6. Werkplein Kaderbrief 2026
Tekst van het document
Gemeente Rucphen T.a.v. de gemeenteraad Postbus 9 4715 ZG Rucphen
Locatie Etten-Leur Roosendaalseweg 4 4875 AA Etten-Leur Postbus 59 4870 AB Etten-Leur
Klantnummer
Locatie Etten-Leur
Onderwerp
Werkproces
Telefoonnr.06-11870576
Zaaknummer
Contactpersoon Arjan Dekker
Bijlagen Kaderbrief 2025
Verzenddatum
Kaderbrief 2026
29-01-2025
Geacht heer/mevrouw, Hierbij bieden wij u de Kaderbrief 2026 van het Werkplein Hart van West-Brabant aan. Procedure In het kader van de Wet gemeenschappelijke regelingen zendt het dagelijks bestuur van het gemeenschappelijk orgaan vóór 1 februari van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en begin april de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten. Inhoudelijk In de Kaderbrief 2026 zijn de uitgangspunten opgenomen die de gemeenteraden aan het Werkplein voor 2026 hebben aangegeven. Een aantal uitgangspunten zijn al specifieker in deze kaderbrief uitgewerkt. Voor eventuele vragen of nadere toelichting kunt u contact opnemen met dhr. Dekker, teamhoofd Kwaliteit. Hij is telefonisch bereikbaar op 06-11870576 of via email arjan.dekker@werkpleinhartvanwest-brabant.nl. Hoogachtend, Het Dagelijks Bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant namens deze,
De heer J.M. Dekker Waarnemend directeur/Teamhoofd Kwaliteit
2026
Inhoudsopgave 1. Inleiding............................................................................................................................................................ 2 1.1 Landelijke context .......................................................................................................................................... 2 1.2 Financiële positie gemeenten ........................................................................................................................ 2 1.3 Het nieuwe Werkplein ................................................................................................................................... 3 1.4 Bestuurlijke opdracht ..................................................................................................................................... 3 2. Financiële uitgangspunten begroting .............................................................................................................. 5 2.1 Financieel begrotingsuitgangspunt 4 - Gemeentelijke bijdrage stijgt maximaal met cao-indexering en afspraken ....................................................................................................................................................... 5 3. Beleidsmatige en specifieke uitgangspunten begroting ..................................................................................
6 3.1 Inkomen ......................................................................................................................................................... 6 3.2 Werk en Participatie....................................................................................................................................... 7 3.3 Ketensamenwerking....................................................................................................................................... 8 3.4 Beschut werk ................................................................................................................................................ 10 3.5 Wet Inburgering ........................................................................................................................................... 11 Bijlage 1 Financiële richtlijnen begroting 2026 .................................................................................................. 12 Bijlage 2 Beleidsmatige richtlijnen begroting 2026 ........................................................................................... 15
1
1. Inleiding Het Werkplein dient voor 1 april conform de regels de begroting voor het komende jaar in. Bij de begrotingsbehandeling hebben de gemeenteraden de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Het Werkplein stelt vóór 1 februari a.s. de algemene financiële en beleidsmatige kaders op in deze kaderbrief als voorbereiding op de begroting voor het jaar 2026. De zienswijzen van het voorgaande jaar zijn hierin verwerkt. In het kader van de regionale nota verbonden partijen wordt vooruitlopend op de begroting de kaderbrief vóór 1 februari aan de deelnemende gemeenten toegezonden.
In deze kaderbrief geven wij de algemene begrotingsuitgangspunten en kaders aan die in de begroting voor 2026 verwerkt worden.
1.1 Landelijke context In het regeerakkoord is er weinig opgenomen over welke koers de regering qua Participatiewet gaat volgen. Vooralsnog gaan we ervanuit dat de ingezette koers met oog op de voorbereidingen van de Participatiewet in Balans onveranderd door zullen gaan. Dit betekent dat, ook bij de landelijke overheid, de menselijke maat, vertrouwen en eenvoud voorop staan. Deze uitgangspunten heeft het Werkplein bij de doorontwikkeling van de organisatie eerder al omarmd. Deze kaders staan ook de komende jaren centraal bij het Werkplein.
