8 Werkplein Kaderbrief 2025
Tekst van het document
Gemeente Rucphen T.a.v. de gemeenteraad Postbus 9 4715 ZG Rucphen
Locatie Etten-Leur Roosendaalseweg 4 4875 AA Etten-Leur Postbus 59 4870 AB Etten-Leur
Klantnummer
Locatie Etten-Leur
Onderwerp
Werkproces
Telefoonnr.06-11870576
Zaaknummer
Contactpersoon Arjan Dekker
Bijlagen Kaderbrief 2025
Verzenddatum
Kaderbrief 2025
30-01-2024
Geacht heer/mevrouw, Hierbij bieden wij u de Kaderbrief 2025 van het Werkplein Hart van West-Brabant aan. Procedure In het kader van de Wet gemeenschappelijke regelingen zendt het dagelijks bestuur van het gemeenschappelijk orgaan vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en eind april de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten. Ingevolge de regionale nota verbonden partijen is bepaald dat de kaderbrief voor 1 februari aan de gemeente moet worden aangeboden. Inhoudelijk In de Kaderbrief 2025 zijn de uitgangspunten opgenomen die de gemeenteraden aan het Werkplein voor 2025 hebben aangegeven. Een aantal uitgangspunten zijn al specifieker in deze kaderbrief uitgewerkt. Voor eventuele vragen of nadere toelichting kunt u contact opnemen met dhr. Dekker, teamhoofd Kwaliteit. Hij is telefonisch bereikbaar op 06-11870576 of via email arjan.dekker@werkpleinhartvanwest-brabant.nl. Hoogachtend4 Het Dagelijks Bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant namens deze,
De heer J.M. Dekker Teamhoofd Kwaliteit
1
Inhoudsopgave 1. Inleiding.......................................................................................................................................................... 3 1.1 Landelijke context .................................................................................................................................... 3 1.2 Het nieuwe Werkplein .............................................................................................................................. 3 1.3 Bestuurlijke opdracht ............................................................................................................................... 4 2. Financiële uitgangspunten begroting ............................................................................................................. 5 2.1 Financieel begrotingsuitgangspunt 1 – aanlevering begroting ................................................................ 5 2.2 Financieel begrotingsuitgangspunt 4 – Gemeentelijke bijdrage stijgt maximaal met cao-indexering en afspraken ......................................................................................................................................................
5 2.3 Financieel begrotingsuitgangspunt 5 - Opvangen effecten prijs- en loonstijgingen hoger dan de in de begroting 2025 opgenomen percentages ..................................................................................................... 5 3. Beleidsmatige en specifieke uitgangspunten begroting ................................................................................ 6 3.1 Inkomen ................................................................................................................................................... 6 3.2 Werk en Participatie................................................................................................................................. 6 3.3 Ketensamenwerking ................................................................................................................................ 7 3.4 Beschut werk ........................................................................................................................................... 8 3.5 Wet Inburgering ....................................................................................................................................... 9 Bijlage 1 Financiële richtlijnen begroting 2025 ............................................................................................
11 Bijlage 2 Beleidsmatige richtlijnen begroting 2025 ...................................................................................... 13
2
1. Inleiding Het Werkplein dient voor 15 april conform de regels de begroting voor het komende jaar in. Bij de begrotingsbehandeling hebben de gemeenteraden de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Het Werkplein stelt voor 1 februari a.s. de algemene financiële en beleidsmatige kaders op in deze kaderbrief als voorbereiding op de begroting voor het jaar 2025. De zienswijzen van het voorgaande jaar zijn hierin verwerkt. In het kader van de regionale nota verbonden partijen wordt vooruitlopend op de begroting de kaderbrief vóór 1 februari aan de deelnemende gemeenten toegezonden. In deze kaderbrief geven wij de koers aan naar mensgerichte organisatie die wij in 2024 en verdere jaren samen met onze partners in het sociaal domein willen zijn. Daarnaast geven wij de algemene begrotingsuitgangspunten en kaders aan die in de begroting voor 2025 verwerkt worden.
