8. RBL Kaderbrief 2026
Tekst van het document
Bezoekadres: Claudius Prinsenlaan 10 4811 DJ Breda Postadres: Postbus 90156 4800 RH Breda Tel. (076) 529 81 10 info@rblwest-brabant.nl www.rblwest-brabant.nl
Uw brief
Datum
Ons kenmerk
Onderwerp
Informatie
Bijlagen
-
Kaderbrief 2026
Aan:
30 januari 2025 info@RBLWest-Brabant.nl Telefoon: 076-5298110
1. Vastgestelde Kaderbrief 2026 RBL West-Brabant 2. Koersdocument Leerrecht en Doorstroompunt West Brabant 20242026 3. Herziene uitwerking Thuiszitterspact
De colleges en de raden van de gemeenten die deelnemen in de Gemeenschappelijke Regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten,
Geachte mevrouw, mijnheer, Uw gemeente neemt deel aan de Gemeenschappelijke Regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten, beter bekend onder de naam Regionaal Bureau Leren (RBL) West Brabant. Hierbij ontvangt u de Kaderbrief 2026 van RBL West Brabant. De kaderbrief is, zoals bepaald in de Nota Verbonden Partijen, richtinggevend voor de opstelling van de begroting voor het aankomend begrotingsjaar 2026. De kaderbrief is 29 januari 2025 vastgesteld door het Algemeen Bestuur van RBL West-Brabant. Zij schetst hiermee de inhoudelijke en financiële kaders voor 2026. De kaderbrief is opgesteld aan de hand van het Koersdocument Leerrecht en Doorstroompunt West-Brabant. Dit document is één van de producten dat voortkomt uit het proces van Doorontwikkeling waar het RBL de afgelopen 2 jaar in heeft gezeten. Het document geeft richting aan de gezamenlijke ambitie in de regio en vormt daarmee een belangrijk uitgangspunt voor de Kaderbrief 2026. Het Koersdocument is door het Algemeen Bestuur van RBL WestBrabant vastgesteld op 2 oktober 2024. Het document is daarom ter informatie toegevoegd. Tevens treft u in de bijlage de Herziene uitwerking van het Thuiszitterspact.
Eind 2023 / begin 2024 heeft RBL WestBrabant samen met de betrokken samenwerkingsverbanden het initiatief genomen om samen met andere betrokken partijen (her)nieuw(d)e afspraken te maken over taken en verantwoordelijkheden in het voorkomen en bestrijden van thuiszitten. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Herziene uitwerking Thuiszitterspact, waarmee een nieuwe impuls gegeven wordt aan het Regionale Thuiszitterspact dat sinds 2017 van kracht is. Ook dit document vormt een uitgangspunt voor de Kaderbrief 2026 en komt u daarom ter informatie toe. Via de richtlijnen die de deelnemende gemeenten aan het RBL kenbaar hebben gemaakt en via de zienswijzen die afgelopen jaar zijn ingediend ten aanzien van de begroting 2025, heeft het RBL kennis genomen van de opdracht aan alle GR’en, en dus ook aan het RBL, om te streven naar een stabilisering van de kosten en eventuele bespaaropties te onderzoeken. Hoewel het RBL begrip heeft voor deze opdracht, benadrukt het RBL dat in 2024 door de deelnemende gemeenten juist een noodzakelijke investering gedaan is om de basis binnen het RBL op orde te brengen zodat daarmee de wettelijke taak uitgevoerd kan worden. De afgelopen jaren is het RBL in het Doorontwikkelingstraject bezig geweest met de aanscherping van deze wettelijke taken en de financiële uitwerking daarvan.
