CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

8 221121 b&w Herziene begroting 2023 WVS

commissie Maatschappelijke Aangelegenheden 14 februari 2023, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken10.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeenteraad Rucphen Postbus 9 4715 ZG RUCPHEN

Onze referentie:

Z22/064251-D22/1184987

Uw referentie:

Rucphen,

21 NOV. 20fl

Onderwerp:

Herziene begroting 2023 WVS

Behandelaar:

A. van Pul

Telefoonnummer:

0165-349914

Geachte raad, Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling WVS heeft op 11 juli 2022 de begroting 2023 vastgesteld. Vanwege het grote aantal onzekere factoren is door WVS toegezegd om in het najaar een herziene begroting op te stellen. Deze herziene begroting 2023 wordt u hierbij ter informatie toegezonden, waarbij met rood de wijzigingen ten opzichte van de oorspronkelijke begroting zijn aangegeven. In de herziene begroting 2023 is een aantal wijzigingen doorgevoerd De volgende aspecten zijn hierbij het meest van belang: Er is rekening gehouden met de aan de deelnemende gemeenten toegekende Participatiebudgetten/Wsw 2023, zoals die bekend zijn gemaakt in de mei- en septembercirculaire. Hierbij is ervan uitgegaan dat deze budgetten volledig aan WVS zullen worden overgemaakt. In de herziene begroting 2023 is uitgegaan van de gemiddelde Rijksbijdrage SW van C 31.513,- per arbeidsjaar (SE) (was: C 30.112,-), inclusief een aanpassing van de verwachte loonprijscompensatie (LPO) van 2 naar 2,5%. Financieel effect van de hogere budgetten ten opzichte van de vastgestelde begroting 2023: C 1.565.000,positief. -

Daarnaast is onder de post 'Loonkosten SW'rekening gehouden met een daling van de SWloonkosten (min 27 fte). Ook is de door het kabinet aangekondigde verhoging van het wettelijk minimumloon met 10% per 1 januari 2023 meegenomen, omdat dit volledig doorwerkt in het salarisgebouw van de Cao Aan de Slag. In de herziene begroting is geen rekening gehouden met een stijging van het complete loongebouw van de Cao SW, omdat hierover nog teveel onduidelijkheid bestaat. Per saldo stijgt de post 'Loonkosten SW'met C 166.000,- en de post 'Loonkosten beschut en participanten'met C 326.000,- ten opzichte van de begroting 2023.

-

Door extra uitstroom van leidinggevend SW-personeel en extra inzet op de leerroutes is de formatie regulier personeel uitgebreid met 5 fte. Per saldo stijgt de post 'Loonkosten regulier personeel'met C 364.000,- ten opzichte van de begroting 2023.

Binnentuin 1 Postbus 9 4715 ZG Rucphen T: 0165 34 95 00 F: 0165 34 13 75 Banknummer: 2850 07 319 IBAN: NL37BNGH0285007319 KvK-nr. 20164997 Gemeente Rucphen

Rucphen

Schijf

Sprundel

St. Willebrord

Zegge

gemeente@rucphen.n1 www.rucphen.n1

2

-

Er is een (forse) stijging van de overige bedrijfskosten meegenomen, met name de kosten voor verzekeringen en energie. De totale kostenstijging ten opzichte van de vastgestelde begroting 2023 bedraagt C 435.000,-.

-

De kosten voor financiering zijn gestegen. De totale kostenstijging ten opzichte van de vastgestelde begroting 2023 bedraagt C 45.000,-.

Financiële consequenties De herziene begroting 2023 sluit met een tekort van C 7.700.000 (begroting 2023: verlies van C 7.703.000). Dit verlies zal gedekt moeten worden uit de gemeentelijke bijdragen (C 3.769 per geplaatste Wsw-medewerker, beschut werker en overige participanten; was C 3.770). De gevolgen van de herziene begroting 2023 zijn voor de gemeente Rucphen als volgt: 2023

2024

2025

2026

Herziene Begroting 2023 WVS

893.245

770.279

790.348

763.203

Concept Begroting 2023 Rucphen

893.593

897.189

843.247

817.725

348

126.910

52.899

54.522

Totaal (voordeel)

De financiële consequenties worden verwerkt in de i e Berap 2023 van de gemeente Rucphen. Er is geen zienswijzeprocedure nodig De herziene begroting 2023 leidt niet tot een nadeliger exploitatieresultaat ten opzichte van de reeds vastgestelde begroting 2023. Ook is er geen sprake van een wijziging van te realiseren beleidseffecten en -doelstellingen. Dit betekent dat, conform het gestelde in artikel 30 van de Gemeenschappelijke Regeling WVS, de zogenaamde zienswijzeprocedure achterwege kan blijven. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Rucphen, de secretaris, de burgemee

Sandor Michielse

Marjolei van der Meer Mohr

Ontwerp herziene begroting 2023 Meerjarenraming 2024 - 2026

IEDEREEN ONTWIKKELT MEE

Inhoudsopgave Pagina 1. Voorwoord Algemeen Directeur

3

2. Financiële begroting en meerjarenraming

6

2.1 Uitgangspunten herziene begroting 2023 en meerjarenraming 2.2 Overzicht van baten en lasten 2021 - 2026 2.3 Financiële positie 2.4 Risicoparagraaf 3. Overige begrotingsinformatie

19

3.1 Weerstandsvermogen

19

Bijlagen 1. Resultatenrekening 2023 - 2026 Overhead 2. Balans per ultimo 2021 - 2023 3. Overzicht lang- en kortlopende leningen 4. Overzicht reserves en voorzieningen 5. Overzicht van investeringen in vaste activa 6. Gemeentelijke bijdrage 2023 7. Specificatie Rijksbijdrage per gemeente 2023

IP

6 11 13 14

IEDEREEN ONTWIKKELT MEE

VVVS - Ontwerp herziene begroting 2023

20 21 22 23 24 25 26

2

1. Voorwoord Algemeen Directeur WVS WVS als het sociaal ontwikkelbedrijf van West-Brabant gaat samen met de ISD Brabantse Wal (hierna: ISD) en het Werkplein Hart van West-Brabant (hierna: Werkplein) de uitdaging aan om zoveel als mogelijk inwoners die nu aan de zijlijn staan te laten participeren en te ontwikkelen naar, liefst in loonvormende, arbeid. Wij geloven dat door meer samen te werken we in staat zijn om de maatschappelijke kosten te laten dalen en het maatschappelijke rendement te laten stijgen. Voor u ligt de herziene begroting 2023 en de meerjarenraming 2024 tot en met 2026 van WVS. Deze begroting is gebaseerd op de gegevens die we weten vanuit de mei- en septembercirculaire 2022. De akties voortkomend uit het gezamenlijke jaarplan met de ISD en het Werkplein zijn, voor zo ver als mogelijk, meegenomen in deze begroting. Tevens is de herziene begroting met beide partijen afgestemd. De herziene begroting moet dan ook in samenhang worden bekeken met de begrotingen van de ISD en het Werkplein. WVS voert binnen de Participatiewet, de Wet sociale werkvoorziening en Beschut Werken uit. Tevens ontwikkelt WVS mensen die de route naar werk niet zelfstandig kunnen maken. Het gezamenlijke doel voor 2023 en de meerjarenraming 2024 t/m 2026 is om 300 inwoners in arbeidsontwikkeling te zetten en 80 mensen te selecteren voor een ontwikkeling in het Groen.

Daarnaast houden we de focus op de categorie B, specifiek statushouders, en gaan we aan de slag met de ontwikkeling van inwoners die zijn aangewezen om in te burgeren. Om onze inwoners te ondersteunen in hun ontwikkeling is WVS bezig met de vorming van de Praktijkacademie West-Brabant. WVS heeft vanuit het verleden te maken met hogere loonkosten t.o.v. het landelijk gemiddelde terwijl de bedrijfskosten en de verhouding reguliere medewerkers versus doelgroepmedewerkers lager liggen. Het inverdienvermogen ligt echter weer hoger t.o.v. het landelijk gemiddelde. WVS zit daarmee in de top van best presterende sociale ontwikkelbedrijven in Nederland zoals blijkt uit het onderzoek dat door Berenschot is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van SZW en de becnhmark van de branchevereniging Cedris. WVS heeft al 2 jaar, tijdens de coronapandemie, het bedrijf zo goed als mogelijk door laten draaien met inachtname van de RIVM-regels. Hierbij zijn de belangen van de medewerkers, de klanten en de 'aandeelhouders' zo goed als mogelijk geborgd. Uiteraard is onze bedrijfsvoering, door ziekte van medewerkers, problemen in de toelevering van producten en de resultaatverplichtingen naar onze klanten, onder druk komen te staan. Vanuit het Rijk heeft Vg/S over de eerste drie kwartalen van 2021 een compensatie ontvangen.

In 2023 en volgende jaren gaan we naar een genormaliseerde tijd zodat we al onze energie kunnen zetten op de ontwikkeling van de eigenwaarde van onze inwoners. Werk is uiteindelijk de beste zorg. ( x € 1.000)

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Operationeel resultaat

7.604

7.400

6.918

6.004

5.235

2.014

2.028

247

2.273

713

4.140

1.833

-3

Incidentele baten en lasten Vaste gemeentelijke bijdrage Aanvullende gemeentelijke bijdrage Subsidieresultaat* Totaal resultaat

1.177

2021

1.183

2.802

3.363

4.786

6.427

8.182

8.058

5.593

-11.054

-12.195

-12.222

-11.962

-11.529

-10.076

-8.740

529

-252

-271

2.742

2.601

4.136

714

* Het subsidieresultaat is het verschil tussen de rijksbijdrage en de SW-loonkosten. In 2020 en 2021 heeft WVS te kampen gehad met Covid-19. De compensatie vanuit het Rijk is verantwoord onder incidentele baten en lasten.