1.1 Landelijke context Bij het opstellen van deze kaderbrief zijn net de landelijke verkiezingen achter de rug. De eerste verkennende gesprekken om een nieuw kabinet te vormen zijn gestart. Het is afwachten welke effecten dit gaat hebben op de landelijke richting in de sociale zekerheid. Vooralsnog gaan we er vanuit dat de ingezette koers met oog op de voorbereidingen van de Participatiewet in Balans onveranderd door zullen gaan. Dit betekent dat, ook bij de landelijke overheid, de menselijke maat, vertrouwen en eenvoud voorop staan. Deze uitgangspunten heeft het Werkplein bij de doorontwikkeling van de organisatie eerder al omarmd. Deze kaders staan ook de komende jaren centraal bij het Werkplein. In tegenstelling tot de veranderende uitvoeringspraktijk blijft de financieringssystematiek daarbij achter. De huidige financieringssystematiek stimuleert de neiging om vooral mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt te ondersteunen richting de arbeidsmarkt. Deze aanpak past echter niet meer bij de praktijk, waarbij we zien dat inwoners steeds vaker op meerdere levensdomeinen problemen ondervinden en daardoor een steeds grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Anders gezegd: in het bestand zitten nog heel weinig inwoners met een korte afstand tot de arbeidsmarkt.
De inwoners hebben veelal bredere en meer integrale ondersteuning nodig om weer te kunnen meedoen in de samenleving. De weg naar (betaald) werk is voor deze groep vaak lang of soms is werk in het geheel niet haalbaar. Politiek Den Haag onderkent inmiddels dat de huidige wetgeving en de daaraan gekoppelde financiering niet langer passend is. Met het wetsvoorstel ‘Participatiewet in Balans’ wil de Rijksoverheid hiervoor de benodigde wetswijzigingen doorvoeren. Daarbij wordt ook bezien of en hoe de Buigsystematiek aangepast kan worden.
1.2 Het nieuwe Werkplein 2023 heeft in het teken gestaan van de praktische doorontwikkeling van het Werkplein. Dit is een voortdurend proces. Ook in 2024 is er volop aandacht voor het werken vanuit de gebieden. We werken daadwerkelijk vanuit de werkgebieden, we zoeken actief de samenwerking in het sociaal domein op en het belangrijkste, in ons denken en doen staat de inwoner centraal. Samenwerking in het sociaal domein is voor onze professionals een vanzelfsprekendheid en we schakelen waar nodig de benodigde expertise in.
3
We zullen dan ook laten zien wat de resultaten zijn van deze nieuwe manier van werken. Dat doen we in samenwerking met alle Werkpleiners, onze gemeente collega’s, bestuurders en met u als gemeenteraad. Uiteraard gaan we ook het komend jaar graag met u in gesprek over onze dienstverlening en over de koers die wij volgen. Niet alleen over de begrotingsuitgangspunten voor 2025 maar vooral over de ontwikkeling van onze inwoners, de samenwerking in het sociaal domein en de dienstverlening daar waar dat voor de inwoner uitkomt.
1.3 Bestuurlijke opdracht De D6 gemeenten en het Werkplein zijn overeengekomen om in de periode 2021 tot en met 2024 de volgende strategische doelstellingen te behalen: 1. Meer inwoners zijn zelfredzaam; 2. Meer inwoners krijgen passende ondersteuning; 3. Minder inwoners leven in armoede; 4. We werken meer samen in het sociaal domein; 5. Werkgevers benutten beter de talenten en kwaliteiten van inwoners. Vanaf de zomer 2024 gaan we aan de slag met de strategische doelstellingen voor 2025. Gemeenten en Werkplein bepalen gezamenlijk of er aanpassing van de doelstellingen nodig is. De eventuele gevolgen van de nieuwe doelstellingen en daarbij behorende activiteiten worden in de begroting van 2025 verwerkt. Door de deelnemende gemeenteraden zijn zowel financiële als algemene richtlijnen verstrekt voor de begroting 2025. Deze richtlijnen worden in principe opgenomen in de begroting voor 2025. In bijlage 1 en 2 kunt u per begrotingsuitgangspunt zien of dit het geval is. Mocht het begrotingsuitgangspunt niet één op één worden overgenomen dan wordt dat in hoofdstuk 2 en 3 nader toegelicht. Voorstel: 1.