Dit maakt dat het bestuur van RBL op dit moment geen mogelijkheden ziet voor verdere kostenbesparingen. Een en ander wordt verder toegelicht in bijgevoegde Kaderbrief 2026. GEERTRUIDENBERG/STEENBERGEN/BAARLE-NASSAU/ROOSENDAAL/RUCPHEN/ALTENA/DRIMMELEN/MOERDIJK/ ALPENCHAAM/ZUNDERT/OOSTERHOUT/BERGEN OP ZOOM/ETTEN-LEUR/WOENSDRECHT/BREDA/HALDERBERGE
Er op vertrouwende u in voldoende mate te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Cas Christiani, Ketenmanager jeugd, gemeente Breda
GEERTRUIDENBERG/STEENBERGEN/BAARLE-NASSAU/ROOSENDAAL/RUCPHEN/ALTENA/DRIMMELEN/MOERDIJK/ ALPENCHAAM/ZUNDERT/OOSTERHOUT/BERGEN OP ZOOM/ETTEN-LEUR/WOENSDRECHT/BREDA/HALDERBERGE
Aan: De gemeenteraden van de veertien gemeenten in West-Brabant Namens: Bestuur Gemeenschappelijke Regeling Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten Betreft: Kaderbrief Begroting 2026 RBL West-Brabant Geachte raadsleden van de veertien West-Brabantse gemeenten, Met deze kaderbrief schetsen wij vanuit Regionaal Bureau Leren West-Brabant (RBL) de kaders en beleidsontwikkelingen voor 2026, als startpunt voor het opstellen van de begroting. Het koersdocument Leerrecht en Doorstroompunt 2024-2026, dat binnen de Gemeenschappelijke Regeling (GR) is ontwikkeld en vastgesteld, is hierbij leidend. De bedoeling centraal Binnen RBL werken we met veertien West-Brabantse gemeenten samen aan het voorkomen van verzuim en schooluitval. Daarbij stellen we steeds het perspectief van de jongere voorop: ieder kind heeft recht op onderwijs en op kansen om zich te ontwikkelen, ook als er extra ondersteuning nodig is. Het werken vanuit een inclusieve gedachte en vanuit de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) is vanzelfsprekend. Nieuw wettelijk kader Op het moment van schrijven van deze kaderbrief is nog onduidelijk wanneer de nieuwe Wet van School naar Duurzaam Werk van kracht wordt. Zover nu bekend is de beoogde ingangsdatum van deze nieuwe wet 1-1-2026.
Hoewel de inhoud nog onder voorbehoud van politieke besluitvorming is, heeft de wet als doel om jongeren beter voor te bereiden op de start op de arbeidsmarkt zodat zij sneller en vaker een baan kunnen vinden en structureel kunnen behouden. Een betere samenwerking in de keten schoolgemeente (Participatiewet)-doorstroompunt helpt om de jongeren beter te kunnen ondersteunen in de overgang van school naar werk. Voor het RBL heeft dit als consequentie dat de doelgroep wordt uitgebreid van 23 (nu) naar 27 jaar en dat de ondersteuning gericht is op het terugleiden naar onderwijs of, als dat niet passend is, naar werk met eventuele ondersteuning vanuit de gemeente op basis van de Participatiewet. De exacte uitwerking van de taken die hiermee gemoeid zijn worden in 2025 nader uitgewerkt. Daarnaast is in het bestuur de afspraak gemaakt dat de extra middelen die het Rijk beschikbaar stelt voor het uitvoeren van deze wet vanuit de gemeenten doorgezet worden naar het Regionaal Bureau Leren en daadwerkelijk worden ingezet ten behoeve van het uitvoeren van deze taken. Daarnaast is per 1-8-2025 de nieuwe wet Terugdringen Schoolverzuim in werking getreden. Deze wet heeft tot doel de noodzakelijk voorwaarden te creëren om langdurig schoolverzuim van leerlingen en studenten te kunnen voorkomen en verminderen.
