CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

5 b&w Raadsinformatiebrief Voortgangsrapportage RES 1.0 West-Brabant

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 13 september 2023, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken19.036 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeenteraad Rucphen

Postbus 9 4715 ZG RUCPHEN

Onze referentie: Uw referentie: Behandelaar: Telefoonnummer

6 JUN 2023

Rucphen, Onderwerp:

Raadsinformatiebrief Voortgangsrapportage RES 1.0 West-Brabant

Geachte raad, Begin 2021 zijn alle regionale overheden en netbeheerders aan de slag gegaan met de uitvoering van de afspraken in de RES 1.0. Om te weten hoe we ervoor staan met het halen van de doelen van de RES West-Brabant stelt de regio tweejaarlijks een Voortgangsrapportage op. Met deze Voortgangsrapportage wordt u op de hoogte gebracht van de huidige stand van zaken. In de voortgangsrapportage geeft de RES regio antwoord op de vragen: Zijn we op koers voor het realiseren van onze opgave in 2030? Liggen we op schema met de uitvoering van de afspraken en acties? Wat komt op ons af en is belangrijk om mee te nemen in een RES 2.0? Voortgang doelstellingen West-Brabant ligt op koers om de doelen van de Regionale Energiestrategie (RES) te halen. De opwekking van duurzame energie verloopt goed, maar met duurzame warmte zijn we als regio minder ver dan gehoopt. In de RES 1.0 is afgesproken dat West-Brabant in 2030 2,38 TWh duurzame stroom opwekt. Op dit moment is bijna de helft hiervan gerealiseerd en nog eens een kwart zijn al concrete plannen. Op basis van de huidige plannen zou West-Brabant in 2030 ongeveer 2,55 TWh kunnen opwekken, dat is meer dan de ambitie uit de RES 1.0.

Netschaarste

Toch zijn daar nog enkele knelpunten, zoals netschaarste. Om de knelpunten op te lossen, kijkt West-Brabant samen met de netbeheerder naar mogelijkheden om projecten voor de korte termijn te laten doorgaan en wordt er gewerkt aan het programmeren en prioriteren van netuitbreidingen voor de middellange termijn. RES 2.0 De uitvoering van de RES wordt complexer en urgenter. We zien daarin een aantal belangrijke bewegingen. Van augustus 2023 tot eind 2024 maken we samen een nieuwe RES 2.0. We maken dan integrale keuzes over waar opwek verder plaatsvindt en een strategie voor netschaarste. En Binnentuin 1 Postbus 9 4715 ZG Rucphen T: 0165 34 95 00 F: 0165 34 13 75 Banknummer: 2850 07 319 IBAN: NL37BNGH0285007319 KvK-nr. 20164997 Gemeente Rucphen

Rucphen

Schijf

Sprundel

St. Willebrord

Zegge

gemeente@rucphen.nl www.rucphen.nl

2

hoe we de warmtebronnen verdelen en de ontwikkeling daarvan versnellen en voorsorteren op het energiesysteem van de toekomst. Raadsinformatieavond op dinsdag 27 juni Op dinsdag 27 juni om 19.30 uur vindt er een raadsinformatieavond plaats m.b.t. de energie- en warmtetransitie, waar we de ontwikkelingen in de RES en het proces richting de RES 2.0 ook nader zullen toelichten. In de bijlagen van deze brief treft u de Voortgangsrapportage, een samenvatting van deze Voortgangsrapportage en een persbericht dat op 13 juni zal worden gepubliceerd door de RES. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. `I Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Rucphen, í cle burgemeester, de secretaris,

else

'Marjolein van der Meer Mohr

West-Brabant Regionale Energie Strategie

Slim op weg naar onze nieuwe energ gie! _

oor eg s1 Of" , West-Brabant 2023

•

.tiht

a' rt i~

}

2

~' (~

,.~r,~

r 7s 'tom•

:

•

-

•

{

r • ark

r

'