De kaderbrief 2025 vaststellen.
2.
De in de kaderbrief 2025 opgenomen uitgangspunten in de conceptbegroting voor 2025 te verwerken.
3.
De kaderbrief 2025 aan de gemeenteraden aanbieden.
Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant d.d. 29-01-2024.
M. Does
R. van Ginderen
Secretaris
Voorzitter
4
2. Financiële uitgangspunten begroting Bij het opstellen van de begroting 2025 en het meerjarenperspectief worden de begrotingsuitgangspunten gehanteerd die de gemeenteraden conform de nota verbonden partijen aan ons hebben aangeboden. In bijlage 1 en 2 kunt u zien welke van de financiële en beleidsmatige begrotingsuitgangspunten één op één worden overgenomen en welke onder voorbehoud of niet. In hoofdstuk 2 en 3 wordt toegelicht indien een financieel of beleidsmatig begrotingsuitgangspunt niet één op één wordt overgenomen. Tevens worden sommige uitgangspunten al concreter ingevuld. 2.1 Financieel begrotingsuitgangspunt 1 aanlevering begroting Gevraagd wordt de begroting uiterlijk 15 april 2024, maar bij voorkeur vóór 1 april 2024 aan te leveren. Het algemeen bestuur is gepland op 8 april 2024. Op dezelfde dag als het algemeen bestuur van de WVS. Dit in het kader van de ketensamenwerking. Voor 15 april wordt de begroting aangeleverd.
2.2 Financieel begrotingsuitgangspunt 4 - Gemeentelijke bijdrage stijgt maximaal met CAO-indexering en afspraken In de begrotingsrichtlijnen geven gemeenten aan dat de bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt met maximaal de geldende CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor de kosten van bedrijfsvoering gelden deze uitgangspunten. Een uitzondering hierop kunnen zijn financiële gevolgen als gevolg van beleidswijzigingen of vastgestelde intensivering van beleid. Voor Inkomen, Inkomensondersteuning en Inburgering zijn de uitgaven afhankelijk van het gebruik. Qua uitgaven Buig zijn al onze inspanningen erop gericht om inwoners zodanig te ontwikkelen dat zij geheel of gedeeltelijk uitkeringsonafhankelijk worden. 2.3 Financieel begrotingsuitgangspunt 5 – Opvangen effecten prijs- en loonstijgingen hoger dan de in de begroting 2025 opgenomen percentages. Gevraagd wordt een beperkte algemene reserve aan te houden om afwijkingen in gehanteerde percentages voor lonen en kosten van bedrijfsvoering te kunnen opvangen. In de begroting 2025 houden we rekening met de door het Rijk ingeschatte loon- en prijsstijging in dat jaar (bron septembercirculaire 2023). Een reserve aanhouden heeft geen toegevoegde waarde.
Ons uitgangspunt is maximaal eenmaal per jaar een begrotingswijziging aan te bieden (indien noodzakelijk) waarop de gemeenteraden een zienswijze kunnen indienen.
5
3. Beleidsmatige en specifieke uitgangspunten begroting Naast de algemene financiële begrotingsuitgangspunten zijn er ook zaken die specifieke aandacht behoeven of waarvan de uitwerking pas later in het jaar zal plaatsvinden. We nemen alle beleidsmatige uitgangspunten uiteraard over en zullen in de begroting aangeven hoe wij daar mee willen omgaan. Hierbij plaatsen wij wel de aantekening dat gemeenten en Werkplein jaarlijks gezamenlijk een werkprogramma voor het Werkplein opstellen. In de ketensamenwerking is dit in de vorm van een jaarlijks werkplan. In deze plannen nemen we de ambitie en activiteiten op. Dit omdat vaak de ontwikkelingen in het jaar voor de begroting meer inzicht geven in wat er in het jaar daarna nodig is. Naast de door u gegeven begrotingsuitgangspunten zijn de volgende zaken ook van belang. 3.1 Inkomen De productkosten bestaan uit de middelen die aan PW, IOAW, IOAZ, BBZ (via gebundelde uitkering Participatiewet) en Bijzondere bijstand/minimabeleid (gemeentelijk budget) worden besteed. Kosten van bijstand In de begroting voor 2025 wordt uitgegaan van de werkelijke uitgaven over 2023, gecorrigeerd met de verwachtingen qua ontwikkeling van het bestand in 2024 en 2025 conform de meest recente verwachting van het Centraal planbureau. Tevens wordt inzicht geboden in de verwachte ontwikkeling van de structurele loonkostensubsidies.
