. Overzicht veldbezoeken Het onderzoek zal bestaan uit diverse veldbezoeken. Onderstaande tabel bevat een globale planning van de uit te voeren veldbezoeken. Tabel I.

Onderzoeksinspanning per soortgroep januari 2018

vleermuizen

functie

gierzwaluw

maart 2018

april 2018

mei 2018

tijdstip

datum

huismus

februari 2018

juni 2018

augustus 2018

september 2018

1 x ochtend 2 x avond

2 x avond

1 juni, 5 juni, 5 juli

22 augustus en 13 september

zomerverblijf & kraamverblijf

tijdstip

4x overdag

datum

20 mei, 30 mei, 10 juni en 20 juni

functie

territorium

tijdstip

3 x avond

datum

5 juni, 21 juni en 5 juli

functie

Nestlocaties

Rapport 5377.005 versie D1

juli 2018

oktober 2018

paar/baltsverblijf

Pagina 6 van 10

5 5.1

ONDERZOEKSRESULTATEN Broedvogels

Huismus Huismussen nestelen meestal in ruimtes onder dakpannen, die zij via de dakgoot kunnen bereiken. Tijdens het gehele onderzoek zijn er geen huismussen op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving waargenomen, ondanks het geschikte habitat voor huismus op de onderzoekslocatie door de aanwezigheid van een dakpannen dak en geschikte openingen met ruimtes. Op basis van de huidige onderzoeksinspanning kan worden uitgesloten dat de te slopen bebouwing een vaste rust- en verblijfplaats vormt voor huismus. Gierzwaluw Gierzwaluwen nestelen meestal in ruimtes onder dakpannen en openingen onder boeidelen. Gierzwaluwen vliegen gegroepeerd met hoge snelheden tussen de gebouwen door en vliegen daarbij plotseling ergens binnen. Tijdens de betreffende avondrondes zijn er enkele gierzwaluwen hoog boven de onderzoekslocatie waargenomen. Op de onderzoekslocatie zijn gedurende de veldbezoeken die plaatsvonden tijdens het broedseizoen geen in- of uitvliegende gierzwaluwen waargenomen. Op basis van de huidige onderzoeksinspanning kan worden uitgesloten dat de te slopen bebouwing een vaste rust- en verblijfplaats vormt voor de gierzwaluw. Holenduif Tijdens de veldbezoeken naar huismus is een aantal keren een paartje holenduiven waargenomen dat waarschijnlijk een nest heeft in de schoorsteen.

Overtreding van de Wet natuurbescherming kan voor deze soort voorkomen worden door de werkzaamheden met betrekking tot de schoorsteen uit te voeren buiten het broedseizoen (indien het paartje holenduiven volgend broedseizoen weer op deze locatie tot broeden zou komen). 5.2

Vleermuizen

Verblijfplaatsen binnen de onderzoekslocatie Er zijn tijdens geen van de veldbezoeken invliegende, uitvliegende, zwermende of gevel grijpende vleermuizen waargenomen binnen de onderzoekslocatie. Wel zijn er tijdens de laatste paarronde twee baltsende mannetjes gehoord (sociale geluiden), maar deze hadden geen binding met de onderzoekslocatie. Deze mannetjes hebben hun verblijfplaats vermoedelijk ergens in de omgeving, maar niet op de onderzoekslocatie zelf. Op basis van de huidige onderzoeksinspanning kan met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de te slopen bebouwing geen functie heeft als vaste rusten verblijfplaats voor vleermuizen. Verstoring van vleermuizen is op de projectlocatie dan ook niet aan de orde. Verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie Tijdens de veldbezoeken zijn geen invliegende, uitvliegende, zwermende of gevel grijpende vleermuizen waargenomen in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Wel zijn baltsende vleermuizen in de directe omgeving waargenomen. Het is echter door de afstand van de onderzoekslocatie tot andere bebouwing uit te sluiten dat aanwezige verblijfplaatsen in de omgeving verstoring zullen ondervinden van de voorgenomen ingreep.

Foeragerende / passerende vleermuizen Tijdens alle veldbezoeken zijn er binnen de onderzoekslocatie enkele (1 tot 2) foeragerende gewone dwergvleermuizen gezien en tijdens de voorjaarsrondes zijn daarnaast enkele (1 tot 2) foeragerende laatvliegers waargenomen. De gewone dwergvleermuizen foerageerden boven de poel en langs de

Rapport 5377.005 versie D1

Pagina 7 van 10

Kaaistraat. De laatvliegers foerageerden midden op het plangebied. Ondanks dat een deel van het aanwezige foerageergebied zal verdwijnen is er geen sprake van aantasting van essentieel foerageergebied. Dit omdat in de omgeving meer geschikt foerageergebied voor vleermuizen voorhanden is. Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. De bomenrij ten oosten van de onderzoekslocatie, aan de Kaaistraat, heeft naast een functie voor foeragerende vleermuizen ook een functie als vliegroute. Overtreding ten aanzien van deze vliegroutes is te voorkomen door de verlichting op deze bomenrij niet te laten toenemen. Dit kan bewerkstelligd worden door straatverlichting naar beneden te richten en geen verlichting op de bomenrij te richten/uitstraling van licht op deze bomenrij te voorkomen.

