CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

6 Belastingsamenwerking West-Brabant Kadernota 2025-2028

commissie Algemeen Bestuur en Middelen 7 maart 2024, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken7.192 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de raad van de gemeente Rucphen Postbus 9 4715 ZG RUCPHEN

Contactpersoon P.C.A.M. Stoffelen

Uw kenmerk

Onderwerp Kadernota 2025 – 2028

Datum 31 januari 2024

Geacht bestuur, Hierbij ontvangt u de Kadernota 2025 – 2028 van de Belastingsamenwerking West-Brabant zoals deze op 26 januari 2024 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld. In de kadernota zijn de algemene financiële en beleidsmatige kaders opgenomen. Deze Kadernota geeft richting aan de inhoud van de op te stellen programmabegroting 2025 en het meerjarenperspectief. Indien u naar aanleiding van deze brief vragen heeft, kunt u contact opnemen met de heer P.C.A.M. Stoffelen, directeur Belastingsamenwerking West-Brabant, telefonisch te bereiken via 06-21150689.

Met vriendelijke groet, Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant, de secretaris,

de voorzitter,

drs. P.C.A.M. Stoffelen

C.J.A. van Dorst MBA

Bijlage: Kadernota 2025 - 2028 Belastingsamenwerking West-Brabant c.c.: college van burgemeester en wethouders en gemeentelijk regiefunctionaris

Kadernota 2025-2028 Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

5.

Inleiding

3

1.1. Algemeen

3

1.2. Financiële positie

3

1.3. Leeswijzer

4

Algemeen

5

2.1. Belastingen en heffingen

5

2.2. Huidig werkgebied

5

2.3. Afbakening taken BWB

6

Beleidsmatige ontwikkelingen

7

3.1. Optimaliseren primaire processen

7

3.2. Wijziging wet- en regelgeving

9

Bedrijfsvoering organisatie

13

4.1. Ontwikkeling productie

13

4.2. Personeel en organisatie

13

4.3. Informatisering

15

Financiën

18

5.1. Algemeen

18

5.2. Algemene financiële kaders

18

5.3. Financiële richtlijnen deelnemers

19

5.4. Financieel technische uitwerking

21

5.5. Beleidsmatige richtlijnen

24

5.6. Beleidsindicatoren

24

Kadernota 2025 - 2028

Pagina 2 van 24

1. Inleiding 1.1.

Algemeen

Voor u ligt de Kadernota 2025-2028 van de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB). De P&C cyclus van een begrotingsjaar begint met het opstellen van een Kadernota. In de Kadernota worden (door)ontwikkelingen beschreven voor 2025-2028. Op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen moet de BWB vóór 1 augustus de begroting van het daaropvolgende jaar verzenden aan de toezichthouder. Het dagelijks bestuur moet vóór 15 april van datzelfde jaar de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan het algemeen bestuur van het waterschap zenden. In de onlangs geactualiseerde nota verbonden partijen, die in regionaal verband is vastgesteld, is afgesproken dat de BWB haar kadernota vóór 1 februari toezendt aan de deelnemers. De deelnemers kunnen met de Kadernota inhoud geven aan de kaderstellende rol richting de BWB. Als input voor de kadernota zijn de financiële en beleidsmatige richtlijnen verzonden door de deelnemers. Deze worden gebruikt als basis om de Kadernota en de Begroting op te stellen. Het doel van de Kadernota is normaliter niet om een lopende begroting bij te stellen. Maar primair om richting te geven aan de inhoud van de op te stellen programmabegroting met meerjarenperspectief.

1.2.

Financiële positie

De verwachte financiële positie van de BWB is onderstaand weergegeven, gebaseerd op bestaand beleid: Jaar (× € 1.000) Exploitatieresultaat primaire begroting 2024

2025

2026

2027

2028

21.034

21.034

21.034

21.034

Loon- en prijscompensatie

962

1.826

2.630

3.465

Ontwikkeling productiekwantiteiten Gevolgen Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM

117

240

369

505

PM

PM

PM

PM

22.113

23.100

24.033

25.004

Correctie loon- en prijscompensatie 2024 Gevolgen Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM Begroting 2024 o.b.v. geactualiseerde kaders

Exploitatieresultaat Kadernota 2025 - 2028

2024 20.815 219 PM 21.034

21.034

Nacalculatie 2024 De begroting komt tot stand op basis van de ramingen zoals deze zijn opgenomen in de laatst vastgestelde meerjarenbegroting (2024-2027). Met ingang van de kadernota 2024 wordt hierop een nacalculatie uitgevoerd.

Kadernota 2025 - 2028

Pagina 3 van 24

Gevolgen Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm In december 2023 is de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm vastgesteld. De wet heeft tot doelstelling de druk op de rechtelijke macht te verminderen door bezwaarprocedures waaronder die voor de WOZ te hervormen. Voor de BWB heeft dit gevolgen voor het proces van het afhandelen van de waardebezwaren en vergoeding van proceskosten. Bij het opstellen van de begroting 2024 heeft de BWB rekening gehouden met 14.000 waardebezwaren en € 1.060.000 aan verschuldigde proceskostenvergoedingen. Het is de verwachting dat de maatregelen in de wet effect zullen hebben op de aantallen bezwaren dat door NCNP's wordt ingediend, tevens is duidelijk dat de vergoedingen die verschuldigd zijn lager zijn vastgesteld. De lasten voor proceskostenvergoedingen zullen als gevolg hiervan dalen. Het effect hiervan (voor de begroting 2024 (2024 – 2027) en 2025 (2025 – 2028) wordt bepaald bij het opstellen van respectievelijk de 1e bestuursrapportage 2024 en de begroting 2025. Vooralsnog is deze ontwikkeling als PM opgenomen. Toelichting op beeld 2025 en verder De ontwikkeling van de productiekwantiteiten heeft de BWB tot en met 2024 in kaart gebracht, even als de vertaling naar personele behoefte.

West-Brabant kent een trendmatige groei van het aantal huishoudens, woningen en bedrijven van gemiddeld 0,75% waardoor de structurele financiële vertaling van de productiestijging € 117.000 wordt. Voor de loon- en prijsindex 2025 en verder is gebruik gemaakt van de meest recente informatie Septembercirculaire 2023 - van het gemeentefonds. Voor de loonontwikkeling betreft het hier de loonvoetsector overheid, voor prijzen de Nationale Consumentenprijsindex (CPI). Hierbij is gebruik gemaakt van de gedifferentieerde percentages per jaar (zie paragraaf 5.4 financieel-technische uitwerking). De jaarschijven 2026 – 2028 zijn doorgetrokken op basis van ongewijzigd beleid.

