5 VNG lbr 21-066 LOGA Circulaire regeling netto FLO spaartegoed
Tekst van het document
Brief aan de veiligheidsregio’s T.a.v. het bestuur
Datum
6 september 2021 Kenmerk
TAZ/U202100745/ Lbr. 21/066 LOGA 21/06 Telefoon
070 3738393 Bijlage(n)
1
Onderwerp
LOGA-circulaire: Regeling Netto FLO -spaartegoed
Samenvatting Deze brief gaat in op de nieuwe Netto FLO-spaarregeling ter vervanging van de gemeentelijke levensloopregeling FLO-overgangsrecht (hoofdstuk 9e CAR-UWO).
College van Arbeidszaken / VNG Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
U202100745
PROD
Aan de veiligheidsregio’s
Datum
6 september 2021 Kenmerk
TAZ/U202100745/ Lbr. 21/066 LOGA 21/06 Telefoon
070 3738393 Bijlage(n)
1
Onderwerp
LOGA-circulaire: Regeling Netto FLO -spaartegoed
Geacht bestuur, Deze brief gaat in op de nieuwe Netto FLO-spaarregeling ter vervanging van de gemeentelijke levensloopregeling FLO-overgangsrecht (hoofdstuk 9e CAR-UWO). 1. Het startsaldo Netto FLO-spaartegoed op 1 januari 2022 In verband met de beëindiging van de levensloopregeling per 1 januari 2022 is besloten de bruto levenslooptegoeden opgebouwd bij Loyalis/ASR in maximaal drie tranches (2019, 2020 en 2021) te belasten en netto over te brengen naar een speciaal daarvoor door de ambtenaar geopende rekening. Ook de bedragen die in de loop der jaren op de netto polis bij Loyalis/ASR (Aanvullingsplan Netto) zijn overgemaakt (inclusief de versneld spaarbedragen over 2020 en 2021) gaan eind 2021 over naar de eerdergenoemde rekening van de ambtenaar. Rekening houdend met een vastgesteld bedrag aan bankkosten over de periode 1 september 2019 tot 1 januari 2022 en een gemiddeld rentepercentage over de jaren 2020 en 2021 stelt de werkgever het startsaldo virtueel Netto FLO-spaartegoed op 1 januari 2022 vast. Dit is een virtueel door de werkgever vastgesteld bedrag omdat de werkgever geen kennis heeft van de daadwerkelijke rente en bankkosten van de rekening die de ambtenaar heeft geopend. Ieder jaar ontvangt de ambtenaar een opgave van zijn virtueel Netto FLO-spaartegoed.
Het startsaldo virtueel Netto FLO-spaartegoed per 1 januari 2022 vormt de basis voor het bereiken van een doelsaldo van 225% netto van de berekeningsgrondslag als bedoeld in artikel 9f:2 CAR-UWO op jaarbasis in de maand voorafgaand aan de maand waarin de ambtenaar de leeftijd van 55 jaar bereikt.
College van Arbeidszaken / VNG Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
U202100745
PROD
2. De maandelijkse werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed vanaf 1 januari 2022 Vanaf 1 januari 2022 vervangt de maandelijkse werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed de maandelijkse werkgeversbijdrage levensloop. De vaststelling van de maandelijkse werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed geschiedt jaarlijks op basis van het laatstelijk vastgestelde virtuele Netto FLO-spaartegoed, de hoogte van het voor de ambtenaar geldende doelsaldo Netto FLO-spaartegoed, de leeftijd van de ambtenaar, het gemiddelde rentepercentage en de bankkosten. Vaststelling geschiedt door het Expertisebureau IFV onderdeel van het stafbureau Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV). Het Expertisebureau vraagt hiervoor jaarlijks gegevens uit bij de veiligheidsregio’s. De hoogte van de werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed bedraagt in aanvang maximaal (vanaf 1 januari 2022) 12,5% van de berekeningsgrondslag en kan oplopen tot 20%. De controle op het bereiken van het doelsaldo vindt plaats 6 maanden voorafgaand aan het bereiken van de leeftijd van 55 jaar van de ambtenaar. 3.
