5 b&w Herziene begroting 2026 WVS
Tekst van het document
';'ESIEENTE RUCPHEN INGEKOMEN:
5 KiV. 2025
rs!R:
ZAAK:
VE7-?.BLIJF: LC:
AFD. WEEK:
Gemeenteraad Rucphen Postbus 9 4715 ZG RUCPHEN
Onze referentie:
Z25/083838 - BA25/008486
Uw referentie:
Rucphen,
- 3 NOV 2025
Onderwerp:
Herziene begroting 2026 WVS
Behandelaar:
M. Neelen
Telefoonnummer:
0165-349917
Geachte raad, Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) WVS heeft op 30 juni 2025 de begroting 2026 vastgesteld. Omdat in deze begroting is uitgegaan van een aantal onzekere factoren is door WVS toegezegd om in het najaar een herziene begroting op te stellen. Deze herziene begroting 2026 wordt u hierbij ter informatie toegezonden, waarbij met rood de wijzigingen ten opzichte van de oorspronkelijke begroting zijn aangegeven (bijlage 1). In de herziene begroting 2026 is een aantal wijzigingen doorgevoerd De septembercirculaire was aanleiding om de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 aan te passen. WVS heeft daarom een herziene begroting met wijzigingsvoorstellen aan de deelnemende gemeenten voorgelegd. De belangrijkste wijzigingen zijn: •
In de herziene begroting 2026 is rekening gehouden met de Participatiebudgetten/Wswmiddelen zoals toegekend aan de deelnemende gemeenten in de mei- en septembercirculaire. Daarbij is als uitgangspunt genomen dat deze middelen volledig aan WVS worden doorgezet. Voor 2026 is uitgegaan van een gemiddelde Rijksbijdrage SW inclusief loonprijscompensatie (LPO) van € 43.004,- per arbeidsjaar (SE), ten opzichte van € 39.169,- in de eerder vastgestelde begroting. Het financiële effect van deze hogere bijdrage bedraagt € 3.372.000,- positief. Deze stijging werkt ook gunstig door in de meerjarenraming van het exploitatieresultaat.
•
Het Rijk heeft de begeleidingsvergoeding beschut werk verhoogd naar € 12.485,- per persoon. Dit heeft een gunstig effect op de herziene begroting.
•
Het Rijk erkent dat het bepalen van de loonwaarde bij beschut werk lastig is, vooral door deeltaken. Hierdoor wordt de loonwaarde vaak te hoog ingeschat en missen uitvoerders (zoals WVS) loonkostensubsidie. Ter voorbereiding op de forfaitaire subsidie van 68% per 1 januari 2028 stelt het Rijk extra middelen beschikbaar om het verschil tussen gemiddelde en feitelijke loonwaarde te compenseren. Voor 2026 wordt hiervoor in totaal € 764.000,uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten. Hier is in de herziene begroting 2026 rekening mee gehouden. Binnentuin 1 Postbus 9 4715 ZG Rucphen T: 0165 34 95 00 F: 0165 34 13 75 Banknummer: 2850 07 319 IBAN: NL37BNGH0285007319 KvK-nr. 20164997
Gemeente Rucphen
Rucphen
Schijf
Sprundel
St. Willebrord
Zegge
gemeente@rucphen.nl www.rucphen.ni
2
•
In de herziene begroting is rekening gehouden met een structurele stijging van € 180.000 in de personeelskosten als gevolg van de invoering van een vergoedingsregeling voor woon-werkverkeer (verplicht vanuit de Cao SGO), en een eenmalige stijging van € 150.000 door de implementatie van het nieuwe functiewaarderingssysteem HR21. Daarnaast is rekening gehouden met een verwachte stijging van het wettelijk minimumloon.
•
Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2026 hebben alle negen deelnemende gemeenten besloten de impulsbudgetten en de integratieuitkering sociale infrastructuur over te hevelen naar WVS. Deze middelen zijn bestemd voor regionale projecten, in samenwerking met ISD Brabantse Wal en Werkplein Hart van West-Brabant, ter versterking van de sociale infrastructuur. De budgetten en benodigde twee fte extra begeleidend personeel zijn verwerkt in de herziene begroting.