1.3.

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 van deze nota wordt in algemene zin ingegaan op het belastingsysteem van Nederland en op de taken en bevoegdheden van de BWB. In hoofdstuk 3 zijn de te verwachten beleidsmatige ontwikkelingen voor het primaire proces opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op ontwikkelingen en aandachtspunten voor de interne organisatie en de bedrijfsvoering. Tot slot worden in hoofdstuk 5 de algemene en financieel technische uitgangspunten nader toegelicht.

Kadernota 2025 - 2028

Pagina 4 van 24

2. Algemeen 2.1.

Belastingen en heffingen

Nederland kent een gesloten belastingsysteem. Gemeenten en waterschappen mogen alleen die belastingen en heffingen invoeren die zijn opgesomd in de wet. Deze bevoegdheid ligt bij de besturen van de deelnemers van de BWB. De Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) biedt het kader voor de waardering van onroerende zaken, zoals woningen en bedrijfspanden. Op grond van de wet WOZ dienen alle panden jaarlijks gewaardeerd te worden. De Waarderingskamer houdt toezicht op de uitvoering van de Wet WOZ. Er is een onderscheid te maken tussen soorten heffingen. Dit zijn belastingen, bestemmingsheffingen en retributies. Bij een belasting (bijvoorbeeld OZB of hondenbelasting) gaat de opbrengst naar de algemene middelen. Bij bestemmingsheffingen en retributies (zoals afvalstoffenheffing en leges) wordt de opbrengst gebruikt om de kosten te dekken van de door de gemeente/waterschap verleende diensten. Deze mogen wettelijk gezien dan ook niet meer dan 100 procent kostendekkend zijn.

2.2.

Huidig werkgebied

De BWB voert de belastingtaken uit voor het Waterschap Brabantse Delta en 12 deelnemende gemeenten, te weten Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Etten-Leur, Halderberge, Loon op Zand, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Woensdrecht en Zundert. Onderstaande afbeelding geeft een beeld van het huidige werkgebied van de BWB.

Kadernota 2025 - 2028

Pagina 5 van 24

2.3.

Afbakening taken BWB

De BWB is belast met de heffing en inning van lokale heffingen en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet WOZ. Daarnaast voert de BWB een aantal specifieke taken uit voor enkele deelnemers, zoals onder meer de uitvoering van de BAG. Voor dergelijke taken liggen de gemaakte afspraken met de betreffende deelnemers vast in convenanten. Hieronder zijn de taken zoals vastgesteld voor 2024 (peildatum 31/12/2023) opgenomen per deelnemer. Bergen op Zoom

Dongen

Etten-Leur

Halderberge

Loon op Zand

Moerdijk

Oosterhout

Roosendaal

Rucphen

Woensdrecht

Zundert

√

Breda

Onroerende zaakbel. Rioolheffing Afvalstoffenheffing Reinigingsrecht Hondenbelasting Toeristenbelasting Watertoeristenbelasting Forensenbelasting Precariobelasting Reclamebelasting BIZ-heffing Heffingsleges Marktgelden Lijkbezorgingsrechten Havengelden Parkeerbelasting Rioolaansluitrecht Verontreinigingsheffing Zuiveringsheffing Watersysteemheffing

Brabantse Delta

Belastingsoort

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√

√ √

√

√

√ √

√

√ √

√

√

√

√

√

√

√

√

√ √

√

√

√

√

√

√

√

√

√ √

√

√

√ √

√ √ √

√

√

√

√ √ √

Belastingsoort uitgevoerd door de BWB Belastingsoort die is vastgesteld in de verordening Deelnemer voert de heffing niet uit

Kadernota 2025 - 2028

√

√

Pagina 6 van 24

√

√

3. Beleidsmatige ontwikkelingen In dit hoofdstuk worden op hoofdlijnen een aantal thema’s en ontwikkelingen beschreven die de komende jaren een impact hebben op de werkprocessen van de BWB. Hiervoor is gebruik gemaakt van de lange termijn agenda opgesteld door de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen1. Voor bepaalde ontwikkelingen zijn de consequenties voor de BWB op dit moment al duidelijk. Voor andere ontwikkelingen zijn consequenties voor de BWB nog niet helemaal helder, omdat deze nog afhankelijk zijn van wetsvoorstellen die lopen of mogelijk nog volgen. Daarom verwijst de BWB voor de actuele stand van zaken en een tijdsplanning naar de lange termijn agenda van de LVLB.

3.1.

Optimaliseren primaire processen

Samenhangende objectenregistratie De samenhangende objectenregistratie (SOR) wordt een basisregistratie van gegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele (registratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. Het wordt een samenvoeging van BAG en BGT, aangevuld met een gedeelte van de WOZ object­gegevens, de basisregistratie topografie en het Nationaal Wegenbestand. En aangevuld met gegevens die nodig zijn om 3D modellen van de fysieke werkelijkheid te realiseren. De ontwikkeling van de SOR draagt bij aan een nationaal geo-informatie fundament waarop maatschappelijke opgaven als energietransitie en omgevingswet gebouwd kunnen worden.

Het beeld is om de bestaande registraties stapsgewijs in elkaar te voegen en aan te vullen. Het e.e.a. zou in 2025 gerealiseerd moeten zijn. Dit tijdpad is inmiddels losgelaten. Bronhouders kunnen zich op de samenvoeging voorbereiden door inconsistenties tussen de bestaande registraties op te lossen. BWB en BAG deelnemers volgen het advies van de VNG om gedoseerd aan de slag te gaan met de

1 www.ltabelastingen.nl

Kadernota 2025 - 2028

Pagina 7 van 24

onderdelen waar gemeenten zelf voordeel van hebben, bijvoorbeeld het gelijktrekken van gebruiksoppervlakten in BAG en WOZ. Stappen die er aan komen zijn het gelijktrekken van de bouwjaren, het op de SOR aansluiten van de WOZ-object-coderingen, het leggen van koppelingen tussen WOZ en BGT en het uitvoeren van geïntegreerde mutatiedetectie en verwerking. Het feit dat een deel van de WOZ opgenomen wordt in de SOR én het feit dat de uitvoering van de WOZ afhankelijk is van de kwaliteit en actualiteit van deze objectgegevens, maakt dat er behoefte is om te weten hoe we dat in onze samenwerking gaan organiseren. BWB en de gemeentelijke deelnemers onderzoeken dit in een gezamenlijk project ‘onderzoek SOR’. Het bestuur heeft besloten niet op de uitkomst van het onderzoeksproject te wachten met het werken aan efficiëntere bijhouding van de basisregistraties en het verbeteren van de aansluiting op de gemeentelijke gebruikersbehoeften. Voorts heeft het bestuur besloten het door de VNG aangekondigde collectieve gemeentelijke traject als richtlijn te volgen.