Met de nieuwe wet worden scholen in samenwerking met samenwerkingsverbanden en leerplichtambtenaren beter in positie gebracht om verzuim tijdig te signaleren, de oorzaken van verzuim te constateren en de relevante personen in te zetten om het verzuim te kunnen aanpakken. Daarnaast beoogt de nieuwe wet te voorkomen dat jongeren door een Kaderbrief 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant | p. 1
beroep op vrijstelling op grond van lichamelijke of psychische klachten langdurig geen enkele vorm van onderwijs ontvangen, terwijl er wel een passend aanbod beschikbaar is. De wet maakt het mogelijk dat vanuit school een signaal aan de leerplichtambtenaar gegeven wordt wanneer school zich zorgen maakt over het ongeoorloofd verzuim van een leerling, nog voordat de huidige wettelijke grens van het verzuim bereikt is. Hiermee wordt onder andere het belang van (vroeg)tijdig ingrijpen en preventief handelen in verzuimsituaties erkend. Ambitie en uitdaging De ambitie voor deze kaderbrief is beschreven in het koersdocument Leerrecht en Doorstroompunt 2024-2026. Hierin hebben we nadrukkelijk de omslag gemaakt naar het faciliteren van het recht op ontwikkeling in plaats van handhaven op de wettelijke verplichting. Door het vaststellen van het koersdocument is binnen de gemeenschappelijke regeling een gezamenlijke stip op de horizon geplaatst. Half 2024 hebben de deelnemende gemeenten een extra (financiële) investering in het RBL gedaan. Met deze investering is de formatie leerplicht op orde gebracht en is de ondersteuning op verschillende niveaus verstevigd, met als doel de basis op orde te brengen zodat de wettelijke taak uitgevoerd kan worden. In 2025 is de extra investering verankerd en daarmee ook de basis dienstverlening.
Voor 2026 is de basis op orde, en dus de uitvoering van de wettelijke taak, nog steeds het uitgangspunt. Er wordt dit jaar gekeken naar wat er nodig is om een volgende stap te maken richting de gezamenlijke stip op de horizon. De dienstverlening van het RBL beperkt zich tot het uitvoeren van wat wettelijk noodzakelijk is. Afgelopen twee jaar is hard en met zorgvuldigheid gewerkt aan het aanscherpen van de taken en de financiële uitwerking daarvan. Dit maakt dat er op dit moment geen ruimte is om besparingen door te voeren of beleidsmatige keuzes te maken die leiden tot kostenbesparing. Daarnaast vraagt de nieuwe Wet van School naar Duurzaam Werk om een uitbreiding van de taak en om nieuwe initiatieven. Hiervoor worden door het Rijk financiële middelen ter beschikking gesteld aan het RBL. Dit leidt per definitie tot een verhoging van de kosten en dus de gemeentelijke bijdrage in de begroting.
Toelichting op de Gemeenschappelijke Regeling en de bedrijfsvoering De Gemeenschappelijke Regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten is beter bekend onder de naam Regionaal Bureau Leren (RBL) West-Brabant. Binnen RBL werken veertien gemeenten samen om schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten onder jongeren tegen te gaan. De deelnemende gemeenten nemen een diversiteit aan diensten af. Dit betekent dat samenwerking plaatsvindt op twee verschillende niveaus: • Alle veertien deelnemende gemeenten werken samen op niveau 1. Zij voeren een centrale leerplicht- en Doorstroompunt-administratie. Daarnaast is de sturing en coördinatie op de Doorstroompunt-functie gezamenlijk vormgegeven. • Wanneer wordt samengewerkt in begeleiding en toezicht op het gebied van leerrecht en kwalificatieplicht, spreken we van niveau 2. Alle jongeren van 5 tot 23 jaar (en mogelijk van 5 tot 27 jaar, mocht de wet VSNDW al zijn ingegaan) worden begeleid naar de juiste opleiding, zorg of werk. In West-Brabant werken op dit moment vijf gemeenten intensief samen op dit niveau. Dit zijn Breda, Moerdijk, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout.