Er wordt rekening gehouden met de stijging van het minimumloon. Inkomensondersteuning Voor de kosten van bijzondere bijstand/minimabeleid zullen wij de ramingen voor 2025 baseren op de werkelijke uitgaven 2023 gecorrigeerd met de verwachtingen van het gestegen gebruik naar aanleiding van de inzet op het tegengaan van non-gebruik van de regelingen en het vormgeven van een regelingencheck in de toegang. Gemeenten hebben in december 2022 besloten om de inkomensnorm voor de verstrekking van de tegemoetkoming maatschappelijke participatie per 1 januari 2023 op te trekken naar 130% van de bijstandsnorm. Zo kunnen we een nog grotere groep inwoners die het nu vanwege de energiecrisis en hoge inflatie toch al zeer moeilijk hebben ook ondersteunen in deze kosten. Tevens gaan we als Werkplein begin 2024 met de Voorzieningenwijzer aan de slag. Een inschatting van de meerkosten hiervan zullen we in de begroting voor 2025 opnemen. 3.2 Werk en Participatie De rijksvergoeding voor het klassiek re-integratiebudget en voor nieuw Wajong en Nieuw begeleiding zijn inmiddels bijna geheel overgeheveld naar de algemene uitkering. Deze vergoeding wordt vanaf 2024 niet meer voor de begroting gehanteerd omdat deze niet meer uit de algemene uitkering herleidbaar is. De ramingen zullen wij baseren op de werkelijke uitgaven van 2024 en de middelen die nodig zijn om de inwoners
6
goed te kunnen laten ontwikkelen, begeleiden en participeren. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de inzet voor de ketensamenwerking met de WVS en de ISD Brabantse Wal. Bestandsbeheersing We zoeken continu naar een evenwichtige uitvoering van de Participatiewet. We hebben te maken met een doelgroep met een hele grote afstand tot de arbeidsmarkt en veelal complexe problemen. Dit vraagt om een aanpak waarbij veel ruimte voor ontwikkeling van de inwoners is en samenwerking met andere domeinen om problemen op het brede terrein van het sociaal domein aan te kunnen pakken. De afgelopen jaren is hier niet altijd ruimte voor geweest (denk hierbij aan de uitvoering van alle extra (corona)regelingen rondom inkomen, energietoeslagen en de organisatieontwikkeling bij het Werkplein). Hierdoor is de ontwikkeling van onze inwoners onder druk komen staan. Dit is van invloed op de bestandsontwikkeling van het Werkplein geweest. Om de ontwikkeling van inwoners een extra boost te geven lopen er in 2024-2025 een aantal extra projecten. Door de extra inzet hierop hopen we dat uiteindelijk zo’n 80 à 85 inwoners extra naar werk doorstromen. Dit doen we door: -
Project ‘Inhaalslag gecombineerde aanpak Werkpunt en Ontwikkeling’.
-
FIA aanpak oud-inburgeraars.
-
Het naar werk project.