De methodische gelijkschakeling tussen Loga-pad-volgers en Loga-pad-verlaters De ambtenaar die het LOGA-pad niet volgt, wordt methodisch gelijkgeschakeld met de ambtenaar die het LOGA-pad volgt, dat wil zeggen dat voor de vaststelling van het (startsaldo) Netto FLOspaartegoed wordt uitgegaan van een “virtueel” levenslooptegoed; het levenslooptegoed dat de ambtenaar gehad zou hebben als hij het LOGA-pad had gevolgd. 4. De hoogte en keuze van de inzet van het Netto FLO-spaartegoed Ingangsdatum volledig buitengewoon verlof vanaf 1-1-2022 Vanaf het moment dat de ambtenaar gebruik gaat maken van volledig buitengewoon verlof wordt het virtueel Netto FLO-spaartegoed ingezet ter financiering van de aanspraak op een uitkering FLOovergangsrecht van 75% netto. Het maandelijks in te zetten virtuele netto FLO-spaarbedrag wordt vastgesteld door het laatst vastgestelde virtuele saldo Netto FLO-spaartegoed te delen door de duur van het volledig buitengewoon verlof in maanden. De werkgever vult dit bedrag aan tot 75% netto en betaalt dit maandelijks gebruteerd aan de ambtenaar uit. Gedurende de periode van buitengewoon verlof vindt jaarlijks op basis van het per 1 januari vastgestelde virtuele Netto FLO-spaartegoed vaststelling van het bedrag van de maandelijkse opname plaats. In de laatste maand van het buitengewoon verlof zal een definitieve eindafrekening plaatsvinden.
Of de medewerker dit bedrag inzet respectievelijk of de medeweker überhaupt nog kan beschikking over dit spaartegoed ligt geheel bij de medewerker. De werkgever gaat hier wel ter bepaling van de aanvulling tot 75% netto van uit. Ingangsdatum volledig buitengewoon verlof voor 1-1-2022 Voor de ambtenaar die op 1 januari 2022 al gebruik maakt van het volledig buitengewoon verlof wordt voor de vaststelling van de hoogte van het bedrag van de maandelijkse opname uit het virtuele Netto FLO-spaartegoed gerekend met de vanaf 1 januari 2022 nog resterende duur van de periode van volledig buitengewoon verlof in maanden.
College voor Arbeidszaken / VNG
3/5
Keuzemogelijkheid Zowel Loga-pad-volgers als Loga-pad-verlaters hebben bij aanvang van het volledig buitengewoon verlof eenmalig de keuzemogelijkheid om het volledige virtuele Netto FLO-spaartegoed in te zetten in de maanden voorafgaande aan het ontslag. Vaststelling van de duur van deze periode vindt plaats door het laatst vastgestelde virtuele Netto FLO-spaartegoed te delen door het bedrag dat hoort bij een aanspraak van 75% netto. Gedurende deze periode wordt het virtueel Netto FLO-spaartegoed ingezet ter financiering van de aanspraak op een uitkering FLO-overgangsrecht van 75% netto. Het maandelijks in te zetten virtuele netto FLO-spaarbedrag wordt vastgesteld door het laatste vastgestelde virtuele saldo netto FLO-spaartegoed te delen door de resterende duur van het volledig buitengewoon verlof in maanden. De werkgever vult dit bedrag aan tot 75% netto en betaalt dit maandelijks gebruteerd aan de ambtenaar uit. De ambtenaar die op 1 januari 2022 al gebruik maakt van het volledig buitengewoon verlof, heeft eveneens de mogelijkheid om het netto FLO-spaartegoed op een gelijke wijze als hiervoor aangegeven in te zetten. 5.
Het vaststellen van een afkoopbedrag bij beëindiging van de werkzaamheden in de bezwarende functie voordat de ambtenaar de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt De ambtenaar die, voordat hij de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, zijn werkzaamheden in de bezwarende functie beëindigt heeft recht op een afkoopbedrag. Deze situatie kan zich voordoen indien de ambtenaar ontslag op eigen verzoek neemt, een andere niet bezwarende functie aanvaardt, bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid en bij overlijden van de ambtenaar. Bij disciplinair ontslag (art. 8:13 CAR-UWO) bestaat geen aanspraak op een afkoopbedrag. De hoogte van het afkoopbedrag bedraagt het verschil tussen het doelsaldo Netto FLOspaartegoed en het reeds opgebouwde virtuele saldo netto FLO-spaartegoed, berekend op de datum van ontslag. 6. Pensioenopbouw Gedurende de periode dat de ambtenaar gebruik maakt van het FLO-overgangsrecht als bedoeld in artikel 9f:3, bouwt hij pensioen op over de volledige berekeningsgrondslag. Het verhaal van het werknemersgedeelte pensioenpremie is gelijk aan het bedrag alsof de ambtenaar nog in actieve dienst is. Bovengenoemde afspraken zijn opgenomen in een nieuw hoofdstuk 9h van de CAR. Dit hoofdstuk treft u in de bijlage aan. 7. Afkoop In hoofdstuk 9h zijn de regels voor de afkoop van het FLO-spaartegoed gewijzigd. Deze wijzigingen (o.a.