Politiek Den Haag onderkent inmiddels dat de huidige wetgeving en de daaraan gekoppelde financiering niet langer passend is. Met het wetsvoorstel ‘Participatiewet in Balans’ wil de Rijksoverheid hiervoor de benodigde wetswijzigingen doorvoeren. Daarbij wordt ook bezien of en hoe de Buigsystematiek aangepast kan worden.
1.2 Financiële positie gemeenten Voor gemeenten ziet de financiële positie er voor 2026 en verdere jaren niet rooskleurig uit. De vergoedingen vanuit de algemene uitkering staan stevig onder druk. Dat zal leiden tot bezuinigingen in het gemeentelijke takenpakket. Het Werkplein is onderdeel van dit gemeentelijke takenpakket. Ook wij zullen daarom kritisch naar onze uitgaven kijken en mogelijkheden in beeld brengen. Dit om een bijdrage te leveren in de gemeentelijke financiële opgave. Van belang daarbij is om de gevolgen voor onze toch al kwetsbare inwoners zoveel als mogelijk te ontzien.
2
1.3 Het nieuwe Werkplein Het jaar 2024 heeft in het teken gestaan van de praktische doorontwikkeling van het Werkplein. Dit is een voortdurend proces. Ook in 2025 is er volop aandacht voor het werken vanuit de gebieden. We werken daadwerkelijk vanuit de werkgebieden, we zoeken actief de samenwerking in het sociaal domein op en het belangrijkste, in ons denken en doen staat de inwoner centraal. Samenwerking in het sociaal domein is voor onze professionals een vanzelfsprekendheid en we schakelen waar nodig de benodigde expertise in. We zullen dan ook laten zien wat de resultaten zijn van deze nieuwe manier van werken. Dat doen we in samenwerking met alle Werkpleiners, onze gemeente collega’s, bestuurders en met u als gemeenteraad. Uiteraard gaan we ook het komend jaar graag met u in gesprek over onze dienstverlening en over de koers die wij volgen. Niet alleen over de begrotingsuitgangspunten voor 2026 maar vooral over de ontwikkeling van onze inwoners, de samenwerking in het sociaal domein en de dienstverlening daar waar dat voor de inwoner uitkomt.
1.4 Bestuurlijke opdracht Het Werkplein en gemeenten hebben het programmatisch werken omarmd. Jaarlijks maken gemeenten en het Werkplein afspraken over inspanningen die bijdragen aan de strategische doelstellingen en visie. De D6 gemeenten en het Werkplein werken in 2025 aan de volgende strategische doelstellingen: 1. Meer inwoners zijn zelfredzaam; 2. Meer inwoners krijgen passende ondersteuning; 3. Minder inwoners leven in armoede; 4. We werken meer samen in het sociaal domein; 5. Werkgevers benutten beter de talenten en kwaliteiten van inwoners; 6. Meer inburgeraars doen mee naar vermogen.
In 2025 gaan we aan de slag met de strategische doelstellingen voor 2026. Gemeenten en het Werkplein bepalen gezamenlijk of er aanpassing van de doelstellingen nodig is. De nieuwe doelstellingen en daarbij behorende activiteiten verwerken we in de begroting van 2026.
Door de deelnemende gemeenteraden zijn zowel financiële als algemene richtlijnen verstrekt voor de begroting 2026. Deze richtlijnen worden in principe opgenomen in de begroting voor 2026. In bijlage 1 en 2 kunt u per begrotingsuitgangspunt zien of dit het geval is. Mocht het begrotingsuitgangspunt niet één op één worden overgenomen dan wordt dat in hoofdstuk 2 en 3 nader toegelicht.
3
Voorstel: 1.
De kaderbrief 2026 vaststellen.
2.
De in de kaderbrief 2026 opgenomen uitgangspunten in de conceptbegroting voor 2026 te verwerken.
3.
De kaderbrief 2026 aan de gemeenteraden aanbieden.
Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant d.d. 27-01-2025.