3.3 Ketensamenwerking De intensieve samenwerking binnen de keten van ISD Brabantse Wal (ISD), Werkplein HvWB en WVS gaat onverminderd door. De doelstelling voor 2024 binnen de ketensamenwerking is dan ook 'Samen werken aan Participatie'. Meer dan 70% van de inwoners van onze doelgroep in West-Brabant is langer dan 2 jaar afhankelijk van een bijstandsuitkering. Het is onze opdracht om inwoners die ondersteuning te bieden die nodig is. We geloven dat door samenwerking met de bundeling van kennis en kunde, meer inwoners ontwikkeld kunnen worden naar werk of een andere vorm van participeren. Focuspunten 2024 Voor 2024 hebben we 3 focuspunten: 1. Blijvend aandacht voor doelgroep C ondanks economische voor -of tegenspoed. Inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt verdienen meer aandacht. De ontwikkeling van eigenwaarde en zelfredzaamheid zal op termijn leiden tot een hoger maatschappelijk rendement. Het project 'gecombineerde aanpak' (zoals voortgekomen uit de maatregelen bestandsbeheersing Werkplein) zal ook in gezamenlijkheid verder uitgewerkt worden. 2. Proeftuin gezamenlijke diagnose. In 2024 wordt de in 2023 ontwikkelde verdiepende diagnose op gebied van arbeidsmogelijkheden, -belemmeringen en benodigde ondersteuningsbehoefte toegepast in de keten. Dit is een verdiepende analyse die vraaggericht ingezet kan worden aanvullend op de intake diagnose bij Werkplein en ISD.
Ook kan een verdiepende analyse toegepast worden tijdens het ontwikkeltraject.
7
Deze ondersteuning kunnen we alleen bieden als we met elkaar (ISD, Werkplein en WVS) en in de volle breedte onze expertise inzetten en daarbij werken volgens de uitgangspunten:
De mens centraal (niet geld, processen en procedures)
Werken vanuit vertrouwen
Ieder zijn eigen oplossing (maatwerk)
Nabij (inwoners en bedrijven)
Samen met partners (sociaal domein, werkgevers, opleiders etc.)
Leren en ontwikkelen
Werken met data
In 2024 onderzoeken we hoe we gezamenlijk eenduidig invulling kunnen geven aan deze diagnose/analyse fase door Werkplein, ISD en WVS. En willen we beter inzicht krijgen waar de intakediagnose en de verdiepende diagnose elkaar versterken om beter maatwerk te kunnen leveren aan de inwoner. 3. Communicatie als onderdeel van onze samenwerking. Communicatie draagt bij aan het laten slagen van onze gezamenlijke opdracht. Net als in de afgelopen jaren zal ook in 2024 veel aandacht besteed worden aan communicatie met het bestuur, de samenwerkende organisaties en met de inwoners. Bovenstaande lijn zetten we door in 2025. In het laatste kwartaal van 2024 zullen we als ketenpartners, samen met de gemeenten, de focuspunten evalueren en bezien of bijstelling voor 2025 nodig is. Aantallen De ontwikkeling van onze inwoners staat voorop met als ontwikkeling naar werk als hoogste doel. In onze samenwerking streven we ernaar om 380 inwoners (255 HvWB en 125 ISD) te ondersteunen met een ontwikkeltraject. Een leerroute zoals groen, logistiek, schoonmaak, productie, catering of post kan daar onderdeel van uitmaken. Uitbreiding naar nieuwe werkgebieden wordt onderzocht. Net als in voorgaande jaren ligt ook nu het accent op de kwaliteit en minder op de kwantiteit.
3.4 Beschut werk Vanaf 1 januari 2017 hebben gemeenten de mogelijkheid om een bepaald aantal plaatsen beschut werken te realiseren zoals hen is opgelegd in de zogenaamde ‘taakstelling’ vanuit het Rijk. Hierbij is één plaatsing gelijk aan een arbeidsovereenkomst van 31 uur. Indien een kandidaat voor minder uur geplaatst wordt kan deze arbeidsplaats verder opgevuld worden. Door het Rijk is deze ‘taakstelling’ vertaald in aantallen voor 2024. Tot en met 2024 zijn 158 plekken gereserveerd waarvoor een bedrag ad € 1.699.606 aan begeleidingsvergoeding (voor de zes gemeenten gezamenlijk) in de begroting wordt opgenomen. De aantallen voor de jaren 20252028 zijn berekend op basis van de stijging die eerder per jaar heeft plaatsgevonden. Minister Schouten wil ervoor zorgen dat er meer van deze banen komen. Daarom zet zij concrete stappen richting verbetering. In een brief aan de Kamer (6-7-2023) kondigt de minister een investering van structureel € 64,7 miljoen aan voor beschut werk. Dit betekent dat gemeenten per 2024 een aanvullend bedrag van € 2.157 per beschutte werkplek ontvangen. Daarnaast presenteert de minister een uitgebreid
8
maatregelenpakket waarmee zij beschut werk op korte termijn verder wil stimuleren en heeft de minister met de Vereniging Nederlandse Gemeenten afgesproken dat gemeenten een extra inspanning leveren om de achterstanden die er zijn op de doelstelling van beschut werk in te lopen. Het Werkplein voldoet tot op heden aan de taakstelling. Voor 2024 en verder is deze verhoging van het tarief voor begeleiding toegepast.