3

WVS - Ontwerp herziene begroting 2023

IP

IEDEREEN ONTWIKKELT MEE

Factoren die een bepalende rol spelen bij het al dan niet realiseren van de herziene begroting van 2023 zijn: 1. Subsidies 2. Kostenbeheersing 3. Algemene economische situatie en Covid-19 4. Opbrengsten, toegevoegde waarde 5. Invulling van de regie- en opdrachtgeversrol door de gemeenten 6. De rol van WVS binnen de Participatiewet i.s.m. de werkpleinen en het RPA 7. Uitstroom SW en leidinggevend SW-kader 8. (Fiscale) Wetgeving 9. Cao Aan de Slag (WAB) Ad 1. Subsidies De herziene begroting is gebaseerd op het voorlopig toegekende Wsw-participatiebudget voor 2023 o.b.v. de meicirculaire 2022 zijnde € 30.744,- (€ 28.897) en met 2,0 % LPO € 31.513,- (€ 29.475). Het is op dit moment nog niet duidelijk welke invloed de landelijke realisatiecijfers hebben op de P-budgetten SW voor de komende jaren. Deze worden jaarlijks in de meicirculaire aangepast voor het lopende en de komende jaren. Naast de hoogte van het bedrag speelt ook de toekenning van de (fictieve) taakstelling een steeds belangrijkere rol. In 2020 en 2021 was de uitstroom van de SW hoger dan voorspeld. In de meicirculaire 2022 is deze trend verwerkt en zijn de uitstroomcijfers bijgesteld. De prognoses vanuit het Rijk zijn vaak slecht voorspelbaar is onze ervaring. Ad 2. Kostenbeheersing ViNS scoort in de benchmark goed in kostenbeheersing.

Echter, met de invoering van de WAB zijn de kostén voor het begeleidend en ondersteunend regulier personeel flink gestegen. De begeleidingsvergoeding vanuit het Rijk en vanuit lokale afspraken staat onder druk. Ook de nieuwe Cao Aan de Slag zorgt voor een verhoging van de loonkosten van de doelgroep PW. Hierdoor is het steeds lastiger om binnen de kostprijs de producten te leveren en dit heeft dan ook effect op het operationeel resultaat. Daarnaast zijn er positieve effecten van de arbeidsontwikkeling van de arbeidsontwikkeling van de doelgroep voor de werkpleinen. Deze zijn niet opgenomen in de begroting van WVS. De financiele effecten hiervan ziet u dan ook terug bij de ISD en het Werkplein. Om enig inzicht te geven in de daling van de uitkeringslasten bij de werkpleinen is een berekening opgenomen in de ketenmonitor. In 2020 en 2021 werd fictief berekend en aangegeven wat het financieel effect is van de diverse instrumenten. Uitgangspunt hierbij is dat de gemiddelde uitkeringslast € 12.000,- c.q. € 13.500,- bedraagt en de structurele loonkostensubsidie 50 % van het minimumloon op jaarbasis. Voor de ISD en het Werkplein is dit tesamen over 2020 en 2021 een bedrag van ruim € 2 miljoen resp. € 0,9 miljoen.

Tevens geeft het rapport "Het sociaal ontwikkelbedrijf: werkvormen, kosten en baten" aan dat er naast het voordeel in de keten ook een groot voordeel ligt bij de centrale overheid. Zij ontvangen onder andere de belastingafdrachten van de werkenden. Alle plaatsingen leiden altijd tot een maatschappelijk rendement. Ad 3. Algemene economische situatie en Covid-19 Ondanks de Covid-19 pandemie vallen de effecten in economische zin voor WVS mee. Voor 2023 e.v. verwachten we een normalisering van de omstandigheden. Ad 4. Opbrengsten, toegevoegde waarde In de huidige economische ontwikkeling is het zaak om het nivo van de opbrengsten en toegevoegde waarde per medewerker te behouden. Het inrichten van de organisatie op basis van lean en het realiseren van een betere prijsvorming is de basis voor een gezonde toekomst. Ad 5. Invulling van de regie- en opdrachtgeversrol door gemeenten Een goede samenwerking met de gemeenten, ISD en Werkplein zorgt er voor dat meer mensen aan loonvormende arbeid kunnen deelnemen. Door opdrachten vanuit gemeenten te verstrekken voor werkzaamheden die bij de doelgroep IEDEREEN ONTWIKKELT MEE

WVS - Ontwerp herziene begroting 2023

4

passen, kunnen mensen op basis van hun ontwikkelmogelijkheden getraind worden binnen deze werkzaamheden. De druk op de financiële situatie bij de gemeenten is merkbaar in de opdrachtverstrekkingen. Dit heeft impact op het resultaat. Bij geschiktheid vindt er doorstroom plaats naar reguliere arbeid, maar kan er ook een vangnet worden gebouwd voor die groep die deze stap niet kan maken. WVS werkt samen met ISD en Werkplein. Middels een drietal proeftuinen wordt geëxperimenteerd met doelgroep C, diagnose en een betere overgang tussen dagbesteding en Beschut Werk en vice versa. Ad 6. De rol van WVS binnen de Participatiewet i.s.m. de werkpleinen en het RPA De uitvoering van de Participatiewet vraagt om intensieve samenwerking met de werkpleinen en het werkgeversveld. Op arbeidsmarktregioniveau zijn afspraken gemaakt om in Multi Disciplinaire Teams in de subregio's samen te werken. In deze teams werken gemeenten, WVS en het UW samen om werkgevers optimaal te kunnen bedienen. Naast het invullen van vacatures zal het organiseren van werk van groot belang zijn voor het plaatsen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Samenwerking in de keten leidt tot meer plaatsingen. WVS is samen met de werkpleinen aan het kijken naar gezamenlijke structurele mogelijkheden om het effect van de samenwerking zo hoog mogelijk te maken.

In 2021 is gestart met 3 proeftuinen en dit heeft zijn vervolg gekregen in 2022 e.v.. De doelgroep welke direct of met weinig hulp aansluiting vindt op de arbeidsmarkt was vóór de pandemie steeds kleiner aan het worden. Vanuit het project "Perspectief op Werk", welke door centrum gemeente Breda wordt gecoördineerd, wordt door onderwijs, werkpleinen en arbeidsontwikkelbedrijven getracht werkgelegenheid te creëren bij werkgevers o.b.v. deelfuncties, zodat deze beter aansluiten bij de genoemde doelgroep. Ad 7. Uitstroom SW personeel en leidinggevend SW kader In de begroting is opgenomen dat leidinggevend kader in SW-dienstverband wordt vervangen door reguliere krachten. Hierin is echter niet de volledige vervanging meegenomen die door uitstroom vanwege pensioenleeftijd is ingeschat. Door de invoering van de RVU regeling voor SW-personeel, is er een snellere uitstroom van SW-leidinggevenden. Hierdoor is er een lichte stijging van het aantal reguliere personeelsleden opgenomen. Tevens is er ingezet op de ontwikkeling van inwoners middels leerroutes naar vakgebieden waar werk is. Hier is extra begeleidend personeel voor nodig. Ad 8. (Fiscale) wetgeving Het lage inkomensvoordeel (LIV) is in 2021 al erg beperkt. De jeugd-LIV wordt afgeschaft en het zwaardere regiem (€ 2.000,- subsidie per fte) is verlaagd naar € 1.000,- per persoon (minimaal 24 uur op jaarbasis gemiddeld).

Dit heeft een negatieve impact op de resultaten in de volgende jaren. Vanaf 2024 zal het LIV waarschijnlijk komen te vervallen. Ad 9. Cao Aan de Slag (WAB) Per 1 januari 2020 is de WAB in gegaan. Met de Wet arbeidsmarkt in balans zijn maatregelen getroffen om te voorkomen dat er bij payroll wordt geconcurreerd op arbeidsvoorwaarden. Het kabinet vindt het belangrijk dat voor iedereen, dus ook voor mensen die alleen met ondersteuning de arbeidsmarkt kunnen betreden, het beginsel van gelijke beloning voor hetzelfde werk geldt. Voor de SW-medewerkers heeft de minister een uitzondering gemaakt. Sinds 1 juli 2021 is er een nieuwe Cao 'Aan de Slag' gaan gelden voor de medewerkers uit de Participatiewet met een Beschut Werkindicatie of doelgroepverklaring. Hierdoor geldt ook voor deze doelgroep een uitzondering op de WAB. De financiering van de kosten van de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden van de Cao Aan de Slag is nog onduidelijk. Het is vraag in hoeverre WVS de eventuele extra kosten kan doorberekenen in haar prijzen van de verschillende producten en diensten.