J.M. Dekker
R. van Ginderen
Secretaris
Voorzitter
4
2. Financiële uitgangspunten begroting Bij het opstellen van de begroting 2026 en het meerjarenperspectief worden de begrotingsuitgangspunten gehanteerd die de gemeenteraden conform de nota verbonden partijen aan ons hebben aangeboden. In bijlage 1 en 2 kunt u zien welke van de financiële en beleidsmatige begrotingsuitgangspunten één op één worden overgenomen en welke onder voorbehoud of niet. In hoofdstuk 2 en 3 wordt toegelicht indien een financieel of beleidsmatig begrotingsuitgangspunt niet één op één wordt overgenomen. Tevens worden sommige uitgangspunten al concreter ingevuld.
2.1 Financieel begrotingsuitgangspunt 4 - Gemeentelijke bijdrage stijgt maximaal met cao-indexering en afspraken In de begrotingsrichtlijnen geven gemeenten aan dat de bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt met maximaal de geldende CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor de kosten van bedrijfsvoering (in 2025 22 mln) geldt dat de verhouding loon/prijzen circa 85%-15% is. Van de bedrijfsvoeringskosten betreft 85% loonkosten en 15% overige kosten zoals huisvesting, ICT kosten, kosten van ondersteuning e.d. Eerder is met gemeenten afgesproken om voor eventuele hogere prijs- of loonstijgingen geen beperkte algemene reserve aan te houden.
5
3. Beleidsmatige en specifieke uitgangspunten begroting Naast de algemene financiële begrotingsuitgangspunten zijn er ook zaken die specifieke aandacht behoeven of waarvan de uitwerking pas later in het jaar zal plaatsvinden.
We nemen alle beleidsmatige uitgangspunten uiteraard over en zullen in de begroting aangeven hoe wij daar mee willen omgaan. Hierbij plaatsen wij wel de kanttekening dat we jaarlijks een programmaplaat voor het Werkplein en voor de ketensamenwerking maken waarin de ambitie en extra inspanningen in overleg met de gemeenten worden opgenomen. Vaak is pas op een later moment duidelijk welke concrete ontwikkelingen van invloed zijn op de inspanningen en afspraken die het Werkplein en gemeenten maken.
Naast de door u gegeven begrotingsuitgangspunten zijn de volgende zaken van belang.
3.1 Inkomen De productkosten bestaan uit de middelen die aan PW, IOAW, IOAZ, BBZ (via gebundelde uitkering Participatiewet) en Bijzondere bijstand/minimabeleid (gemeentelijk budget) worden besteed.
Kosten van bijstand In de begroting voor 2026 wordt uitgegaan van de werkelijke uitgaven over 2024, gecorrigeerd met de verwachtingen qua ontwikkeling van het bestand in 2025 en 2026 conform de meest recente verwachting van het Centraal Planbureau. Tevens wordt inzicht geboden in de verwachte ontwikkeling van de structurele loonkostensubsidies. Er wordt rekening gehouden met de stijging van het minimumloon.
Inkomensondersteuning Voor de kosten van bijzondere bijstand/minimabeleid zullen wij de ramingen voor 2026 baseren op de werkelijke uitgaven 2024 gecorrigeerd met de verwachtingen van het gestegen gebruik naar aanleiding van de inzet op het tegengaan van non-gebruik van de regelingen en het vormgeven van een regelingencheck in de toegang (voorzieningenwijzer). In april 2024 is het Werkplein gestart met de uitvoering van een regelingencheck met behulp van het systeem Voorzieningenwijzer. Dit voor vijf van de zes gemeenten. Planning is om in het voorjaar 2025 de inzet van dit systeem met de gemeenten te evalueren.
6
3.2 Werk en Participatie De rijksvergoeding voor het klassiek re-integratiebudget en voor nieuw Wajong en Nieuw begeleiding zijn inmiddels bijna geheel overgeheveld naar de algemene uitkering. Deze vergoeding wordt vanaf 2024 niet meer voor de begroting gehanteerd omdat deze niet meer uit de algemene uitkering herleidbaar is. De ramingen zullen wij baseren op de werkelijke uitgaven van 2024 en de middelen die nodig zijn om de inwoners goed te kunnen laten ontwikkelen, begeleiden en participeren. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de inzet voor de ketensamenwerking met de WVS en de ISD Brabantse Wal. De begrotingen worden afgestemd met deze organisaties.