( ~. ~X 'CIFáiI ,Lfi

" {`~

• emra

-

-

~~~

~ y':

d1--

~P`

iance Enern ie Strategie

F

~~i.

~~{

~a

9

~.t*

h "~`n~T.,`■

~

f f. l * ~~~.~á_...}~~~d/Ji rdÍ~rud:k:~.;~c~_~~~.u.M.:

•tt

-

y

Management samenvatting We willen als West-Brabant de elektriciteit en de warmte die we gebruiken verduurzamen. Dat is een West-Brabantse opgave én een opgave die volgt uit het Klimaatakkoord. Voor West-Brabant betekent dit het verduurzamen van ons elektriciteitsverbruik van 6,5 TWh in 2050 (exclusief industrie en mobiliteit). En daarnaast een bespaar- en verduurzarningsopgave voor warmte van 5,5 TWh in 2050 voor een aardgasvrije gebouwde omgeving in West-Brabant. Met een Regionale Energiestrategie (RES) geven we hier invulling aan. De RES gaat met name over de onderwerpen die om regionale keuzes en afstemming vragen.

Ja, voor duurzame elektriciteitsopwekking zijn we al op de helft van ons bod en nog eens een kwart zit al in de harde pijplijn. Ons bod was 2,2 TWh duurzame opwek in 2030 en onze ambitie was 2,38TWh op basis van overprogrammering en innovatie. De verwachte realisatie van onze plannen en ambitie is inmiddels zelfs 2,55 TWh vanwege autonome groei van met name grootschalig zon op dak. Met dit tempo zouden we al in 2025 op ons RES-bod kunnen zitten, áls netschaarste geen rol zou spelen. Het elektri-

citeitsnetwerk in deze regio zit echter vol en dit kan ons doelbereik in gevaar brengen. De verwachting is dat netschaarste zeker de komende 10 jaar blijft spelen. Dit raakt ook andere opgaven zoals woningbouw, de verduurzaming van mobiliteit en industrie.

Totale verwachte elektriciteitsopwek in 2030 in vergelijking met RES 1.0 ambitie 3 2,55

2,38

2,5

0,51

0,40

Met de ontwikkeling van duurzame warmte zijn we minder ver dan voorzien. De benodigde landelijke wetgeving voor met name collectieve warmtenetten is er nog niet. Het aantal woningen dat daadwerkelijk van het gas af gaat is laag, en ook de ontwikkeling van duurzame bronnen als geothermie verloopt nog op een laag tempo. Wel zien we voortgang op besparing: het doel van 15% besparing lijkt in 2022 tijdelijk gehaald (op basis van landelijke cijfers). Deels wordt dit veroorzaakt door milde winters en de hoge gasprijzen (vanwege de Russische invasie in Oekraïne), maar we zien ook een structurele verbetering: het aantal woningen met slechte labels (E, F en G) neemt af, en het aantal woningen met energielabel A of B neemt in onze regio toe.

2 1,5

r '

ar;+'í

0,5 0 RES 1.0 ® Wind op land

Verwachte realisatie in 2030 ■ Zon op dak

Zon op veld

We liggen goed op schema met de uitvoering van de afspraken en acties. De regio West-Brabant heeft een goed samenwerkingsproces ingericht om met knelpunten om te gaan en daarin keuzes te maken. Ook zien we lokaal veel goede voorbeelden waar we als regio van kunnen leren. Knelpunten zijn met name netschaarste en de beperkte uitvoeringscapaciteit bij gemeenten. Hier werken we actief aan.

Om inwoners goed te betrekken bij het proces vond in 2022 een Inwonersdialoog over betaalbare duurzame warmte én een Burgerforum over duurzame elektriciteitsopwekking in de toekomst plaats. Bewoners hebben duidelijke adviezen meegegeven aan de regio over bijvoorbeeld solidariteit maar ook concreet over energiebronnen, opslag en het betrekken van inwoners. Deze adviezen vormen een belangrijke basis voor nieuwe afspraken in de RES 2.0 en worden in het vervolgproces meegenomen. Het is van groot belang om ondertussen ook breed te blijven communiceren via onder andere de website en lokaal vanuit gemeenten. Bijna alle gemeenten hebben de afspraken uit de RES 1.0 en Uitvoeringsagenda opgenomen in lokaal beleid en de gemeentelijke planvorming en vergunningverlening gaat goed. De ruimtelijke consequenties van netschaarste zijn echter nog niet in alle Omgevingsvisies verwerkt. Alle gemeenten hebben een Warmtetransitievisie vastgesteld. Daarin staat wat elke gemeente als duurzame alternatieven ziet voor gas. De meerderheid van gemeenten is inmiddels ook gestart met Wijkuitvoeringsplannen. Dit gaat echter trager dan verwacht, vanwege vooral gebrek aan personele capaciteit bij gemeenten en onzekerheid als gevolg van de invoering van een nieuwe warmtewet. Het streven naar 50% of meer lokaal eigendom wordt nog niet gehaald in onze regio. Wel is er een mooi voorbeeld met het project Wind Al 6

"Bewoners hebben duidelijke adviezen meegegeven aan de regio over bijvoorbeeld solidariteit maar ook concreet over energiebronnen, opslag en het betrekken van inwoners."

(al gestart voor de RES). Daar wordt 25% van de winst via lokale energiefondsen geinvesteerd in lokale besparings- en opwekkingsprojecten. Ook is er een compensatieregeling en actieve communicatie met de directe omgeving. Dit project is al in 2018 gestart en de doelstelling van 50% lokaal eigenaarschap zou in nieuw te starten projecten wel meegenomen kunnen worden, mede op basis van dit voorbeeld. Mooie voorbeelden van innovatie zien we lokaal terug, zoals solar carports in Oosterhout waarmee het zwembad aardgasvrij is. We hebben alleen nog geen harde cijfers van de hele regio om aan te geven of we onze ambitie van 0,2TWh innovatieve projecten halen.

Voor de samenwerking met markt- en maatschappelijke organisaties heeft de regio West-Brabant een ontwikkelfonds (FRES) opgericht als opvolging van De Zonnebank Breda en St. SONS-2050. FRES heeft als doel om te helpen investeren in de ontwikkelfase van projecten en het verder professionaliseren van energiecoöperaties. Verder is er een actieve klankbordgroep van bestuurders van uitvoeringspartners waar lokale en regionale kansen voor innovatie en versnelling worden ingebracht. Dit versterkt ook het netwerk van private en maatschappelijke organisaties en cle regio rond de energieopgave. In drie actietafels, gestart eind 2022, werken publieke en private partijen samen aan complexe vraagstukken en innovatieve projecten. De actietafels zijn: 1) Actietafel Smart Energy Hubs; 2) Actietafel Geothermie; 3) Actietafel Solar Carports. Vanaf 2023 verwachten we dat dit tot concrete projecten gaat leiden. Daarnaast sluiten we aan bij de gebiedsontwikkelingen in Moerdijk. Moerdijk heeft als bedrijventerrein van nationaal belang een andere schaal dan de andere bedrijventerreinen in onze regio. Niet voorzien in de RES 1.0 was de netschaarste. In 2022 zette TenneT een stop op de aansluitingen, het elektriciteitsnet was vol. Als regio zijn we met Enexis gaan kijken hoe we zoveel mogelijk projecten kunnen laten doorgaan, via het Programmeren en Prioriteren overleg.

Daarnaast zullen we als regio voor de middellange en lange termijn goed moeten kijken naar ruimtelijke keuzes, zoals het dichter bij elkaar

brengen van vraag en aanbod en/of cable pooling (het combineren van zon en wind). Doordat enkele windprojecten niet doorgaan is er een verdere onbalans in de verhouding zon en wind (nu 81/19, ver verwijderd van de systeemeffdciënte verhouding van 50/50). Netschaarste zal de komende jaren nog een realiteit zijn en dit vraagt inzet van zowel de regio, provincie als het Rijk om te blijven werken aan oplossingen. Ook niet voorzien in de RES 1.0 waren cle hoge gasprijzen als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Vanaf 2022 zijn er daarom Rijksregelingen gekomen voor energiearmoedebestrijding. Zowel de gemeenten als de regio hebben hard gewerkt om bewoners van West-Brabant die het moeilijk hebben, via deze regelingen te helpen. Tegelijk zien we dat het lastig is voor gemeenten om op alles tegelijk in te blijven zetten en dat deze regelingen veel inzet vergen die niet in bijvoorbeeld de Wijkuitvoeringsplannen kan worden gestoken. Ondanks deze onvoorziene ontwikkelingen, hebben we als regio veel van onze ambities weten te halen. We zijn dus goed op weg!

"cut kom; cao on

• • •

Door hier al vroeg aandacht voor te hebben, blijven we richting 2030 wendbaar en hebben we een duidelijker koers richting 2050. Deze koers herijken we in de RES 2.0 en we leggen nieuwe afspraken vast. Op basis van signalen en geleerde lessen nemen we een aantal vragen in ieder geval inee in het proces naar RES 2.0: • Vraagt netschaarste een nieuw regionaal afwegingskader? • Wat kunnen we doen voor meer uitvoeringskracht?

