6 b&w Exploitatiemodel nieuwe zwembad
Tekst van het document
r-
r",„ F:,g41 F nr. F
Rtg.',PHEN
• vk
.)E:Kors,,15_ Ni:
2 1 JUNI 2021
• VE-.RELLIF: CC:
VAAK: !AFD. WEEK: Onze referentie:
Gemeenteraad Rucphen Postbus 9 4715 ZG RUCPHEN
Z21/053888-D21/1149358
Uw referentie:
Rucphen,
1 8 JUNI 2021
Onderwerp:
exploitatiemodel nieuwe zwembad
Behandelaar:
E. Aerts
Telefoonnummer:
0165-349904
Geachte raad, Op 23 september 2020 heeft uw raad besloten om een nieuw zwembad te bouwen. De ingebruikname van het zwembad is gepland begin 2023. Op dat moment moet de exploitatie geregeld zijn. In deze brief informeren wij u over de keuze van het exploitatiemodel. Er is extern advies gevraagd over de keuze van het exploitatiemodel Om een weloverwogen keuze voor het exploitatiemodel te kunnen maken is aan adviesbureau Praesentis gevraagd om over de volgende exploitatiemodellen advies uit te brengen. 1. Stichting 2. Commerciële exploitatie 3. Gemeentelijke BV 4. Joint Venture Op grond van het advies van Praesentis is een notitie geschreven over de voor- en nadelen van de verschillende modellen. Deze notitie treft u bijgaand aan. Balans tussen maatschappelijk rendement en een gunstig exploitatieresultaat De gemeenteraad heeft in de discussie over het zwembaddossier reeds aangegeven meer dan in de huidige situatie aandacht te willen voor de maatschappelijke doelen. Tegelijkertijd moet de exploitatie binnen een verantwoord financieel kader plaatsvinden. Vanuit die optiek zijn de 4 exploitatiemodellen gewogen. De belangrijkste scherprechters bleken te zijn de fiscale aspecten en de lokale betrokkenheid. Fiscale aspecten Voor een optimaal fiscaal regime is het nodig om een winstoogmerk te hebben, omdat dan gebruik gemaakt kan worden van btw-compensatie.
Btw-compensatie heeft een positief effect op het exploitatieresultaat. Lokale betrokkenheid Het maatschappelijk rendement moet zo groot mogelijk zijn. Het gaat over zaken als klantgerichtheid, ruim aanbod/openstelling, redelijke tarieven voor gebruikers, tegemoet komen aan behoefte verenigingen, activiteiten voor doelgroepen en flexibiliteit in openstelling. Op het Binnentuin 1 Postbus 9 4715 ZG Rucphen T: 0165 34 95 00 F: 0165 34 13 75 Banknummer: 2850 07 319 IBAN: NL378NGH0285007319 KvK-nr. 20164997 gemeente©rucphen.n1 Gemeente Rucphen
Rucphen
Schijf
Sprundel
St. Willebrord
Zegge
www.rucphen.n1
2
moment dat betrokkenheid vanuit de Rucphense gemeenschap gewaarborgd is, komt dit het maatschappelijke rendement ten goede. Weging van de exploitatiemodellen 1. Stichting Een stichting zal maximaal inzetten op het maatschappelijk rendement. Maar een stichting kan geen beroep doen op btw-compensatie. Bij een stichting zijn we aangewezen op landelijke subsidieregelingen (SPUK of BOSA). Deze zijn echter financieel veel minder gunstig. Daarmee valt de stichting als exploitatiemodel af. 2. Commerciële exploitatie Bij een marktpartij is btw-compensatie mogelijk. Daarnaast zet een marktpartij in op een efficiënte bedrijfsvoering, hetgeen een positief effect heeft op het exploitatiesaldo. Daar staat tegenover dat een commerciële partij minder aandacht heeft voor de maatschappelijke doelen. 3. Gemeentelijke BV Doordat de gemeente 100% van de aandelen bezit, kan gestuurd worden op het behalen van de maatschappelijke doelen. Naast de portefeuillehouder kunnen er vertegenwoordigers uit de lokale gemeenschap betrokken worden in de BV. Bij het oprichten van een gemeentelijke BV is btwcompensatie waarschijnlijk mogelijk, omdat een BV winstoogmerk heeft. 4. Joint Venture Een joint venture houdt in dat de gemeente Rucphen een BV opricht samen met een 'publiekrechtelijke exploitant', die vakspecialistische kennis in huis heeft. In fiscaal opzicht is dit een gunstige variant.
