7a I&O Research - ceo Wmo gemeente Rucphen 2023
Tekst van het document
ceo
Ceo Wmo over 2022; Gemeente Rucphen
Rapport I&O Research
www.ioresearch.nl
Colofon Uitgave I&O Research Piet Heinkade 55 1019 GM Amsterdam
Rapportnummer 2023/108
Datum juni 2023
Opdrachtgever Gemeente Rucphen
Auteurs Faifoo Spitz Naïma van Huizen
Copyright Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld.
Ceo Wmo over 2022; Gemeente Rucphen
2 van 22
Inhoudsopgave 1
Samenvatting _______________________________________________________________________ 4
2
Inleiding _____________________________________________________________________________ 7 2.1 2.2 2.3
3
Achtergrond _____________________________________ 7 Werkwijze en respons ________________________________ 7 Analyse ________________________________________ 8
Resultaten__________________________________________________________________________ 10 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
Omgaan met de hulpvraag _____________________________ 13 Het keukentafelgesprek ______________________________ 13 De ontvangen ondersteuning ___________________________ 15 Begeleiding ______________________________________ 17 Huishoudelijke ondersteuning ___________________________ 18 Informele zorg ___________________________________ 20 Effect van de ondersteuning ____________________________ 21
Ceo Wmo over 2022; Gemeente Rucphen
3 van 22
1
Samenvatting
De gemeente Rucphen voerde in april 2023 een cliëntervaringsonderzoek (ceo) uit om inzicht te krijgen in de (effecten van) hulp en ondersteuning van Wmo-cliënten binnen de gemeente. De gemeente voldoet hiermee aan de wettelijke verantwoordingsverplichting. De doelgroep van het ceo Wmo zijn cliënten die (in 2022 in het kader van de Wmo) van de gemeente een individuele maatwerkvoorziening ontvingen. In totaal kregen 800 cliënten een uitnodigingsbrief met het verzoek om deel te nemen aan het onderzoek, waarvan 431 cliënten de vragenlijst volledig hebben ingevuld; een respons van 54 procent. Deze samenvatting presenteert de belangrijkste resultaten van dit onderzoek.
Bekendheid toegang stabiel; meer tevredenheid over het eerste contact Een meerderheid van 78 procent van de Wmo-Cliënten weet voorafgaand aan het contact met de gemeente waar zij terechtkunnen met hun hulpvraag. Vergeleken met de voorgaande jaren is de bekendheid van de toegang naar hulp stabiel gebleven. Het huishoudelijk werk is te veel voor meer dan twee op de drie cliënten (68%) en is de vaakst genoemde reden om contact op te nemen met de gemeente Rucphen. Daarnaast kon bij meer dan de helft (55%) de omgeving geen ondersteuning (meer) bieden. Verder is 68 procent van de cliënten snel geholpen door de gemeente Rucphen, een daling ten opzichte van 2021 (74%). Een meerderheid van de cliënten is positief over de bejegening tijdens de toegang naar hulp. De cliënten voelen zich serieus genomen (82%) en er is samen naar een oplossing gezocht (75%).
Tevredenheid (keukentafel)gesprek gedaald Iets minder dan de helft van de Wmo-cliënten (45%) had een (keukentafel)gesprek in 2022. Bij iets meer dan de helft (55%) is er een naaste mee geweest naar het gesprek, 13 procent nam een onafhankelijke cliëntondersteuner mee en 34 procent heeft het gesprek alleen gevoerd. De tevredenheid over het (keukentafel)gesprek is gedaald van het rapportcijfer 8,0 (2021) naar een 7,2 (2022). Vergeleken met 2022 zijn cliënten minder tevreden over de manier waarop er geluisterd wordt (2022: 77%, 2021: 88%), het contact met degene van het gesprek (2022: 76%, 2021: 85%), de deskundigheid van de medewerker (2022: 72%, 2021: 91%) en de gekozen oplossing (2022: 71%, 2021: 86%). Ondanks de daling in de tevredenheid over het (keukentafel)gesprek, is de meerderheid (minimaal 72%) tevreden over het verloop van het gesprek. Figuur 1.1 Ontwikkeling rapportcijfers keukentafelgesprek (n=197)
2022 2021
13%
4%
2020
11%
2019
11%
0%
32%
55%
23%
72%
24%
65%
31%
20% onvoldoende (1-5)
58%
40%
60% voldoende (6-7)
80% goed (8-10)
100%
Bekendheid cliëntondersteuner stabiel In Rucphen is, net als in 2021, 46 procent van de cliënten bekend met de mogelijkheid tot onafhankelijke cliëntondersteuning. Daarmee is de bekendheid van de cliëntondersteuning stabiel hoog. Net als in eerdere jaren neemt ongeveer een op de tien cliënten (13%) een cliëntondersteuner mee naar het (keukentafel)gesprek.
Ondersteuning past bij wensen en behoeften van meerderheid van de cliënten Over de afgelopen jaren is de meerderheid van de Wmo-cliënten tevreden met de kwaliteit van de ondersteuning die ze ontvangen, sinds 2020 is er wel een lichte daling te zien in de tevredenheid. In 2022 vinden acht op de tien cliënten de ondersteuning van goede kwaliteit en 78 procent stelt dat de ontvangen ondersteuning goed aansluit op hun hulpvraag. De ontvangen ondersteuning voldoet bij 83 procent van de cliënten aan de wensen en bij 81 procent van de cliënten aan de behoeften, dit is vergelijkbaar met 2021.