Het proces richting herijking van de RES starten we in september van dit jaar, inclusief een herijking van de Regionale Structuurvisie Warmte en Plan-MER. Naar verwachting zal eind 2024 een RES 2.0 voor akkoord worden voorgelegd aan de besturen. Geleerde lessen en signalen uit de omgeving (inclusief de adviezen vanuit bijvoorbeeld het Burgerforum), noemen we hier en nemen we mee in het proces richting de RES 2.0.

7

cru s

In het licht van deze maatschappelijke ontwikkelingen wordt de uitvoering van de RES complexer én urgenter. Waar moeten we als eerste mee aan de slag? We zien drie bewegingen die van invloed kunnen zijn op de reis naar duurzame energie in onze regio en daarmee ook op de 0

afspraken en uitvoering van de RES: • Beweging 1: Van enkel opwek naar een energiesysteem van de toekomst • Beweging 2: Van sectoraal naar integraal en gebiedsgericht • Beweging 3: Van een technische naar een sociale opgave.

aa

,.,

s1 --rr+~ - -

Willen we meer samenwerking met maatschappelijke organisaties en bedrijven? Hoe verdelen we onze warmtebronnen? Hoe voorkomen we energie armoede 2.0? Hoe zorgen we dat iedereen mee kan in deze transitie? Willen we al meer zicht op de periode na 2030?

•

•

r

~ aT`~~

'

-

i

_.a

.

1

Inhoudsopgave

Management samenvatting 1

2

Aan welke opgaven werken we met de Regionale Energiestrategie?

6

1.1

Wat is onze opgave?

6

1.2

Wat doen we binnen de RES?

6

1.3

Wat zijn onze afspraken?

7

1.4

Ontwikkelingen

7

1.5

Zicht op

2

Hoe staan we ervoor?

2.1

Voortgang: duurzame elektriciteitsprojecten

9 9

2.2

Voortgang: uitvoering warmtetransitie

15

2.3

Voortgang: maatschappelijke beweging en innovatie

21

3

Blik op de toekomst: wat komt op ons af?

25

3.1

Drie bewegingen

25

3.2

Inzoomen op energiesysteem van de toekomst

27

5

voortgang

8

4

Richting RES 2.0

28

4.1

Proces

28

4.2

Signalen en geleerde lessen die we meenemen richting RES 2.0

28

4.3

Tot slot

32

5

Bijlagen

33

Bijlage 1. Overzicht elektriciteitsopwekking per gemeente

33

Bijlage 2. RES Monitor West-Brabant en NP-RES rekenregels

36

Bijlage 3. Overzicht omgevingsbeleid per gemeente

38

Bijlage 4. Voorgenomen technische innovaties op het vlak van elektriciteit

39

Bijlage 5. Adviezen van Enexis aan de regio West-Brabant

40

Bijlage 6. Energie armoede bestrijding

49

Bijlage 7. Transitievisies warmte

51

Bijlage 8. Toelichting op ontwikkelingen Moerdijk

52

Bijlage 9. Stand van zaken adviezen Burgerforum

54

v

1

Aan welke opgaven werken we met de Regionale Energiestrategie?

1.1

Wat is onze opgave?

Het klimaat verandert in Nederland. We zijn met steeds meer mensen, we wonen en werken door heel liet land, er is minder natuur en meer stikstof en onze rivieren zijn kwetsbaar. In West-Brabant zoeken we naar oplossingen en werken we aan een duurzame regio. We willen de elektriciteit en de warmte die we gebruiken verduurzamen. Dat is een West-Brabantse opgave én een opgave die volgt uit liet Klimaatakkoord. Met als uiteindelijk doel om onze CO2-uitstoot in 2030 met minstens 49% te verlagen ten opzichte van liet jaar 1990 (inmiddels 55%). Voor West-Brabant betekent dit onder andere het verduurzamen van het elektriciteitsverbruik van 6,5 TWh in 20501. En voor een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050 betekent dat zo'n 5,5 TWh bespaar- en verduurzamingsopgave voor warmte in West-Brabant.

Dit is het elektriciteitsverbruik van gebouwde omgeving, industrie, landbouw en mobiliteit, exclusief de elektrificatie van de industrie, het energieverbruik van grote verbruikers en elektrische verwarming, en gaat uit van circa 15% toename van het elektriciteitsverbruik.

m

Duurzame warmte in de gebouwde omgeving

Grootschalige duurzame elektriciteit

--------------~

205p----------- -, ~Wh

inde n" ing o m'0 r 1 r r

• optimaal benutten i regonale warmtebronnen (o.a. industriële restwarmte, geothermie)

' I

• Bevorderen innovati e in warmteproductie en — transsport P • Afstemming inzet

Warmtebronnen(RES, TVW) — — — — — —

2030 2.0 Twh wind 0,2tnnovane+0n

Opgave van 2020 naar 2030 = 0,9 TWh plus

t

0,3 TWh overprogrammering • Elke gemeente draagt bij • Zon en wind zijn beide belangrijk

r '

'

1 r

1TWh=70-100 windturbines of +/-1000 hectare zon)

I

Figuur 1: Afspraken in cle RES 1.0 en het Uitvoeringsprogramma

1.2

Wat doen we binnen de RES?

locatiekeuze en voor noodzakelijke procedures. Ze kunnen ook aanvullende keuzes maken en kaders stellen.

Met een Regionale Energiestrategie (RES) kijken we hoe we lokaal kunnen werken aan meer duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur. De RES gaat met name over de onderwerpen die om regionale keuzes en afstemming vragen. Individuele gemeenten blijven verantwoordelijk voor de

In de RES 1.0 zijn de energie-ambities van West-Brabant uitgewerkt met een bod voor elektriciteitsopwekking, een indicatie waar in de regio dat zou passen (zoekgebieden) en waar we als regio op inzetten voor de warmtetransitie. In de RES 1.0 stonden opslag en energie infrastructuur minder centraal. De afspraken over opwek

AAN WELKE OPGAVEN WERKEN WE MET DE REGIONALE ENERGIESTRATEGIE?

-

v

en warmte gaan over de periode 2020 tot 2030. Daarbij stond de balans met onze regionale en lokale economie, leefbaarheid en kwaliteit van landschap en natuur voorop. Inwoners, bedrijven en anderen betrokken we bij keuzes daarover. In februari 2021 is cle RES 1.0 gepresenteerd en door alle organisaties vastgesteld.2

1.3

Wat zijn onze afspraken?

Ons bod in de RES 1.0 voor duurzame elektriciteit is 2,2 TWh opwek in 2030. • Daarvoor zullen we tot 2030 2,0 TWh opwekken met grootschalige wind- en zonne-energie en 0,2 TWh met innovatieve technieken • De ervaring leert dat er wind- en zonprojecten kunnen afvallen en daarom hebben we ook een 'overprogrammering' opgenomen in onze ambitie waarmee we op 2,38 TWh komen. • Tot slot stimuleren we de groei van kleinschalige opwek van duurzame energie — zoals zonnepanelen op woningen- naar 0,5 TWh in 2030 (niet opgenomen in ons 'bod'). Voor verduurzaming van warmte hebben we afspraken gemaakt over besparing en 'Ieren in cle praktijk'omdat er nog veel onzeker is over de 16 gemeenten (Alphen-Chaam, Altena, f;aarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht en Zundert), de provincie Noord-Brabant, het waterschap Brabantse Delta, het waterschap Rivierenlancl en Enexis.

m

beschikbaarheid van bronnen, de ontwikkeling van nieuwe technieken en de betaalbaarheid daarvan. • We willen tot 2030 15% warmte besparen (van 5,8 TWh nu naar 4,9 TWh in 2030). • We verkennen de uitbreiding van het regionale warmtenet in gebieden met een hoge warmtevraag. • We zetten in op individuele warmtesystemen in gebieden met een lage dichtheid van warmtevraag en/of onvoldoende ruimte in de grond voor warmtenetten. • We verkennen mogelijkheden voor lokale warmtenetten met lokale bronnen. • En we benutten hernieuwbare warmtebronnen in onze regio zoveel mogelijk. Tot slot zetten we in op een maatschappelijke beweging met innovatie, regionale samenwerking met bedrijven en participatie. Dit is een belangrijk onderdeel van de West-Brabantse aanpak.

•

•

•

Via publiek-private RES-Deals werken we aan innovatie, warmte en lokaal eigenaarschap met een ontwikkelfonds voor collectieve projecten (voor energie coöperaties). Bestuurders van uitvoeringspartners leveren ook een inhoudelijke bijdrage via de Klankbordgroep. Met twee keer perjaar een brede stakeholderbijeenkomst. We zetten in op innovatieve technieken met tenminste 0,2TWh innovatieve duurzame energieopwekking, elk jaar minimaal 1 miljoen ton regionale biomassa voor grond-

stoffen, warmte of elektriciteit en tot 2030 minimaal 10 experimenten op het gebied van warmte (met reductie van gebruik van aardgas voor meer dan 10.000 huishoudens). We streven naar 50% lokale participatie. De regio zet een breed, regionaal inwonerspanel op om de stem van inwoners een vaste plek te geven. En er worden manieren gezocht voor meer aandacht voorjongerenparticipatie. De regio communiceert over energie via een online bulletin en de website.

1.4

Ontwikkelingen