Kaderbrief 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant | p. 2
De volgende leerrecht- en doorstroomtaken worden buiten de kaders van de Gemeenschappelijke Regeling uitgevoerd: • De vijf gemeenten in West-Brabant-West (Bergen op Zoom, Halderberge, Roosendaal, Steenbergen en Woensdrecht) werken op het gebied van de begeleiding en leerrecht samen in een netwerksamenwerking, met lokale uitvoering van de leerrechttaak en Doorstroompunt begeleiding (5 tot 27 jaar). • De gemeente Altena voert de taken ten behoeve van leerrecht en begeleiding eveneens geheel zelfstandig uit. • De gemeenten Etten-Leur, Rucphen en Zundert voeren eveneens de leerrechttaken en Doorstroompunt begeleiding zelfstandig uit. Alle gemeenten streven naar zoveel mogelijk uniformiteit en eenheid in uitvoering van de leerrechttaken en de begeleiding. Met de verschillende niveaus van samenwerking geven we de deelnemende gemeenten de mogelijkheid een keuze te maken, waarbij samenwerking op niveau 1 als basis geldt. Regionaal programma VSV 2026 – 2029 Ten tijde van het schrijven van deze kaderbrief is het nieuwe regionale programma VSV nog in voorbereiding. Er ligt een regio analyse met aanbevelingen die vertaald worden naar doelstellingen voor het programma. Op basis daarvan wordt het programma gevuld met projecten die aan deze doelstellingen bijdragen. Het is nog niet duidelijk of en welke bijdrage er vanuit RBL geleverd gaat worden.
Missie en Visie van RBL West Brabant Met het opstellen van het koersdocument Leerrecht en Doorstroompunt 2024-2026 hebben we ook de missie en visie herijkt. Onderstaande missie en visie vormen de kapstok voor de verderop in dit document benoemde speerpunten van 2026. Missie (waar staan we voor): Ieder kind en jongere verdient de kans zich te ontwikkelen op een voor hem of haar passende manier. Leren in het onderwijs is een belangrijke manier voor kinderen en jongeren om zich te ontwikkelen, maar soms lopen ze daarin vast. Kinderen en jongeren die (dreigen) uit (te) vallen op school kunnen rekenen op ondersteuning van leerrecht/doorstroompunt. Visie (waar gaan we voor): • Wij bieden kinderen en jongeren die (dreigen) uit (te) vallen in het onderwijs ondersteuning om weer op een passend ontwikkelpad te komen: onderwijs of een ander passend alternatief. • Daartoe zien wij het kind en de jongere in zijn/haar omgeving (gezin, familie, sociaal netwerk, school, buurt). • Samen met onze partners in het onderwijs, zorg en arbeidsmarktnetwerk sluiten we aan bij de behoefte van het kind en de jongere. We denken en handelen vanuit kansen en mogelijkheden. • Met onze lokale en regionale partners hebben we kinderen en jongeren die (dreigen) uit (te) vallen zo snel mogelijk in beeld, waardoor escalatie voorkomen wordt.
Kaderbrief 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant | p. 3
Speerpunten en aandachtsgebieden 2026 van RBL West-Brabant Iedere jongere verdient een duurzame toekomst met perspectief. Binnen RBL West-Brabant zet een bevlogen team alles op alles om de West-Brabantse jongeren in beeld te houden en het recht op ontwikkeling te beschermen. Onze uitvoerders in de regio werken vanuit lef en liefde om dit mogelijk te maken. Daar waar mogelijk vanuit RBL zelf, binnen de kaders die er zijn. Of in nauwe samenwerking met ketenpartners zoals het onderwijs, het samenwerkingsverband, het CJG (Centrum Jeugd en Gezin) en SLT (Stevig Lokaal Team), zorgaanbieders en andere partners maar altijd in afstemming met de betreffende jongere en diens ouders. Het Koersdocument Leerrecht en Doorstroompunt 2024-2026 beschrijft de gezamenlijke ambitie van RBL West Brabant. Dit koersdocument geeft ruimte aan de verschillende uitvoeringsclusters (West, Oost, Altena en Etten-Leur / Rucphen / Zundert) om eigen keuzes te maken in de wijze waarop er invulling gegeven wordt aan de gezamenlijke ambitie. Met andere woorden; wat we willen bereiken is regionaal gelijk, hoe we hier in de praktijk vorm aan geven kan per cluster verschillen. Zoals reeds aangegeven zal team Oost in 2026 zich enkel kunnen inzetten op het uitvoeren van de wettelijke taken.