Ontwikkelingen 2025 Het Werkplein is een mensgerichte organisatie. We werken vanuit de drie werkgebieden waarbij de inwoner centraal staat. Waar nodig zoeken we collega’s in het sociaal domein op. Landelijk gezien wordt de koers vanuit de Participatiewet gewijzigd met de invoering van de Participatiewet in Balans. De maatregelen uit het zogenaamde ‘Spoor 1’ bieden wettelijk gezien meer mogelijkheden voor maatwerk, versoepelen strikte regels en dragen bij aan een meer menselijke aanpak. Het kabinet streeft naar invoering per 1 juli 2025 maar tegelijkertijd lijkt inwerkingtreding per 1 januari 2026 realistischer. Deze wijzigingen dragen bij aan de ingezette koers van het Werkplein.
Het ontwikkelen van onze inwoners staat bij het Werkplein voorop. Ook in 2025 en daaropvolgende jaren. Voor iedere inwoner is een stabiele basis belangrijk. De ene inwoner zal de stap naar betaald werk maken voor een ander is vrijwilligerswerk het hoogst haalbare. Het is goed om te kijken welk type dienstverlening voor welke doelgroep het best passend is. Inwoners zonder ontwikkelpotentieel bij het Werkplein hebben andere dienstverlening nodig dan inwoners die nog wel stappen kunnen maken met ondersteuning vanuit het Werkplein. In 2025 willen we dit in kaart brengen.
We hebben oog voor de verschillende doelgroepen bij het Werkplein. In 2025 zoeken we de samenwerking tussen onderwijs, leerplicht en participatie extra op. Het Werkplein levert een belangrijke bijdrage aan de doorstroom van jongeren van school naar werk.
Samenwerking sociaal domein De samenwerking binnen het sociaal domein blijft een belangrijke pijler. Werkplein en gemeenten hebben elkaar hierbij nodig. We willen dat het privacyvraagstuk wordt opgelost. Dit mag geen obstakel zijn voor professionals om inwoners te ondersteunen.
7
3.3 Ketensamenwerking De intensieve samenwerking binnen de keten van ISD Brabantse Wal (ISD), het Werkplein en WVS gaat onverminderd door. De visie voor 2025 is: “Wij geloven in de talenten en kwaliteiten van onze inwoners. Daarom stimuleren wij iedereen om deze te ontwikkelen. Het uiteindelijke doel daarbij is werk en als dat (nog) niet lukt, meedoen in de samenleving. Om dit te bereiken werken ISD Brabantse Wal, het Werkplein en WVS als een gezamenlijk ontwikkelbedrijf. Inwoners die binnen ons werkgebied wonen en vallen onder de Participatiewet worden hier optimaal ondersteund bij hun ontwikkeling naar een betaalde baan of als dat niet haalbaar is betaalde detachering óf vrijwilligerswerk.” Voor 2025 hebben we drie strategische doelen vastgesteld: 1. We versterken de samenwerking tussen onze organisaties. 2. Managers en medewerkers worden erop aangestuurd om eerst maatwerkoplossingen in de keten te zoeken alvorens externe ondersteuning in te zetten. 3. We onderzoeken welk dienstverleningsconcept en varianten van organisatievormen in de toekomst beter passen om onze visie in de praktijk te brengen.
Wat gaan we hiervoor doen in 2025: 1. We zetten het Startpunt in t.b.v. gezamenlijke diagnose op kansen en belastbaarheid voor nieuwe instroom vooralsnog in de gemeente Bergen op Zoom en voor het bestaande bestand vooralsnog in de gemeente Roosendaal. Vervolgens wordt samen besloten welke vorm van ondersteuning binnen de keten wordt ingezet. Als geen passend instrumentarium voorhanden is, wordt de inwoner met een advies tot passende ondersteuning overgedragen aan het Werkplein of ISD. 2. We ontwikkelen arbeidsmarktgerichte leerlijnen, zoals de leerlijn techniek. Hierbij maken we gebruik van externe cofinanciering. 3. Via een gezamenlijke aanpak ontwikkelen we statushouders naar werk. 4. We werken samen om inwoners te bemiddelen naar werk. 5. We zorgen voor passende ondersteuning en/of nazorg voor inwoners die aan de slag zijn bij een werkgever. Deze ondersteuning kunnen we alleen bieden als we met elkaar (ISD, het Werkplein en WVS) en in de volle breedte onze expertise inzetten en daarbij werken volgens de uitgangspunten: •
De mens centraal (niet geld, processen en procedures)
•
Werken vanuit vertrouwen
•
Ieder zijn eigen oplossing (maatwerk)
•
Nabij (inwoners en bedrijven)
•
Samen met partners (sociaal domein, werkgevers, opleiders etc.)