Sinds de RES 1.0 is de wereld weer een beetje veranderd. Verschillende ontwikkelingen hebben invloed op de uitvoering van onze afspraken. • Energiecrisis: De oorlog in Oekraine raakte ons ook, met onder andere hogere gasprijzen. Dit is van invloed op de markt en heeft tot een nieuw speelveld geleid. Veel inwoners en bedrijven gingen veel bewuster met hun energiegebruik om. En het gaf de energietransitie ook een sociaal gezicht: energiearmoede werd een urgent probleem voor sommigen en hulp was nodig. Voor de overheid betekent dit ook een andere rol van stimuleren naar versnellen van zij die sneller gaan en ondersteunen van zij die anders niet meekunnen. • Netschaarste: In 2022 zet TenneT een stop op aansluitingen. Het elektriciteitsnet was vol. Dat was eerder onvoorstelbaar. Grote

AAN WELKE OPGAVEN WERKEN WE MET DE REGIONALE ENERGIESTRATEGIE?

v

energieprojecten kregen geen aansluiting meer. In januari 2023 startte Enexis weer met het aanbieden van transportcapaciteit. Op veel plekken in onze regio is netschaarste echter nog een probleem en de verwachting is dat dit zeker de komende 10 jaar nog zal spelen. In deze Voortgangsrapportage gaan we in op verschillende oplossingsrichtingen voor ons als regio, maar ook landelijk zullen er belangrijke keuzes en grote investeringen nodig zijn om cie energietransitie te ondersteunen. Stikstof: Met cle stikstofcrisis gaat er (tijdelijk) een streep Gloor sommige energieprojecten of zorgt voor flinke vertragingen. De gebouwde omgeving stoot zelf ook stikstof uit (met aardgas verbruik) en kan dus ook bijdragen aan de oplossing. Het brengt ook de toekomst van het landelijk gebied in beeld als belangrijk vraagstuk waar we ook niet de energietransitie aan raken. Uitvoeringskracht: De krapte op de arbeidsmarkt is groot, veel vacatures blijven onvervulcl. Toch hebben we grote ambities die van projectinitiatief, tot vergunning, tot uitvoering moeten komen. We zien dit in onze regio nu al bij de gemeenten. Verschillende Rijkregelingen moeten helpen, maar meer geld lost in dit geval niet alle tekorten op. Dit blijft een belangrijk aandachtspunt. Wet- en regelgeving: Een aantal belangrijke wijzigingen zullen van invloed zijn op cde uitvoering van de RES-afspraken.

Met name: - De Omgevingswet: cie invoeringsdatum

m

is nu januari 2024. In de Omgevingswet wordt gemeenten de bevoegdheid gegeven om bepaalde gebieden (wijken) van het gas af te sluiten, onder voorwaarde dat een volwaardig alternatieve warmtevoorziening is gerealiseerd. Verder wordt de rol van overheden juist om te regisseren in de energietransitie. Wet collectieve warmtevoorziening: deze wet regelt de afspraken rondom warmtenetten zodat consumenten worden beschermd tegen liet betalen van te hoge tarieven. Onderdeel daarvan is dat een warmtenet vanaf een bepaalde omvang, voor een meerderheid in publieke handen moet zijn. Vertraagde invoering van de wet leidt tot onzekerheid binnen de hele warmteketen, dit zien we binnen onze regio ook al. Bijmengverplichting groen gas: om meer groen gas productie te stimuleren worden energieleveranciers verplicht om vanaf 2025 groen gas bij fossiel aardgas bij te mengen. In 2030 moet 20% van liet geleverde gas voor de gebouwde omgeving uit groen gas bestaan. Hybride warmtepomp: het kabinet kondigde aan dat vanaf 2026 de hybride warmtepomp standaard wordt voor het verwarmen van woningen.

1.5

Zicht op de voortgang

Om zicht te houden op de voortgang van de afspraken in de RES, stellen wetweejaarlijks een voortgangsrapportage op. Ook hebben we een RES-monitor West-Brabant ontwikkeld. In deze rapportage geven we antwoord op de vragen: • Zijn we op koers voor het realiseren van onze opgave in 2030? Liggen we op schema met de uitvoering van de afspraken en acties? Wat komt op ons af en is belangrijk om mee te nemen in een RES 2.0?

'1j,,

7

AAN WELKE OPGAVEN WERKEN WE MET DE REGIONALE ENERGIESTRATEGIE?

2

Hoe staan we ervoor?

2.1

Voortgang: duurzame elektriciteitsprojecten

Onze ambitie voor elektriciteitsopwekking is voor bijna cle helft al gerealiseerd en nog eens een kwart zit al in cie harde pijplijn. Met dit tempo zouden we zelfs al in 2025 op ons RES-bod zitten, áls netschaarste geen rol zou spelen. Dit is hieronder te zien in het overzicht uit onze RES-monitor per 31 december 2022 (voor een overzicht per gemeente, zie

Als we alles realiseren wat we van plan zijn, komen we iets boven de afspraken in de RES 1.0 uit. Op 2,55 TWh in plaats van 2,38 TWh zoals in de RES 1.0 is opgenomen aan ambitie en plannen (zie Figuur 2: Hernieuwbare elektriciteit). Van het totaal van opwek van zowel zon als wind, zijn de meeste projecten gerealiseerd of zitten in de harde pijplijn. Er staat nog 714 GWh open aan ambitie tot 2030. Zie en voor een toelichting op de cijfers. Figuur 2: Soort elektriciteitsopwekking opgeteld per fase (peildatum 31 december 2022)

Hernieuwbare elektriciteit (TWh)

huidig

harde pijplijn (concrete plannen)

verwachting tot 2030

7

0,3

11 Wind op land

0,6

0,9

9 Zon op dak

1,2

1,5 Zon op veld

1,8

2,1

2,4

2,7

k:

JL

U

Duurzame elektriciteitsopwekking per gemeente in GWh (peildatum 31 december 2022)

!Iii. ■ Bestaand

~9 lii

i

onder andere te maken met de beperkingen in het gebied vanwege radar en vliegverkeer en recente ontwikkelingen inzake het nieuw te realiseren hoofdspanningsstation (380 KV). Voor radarproblematiek wordt gezocht naar oplossingen met onder andere het ministerie van Defensie, maar daar is nog geen oplossing voor. Voor de verhouding zon/wind is het project van belang. Begin volgend jaar worden nieuwe windturhinenorrnerinçin vastgesteld en deze kunnen van invloed zijn op de projecten in de regio. In Woensdrecht zal van de vijf geplande molens er mogelijk slechts één overblijven in het samenwerkingsproject met Zeeland (ZE-BRA). Er is veel lokale weerstand tegen cle komst van de molens. Dit is een belangrijk signaal.

i

ao`

F,

F

■ Harde pijplijn

RES-projecten tot 2030

RES-projecten na 2030

Is

Figuur 3: Duurzame electriciteitsopwekking per gemeente in GWh

1823

In de RES 1.0 zijn geen zoekgebieden voor zon aangewezen om ruimte te bieden voor lokaal maatwerk. Lokaal zijn er kleine verschuivingen van ambitie en projecten van zon op veld naar zon op dak. De overweging hierbij is met name behoud van agrarische functies en de afweging opwek in de nabijheid van de vraag te plaatsen. Dat laatste vanwege de kleinere impact op de netcapaciteit die hieruit voortvloeit. Een bewe-

m

W

ging andersom komt overigens ook voor. Recent zijn enkele grote zon op veld projecten gerealiseerd. Voor wind op land zijn er zoekgebieden aangewezen, hierop zijn geen grote wijzigingen te melden. Op projectniveau zijn er wel ontwikkelingen. Dit zijn windprojecten die mogelijk niet doorgaan, van mogelijk tot wel 106 GWh tot 2030, wat nog niet te zien is in cie cijfers. Hier is (nog) geen alternatief voor. De ontwikkeling van de ambities in Bergen op Zoom op het gebied van windenergie verloopt moeizaam. Dit heeft

totaal aan projecten voor wind, zon op veld en grootschalig zon op dak

185

projecten met lokale participatie

4* 4

69

145

buiten zoekgebied

zonder SDE subsidie

projecten

projecten

HOE STAAN WE ERVOOR?

,

1

Eerste stappen richting lok , '.. Ons streven is 50% lokaal eigenaarschap. Dit halen we (nog) niet in alle projecten in onze regio, wel zijn er al goede voorbeelden. Voor het project Wind Al 6 was lokaal wel steun en met 28 windmolens is het een groot project in West-Brabant. In de gemeenten Breda, Moerdijk, Drimmelen en Zundert is een constructie gevonden voor financiële participatie. Een kwart van het rendement uit de windmolens gaat naar lokale energieprojecten via een Energietransitiefonds gericht op 1) energiebesparing en 2) energie schoon opwekken. Het voldoet niet aan het streven van minimaal 50% lokale participatie, maar is een mooi voorbeeld dat navolging verdient. De 50% lokaal eigenaarschap wordt in onze regio tot nu toe nog niet gehaald. Door de lange aanlooptijd van windprojecten, kan dat wel meegenomen worden in nieuwe projecten. In 185 projecten was sprake van enige vorm van lokale participatie. Veel grootschalig zon op dak projecten (bijvoorbeeld op bedrijfsdaken) lenen zich minder voor lokale participatie. Wel verwachten we dat lokale participatie steeds vanzelfsprekender wordt.

Bijna alle gemeenten hebben cle afspraken uit de RES 1.0 en Uitvoeringsagenda opgenomen in lokaal beleid en de gemeentelijke planvorming gaat goed (zie bijlage 3 voor het overzicht per gemeente). De ruimtelijke consequenties van netschaarste zijn echter nog niet in alle 11

rwacl J