Speerpunt 1 Inzet op preventie. Voorkomen van thuiszitters, (school)uitval en voortijdig schoolverlaten Onze kerntaak binnen RBL West-Brabant is het uitvoeren van de Leerplichtwet en het Doorstroompunt. Met een startkwalificatie op zak heeft een jongere een betere uitgangspositie om duurzaam in de maatschappij te landen dan zonder. Daarom proberen we schooluitval en verzuim zoveel mogelijk te voorkomen. Aandachtsgebied 1.1 Thuiszitters In 2023 zijn er regionaal met alle partners nieuwe afspraken gemaakt over de uitvoering van het vernieuwde regionale thuiszitterspact. De aandacht in het onderwijs verschuift van melden van afwezigheid naar sturen op aanwezigheid. We streven er samen met onze ketenpartners naar om zoveel mogelijk inclusief onderwijs te kunnen bieden zodat leerlingen zo thuis nabij mogelijk onderwijs kunnen volgen. Als er extra ondersteuning nodig is wordt dit zoveel mogelijk binnen de school vormgegeven. Al bij zorgwekkend (nog niet wettelijk) verzuim gaan we met elkaar aan de slag. We beperken het aantal en de duur van vrijstellingen op grond van artikel 5 lid a van de leerplichtwet (medische redenen) zo veel mogelijk. Bij kortdurende vrijstellingen zorgen we ervoor dat er een overeengekomen plan ligt, waarin is opgenomen hoe tijdens de duur van de vrijstelling wordt gewerkt aan de ontwikkeling van de jongere.
Aandachtsgebied 1.2 Preventie schoolverzuim en schooluitval in de overgang naar vervolgonderwijs en/of arbeid Onze ambitie is om samen met onze partners schoolverzuim en schooluitval verder te voorkomen. We zetten daarbij in op de overgangsmomenten naar vervolgonderwijs. De ervaring leert dat dit risicovolle momenten zijn voor kwetsbare leerlingen. Met elkaar zorgen we voor een warme overdracht tussen de verschillende vormen van onderwijs en monitoren we of een leerling goed aankomt. Als blijkt dat het ontwikkelperspectief van een jongere niet in het onderwijs ligt dragen we zorg voor een warme overdracht richting arbeid of een arbeidsvoorziening.
Kaderbrief 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant | p. 4
Aandachtsgebied 1.3 Voorkomen voortijdig schoolverlaten Het aantal jongeren dat het onderwijs verlaat zonder startkwalificatie is in onze regio hoger dan het landelijk gemiddelde. Om deze trend te keren zetten we in op ondersteuning van 18+ die verzuimen. Om bij verzuim al ondersteuning en/of begeleiding te bieden wordt de kans op uitval kleiner. Met jongeren die het MBO zonder startkwalificatie dreigen te verlaten gaan de betreffende school, al dan niet met de aanwezigheid doorstroomcoach , actief in gesprek. Door het voeren van deze zogenaamde exitgesprekken kunnen deze jongeren beter begeleid worden richting een andere opleiding óf een duurzame plek op de arbeidsmarkt. Samen met het voortgezet onderwijs zetten we in op het verminderen van het aantal jongeren dat zonder VO-diploma de overstap naar het MBO maakt. Uit onderzoek blijkt dat deze jongeren vaker ook het MBO zonder diploma verlaten.