Omgevingswet (Ow) en Wet kwaliteitsborging (Wkb) Vanaf 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen van kracht (Let op: De inwerkingtreding van de Wkb-regels voor nieuwbouw is op 1 januari 2024 en de inwerkingtreding van de Wkb-regels voor verbouw is op 1 januari 2025). Deze invoering heeft gevolgen voor de informatiestromen naar de gemeente en op de bijhouding van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ). De invoering van deze wetgeving kan potentieel risico’s met zich meebrengen voor de informatiestromen in de BAG en de WOZ. Enkele van deze risico’s zijn: •

Vertraagde informatiestroom (gebruiksoppervlakte pas bekend bij gereedmelding?)

•

Onvolledige gegevens (is er voorlopige pandgeometrie voor vergunningvrije bouwwerken van gevolgklasse 1 voor de omgevingsplanactiviteit?)

•

Huisnummering uitdagingen (beschrijving vragen om extra informatie)

•

Kwaliteitsborging (voorlopige gegevens effect op betrouwbaarheid en nauwkeurigheid BAG en WOZ)

Het modelproces BAG en WOZ in relatie tot de Omgevingswet en de Wkb zullen we in 2024 gaan ervaren. In 2025 zullen we meer weten over de mogelijke effecten hiervan op ons bedrijfsvoering proces

Waarderingsproces Het optimaliseren van WOZ-processen blijft een actueel onderwerp; denk bijvoorbeeld aan het realiseren van heldere communicatie en het streven naar minder kosten aan bezwaar- en beroepsprocedures. Zo wordt dit jaar wederom ingezet op het strak regisseren van de afwikkeling van bezwaren van de ‘No Cure No Pay’ bedrijven. In dat kader wordt eveneens samengewerkt met diverse

Kadernota 2025 - 2028

Pagina 8 van 24

andere samenwerkingsverbanden en is ook voor 2024 een communicatiecampagne opgezet om een eenduidige en gezamenlijke communicatiecampagne op te zetten. Het primaire doel is om burgers en bedrijven direct met de BWB contact op te laten nemen. De communicatie is opgedeeld in 3 fasen: voor, tijdens en na de aanslagoplegging van het combi-kohier waarin ook de WOZ-beschikking is opgenomen. Landelijke samenwerkingen zijn opgezet tussen diverse samenwerkingsverbanden om processen eenduidig, helder, effectief en efficiënt in te richten om de WOZ toekomstbestendig te houden en de uitvoeringskosten beheersbaar. De komende periode zal veel aandacht uitgaan naar het afdoen van een groot aantal beroepsprocedures dat –vanwege achterstanden bij de rechtbank- inmiddels op de plank ligt en waarbij nog steeds zaken uit 2021 op mondelinge behandeling wachten. De rechtbank heeft inmiddels een versnelling in de afhandeling aangekondigd waardoor te verwachten valt dat in 2024 alle zaken van 2021 en 2022 (en deels 2023) zullen zijn afgedaan.

3.2.

Wijziging wet- en regelgeving

Aanpassing belastingstelsel waterschappen Minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat heeft het voorstel van de waterschappen tot aanpassing van het belastingstelsel in het voorjaar 2021 naar de Tweede Kamer gestuurd, met een korte aanbiedingsbrief. Het voorstel van de Unie van Waterschappen lost een aantal knelpunten op die de waterschappen de afgelopen jaren hebben ervaren bij de toepassing van het huidige belastingstelsel. De minister geeft in de aanbiedingsbrief aan dat voor het grootste deel van deze voorstellen breed draagvlak bestaat, en over een enkel punt nog gesprekken plaatsvinden. Naar verwachting zal in februari 2024 het wetsvoorstel worden aangenomen waarna de wet naar alle waarschijnlijkheid in 2026 van kracht zal gaan worden. Het wetsvoorstel dat nu voorligt zal bij ongewijzigde vaststelling consequenties hebben voor de uitvoering. Er komt o.a. een nieuwe regeling voor tabelbedrijven, een wijziging beslistermijn bezwaren en er kan nu ook voor de watersysteemheffing een onderscheid worden gemaakt in tarief tussen woningen en niet woningen. In dit wetsvoorstel wordt ook voorgesteld het profijtbeginsel bij de watersysteemheffing beter toe te passen.

Zo wordt het mogelijk om voor specifieke voorzieningen (plusvoorzieningen) separate bekostiging mogelijk te maken zodat deze voorzieningen niet meer via de watersysteemheffing bij alle belastingbetalers in rekening worden gebracht.

Ontwikkeling van het aantal waardebezwaren en invoering Wet Herwaardering Proceskostenvergoedingen De ontwikkeling van het aantal waarde bezwaren (lees: objecten onder bezwaar) de afgelopen jaren leidt onverminderd tot een steeds grotere belasting van de bedrijfsvoering van de BWB. De hoge kosten waarmee dat gepaard gaat bestaan deels uit de kosten voor de afhandeling van de bezwaren en deels uit de proceskostenvergoeding voor gegronde bezwaar- en beroepsschriften, ingediend door de NCNPbedrijven. Het aandeel van bezwaren ingediend door NCNP-bedrijven beliep in 2023 circa 50% van het totaal aantal bezwaarschriften. De stijgende kosten en de vertraging in de afdoening van bezwaar- en (vooral) beroepsprocedures maakt dat er in het kader van het Belastingplan 2024 maatregelen zijn

Kadernota 2025 - 2028

Pagina 9 van 24

voorgesteld om het verdienmodel van NCNP's sterk aan te tasten. Dit wetsvoorstel is in december j.l. door de Eerste Kamer goedgekeurd en bevat –in hoofdlijnen- de volgende maatregelen:

-

Reductie van proceskostenvergoeding voor NCNP's met 75%

-

Uitbetaling van proceskostenvergoeding rechtstreeks aan belanghebbende zelf en niet aan de NCNP die het bezwaar / beroep heeft behandeld

-

Uitkering van immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt standaard vastgesteld op € 50 per half jaar (daar waar dat nu € 500,00 was)

-

Er wordt ingezet op meer rechtstreeks contact met belanghebbenden zelf zodat bezwaar maken door belanghebbende zelf de regel wordt en het inschakelen van een NCNP de uitzondering.