Het inzetten op maatschappelijke doelen is in deze variant mogelijk, maar wel in mindere mate dan bij een stichting of gemeentelijke BV. Deze variant valt af, omdat er geen partijen in de regio zijn waarmee samengewerkt kan worden. Daarmee blijven de gemeentelijke BV en commerciële exploitatie als reële exploitatiemodellen over. Overige overwegingen Ook vakspecialistische kennis en continuïteit in de bedrijfsvoering zijn overwegingen bij de keuze voor een exploitatiemodel. Er is vakspecialistische kennis nodig om het zwembad draaiende te houden. Denk bijvoorbeeld aan bouwkundige en installatietechnische kennis. Een gemeentelijke BV zal deze kennis moeten inkopen, terwijl een marktpartij hiervoor een beroep kan doen op de landelijke moederorganisatie. Continuïteit in de exploitatie moet gewaarborgd zijn. En daarvoor is continuïteit in bestuur, management en personeel nodig. Bij een marktpartij is dit gewaarborgd, omdat er een landelijke moedermaatschappij is. Bij een gemeentelijke BV kan er een continuïteitsvraagstuk ontstaan bij vertrek van de directeur of een commissaris. Om een zo groot mogelijk maatschappelijk rendement te behalen kiezen we voor een gemeentelijke BV Alhoewel commerciële exploitatie op de onderdelen bedrijfsvoering, vakspecialistische kennis en continuïteit beter scoort, kiezen we toch voor een gemeentelijke BV.
We willen maximaal inzetten op de maatschappelijke doelen. De gemeentelijke BV heeft hoogstwaarschijnlijk een gunstige fiscale positie. Met het oog op het laatste is de belastingdienst gevraagd om een zogenaamd voorgenomen besluit te nemen over de vraag of er bij een gemeentelijke BV voor het nieuwe zwembad recht is op btw-compensatie. Als de belastingdienst oordeelt dat er voor de gemeentelijke BV geen btw-compensatie mogelijk is, kiezen we alsnog voor commerciële exploitatie van het nieuwe zwembad.
3
Gelet op de waardering en betrokkenheid van de gemeenteraad bij het tot nu toe doorlopen proces om te komen tot een nieuw zwembad in onze gemeente, wenst het College deze lijn door te trekken. Wij zijn dan ook graag bereid om de keuze voor de gemeentelijke BV toe te lichten in een commissievergadering.
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Rucphen, de secretaris, de burg,
Sandor Michielse
est
Marjolein van der Meer Mohr
Voorstel keuze exploitatiemodel zwembad Voorstel Geadviseerd wordt om toe te werken naar een gemeentelijke BV. Hiermee kan een optimale balans behaald worden tussen enerzijds een efficiënte bedrijfsvoering en gunstig exploitatieresultaat en anderzijds het behalen van maatschappelijke doelen (dienstverlening die tegemoet komt aan behoefte inwoners). Het is wel van belang om de continuïteit van bestuur en organisatie alsmede vakspecialistische kennis te waarborgen. Voor onderdelen kunnen specialisten ingehuurd worden. Mocht de uitwerking van de gemeentelijke BV niet lukken, dan wordt geadviseerd om commerciële exploitatie als terugvalscenario te hanteren. 1. Inleiding Op 23 september 2020 heeft de gemeenteraad besloten om een nieuw zwembad te bouwen. De ingebruikname van het zwembad is gepland begin 2023. Op dat moment moet de exploitatie geregeld zijn. Huidige exploitatie In 2004 is gekozen voor commerciële exploitatie. Laco is de exploitant en ontvangt een exploitatiebijdrage van de gemeente. De ervaringen in de afgelopen jaren zijn niet alleen maar positief. Laco is geen innoverende exploitant die inzet op een zo hoog mogelijk maatschappelijk rendement. Er is weinig tot niet ingespeeld op de behoefte vanuit de inwoners. Daarnaast verliepen de afspraken over onderhoud niet altijd soepel.