Cliënten nog steeds zeer positief over zorgaanbieder begeleiding Ruim acht op de tien cliënten met begeleiding zijn positief over de zorgaanbieder waarvan zij ondersteuning ontvangen. Men vindt dat de zorgaanbieder haar best doet om afspraken na te komen(87%), voelt zich serieus genomen (86%) en snel geholpen bij vragen aan de zorgaanbieder (85%). Dit is vergelijkbaar met de afgelopen jaren.
Vervanging bij uitval knelpunt bij huishoudelijke hulp Meer dan driekwart van de Wmo-cliënten (76%) van gemeente Rucphen ontvangt hulp bij het huishouden. De meest gebruikte zorgaanbieder hiervoor is TWB, 46 procent ontvangt huishoudelijke ondersteuning van hen. De huishoudelijke hulp wordt door de cliënten beoordeeld met het rapportcijfer 7,8. Cliënten zijn tevreden met het navolgen van het leveringsplan door de huishoudelijke hulp: alle activiteiten worden uitgevoerd (84%) en zo vaak uitgevoerd als afgesproken is (82%). Ongeveer vier op de tien cliënten zijn ontevreden over de huishoudelijke hulp die geleverd wordt bij uitval van de vaste hulp. De zorgaanbieder van de huishoudelijke hulp is volgens 72 procent van de cliënten goed bereikbaar wel heeft minder dan de helft (42%) dat een vast aanspreekpunt bij de zorgaanbieder.
Positieve effecten dankzij de ondersteuning Cliënten ervaren positieve effecten van de ondersteuning. Een ruime meerderheid ervaart meer zelfredzaamheid (cliënt kan zich beter redden), zelfstandigheid (cliënt kan beter de dingen doen wat diegene wil doen) en de kwaliteit van leven. Daarnaast heeft de ondersteuning ook meer concrete effecten. Zo draagt de ondersteuning bij aan het onderhouden van sociale contacten (45%) en het op orde houden van het huishouden (42%) en de financiën (38%).
Merendeel krijgt mantelzorg, wel minder dan eerdere jaren Net als eerdere jaren ontvangen veel cliënten ook informele ondersteuning naast de ondersteuning vanuit de gemeente. Zes op de tien cliënten ontvangen mantelzorg van een naaste. Er is sprake van een licht dalende trend in het aandeel dat mantelzorg ontvangt sinds 2018 (65%). Volgens meer dan de helft van de cliënten met een mantelzorger (54%), kan de mantelzorger de zorg aan. De inzet van andere voorzieningen zoals vanuit het voorliggend veld (9%) kent een afname ten opzichte van 2021. Het aandeel cliënten dat gebruik maakt van een particuliere schoonmaker (8%) of een individuele vrijwilliger (3%) is niet anders dan eerdere jaren.
Ceo Wmo over 2022; Gemeente Rucphen
5 van 22
Inleiding
Ceo Wmo over 2022; Gemeente Rucphen
6 van 22
2
Inleiding
2.1
Achtergrond
De gemeente Rucphen is in het kader van de Wmo sinds 2015 wettelijk verplicht om ieder jaar een cliëntervaringsonderzoek (ceo) uit te voeren onder haar cliënten. Op deze manier krijgt de gemeente inzicht in de ervaringen van haar Wmo-cliënten met de ondersteuning die zij ontvangen, de toegang naar deze ondersteuning én welke effecten deze heeft op de kwaliteit van leven van de cliënten. I&O Research voert in opdracht van de gemeente jaarlijks het ceo uit. Dit biedt de basis om de voortgang van de toegang, uitvoering en effecten van de Wmo 2015 te monitoren en om vast te stellen of de uitvoering van de Wmo in Rucphen aan de verwachtingen voldoet of dat er aanleidingen zijn om het beleid bij te stellen of aan te scherpen. Daarnaast voldoet de gemeente met de uitvoering van dit onderzoek aan de wettelijke verantwoordingsverplichting.