Het is de verwachting dat deze maatregelen op termijn zeker effect zullen hebben op de aantallen bezwaren

dat

door

NCNP's

wordt

ingediend

en

dat

daarmee

de

uitkering

van

proceskostenvergoedingen eveneens zal dalen. Overigens is voor procedures die gestart zijn voor 1-12024 de huidige regeling van de proceskostenvergoeding nog van toepassing. Gelet op het feit dat met name de achterstand bij rechtbank nog niet is weggewerkt zal de BWB nog zeker ruim een jaar geconfronteerd worden met betalingen op basis van het ‘oude’ regime van proceskostenvergoedingen. De BWB werkt continu aan verbetering van de uitvoering van de WOZ en loopt voorop in het gebruik van kunstmatige intelligentie en machine learning. In 2022 is hiermee succesvol een start gemaakt, en in 2023 is de inzet van deze tool verder uitgebreid waardoor de afdoening van bezwaren eenvoudiger is geworden. Zonder deze ‘robotisering’ zou het afdoen van de grote aantallen bezwaren (zoals dit jaar ruim 21.000 stuks) volstrekt zijn vastlopen. In de komende periode wordt dit proces nog verder ingericht zodat ook aan de ‘voorkant’ van het proces (inboeken en administratief verwerken van bezwaren) meer gedigitaliseerd wordt. Inmiddels is via een 3-tal ‘lean sessies’ een begin gemaakt met het optimaliseren van een aantal andere processen binnen het team. Een belangrijk speerpunt daarbij is het proces rondom de beroepsprocedures.

Dit is van belang omdat er nog een grote werkvoorraad aan beroepsprocedures (vrijwel allemaal NCNP-dossiers) afgewikkeld moet worden (indienen verweer en mondelinge behandeling ter zitting). Het is –zeer recentelijk- mogelijk geworden om met het Hof en de Rechtbank digitaal stukken uit te wisselen in plaats van het op papier aanleveren van grote procesdossiers. De BWB is hierop ingesprongen en heeft inmiddels de benodigde toestemming van het Hof en Rechtbank om digitaal procesdossiers te kunnen uitwisselen. Per zaak wordt hiermee circa 4 uur tijdwinst geboekt. Daarnaast blijven we inzetten op maatregelen om de burger rechtstreeks bij de BWB, zonder tussenkomst van NCNP-bedrijven, bezwaar in te laten dienen. De communicatie met de burger wordt daarom verder doorontwikkeld –zoals al eerder uiteen is gezet- met diverse andere belastingsamenwerkingen in de vorm van een communicatiestrategie die vanaf januari 2024 uitgerold wordt. Op landelijk niveau is en blijft de BWB zeer actief betrokken bij de gesprekken over dit onderwerp en over de toekomst van de Wet WOZ in het algemeen. De komende periode staat de herziening van het taxatieverslag voor woningen op de landelijke agenda. Oogmerk is om het landelijk voorgeschreven

Kadernota 2025 - 2028

Pagina 10 van 24

model van meer informatie te voorzien over de onderhoudstoestand en overige kwaliteitskenmerken van de woning. Indien zich andere landelijke ontwikkelingen voordoen, zullen we inzetten op een goede betrokkenheid vanuit de organisatie.

Inwerkingtreding Wet Stroomlijnen onderdeel rechtsbescherming bij belastingschulden De Fiscale vereenvoudigingswet 2017, aangenomen in 2016, omvat de Wet Stroomlijnen, die de rechtsbescherming bij uitstel van betaling en kwijtschelding moderniseert. De bestaande administratieve beroepsprocedure wordt vervangen door een bezwaarprocedure, waarbij de fiscale rechter bevoegd wordt. De Wet Stroomlijnen, oorspronkelijk gepland voor 2021, werd opgeschort en heroverwogen na het rapport 'Ongekend onrecht'. Lokale overheden en burgers dringen aan op verbetering van de rechtsbescherming. Onderzoek wijst uit dat implementatie mogelijk is, maar gefaseerd moet gebeuren, eerst voor rijksbelastingen, later voor lokale heffingen. Evaluatiebepalingen worden voorgesteld voor wetswijzigingen met inwerkingtredingsdatum op 1 januari 2027. Gevolgen voor BWB: De herziene rechtsbescherming kan leiden tot aanzienlijke werklastverhogingen. Aanpassingen aan interne procedures en systemen zijn mogelijk noodzakelijk. BWB moet zich voorbereiden op de implementatie en de ervaringen meenemen vanuit de invoering voor rijksbelastingen. De verwachte toename van bezwaren kunnen ook gevolgen hebben voor de werklast van de rechtspraak. Inwerkingtreding: Voor rijksbelastingen treedt de wet naar verwachting in werking op 1 januari 2027.

Lokale heffingen volgen in een latere fase, afhankelijk van de ervaringen met de gewijzigde rechtsbescherming voor rijksbelastingen.

Afronding Kindertoeslagaffaire Ouders die aanvrager waren van de kinderopvangtoeslag kunnen zich tot en met 31 december 2023 aanmelden bij Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) als mogelijk gedupeerde. Gedupeerde ouders ontvangen in de regel binnen 6 maanden na aanmelding voor herstel een eerste toets door de UHT, gevolgd door een integrale beoordeling van hun kinderopvangtoeslag. Deze beoordeling, uitgevoerd door persoonlijke zaakbehandelaars, heeft een wachttijd van meer dan een jaar tot mogelijk 3 jaar, afhankelijk van de aanmeldingsdatum. Na de eerste toets krijgen ouders € 30.000 en worden ondersteund bij schulden en andere problemen. De persoonlijke zaakbehandelaars, werkzaam binnen de UHT, nemen contact op met de betrokken ouders. In 2020 zijn veel zaken behandeld, en indien ouders zich in 2021, 2022 of 2023 hebben aangemeld, kan de wachttijd oplopen tot 3 jaar. Maatregelen, zoals versnelde behandeling van aanvragen en verbeterde communicatie, worden genomen om de vertraging te verminderen. De

Kadernota 2025 - 2028

Pagina 11 van 24

ambitie van de Belastingdienst is om 90% van de integrale beoordelingen in het eerste kwartaal van 2025 af te ronden, met de overige 10% in het halfjaar daarna. Afhandeling Ex-toeslagpartners en Nabestaanden loopt naar verwachting door na 2025. Ex-toeslagpartners en nabestaanden kunnen zich vanaf het derde kwartaal van 2023 aanmelden bij UHT. Zij hebben ook recht op brede ondersteuning. Ex-toeslagpartners en nabestaanden kunnen zich tot medio 2024 aanmelden. De start van de brede ondersteuning voor deze groepen is afhankelijk van de toetsing door UHT. Er wordt alleen brede ondersteuning aangeboden als er sprake is van erkende gedupeerdheid.