•
Bij de vaststelling van de begroting 2026 was het eindadvies over de samenwerking tussen ISD Brabantse Wal, Werkplein Hart van West-Brabant en WVS nog niet beschikbaar. Inmiddels is dit gedeeld met alle betrokken colleges, gemeenteraden en adviesraden. De toelichting in de herziene begroting is hierop aangepast en sluit aan bij het eindadvies en de verdere uitwerking van de gezamenlijke aanpak.
Financiële consequenties De herziene begroting sluit met een tekort van € 5.492.000 (begroting 2026: een tekort van € 7.386.000). Dit tekort zal gedekt moeten worden uit de gemeentelijke bijdragen. Omdat het tekort kleiner is dan in de oorspronkelijke begroting wordt de gemeentelijke bijdrage naar beneden bijgesteld. De gevolgen van de herziene begroting 2026 zijn voor de gemeente Rucphen als volgt: 2026
2027
2028
2029
Herziene Begroting 2026 WVS
602.368
664.009
831.602
933.934
Concept Begroting 2026 Rucphen
834.402
917.774
974.259
1.052.209
Totaal (voordeel)
232.034
253.765
142.657
118.275
Het meerjarig voordeel wordt ten gunste van het begrotingssaldo gebracht. De financiële consequenties worden verwerkt in de eerste bestuursrapportage 2026. Er is geen zienswijzeprocedure nodig De herziene begroting 2026 leidt niet tot een nadeliger exploitatieresultaat ten opzichte van de reeds vastgestelde begroting 2026. Ook is er geen sprake van een wijziging van te realiseren beleidseffecten en -doelstellingen. Dit betekent dat, conform het gestelde in artikel 29 van de GR WVS, de zogenaamde zienswijzeprocedure achterwege kan blijven. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Rucphen, de burgemeester, de secretaris,
7
Edwin Kolen
Marjolein van der Meer Mohr
Bijlagen Aanbiedingsbrief herziene begroting 2026 WVS 1. Herziene begroting 2026 WVS 2.
De colleges van de 9 aangesloten gemeenten
Onderwerp
Ons kenmerk Bijlagen
voorstel tot vaststelling van de herziene begroting 2026 & meerjarenraming t/m 2029 8/45 A div. Roosendaal, 7 oktober 2025
Geacht college, Hierbij bieden wij u aan ons voorstel tot vaststelling van de herziene begroting 2026 & meerjarenraming t/m 2029 van WVS. In de herziene begroting is rekening gehouden met de gegevens uit de mei- en septembercirculaire. Voor een toelichting verwijzen wij u kortheidshalve naar ons bijgaande voorstel aan het algemeen bestuur. Omdat het tekort in de ontwerp herziene begroting 2026 en de meerjarenraming t/m 2029 daalt ten opzichte van de eerder vastgestelde begroting 2026, wordt conform het gestelde in artikel 29 van de gemeenschappelijke regeling voorgesteld de zogenaamde zienswijzeprocedure achterwege te laten. Het ligt in de bedoeling de herziene begroting 2026 & meerjarenraming t/m 2029 ter vaststelling aan te bieden in de vergadering van het algemeen bestuur van WVS op maandag 15 december 2025.
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben ingelicht. Hoogachtend, het dagelijks bestuur van WVS, de secretaris,
de voorzitter,
P.F.J.M. Havermans
T.C. Melisse.