2.2
Werkwijze en respons
De doelgroep voor dit onderzoek zijn cliënten die, in het kader van de Wmo 2015, in 2022 van de gemeente Rucphen een individuele maatwerkvoorziening kregen. Hierbij is het mogelijk dat een cliënt al langer ondersteuning kreeg en in 2022 een herindicatie of aanvullende voorziening ontving. Voorbeelden van individuele maatwerkvoorzieningen zijn: hulp bij het huishouden, een collectief vervoerspasje, begeleiding, een scootmobiel of rolstoel en woonvoorzieningen. In april 2023 ontvingen 800 Wmo-cliënten uit Rucphen een brief met het verzoek deel te nemen aan het onderzoek. Een schriftelijke vragenlijst werd meegestuurd, maar cliënten kregen ook de mogelijkheid om de vragenlijst online in te vullen met een persoonlijke inlogcode. Na twee weken ontvingen de cliënten die de vragenlijst nog niet hadden ingevuld een herinneringsbrief. In totaal vulden 431 cliënten de vragenlijsten in, een responspercentage van 54 procent (zie tabel 2.1). De vragenlijst werd vooral schriftelijk ingevuld (82%), de rest vulde hem online in. Tabel 2.1 Responsoverzicht Uitgenodigd
Respons
Responspercentage
800
431
54%
Ceo Wmo over 2022; Gemeente Rucphen
7 van 22
Vragenlijst In 2015 ontwikkelden VNG en het Ministerie van VWS in samenspraak met gemeenten een voorgeschreven aanpak voor het cliëntervaringsonderzoek Wmo. Er is hiervoor een verplichte set met vragen opgesteld, bestaande uit tien verplichte basisvragen over de toegankelijkheid en de kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning en het ervaren effect op de zelfredzaamheid. Vanaf 2021 heeft het ceo Wmo een nieuwe stijl. Gemeenten worden vrijgelaten in de methode, onder voorwaarde dat de drie aspecten uit de basisvragen terug komen. De gemeente Rucphen heeft ervoor gekozen om de vragenlijst hetzelfde te houden als voorgaande jaren: de voorheen verplichte tien basisvragen en aanvullende modules over het keukentafelgesprek, tevredenheid met begeleiding, mantelzorg en (nieuw dit jaar) ervaringen met de huishoudelijke ondersteuning.
2.3
Analyse
De antwoordcategorieën ‘weet niet’, ‘geen antwoord’ en ‘niet van toepassing’ zijn, tenzij anders aangegeven, buiten de analyse gehouden. Indien de percentages niet optellen tot 100 procent is dit het gevolg van afrondingsverschillen. De vragenlijst bestaat voornamelijk uit gesloten vragen. Op enkele plaatsen in de vragenlijst bestond de mogelijkheid om een toelichting of reactie te plaatsen over de ontvangen ondersteuning. Sommige van deze toelichtingen zijn in het rapport als geanonimiseerde citaten gebruikt. De uitkomsten staan weergegeven in tabellen en grafieken. Sommige uitkomsten gaan niet over de totaalgroep, maar een specifieke groep cliënten. Indien dat het geval is, staat dit bij de titel van de desbetreffende tabel of grafiek vermeld. Tussen haakjes staat het aantal respondenten dat deze vraag heeft ingevuld (n=) vermeld. Als er meerdere vragen of stellingen staan verwerkt in een grafiek of tabel, wordt met (nmin=) het laagste aantal respondenten van één van die stellingen benoemd. Als de resultaten van meerdere jaren staan verwerkt in een grafiek of tabel, dan heeft het aantal respondenten betrekking op de huidige meting (2022).
Vergelijking met voorgaande jaren Waar mogelijk worden de resultaten vergeleken met de uitkomsten van voorgaande jaren. De resultaten over de jaren 2016 en 2017 zijn verkregen via de database van waarstaatjegemeente.nl. In een deel van de figuren staan niet alle jaren weergegeven om de leesbaarheid van de figuren te vergroten. De eerste meting van 2015 staat wel weergegeven, om een mogelijke trend in kaart te kunnen brengen. We spreken van verschillen als deze 3 procent of groter zijn (bij percentages) en 0,3 punt (bij rapportcijfers).
Ceo Wmo over 2022; Gemeente Rucphen
8 van 22
Resultaten
Ceo Wmo over 2022; Gemeente Rucphen
9 van 22
3 3.1
Resultaten De hulpvraag
Tabel 3.1 Achtergrond van Wmo-cliënten in Rucphen: over wie hebben we het? Geslacht
%
Onderwijs
%
•
Man
34%
•
Basisonderwijs t/m VMBO-T
72%
•
Vrouw
64%
•
Havo, Vwo, Mbo
14%
•
Hbo, Universiteit
5%
•
Onbekend
10%
Leeftijd •
t/m 34 jaar
3%
•
35 – 54 jaar
5%
•
55 – 74 jaar
37%
Beperkingen en aandoeningen
2020
2021
2022
•
75 jaar e.o.
53%
•
Bewegen en verplaatsen
64%
69%
68%
Rondkomen (€)
•
Lichamelijke handicap
43%
43%
51%
•
(Zeer) goed
38%
•
Geheugen- en oriëntatieproblemen
21%
18%
23%
•
Redelijk
48%
•
Leggen van sociale contacten
9%
9%
11%
•
Niet of nauwelijks
13%
•
Psychisch functioneren
11%
11%
11%
•
Gedragsproblemen
4%
3%
6%
Woonsituatie •
Alleen wonend
57%
•
Zintuigelijke beperking
7%
7%
6%
•
Met een partner zonder
31%
•
Verstandelijke beperking
4%
3%
4%
•
Anders, namelijk
28%
20%
22%
•
Cliënten met één of meerdere
79%
80%
76%
thuiswonende kinderen •
Met een partner en
6%
thuiswonende kinderen •
Zonder partner en met
beperkingen of aandoeningen 1%
thuiswonende kinderen •
In een instelling
1%
•
Anders
5%
Bekendheid toegang stabiel Bijna acht op de tien Wmo-cliënten in Rucphen weten voorafgaand waar zij terechtkunnen met hun hulpvraag. Veertien procent staat hier neutraal in en 9 procent was hier niet mee bekend. De bekendheid is vergelijkbaar met eerdere jaren.