5

WVS - Ontwerp herziene begroting 2023

P' IEDEREEN ONTWIKKELT MEE

2. Financiële begroting en meerjarenraming 2.1. Uitgangspunten herziene begroting 2023 Bij het opstellen van de herziene begroting zijn naast de werkelijke resultaten over 2021, de interne werkbudgetten voor 2022 als uitgangspunt gehanteerd. De begrotingen van de ISD, het Werkplein en VVVS vormen gezamenlijk de basis voor de ketenbegroting. Toegevoegde waarde Voor de berekening van de toegevoegde waarde (TW) zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

•

•

De TW voor VVVS is uit verschillende zaken opgebouwd. De TW per fte SW wordt constant verondersteld. Daarnaast is rekening gehouden met de TW voor de nieuwe Beschut Werk-medewerkers. Voor nieuwe medewerkers met structurele loonkostensubsidie wordt een TW nivo van de huidige SW-populatie verwacht. Hierbij gaan we uit van een loonwaarde van gemiddeld 50 °k. Daarnaast zullen er leerwerktrajecten voor de ISD en het Werkplein uitgevoerd worden. Gezien de korte periode en de focus op leren i.p.v. werken, wordt de TW per fte lager ingeschat dan bij de SW-populatie. De formatie SW is gebaseerd op de prognose komende uit de meicirculaire/septembercirculaire 2022. Per type contract (SW, Beschut Werk, participatie, leerwerktraject) wordt een andere inzetbaarheid over de verschillende werksoorten zoals groen, postbezorging en industriële activiteiten verwacht. Participatie is opgenomen voor het Publiek Groenbedrijf. Conform besluitvorming worden hiervoor personen aangetrokken vanuit de doelgroep B met loonkostensubsidie, welke een training en opleiding krijgen met als doel uitstroom naar de arbeidsmarkt. In de begroting is rekening gehouden met een omzet vanuit de deelnemende gemeenten ten opzichte van de werkelijke omzet 2021 met een afname i.v.m. daling fte SW.

Rijksbijdrage Herziene begroting 2023

Werkelijk 2021

Herz. begr. 2022

Herz begr. 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

1.745

1.663

1.555

1.481

1.395

1.315

Rijksbijdrage per SE

28.488

29.479

30.744

31.350

32.208

33.173

2,0%

2,5%

2,5%

2,5%

2,5%

Rijksbijdrage (€ x 1.000) incl. LPO

49.712

49.024

49.987

48.784

48.386

48.163

Werkelijk 2021

Hen. begr. 2022

Begroting 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Aantal SE

Begroting 2023 Aantal SE

1.745

1.663

1.583

1.507

1.419

1.337

Rijksbijdrage per SE

28.488

29.479

29.957

31.154

32.638

34.268

2,0%

2,0%

2,0%

2,0%

2,0%

49.024

47.422

46.949

46.314

45.816

Rijksbijdrage (€ x 1.000) incl. LPO

49.712

Het is op dit moment nog niet duidelijk welke invloed de landelijke realisatiecijfers hebben op de P-budgetten SW voor de komende jaren. Deze worden jaarlijks in de meicirculaire aangepast voor het lopende en de komende jaren. Voor 2023 e.v. is de LPO iets verhoogd naar 2,5 °/.3. Het is nog onduidelijk of het Rijk de forse stijging van het WML zal compenseren.

IETIEREEN ONTWIKKELT MEE

VVVS - Ontwerp herziene begroting 2023

6

Bijdrage deelnemende gemeenten Basis is het aantal geplaatste doelgroep medewerkers (SW + participatie) op 1 januari van het voorafgaande jaar aan het rapportagejaar (Bijlage 6 per gemeente). Begroting 2023

Werkelijk 2021*

Aantal SW/partiipatie-medewerkers

Herz. begr. 2022

Herz. begr. 2023

Raming 2024

2.204

Raming 2025

2.043

2.137

Raming 2026

2.069

1.988

Gem. bijdrage per SW/participant in €

3.438

3.417

3.769

3.209

3.427

3.439

Gem. bijdr. (€ x 1.000)

5.593

7.532

7.700

6.640

6.813

6.579

Begroting 2023

Werkelijk 2021

Herz. begr. 2022

Begroting 2023

Raming 2024

2.204

2.043

Raming 2025

2.106

Raming 2026

2.045

1.988

Aantal SW/partiipatie-medewerkers Gem. bijdrage per SW/participant in €

3.438

3.417

3.770

3.672

3.555

3.546

Gem. bijdr. (€ x 1.000)

5.593

7.532

7.703

7.734

7.269

7.049

** In 2021 is de gemeentelijke bijdrage eenmalig met € 2.000.000 verlaagd. Overige subsidies overheid Beschut Werk In de herziene begroting is opgenomen dat er Beschut Werk ingezet zal gaan worden en dat deze zal worden uitgevoerd door WVS conform gemaakte afspraken. Voor deze doelgroep is uitgegaan van 70 'Vo loonkostensubsidie en gemiddeld 28 uur per persoon. De begeleidingsvergoeding voor Beschut Werk wordt vanuit het ministerie BZK geraamd. In de herziene begroting 2023 is een bedrag opgenomen van € 8.100,- (€ 7.800,-) per traject. Tot en met 2020 was de begeleidingsvergoeding € 9.000,- per traject en daarna is deze vergoeding gedaald. Dit is een grote aderlating, mede omdat landelijk onderzoek (het rapport "Het sociaal ontwikkelbedrijf: werkvormen, kosten en baten") aantoont dat de € 9.000,- per traject (nivo 2020) al onvoldoende was om de begeleidingskosten te dekken. In dat onderzoek wordt aangegeven dat bij interne plaatsing de extra kosten € 11.000,- per persoon per jaar zijn. Dit wil zeggen dat het tekort op Beschut Werken kan oplopen tot 210 maal € 3.300,- zijnde € 700.000,-. Vanuit de overheid is dit gedeeltelijk onderkend. Daarnaast geeft het rapport aan dat de opbrengsten vallen bij de rijksoverheid (werknemer betaalt belastingen) en bij de werkpleinen/gemeenten indien de voorwaarden juist zijn (b.v. echtpaar of alleenstaande deeltijd).

Natuurlijk doet WVS er alles aan om dit tekort zoveel mogelijk te beperken. Leerwerktrajecten Er zijn in de ketenbegroting aannames gemaakt m.b.t. afname leerwerktrajecten door het Werkplein Hart van West Brabant en de ISD Brabantse Wal. In de begroting en meerjarenraming is uitgegaan van de aangereikte cijfers vanuit de ketenbegroting. De tariefstelling van de trajecten is o.b.v. het gemiddelde van afgelopen jaren met een indexering conform afspraak. Ketensamenwerking Door de besturen van de ISD, het Werkplein en WVS is het Jaarplan ketensamenwerking 2022 vastgesteld, alsmede het Koersdocument Publiek Groenbedrijf. In het Jaarplan 2022 ligt de focus vooral op het bieden van nieuwe kansen aan mensen uit de zogenaamde doelgroep C aan de hand van een 'menukaart' die overzichtelijk laat zien welke instrumenten kunnen worden ingezet in specifieke situaties (de gproeftuinmethodiek'). Het ligt in de bedoeling vanaf 2022 op deze wijze 300 inwoners per jaar op te pakken. Dit gebeurt naast de leerwerktrajecten. De besturen hebben 7

WVS - Ontwerp herziene begroting 2023

P, IEDEREEN ONTWIKKELT MEE

tevens ingestemd met het Koersdocument Publiek Groenbedrijf. Afgesproken is om de daarin aangegeven koers verder uit te werken en te komen met een voorstel tot implementatie. Ondertussen zullen vanaf 2022 op jaarbasis in de leerlijn groen 80 trajecten worden gestart voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt met als doel hen te laten doorstromen naar de reguliere arbeidsmarkt en, ingeval dit niet mogelijk blijkt te zijn, een structurele arbeidsplek te bieden in het Publieke Groenbedrijf. Deze afspraak komt dan in de plaats van de afspraak die enkele jaren geleden is gemaakt om jaarlijks 30 fte participanten in het groenbedrijf te paatsen. Het blijft overigens nog wel mogelijk om voor andere doelgroepen leerwerktrajecten te starten in de leerlijn groen. De uitgangspunten in de begroting voor het ramen van leerwerktrajecten en de aantallen Beschut Werk, inclusief de tariefstelling, zijn conform de afspraken die reeds zijn opgenomen in de ketenbegroting. De participanten zijn alleen opgenomen voor het project Groen conform besluitvorming. Herz. begr. 2022

Herz. begr. 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Leerwerktrajecten aantal

235

235

235

235

235

Beschut Werken aantal

210

222

243

266

287

Beschut Werken fte

147

155

170

186

201

Participanten aantal

43

60

79

99

119

Participanten fte

30

45

60

75

90

Herziene begroting 2023

In het kader van de nieuwe rol van WVS als leerwerkbedrijf worden er praktijkverklaring-trajecten ontwikkeld die kunnen warden aangeboden voor de doelgroep en reguliere werkgevers. Overige bedrijfsopbrengsten Dit betreft de doorberekening van de kosten van dienstverlening van WVS aan de verbonden partijen, zoals Flexkompaan BV, WVS Schoonmaak VOF en Propeople Holding BV, alsmede derdenpartijen zoals Stichting Werkwijs West-Brabant en Stichting Op Weg Naar Werk. In de herziene begroting is verondersteld dat de dienstverlening op hetzelfde niveau gehandhaafd blijft. De aanpassing zit hem in het aantal fte's dat gedetacheerd wordt. Personeelskosten SW Voor de berekening van de indexering van de lonen SW is rekening gehouden met de huidige loonafspraken. Daarnaast is rekening gehouden met een minimaal salaris op het nivo WML plus 10 °/0. Er is geen rekening gehouden met stijging van het gehele SW-loongebouw. De LPO op het Participatie budget SW wordt verondersteld op 2,5 % voor 2023. De loonsverhoging voor de SW zal in verhouding iets hoger uitkomen, daar de gemiddelde loonsom per SW-er hoger is dan landelijk. Voor de jaren 2024 e.v. is de oorspronkelijke 2,0 % stijging aangehouden. Door uitstroom van in verhouding duurdere werknemers wordt daarnaast een algemene daling van de loonkosten per SW-fte verondersteld, die de loonkosten op positieve wijze beïnvloedt.