Deze ervaringen maken dat het niet vanzelfsprekend is om opnieuw voor commerciële exploitatie te kiezen. Extern advies over mogelijke exploitatiemodellen Om een weloverwogen keuze voor het exploitatiemodel te kunnen maken is aan adviesbureau Praesentis gevraagd om over de volgende exploitatiemodellen advies uit te brengen: 1. Stichting met dan wel zonder winstoogmerk 2. Commerciële exploitatie Tijdens gesprekken met Praesentis kwamen nog een 3e en 4e model naar voren, te weten een gemeentelijke BV en Joint Venture. Ook over deze modellen heeft Praesentis advies uitgebracht. In deze notitie zijn op basis van het advies van Praesentis de voor- en nadelen van de 4 modellen beschreven. Relevante aspecten bij keuze exploitatiemodel Alvorens in te gaan op de 4 mogelijke exploitatiemodellen, worden een aantal relevante aspecten toegelicht. a) Vakspecialistische kennis Er is vakspecialistische kennis nodig om het zwembad draaiende te houden. Een nieuw zwembad is attractief voor bezoekers en personeel en een plek voor gezondheid, bewegen en sport. Maar het is ook een risicovolle accommodatie, zowel qua bezoekersveiligheid als bouwkundige en installatietechnische aspecten. Dat vraagt vakspecialisme.
Dit geldt ook voor een goede klantbenadering en gastheerschap, een gedegen personeelsbeleid, een op de markt afgestemd productaanbod, passende marketing, sterke communicatie, een goede organisatiestructuur, goede kwaliteitssystemen als ook duurzaamheid in de bedrijfsvoering. b) Maatschappelijk rendement Het maatschappelijk rendement moet, tegen een redelijke exploitatiebijdrage, zo groot mogelijk zijn. Dan gaat het over zaken als klantgerichtheid, ruim aanbod/openstelling, redelijke
2
tarieven voor gebruikers, tegemoet komen aan behoefte verenigingen, activiteiten voor doelgroepen en flexibiliteit in openstelling. Op het moment dat betrokkenheid vanuit de Rucphense gemeenschap gewaarborgd is, komt dit het maatschappelijke rendement ten goede. Bij alle modellen geldt dat de gemeente, via de exploitatieovereenkomst en exploitatiebijdrage, in meer dan wel mindere mate kan sturen op maatschappelijke doelen. c) Exploitatierisico De financiële risico's voor de gemeente moeten zo laag mogelijk zijn. Voorkomen moet worden dat de gemeente bij tegenvallende exploitatieresultaten om extra budget gevraagd wordt. Een landelijke partij heeft een moedermaatschappij als (financiële) back-up en biedt meer schaalgrootte dan een lokale onderneming. Een grotere schaal levert financieel voordeel op bij inkoop, personele scholing en marketing. Maar het draait niet alleen om financiën. De maatschappelijk opbrengsten zijn evenzeer van belang. Er moet worden gezocht naar efficiëntie in de hoogte van de exploitatiebijdrage en gemeentelijke kapitaal- en beheerlasten enerzijds en het maatschappelijk rendement anderzijds. d) Fiscaal Het is belangrijk om te kiezen voor een exploitatiemodel dat fiscaal goed uitpakt. De mogelijkheden zijn: volledige btw-compensatie via belastingdienst. Als er sprake is van een exploitatiemodel met winstoogmerk, is volledige btw-compensatie mogelijk.