aanspraak bij het overlijden van de ambtenaar) hebben een terugwerkende kracht tot 1 januari 2020. De dienovereenkomstige wijzigingen in hoofdstuk 9e van de CAR treft u eveneens in de bijlage aan.
College voor Arbeidszaken / VNG
4/5
Inwerkingtreding De voorgestelde wijzigingen in de CAR-UWO (opname hoofdstuk 9h) treden in werking met ingang van 1 januari 2022. De wijzigingen in hoofdstuk 9e treden in werking per heden en werken terug tot 1 januari 2020. Rechtskrachtbepaling De CAR-UWO geldt alleen voor veiligheidsregio’s. De LOGA-brief van 30 oktober 2019 (kenmerk: TAZ/U201901034) heeft u geïnformeerd over de rechtspositieregeling voor personeel veiligheidsregio’s per 1/1/2020.1 Op grond van hun aansluitingsovereenkomst bij de VNG zijn veiligheidsregio’s gehouden om uitvoering te geven aan de in het LOGA overeengekomen CAR-bepalingen en de nadien overeengekomen wijzigingen daarvan. De CAR en de UWO is geen cao in de zin van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst, waardoor overeengekomen wijzigingen niet rechtstreeks doorwerken in de aanstelling van individuele ambtenaren. Het bestuur van de veiligheidsregio is verplicht en bevoegd, voor personeel in dienst van de veiligheidsregio, de overeen gekomen wijzigingen vast te stellen. Hoogachtend, Landelijk overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden
Janine Jongepier Secretaris College voor Arbeidszaken
Deze ledenbrief staat ook op www.vng.nl
1 https://vng.nl/sites/default/files/2019-11/20191030_ledenbrief_rechtspositieregeling-voor-
personeel-veiligheidsregio-per-1-1-2020.pdf
College voor Arbeidszaken / VNG
5/5
Bijlage bij LOGA-brief U202100745
Bijlage 1 CAR teksten A. Artikel 9e:11, tweede lid wordt vervangen door: 2. De ambtenaar bedoeld in artikel 9e:8, derde lid, wiens deelname aan de levensloopregeling FLOovergangsrecht eindigt op grond van artikel 9e:10, tweede lid onder a of b, voordat hij het moment van ingang van onbetaald volledig verlof bereikt, bedoeld in artikel 9b:11, tweede lid, of 9b:35, tweede lid, heeft recht op een afkoopbedrag, tenzij het ontslag plaatsvindt op grond van artikel 8:13.
B. Artikel 9e:15, eerste lid wordt vervangen door: 1.
De ambtenaar bedoeld in artikel 9e:8, tweede lid, die vanaf 1 januari 2020 de bezwarende functie verlaat als bedoeld in artikel 9e:10, tweede lid onder a en b heeft recht op een afkoopbedrag, tenzij het ontslag plaatsvindt op grond van artikel 8:13.
C. Aan hoofdstuk 9 wordt een nieuw hoofdstuk 9h toegevoegd: Hoofdstuk 9h Regeling Netto FLO-spaartegoed § 1. Algemeen Artikel 9h:1
Werkingssfeer
Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar, bedoeld in hoofdstuk 9f.
Artikel 9h:2
Begripsomschrijvingen
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaan onder: 1. rekening: de rekening geopend door de ambtenaar ter vervanging van de levensloopverzekering en de netto spaarverzekering van Loyalis Levensloop Brandweer & Ambulance; 2. grootbanken: ABN/AMRO, RABO, ING of SNS; 3. kosten: de per jaar vastgestelde hoogste kosten van de goedkoopste rekening waarop de werkgever kan storten, aangeboden door één van de vier grootbanken; 4. gemiddelde rentepercentage: het per kalenderjaar vastgestelde gemiddelde rentepercentage van de vier grootbanken van de goedkoopste rekening waarop de werkgever kan storten; 5. Netto FLO-spaartegoed: het jaarlijks door de werkgever per 1 januari van ieder kalenderjaar vastgestelde virtuele tegoed; 6. startsaldo spaartegoed 2022: het netto FLO-spaartegoed op 1 januari 2022; 7. nettoresultaat: het bedrag dat resteert na een bruto-netto berekening van de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 9f:2, uitgaande van het vigerende fiscaal regime en een pensioengevend inkomen gelijk aan deze berekeningsgrondslag; 8. doelsaldo Netto FLO-spaartegoed: het bedrag te bereiken in de maand voorafgaand aan de leeftijd van 55 jaar van 225% van twaalf maal het nettoresultaat; 9. werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed: de maandelijkse netto bijdrage van de werkgever vanaf 1 januari 2022.