Speerpunt 2 Aansluiten op de ontwikkelbehoefte van het kind/de jongere Als een leerling uitvalt of uit dreigt te vallen zoeken we naar een passende oplossing. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de school, leerrecht/doorstroompunt en andere partners. De nadruk ligt hierbij op de omstandigheden creëren die nodig zijn om een passend ontwikkel pad voor de leerling te realiseren. Bij voorkeur vindt dit zo thuis nabij mogelijk plaats. Jongeren die vastlopen op het speciaal onderwijs en/of praktijkonderwijs (pro), zijn kwetsbaar. Vaak kampen zij met problemen op meerdere leefgebieden. Deze jongeren worden actief begeleid en/of ondersteund door verschillende professionals vanuit onderwijs, zorg en/of participatie om hen zo te helpen aan een passende ontwikkelplek. Dit kan binnen of buiten het onderwijs zijn.
Speerpunt 3 Zichtbaarheid van leerrecht/doorstroompunt op scholen en in het lokale netwerk Om invulling te kunnen geven aan bovengenoemde speerpunten is een goede samenwerking met verschillende ketenpartners cruciaal. We zetten hier dan ook vol op in. We versterken de zichtbaarheid van leerrecht/doorstroompunt op scholen en in het lokale netwerk. Dat doen we bijvoorbeeld door heldere samenwerkingsafspraken met scholen, samenwerkingsverbanden en andere samenwerkingspartners te maken. Jaarlijks voeren we startgesprekken met de scholen en sluiten we (risicogericht) aan bij multidisciplinaire overleggen. Op scholen met een hoog percentage kwetsbare leerlingen (pro, vso, mbo1, mbo 2) houden we op verschillende scholen verzuimspreekuren waar zowel jongeren, als hun ouders, als professionals gebruik van kunnen maken. In cluster Oost zijn we minder goed in staat om structurele verzuimspreekuren te voeren dan in de andere clusters. Op het MBO organiseren we sectorale overleggen om trends en ontwikkelingen met het ondersteuningsteam van de sector te bespreken zodat we met elkaar nog beter in staat zijn om jongeren in het onderwijs te houden. Elke gemeente heeft een vast contactpersoon die het lokale zorglandschap kent en gemakkelijk schakelt met de betreffende beleidsadviseur.
Speerpunt 4 Samen met scholen en netwerkpartners werken aan een omslag van leerplicht naar leerrecht voor 18 min en van startkwalificatie naar ontwikkelperspectief voor 18 plus. De rol van leerrecht, kwalificatieplicht en het doorstroompunt komt het beste tot zijn recht wanneer er sprake is van een goede samenwerking met het onderwijs en ketenpartners in het zorg- en arbeidsmarktveld. De opgave om kinderen en jongeren een zo goed mogelijk ontwikkelperspectief te geven is immers een brede maatschappelijke opgave, waarin leerrecht/doorstroompunt een van de partijen is. We voorzien onze ketenpartners gevraagd en ongevraagd van advies om zo de best mogelijke omgeving te creëren waarin de kinderen/ jongeren zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen.
Kaderbrief 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant | p. 5
Binnen de ketensamenwerking heeft de leerplichtplichtambtenaar voor de leer- en kwalificatieplichtige leerlingen in de meeste gevallen een adviserende en indien nodig een handhavende rol. In de meeste gevallen ligt de regierol bij de school of bij een zorgpartner. Soms ligt de (proces)regierol wel bij de leerlichtambtenaar/doorstroomcoach, bijvoorbeeld wanneer er geen schoolinschrijving is. Bij complexe gevallen waarin een doorbraak geforceerd moet worden kunnen we gebruik maken van een opschalingsroute om een doorbraak te creëren waarin het belang van het kind centraal staat. In Cluster Oost zal het niet altijd lukken om aan te sluiten. Voor jongeren vanaf 18 jaar werken doorstroomcoaches volgens de Doorstroom Routekaart van brancheorganisatie Ingrado. Dit betekent dat coaches actief inzetten op het creëren van ontwikkelperspectief voor jongeren. Het behalen van een startkwalificatie wordt gestimuleerd, maar maatwerk en de ondersteuningsbehoefte van de jongeren staan centraal (zie ook speerpunt 2). Dit betekent dat de doorstroomcoach ook expertise heeft op het gebied van mbo-certificaten, praktijkleren en maatwerkoplossingen bij ketenpartners op het gebied van ontwikkeling en mogelijkheden binnen het terrein van de arbeidsmarkt.