Ceo Wmo over 2022; Gemeente Rucphen
Figuur 3.1 Bekend waar men moest zijn met de hulpvraag (n=285)
14% 12%
9%
7%
9%
9%
13%
13%
13%
14%
(helemaal) mee oneens neutraal
74%
78%
80%
78%
78%
2015
2019
2020
2021
2022
(helemaal) mee eens
10 van 22
Problemen met huishoudelijke taken en vervoer blijven belangrijkste ondersteuningsvragen
Stapeling van redenen van cliënten om ondersteuning te zoeken (2022):
De Wmo-cliënten nemen om verschillende redenen contact • 1 reden genoemd (41%) op met de gemeente. Een meerderheid van 68 procent van de • 2 redenen genoemd (26%) cliënten kan het huishoudelijke werk niet meer aan en een • 3 redenen genoemd (9%) vierde kan nergens naartoe omdat ze geen vervoer hebben. • 4 redenen genoemd (7%) Ook in de afgelopen jaren waren deze twee redenen het • 5 redenen of meer genoemd (7%) vaakst de aanleiding om hulp in te schakelen van de gemeente. Overigens is het percentage cliënten zonder vervoer de afgelopen jaren wel afgenomen. De minst genoemde reden voor contact is wanneer men overdag niets te doen heeft (9%). De meeste redenen om contact op te zoeken met de gemeente zijn de afgelopen vier jaar stabiel gebleven. Figuur 3.22 Redenen waarom men contact opneemt met de gemeente (n=423) Kan huishoudelijk werk niet meer aan
56% 57% 25% 27% 31% 32%
Kan nergens naartoe, geen vervoer
Moeite met wassen/kleden
17% 20% 18% 20%
Voelt zich eenzaam/wil meer contact
17% 19% 20% 16% 16% 17% 14% 13%
Weet niet hoe problemen op te lossen
86%
40%
39%
31%
2022
31%
2021
11% 12% 13% 7% 19%
Als mantelzorger overbelast
11% 10% 9% 7%
Moeite met financiële zaken/administratie
Kan binnenshuis niet lopen/rondrijden
11% 9% 8% 10% 15%
Heeft overdag niets te doen
9% 10% 10% 10% 16%
2020 2019 2017 27%
14% 14% 17% 20% 24%
Anders 0%
Ceo Wmo over 2022; Gemeente Rucphen
68% 71%
20%
40%
60%
80%
100%
11 van 22
Bij merendeel kon de omgeving geen ondersteuning meer bieden Voor meer dan de helft van de Wmo-cliënten (55%) kan de omgeving de cliënt niet meer ondersteuning waardoor ze vervolgens contact hebben opgezocht met de gemeente. De helft van de cliënten is doorverwezen naar de gemeente door de huisarts of een andere zorgverlener. Verder wist ruim vier op de tien (42%) niet waar en hoe ze ondersteuning konden regelen en overzag ruim een derde (34%) het probleem en de keuzes niet meer. Er is een daling te zien ten opzichte van 2021 in alle vier de redenen om contact op te zoeken met de gemeente die in tabel 3.2 worden weergegeven. Tabel 3.2 Speelde een van de volgende redenen mee om naar de gemeente te gaan? (nmin=201) 2017
2018
2019
2020
2021
2022
55%
52%
53%
51%
58%
55%
58%
50%
61%
60%
55%
50%
Ik wist niet waar en hoe ik ondersteuning kon regelen
51%
48%
50%
51%
50%
42%
Ik overzag het probleem en de keuzes niet meer
42%
41%
34%
36%
37%
34%
Mijn omgeving (partner, kind, ouder) kan mij niet, of niet meer, ondersteunen Ik ben doorverwezen door mijn huisarts of door een andere zorgverlener
Iets minder dan de helft is bekend met onafhankelijke cliëntondersteuning De bekendheid van de mogelijkheid om een onafhankelijke cliëntondersteuner te gebruiken is in de afgelopen jaren gestegen (Figuur 3.3). In 2022 is deze bekendheid onveranderd gebleven ten opzichte van 2021, 46 % van de Wmocliënten in Rucphen is bekend met de onafhankelijke cliëntondersteuning.
Figuur 3.3 Bekendheid onafhankelijke cliëntondersteuning (n=414) 60% 40%
40%
38%
37%
40%
43%
46%
46%
26%
20%
0%
2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022
Meerderheid is snel geholpen door de gemeente Rucphen Nadat er van 2019 tot 2021 een stijging te zien was in cliënten die vinden dat ze snel geholpen zijn (Figuur 3.4), is er in 2022 een daling van zes procent te zien. Iets meer dan twee op de drie Wmocliënten in Rucphen (68%) vinden dat ze snel geholpen zijn. Het aandeel ontevreden cliënten is 14 procent en 17 procent is neutraal1.
Figuur 3.4 Snel geholpen (% (helemaal) mee eens) (n=287) 100% 80%
80%
75%
72%
73%
66%
73%
74%
68%
60% 40% 20% 0% 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022
1
Niet te zien in de figuur.