•
Leren en ontwikkelen
•
Werken met data
8
Koers voor 2026 ISD Brabantse Wal, het Werkplein en WVS werken steeds intensiever samen. De organisaties weten elkaar te vinden en benutten elkaars expertise. De besturen van de drie organisaties kijken nu vooruit hoe de Participatiewet in WBW zo optimaal mogelijk kan worden uitgevoerd en ingericht. Daarom wordt een brede verkenning naar de toekomst van de Participatiewet in de regio WBW gehouden. Het onderzoek kent vooralsnog drie deelopdrachten: •
Deelonderzoek A - Een verkenning van onze maatschappelijke opgave, van de toekomstige arbeidsmarkt en economie en de ontwikkeling van het bijstandsbestand in WBW.
•
Deelonderzoek B - Een maatschappelijke kosten-batenanalyse van een doorontwikkeling van de uitvoering van de Participatiewet in WBW.
•
Deelonderzoek C - Een dienstverleningsconcept en organisatievorm(en) voor hoe de Participatiewet van de toekomst in WBW wordt uitgevoerd.
Eind februari 2025 verwachten we de besturen van ISD Brabantse Wal, het Werkplein en WVS de uitkomsten van dit onderzoek aan te bieden. Daarna zal het vervolgproces geschetst worden en wordt u hier verder over geïnformeerd. Tot die tijd zullen we u blijven informeren over de voortgang van het onderzoek.
Aantallen De ontwikkeling van onze inwoners staat voorop met als ontwikkeling naar werk als hoogste doel. In onze samenwerking streven we ernaar om zoveel mogelijk inwoners te ondersteunen met een ontwikkeltraject. Een leerroute zoals groen, logistiek, schoonmaak, productie, catering of post kan daar onderdeel van uitmaken. Uitbreiding naar nieuwe werkgebieden wordt onderzocht. Net als in voorgaande jaren ligt ook nu het accent op de kwaliteit en minder op de kwantiteit. Dit is met WVS afgestemd.
9
3.4 Beschut werk Vanaf 1 januari 2017 hebben gemeenten de mogelijkheid om een bepaald aantal plaatsen beschut werken te realiseren zoals hen is opgelegd in de zogenaamde ‘taakstelling’ vanuit het Rijk. Hierbij is één plaatsing gelijk aan een arbeidsovereenkomst van 31 uur. Indien een kandidaat voor minder uur geplaatst wordt kan deze arbeidsplaats verder opgevuld worden. Door het Rijk is deze ‘taakstelling’ vertaald in aantallen voor 2025. De aantallen voor de jaren 2026-2029 zijn berekend op basis van de stijging die eerder per jaar heeft plaatsgevonden.
Beschut werk Beschikbare
Etten-Leur
Halderberge
Moerdijk
Roosendaal
Rucphen
Zundert
Totaal
Begroting
2024
22
19
17
66
23
8
155
1.667.335
2025
25
21
18
72
26
8
170
1.921.000
2026
26
23
20
76
28
9
182
2.074.800
2027
28
25
22
80
30
10
195
2.223.000
2028
29
27
23
84
32
11
206
2.348.400
2029
30
29
24
88
34
12
217
2.495.500
plekken
De zes gemeenten hebben gezamenlijk besloten dat inwoners met een beschut werken indicatie geplaatst mogen worden los van de taakstelling. Ook als dit betekent dat de taakstelling wordt overschreden. De verwachting is dat we voor 2025 en verder zullen uitkomen op circa 20 beschutwerk plekken boven de taakstelling. De extra kosten voor 2026 bedragen € 228.000.