Vanaf 2017 is er een tegemoetkoming loondomein vanuit het Rijk geïntroduceerd, die een gunstig effect heeft op de loonkosten SW. Deze regeling betreft het 'lage-inkomensvoordeel', ook wel LIV genaamd. Waar mogelijk wordt deze ingezet om het negatieve subsidieresultaat te beperken. Vanaf 2020 is de jeugd LIV afgeschaft en is de hoogste schaal van het LIV (was € 2.000,- p.p.) verlaagd naar € 1.000,- per persoon maximaal. In het regeerakkoord is opgenomen dat per 2024 het LIV zal worden afgeschaft.

Ik' IEDEREEN ONTWMKELT MEE

WVS - Ontwerp herziene begroting 2023

8

Overige personeelskosten SW De overige personeelskosten zijn gebaseerd op de gerealiseerde kosten 2021 en het budget 2022. Tevens is hier rekening gehouden met de uitstroom van SW-medewerkers conform prognose vanuit de rijksoverheid. De stijging in personeelskosten t.o.v. begroting 2023 wordt veroorzaakt door de inhuur van een externe arbodienst. Door vertrek van onze arboartsen en de lastige arbeidsmarktpositie was het niet mogelijk om een eigen arbodienst te behouden. Loonkostensubsidie Begeleid Werken Het aantal BW-plaatsingen wordt constant verondersteld. Salariskosten regulier personeel Leidinggevende SW-medewerkers worden vanwege uitstroom gedeeltelijk vervangen door regulier Flexkompaan personeel. Het Flexkompaan personeel zal daardoor voor de begroting 2023 stijgen. Verder wordt uitstromend leidinggevend kader ambtelijk en Flexkompaan vervangen door nieuwe Flexkompaan krachten. De uitstroom van SWleidinggevend personeel verloopt sneller dan verwacht door een nieuwe RVU regeling uit de Cao SW. De instromende doelgroep Beschut Werk vergt een intensievere begeleiding dan de gemiddelde SW-medewerker. Tevens geeft VVVS een kwaliteitsimpuls aan de leerlijnen en zijn er in 2021 onvoorzien extra SW-medewerkers uit dienst gegaan die vervangen dienden te worden. Hierdoor is de noodzaak voor extra begeleidingscapaciteit hoger. Werkelijk 2021

Herz. begr. 2022

Herz. begr. 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Fte ambt. pers.

52,4

53

45

43

40

38

Gem. loonsom (€)

81.260

78.528

85.356

87.256

89.175

91.158

Tot. Sal. kst. (€ x 1.000)

4.258

4.162

3.841

3.752

3.567

3.464

Fte Flexkompaan

141,4

137,3

153,8

155,8

158,8

160,8

Gem. loonsom (€)

70.649

76.386

72.755

74.576

76.443

78.350

Tot. Sal. kst. (€ x 1.000)

9.989

10.488

11.190

11.619

12.139

12.599

Totaal Fte regulier

193,8

190,3

198,8

198,8

198,8

198,8

Totaal Sal. kst. regulier

14.247

14.650

15.031

15.371

15.706

16.063

Werkelijk 2021

Herz. begr. 2022

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Herz. begr. 2023

Fte ambt. pers.

52,4

53

45

43

40

38

Gem. loonsom (€)

81.260

78.528

85.356

87.256

89.175

91.158

Tot. Sal. kst. (€ x 1.000)

4.258

4.162

3.841

3.752

3.567

3.464

Fte Flexkompaan

141,4

137,3

148,8

150,8

153,8

155,8

Gem. loonsom (€)

70.649

76.386

72.755

74.576

76.443

78.350

Tot. Sal. kst. (€ x 1.000)

9.989

10.488

10.826

11.246

11.757

12.207

Totaal Fte regulier

193,8

190,3

193,8

193,8

193,8

193,8

Totaal Sal. kst. regulier

14.247

14.650

14.667

14.998

15.324

15.671

Voor de berekening van de salarissen ambtelijk personeel is rekening gehouden met de verhoging van 3,5 % van de kosten voor 2023 en verder. Dit is voor Cao-stijgingen, periodieken en wijzigingen in werkgeverslasten. Met de invoering van de WAB is het personeel in Flexkompaan qua salariëring gelijk getrokken met de ambtelijke collega's. Flexkompaan personeel is korter in dienst en heeft daardoor vaak nog periodieken in het vooruitzicht. De extra stijging hierdoor is 2 9

INVS - Ontwerp herziene begroting 2023

P'IEDEREEN ONTWIKKELT MEE

°k i.p.v. 1 %.

Loonkosten Beschut Werk In de herziene begroting zijn de loonkosten op basis van WML opgenomen, met een indexatie van 10,0 Vo voor het gehele loongebouw en stijging sociale lasten. De Cao Aan de Slag is voor alle schalen gekoppeld aan het nivo van het WML. Merendeel van deze doelgroep zit in een tijdelijk contract. Waar mogelijk zal z.s.m. een vast contract worden geboden i.v.m. de hoge WW premie. In de Cao is sprake van een 37-urige werkweek, een pensioenvoorziening en extra secundaire arbeidsvoorwaarden zoals bijvoorbeeld reiskosten. Loonkosten Participanten In de begroting wordt uitgegaan van dezelfde kostenstructuur als bij Beschut Werk. Afschrijvingen De afschrijvingskosten in 2023 zijn gebaseerd op een behoudend investeringsbeleid. Bij vervoersmiddelen is de afgelopen jaren gekozen voor langer doorrijden met het materieel. Dit blijkt duurder dan verwacht te zijn. Derhalve is nu gekozen voor snellere vervanging. Om grote investeringen te voorkomen binnen het ICT domein, is gekozen voor de kantoorautomatisering en de ICT-infrastructuur in een exploitatiemodel. Door problemen met leveringen in de markt is er in 2022 toch voor gekozen om de hardware gedeeltelijk zelf aan te schaffen. Arbod lenst Door vertrek van de bedrijfsartsen was WVS genoodzaakt de arbozorg uit te besteden. Hierdoor gaan de kosten naar verwachting per saldo E 700.000,- stijgen.

De kosten zijn opgenomen in de herziene begroting. Overige bedrijfskosten Deze zijn min of meer constant verondersteld, m.u.v. de energie- en verzekeringskosten. Deze zijn zo sterk gestegen dat deze zijn aangepast. Voor de jaren 2023 tot en met 2026 blijven de aantallen leerwerktrajecten en medewerkers met loonkostensubsidie (zolang daarover nog geen andere besluiten genomen zijn) constant. Wel zou het maatschappelijk zinvol zijn om meer gebruik te maken van de trajecten met loonkostensubsidie om plaatsings- en doorstroommogelijkheden te kunnen realiseren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

>1E0E11E04 ONTWIKKELT MEE

WVS - Ontwerp herziene begroting 2023

10

2.2. Overzicht van baten en lasten 2021 - 2026 Het overzicht baten en lasten voor de jaren 2021 - 2026 laat met name het exploitatieresultaat voor gemeentelijke bijdrage zien. Ook wordt het totaal exploitatieresultaat gesplitst in het subsidieresultaat (rijksbijdrage minus alle personeelskosten SW personeel) en het operationele resultaat. Conform de eisen zoals gesteld in het Besluit Begroting en Verantwoording, is VVVS verplicht inzicht te geven in de overheadkosten zoals gedefineerd in de BBV. Deze opstelling vindt u in bijlage 1. bedragen x € 1.000 Herziene begroting 2023

Werkelijk 2021

Herz. begr. 2022

Herz. begr. 2023

Raming 2024

Raming 2025

Netto omzet derden

21.943

19.424

23.814

Raming 2026

23.852

23.525

23.232

Netto omzet deelnemende gemeenten

10.137

9.750

9.750

9.250

9.000

Grond- en hulpstof uitbesteed werk

-9.438

-8.378

-10.064

9.500 -10.001

-9.828

-9.665

Toegevoegde waarde

22.642

20.796

23.500

23.351

22.947

22.567

Rijksbijdrage

49.712

49.024

48.987

48.784

48.386

48.163

Loonkostensubsidie

1.349

2.981

4.223

4.724

5.288

5.843

Overige subs. overheid

2.908

1.972

1.684

1.803

1.937

2.055

Totaal bijdr. overheden

53.969

53.977

54.894

55.311

55.611

56.061

Overige bedrijfsopbr.