Kadernota 2025 - 2028

Pagina 12 van 24

4. Bedrijfsvoering organisatie 4.1.

Ontwikkeling productie

De BWB heeft de ontwikkeling van de productiekwantiteiten tot en met 2023 in kaart gebracht, evenals de vertaling naar personele behoefte. West-Brabant kent een trendmatige groei van het aantal huishoudens, woningen en bedrijven van circa 0,75% per jaar. Er wordt op meerdere fronten gewerkt aan het keren van de sterke groei van het aantal objecten onder bezwaar en de griffie- en proceskostenvergoedingen. Het aantal waardebezwaren wordt herijkt op basis van de bezwaren die zijn ontvangen begin 2024 en vervolgens doorgetrokken naar 2025. Daarbij wordt rekening gehouden met de trendmatige groei in het aantal huishoudens van 0,75% / jaar en de invloed van de invoering van de Wet Herwaardering Proceskostenvergoedingen.

4.2.

Personeel en organisatie

Personeel Op basis van de strategische personeelsplanning hebben wij inzichtelijk wat de te verwachten toekomstige uitstroom gaat zijn. Op basis van de personeelsplanning zijn deze medewerkers in beeld en waar nodig wordt op tijd actie ondernomen om te zorgen dat de kennis en kunde van deze medewerkers op tijd wordt overgedragen. Bij kritische functies wordt ervoor gekozen om vroegtijdig te beginnen met het zoeken naar vervanging. De uitstroom van medewerkers van de afgelopen jaren vertoond geen zorgwekkend beeld. De krappe arbeidsmarkt blijft een grote rol spelen. We zien dat we steeds vaker medewerkers aannemen die beschikken over de juiste competenties maar nog niet beschikken over de kennis en ervaring. We gaan deze nieuwe collega’s zelf opleiden en inwerken zoals we in de afgelopen jaren al hebben gedaan. Voor deze inzet en kosten zullen wij het opleidingsbudget inzetten. Daarnaast zijn wij voornemens om onze arbeidscommunicatie en aanpak in 2024 te verbeteren. De gemiddelde leeftijd van ons personeelsbestand is te zien in de onderstaande grafiek.

Aantal medewerker (in dienst)

Medewerkers per leeftijdscategorie (peildatum 01/12/2023) 48

50

40

39

40 30 20 10

15 7

3

0 15-24

Kadernota 2025 - 2028

25-34

35-44

45-54

Pagina 13 van 24

55-64

65+

Zoals eerder vermeld selecteren wij de nieuwe medewerkers op basis van de competenties. De kennis voor het uitvoeren van de functie brengen wij deze nieuwe collega’s zelf bij. Sinds de invoering van de trainee functie voor de WOZ-taxateur, zijn er vijf aangenomen trainees werkzaam. Inmiddels zijn er twee daarvan doorgestroomd naar de reguliere functie van Taxateur. In de komende jaren gaan we, in samenwerking met de Regio, actiever stageplaatsen aanbieden.

Strategisch Personeelsbeleid Inmiddels heeft de personeelsscan per team plaatsgevonden. Per team worden interventies ingezet. Deze interventies richten zich op: •

Het verbeteren van het functioneren van de medewerkers;

•

Het bieden van ontwikkel- / loopbaanperspectief aan medewerkers;

•

Het begeleiden van medewerkers om met toekomstige veranderingen om te gaan.

De personeelsscan wordt twee keer per jaar uitgevoerd. Deze scan wordt de komende jaren ingezet om de voortgang continu te volgen, om te monitoren of de interventies het gewenste effect hebben en of er bijstelling van de acties nodig is.

Werkprocessen P&O In 2024 of 2025 zal er een nieuwe regionale aanbesteding plaatsvinden voor een personeels- en salarisverwerkingssysteem. Tot die tijd worden de meeste gebruikte HR-werkprocessen gedigitaliseerd.

Duurzame inzetbaarheid We zien een verandering in de werkzaamheden van de BWB. Digitalisering en robotisering zijn noodzakelijk om te voldoen aan de opgave waar de BWB voor staat. Door de inzichten uit de strategische personeelsplanning, het stimuleren van innovaties en kritisch kijken naar onze werkprocessen zijn wij ervan overtuigd deze uitdagingen aan te kunnen gaan. Om onze medewerkers ook fit en vitaal te houden gaan we hiervoor in de komende jaren ook meer initiatieven ondernemen. Met name het thema werkdruk, vitaliteit en het arbobeleid worden opgepakt. Tevens heeft er eind 2023 een medewerkers tevredenheidsonderzoek plaatsgevonden. Uit dit onderzoek zijn goede en aandachtspunten gekomen. De BWB scoort goed op o.a. het bieden van een veilige werkomgeving. De relaties tussen de medewerkers en de leidinggevenden zijn zeer goed te noemen. De medewerkers zien de BWB als een organisatie waarbij agressie en intimidatie nagenoeg niet voorkomt. Als aandachtspunt uit dit onderzoek komt de werkdruk naar voren.