U Omgevingsvisies verwerkt. We zien bijvoorbeeld bij Moerdijk hoeveel ruimte een uitbreiding van een hoogspanningsstation vraagt. De benodigde netverzwaringen en uitbreidingen zijn nu nog niet volledig in beeld en de ruimtelijke consequenties dus ook niet.

aardgasvrij is. We hebben onvoldoende harde cijfers van de hele regio op dit moment om aan te geven of we onze ambitie van 0,2 TWh innovatieve projecten halen (zie hiilac € 1 voor een geactualiseerd overzicht van de voorgenomen projecten uit de RES 1.0). Het ontbreekt aan een eenduidige definitie van innovatie en dit schuift ook mee met de tijd.

De ambitie in de RES 1.0 is om 0,2 TWh opwek met innovatieve technieken te bereiken. Mooie voorbeelden zien we lokaal terug zoals solar carports in Oosterhout waarmee het zwembad HOE STAAN WE ERVOOR?

A etio i mart E anrgy Hubs voor N het ontwikkelen n w kelen van regionale re knooppunten waar vraag, aanbod, opslag en conversie samenkomen

_____®

Actietafels De Regiodeals zijn doorontwikkeld tot Actietafels, eerste resultaten volgen in 2023:

A I -~

-•

~.

r

_ —'-~

_

Actietafel Geothermie voor publiek-privatesamenwerking voorde ontwikkeling van geothermiebronnen in onze regio

ales rC k p combinaties van v parkeerplaatsen par ee laa e zonnepanelen.

€

,d

i

_ S,

TT

•

' j 'r

~~ ~ft

-

°•. X1

o ,.

•'

~

~

/l ,.

e~

á!

5C ~(~i

Gebiedsontwikkeling Moerdijk voor de verbinding met de grootschalige ontwikkelingen'Jtfng van wind op ze e warmte en waterstof ters to f

nl l

ti

'fl',~f!Ii •l

1'

j --- -._.~

-

..

•a

.

~jr.~rjil~._ ~"fá ~uï, .i~,~ ~ ~~ ~l ®

~r

tii 4 ~~ .,.,ïF--~•~ i'u

Y

`_~+

>;,

~ ~-,

_.X

—

_

W2 FI,~~

?

f ~i`4;•.

'~ .~I a~, ~S

kyt ~..

~,

~

9 ry ~~"~

I

1.

_

~~

L+• •

~

_

~

nfi~.4 ~S,`~ .Áy tuit~~~..rt,_._-i '

M1 ~ it

+

~ t~

~'

f , ci ~

!~ f 4~

4

J:3eken naar

~. .

Het elektriciteitsnetwerk in deze regio zit vol. In de zomer van 2022 kondigde TenneT een harde stop aan, er waren geen nieuwe aansluitingen meer mogelijk. Inmiddels is er weer wat ruimte gevonden, maar dat is niet genoeg om de volledige wachtrijen te bedienen. Dit betekent clat niet overal een zonneveld kan worden aangesloten en cie opgewekte stroom niet kan worden gebruikt. Daardoor komen projecten stil te liggen of worden helemaal niet meer gestart vanwege de onzekerheid over het krijgen van de aansluiting.

Waarom zit het elektriciteitsnetwerk in deze regio vol? 1 Er wordt steeds meer duurzame elektriciteit opgewekt via wind en zon. Die opwek aan elektriciteit is groter dan de beschikbare capaciteit op hoogspanningsstations. 2 Duurzame elektriciteit uit wind en zon is afhankelijk van het weer (wanneer het waait en/of de zon schijnt). Hierdoor zijn er grote pieken van opgewekte energie en dan wordt de opwek tijdelijk afgeremd. 3 Tot slot stijgt ook de vraag naar elektriciteit nog veel sterker dan al was verwacht. Dit zien we in de hele samenleving, zowel bij het elektrificeren van de industrie, vervoer als de gebouwde omgeving.

13

Wat kunnen we aan netschaarste doen volgens de netbeheerders? Uit een nieuwe netimpactanalyse van Enexis, blijkt dat er nog veel knelpunten zijn in onze regio (zie bliIncno_5 voor de analyse en toelichting). We kunnen hier zelf ook iets aan doen. • Een betere verhouding wind/zon (nu 19/81, ver van de gewenste 50/50), dan is 'cable pooling'mogelijk; • Betere balans tussen opwek en afname (dus ook besparing), dichter bij elkaar ontwikkelen en meer gelijktijdigheid; • Rekening houden met beschikbare capaciteit bij bepalen opweklocaties; • Provinciale governance structuur inrichten incl. programmeringstafel en PMIEK; • De regio geeft aan welke gebieden echt belangrijk zijn voor haar doelstellingen (prioriteren); • Ruimte beschikbaar stellen en ruimtelijke procedures en vergunningstrajecten waar mogelijk versnellen t.b.v. uitbreidingen. Samen proberen we oplossingen te vinden.' om te zorgen dat energie-infrastructuurprojecten die belangrijk zijn voor de energietransitie kunnen doorgaan, heeft het Rijk een aanvullend Le oriteriflesl ader gemaakt voor investeringen in de uitbreiding van het stroomnet. Als onderdeel van het L_indr,liik ; rctirlxor~mrn.i Hnnrie. Het prioriteringskader gaat om investeringen in uitbreiding van de elektriciteitsnetten zoals onderstations en kabelverbindingen. Het kader gaat niet over de aansluitvolgorde van individr iele klanten op het netwerk.

Voor dit laatste wordt door netbeheerders onder toezicht van ACM invulling gegeven via het principe van "first come first serve". De ACM heeft

We doen dat als RES-regio samen met de gemeenten, provincie en netbeheerders Enexis en/of TenneT.

We hebben met de gemeenten en Enexis wel een overleg gestart om samen te kijken welke projecten we als eerste willen realiseren als we kijken naar de afspraken in de RES 1.0: het Programmeren en Prioriteren proces (PeP). Daarmee proberen we zoveel mogelijk projecten door te laten gaan, ondanks schaarste op het netwerk. We wegen projecten clan regionaal af, in plaats van lokaal. Dit werkt goed op de korte termijn.

netschaarstm

„

y_~u~1

Als regio deed West-Brabant in het najaar van 2022 mee aan de landelijke pilot integraal programmeren. De pilot richtte zich op mogelijke knelpunten op onderstations van Enexis (regionaal netbeheercler) en TenneT (landelijk netbeheerder) op middellange termijn (2025-2035). Onderzocht is welke belasting de komende jaren terechtkomt op alle onderstations in West-Brabant en waar die belasting vandaan komt: recentelijk aangegeven ruimte te willen bieden aan netbeheerders om in congestiegebieden voorrang te verlenen aan individuele projecten die helpen congestie te verminderen of aan projecten met een maatschappelijke functie. De RES gaat niet over individuele aansluitingen. HOE STAAN WE ERVOOR?

S,

LA bijvoorbeeld van de opbrengst van zonne- en windprojecten of van extra vraag vanuit verduurzaming van de industrie, uit woningbouw, mobiliteit of landbouw. De pilot heeft bewustwording opgeleverd en inzicht in waar wel of geen knelpunten op het elektriciteitsnet te verwachten zijn.

Tips voor integraal programmeren uit de pilot: Ga niet eindeloos door met het verzamelen van data. Kies een moment waarop je besluit datje voldoende data hebt. Versterk bestuurlijk en ambtelijk het besef dat bij integraal programmeren ook andere disciplines betrokken moeten zijn dan alleen energie en duurzaamheid. Keuzes over energie-infrastructuur kunnen immers grote ruimtelijke en economische consequenties hebben.

Houd er rekening mee dat de ene gemeente al verder is in het bewustzijn rond integraal programmeren dan de andere. Houd er rekening mee dat het opstellen van een energievisie, een afwegingskader en ontwikkelpaden, veel tijd kost.

Voor de lange termijn is het van belang dat er strategische keuzes worden gemaakt waar veel meer elektriciteit nodig gaat zijn, bijvoorbeeld voor cle industrie, grote stadsuitbreidingen of energiehubs. Hiervoor levert de regio informatie m

aan voor het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK), dat in januari dit jaar (2023) is gestart. In deze eerste ronde is veel geleerd en nog veel te verbeteren. Wel geeft het een eerste overzicht van energie infrastructuur-projecten van regionaal belang. Uiteindelijk volgt een prioritering van projecten die het meest bijdragen aan het realiseren van de maatschappelijke doelen (zoals energietransitie, woningbouw en mobiliteit). Het PMIEK wordt doorvertaald in zowel (ruimtelijk) beleid van overheden als investeringsbesluiten van netbeheerders. Daarmee geeft de PMIEK ook input voor het perspectief 'Energie en Klimaat'in een Ruimtelijf_

Voorstel van cie provincie.4 Verwachting is dat in de toekomst ook voor energie meer integrale, ruimtelijke afwegingen gemaakt gaan worden, op basis van andere kaders zoals bodem en water sturend, passend bij een meer gebiedsgerichte aanpak. Eind juni wordt cle eerste PMIEK voor besluitvorming aangeboden aan Gedeputeerde Staten. In december 2072 vroeg het Rijk aan provincies om het 'ruimtelijke voorstel'te malen en om als regisseu s de nationale opgaven (NOVI) te verbinden met de regionale. De nationale opgaven en het ruimtelijk voorstel worden opgesteld aan de hand van een drietal perspectieven: verstedelijking, landelijk gebied en klimaat & energie. Dit voorstel geeft straks inzicht of de uitvoering van de opgaven ruimtelijk mogelijk is. Het ruimtelijke voorstel zal eind 2023 leiden tot een ruimtelijk arrangement met daarin afspraken tussen Rijk en provincie. HOE STAAN WE ERVOOR?