Om verrassingen achteraf te voorkomen is het nodig om vooraf bij de belastingdienst te toetsen of het gekozen exploitatiemodel volledige btw-aftrek mogelijk maakt. subsidie via de regelingen SPUK (specifieke uitkering stimulering sport) of BOSA (subsidie stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties): beide regelingen zijn financieel minder gunstig dan de optie btw-compensatie. Bovendien zijn de regelingen tijdelijk (t/m 31-12-2023) en kennen ze een subsidieplafond. Exploitatiemodel Stichting met winstoogmerk Stichting zonder winstoogmerk Commerciële exploitatie Gemeentelijke BV Joint Venture
subsidie via SPUK of BOSA (t/m 31-12-2023) Ja Ja Ja Ja Ja
Volledige compensatie via belastingdienst (structureel) Nee Nee Ja Ja Ja
Geadviseerd wordt om te kiezen voor een exploitatiemodel waarbij gebruik gemaakt kan worden van btw-compensatie. Dit is van belang omdat het fiscale regime niet alleen geldt voor de exploitatie (gedurende de hele exploitatieperiode), maar ook voor de investeringen in de nieuwbouw van het zwembad. De geraamde btw: - geraamde btw bij de bouw van het zwembad: ca. C 1,3 miljoen; - geraamd btw bij exploitatie over een periode van 20 jaar: ca. C 2,5 miljoen. Relevant om te vermelden is dat een BV mogelijk vennootschapsbelasting over het resultaat (winst) moet afdragen. e) Continuïteit Continuïteit in de exploitatie moet gewaarborgd zijn. En daarvoor is het continuïteit in bestuur, management en personeel nodig. Het neerzetten van een goede organisatiestructuur voor het beheer van het zwembad is dan ook essentieel. 2. Mogelijke exploitatiernodellen voor het nieuwe zwembad 1. Stichting (met of zonder winstoogmerk) De exploitatie wordt uitbesteed aan een nog op te richten gemeentelijke stichting. De gemeente kan participeren in het bestuur van een stichting. De gemeente sluit met de stichting een overeenkomst af en stelt een subsidie beschikbaar.
3
De belastingdienst oordeelt hoogstwaarschijnlijk dat een stichting geen winstoogmerk kan hebben, ook als de stichting het winstoogmerk statutair heeft vastgelegd. Daardoor is het onderscheid tussen een stichting met of zonder winstoogmerk niet relevant bij de keuze van het exploitatiemodel. SWOT-analyse stichting Sterk - Er is grote maatschappelijke betrokkenheid met bestuurders die hun wortels hebben in de (lokale) gemeenschap. - Bestuurders zijn in de regel onbezoldigd. - Winsten kunnen worden omgezet in maatschappelijk rendement.
Kans
- De stichting kan de gelegenheid geboden worden om een weerstandsvermogen op te bouwen, waardoor financiële tegenvallers in 1e instantie uit eigen middelen opgevangen kunnen worden. Dit resulteert in een meer stabiele relatie met de gemeente. - Met een lokale stichting is het soms gemakkelijk 'schakelen'over nieuw beleid of nieuwe bepalingen dan met commerciële, contractpartijen.
Zwak - Moeite om tot sluitende begrotingen te komen (inefficiënties in de bedrijfsvoering), behoefte aan extra subsidie, wat druk zet op de relatie met de gemeente. - Er zijn geen voordelen in inkoop, personele scholing, marketing vanwege de beperkte schaalgrootte. - Het waarborgen van personele continuïteit en de juiste deskundigheid is moeilijk te regelen of moet ingekocht worden - Fiscaal zwak m.b.t. btw-compensatie
Bedrei in.
- Spanning op de relatie tussen (veelal) vrijwillige bestuurders en directie gaat ten kosten van de kwaliteit en op den duur de continuïteit van de stichting. - De stichting is meer afhankelijk van politiekbestuurlijke processen, ook na de contractvorming. - Het waarborgen van de continuïteit van de exploitatie is in een vrijwilligersorganisatie moeilijker.