pagina 2 van 2
Ontwerp herziene begroting 2026 Meerjarenraming 2027 - 2029
Inhoudsopgave
1. Voorwoord Algemeen Directeur
3
2. Financiële begroting en meerjarenraming
6
2.1 Uitgangspunten herziene begroting 2026 en meerjarenraming 2.2 Samenwerking met Werkplein en ISD 2.3 Overzicht van baten en lasten 2024 - 2029 2.4 Financiële positie 2.5 Risicoparagraaf
3. Overige begrotingsinformatie 3.1 Weerstandsvermogen 3.2 Wet Open Overheid
6 10 13 15 16 20 20 20
Bijlagen 1. Resultatenrekening 2026 - 2029 Overhead 2. Balans per ultimo 2024 - 2026 3. Overzicht lang- en kortlopende leningen 4. Overzicht reserves en voorzieningen 5. Overzicht van investeringen in vaste activa 6. Gemeentelijke bijdrage 2026 7. Specificatie Rijksbijdrage per gemeente 2026
WVS - Ontwerp herziene begroting 2026
22 23 24 25 26 27 28
2
1. Voorwoord Algemeen Directeur WVS WVS is nog steeds één van de grootste werkgevers in West-Brabant met meer dan tweeduizend werknemers woonachtig in onze deenemende gemeenten. WVS werkt, als werkontwikkelbedrijf van West-Brabant, samen met de ISD Brabantse Wal en het Werkplein, om een steeds groter wordende groep inwoners die aan de zijlijn staan weer een betere toekomst te bieden. Gezamenlijk gaan we de uitdaging aan om zoveel als mogelijk de groep inwoners die al langer aan de zijlijn staan, te laten participeren en te ontwikkelen naar liefst loonvormende arbeid. Wij geloven dat we door meer samen te werken, in staat zijn om de maatschappelijke kosten te laten dalen en het maatschappelijke rendement te laten stijgen. Voor u ligt de herziene begroting 2026 en de meerjarenraming 2027 tot en met 2029 van WVS. Deze begroting is gebaseerd op de gegevens die we weten vanuit de mei- en septembercirculaire 2025. De acties voortkomend uit het gezamenlijke jaarplan van de samenwerking met de ISD en het Werkplein zijn, voor zo ver als mogelijk, meegenomen in deze begroting en is met beide partijen afgestemd. De begroting moet dan ook in samenhang worden bekeken met de begrotingen van de ISD en het Werkplein. WVS voert vanuit de Participatiewet, de Wet sociale werkvoorziening en het beschut werken uit.
Daarnaast ontwikkelt WVS mensen die de route naar werk niet zelfstandig kunnen maken. Het gezamenlijke doel van de samenwerking met de ISD en het Werkplein voor 2026 en de meerjarenraming 2027 tot en met 2029, is om meer inwoners in ontwikkeling te zetten. Mede hiervoor is in 2024 ‘Startpunt’, het centrum voor een verdiepende diagnose, opgericht om inwoners gerichter te kunnen ontwikkelen op basis van hun vaardigheden. Hierdoor kunnen we onze bijstandsgerechtigde inwoners waaronder jongeren en statushouders nog beter in hun kracht zetten. WVS heeft vanuit het verleden te maken met hogere loonkosten t.o.v. het landelijk gemiddelde terwijl de bedrijfskosten en de verhouding reguliere medewerkers versus doelgroepmedewerkers lager liggen. Het inverdienvermogen ligt echter weer hoger t.o.v. het landelijk gemiddelde. WVS zit daarmee in de top van best presterende sociale ontwikkelbedrijven in Nederland zoals blijkt uit het onderzoek dat door Berenschot is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van SZW en de benchmark van de branchevereniging Cedris. In deze meerjarenraming is goed nagedacht over de financieel mindere jaren die onze deelnemende gemeenten voor de boeg hebben. Wij blijven qua uitgaven scherp aan de wind zeilen en streven door intensievere samenwerking met ISD en Werkplein meer inwoners aan de slag te helpen dan wel geactiveerd te krijgen. ( x € 1.000)
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Operationeel resultaat
5.235
2.014
2.028
2.161
2.899
4.280
Incidentele baten en lasten
713
4.140
1.833
-879
-248
-17
8.182
8.058
5.593
7.532
7.700
8.135
Subsidieresultaat*
-11.529
-10.076
-8.740
-7.746
-7.634
-6.880
Totaal resultaat
2.601
4.136
714
1.068
2.717
5.518
Gemeentelijke bijdrage
* Het subsidieresultaat is het verschil tussen de rijksbijdrage/loonkostensubsidie en de loonkosten doelgroep. In 2020, 2021 en 2022 heeft WVS te kampen gehad met Covid-19. De compensatie vanuit het Rijk is verantwoord onder de incidentele baten en lasten.