2.427

1.981

1.988

1.868

1.763

1.665

Totaal baten

79.038

76.754

80.382

80.530

80.321

80.293

Loonkosten SW

-56.133

-55.794

-55.365

-53.249

-52.000

-50.500

Overige pers. kstn SW

-1.505

-1.316

-1.959

-1.880

-1.807

Verstrekte subsidies

-239

-225

-2.205 -225

-225

-225

-225

Totaal pers. kstn SW

-57.877

-57.335

-57.615

-55.433

-54.105

-52.532

Kosten regulier pers.

-15.909

-15.151

-15.941

-16.281

-16.616

-16.973

Kosten Beschut Werk

-2.532

-4.520

-5.488

-6.187

-6.976

-7.752

Kosten participanten

-123

-898

-1.271

-1.309

-1.349

-1.389

Afschrijvingskosten

-1.815

-1.610

-1.810

-1.860

-1.860

-1.860

Overige bedr. kosten

-5.586

-4.581

-5.806

-5.937

-6.068

-6.206

Financieringskosten

-75

-191

-151

-163

-160

-160

Sub-totaal overige bedr. kstn

-26.040

-26.951

-30.467

-31.737

-33.029

-34.340

Totaal bedrijfskosten

-83.917

-84.286

-88.082

-87.170

-87.134

-86.872

Result. voor gem. bijdr. en dividend

-4.879

-7.532

-7.700

-6.640

-6.813

-6.579

Gem. bijdrage

5.593

7.532

7.700

6.640

6.813

6.579

Totaal expl. result.

714

0

0

0

-9.472

-10.749

-11.165

-9.422

-8.757

-7.668

Subsidieresultaat Doelgroep

11

VVVS - Ontwerp herziene begroting 2023

>IEDEREEN ONTWIKKELT MEE

bedragen x€ 1.000 Begroting 2023

Werkelijk 2021

Herz. begr. 2022

Begroting 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Netto omzet derden

21.943

19.424

23.562

23.466

23.486

23.539

Netto omzet deelnemende gemeenten

10.137

9.750

9.750

9.500

9.250

9.000

Grond- en hulpstof uitbesteed werk

-9.438

-8.378

-9.989

-9.885

-9.816

-9.757

Toegevoegde waarde

22.642

20.796

23.323

23.081

22.920

22.782

Rijksbijdrage

49.712

49.024

47.422

46.949

46.314

45.816

Loonkostensubsidie

1.349

2.981

4.215

4.929

5.716

6.512

Overige subs. overheid

2.908

1.972

2.061

2.188

2.332

2.460

Totaal bijdr. overheden

53.969

53.977

53.698

54.066

54.362

54.788

Overige bedrijfsopbr.

2.427

1.981

2.049

1.931

1.824

1.722

Totaal baten

79.038

76.754

79.070

79.078

79.106

79.292

Loonkosten SW

-56.133

-55.794

-55.199

-53.651

-51.575

-49.839 -1.827

Overige pers. kstn SW

-1.505

-1.316

-2.050

-1.983

-1.902

Verstrekte subsidies

-239

-225

-225

-225

-225

-225

Totaal pers. kstn SW

-57.877

-57.335

-57.474

-55.859

-53.702

-51.891

Kosten regulier pers.

-15.909

-15.151

-15.578

-15.908

-16.234

-16.581

Kosten Beschut Werk

-2.532

-4.520

-4.989

-5.625

-6.342

-7.048

Kosten participanten

-123

-898

-1.445

-1.984

-2.554

-3.157

Afschrijvingskosten

-1.815

-1.610

-1.810

-1.860

-1.860

-1.860

Overige bedr. kosten

-5.586

-4.581

-5.371

-5.495

-5.629

-5.766

-75

-191

-106

-81

-54

-38

Sub-totaal overige bedr. kstn

-26.040

-26.951

-29.299

-30.953

-32.673

-34.450

Totaal bedrijfskosten

-83.917

-84.286

-86.773

-86.812

-86.375

-86.341

Result. voor gem. bijdr. en dividend

-4.879

-7.532

-7.703

-7.734

-7.269

-7.049

Gem. bijdrage

5.593

7.532

7.703

7.734

7.269

7.049

714

0

0

0

0

0

-9.472

-10.749

-12.272

-11.591

-10.569

-9.759

Financieringskosten

Totaal expl. result. Subsidieresultaat Doelgroep

IP

IEDEREEN ONTWIKKELT MEE

VVVS - Ontwerp herziene begroting 2023

12

2.3 Financiële positie De afgelopen jaren is een bijdrage van de gemeenten noodzakelijk om een negatief eigen vermogen te voorkomen. In bijlage 6 is een overzicht opgenomen van de gemeentelijke bijdragen voor 2023. In bijlage 2 is de balans per ultimo opgenomen voor de jaren 2021 - 2026. In paragraaf 3.1. Weerstandsvermogen is een overzicht gegeven van 'jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen'. Deze verplichtingen hebben een nadelige invloed op de financiële positie van WVS. Door het negatieve resultaat in de totale planperiode zal de financieringsbehoefte toenemen. Dit wordt gecompenseerd door stortingen van de gemeentelijke bijdragen. Ultimo 2021 bedroegen de langlopende leningen € 6.805.000,-. In 2022 wordt hierop € 1.798.000,- afgelost. In 2022 is een langlopende lening van € 4 miljoen afgesloten. Om aan haar financieringsbehoefte te kunnen voldoen sluit WVS rekening-courantkredieten en kasgeldleningen af. De behoefte aan krediet neemt toe vanwege de jaarlijkse aflossingen op de leningen. Het rentepercentage voor de langlopende leningen bedraagt voor 2022 2 %. Voor rekeningcourantkrediet wordt dit percentage begroot op 0,7 % en voor kasgeldleningen op 1,0 %. Met deze financieringswijze voldoet WVS zowel aan de kasgeldlimiet als aan de norm voor het renterisico.

In bijlage 3 is een overzicht van de langlopende en de kortlopende leningen gegeven voor de jaren 2021 - 2023. De voorzieningen die WVS had gevormd hebben het karakter van een toekomstige financiële verplichting. Sinds 2018 wordt er een voorziening gecreëerd voor het 3e WW-jaar ambtelijk. Dit is een verplichting. Deze wordt gevormd uit een bijdrage van het ambtelijk personeel zelf. In bijlage 4 is een overzicht gegeven van het verloop van de reserves en de voorzieningen voor de jaren 2021 - 2026.

13

VWS - Ontwerp herziene begroting 2023

1>MEDEREEN ONTWIKKELT MEE

2.4 Risicoparagraaf Als risico's worden beschouwd alle redelijke voorzienbare risico's die niet in de begroting zijn verwerkt en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de omvang van de exploitatie, het exploitatieresultaat en het eigen vermogen van WVS. Ondernemersrisico WVS opereert op de commerciële markt door producten en diensten aan derden te leveren. Hierdoor heeft WVS te maken met het normale ondernemersrisico zoals het debiteuren- en voorraadrisico. Door de turbulente economische omstandigheden, mede dankzij corona, is dit risico niet te onderschatten. Omvang: Het achterblijven van de TW van bijvoorbeeld 5 % levert direct een verlies op aan exploitatieresultaat van ruim € 1.100.000,-. Maatregelen: Via de interne P&C cyclus, waardoor snel achterblijvende resultaten zichtbaar zijn, spreiden van risico's o.b.v. werksoorten, klanten en branches. Tevens werk blijven acquireren ook al is er geen stilstand. Dit vangt leegstand op, of biedt mogelijkheden voor betere rendementen. Opdrachten van deelnemende gemeenten De deelnemende gemeenten zijn belangrijke opdrachtgevers voor WVS. De gemeentelijke opdrachten vormen voor WVS ook een belangrijke inkomstenbron, maar belangrijker nog is dat gemeenten veel werk hebben waar mensen uit de doelgroep op zijn aangewezen.

Door een jaarlijkse krimp in het aantal SW-medewerkers is er in 2017 voor gekozen om jaarlijks 30 fte uit het PW te plaatsen in het groenbedrijf van WVS met de bedoeling hen te laten doorstromen naar de reguliere markt. Op deze wijz wordt ook de orderportefeuille in het gemeentelijk groen op peil gehouden. Vanaf 2022 worden de 30 fte vervangen door 80 trajecten in het groen met als doel uitstroom naar de reguliere arbeidsmarkt en, voor diegenen die die overstap niet kunnen maken, een dienstverband bij WVS. Omvang: De gemeentelijke omzet beslaat om en nabij een derde van de omzet van WVS. Door de financiële druk op de begrotingen van de gemeenten, wordt er wellicht bezuinigd op opdrachten m.b.t. detacheringen en groenvoorziening. Hierdoor verdwijnen er bij bezuinigingen banen en werk voor de doelgroep. 5 % van de omzet bij gemeenten staat voor een bedrag van € 500.000,-. Maatregelen: Samen met de gemeenten bekijken waar de mogelijkheden liggen. Zorgen dat er een goede orderportefeuille is. Risico rijksbijdrage In de herziene begroting is uitgegaan van de afbouw SW zoals het Rijk die voorziet. Voorspellen wat de ontwikkeling van de rijksbijdrage gaat doen, is lastig. Er zijn veel landelijke factoren die van invloed zijn op de rijksbijdrage per SE. Indien er grote afwijkingen zijn t.o.v.

de begroting zal dit worden gemeld, en indien nodig zal een herziene begroting worden ingediend. In de herziene begroting is uitgegaan van een compensatie van LPO van 2,0 °/0. Indien deze niet wordt ontvangen heeft dat impact op de begroting. Door de koppeling met de Cao SW (op dit moment) is de impact beperkt. Omvang: WVS ontvangt vanuit de gemeenten de volledige subsidie Wsw. Bij overschrijding van de taakstelling is het financiële risico geheel voor WVS. Bij 10 SE is dit een risico van € 290.000,-.