S,

2.2

Voortgang: uitvoering warmtetransitie

Landelijk is in 2022 het aardgasverbruik van woningen met ongeveer een kwart gedaald ten opzichte van 2021. Van deze daling komt voor ongeveer 10 procentpunt door liet warmere weer in het stookseizoen. Het andere deel, ongeveer 15 procentpunt, hangt vermoedelijk samen met minder stoken door cle hoge prijzen. Dit blijkt uit voorlopige landelijke cijfers van liet G[IS_ (voor onze regio hebben we nog geen specifieke cijfers). Naar verwachting zal een deel van deze besparingen structureel blijven bestaan. Als we kijken naar de energie labels in onze regio (wel regionale cijfers), dan zien we een gestage stijging van de A-labels. Besparing blijft een belangrijke stap in onze energieopgave.

n

S,

1

1 15

HOE STAAN WE ERVOOR?

Warentetranstievis,

De transitievisies warmte zijn vastgesteld door de gemeenteraden (alleen Steenbergen volgt nog ditjaar). Hierin staat wat elke gemeente als duurzame alternatieven ziet voor gas. 12 van de 16 gemeenten zijn inmiddels ook gestart met de Wijkuitvoeringsplannen (WUP) of er loopt een aanbesteding om te kunnen starten. Zie ii jlane 7 voor een overzicht per gemeente. Bij cle ene gemeente is het doel om vanuit de WUP tot aardgasvrij of aardgasvrij ready te komen, bij de andere gemeente gaat liet om verkennen en isoleren of om de potentie van lokale bronnen nader te verkennen. Een enkele gemeente geeft aan geen Wijkuitvoeringsplannen te maken met de wijk, maar gemeentebreed een Uitvoeringplan te maken. Dit past beter bij de lokale situatie. Personele capaciteit is in vrijwel alle gemeenten een probleem. De regelingen rond energiearmoedebestrijding vroegen vanaf 2022 veel aandacht, waardoor de WUP's in veel gemeenten vertraging opliepen. Van 2023 tot en met 2025 zijn er twee Rijksregelingen gestart om dit te verhelpen. 1) Een tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDGIKE) waarbij alle gemeenten extra geld krijgen voor drie jaar om tijdelijk capaciteit in te huren.

2) Het Landelijke Pracraamma Lokale Warmtetransitie met extra middelen via de RES-regio voor driejaar voor een regiocoördinator en lokale ondersteuning bij het realiseren van de warmtetransitie.

m

Ontwikkeling energielabels in West-Brabant tussen 2019 en 2022 I~S14.

8,3

8,3

7,5

7,7

7,5

7,4

7,1

7,1

7,1

7,0

G,9

6,9

6,8

6,6

6,5

13,E

13,1

12,9

12,0

11,9

11,9

11,6

11,4

11,2

11,1

10,4

14,2

13,8

10,7

14,3

i iltt ll 0 Z~,a

30,4

29,2

28, 7

27,1

26,9

26,1

26,1

26,1

26.0

26,0

25,8

25,7

25,5

25,4

_ 5n

~.P

i

i

2019-KW22C19-KW32019-KW-'2020-KW12120-Ya':22020-KW33020-KW42021-'W12021-KW22021-KW32021-KW42022-22.1 i'-r::":

127-6813 2022-6,814

Figuur 3: Ontwikkeling energielabels in West-Brabant tussen 2019 en 2022

In de RES 1.0 West-Brabant zijn diverse mogelijke tracés opgenomen voor de uitbreiding van het huidige Amernet tot een groter Warmtenet Midden- en West-Brabant. Er zijn stappen genomen voor de ontwikkeling van met name de Brabantleiding en het Westelijk warmtenet (zie Figuur 3). Het tracé Moerdijk-Amernet (Brabantleiding) is een warmteleiding die in cle toekomst warmte vanuit Moerdijk transporteert naar liet huidige Amernet om alternatieve warmtebronnen te ontsluiten. Dit gaat aanvankelijk om warmte

uit restafvalverbranding, op termijn aangevuld met geothermie en/of industriële restwarmte vanuit o.a. Shell. Vanuit de regio zijn de provincie en de gemeenten Breda, Oosterhout, Moerdijk, Geertruidenberg en Drimmelen actief betrokken bij dit project, onder andere via de Werkgroep Verduurzaming Amernet. Dit is een belangrijke leiding voor de toekomst van de warmtetransitie in Brabant. De realisatie van de leiding is voorzien omstreeks 2030. Onzekerheid over de komst van de Wet Collectieve Warmtevoorzieningen 2.0 heeft voor een afwachtende houding gezorgd bij marktpartijen, waardoor uitbreiding van liet bestaande net (tijdelijk) op een laag pitje staat. Inmiddels is wel duidelijk dat het kabinet HOE STAAN WE ERVOOR?

v

Daarom is er in RES-verband een eerste verken ning uitgevoerd naar de ontwikkeling van 5 tracé's. Op basis van deze verkenning komen 3 tracé's als meest kansrijk uit de bus voor de korte termijn: beide tracé's vanuit Roosendaal naar Steenbergen, en het tracé Roosendaal — Bergen op Zoom. In een samenwerking tussen de gemeenten Roosendaal, Bergen op Zoom en Steenbergen en de provincie Noord-Brabant wordt gewerkt richting een haalbaarheidsstudie. Richting Woensdrecht is geen tracé geprojecteerd vanwege de grote onderlinge afstand, wel liggen hier wellicht kansen om warmte uit de Antwerpse haven te benutten. Dit wordt separaat opgepakt.

Brabantleiding

•

L

1 toe werkt naar een publiek meerderheidsaandeel in een warmtenet, maar over hoe dit ingevuld gaat worden is nog veel onduidelijk. Ook in het westelijk deel van de regio liggen er kansen voor ontwikkeling van (een deel van) het regionale warmtenet (Westelijk warmtenet), die relatief losstaand van deze ontwikkelingen in het oostelijke deel van de regio kunnen worden ontwikkeld. Hier zijn ook al diverse ontwikkelingen gaande: er is een concreet project (Osiris) ®

dat inmiddels SDE++-subsidie toegewezen heeft gekregen voor het transporteren van warmte vanuit Roosendaal naar twee glastuinbouwclusters in de gemeente Steenbergen (Steenbergen en Nieuw-Prinsenland). En in Bergen op Zoom en Roosendaal liggen al kleinere warmtenetten, waarvoor plannen zijn voor uitbreiding. Hier biedt een groter warmtenet kansen voor uitbreidingen en onderlinge verbinding tussen deze kleinere netten. Dit wordt binnen een aparte werkgroep verkend.

Het nieuwe warmtenet in het westen wordt ontwikkeld vanuit een kralenrijgstrategie, waarbij in eerste instantie op kleinere schaal begonnen wordt, dichtbij lokale bronnen, en delen van het net eventueel later gekoppeld kunnen worden. Dit verlaagt de risico's. De financiële risico's van een warmtenet zijn nog niet altijd afgedekt. Dit blijft een aandachtspunt.

In meerdere gemeenten wordt verder actief gewerkt aan lokale warmtenetten: in Terheij-den ontwikkelt het Traais Energie Collectief een lokaal warmtenet in eigendom van de energiecoöperatie (zie onderstaand kader) en in Roosendaal wordt gewerkt aan uitbreiding van het lokale warmtenet. Maar in veel andere gemeenten komt de ontwikkeling van lokale HOE STAAN WE ERVOOR?

warmtenetten nog niet echt van de grond, o.a. door de voortdurende onduidelijkheid over de marktordening (Wet Collectieve Warmtevoorzieningen 2.0), door beperkte financiële haalbaarheid of door een gebrek aan ambtelijke capaciteit. Daarnaast blijken lokale duurzame bronnen niet altijd haalbaar of rendabel zoals bleek uit enkele verkenningen voor aquathermie, zoals in Oosterhout en Geertruidenberg. Dit verschilt sterk per locatie, want op andere plekken is de businesscase juist wel interessant, zoals in Altena. Nader onderzoek en maatwerk zijn hierbij belangrijk.

Individuele oplossingen (groen gas en/of all-electric) zijn in alle gemeenten een belangrijk onderdeel van de toekomstige warmtevoorziening: vrijwel alle nieuwbouwwijken worden bijvoorbeeld all-electric uitgevoerd, en voor veel kleinere kernen en/of buitengebieden zijn warmtenetten geen reële optie vanwege cle beperkte dichtheid. Steeds meer individuele woningeigenaren kiezen er ook voor om hun bestaande woning aardgasvrij te maken, meestal inet een all-electric oplossing. De mogelijkheden voor groen gas zijn er ook, maar door de landelijke bijrnengverplichting is het nog niet als eindoplossing ontwikkeld (zie toelichting in

Hl .4). Er is met name vanuit gemeenten met een lagere warmtevraag, sterk behoefte aan meer zicht op alternatieven.

We krijgen steeds meer zicht op de mogelijkheden die verschillende warmtebronnen bieden. Tegelijkertijd zijn er nog veel onzekerheden. Een greep uit de belangrijkste ontwikkelingen: • De warrntevoorziening via kolen en biomassa is in een nieuw licht komen te staan: RWE heeft aangegeven het contract voor warmtelevering vanuit de Arnercentrale naar het Amernet in 2027 te beëindigen. Dit betekent dat er druk gezocht wordt naar alternatieve warmtebronnen vanaf 2027.

Traais

Energie Collectief

m

HOE STAAN WE ERVOOR?