3
WVS - Ontwerp herziene begroting 2026
Factoren die een bepalende rol spelen bij het al dan niet realiseren van de herziene begroting van 2026 zijn: 1. Subsidies 2. Kostenbeheersing 3. Algemene economische situatie 4. Opbrengsten, toegevoegde waarde 5. Invulling van de regie- en opdrachtgeversrol door de gemeenten 6. De rol van WVS binnen de Participatiewet i.s.m. de werkpleinen 7. Uitstroom SW en leidinggevend SW-kader 8. WAADI (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs) 9. Cao SW 10. Compensatie transitievergoeding Ad 1. Subsidies De herziene begroting is gebaseerd op het voorlopig toegekende Wsw-participatiebudget voor 2026 o.b.v. de meicirculaire 2025 zijnde € 41.751,- en met 3 % LPO € 43.004,-. Dit is inclusief de compensatie voor het wegvallen van de LIV. Het is op dit moment nog niet duidelijk welke invloed de landelijke realisatiecijfers hebben op de P-budgetten SW voor de komende jaren. Deze worden jaarlijks in de meicirculaire aangepast voor het lopende en de komende jaren. Naast de hoogte van het bedrag speelt ook de toekenning van de (fictieve) taakstelling een steeds belangrijkere rol. Door het Rijk is besloten om de begeleidingsvergoeding beschut werk per 2026 te verhogen naar € 12.485,- per persoon. Het Rijk heeft onderkend dat de loonwaardebepaling van beschut werk lastig is vanwege deeltaken.
Hierdoor wordt de loonwaarde vaak te hoog gewaardeerd en loopt de uitvoerende instantie (WVS) loonkostensubsidie mis. Er is een wetswijziging in de maak waarbij er sprake is van een forfaitaire loonkostensubside voor beschut werk van 68 %. Vooruitlopend op deze wijziging heeft het Rijk middelen vrijgemaakt om het verschil tussen de landelijke gemiddelde loonwaarde en de reële loonwaarde te compenseren. De wetswijziging wordt verwacht op 01-01-2028. Ad 2. Kostenbeheersing WVS scoort in de benchmark goed in kostenbeheersing. Echter, met de invoering van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) zijn de kosten voor het begeleidend en ondersteunend regulier personeel flink gestegen. De flinke stijging van het WML zorgt voor een verhoging van de loonkosten van de doelgroep PW. Hierdoor is het steeds lastiger om binnen de kostprijs de producten te leveren en dit heeft dan ook effect op het operationeel resultaat. Daarnaast zijn er positieve effecten van de arbeidsontwikkeling van de doelgroep voor de werkpleinen. Deze zijn niet opgenomen in de begroting van WVS. De financiële effecten hiervan zie je terug bij de ISD en het Werkplein. Daarom moeten de resultaten in samenhang worden gezien met die van het Werkplein en de ISD. Hiervoor kan verwezen worden naar de ketenbegroting. Ad 3. Algemene economische situatie De economische groei lijkt gestagneerd te zijn. Ad 4.