>IEDEREEN ONTWIKKELT MEE

WVS - Ontwerp herzlene begroting 2023

14

Maatregelen: Dit ligt buiten de invloedssfeer van WVS. Rente risico's De totale activa bedragen ultimo 2022 € 24.805.000,-. Hiervan is ruim 70 % gefinancierd met vreemd vermogen. Een groot deel van dit vreemde vermogen is rentedragend. De aan het vreemde vermogen verbonden rentelasten leggen een claim op de exploitatiebegroting. Alle langlopende leningen hebben een vast rentepercentage over de gehele looptijd van de lening. Derhalve is het renterisico met betrekking tot de langlopende leningen nihil. Wijzigingen in de rentestand hebben derhalve geen gevolgen voor het exploitatieresultaat. Anders ligt dit voor de kortlopende leningen. De rente hierop is variabel en de kosten hiervan fluctueren met wijzigingen in de rentestand. Momenteel is de rente op een laag niveau. Omvang: Het renterisico op korte termijn ligt vooral bij de kasgeldleningen. Er is ultimo 2021 € 3.000.000,- aangetrokken. Daarnaast moet i.v.m. de aflossingsverplichting elk jaar € 2.000.000,- geherfinancierd worden. Stijging van het rentepercentage met 1 % heeft een impact van € 50.000,- op de exploitatie per jaar. Maatregelen: Zorgen dat het werkkapitaal op orde is. Het aanhouden van een eigen vermogen binnen WVS verlaagt de behoefte aan vreemd vermogen. Daarnaast is het goed om de renterisiconorm en wetgeving vanuit Fido te bewaken.

Transitievergoeding Bij ontslag, op initiatief van WVS, van een medewerker, worden we verplicht een transitiegoeding te betalen. Dit geldt niet alleen voor een tijdelijk contract, maar ook bij beëindiging wegens ziekte, ondergrens en (disciplinair) ontslag. Voor 2023 wordt dit ingeschat op € 700.000,- per jaar. Natuurlijk wordt er gestuurd op risicominimalisatie, echter bij vaste contracten is dit nauwelijks mogelijk. Er is een wet, waarbij bij uitstroom na 2 jaar ziekte, een compensatie vanuit het Rijk zal plaatsvinden, welke in 2020 is ingaan. Vanaf 2020 zit de premie voor de compensatie regeling in de AOF premie en bedraagt deze 0,31 °k. Omvang: De opbrengsten m.b.t. de compensatie van de transitievergoedingen is ingeschat voor 2023 op € 650.000,-. Indien de compensatie zou worden afgeschaft, kan dit niet op een andere manier worden ondervangen. Maatregelen: De reden van ontslag met recht op compensatie zit hem in de medewerkers die na een lange ziekteperiode naar de WIA gaan. Dit is niet iets waar WVS direct invloed op heeft. RVU-regeling Cao SW In de nieuwe Cao SW is een nieuwe regeling opgenomen. Twee jaar vóór pensioen kan een SW-medewerker ervoor kiezen om te stoppen met werken. De medewerker ontvangt dan een aangepast salaris ter hoogte van ongeveer € 1.800,- bruto per maand (bij fulltime dienstverband).

De medewerker is dan vrijgesteld van werk tot de pensioendatum en blijft in dienst, dus de aanspraak op rijksbijdrage blijft bestaan. Er is echter geen inverdienvermogen. De regeling is vrij nieuw. Er is derhalve lastig een inschatting te maken van de deelnamegraad. Omvang: Bij deelname van 20 fte zal de daling in toegevoegde waarde (o.b.v. gemiddelde TW per fte) € 200.000,bedragen. Maatregelen: WVS heeft hier geen invloed op. Natuurlijk zal WVS de gevolgen zoveel mogelijk proberen te compenseren door productie-efficiency.

15

WVS - Ontwerp herziene begroting 2023

I> IEDEREEN ONTWIKKELT MEE

Jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Volgens het BBV dienen de verplichtingen die gerelateerd zijn aan de jaarlijks terugkerende arbeidskosten niet als verplichting in de balans te worden opgenomen. Bij de beoordeling van het weerstandsvermogen van WVS dienen ze wel te worden meegenomen. Deze verplichtingen worden in de begroting opgenomen op het moment dat ze tot betaling leiden. Het risico m.b.t. het oplopen van de verlofsaldi is dat er bij het einde van een dienstverband veel verlof wordt opgenomen, en er dan vervanging moet worden aangenomen, vóór de uitdienst datum. Omvang: Het betreffen de volgende verplichtingen: • Vakantiegeldverplichtingen (waarde per ultimo 2021 € 4.325.000,-) • Verloftegoeden (waarde per ultimo 2021: € 2.141.000,-) Maatregelen: Gezien de daling van het aantal personeelsleden, zal ook deze post dalen in hoeveelheid verlofuren. Dit geldt tevens voor de vakantiegeldverplichting. De loonsom daalt en daarmee ook de verplichting. M.b.t. de verloftegoeden, gelden ook binnen WVS de reguliere regels vanuit de cao's. Binnen de Cao SW en de Cao SGO bestaat een regeling "spaarverlof". Hierdoor kunnen SW-ers verlofuren sparen. Hierdoor loopt op persoonsnivo het saldo op.

Uitstroom van SW-kader De capaciteiten van de SW-instroom is sinds 1998 (invoering nieuwe Wet sociale werkvoorziening) minder dan de gemiddelde SW-populatie van vóór 1998. Dit betekent dat kaderfuncties die momenteel zijn ingevuld door SWmedewerkers in geval van vervanging door pensionering of anderszins, niet meer door SW-medewerkers kunnen worden ingevuld omdat bij de huidige instroom de benodigde capaciteiten hiervoor ontbreken. Dit betekent dat extra regulier personeel moet worden aangetrokken om deze opengevallen plaatsen in te nemen. Omvang: Bij vervanging van een SW-er door een reguliere kracht missen we de rijksbijdrage voor die plaats. Dit is voor 2023 een bedrag van € 31.513,- per fte inclusief LPO. Maatregelen: Uiteraard wordt getracht eventuele vacatures op een andere wijze in te vullen door herverdeling van taken en het niet vervangen van uitstroom van indirecte functies, maar dit is niet altijd mogelijk. Indien een SW-medewerker 1 op 1 vervangen dient te worden, is het verschil in kosten, de rijkssubsidie. Natuurlijk wordt gekeken naar kostenreductie door een 1 op 1 vervanging te proberen te vermijden. Vergoeding begeleidingskosten Beschut Werk De gemeenten hebben besloten om Beschut Werk uit te voeren en dit bij WVS te beleggen. De realisatie van de instroom is opgenomen conform de planning afgegeven door het Rijk.

De feitelijke instroom is afhankelijk van de aanlevering van kandidaten door het Werkplein Hart van West-Brabant en de ISD Brabantse Wal. Vanaf 1 januari 2017 mogen burgers zich rechtstreeks melden bij het UWV voor het aanvragen van een indicatie Beschut Werk. Dit leidt tot meer indicaties Beschut Werk. Omvang: De aantallen 'Beschut Werk'-plaatsingen kunnen achterblijven op de fictieve taakstellingen. WVS heeft haar begeleidingsorganisatie zo ingericht dat zij conform de fictieve taakstellingen personen in dat jaar kunnen plaatsen. Indien er niet of minder geplaatst wordt, heeft WVS wel de kosten, maar niet de vergoeding hiervoor. Maatregelen: I.o.m. de werkpleinen zorgen voor een goede instroom, zodat de dekking geregeld is, of kijken naar budgetoverheveling c.q. afspraken m.b.t. minimale afname avn leerwerktrajecten.

IEDEREEN ONTWIKKELT MEE

WVS - Ontwerp herziene begroting 2023

16

Leerwerktrajecten De inschattingen voor afname leerwerktrajecten voor de jaren 2023-2026 zijn gebaseerd op de meerjaren afspraken. Indien de aantallen naar beneden worden bijgesteld, zal dit invloed hebben op het resultaat van VVVS. Indien de leerwerktrajecten niet worden ingevuld mist VVVS dekking voor de begeleidingsorganisatie. Omvang: De aantallen leerwerktrajecten kunnen achterblijven op de afgesproken aantallen. V1NS heeft haar begeleidingsorganisatie zo ingericht dat zij de personen in dat jaar kunnen plaatsen. Indien er niet wordt geplaatst mist VVVS de dekking voor de begeleidingsorganisatie. Maatregelen: In overleg met de werkpleinen zorgen voor een goede geleidelijke instroom en zo mogelijk volledige instroom van de afspraken. Jaarplan 2022 en Koersdocument Groen Door de besturen van de ISD, Werkplein en VWS is het Jaarplan ketensamenwerking 2022 vastgesteld, alsmede het Koersdocument Publiek Groenbedrijf. In het Jaarplan 2022 ligt de focus vooral op het bieden van nieuwe kansen aan mensen uit de zogenaamde doelgroep C aan de hand van een 'menukaart' die overzichtelijk laat zien welke instrumenten kunnen worden ingezet in specifieke situaties (de `proeftuinmethodiek). Het ligt in de bedoeling vanaf 2022 op deze wijze 300 inwoners per jaar op te pakken. Dit gebeurt naast de leerwerktrajecten.