Rapport 5377.005 versie D1

Pagina 8 van 10

6 6.1

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING Broedvogels

Huismus De huismus is beschermd op grond van de Europese vogelrichtlijn. Voor in de omgeving van St. Willebrord voorkomende huismussen geldt dat de onderzoekslocatie geen functie heeft als broedplaats voor deze soort. Bij de voorgenomen ingreep vindt dan ook geen verstoring plaats van de huismus waardoor overtreding van de Wet natuurbescherming niet aan de orde is. Gierzwaluw De gierzwaluw is beschermd op grond van de Europese vogelrichtlijn. Voor in de omgeving van St. Willebrord voorkomende gierzwaluwen geldt dat de onderzoekslocatie geen functie heeft als broedplaats voor deze soort. Bij de voorgenomen ingreep vindt dan ook geen verstoring plaats van de gierzwaluw waardoor overtreding van de Wet natuurbescherming niet aan de orde is. Holenduif Het nest van de holenduif is alleen beschermd op het moment dat het in gebruik is. Hierdoor kan verstoring van deze soort worden voorkomen door de werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen. In dat geval is overtreding van de Wet natuurbescherming niet aan de orde. Indien tijdens de werkzaamheden broedende holenduiven aangetroffen worden, wordt aangeraden de werkzaamheden stil te leggen totdat de jongen uitgevlogen zijn. 6.2

Vleermuizen

Beschermingsregime Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten genieten binnen de Wet Natuurbescherming een strikte bescherming. Alle vleermuissoorten staan vermeld in bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: "het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort". Dit houdt in dat niet alleen de zomer- en winterverblijfplaatsen maar ook de verbindingen hiertussen (vliegroutes) en de foerageergebieden bescherming genieten. Functie van de onderzoekslocatie voor vleermuizen Op basis van de gemaakte onderzoeksinspanning is redelijkerwijs uit te sluiten dat de onderzoekslocatie als vaste ruste- en verblijfplaats dient voor gebouwbewonende vleermuizen. De bomenrij ten oosten van de projectlocatie wordt gebruikt als foerageergebied en vliegroute. Het is daarom belangrijk dat de verlichting op deze bomenrij niet toeneemt. Verhoogde verlichting op deze bomenrij kan voorkomen worden door straatverlichting naar beneden te richten en geen verlichting op de bomenrij te richten/uitstraling van licht op deze bomenrij te voorkomen.

Rapport 5377.005 versie D1

Pagina 9 van 10

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Econsultancy heeft in opdracht van Prince Projecten een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de Kaaistraat 1 te St. Willebrord. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en ontwikkeling van woningen, naar aanleiding van de resultaten van de quickscan flora en fauna die Econsultancy in mei 2018 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 5377.003 d.d. 4 juli 2018). Voorgenomen ingreep De initiatiefnemer is voornemens aan de westelijke rand van de kern Sint Willebrord bouwkavels te ontwikkelen ten behoeve van Ruimte-voor-Ruimte en reguliere woningbouw. Ten behoeve van de voorgenomen plannen dient het aanwezige woonhuis gesloopt te worden, wordt de aanwezige bomenopstand verwijderd en dienen aanwezige waterlichamen mogelijk gedempt te worden. Functie onderzoekslocatie voor huismus en gierzwaluw De onderzoekslocatie zelf heeft geen functie voor de streng beschermde huismus of gierzwaluw. Huismussen zijn helemaal niet waargenomen in de buurt van de onderzoekslocatie. Gierzwaluwen zijn alleen overvliegend waargenomen. Functie onderzoekslocatie voor vleermuizen Op de onderzoekslocatie zelf zijn geen vaste rust- en/of verblijfplaatsen van streng beschermde vleermuizen aangetroffen. Tevens zijn er in de buurt van de onderzoekslocatie geen verblijfplaatsen aangetroffen.

Wel is de bomenrij ten oosten van de onderzoekslocatie in gebruik als vliegroute, waardoor rekening gehouden dient te worden met verlichting. Dit kan bewerkstelligd worden door straatverlichting naar beneden te richten en geen verlichting op de bomenrij te richten/uitstraling van licht op deze bomenrij te voorkomen. Verder zijn er foeragerende dieren waargenomen, de voorgenomen ingreep heeft echter geen effect op essentieel foerageergebied van vleermuizen. Conclusie Vervolgstappen ten aanzien van gierzwaluwen en huismussen zijn niet aan de orde. Vervolgstappen ten aanzien van streng beschermde vleermuizen zijn niet aan de orde mits de bomenrij ten oosten van de projectlocatie niet in verlichting toeneemt. Verder dient rekening gehouden te worden met een paartje holenduiven dat in de schoorsteen broedt. Het nest van deze soort mag alleen verwijderd worden wanneer dit niet in gebruik is.

Econsultancy Boxmeer, 12 november 2018

Rapport 5377.005 versie D1

Pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11159628/1