2. Commerciële exploitatie De exploitatie wordt uitbesteed aan een marktpartij. Dit zijn regionaal of landelijke opererende organisaties, die veelal een lokale BV oprichten. In een exploitatieovereenkomst worden de maatschappelijke en commerciële aspecten van de exploitatie geregeld. De gemeente stelt een (te indexeren) exploitatiebijdrage beschikbaar voor een vooraf overeenkomen vaste periode. Doorgaans zijn het exploitatierisico en daarmee eventuele financiële tekorten voor rekening van de marktpartij. Maar open-eindovereenkomsten komen ook voor. Commerciële marktpartijen zijn bijvoorbeeld Sportfondsen, Optisport, LACO en NV SRO. 3.2.1.
SWOT-analyse commercialisering
Sterk De lokale exploitatie BV wordt aangestuurd en ondersteund vanuit de landelijke professionele organisatie. - Er is vakspecialistisch onderhoud en beheer. - De schaalgrootte leidt tot voordelen in inkoop, personele scholing, marketing. - De gemeente loopt (tot op zekere hoogte) geen exploitatierisico's. - Fiscaal sterk, want er kan gebruik gemaakt worden van btw-compensatie. Kans - Gedegen contractvorming en contractmanagement biedt grip en sturing. Zonder dit vormt dit scenario een bedreiging. - Een mogelijk nieuwe exploitant biedt personeel ook zicht op een nieuw carrièreperspectief. De gemeente kan met de exploitant afspraken maken over winst- (en risico)deling.
Zwak Er is spanning tussen maatschappelijk rendement en het winstoogmerk. - Het is lastig flexibiliteit in overeenkomsten op te nemen om in te kunnen spelen op trends en ontwikkelingen. Ondanks goede contractvorming en contractmanagement ontstaan regelmatig verschillen van inzicht en geschillen tussen opdrachtgever en exploitant. - Het lokaal ondernemerschap en 'couleur locale' in de bedrijfsvoering is minder goed te waarborgen dan bij een (lokale) stichting. Bedreiging De hoogte van de exploitatiebijdrage leidt nog wel eens tot discussie bij veranderende lokale regionale of landelijke omstandigheden. Tegen de gunning van de opdracht tot exploitatie kan bezwaar worden ingediend door partijen die de opdracht niet krijgen.
4
3. Een gemeentelijke BV Als uitgangspunt bij dit scenario geldt dat de gemeente Rucphen de zwembadexploitatie inclusief winstoogmerk uitbesteedt. Tegelijkertijd wil de gemeente het zwembad vanwege de bestuurlijke invloed en de wens op het vergroten van maatschappelijk rendement tóch dichtbij houden. Dit kan middels een Besloten Vennootschap (BV), waarin de gemeente de vennootschap opricht en 100% van de aandelen bezit. Er wordt een exploitatieovereenkomst tussen gemeente en BV afgesloten. De BV ontvangt een exploitatiebijdrage. Het kan op onderdelen nodig zijn specialismen (veiligheid, onderhoud, technische dienst etc.) in te kopen. 3.3.1.
SWOT-analyse gemeentelijke BV
Sterk - De lokale exploitatie BV wordt ingericht met statuten, overeenkomsten en bestuurlijke bezetting om een goede balans tussen professionele bedrijfsvoering en maatschappelijk rendement te waarborgen. - Grote maatschappelijke betrokkenheid met commissarissen/aandeelhouders uit de (lokale) samenleving. - De gemeente loopt (tot op zekere hoogte) geen exploitatierisico's. - Fiscaal sterk Kans - Er is een duidelijke ontstaansgeschiedenis gericht op lokaal ondernemerschap, die wordt vastgelegd in contracten. Gedegen contractvorming, contractmanagement en voortdurend overleg blijft essentieel. Er kan op termijn alsnog besloten worden tot commercialisering.
Zwak
-
Capaciteit en vakspecialistische kennis bij bestuur en management is minder goed gewaarborgd. Er moeten diensten ingekocht worden (HR, techniek, juridische zaken, accountancy etc.) Er zijn geen voordelen in inkoop, personele scholing, marketing vanwege de beperkte schaalgrootte. Bij financiële tegenvallers is alleen de gemeente de financiële back-up.