Kadernota 2025 - 2028

Pagina 14 van 24

De komende periode zal de BWB aandacht besteden aan het continueren van de goede scores en het verbeteren van de aandachtpunten. Overall kan de BWB trots zijn op de uitkomsten van het BWB. We hebben voor onze medewerkers een veilige werkomgeving gecreëerd. Ten aanzien van de aandachtspunten zal de BWB aandacht moeten hebben voor het risico dan de medewerkers worden overvraagd. Hiervoor zal onder andere een apart budget worden gecreëerd voor onderzoek en ontwikkeling om zodoende de bedrijfsvoering efficiënter te maken. Dit moet er uiteindelijk voor zorgen dat het werk van onze collega’s minder belastend zal zijn. De eerder genoemde acties ten aanzien van ons arbobeleid gaan hier eveneens een bijdrage aan leveren

CAO Samenwerkende Gemeentelijke Organisatie Werkgevers en vakbonden hebben een onderhandelingsresultaat over de nieuwe cao’s voor de gemeentelijke sector. De looptijd is 15 maanden (1 januari 2024 t/m 31 maart 2025) met een loonafspraak van 4,75% per 1 januari 2024 en 1,25% per 1 oktober 2024, en 1 bovenwettelijke vakantiedag per 1 januari 2025. Tijdens het schrijven van deze kadernota was er nog geen definitief akkoord. Door de stijging van het bovenwettelijke verlof van 7 dagen (50,4 uur) naar 8 dagen (57,6 uur) neemt het aantal bovenwettelijke verlofuren voor de BWB toe met 1.032 uur.

Huisvesting Afgelopen jaar is geconstateerd dat de huidige inrichting van het kantoorpand niet meer voldoet. Het flexibel en digitaler werken vraagt om aanpassing van het huidige pand en het beter faciliteren van thuiswerkvoorzieningen. In 2024 zal dit verder worden uitgewerkt.

4.3.

Informatisering

Informatiemanagement heeft als doel, de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) te voorzien van een betrouwbare, optimale en toekomstbestendige informatievoorziening.

Informatieveiligheid Informatieveiligheid blijft in toenemende mate een belangrijk speerpunt binnen de BWB. Technologische innovaties, nieuwe wet- en regelgeving, veranderende verwachtingen over risicomanagement blijven dynamisch en divers. Dat creëert allerlei nieuwe uitdagingen voor de BWB. Datalekken en cyberaanvallen staan bovenaan de lijst met risico’s die de meeste zorgen baren, niet in de laatste plaats door recente (cyber)incidenten bij diverse overheidsorganisaties. Naast veranderende technische aspecten vragen ook de ontwikkelingen in de wet- en regelgeving de nodige aandacht. Met de komst van de BIO (nationaal) en de Europese richtlijn NIS2 komt vanuit de centrale overheden steeds meer de nadruk en regie te liggen op risicogerichte aanpak van informatiebeveiliging. Ook de BWB heeft naar aanleiding van deze richtlijnen veel beleid gevormd en vastgesteld. Sinds 2023 heeft Belastingsamenwerking West-Brabant een CISO in vaste dienst. Dat komt de continuïteit de komende jaren voor het afdekken van de risico’s ten goede.

Kadernota 2025 - 2028

Pagina 15 van 24

De komende jaren wordt er doorlopend geïnvesteerd op het gebied van bewustwording onder het personeel. Naast voldoende risico-verlagende maatregelen op het gebied van informatieveiligheid is de bewustwording van het personeel hierop doorslaggevend in het voorkomen van incidenten.

Digitalisering BWB blijft continue streven naar het verder digitaliseren van haar processen om zodoende steeds efficiënter te worden. Dit is echter niet altijd een eenvoudig proces aangezien er regelmatig koppelingen gelegd moeten worden met andere applicaties (buiten de BWB) om tot die digitalisering te komen. Het vormen van deze koppelingen is ingewikkeld en specialistisch. Daarvoor is het belangrijk mensen met de juiste kennis in huis te hebben. De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt (specifiek ICT) maken dat het voor overheidsorganisaties moeilijk is om personeel te krijgen of vast te houden. Daarnaast is de kennis op het gebied van automatiseren of digitaliseren in sommige gevallen zo specifiek gekoppeld aan een stukje van het proces, dat deze kennis vaak niet één en dezelfde persoon aanwezig is. BWB werkt daarom samen met verschillende organisaties die deze gespecialiseerde kennis kunnen bieden. Daarnaast blijven we ernaar streven om de medewerkers die binnen deze kaders opereren doorlopend te voorzien van de nieuwste kennis en inzichten. Om zodoende de kennis in eigen gelederen zo groot mogelijk te houden.

Innovatie De eisen die aan de bedrijfsvoering van de BWB worden gesteld komen door de jaren heen steeds op een hoger niveau te liggen. De productiekwantiteiten blijven stijgen, de wet- en regelgeving op het gebied van informatieveiligheid wordt steeds stringenter, de klantgerichtheid en het klantcontact moet naar een hoger niveau. Daarbij heeft de BWB de uitdaging om de efficiency op peil te houden en waar mogelijk te verbeteren. Dat leidt zowel tot een behoefte aan meer gekwalificeerd personeel, als aan modernisering en innovatie van de ICT-infrastructuur. Waar we zien dat er een behoefte is aan gekwalificeerd personeel, merken we in toenemende mate dat de problemen op de arbeidsmarkt ons niet in de gelegenheid stellen hierop te anticiperen (zie paragraaf 4.2). De komende jaren wordt ingezet op het optimaliseren van de bedrijfsprocessen, zodat we beter in kunnen spelen op de eisen die worden gesteld aan de BWB en op de problemen op de arbeidsmarkt (met minder personeel dezelfde activiteiten uitvoeren). Bij de optimalisatie worden de LEAN-principes gecombineerd met, daar waar mogelijk, de inzet van Robotic Process Automation (RPA; het automatiseren van repetitieve handelingen door middel van software), gebruik van QR-codes, etc. De functionaliteiten van TEAMS en

Microsoft

365

worden

informatieveiligheid snel naar het gewenste niveau te brengen.

Kadernota 2025 - 2028

Pagina 16 van 24

optimaal

ingezet, mede om de

Managementinformatie met VYZYR (ook voor deelnemers) VYZYR is een toepassing die gespecialiseerd is in het omzetten van data in daadwerkelijke managementinformatie. In 2023 is deze applicatie verder geoptimaliseerd bij de BWB, ook in samenspraak met de regieambtenaren van de deelnemers. Deze managementinformatie helpt het management en coördinerende medewerkers, maar dus ook de regieambtenaren van de deelnemers, om snel de kern van een situatie of ontwikkeling vast te stellen en daardoor sneller daarop te anticiperen. De komende jaren gaat BWB door met het optimaliseren van de managementinformatie. Zodoende zal het management van Belastingsamenwerking West-Brabant steeds sneller beeld hebben bij bepaalde situaties en hetzelfde geldt voor de deelnemers.