In 2025 hebben we de doorstroomcoaches zoveel mogelijk voorbereid op deze uitbreiding van kennis en taken, waarmee we klaar staan voor de rol die het Doorstroompunt krijgt met de invoering van de wet Van School naar Duurzaam Werk (zie speerpunt 6)
Speerpunt 5 Nazorg We hebben de ambitie om meer te investeren in nazorg. Dat betekent dat in beeld wordt gebracht hoe de jongere en/of ouders/verzorgers onze begeleiding hebben ervaren. Heeft de gekozen aanpak duurzaam resultaat of is er aanvullend nog iets nodig? Op deze manier willen we vormgeven aan nazorg en deze ervaringen benutten voor ons eigen leerproces.
Speerpunt 6 Dienstverlening van het Doorstroompunt wordt uitgebreid van 23 naar 27 jaar Een belangrijke wijziging voor het doorstroompunt is dat met de Wet Van School Naar Duurzaam Werk de doelgroep wordt uitgebreid van 23 jaar naar 27 jaar. Als onderdeel daarvan wordt ook de aanpak voortijdig schoolverlaten verbreed met het arbeidsmarktdomein. De focus in de dienstverlening verschuift daarmee ook van het behalen van een startkwalificatie naar maatwerk op het gebied van ontwikkeling, arbeid en/of zorg. Het implementeren van deze verandering is een belangrijk speerpunt voor de komende jaren. We weten dat er met de uitbreiding van de leeftijdsgrens van 23 naar 27 jaar de doelgroep met een kleine duizend jongeren wordt uitgebreid. De verwachting is dat ongeveer 10 % van deze jongeren onze begeleiding behoeft. Dit heeft vanzelfsprekend impact op de benodigde formatie voor deze veranderde taak. Om hier op een goede manier invulling aan te geven gaan we ervanuit dat de middelen die voor deze taak beschikbaar zijn ook grotendeels op deze taak worden ingezet. Om de implementatie van de nieuwe wet te faciliteren is eind 2024 een projectleider aangesteld die hiermee aan de slag is gegaan. In 2025 is duidelijk geworden wat de aanpassingen in taken en eventuele nieuwe initiatieven behelst. Zodra de wet in 2026 van kracht gaat is het RBL klaar om hier uitvoering aan te kunnen geven.
Kaderbrief 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant | p. 6
Aandachtspunten en risico's De gezamenlijk geformuleerde ambitie geeft invulling aan de transitie van leerplicht naar leerrecht. Met name in cluster Oost kunnen we daar beperkt invulling aan geven gezien de opdracht om ons te beperken tot de uitvoering van wettelijke taken. Voor de invulling van de ambitie zal vaker een beroep gedaan moeten worden op ketenpartners. Het is echter ook juist die transitie naar leerrecht die zorgt voor toegevoegde waarde in de keten en die tevens bijdraagt aan voldoening, zingeving en werkvreugde van collega’s. De focus op de uitvoering van de wettelijke taken voelt voor de collega’s als een stap terug en kan dit een aanleiding zijn om het RBL te verlaten.