Daarvoor is met name de warmteleiding Moerdijk-Amer in beeld, die naar verwachting omstreeks 2030 zou kunnen worden opgeleverd. Voorde tussenperiode worden verschillende alternatieven onderzocht. De ontwikkeling van geothermie komt langzaam op gang. Uit regionale studies door Innoforte en Fakton blijkt dat geothermie een essentiële bron is voor de verduurzaming van de warmtetransitie in de regio. Onder andere het gebied rondom Moerdijk lijkt kansrijk te zijn voor de winning van geothermie. Warmtebedrijf Ennatuurlijk is van plan om hier meerdere geothermiebronnen te ontwikkelen om het Amernet van duurzame warmte te voorzien. Uit de actietafel geothermie (zie I_I2_3) zijn verschillende kansrijke locaties naar voren gekomen voor de ontwikkeling van geothermieprojecten en hier wordt de komende periode onderzoek naar gedaan.

Voor industriële restwarmte heeft de provincie Noord-Brabant een nadere inventarisatie gedaan van de mogelijk beschikbare restwarmte in de provincie. De resultaten hiervan zijn opgenomen in het °.rarmtbmjin n _£kris er Noord_Brabani.. In West-Brabant is op verschillende plekken industriële restwarmte beschikbaar, met name in Moerdijk en daarnaast in o.a. Roosendaal, Bergen op Zoom en Breda. Voor groen gas is het landschap veranderd sinds de RES 1.0. Naar verwachting wordt al het beschikbare groen gas voorlopig bijge-

19

mengd in het aardgas vanwege een stevige bijmengverplichting. Landelijk is er daarnaast voor gekozen om groen gas geen vast onderdeel van de RES te maken. Er is verder ook een provinciaal traject gericht op biogas, inclusief een plan-MER over mest die medio 2023 wordt opgeleverd. Vanaf medio 2023 gaat cle provincie dan mogelijk ook een actievere rol spelen op groen gas. Regionale partijen zoals ZLTO willen hier ook een rol in spelen. Voor lokale bronnen (aquathermie, zonthermie) zijn in diverse gemeenten verkenningen uitgevoerd, clie beter inzicht geven in cle potentie hiervan. De ontwikkeling van deze bronnen loopt echter in een laag tempo, onder andere door slechte business cases en onduidelijkheid over de Wet Collectieve Warmtevoorzieningen 2.0. Op deze bronnen wordt vanuit de RES geen grootschalige inzet gepland. Gemeenten geven aan dat hier vooralsnog ook geen behoefte is. Zij zien dit meer als een lokale verantwoordelijkheid.

t . 15 van 16 gemeenten zien waterstof als mogelijke bron voor de toekomst

Ø

II 10 gemeenten zien restwarmte als haalbare warmtebron

3 gemeenten zien all-electric als enige haalbare bron op dit moment

5 gemeenten sluiten biomassa beleidsmatig uit (met name niet lokale biomassa)

Figuur 4: Inschatting haalbaarheid bronnen uit lokale Transitievisies Warmte (verkenning van oktober 2022)

Waterstof is een energiedrager en geen energiebron.

HOE STAAN WE ERVOOR?

:ruwe ontwikkeling: energie Door de hoge gasprijzen kwamen veel huishoudens in Nederland in de financiële problemen. Ook in West Brabants. In 2022 is er een Rijksregeling opgezet voor energie armoedebestrijding na de stijging van de gasprijs. In antwoord op een behoefte hij gemeenten zijn lokaal succesvolle en kansrijke maatregelen naar de regio opgeschaald. Het

gaat om:

1 2 3 4 5

Klusdienst georganiseerd i.s.m. de woningcorporaties. Collectieve inkoop klusdienst met een marktpartij Witgoedregeling Concept 'uit ons dak' — zonnepanelen voor huurders en sociale koop met SCE-regeling Pool van sociale energiecoaches

Zicht op energiearmoede Huishoudens die onder de armoedegrens komen door de energierekening

Om energiearmoede op te lossen en te voorkomen wordt regionaal ingezet op o.a. een klusbus, een witgoedregeling en energiecoaches.

<1,1%

1,1-1,3% 1,3-1,5% ■

1,5 - 1,8%

■

>1,8%

Figuur 5: Huishoudens die onder de armoedegrens komen door de energierekening

S,

Zie in bijlage 6 meer informatie over armoedebestrijding. De eerste successen zijn geboekt.

Uit de stresstest van CPE (juni 2022) blijkt dat deze cijfers al snel achterhaald waren en dat tussen de 9 en 15% van de huishoudens financiële problemen ondervindt door hogere energieprijzen. Daarvan hebben we geen regionale cijfers.

m

HOE STAAN WE ERVOOR?

2.3

Voortgang: maatschappelijke beweging en innovatie

els voór publ eivat tart in 2022. perste vete prajecte _ 'xden

—

Voortgang van de drie actietafels: 1 Smart Energy Hubs • In het kort: een Smart Energy Hub (SEH) is een knooppunt in een energiesysteem met afstemming tussen verschillende energiedragers op vraag en aanbod, opslag en conversie (bijv. omzetten van elektriciteit in waterstof). • Status: de eerste bijeenkomsten hebben

Eiwo'nsdialq r' rmte en éentger iteitsopwekkP ewonershebbgt hun

igd en deze wden aat naar de R '2.0.

1

...-.

.....

..R

LJ _

...

plaats gevonden. Er is een inventarisatie van te volgen projecten gemaakt en agendering van belangrijke onderwerpen (o.a. impact op netcongestie, positie hubs binnen energiesysteem en governance). Doel is inzicht krijgen in de maatschappelijke meerwaarde van SEH's voor het regionale energiesysteem en het aanjagen en faciliteren van 4 projecten. Betrokken partijen: Cosun, Rabobank, Gemeenten (o.a. Breda, Oosterhout, Roosendaal, Etten-Leur en Altena), energiecoöperaties en onderwijsinstellingen. BOM en de provincie (vanuit "Grote Oogst") sluiten ook aan. Trekkerschap vanuit RES-programmateam, Waterschap Brabantse Delta en de gemeente Breda.

De Regiodeals zijn de afgelopen paar jaar doorontwikkelcl tot Actietafels. De actietafels zijn eind 2022 gestart. De doelstelling van de actietafels is de uitvoering van de RES versnellen en faciliteren door afspraken te maken tussen bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties. Afgesproken is dat de actietafel gebruikt wordt om op basis van projecten in de regio kennis te delen over de voortgang en om handelingsperspectief te creëren voor de gemeenten, bedrijven en andere maatschappelijke partijen. De keuze voor concrete projecten zorgt voor grote betrokkenheid en energie aan de tafels. Daarnaast merken betrokkenen op dat het goed werkt voor het netwerk.

_ r

...

e

_

.L. .•.

cL.t~s

~.a~,

2

Geothermie In het kort: Geothermie komt niet vanzelf van de grond. Dit kan alleen publiek-privaat gerealiseerd worden, is gemeente-overstijgend en is van groot belang voor de regio. Deze actietafel sluit aan bij de Brabantbrede Green Deal Geothermie.

•

•

•

•

3 •

• •

Status: actietafel is gestart, de eerste potentiële locaties voor de ontwikkeling van aanvullende geothermieprojecten zijn in beeld. Doel: het ondersteunen van lopende geothermieprojecten en het verkennen van nieuwe concrete locaties voor ontwikkeling van geothermie, door het hij elkaar brengen van vraag (warmtegebruikers) en aanbod (potentie van geothermie). Betrokken partijen: EBN, Ennatuurlijk, Aardyn, ZLTO, BOM / Geothermie Brabant, Enpuls, gemeenten (o.a. Roosendaal, Moerdijk, Drimmelen, Breda, Oosterhout), provincie. Trekkerschap vanuit programmateam West-Brabant. Solar carports In het kort: Het gaat om de combinatie van parkeerplaatsen en zonnepanelen. Meerwaarde heeft dit vanuit meervoudig ruimtegebruik, het combineren van laadinfrastructuur met opwek op één zichtbare locatie en de koppeling met vrijetijdsbesteding. In het totaal van de RES-opgave zal dit geen grote bijdrage leveren, maar is wel zichtbaar. Status: De actietafel is gestart. Doel is: 3-5 initiatieven eind 2023 of tenminste inzicht in de businesscase, de ruimtelijke inpassingimplicaties en wisselwerking op het net. Betrokken partijen: Gemeenten (o.a. AlphenChaam, Baarle-Nassau, Zundert, Rucphen), 22

•

energiecoöperaties, Cosun, Brabant geeft nieuwe energie en energie-ontwikkelaars. Trekkerschap vanuit programmateam RES West-Brabant

Gebiedsgericht Moerdijk • in het kort: Moerdijk heeft als bedrijventerrein van nationaal belang een andere schaal dan de andere bedrijventerreinen in onze regio. Moerdijk is ook al onderdeel van 'De Grote Oogst' benadering van de provincie en daarmee ook mogelijke leereffecten voor andere bedrijventerreinen. Zie bij!ac1 3 voor een overzicht van de ontwikkelingen op Moerdijk. • Doel is aangesloten zijn bij de ontwikkelingen in Moerdijk op het gebied van duurzame opwek elektriciteit, restwarrnte en CO'-reductie die van grote invloed kunnen zijn op de gehele regio. • Betrokken partijen: Trekkerschap vanuit lopende project De Grote Oogst (projectleider provincie). Verder betrokken o.a. gemeente Moerdijk, Rabo, Havenbedrijf Moerdijk, VNO NCW Brabant, BOM, SHELL, REWIN, Circular Biobased Delta en programmateam RES West-Brabant.