Artikel 9h:3
Methodische gelijkschakeling
De ambtenaar die het LOGA-pad, bedoeld in artikel 9e:2, niet of niet meer volgt wordt methodisch gelijk behandeld met de ambtenaar die het LOGA-pad heeft gevolgd en wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk uitgegaan van bedragen die hij gehad zou hebben als hij het LOGA-pad wel zou hebben gevolgd.
Artikel 9h:4
Doel
De bepalingen van dit hoofdstuk hebben ten doel het treffen van een voorziening in geld ten behoeve van de gedeeltelijke financiering van de periode van volledig buitengewoon verlof, bedoeld in artikel 9f:3, eerste lid.
§ 2. Netto FLO-spaartegoed
Artikel 9h:5
Opgave Netto FLO-spaartegoed
Aan het begin van ieder kalender jaar, ook tijdens de periode van buitengewoon verlof, bedoeld in artikel 9f:3, ontvangt de ambtenaar een opgave van de hoogte van zijn netto FLO-spaartegoed.
Artikel 9h:6
Netto FLO-spaartegoed- algemeen
Het Netto FLO-spaartegoed op 1 januari van een kalenderjaar bestaat uit het startsaldo spaartegoed 2022 of het laatst vastgestelde bedrag Netto FLO-spaartegoed a) verminderd met de kosten, b) verminderd met de vastgestelde maandelijkse opnames uit het Netto FLO-spaartegoed, bedoeld in artikel 9h:10, in het afgelopen kalenderjaar, c) vermeerderd of verminderd met het gemiddelde rentepercentage van dat kalenderjaar en d) vermeerderd met de ontvangen werkgeversbijdragen Netto FLO-spaartegoed, bedoeld in artikel 9h:7, in het afgelopen kalenderjaar.
Artikel 9h:7 1. 2.
Aanspraak werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed
De ambtenaar heeft maandelijks recht op een werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed tot de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 54 jaar en 6 maanden bereikt. De werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed behoort niet tot: a. het pensioengevend inkomen, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel f van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; b. het salaris, bedoeld in artikel 3:2; c. de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 9f:2.
Artikel 9h:8
Vaststelling hoogte werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed
1. Jaarlijks wordt de maandelijkse werkgeversbijdrage Netto-FLO spaartegoed vastgesteld op basis van: a. het laatstelijk vastgestelde Netto FLO-spaartegoed, b. de hoogte van het voor de ambtenaar geldende doelsaldo Netto FLO-spaartegoed, c. de leeftijd van de ambtenaar, d. het gemiddelde rentepercentage en e. de kosten. 2. De hoogte van de werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed bedraagt in aanvang maximaal 12,5% van het fiscaal inkomen van de ambtenaar en kan oplopen tot 20% van het fiscaal inkomen van de ambtenaar. 3. De controle op het tijdig bereikt hebben van het doeltegoed vindt plaats in de 6 maanden voorafgaand aan het bereiken van de leeftijd van 55 jaar. 4. Op grond van de uitslag van de controle kan een incidentele werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed worden toegekend die niet meer dan 20% van het fiscaal inkomen van de ambtenaar bedraagt.
§ 3. Inzet Netto FLO-spaartegoed
Artikel 9h:9
Inzet Netto FLO-spaartegoed vanaf ingangsdatum volledig buitengewoon verlof
Het Netto FLO-spaartegoed wordt ter financiering van de 75% netto aanspraak ingezet in de periode van volledig buitengewoon verlof, bedoeld in artikel 9f:3, onder de voorwaarden als in deze paragraaf bepaald.
Artikel 9h:10 1.