Ceo Wmo over 2022; Gemeente Rucphen
12 van 22
3.2
Omgaan met de hulpvraag
Meerderheid cliënten is positief over bejegening tijdens toegang Een meerderheid van de Wmo-cliënten zijn positief over de omgang met de hulpvraag vanuit de gemeente. Cliënten voelen zich serieus genomen (82%) en driekwart van de cliënten ervaart dat er samen naar een oplossing wordt gezocht. Er is in 2022 wel een daling in de tevredenheid over de bejegening tijdens de toegang te zien ten opzichte van 2021. Figuur 3.5 Tevredenheid over bejegening tijdens toegang (nmin=279)
84%
83%
85%
88%
82%
77%
De medewerker nam mij serieus 2015
3.3
75%
83%
80%
75%
Er is samen naar een oplossing gezocht 2019
2020
2021
2022
Het keukentafelgesprek
Waardering voor het (keukentafel)gesprek daalt, meerderheid is positief Bijna de helft (48%) van de Wmo-cliënten van de gemeente Rucphen had in 2022 een (keukentafel)gesprek met een medewerker van de gemeente over zorg en ondersteuning. Dit was bij hen thuis of op het gemeentehuis. In 2022 heeft 45 procent van de cliënten een (keukentafel)gesprek gehad. Gemiddeld geven de cliënten een 7,2 voor dit gesprek; een daling ten opzichte van de afgelopen drie jaar. Een meerderheid van 55 procent beoordeelt dit (keukentafel)gesprek als goed, ongeveer een derde (32%) als voldoende en een minderheid van 13 procent als onvoldoende. Tabel 3.3 Waardering (keukentafel)gesprek Gemiddeld rapportcijfer
2017
2018
2019
2020
2021
2022
6,8
7,1
7,4
7,7
8,0
7,2
Meer gesprekken samen met een naaste Ruim de helft van de Wmo-cliënten (55%) neemt een naaste mee naar het (keukentafel)gesprek, hierbij valt te denken aan een partner, kind, ouder of vriend(in). Hierin is een toename te zien sinds 2020. Ongeveer een derde (34%) voert het (keukentafel)gesprek alleen, vorig jaar was dit 29 procent (2021). Daarnaast heeft 13 procent van de cliënten een onafhankelijke cliëntondersteuner meegenomen en 11 procent iemand anders dan een naaste of onafhankelijke cliëntondersteuner. Het percentage Wmo-cliënten van de gemeente Rucphen wat gebruik maakt
Ceo Wmo over 2022; Gemeente Rucphen
13 van 22
van een onafhankelijke cliëntondersteuner is in de afgelopen jaren gelijk gebleven terwijl de bekendheid van de onafhankelijke cliëntondersteuner de afgelopen jaren wel is toegenomen. Figuur 3.6 Anderen aanwezig bij (keukentafel)gesprek (n=205) 55% 52%
naaste
43%
48% 49%
onafhankelijke cliëntondersteuner
13% 12% 13% 12% 12%
iemand anders
11% 11% 10% 14% 12%
2022 2021 2020 2019 2017 34% 29%
gesprek alleen gevoerd
37% 27% 24%
0%
20%
40%
60%
80%
Een dalende tevredenheid over (keukentafel)gesprek, grotendeels wel tevreden Over het algemeen is de meerderheid van de cliënten tevreden met het verloop van het (keukentafel)gesprek. Cliënten voelen zich gehoord (77%), hebben prettig contact met degene waarmee ze het (keukentafel)gesprek hadden (76%) en ze zijn te spreken over de deskundigheid (72%) van de medewerker en de gekozen oplossing (71%). Wel is er sprake van een afname ten opzichte van 2020 en 2021 in de tevredenheid met het (keukentafel)gesprek op alle vier de aspecten.
Ceo Wmo over 2022; Gemeente Rucphen
14 van 22
Figuur 3.7 Tevredenheid over verloop (keukentafel)gesprek (% (heel) tevreden, nmin=192) 77%
de manier waarop er naar u geluisterd werd
78% 76% 76%
het contact met degene met wie u het (keukentafel)gesprek had
77% 70% 72%
de deskundigheid van de medewerker
73% 67% 71%
de gekozen oplossing 61%
0%
3.4
20%
40%
60%
88% 86%
85% 87%
2022 2021
91% 85%
2020
2019 2017
86% 85% 79%
80%
100%
De ontvangen ondersteuning
Wmo-cliënten krijgen grotendeels hulp bij huishouden In tabel 3.4 worden de verschillende ontvangen ondersteuningen van 2022 en 2021 weergegeven. In 2022 krijgt meer dan zeven op de tien Wmo-cliënten (72%) hulp bij het huishouden en 45 procent heeft een collectief vervoerspasje. Er is in 2022 ten opzichte van 2021 een lichte toename in het ontvangen van een woonvoorziening en/of woningaanpassing en een scootmobiel. Een derde van de cliënten ontvangt één voorziening en zes op de tien cliënten ontvangt meer dan één voorziening.