In onze regio is een klankbordgroep van bestuurders van uitvoeringspartners actief, waar lokale en regionale kansen voor innovatie en versnelling worden ingebracht. Dit versterkt ook

het netwerk van private en maatschappelijke organisaties en de regio rond de energieopgave. Onderwerpen zijn bijvoorbeeld: de toekomst van groen gas als deeloplossing voor duurzame warmte in onze regio; de kansen en mogelijke samenwerkingen vanuit onderwijsinstellingen; en energie hubs.

u

Foto: Jong-RES speelt warmtegame bij Avans Hogeschool (bron: energieregiowb.nl)

cde prcj c .en ce

:c c4.

De regio West-Brabant heeft een ontwikkelfonds opgericht als opvolging van De Zonnebank Breda en St. SONS-2050 met als doel om te helpen investeren in de ontwikkelfase van projecten en het verder professionaliseren van energiecoöperaties. Energiecoöperaties zijn essentieel voor het succes van de energietransitie. Zo kunnen burgers als lid meebeslissen en meeprofiteren van de opwek van duurzame energie bij hen in cle buurt. Dat vergroot het draagHOE STAAN WE ERVOOR?

L_

vlak en versnelt de realisatie van de klimaatdoelstellingen. Mogelijk zal deze regeling de impact van de energiecoöperaties vergroten. FRES is een instrument om financiële participatie uit het Klimaatakkoord te realiseren; 50% aandelen van een project in handen van een lokale partij. FRES ondersteunt Gloor de ontwikkelfase professioneel te organiseren en tot een realisatie te komen waarvan 50% lokaal eigendom. Dit vraagt van gemeenten om dit goed op te nemen in tendervoorwaarden, energiecoöperaties kunnen zich een gelijkwaardige partner gaan voelen, met dekking vanuit het fonds.

iewonerscicdooa over betaalb r,_ In de RES Regio West-Brabant is de wens om breed inwoners te betrekken bij de energietransitie. Om een evenwichtig beeld te krijgen wat inwoners van de regio belangrijk vinden, is er gekozen om een Inwonersdialoog organiseren. In 2022 zijn ruim 100 inwoners van West-Brabant samengekomen om de politiek advies te geven over de warmtevoorziening van de toekomst. Deze groep is via loting samengesteld. In een reeks bijeenkomsten met cle titel 'Brabant praat over betaalbare energie' zijn zij tot de volgende adviezen gekomen:

Deze aandachtspunten zijn al in de uitvoering van de RES 1.0 meegenomen en worden in het proces naar de RES 2.0 waar nodig actief vertaald in de nieuwe afspraken.

Bewoner bijBurgerforum: "Ik vond windmolens altijd lelijk. Maar toen ik de jongeren hoorde (JongRES], realiseerde ik me dat windmolens voor hen net zo vanzelfsprekend zijn als elektriciteitsmasten dat voor mij zijn. Ze zagen windmolens zelfs

~`~urr~N~r,~~`l~uAritl,~ `àEÍR!a4e'Xra t.i~=~a~ó.,~uawcaxei~~JdUg A .~l,y,mr ah+'yiF„

als symbool van onafhankelijkheid [van Rusland] en voor een duurzame toekomst. Ik ging er toen wel even anders naar kijken."

...... . ...... .......

®

In de periode mei — september 2022 is in West-Brabant een burgerforum gehouden voor de RES. In een Burgerforum gaan mensen met elkaar in gesprek om tot een advies te komen over een ingewikkeld maatschappelijk vraagstuk. Een geloot gezelschap van West-Brabanders is vijf keer bij elkaar gekomen om te praten over grootschalige opwek en wat zij belangrijk vinden voor een eerlijke verdeling van energiebronnen. Voor deze reeks van bijeenkomsten hebben we de principes van een burgerHOE STAAN WE ERVOOR?

A

1. Duid 2. Voor ande 3. Mee 4. Groe

passen voor bepalen veiligheid en beschermen gezondheid Is het logisch om op zon en wind in te zetten, voor de lange termijn ook rzoeken en tiaar tijdig en open over communiceren fval/recycling van materialen na levensduur van duurzame opwek e optie onderzoeken voor de zuidelijke helft van West-Brabant

Energiene 5. Verlagen ván pi 6. Energiehubs st 7. Stimuleren klei` 8. Cable poolin - -

sting door energie (tijdelijk) op te slaan en ige opslag van energie bij particulieren ren

Landschapen r 9. Locatievoo1 10.Logische ve ;11. Logische n - -

ezen op basis van kenmerken van het landschap basis van mogelijkheden van het netwerk rdeling

rekken van i Actief beng •Meer tolled' omgeving Delen luste dan moetje] aa

'inwoners via alle kanalen seren van verduurzamings- en besparingsopgaven in de gebouwde op het moment dat er grootschalige opwek bij jou in de buurt komt, n profiteren en hulp krijgen bij eventuele problemen die je ondervindt

érgietransiti ; -n Stimuleren varï 0 'm gebruik, maar ook in infrastructuur Grootgebruikers stimuleren bewuster met energieverbruik om te gaan Nationaal/lokaal belang prevaleert boven buitenlands belang ___,_

24

_s_._--

3

Blik op de toekomst: wat komt op ons af?

In onze RES 1.0 hebben we als RES West-Brabant de handen op elkaar gekregen voor een ambitie voor duurzame elektriciteitsopwek in onze regio. Mét een mooi Uitvoeringsprogramma. Een grote stap voor iedereen. Inmiddels is de wereld weer veranderd. • In 2022 zet TenneT een stop op aansluitingen. Het elektriciteitsnet is vol. Dat was eerder onvoorstelbaar. • Met cie stikstofcrisis gaat er (tijdelijk) een streep door sommige energieprojecten. Ook komt de toekomst van het landelijk gebied meer in beeld als vraagstuk. Hoe zit dat in onze regio? • De oorlog in Oekraïne raakt ons ook, met onder andere hogere gasprijzen. Met energiearmoede als gevolg. In het licht van deze maatschappelijke ontwikkelingen wordt de uitvoering van de RES complexer én urgenter. Doordat er zoveel om ons heen gebeurt, is het soms lastig om te zien wat belangrijk is om nu te doen. Om te zien wat de meeste impact heeft op de lange termijn. Daarom gebruiken we deze rapportage om ook de lange termijn te verkennen, vooruit te kijken naar wat er op ons afkomt. Deze verkennen we hier om rich25

ting RES 2.0 concreet uit te werken. We zoeken ingrediënten voor een verhaal over ónze gewenste toekomsten. Wat vinden we belangrijk, welke toekomst willen we, wat is daarvoor nodig? We oefenen met het denken vanuit gewenste toekomsten. Juist als cie dynamiek het grootst is, moeten we verder vooruitkijken om te weten wat we nu moeten doen. Waar moeten we als eerste mee aan cle slag?

Drie bewegingen

3.1

We zien drie bewegingen die van invloed kunnen zijn op de beweging naar duurzame energie in onze regio en daarmee ook op de afspraken en uitvoering van de RES:

Van sectoraal

y

naar integraal en gebiedsgericht

~v

Van een technische

~~

opgave

~,,

!

îf Van

enkel

4

opwek naar (ook) een sociale opgave

eo naar een

energiesysteem

BLIK OP DE TOEKOMST: WAT KOMT OP ONS AF?

v

Van sectoraal

EI /

/ 1 '— ©

naar een energiesysteem

Van enkel opwek naar een energiesysteem We werken aan een energiesysteem van de toekomst. Helemaal scherp is deze nog niet. Daarom werken we aan meerdere mogelijke toekomsten. Bij NP-RES spreekt men wel over het ontwerpen op basis van de Vanuit de toekomst ontwerpen dus, omdat als je ontwerpt vanuit wat er vandaag is, je nooit bij een gewenste toekomst uit kunt komen. Wat eerste vragen die dat oproept zijn: • Hoe maken we keuzes als we niet alles weten? • Hoe krijgen we zicht op mogelijkheden van een toekomstig systeem? En hoe waarderen we deze, technisch en financieel maar ook sociaal en ruimtelijk? • Hoe organiseren we ons in dit nieuwe systeem?

26

naar integraal en gebiedsgericht

-!

Van enkel

opwek

~

Van sectoraal naar integraal en gebiedsgericht In toenemende mate wordt duidelijk dat energie geen sectorale opgave meer is, maarjuist randvoorwaardelijk voor andere opgaven zoals woningbouw of elektrificatie van auto's. Het blijkt dat ruimtelijke keuzes ook niet langer sectoraal kunnen worden gemaakt. Nederland zou te klein zijn voor alles wat we willen. Hoe kunnen we dan verder? In deze tweede beweging staat juist het gebied centraal. Door het zoeken naar nieuwe combinaties en andere oplossingen zoeken we ruimte en dit vraagt creativiteit. En ook dringen zich andere transities op zoals circulaire economie met lokale kringlopen en oplossingen voor grondstoffentekorten, in de natuur met het tegengaan van biodiversiteitsverlies en als het gaat om klimaatadaptatie met periodes van hitte en droogte afgewisseld met zware regenval. Dit vraag van ons ook veel creativiteit, zoeken naar oplossingen door juist verschillende vragen te verbinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13080661/1