Regionaal Programma Voortijdig Schoolverlaten Het huidige regionaal programma VSV liep eind 2025 af. De projecten die vanuit RBL hieronder vielen zijn daarmee afgesloten. Het betreft de projecten NEET (Not in Education, Employment or Training), On My Way en Vangnetcoördinatie op de overstap van pro/vso naar vervolgonderwijs en/of arbeid en Vangnetcoördinatie op de overstap van VMBO naar het MBO. In 2025 zijn alle opbrengsten en inzichten van de projecten NEET en ON MY WAY verzameld en daar waar mogelijk verankerd in reguliere werkwijzen en/of samenwerkingsafspraken. De vangnetcoördinatoren voeren regionale basistaken van het RBL uit, waarvoor na 2025 structurele financiering wordt gezocht. Deze taken zijn tot op heden gefinancierd met programmamiddelen, terwijl het gaat om basistaken van het RBL, die dus uit de reguliere middelen bekostigd zouden moeten worden. De afsluiting van de lopende projecten opent de deur voor nieuwe projecten. Voor de periode 20262028 wordt een nieuw regionaal programma uitgewerkt op basis van bouwstenen voor de toekomst die voorkomen uit de in 2024 uitgevoerde regio analyse. Voor dit nieuwe programma bestaat opnieuw de mogelijkheid om projectsubsidies aan te vragen. De subsidies hebben nadrukkelijk een aanjaagfunctie, met als doel om succesvolle projecten uiteindelijk duurzaam en structureel te borgen binnen de uitvoerende organisaties.
Financiën 2026 Bij het opstellen van de begroting 2026 houden wij in basis rekening met de regionale financiële richtlijnen van de deelnemende gemeenten. Deze richtlijnen geven aan dat er gestreefd dient te worden naar een stabilisering van de kosten en eventuele bespaaropties te onderzoeken. De 14 deelnemende gemeenten leveren een bijdrage in de kosten die het RBL maakt voor de uitvoering van de werkzaamheden voor niveau 1 en 2. Bij de realisering van het RBL als GR is ervoor gekozen om te werken met een dienstverleningsovereenkomst met de gemeente Breda. De daaruit voortkomende loon- en prijsindexeringen en facilitaire effecten dienen door het RBL te worden verwerkt. De indexering van de gemeentelijke bijdragen is gebaseerd op het prijsindexcijfer van de algemene prijsontwikkeling BBP uit de septembercirculaire 2024. Daarmee heeft het RBL te maken met prijs- en loonindexeringen. Aangezien het RBL geen reserves aanhoudt, moeten deze kosten worden doorberekend aan de deelnemende gemeenten.
Kaderbrief 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant | p. 7
De afgelopen jaren is in het RBL geïnvesteerd om de basis op orde te kunnen brengen De opdracht aan het RBL beperkt zich op dit moment nog steeds tot het uitvoeren van de wettelijke taak. De afgelopen jaren is het RBL in het Doorontwikkelingstraject bezig geweest met de aanscherping van deze wettelijke taken en de financiële uitwerking daarvan. Zoals eerder aangegeven zien het RBL op dit moment geen mogelijkheden voor verdere bespaaropties. Daarnaast brengt de nieuwe Wet van School Naar Duurzaam Werk een uitbreiding van de doelgroep en van de taken met zich mee. Vanuit het Rijk worden hiervoor extra middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten. De afspraak is dat de (niv. 2) gemeenten deze kosten doorsluizen naar het RBL, zodat het RBL het uitgebreidere takenpakket tot uitvoering kan brengen. Dit zal ook zijn weerslag hebben in de begroting 2026. De inkomsten van het RBL zullen stijgen, doordat de gemeentelijke bijdragen stijgen. Daar staat ook een kostenstijging tegenover voor de uitvoering van de nieuwe en uitgebreidere taken van de wet Van School Naar Duurzaam Werk, alsmede de inbedding van de projecten uit het programma VSV, waarin basistaken worden uitgevoerd. Dit alles maakt een stabilisering van de kosten voor 2026 niet mogelijk. En hoewel het RBL altijd streeft naar het zo efficiënt mogelijk uitvoeren van de taken, ziet het RBL geen mogelijkheden tot verdere besparingen.
Dit zal terug te zien zijn in de begroting 2026. Specifieke uitkeringen Specifieke uitkeringen zijn op dit moment nog niet bekend, maar zullen zo concreet mogelijk verwerkt worden in de begroting.
In opdracht van het bestuur,
Dhr. C. Christiani Ketenmanager Jeugd
Kaderbrief 2026 | Regionaal Bureau Leren West-Brabant | p. 8