Stapeling van voorzieningen (2022): •
1 voorziening (33%)
•
2 voorzieningen (31%)
•
3 of meer voorzieningen (29%)
Tabel 3.4 ontvangen ondersteuning Ontvangen ondersteuning
2022
2021
Hulp bij het huishouden
72%
77%
Collectief vervoerspasje (regiotaxi, Wmo-taxi, deeltaxi)
45%
45%
Woonvoorziening/woningaanpassing (zoals een traplift)
17%
12%
Scootmobiel (of aangepaste fiets, auto, buggy e.d.)
16%
12%
Rolstoel
13%
11%
Begeleiding bij dagbesteding/regie
10%
10%
bezigheden e.d.)
8%
8%
Financiële vergoeding voor vervoer
8%
4%
Begeleiding bij het zelfstandig wonen (bijvoorbeeld hulp bij de administratie)
5%
7%
Ik woon in een beschermde woonvorm vanwege psychische problemen
1%
1%
Logeervoorziening/logeerhuis
0%
0%
Anders
11%
10%
Begeleiding bij structuur aanbrengen (zoals dagritme, spreiding maaltijden,
Ceo Wmo over 2022; Gemeente Rucphen
15 van 22
Acht op de tien spreken van een goede kwaliteit van ondersteuning In Figuur 3.8 is te zien dat de afgelopen jaren de meerderheid van de Wmo-cliënten tevreden is met de kwaliteit van de ondersteuning die ze ontvangen. Acht op de tien cliënten vinden de ondersteuning van goede kwaliteit en 78 procent stelt dat de ontvangen ondersteuning goed past bij wat zij nodig hebben. Sinds 2020 is er een lichte daling te zien in de tevredenheid met de kwaliteit van de ondersteuning. Figuur 3.8 Tevredenheid met kwaliteit ondersteuning (nmin=387) 80% 83%
goede kwaliteit
85%
2022
83% 82%
2021
78%
2020
81%
ondersteuning past goed
2019
84% 81%
2015
76% 0%
25%
50%
75%
100%
12% geeft aan dat er het afgelopen jaar iets is veranderd in de ontvangen ondersteuning, bij 81 procent is dit niet het geval en de rest weet het niet (7%). Cliënten zien nog ruimte voor verbetering voor de huishoudelijke hulp Sommige cliënten geven een toelichting over hun ontvangen ondersteuning. Hieruit blijkt onder andere dat cliënten blij zijn dat ze wat mobieler zijn geworden door middel van de deeltaxi. Aan de andere kant geven enkele cliënten aan dat ze het vervelend vinden dat er te weinig tijd is voor de huishoudelijke hulp en dat er niet altijd vervanging is geregeld wanneer de vaste huishoudelijke hulp niet kan komen. • • • •
“Met deeltaxi was ik weer mobiel, een been breken is immers geen pretje.” “Door de ondersteuning die ik krijg heb ik meer regelmaat.” “Ik vind twee uur per week heel weinig om mijn huis schoon te houden daar ik zelf niet veel meer kan.” “Bij hulp in de huishouding krijgen we geen vervanging als de vaste hulp uitvalt.”
Ceo Wmo over 2022; Gemeente Rucphen
16 van 22
Ondersteuning voldoet voor een ruime meerderheid aan de wensen en behoeften De ontvangen ondersteuning voldoet bij ongeveer acht op de tien cliënten grotendeels of helemaal aan hun wensen en behoeften. Het aandeel waarbij de ondersteuning (grotendeels) aan de wensen voldoet, is stabiel sinds 2019. De groep waar de ondersteuning voorziet in de behoeften laat een lichte daling zien sinds 2020. Figuur 3.9 Mate waarin ondersteuning aan wensen en behoeften voldoet (% helemaal/grotendeels) (nmin=347)
76%
84%
86%
84%
83%
81%
71%
voldoet aan wensen
79%
voldoet aan behoeften
2017
3.5
85%
83%
2019
2020
2021
2022
Begeleiding
Grote tevredenheid met zorgaanbieder begeleiding In totaal ontvangt 15 procent van de cliënten in Rucphen een vorm van begeleiding, zoals begeleiding thuis, in een groep, een logeeropvang of waakvlambegeleiding. Over het algemeen zijn de Wmo-cliënten positief over de zorgaanbieder van de begeleiding. Zevenentachtig procent van de cliënten vinden dat de zorgaanbieder haar best doet en afspraken na komt. Verder voelt een meerderheid van de cliënten zich serieus genomen (86%) en snel geholpen bij vragen (85%) door de zorgaanbieder. Ten opzichte van voorgaande jaren komt de zorgaanbieder de afspraken beter na en voelen cliënten zich vaker serieus genomen. Figuur 3.10 Tevredenheid zorgaanbieder begeleiding (% (helemaal) mee eens) (nmin=59) 87%
83% 73%
88% 87%
86%
83% 82% 86%
83%
73%
83% 81%
87%
67%
86% 86% 85%
82% 59%
De zorgaanbieder doet De cliënt voelt zich De zorgaanbieder komt De cliënt voelt zich snel haar best serieus genomen door haar afspraken na geholpen bij vragen zorgaanbieder door zorgaanbieder 2017
2019
Ceo Wmo over 2022; Gemeente Rucphen
2020
2021
2022
17 van 22
3.6
Huishoudelijke ondersteuning
76% heeft in 2022 hulp ontvangen bij het huishouden vanuit de Wmo in gemeente Rucphen. De meerderheid ontvangt huishoudelijke hulp (grotendeels van TWB) Meer dan driekwart van de Wmo-cliënten van gemeente Rucphen ontvangt hulp bij het huishouden. In tabel 3.5 is te zien dat de 46 procent huishoudelijke hulp ontvangt via TWB, de tweede organisatie die de meeste hulp in het huishouden levert is Matilda met tien procent. De overige organisaties verzorgen voor slechts een klein deel van de cliënten de huishoudelijke hulp.