Kadernota 2025 - 2028

Pagina 17 van 24

5. Financiën 5.1.

Algemeen

Voor de totstandkoming van de programmabegroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026 tot en met 2028 worden de kaders zoals beschreven in dit hoofdstuk gehanteerd. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op de algemene financiële kaders uit wet- en regelgeving, de (aanvullende) richtlijnen van de deelnemers en de wijze waarop de toegepaste uitgangspunten financieel technisch worden uitgewerkt bij het opstellen van de begroting. Tenslotte wordt ingegaan op de beleidsindicatoren.

5.2.

Algemene financiële kaders

De volgende algemene financiële kaders (uit wet- en regelgeving) worden gehanteerd: Kader

Uitwerking

Meerjarig sluitende begroting

Een meerjarig sluitende begroting houdt in dat alle begrotingsjaren (2025 t/m 2028) een positief saldo (≥ 0) hebben. Hiervan kan afgeweken worden indien aannemelijk is dat dit in de eerstvolgende jaren tot stand zal worden gebracht.

WGR, GW en BBV

Structureel evenwicht

Als in het betreffende begrotingsjaar structurele lasten gedekt zijn door structurele baten is er sprake van structureel evenwicht. Incidentele lasten mogen gedekt worden door zowel structurele als door incidentele baten.

WGR, GW en BBV

Reëel evenwicht

Reëel ramen is het uitgangspunt voor de begroting 2025 en de meerjarenbegroting 2026-2028. Dit houdt in dat de ramingen volledig, realistisch en haalbaar moeten zijn. De begroting bevat posten die kenmerken bevatten van ‘open-einde’ regelingen (voor bezwaar en beroep vatbare besluiten) waarvan de productie en benodigde budgetten niet volledig op voorhand kan worden vastgesteld.

WGR, GW en BBV

Kadernota 2025 - 2028

Pagina 18 van 24

Oorsprong

5.3.

Financiële richtlijnen deelnemers

Door de deelnemers zijn ook de volgende (aanvullende) financiële richtlijnen vastgesteld: 1. We verwachten van het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling dat zij uiterlijk 15 april 2024, maar bij voorkeur vóór 1 april 2024, een structureel sluitende meerjarenbegroting voor komende vier jaar aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de inhoudelijke en financiële uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. 2. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken opgenomen, behalve als dit eerder door het Algemeen Bestuur is besloten. 3. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt.

Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. 4. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente Rijkscirculaire voor zowel de loon- als de prijsindex. 5. Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige Cao-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. 6. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. 7. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers.

De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het Algemeen Bestuur. 8. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit.

Kadernota 2025 - 2028

Pagina 19 van 24

Aanvullende financiële richtlijnen 1. De reserve zoals aangegeven bij punt 5 van de financiële richtlijnen mag alleen worden gevormd uit een positief resultaat bij de jaarrekening (en dus niet uit een verhoging van de deelnemersbijdrage). 2. In afwijking van punt 7 van de financiële richtlijnen en in aanvulling op punt 1 van deze aanvullende richtlijnen mag de BWB een eventueel positief resultaat bij de jaarrekening aanwenden voor het vormen van een algemene reserve. Deze richtlijnen zijn richtinggevend voor de begroting 2025. De financieel technische uitwerking hiervan is weergegeven in paragraaf 5.4. Onderdeel 5 van de financiële richtlijnen gaat in op de vorming van een reserve. Hierbij worden aanvullend enkele richtlijnen meegegeven. De BWB kent op dit moment geen reserve, om hier invulling aan te kunnen geven is het nodig de ‘Nota reserves en voorziening gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking West-Brabant 2014’ te actualiseren. Het voornemen is deze begin 2024 ter besluitvorming voor te leggen. Met het actualiseren van deze nota is het beleidsmatige kader geactualiseerd. Voor het daadwerkelijk vormen van een reserve is een apart besluit van het algemeen bestuur vereist, dit maakt naar huidig inzicht onderdeel uit van de besluitvorming van de jaarrekening gezien de relatie met het bestemmen van het resultaat.

Kadernota 2025 - 2028

Pagina 20 van 24

5.4.

Financieel technische uitwerking

De gehanteerde/berekende indexen worden onder de tabel weergegeven. Onderwerp Begroting op basis van bestaand beleid

Uitgangspunt De begroting dient in principe opgesteld te worden op basis van bestaand beleid, tenzij eerder anders besloten door het Algemeen Bestuur.

Uitwerking De begroting komt tot stand tot stand op basis van de ramingen zoals deze zijn opgenomen in de laatst vastgestelde meerjarenbegroting (2024-2027) waarop een nacalculatie wordt uitgevoerd (zie raming personeelslasten en materiële lasten). Tot bestaand beleid behoort de uitvoering van het takenpakket zoals opgenomen in paragraaf 2.3 aangevuld door richtlijnen van de deelnemers. De volgende wijzigingen (in wet- en regelgeving) zijn toegelicht in de kadernota 2025: De samenhangende objectenregistratie (SOR) (tijdspad onbekend)* Omgevingswet (Ow) Wet kwaltiteitsborging (Wkb) (Inwerkingtreding 1/1/24) Aanpassing belastingstelsel waterschappen (inwerkingtreding 2026) Wet Stroomlijnen onderdeel rechtsbescherming bij belastingschulden (inwerkingtreding 2027 of later) Het AB heeft geen besluiten genomen over (financiële) effecten van bovenstaande ontwikkelingen. De uitgangspunten voor de begroting blijven ongewijzigd. Ten aanzien van de Wet Herwaardering Proceskostenvergoedingen WOZ en bpm geldt dat deze ontwikkeling een ‘open einde karakter’ kent de effecten hiervan worden zo betrouwbaar mogelijk verwerkt in de begroting 2025.

Begroting structureel en reëel in evenwicht

Een meerjarig structureel en reëel sluitende begroting

- Alle begrotingsjaren hebben een positief saldo (≥ 0). Hiervan kan afgeweken worden indien aannemelijk is dat dit in de eerstvolgende jaren tot stand zal worden gebracht. Bij de BWB worden de lasten – behoudens enkele overige baten - doorberekend aan de deelnemers (lasten zijn gelijk aan baten, saldo van de begroting is 0). - Structurele lasten worden gedekt door structurele baten, Incidentele lasten mogen gedekt worden door zowel structurele als door incidentele baten. - De ramingen zijn volledig, realistisch en haalbaar. Wij bereiken dit door de realisatie van inkomsten en uitgaven te monitoren en waar nodig bij te stellen in de programmabegroting, bestuursrapportages of separate voorstellen met begrotingswijzigingen.