Hoogte inzet Netto FLO-spaartegoed
Ter vaststelling van de hoogte van de maandelijkse inzet van het Netto FLO-spaartegoed bij aanvang van het volledig buitengewoon verlof, bedoeld in artikel 9f:3 derde lid, wordt het laatst vastgestelde saldo Netto FLO-spaartegoed gedeeld door de duur van het volledig buitengewoon verlof in maanden.
2.
3. 4. 5.
Ligt de aanvang van het volledig buitengewoon verlof voor 1 januari 2022 dan wordt ter bepaling van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, ingaande 1 januari 2022 het startsaldo spaartegoed 2022 gedeeld door de resterende uitkeringsduur in maanden. Jaarlijks wordt op basis van het per 1 januari vastgestelde Netto FLO-spaartegoed het bedrag van de inzet, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld door dit spaartegoed te delen door de resterende uitkeringsduur in maanden. Het vastgestelde bedrag van de maandelijkse inzet vult werkgever aan tot 75% netto, bedoeld in artikel 9f:3, eerste lid, en maandelijks gebruteerd aan de ambtenaar uitbetaald. In de laatste maand van het volledig buitengewoon verlof vindt de eindafrekening plaats.
Artikel 9h:11 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Keuze inzet netto FLO-spaartegoed
In afwijking van het bepaalde in artikel 9h:10 kan de ambtenaar voor aanvang van de periode van buitengewoon verlof de keuze maken het Netto FLO-spaartegoed volledig in te zetten in de periode direct voorafgaande aan het ontslag, bedoeld in artikel 9f:16. De voorlopige vaststelling van de duur van de periode, bedoeld in het eerste lid, in maanden geschiedt bij aanvang van het volledig buitengewoon verlof door het laatst vastgestelde Netto FLO-spaartegoed te delen door het bedrag van de 75% netto, bedoeld in artikel 9f:3, eerste lid. Ligt de aanvang van het volledig buitengewoon verlof voor 1 januari 2022 dan geschiedt de voorlopige vaststelling van de duur van de periode in maanden, bedoeld in het eerste lid, door het startsaldo spaartegoed 2022 te delen door het bedrag van de 75% netto, bedoeld in artikel 9f:3, eerste lid. De berekening van de duur van de periode, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt definitief vastgesteld uiterlijk 6 maanden voor de voorlopig berekende ingangsdatum op grond waarvan vaststelling van de definitieve periode van het inzetten van het volledige Netto FLO-spaartegoed geschiedt.
Vanaf de ingangsdatum, bepaald op grond van het vierde lid, wordt jaarlijks op basis van het per 1 januari vastgestelde Netto FLO-spaartegoed het bedrag van de inzet van het netto FLO-spaartegoed vastgesteld door dit spaartegoed te delen door de resterende uitkeringsduur in maanden als in het vierde lid bepaald. Het vastgestelde bedrag van de maandelijkse inzet, bedoeld in het vijfde lid, vult werkgever aan tot 75% netto, bedoeld in artikel 9f:3, eerste lid, en betaalt dit maandelijks gebruteerd aan de ambtenaar uit. In de laatste maand van het volledig buitengewoon verlof, bedoeld in artikel 9f:3, derde lid, vindt de eindafrekening plaats.
§ 4. Vervallen aanspraak, afkoop en pensioenopbouw Artikel 9h:12
Vervallen aanspraak werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed
De aanspraak op de werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed eindigt in ieder geval: a. per de eerste van de maand waarin de ambtenaar de leeftijd van 55 jaar bereikt; b. bij het overlijden van de ambtenaar; c. bij beëindiging van de werkzaamheden in de bezwarende functie voordat de ambtenaar de leeftijd van 55 jaar bereikt.
Artikel 9h:13 1. 2. 3.
Afkoop
De ambtenaar, bedoeld in artikel 9h:12 onder b en c, heeft recht op een afkoopbedrag tenzij het ontslag plaatsvindt op grond van artikel 8:13. De hoogte van het afkoopbedrag bedraagt het verschil tussen het doelsaldo Netto FLO-spaartegoed berekend op de datum van het ontslag of het overlijden en het saldo netto FLO-spaartegoed berekend op die datum. Het afkoopbedrag behoort niet tot a. het pensioengevend inkomen, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel f van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; b. tot het salaris, bedoeld in artikel 3:2; c. de berekeningsgrondslag bedoeld in 9f:2.
Artikel 9h:14
Pensioenopbouw
Tijdens de periode, bedoeld in artikel 9f:3, bouwt de ambtenaar pensioen op over de volledige berekeningsgrondslag.