Tabel 3.5 Organisaties van ontvangen huishoudelijke hulp Organisatie huishoudhulp
%
TWB
46%
Matilda
10%
DAT
4%
Actiefzorg
3%
Tzorg
2%
Poetszorg
2%
Surplus
1%
MIEP
0%
Anders (bijvoorbeeld via PGB)
8%
7,8 De ontvangers van de huishoudelijke hulp beoordelen de huishoudelijke hulp gemiddeld met het rapportcijfer 7,8. 66% van de cliënten beoordelen de huishoudelijke hulp met een 8 of hoger, 27% met een voldoende (6 of 7) en 8% met een onvoldoende. Leveringsplan voor huishoudelijke hulp wordt gevolgd De ontvangers van huishoudelijke hulp zijn grotendeels tevreden over de mate waarin het leveringsplan van de huishoudelijke hulp gevolgd wordt. Volgens 84 procent worden alle activiteiten uit het leveringsplan uitgevoerd en 82 procent ervaart dat de activiteiten ook zo vaak worden uitgevoerd als afgesproken is in het leveringsplan. Bijna een derde (32%) is neutraal over of de huishoudelijke hulp goed aansluit bij de andere ontvangen hulp, zes op de tien vindt wel dat dit wel het geval is. Cliënten zijn het meest ontevreden (42%) over of er voldoende hulp wordt geleverd wanneer de huishoudelijke hulp op vakantie is of ziek is. Een even groot deel (42%) is wel tevreden met de hulp die geleverd wordt bij uitval van de huishoudelijke hulp.
Ceo Wmo over 2022; Gemeente Rucphen
18 van 22
Figuur 3.11 Tevredenheid huishoudelijke hulp (nmin= 206) Alle activiteiten uit het leveringsplan worden uitgevoerd
84%
10% 6%
Activiteiten worden zo vaak uitgevoerd als in het leveringsplan staat
82%
12% 6%
Huishoudelijke ondersteuning past bij de andere ontvangen ondersteuning
60%
Bij uitval huishoudelijke hulp wordt voldoende hulp geleverd
32%
41%
0% (helemaal) mee eens
18%
20%
neutraal
40%
8%
42%
60%
80%
100%
(helemaal) oneens
Ruimte voor verbetering voor een vast aanspreekpunt bij huishoudelijke hulp Meer dan zeven op de tien (72%) cliënten die huishoudelijke hulp ontvangen vinden de zorgaanbieder van de huishoudelijke hulp goed bereikbaar. Daarnaast is de informatie van de zorgaanbieder goed te begrijpen voor iets meer dan twee derde (68%) van de cliënten en 58 procent wordt goed geïnformeerd door de zorgaanbieder. Tevens zegt een vierde van de ontvangers van huishoudelijke hulp geen vast aanspreekpunt bij de zorgaanbieder te hebben, 43 procent zegt dit wel te hebben. Figuur 3.12 Communicatie zorgaanbieder huishoudelijke hulp (nmin=258)
Zorgaanbieder is goed bereikbaar
72%
21%
8%
Informatie van zorgaanbieder is goed te begrijpen
68%
25%
7%
Cliënt wordt goed geïnformeerd door zorgaanbieder
58%
Er is een vast aanspreekpunt bij zorgaanbieder
43%
0% (helemaal) mee eens
27% 32%
20% neutraal
40%
60%
15% 25%
80%
100%
(helemaal) oneens
Sommige cliënten willen meer tijd voor huishoudelijke hulp Enkele cliënten hebben een toelichting gegeven bij hun beoordeling van de huishoudelijke hulp. Enkele punten die naar voren komen zijn dat cliënten tevreden zijn over de personen die de huishoudelijke hulp uitvoeren maar nog wat verbeterpunten hebben voor de organisatie. Sommige cliënten zouden graag meer tijd krijgen en een vaste huishoudelijke hulp hebben.
Ceo Wmo over 2022; Gemeente Rucphen
19 van 22
• • • • •
“De dames in het veld zijn geweldig, de organisatie niet.” “De dames zijn van goede wil, maar geven aan dat ze te weinig tijd krijgen voor dit huis.” “Ik hoop altijd dat ik dezelfde hulp blijf krijgen dat is voor mij meer vertrouwelijk en hoef ik niet iedere keer bang te zijn voor schade is al eens gebeurd.” “Lieve behulpzame hulp hebben we nu waar we zeer tevreden over zijn.” “Ben tevreden.”