Beschut werk Beschikbare
Etten-Leur
Halderberge
Moerdijk
Roosendaal
Rucphen
Zundert
Totaal
Begroting
2023
21
18
16
62
22
7
146
1.255.600
2024
23
20
17
67
24
7
158
1.699.606
2025
25
22
19
71
26
8
171
1.839.447
2026
26
24
20
75
28
9
182
1.957.774
2027
28
26
22
79
30
10
195
2.097.615
2028
29
28
23
83
32
11
206
2.215.942
plekken
De zes gemeenten hebben gezamenlijk besloten dat inwoners met een beschut werken indicatie geplaatst mogen worden los van de taakstelling. Ook als dit betekent dat de taakstelling wordt overschreden. Begin 2024 wordt door het Rijk de taakstelling weer opgehoogd voor 2024. In de loop van 2024 zal er dus naar verwachting weer boven de taakstelling geplaatst worden. De meerkosten voor de begeleidingsvergoeding worden dan uit het Participatiebudget betaald. Mocht het beschikbare budget niet meer toereikend zijn dan zullen we dit bespreken met de gemeenten. 3.5 Wet Inburgering Op 1 januari 2022 is de nieuwe Wet Inburgering in werking getreden. Dit betekent dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de inburgering. De uitvoering van deze wet is bij het Werkplein belegd. Het jaar 2023 stond nog in het teken van het maken van een kwaliteitsslag op inhoud. De financiële middelen voor inburgeringsvoorzieningen zijn gebaseerd op de rijksvergoeding (SPUK) en op de taakstelling vanuit het rijk voor te plaatsen inburgeraars. De rijksmiddelen voor de uitvoeringkosten zijn overgeheveld naar de algemene uitkering. De uitvoeringskosten inburgering zijn in 2024 overgeheveld naar de bedrijfsvoeringskosten van het Werkplein. De taakstelling huisvesting statushouders voor 2023-II is eind 2023 naar beneden bijgesteld en deze bijgestelde cijfers zijn in het overzicht verwerkt.
De bijstelling van 2023-II heeft een verplaatsing naar het jaar 2024 tot gevolg. De verwachting is dat de taakstelling voor het jaar 2024 en 2025 daarmee iets op zal lopen t.o.v. het jaar 2023. Taakstelling
2023 1e helft 2024
Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal
97 68 82 170 51 49 518
2e helft 2024
47 33 40 81 25 24 250
1e helft 2025
52 36 44 89 28 26 275
2e helft 2025
54 38 46 94 29 28 289
9
57 40 49 98 30 29 303
2026
2027
2028
99 69 84 170 53 50 525
99 69 84 170 53 50 525
99 69 84 170 53 50 525
Taakstelling obv 70% inburgeringsplichtig
2023 1e helft 2024
Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal
68 47 58 119 36 35 363
2e helft 2024
33 23 28 57 18 17 175
1e helft 2025
36 25 31 62 19 18 193
2e helft 2025
38 27 32 65 20 19 202
10
40 28 34 69 21 20 212
2026
2027
2028
69 49 59 119 37 35 368
69 49 59 119 37 35 368
69 49 59 119 37 35 368
Bijlage 1 Financiële richtlijnen begroting 2025
Begrotingsrichtlijn van de gemeenteraad wordt één op één overgenomen Begrotingsrichtlijn van de gemeenteraad kan niet één op één worden overgenomen omdat er of een beperking op van toepassing is of een nuancering. Dit wordt dan kort toegelicht.
Opnemen in begroting
Nr.
Richtlijn begroting Financieel 2025
1.
We verwachten van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling dat zij uiterlijk 15 april 2024, maar bij voorkeur vóór 1 april 2024, een structureel sluitende meerjarenbegroting voor komende vier jaar aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de inhoudelijke en financiële uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer.