Bedrei • in • - Ondanks goede contractvorming en contractmanagement kunnen, zeker na langere tijd, alsnog verschillen van inzicht en geschillen tussen opdrachtgever en exploitant ontstaan. - De gemeente moet regie en gedegen contractmanagement voeren, wat niet gelijk staat aan 'bemoeien met de uitvoering'.
4. Joint venture Een joint venture houdt in dat de gemeente Rucphen een BV opricht met een 'publiekrechtelijke exploitant', die vakspecialistische kennis in huis heeft. De gemeente en het andere publieke orgaan hebben dan een 50-50% aandelenverdeling. Potentiële publiekrechtelijke exploitanten zijn bijvoorbeeld SRO, Alkmaar Sport NV, Sportbedrijf Lelystad, Accres en S&W Groep. Geen van deze partijen is in onze regio actief. Eerdere joint venture processen leren dat het complexe trajecten zijn in zowel besluitvorming, contractvorming als in (de opstart van) de bedrijfsvoering.
3.4.1.
SWOT-analyse joint venture
Sterk - Aandelenverdeling van de zwembad-BV tussen de gemeente en de sportdeskundige partner. Bestaande publieke sportbedrijven hebben in de regel expertise, gedegen bedrijfsconcepten, brede kennis en ervaring, creativiteit en innovatief vermogen. - Fiscaal sterk Kans Door het gezamenlijk aandeelhouderschap zijn er goede mogelijkheden om gemeentelijke regie uit te oefenen op het functioneren van het zwembad-BV, de maatschappelijke functie te borgen, burgerinitiatieven te ondersteunen en zelfwerkzaamheid van verenigingen te faciliteren.
Zwak De gemeente is en blijft (meer) betrokken bij de aansturing en uitvoering van dagelijks beheer en exploitatie, o.a. op bestuurlijk niveau met de joint venture partner. Het exploitatierisico wordt gedeeld (naar rato van de aandelenverhouding). Bedrei • in • - Sterke en blijvende gemeentelijke regie vermindert de slagkracht van het zwembadBV om zelfstandig, onafhankelijk marktgericht te kunnen opereren. Een dergelijke constructie heeft meer zin bij een omvangrijke schaalgrootte, inclusief andere sport (welzijns) accommodaties. - Er zijn momenteel een beperkt aantal joint venture-exploitatie in zwembaden. Het model is nog niet 'volwassen'en er is weinig of geen concurrentie in de markt.
5
3. Overige overwegingen Zakelijk recht eigendom zwembad Praesentis geeft in overweging om het eigendom van het zwembad over te dragen met het oog op een zo gunstig mogelijk btw-regime. Voordeel van eigendomsoverdracht is dat er geen kostendekkende huur nodig is. Als er geen eigendomsoverdracht is, is een kostendekkende huur verplicht als de exploitant gebruik wil maken van btw-compensatie. Overigens wordt op dit moment aan Laco een kostendekkende huur in rekening gebracht. In het programmaplan vastgoed 2017-2020 Gemeente Rucphen is opgenomen dat het niet vanzelfsprekend is dat de gemeente eigenaar, beheerder, exploitant of financier is. Dat moet vooral aan de markt worden overgelaten. Advies aanbesteding onderhoudsinstallaties De gemeente is voornemens om de aanneming (bouwkundig en installatietechnisch) in de markt uit te besteden. Praesentis adviseert te overwegen om ook het onderhoud en de vervangingsinvesteringen van de waterzuivering, luchtbehandeling en overige installatietechnische onderdelen meerjarig uit te besteden. Het leidt tot een constructie waarbij de meedenkende installatietechnici: a) in het voortraject tot en met het Technisch Ontwerp betrokken zijn, b) verantwoordelijk zijn voor de realisatie en oplevering én c) de verantwoordelijkheid dragen voor het meerjarig onderhoud inclusief minstens de i e volledige cyclus van vervangingsinvesteringen (ca. 20 jaar).