3.7
Informele zorg
Merendeel krijgt mantelzorg, maar lichte afname sinds 2018 Zes op de tien cliënten in Rucphen maken (naast ondersteuning vanuit de gemeente) ook gebruik van mantelzorg, waarbij zij hulp ontvangen van een naaste zoals partner, familie, vrienden of buren. Dit aandeel is vergelijkbaar met vorig jaar, maar laat een dalende trend zien sinds 2018. Meer dan de helft (54%) verwacht dat hun mantelzorger deze zorg goed aan kan. 2 Twee op de tien (19%) kan dit niet goed inschatten en 18 procent denkt dat de mantelzorgtaken te zwaar zijn. De inzet van andere voorzieningen zoals vanuit het voorliggend veld (9%) kent een lichte afname ten opzichte van 2021. Het aandeel cliënten dat gebruik maakt van een particuliere schoonmaker (7%) en een individuele vrijwilliger (4%) is niet anders dan eerdere jaren.
Figuur 3.13 Gebruik van overige ondersteuning/voorliggende voorzieningen (nmin=403) 59% 60% 62% 63% 65%
Mantelzorg
Voorzieningen
9% 12% 7% 8% 10%
Particuliere schoonmaker
7% 8% 7% 10% 13%
2021 2020 2019 2018
4% 3% 4% 5% 5%
Individuele vrijwilliger
0%
2
2022
20%
40%
60%
80%
Deze cijfers worden niet in het figuur weergegeven.
Ceo Wmo over 2022; Gemeente Rucphen
20 van 22
3.8
Effect van de ondersteuning
Positieve effecten stabiel sinds 2018 Wmo-cliënten in Rucphen ervaren positieve effecten van de ondersteuning die zij ontvangen. Ongeveer acht op de tien kunnen zich beter redden (82%). (Ruim) driekwart heeft een betere kwaliteit van leven (77%) en ervaart meer zelfstandigheid (74%). Op de lange termijn zien we sinds 2018 relatief weinig verschillen. Figuur 3.14 Effect van de ondersteuning (nmin=374) 100% 80%
73% 66%
70%
77% 76% 78% 74%
84% 74%
70%
76%
80% 80% 83% 80% 82%
79% 67%
70%
77% 77% 75% 77% 77%
60% 40% 20% 0% Door de ondersteuning die ik krijg, kan ik beter de dingen doen die ik wil 2015
2016
Door de ondersteuning die ik Door de ondersteuning die ik krijg kan ik mij beter redden krijg heb ik een betere kwaliteit van leven 2017
2018
2019
2020
2021
2022
Ondersteuning heeft meeste effect op onderhouden van sociale contacten en ordening huishouden Naast het feit dat ondersteuning een positief effect kan hebben op de kwaliteit van leven en de zelfredzaamheid, kan ondersteuning ook heel concrete effecten hebben. Voorbeelden zijn het onderhouden van sociale contacten doordat men vaker op bezoek kan gaan bij familie en vrienden, het beter op orde houden van het huishouden en financiën en verbeterde mobiliteit in en om het huis. Bijna acht op de tien cliënten (79%) ervaart ten minste een van de voorgelegde positieve effecten ten gevolge van de ondersteuning, zoals te zien is in tabel 3.6. Figuur 3.15 laat zien dat cliënten de ondersteuning vooral vinden bijdragen aan het onderhouden van sociale contacten (45%) en het op orde houden van het huishouden (42%) en de financiën (38%). De ondersteuning draagt relatief minder bij aan het werken en/of leren (6%) of het helpen van anderen (14%). Ten opzichte van 2021 is in 2022 een toename in effect op de verschillende leefgebieden te zien.
Ceo Wmo over 2022; Gemeente Rucphen
21 van 22
Figuur 3.15 Effect van ondersteuning op dagelijkse leven (% grotendeels of helemaal van invloed) (nmin=402)
39% 37%
mogelijkheid om anderen te zien en spreken
38%
34% 29% 30% 38% 30%
binnen en buiten huis rond lopen of rijden Contactgegevens
30%
24%
I&O Research wassen, Enschede kleden of verzorgen
I&O Research Amsterdam
2022 2021 2020 2019 2017
38% 31% 34% 39% 37%
financiën regelen en op orde houden
werken en/of leren
46%
42% 37% 37% 40% 39%
huishouden regelen en op orde houden
Zuiderval 70 Postbus 563 7500 AN Enschede anderen helpen 053 - 200 52 00 KVK-nummer 08198802 info@ioresearch.nl www.ioresearch.nl
45%
25%
30% 34%
14%
9% 9% 10% 6% 6% 3% 5% 4% 5%
0% 20% 40% 60% Piet Heinkade 55 1019 GM Amsterdam 020 – 308 48 00 Tabel 3.6 Stapeling effecten (effect wordt een beetje, grotendeels of helemaal ervaren)(n=431) info@ioresearch.nl www.ioresearch.nl 2019 2020 2021 2022 Geen effect gemerkt
24%
25%
26%
21%
1 effect
19%
17%
17%
13%
2 effecten
12%
15%
14%
15%
3 effecten
12%
11%
13%
14%
4 effecten
9%
12%
14%
12%
5 effecten of meer
25%
20%
16%
25%
Ceo Wmo over 2022; Gemeente Rucphen
22 van 22