10
3.5 Wet Inburgering Op 1 januari 2022 is de nieuwe Wet Inburgering in werking getreden. Dit betekent dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de inburgering. De uitvoering van deze wet is bij het Werkplein belegd. De financiële middelen voor inburgeringsvoorzieningen zijn gebaseerd op de rijksvergoeding (SPUK) en op de taakstelling vanuit het rijk voor te plaatsen inburgeraars. De taakstelling huisvesting statushouders voor 2024-II blijft ongewijzigd en de vastgestelde taakstelling huisvesting voor 2025-I is opgenomen in onderstaand overzicht. Het Rijk heeft de intentie om de wettelijke taakstelling voor de huisvesting van statushouders te schrappen. Hiervoor is een wetswijziging nodig. Tot het moment dat de Huisvestingswet hierop is aangepast, blijft het huidige stelsel van kracht.
Taakstelling
2024
1e helft 2025
2e helft 2025
2026
2027
2028
2029
Etten-Leur
90
45
45
90
90
90
90
Halderberge
63
31
31
62
62
62
62
Moerdijk
76
38
38
76
76
76
76
Roosendaal
155
76
76
152
152
152
152
Rucphen
48
24
24
48
48
48
48
Zundert
46
22
22
44
44
44
44
Totaal
478
236
236
472
472
472
472
2024
1e helft 2025
2e helft 2025
2026
2027
2028
2029
Etten-Leur
63
32
32
63
63
63
63
Halderberge
44
22
22
43
43
43
43
Moerdijk
53
27
27
53
53
53
53
Roosendaal
109
53
53
106
106
106
106
Rucphen
34
17
17
34
34
34
34
Zundert
32
15
15
31
31
31
31
Totaal
335
165
165
330
330
330
330
Taakstelling Obv 70% inburgerings-plichtig
Inburgeraars doen mee naar vermogen In 2025 is een nieuwe strategische doelstelling in de programmaplaat voor inburgeraars opgenomen, ‘Inburgeraars doen mee naar vermogen’. Gemeenten en het Werkplein geven gezamenlijk uitvoering aan het plan van aanpak werkgeversbenadering en vrijwilligerswerk. Er is meer aandacht nodig voor het vinden van werk -en vrijwilligersplekken voor inburgeraars. Door een stevige verbinding te maken met de lokale gemeenten geven we hier samen een boost aan.
11
Bijlage 1 Financiële richtlijnen begroting 2026
Begrotingsrichtlijn van de gemeenteraad wordt één op één overgenomen
Begrotingsrichtlijn van de gemeenteraad kan niet één op één worden overgenomen omdat er of een beperking op van toepassing is of een nuancering. Dit wordt dan kort toegelicht.
Nr.
1. 2. 3.
Richtlijn begroting Financieel
Opnemen in Motivatie begroting
We verwachten van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting, waarin vier jaar vooruit wordt gekeken, aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting voor het komende jaar neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het algemeen bestuur is besloten
De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen.
12
4.
5. 6. 7.
De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente circulaire voor zowel de loon- als de prijsindex. Hiervoor gebruiken we de meest recente ramingen zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Plan Bureau. Voor de loonontwikkeling wordt hierbij ‘de index van de loonvoet sector overheid’ gevolgd en voor de prijsontwikkeling ‘de index van de netto materiele consumptie’. De verbonden partij geeft bij de kaderbrief en de begroting een specificatie weer van de verhouding lonen/prijzen in haar exploitatiebegroting. Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAOindexering, overige CAO-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen.
Met gemeenten hebben we vorig jaar afgesproken geen beperkte algemene reserve aan te houden.