Kadernota 2025 - 2028

Pagina 21 van 24

Onderwerp Kostenverdeling

Uitgangspunt De kosten van de BWB worden verdeeld onder de deelnemers op basis van de vastgestelde kostenverdeelsystematiek,

Uitwerking Kostenverdeling vindt plaats op basis van een gelijke verdeling van de vaste kosten (overhead) over de deelnemers. De variabele kosten (productie) worden op basis van de voor de deelnemer geleverde productie doorbelast.

Productie

Uitgegaan wordt van de ingeschatte productie.

Algemeen In de kadernota wordt rekening gehouden met de trendmatige groei in het aantal huishoudens van 0,75% per jaar. Waardebezwaren Voor 2025 uitgegaan van stabilisatie van het aantal objecten onder bezwaar en de griffie- en proceskostenvergoedingen op het niveau van 2024.

Lopende prijzen

Om de koopkracht te behouden worden de prijsgevoelige structurele budgetten voor inflatie gecorrigeerd.

De begroting en de meerjarenraming wordt opgesteld op basis van lopende prijzen voor salarisen materiële lasten. Dit betekent dat de baten en de lasten worden geraamd op het reële niveau van het betreffende jaar. Ter illustratie: bij vaste prijzen worden alle jaarschijven op het prijspeil van het eerste jaar bepaald.

Raming personeelslasten

Totale loonsom wordt geïndexeerd voor verwachtte loonontwikkeling. Hierbij betrekken we een nacalculatie. Deze systematiek van nacalculatie zorgt ervoor dat budgetten op (middel)lange termijn juist en voldoende worden gecompenseerd.

Allereerst wordt een nacalculatie uitgevoerd over de begroting 2024. Op basis van de kadernota 20242027 is er gebruik gemaakt van 4,2%. Deze wordt op basis van onderhandelingsresultaat over de nieuwe CAO SGO gecorrigeerd naar 5,1%.

Raming materiële lasten

Kadernota 2025 - 2028

Totale materiele lasten worden geïndexeerd voor verwachtte prijsontwikkeling. Hierbij betrekken we een nacalculatie. Deze systematiek van nacalculatie zorgt ervoor dat budgetten op (middel)lange termijn juist en voldoende worden gecompenseerd.

Vervolgens wordt 2025-2028 verder aangepast op basis van de loonvoet sector overheid uit de Septembercirculaire gemeentefonds 2023 Lonen

2024

Was

4,2%

Wordt

5,1%

Bijstelling

0,9%

2025

2026

2027

2028

5,8%

4,8%

4,2%

4,2%

Allereerst wordt een nacalculatie uitgevoerd over de begroting 2024. Op basis van de kadernota 20242027 is er gebruik gemaakt van 2,4%. Deze wordt op basis van Het Nationale Consumentenprijsindex (CPI) uit de Kerngegevenstabel cMEV 2023 (augustus 2023) van 2024 gecorrigeerd naar 3,8%. Vervolgens wordt 2024-2027 verder aangepast op basis van de meeste recente Nationale Consumenten-prijsindex (CPI) uit de Septembercirculaire gemeentefonds 2023.

Pagina 22 van 24

Onderwerp

Uitgangspunt

Uitwerking Prijzen

2024

Was

2,4%

Wordt

3,8%

Bijstelling

1,4%

2025

2026

2027

2028

2,5%

2,4%

2,3%

2,3%

Raming investeringen

De lasten van investeringen worden opgenomen in de begroting

Investeringskredieten worden opgenomen en geautoriseerd via de begroting. Tussentijdse investeringen worden via een begrotingswijziging voorgelegd.

Raming onvoorzien

Jaarlijks raamt de BWB een post voor onvoorziene kosten.

Eventueel noodzakelijke aanwending van onvoorzien is onderdeel van de verantwoording middels de bestuursrapportage.

Risicomanagement en weerstandsvermogen

Risico’s en het beschikbare weerstandsvermogen worden in kaart gebracht,

Via de paragraaf weerstandsvermogen & risicobeheersing. De BWB streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te ondervangen door het treffen van zorgvuldigheid bij procedures, het treffen van beheermaatregelen en de benodigde verzekeringen af te sluiten. Gezien de zeer beperkte weerstandscapaciteit (post onvoorzien) komen risico’s voor rekening van de deelnemers.

Financiering

Alleen voor investeringen kan BWB eventueel een langlopende lening aantrekken.

BTW

Materiële lasten worden inclusief BTW geraamd.

Jaarlijks wordt de compensabele BTW van de gemeenten apart verantwoord naar de gemeenten.

Belastingen

BWB voert geen dienstverlening uit die onder de VPB-plicht valt.

Niet van toepassing

Formatie & personeel

Loonsomsturing op basis van de vastgestelde begroting

BWB werkt met een vaste formatie en een flexibele schil /inhuur. Binnen deze twee categorieën kan geschoven worden, maar de vastgestelde loonsom kan niet overschreden worden, behalve door cao- en productiestijgingen hoger dan verwerkt.

Kadernota 2025 - 2028

Pagina 23 van 24

5.5.

Beleidsmatige richtlijnen

Door de deelnemers zijn de volgende beleidsmatige kaders meegegeven: 1. Van de BWB wordt verwacht dat ze op de hoogte blijft van nieuwe ontwikkelingen en mogelijkheden om de werkzaamheden zo efficiënt mogelijk uit te voeren. In dit kader wordt de BWB verzocht in de begroting aan te geven welke moderne ontwikkelingen er zijn, wat deze kunnen betekenen voor de BWB, welke daarvan daadwerkelijk ingezet gaan worden en wat het verwachte effect ervan is. 2. In de begroting 2025 wordt een volledige set kritische prestatie indicatoren opgenomen waarover vooraf met de deelnemers overeenstemming is bereikt. Ten aanzien van de eerste richtlijn; hierover wordt in de begroting 2025 gerapporteerd. Voor richtlijn 2 wordt verwezen naar de onderstaande paragraaf.

5.6.

Beleidsindicatoren

De BWB zal in haar begroting, naast de door de BBV verplichte beleidsindicatoren, kritische prestatie indicatoren (KPI’s) opnemen. Samen met de deelnemers is in 2023 gewerkt aan de actualisatie van de KPI’s. De verwachting is dat een geactualiseerde set KPI’s begin 2024 ter besluitvorming wordt voorgelegd aan het bestuur van de BWB.

Kadernota 2025 - 2028

Pagina 24 van 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13838101/1