De besturen hebben tevens ingestemd met het Koersdocument Publiek Groenbedrijf. Afgesproken is om de daarin aangegeven koers verder uit te werken en te komen met een voorstel tot implementatie. Ondertussen zullen vanaf 2022 op jaarbasis in de leerlijn groen 80 trajecten worden gestart voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt met als doel hen te laten doorstromen naar de reguliere arbeidsmarkt en, ingeval dit niet mogelijk blijkt te zijn, een structurele arbeidsplek te bieden in het Publieke Groenbedrijf. Omvang: De aantallen deelnemers proeftuinen kunnen achterblijven op de afgesproken aantallen of zonder doelgroepverklaring binnen komen. VVVS heeft haar begeleidingsorganisatie zo ingericht dat zij de personen in dat jaar kunnen plaatsen. Indien er niet wordt geplaatst mist VVVS de dekking voor de begeleidingsorganisatie, Maatregelen: In overleg met de werkpleinen zorgen voor een goede geleidelijke instroom en zo mogelijk volledige instroom van de taakstelling. Praktijkacademie West-Brabant In het kader van de ontwikkeling van inwoners die geen arbeidskwalificatie hebben is de Praktijkacademie West-Brabant' opgezet om inwoners vai de praktijkroute op te leiden richting een branche waar voldoende werkgelegenheid is om een duurzame inzet mogelijk te maken.

Middels praktijkcertificaten, die erkend worden door het MBO en werkgevers, kan een kandidaat aantoonbaar maken dat hij/zij beschikt over kwalificaties om bepaalde werkzaamheden uit te kunnen voeren. Omvang: De aantallen kunnen achterblijven op de verwachte aantallen terwijl de begeleidingsorganisatie hierop is ingericht. Indien er niet wordt geplaatst mist VVVS dekking voor de begeleidingsorganisatie. Maatregelen: In overleg met de werkpleinen, onderwijsinstellingen en werkgevers zorgen voor een geleidelijke in- en doorstroom van de kandidaten zodat voldoende dekking is om de praktijkopleiding te financieren.

17

VVVS - Ontwerp herziene begroting 2023

> IEDEREEN ONTWIKKELT MEE

Stijging WML In de nieuwe plannen van de regering is waarschijnlijk opgenomen dat de stijging van de WML 10 % zal bedragen. In de herziene begroting is opgenomen dat SW minimaal op het nivo van WML +10 °k wordt verbond. Indien het gehele loongebouw SW 10 % stijgt is dit ver boven de stijging van de salariskosten welke zijn opgenomen in deze herziene begroting. Indien dit plaatsvindt, zal dit grote impact hebben voor VVVS. Er is nog geen duidelijkheid hoe en of er compensatie van het Rijk zal zijn. De Cao Aan de Slag heeft een directe verbinding voor alle schalen met het WML. Deze stijgen dus automatisch. In de herziene begroting is dit reeds meegenomen in de kosten. Doordat bij WVS de gemiddelde loonkosten nog boven het nivo van de Rijksbijdrage liggen, is de stijging van het verschil een directe kostenpost. Omvang: 10 % stijging van de loonkosten SW die nu boven het nivo WML + 10 % liggen, komt neer op ongeveer € 3 miljoen euro. Er is nog geen duidelijkheid m.b.t. de compensatie vanuit het Rijk. Maatregelen: Hier heeft VVVS geen invloed op.

HEDEREEN ONTWIKKELT MEE

WI/S - Ontwerp herziene begroting 2023

18

3. Overige begrotingsinformatie 3.1 Weerstandsvermogen In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in het vermogen van WVS om risico's (zie paragraaf 2.4) die niet in de begroting zijn verwerkt op te vangen door middel van financiële buffers, genoemd weerstandscapaciteit. De relatie tussen weerstandscapaciteit en alle risico's waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen, wordt weerstandsvermogen genoemd. In verband met de invoering van het BBV (2004) is het niet meer toegestaan de vakantiegeldverplichting als zodanig onder de schulden op te nemen. Deze verplichting (ultimo 2021 € 2.141.000,-) wordt niet in de balans opgenomen. Als financiële buffer voor het opvangen van tegenvallers voortvloeiende uit de hiervoor genoemde risico's dienen de reserves (eigen vermogen). Deze bedroegen per ultimo 2021 € 3.000.000,- exclusief bestemmingsreserves en tijdelijke Covid gelden. Daarnaast fungeren de deelnemende gemeenten als vangnet voor WVS, doordat ze uiteindelijk - voor zover de reserves ontoereikend zijn - het exploitatietekort voor hun rekening nemen. In een bestuursbesluit in 2011 is vastgelegd dat de bandbreedte voor de reserves is vervallen en dat de bestemmingsreserve is toegevoegd aan de algemene reserve. Exploitatieverliezen moeten van de algemene reserve worden afgeboekt.

Gelet op de (grote) commerciële risico's die WVS loopt en de groeiende behoefte aan liquiditeit zou een ruimer weerstandsvermogen zeer wenselijk zijn. Deloitte heeft onderzoek gedaan naar het meest passende nivo van het weerstandsvermogen. Dit is ook op dit moment nog een bedrag van € 6 miljoen. Eind 2021 heeft er een toevoeging van € 1.256.000,- plaatsgevonden o.b.v. het resultaat 2021. Dit betrof de door het Rijk toegekende Corona compensatie over 2021. De volledige Covid subsidie 2020 is vrijgevallen naar de gemeenten.

19

WVS - Ontwerp herziene begroting 2023

IP IEDEREEN ONTWIKKELT MEE

Bijlage 1. Resultatenrekening 2021 en meerjarenraming 2022-2024 Overhead (cf BBV richtlijnen juli 2016) Baten Netto omzet Mutatie voorraad GP en OHW Grond- en huipstoffen uitbesteed werk

Herz. begr. 2023 O O O

Raming 2024 o o o

Raming 2025 o o o

Raming 2026 o o o

2.090

2.018

1.954

1.898

Toegevoegde waarde Bijdrage overheden

200

205

210

215

Subtotaal

2.290

2.223

2.164

2.113

Totaal Baten

2.290

2.223

2.164

2.113

Personeelskosten

-9.430

-9.336

-9.230

-9.199

Overige bedrijfskosten

-2.013

-2.013

-2.013

-2.013

-11.443

-11.349

-11.243

-11.212

Overige opbrengsten

Lasten

Totaal bedrijfskosten

-151

-163

-160

-160

Totaal lasten

-11.594

-11.512

-11.403

-11.372

Resultaat

-9.304

-9.289

-9.239

-9.259

Rentebaten- en lasten

oh IEDEREEN ONTWIKKELT MEE

WVS - Ontwerp heiziene begroting 2023

20

Bijlage 2. balans 2021- 2026 (x €1.000)

Activa

stand per ultimo

2021

2022

15.874

16.000

Herz. begr. 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

16.000

16.000

16.000

Vaste activa Materiële activa

16.000

Financiële activa

118

18

18

18

18

18

Totaal vaste activa

15.992

16.018

16.018

16.018

16.018

16.018

Voorraden

866

750

750

750

750

750

Vorderingen

6.437

6.437

6.437

6.437

6.437

6.437

Overlopende activa

1.055

1.600

1.600

1.600

1.600

1.600

Vlottende activa

180

0

0

0

0

0

Totaal vlottende activa

8.538

8.787

8.787

8.787

8.787

8.787

Totaal activa

24.530

24.805

24.805

24.805

24.805

24.805

6.663

7.171

4.256

3.250

3.000

3.000

Liquide middelen

Passiva

Eigen vermogen

Algemene reserve Bestemmingsreserve

150

200

250

0

0

0

Storting gemeenten

5.593

7.532

7.700

7.734

7.269

7.049

Onttrekking gemeenten

-206

-2.865

-1.256

0

0

0

Nog te bestemmen resultaat

-4.879

-7.532

-7.700

-7.984

-7.269

-7.049

Totaal eigen vermogen

7.321

4.506

3.250

3.000

3.000

3.000

12

15

18

21

24

27

6.805

9.805

11.642

11.735

10.554

14.554

4.331

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

0

479

895

49

1.227

224

Voorzieningen Langlopende leningen Kortlopende schulden Crediteuren Rekeningcourantkrediet

21

Kasgeldleningen

3.000

3.000

2.000

3.000

3.000

0

Overlopende passiva

3.061

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

Totaal kortlopende schulden

10.392

10.479

9.895

10.049

11.227

7.224

Totaal passiva

24.530

24.805

24.805

24.805

24.805

24.805

Eigen vermogen in °k van totaal vermogen

29,8

18,2

13,1

12,1

12,1

12,1

Werkkapitaal

2.972

2.687

2.687

2.687

2.687

2.687

WVS - Ontwerp herziene begroting 2023

>IEDEREEN ONTWIKKELT MEE

Bijlage 3. Overzicht van langlopende leningen en RC-krediet

Leningen a/g (in € x 1.000) Verstrekt door

Omschrijving

Hoofdsom

Looptijd

Rente %

BNG

Lening 90545

4.538

1999/2024

6,09

BNG

Lening 91109

4.538

2001/2025

6,05

BNG

Lening 95110

2.700

2002/2023

5,33

BNG

Lening 111105

5.000

2017/2027

0,84

BNG

Lening 112899

4.000

2019/2024

-0,20

BNG

Lening 115893

4 000

2022-2032

1,88

BNG

Sub-totaal

24.776

Werkelijk 2021

Budget 2022

Raming 2023

6.805

9.805

6.945

3.000

3.000

2.000

0

479

895

100

0

0

9.705

13.284

9.840

Leningen o/g

-136

-104

148

Kasgeldleningen

6

0

-3

RC-krediet

0

0

0

Leningen o/g Stand per ultimo Kasgeldleningen Stand per ultimo Rekening courant-krediet Stand per ultimo Lening u/g (Propeople Holding B.V.) Stand per ultimo Saldo geleend - uitgeleend Rentebaten en -kosten