Dit leidt naar de mening van Praesentis tot een optimale keuze van de leverancier voor materialisaties, techniek en onderhoud gedurende de exploitatieperiode. Indien de gemeente overweegt het meerjarig onderhoud in de markt uit te besteden, dan heeft dit consequenties voor het traject om de exploitatie te regelen. Inmiddels is duidelijk dat de onderhoudsinstallaties niet wordt meegenomen in de aanbesteding voor de bouw van het zwembad. Dit wordt vanwege de prijsvorming en tussentijdse ontwikkelingen in de techniek een apart traject. Contractbeheer en - management Het af te sluiten contract moet waarborgen bieden voor een kwalitatief sterk beheer, een jarenlange gezonde exploitatie, continuïteit van het aanbod, bestuurlijke invloed als ook de personele rechtspositie. Wat het laatste betreft is er bijna altijd sprake van 'Overgang van Onderneming', waarbij werknemers van de oude exploitant overgaan naar de nieuwe exploitant. Er moet een duidelijke scheiding komen tussen de verantwoordelijkheden en de verplichtingen van de exploitant en de gemeente. Het is noodzakelijk om het contractmanagement structureel in te bedden in de gemeentelijke organisatie. Aanbesteding Bij commerciële exploitatie ligt Europees aanbesteden het meest voor de hand.
Voor de stichting en de BV (gemeentelijk en joint venture) is het mogelijk om deze niet aan te besteden via de uitzondering van quasi-inbesteden. Hieraan zijn wel voorwaarden verbonden: • de gemeente kan toezicht uitoefenen, én; • minstens 80% van de activiteiten wordt uitgeoefend in opdracht van de gemeente, én; • er is geen sprake van directe participatie van marktpartijen (privékapitaal).
6
4. Weging van de exploitatiemodellen
Exploitatiemodel Stichting met/zonder winstoogmerk
Relevante Aspecten Vakspecialistische Maatschappelijk Exploitatierisico kennis rendement
Fiscaal
Continuïteit
Commerciële exploitatie Gemeentelijke BV Joint Venture Conclusies - Voor een optimaal maatschappelijk rendement biedt een gemeentelijke stichting de beste mogelijkheden. Maar in financieel/fiscaal opzicht is het geen wenselijk scenario. - Voor commerciële exploitatie geldt het omgekeerde. Financieel/fiscaal gunstig, maar het gaat ten koste van het maatschappelijke rendement. - Voor een joint venture geldt dit nadeel minder, maar er zijn geen partijen in onze regio waarmee samengewerkt kan worden. - Blijft over de gemeentelijke BV. Dit gemeentelijke BV biedt de beste balans tussen enerzijds het gewenste maatschappelijk rendement en anderzijds een gunstige financiële/fiscale positie. Geadviseerd wordt daarom om te kiezen voor de gemeentelijke BV. Gemeentelijke BV Een gemeentelijke BV ziet er globaal als volg uit. de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) is het orgaan met de hoogste zeggenschap van de BV. In de statuten wordt vastgelegd dat de AVA aanwijzingen kan geven aan het bestuur en dat het bestuur verplicht is deze aanwijzingen op te volgen (tenzij deze in strijd zijn met het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming). Het bestuur is belast met het besturen van de vennootschap. Dit kan worden vormgegeven met een directeur-bestuurder. Het is mogelijk zodanig in te richten dat er een Raad van Commissarissen (RvC) is.
De RvC heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en de algemene zaken in de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. De bestuurlijke vertegenwoordiging van de gemeente neemt doorgaans plaats in de AvA. Als er een Raad van commissarissen is, kan ook hierin een gemeentelijke vertegenwoordiger zitting nemen. Vervolg Op advies van Praesentis is de gemeentelijke BV inmiddels, via onze belastingadviseur DeRoi, aan de belastingdienst voorgelegd, zodat de fiscale gevolgen van dit model zo snel mogelijk in beeld zijn. Als de belastingdienst aangeeft dat btw-compensatie in dit model mogelijk is, dan wordt de oprichting van een gemeentelijke BV voorbereid. Hiervoor zal extern advies ingehuurd moeten worden, gelet op de specialistische kennis die nodig is.