Een besluit van het algemeen bestuur van een verbonden partij tot instelling van een algemene reserve is goed gemotiveerd, onderbouwd en voorzien van bijbehorende spelregels. Op dit besluit van het algemeen bestuur wordt een zienswijzemogelijkheid geboden aan de deelnemende gemeenten bij de conceptbegroting(wijziging). De algemene reserve wordt aangevuld tot de maximale hoogte zoals vastgesteld door het algemeen bestuur. Voor het bepalen van de omvang van de (beperkte) algemene reserve kan het algemeen bestuur een advies vragen aan de accountant, maar de algemene reserve bedraagt niet meer dan 8% van de totale lasten in de begroting (uitgangspunt is en blijft dat de weerstandscapaciteit bij de deelnemers wordt aangehouden). Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het algemeen bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het algemeen bestuur. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit.
13
Aanvullende financiële richtlijnen begroting 2026
1. 2. 3. 4. 5.
De op het Werkplein HvWB betrekking hebbende ramingen en effecten van de ketensamenwerking worden herkenbaar in een afzonderlijke paragraaf in de begroting 2026 opgenomen. Het Werkplein HvWB zorgt er voor dat haar begroting op dit punt aansluit bij de begrotingen van WVS en de ISD Brabantse Wal.
Het Werkplein HvWB maakt een onderbouwde meerjarige prognose van het aantal bijstandsontvangers.
Het Werkplein HvWB neemt in de bijlage van de begroting een overzicht op met het verloop van de vaste en tijdelijke formatie sinds 2015. Hieruit blijkt welke mutaties er sinds 2015 in de formatie zijn doorgevoerd, met welke reden en de besluitvorming hierover. Het Werkplein HvWB verschaft in de P&Cdocumenten inzicht in de stand van de vorderingen en de voorziening dubieuze debiteuren.
In verband met de verwachte neerwaartse bijstelling van het Gemeentefonds in 2026 beschrijft de gemeenschappelijke regeling in de kadernota en de begroting 2026 in hoeverre de bijdrage van de gemeente/deelnemers gelijk blijft aan c.q. beperkt stijgt ten opzichte van de bijdrage voor 2025. Dit kan door besparingen voor te stellen of beleidsinhoudelijke keuzes aan te geven.
14
Bijlage 2 Beleidsmatige richtlijnen begroting 2026
Nr.
1. 2. 3. 4. 5. 6.
Inhoudelijke richtlijnen begroting 2026
Opnemen in Motivatie begroting
Het Werkplein HvWB stelt een begroting voor het jaar 2026 op waarin de ambities van de deelnemende gemeenten tot uitdrukking komen met betrekking tot duurzame uitstroom van uitkeringsgerechtigden, het beperken van uitkeringslasten, het bieden van inkomensondersteuning en armoedebestrijding en het integraal samenwerken binnen het Sociaal Domein. De begroting 2026 dient een duidelijke onderbouwing te bevatten van de manier waarop het Werkplein HvWB de hiervoor genoemde ambities gaat realiseren, alsmede de lasten die daarmee gepaard gaan.
De onderbouwing bevat concrete maatregelen die afdoende zijn om aanspraak te kunnen maken op een uitkering in het kader van de vangnetregeling mocht er voor 2026 uiteindelijk onverhoopt toch sprake zijn van een overschrijding van de BUIG-budgetten. De begroting 2026 van het Werkplein HvWB is opgesteld in lijn met de ambities en doelstellingen van de integrale ketensamenwerking met WVS en de ISD Brabantse Wal. De ketenpartners dienen hun activiteiten en inspanningen in samenhang te bezien, waarbij het resultaat van de organisaties tezamen optimaal dient te zijn. Ten aanzien van deze ketensamenwerking verwachten we dat het Werkplein samen met WVS en ISD komt tot concrete doelstellingen rond de ontwikkelingen van inwoners, zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht.
Daarbij verwachten we dat het Werkplein in afstemming met de ketenpartners zorgt voor passende leerroutes en ontwikkeltrajecten die aansluiten bij de vraag op de arbeidsmarkt en de veranderende doelgroep waarvoor deze trajecten worden ingezet. We vragen het Werkplein daarbij innovatief te werk te gaan, zodat recht wordt gedaan aan de uitdagingen rond de doelgroep.
15
7.
In de begroting 2026 wordt de inzet van het Werkplein ten behoeve van de ketensamenwerking in een afzonderlijke paragraaf uitgewerkt.
16