2. 3.
De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken opgenomen, behalve als dit eerder door het Algemeen Bestuur is besloten.
4.
De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige cao-afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente Rijkscirculaire voor zowel de loon- als de prijsindex.
Motivatie Het algemeen bestuur is gepland op 8 april 2024. Op dezelfde dag als het algemeen bestuur van de WVS. Dit in kader van de ketensamenwerking. Voor 15 april wordt de begroting aangeleverd.
De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen.
11
Voor de kosten van bedrijfsvoering gelden deze uitgangspunten. Een uitzondering hierop kunnen zijn financiële gevolgen als gevolg van beleidswijzigingen of vastgestelde intensivering van beleid. Voor Inkomen, Inkomensondersteuning en Inburgering zijn de uitgaven
afhankelijk van het gebruik. Qua uitgaven Buig zijn al onze inspanningen erop gericht om inwoners zodanig te ontwikkelen dat zij geheel of gedeeltelijk uitkeringsonafhankelijk worden. (Zie ook punt 6).
5.
Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAOafspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd.
6. 7. 8.
Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen.
Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het Algemeen Bestuur.
8
8
In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit. Aanvullende financiële richtlijnen begroting 2025
1. 2.
De op het Werkplein HvWB betrekking hebbende ramingen en effecten van de ketensamenwerking worden herkenbaar in een afzonderlijke paragraaf in de begroting 2025 opgenomen. Het Werkplein HvWB zorgt ervoor dat haar begroting op dit punt aansluit bij de begrotingen van WVS en de ISD Brabantse Wal. Het Werkplein maakt een onderbouwde meerjarige prognose van het aantal bijstandsontvangers per gemeente.
12
In de begroting 2025 houden we rekening met de door het Rijk ingeschatte loon- en prijsstijging in dat jaar (bron septembercirculaire 2023). Een reserve aanhouden heeft geen toegevoegde waarde. Ons uitgangspunt is maximaal eenmaal per jaar een begrotingswijziging aan te bieden (indien noodzakelijk) waarop de gemeenteraden een zienswijze kunnen indienen.
3. 4.
Het Werkplein neemt in de bijlagen van de begroting een overzicht op met het verloop van de vaste en tijdelijke formatie sinds 2015. Hieruit blijkt welke mutaties er sinds 2015 in de formatie zijn doorgevoerd en met welke reden en de besluitvorming hierover. Het Werkplein verschaft in de P&C-documenten inzicht in de stand van de vorderingen en de voorziening dubieuze debiteuren.
Bijlage 2 Beleidsmatige richtlijnen begroting 2025
Nr.
Inhoudelijke richtlijnen begroting 2025
1.
Het Werkplein HvWB stelt een begroting voor het jaar 2025 op waarin de ambities van de deelnemende gemeenten tot uitdrukking komen met betrekking tot duurzame uitstroom van uitkeringsgerechtigden, het beperken van uitkeringslasten, het bieden van inkomensondersteuning en armoedebestrijding en het integraal samenwerken binnen het Sociaal Domein.
2. 3. 4.
De begroting 2025 dient een duidelijke onderbouwing te bevatten van de manier waarop het Werkplein HvWB de hiervoor genoemde vastgestelde beleidsmatige ambities gaat realiseren, alsmede de lasten die daarmee gepaard gaan. De onderbouwing begroting 2025 bevat concrete maatregelen die afdoende zijn om aanspraak te kunnen maken op een uitkering in het kader van de vangnetregeling mocht er voor 2025 uiteindelijk onverhoopt toch sprake zijn van een overschrijding van de BUIG-budgetten. De begroting 2025 van het Werkplein HvWB is opgesteld in lijn met de ambities en doelstellingen van de integrale ketensamenwerking met WVS en de ISD Brabantse Wal. De ketenpartners dienen hun activiteiten en inspanningen in samenhang te bezien, waarbij het resultaat van de organisaties tezamen optimaal dient te zijn. Het Werkplein geeft aan welke concrete stappen er komend jaar worden gezet.
13
Opnemen in Motivatie begroting