-8

0

0

-138

-104

-151

Leningen o/g

-2,00

-3,00

2,20

Kasgeldleningen

-0,002

0,00

2,00

0,7

0,7

0,7

Leningen u/g Rente lasten totaal Rente %

RC-krediet Leningen u/g Totaal gemiddelde rente %

P' IEDEREEN ONTWIKKELT MEE

4

4

4

-1,42

-0,78

-1,53

WVS - Ontwerp he, ziene begroting 2023

22

Bijlage 4. Overzicht reserves en voorzieningen (x € 1.000)

Omschrijving

ultimo

2021

2022

2023

2024

2025

2026

6.663

7.171

4.256

3.250

3.000

3.000

150

200

250

0

0

0

5.593

7.532

7.700

7.734

7.269

7.049

0

-206

-1.880

0

0

0

Reserves Algemene reserve Bestemmingsreserve

50 jr. VVVS

Storting gemeente Onttrekking gemeente Covid subs 2020

-1.880

Covid subs 2021

-1.256

Nog te bestemmen resultaat

-4.879

-7.532

-7700

-7.984

-7.269

-7.049

Totaal reserves

7.321

4.506

3.250

3.000

3.000

3.000

3e WW-jaar ambtelijk

12

15

18

21

24

27

Totaal voorzieningen

4

8

18

21

24

27

Voorziening rijkssubsidies

Bestemmingsreserve: *Vanaf 2018 zal er jaarlijks € 50.000,- worden gestort in een bestemmingsreserve ten bate van WVS 50 jarig bestaan in 2024. Resultaat 2020 Aan het eind van 2020 is door het bestuur besloten om € 2.000.000 van het resultaat 2020 in te zetten voor dekking 2021. Hierdoor is de gemeentelijke bijdrage voor 2021 eenmalig met dit bedrag verlaagd en dus lager dan de begrote behoefte. Daarnaast is besloten om de overgebleven Covid-19 subsidie uit 2020 in te zetten ter dekking van de extra kosten in 2021 veroorzaakt door Covid-19. Resultaat 2021 Eind 2021 zal de volledige subsidie Covid-19 2020 vrijvallen. Hiervan is reeds € 2.000.000,- verrekend met de gemeenten. De resterende € 1.880.000,- is uitgekeerd bij de vaststelling van de jaarrekening 2021. De Covid-19 compensatie 2021 ad € 1,2 miljoen is (tijdelijk) toegevoegd aan de algemene reserve, ter dekking van de Covid-19 risico's in 2022. Ter ondersteuning van de solvabiliteitspositie en weerstandsvermogen is € 423.000,- toegevoegd aan de algemene reserve.

23

VVVS - Ontwerp herziene begroting 2023

P, IETIEREEN ONTWIKKELT MEE

Bijlage 5. Overzicht van investeringen in vaste activa

(in €x 1.000)

Werkelijk 2021

Herz. Begr. 2022

Begr. 2023

Grond

0

0

0

Voorzieningen aan terreinen

0

0

0

Gebouwen

627

500

500

Installaties

358

200

200

Machines

54

300

100

Automatisering

255

50

250

Inventarissen

85

100

100

Vervoermiddelen

927

1.050

1.050

Projecten in uitvoering

40

0

0

0

0

0

Totaal investeringen

2.346

2.200

2.200

PM Afschrijvingskosten

1.815

1.610

1.810

Overige

om IEDEREEN ONTWIKKELT MEE

WVS - Ontwerp herzienf begroting 2023

24

Bijlage 6. Gemeentelijke bijdrage 2023

In de herziene begroting 2023 van WVS is uitgegaan van één gemeentelijke bijdrage. Het verlies van WVS bedraagt in 2023 € 7.700.000,- (was € 7.703.000,-). Een overzicht van de bijdrage per gemeente in dit resultaat: Begroting 2023

aantal 01-01-2022

Beschut aantal

Participanten aantal

Totaal

Bergen op Zoom

384

Effen-Leur

209

37

3

424

19

0

Halderberge

228

185

13

0

198

Moerdijk

98

11

0

109

Roosendaal

534

49

1

584

Rucphen

221

15

1

237

Steenbergen

95

8

0

103

Woensdrecht

80

9

0

89

Zundert

66

5

0

71

1.872

166

5

2.043

Per doelgroeper

Doelgroep 01-01-2022

Herz. Begr. 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Bergen op Zoom

424

€ 1.598.042

€ 1.378.052

€ 1.413.956

€ 1.365.392

Effen-Leur

228

€ 859.325

€ 741.028

€ 760.335

€ 734.220

Halderberge

198

€ 746.256

€ 643.524

€ 660.291

€ 637.612

Moerdijk

109

€ 410.817

€ 354.263

€ 363.493

€ 351.009

Roosendaal

584

€ 2.201.077

€ 1.898.071

€ 1.947.524

€ 1.880.634

Rucphen

237

€ 893.245

€ 770.279

€ 790.348

€ 763.203

Steenbergen

108

€ 388.204

€ 334.763

€ 343.485

€ 331.687

Woensdrecht

89

€ 335.438

€ 289.261

€ 296.797

€ 286.604

Zundert

71

€ 267.597

€ 230.759

€ 236.771

€ 228.639

2.043

€ 7.700.000

E 6.640.000

€ 6.813.000

€ 6.579.000

aantal doelgroepers

2.043

2.069

1.988

1.913

€ 3.769

€ 3.209

€ 3.427

€ 3.439

Doelgroep 01-01-2022

Begroting 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Bergen op Zoom

424

€ 1.598.665

€ 1.605.098

€ 1.508.593

€ 1.462.935

Effen-Leur

228

€ 859.659

€ 863.119

€ 811.225

€ 786.673

Halderberge

198

€ 746.546

€ 749.551

€ 704.485

€ 683.163

per doelgroeper

Per doelgroeper

Moerdijk

109

€ 410.977

€ 412.631

€ 387.822

€ 376.085

Roosendaal

584

€ 2.201.934

€ 2.210.796

€ 2.077.874

€ 2.014.986

Rucphen

237

€ 893.593

€ 897.189

€ 843.247

€ 817.725

Steenbergen

103

€ 388.355

€ 389.918

€ 366.474

€ 355.383

Woensdrecht

89

€ 335.569

€ 336.919

€ 316.662

€ 307.078

Zundert

71

€ 267.701

€ 268.778

€ 252.618

€ 244.973

2.043

€ 7.703.000

€ 7.734.000

€ 7.269.000

€ 7.049.000

aantal doelgroepers

2.043

2.106

2.045

1.988

€ 3.770

€ 3.672

€ 3.555

€ 3.546

per doelgroeper

De meerjarenraming per gemeente is gebaseeerd op de verhouding van de doelgroepers per 1-1-22. Conform de richtlijnen vanuit de gemeenteraden heeft WVS er voor gezorgd dat de gemeentelijk bijdrage niet meer stijgt dan de loonvoet rijksoverheid. 25

WVS - Ontwerp herziene begroting 2023

>IEDEREEN ONTWIKKELT MEE

Bijlage 7. Specificatie Rijksbijdrage per gemeente

Begroting 2022 In de mei/septembercirculaire 2022 zijn de volgende Participatiebudgetten SW per gemeente voor 2023 opgenomen. In de herziene begroting is tevens 2,0 % correctie LPO opgenomen. 2023 excl. LPO

2023 incl. LPO

Bergen op Zoom

€ 10.072.146

€ 10.273.589

Effen-Leur

€ 5.140.622

€ 5.243.434

Halderberge

€ 4.659.047

€ 4.752.228

Moerdijk

€ 2.423.319

€ 2.471.785

Roosendaal

€ 13.514.775

€ 13.785.071

Rucphen

€ 5.779.445

€ 5.895.034

Steenbergen

€ 2.408.923

€ 2.457.102

Woensdrecht

€ 2.061.131

€ 2.102.354

Zundert

€ 1.732.800

€ 1.767.456

Totaal

€ 47.792.209

€ 48.748.054

Per SE

€ 30.744

€ 31.513

2023 excl. LPO

2023 incl. LPO

Bergen op Zoom

€ 9.931.655

€ 10.130.289

Effen-Leur

€ 5.023.494

€ 5.123.964

Halderberge

€ 4.413.422

€ 4.501.690

Moerdijk

€ 2.282.856

€ 2.328.325

Roosendaal

€ 13.066.985

€ 13.328.325

Rucphen

€ 5.681.010

€ 5.794.630

Steenbergen

€ 2.293.380

€ 2.339.247

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12380289/1