Opbrengsten, toegevoegde waarde In de huidige economische ontwikkeling is het zaak om het nivo van de opbrengsten en toegevoegde waarde per medewerker te behouden. Het inrichten van de organisatie op basis van lean en het realiseren van een betere prijsvorming is de basis voor een gezonde toekomst. Ad 5. Invulling van de regie- en opdrachtgeversrol door gemeenten Een goede samenwerking met de gemeenten, ISD en Werkplein zorgt er voor dat meer mensen aan loonvormende arbeid kunnen deelnemen. Door opdrachten vanuit gemeenten te verstrekken voor werkzaamheden die bij de doelgroep passen, kunnen mensen op basis van hun ontwikkelmogelijkheden getraind worden binnen deze werkzaamheden. De druk op de financiële situatie bij de gemeenten is merkbaar in de opdrachtverstrekking. Dit heeft impact op het resultaat. Bij geschiktheid vindt er doorstroom plaats naar reguliere arbeid, maar inmiddels is er ook een vangnet voor WVS - Ontwerp herziene begroting 2026
4
die groep die deze stap niet kan maken. We zijn gestart met een pilot t.b.v. de ontwikkeling van statushouders. Samen met de ISD en het Werkplein is de afgelopen jaren een nieuwe werkwijze geïmplementeerd waarbij de ontwikkeling van de inwoner centraal staat. De komende jaren wordt er geïnvesteerd in mensen die meer begeleiding nodig hebben en het zelfstandig niet redden om in ontwikkeling te komen. Mocht het niet haalbaar zijn dat onze inwoners uit het Landelijk Doelgroep Register (LDR) kunnen aansluiten op de arbeidsmarkt, dan biedt WVS de mogelijkheid voor een (tijdelijk) dienstverband. WVS ondersteunt ook personen die met LKS aan de slag willen, maar het (tijdelijk) niet kunnen. Ad 6. De rol van WVS binnen de Participatiewet i.s.m. de werkpleinen De uitvoering van de Participatiewet vraagt om intensieve samenwerking met de werkpleinen en het werkgeversveld. Op arbeidsmarktregioniveau komen vanuit het Rijk participatiegelden beschikbaar voor de regio, t.b.v. de ontwikkeling van de doelgroep. Ad 7. Uitstroom SW personeel en leidinggevend SW kader In de begroting is opgenomen dat leidinggevend kader in SW-dienstverband wordt vervangen door reguliere krachten. Hierin is echter niet de volledige vervanging meegenomen die door uitstroom vanwege pensioenleeftijd is ingeschat.
Door de invoering van de RVU regeling voor SW-personeel, is er een snellere uitstroom van SW-leidinggegevenden. In deze herziene begroting is het aantal reguliere krachten bijgesteld, daar de uitstroom van SW-leidinggevend en -kaderpersoneel sneller gaat dan was voorzien, mede door de RVU-regeling in de Cao SW en de Cao SGO. Ad 8. WAADI (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs) Er ligt een wetsvoorstel bij de Eerste Kamer om de Wet WAADI aan te passen. In de basis dienen medewerkers ingezet via detachering of uitzending betaald te worden volgens de Cao van de inlenende partij. In het nieuwe wetsvoorstel zal er net als onder de huidige Wet WAADI een uitzondering worden gemaakt voor de medewerkers vallend onder de Cao SW en de beschut werk-geïndiceerden vallend onder de Cao aan de Slag. Voor deze groepen is er vrijstelling. Met het huidige wetsvoorstel zal wel de vrijstelling voor de doelgroep met de indicatie banenafspraak komen te vervallen en kan er alleen sprake zijn van een tijdelijke vrijstelling. Dit zal negatief uitwerken voor medewerkers met een banenindicatie binnen de werkontwikkelbedrijven. • Werknemers krijgen dan te maken met een fluctuerend inkomen met gevolgen voor aanvullende bijstands- en WIA uitkering en eventuele toeslagen.
• Het succesvolle instrument van detachering van mensen met een ondersteuningsvraag wordt onaantrekkelijker (duurder) voor werkgevers. • Grote bureaucratische rompslomp voor werkontwikkelbedrijven omdat er afgestemd moet worden met honderden Cao’s van werkgevers waar mensen met begeleiding werken. • De banenafspraak komt hierdoor onder druk te staan vanwege de betaalbaarheid. Ad 9. Cao SW De Cao SW volgt de stijgingen van het WML en de LPO ontwikkeling van het IUSD-WSW. De Cao loopt nog tot eind 2025. Ad 10. Compensatie transitievergoeding In de wetgeving staat dat bij vertrek van een medewerker uit de organisatie, anders dan ‘op eigen verzoek’ of ‘verwijtbaar’, er een transitievergoeding betaald dient te worden. Dit geldt ook voor medewerkers die na 2 jaar ziekte de organisatie verlaten. Voor de laatste categorie wordt er vanuit het Rijk compensatie verstrekt. Deze compensatie komt per 1-7-2026 te vervallen. Het gaat om een bedrag in de begroting van € 500.000,-, welke is komen te vervallen. Omdat de werkontwikkelbedrijven in verhouding veel uitstroom na 2 jaar ziekte hebben, worden zij extra financieel geraakt door deze maatregel. Het is inmiddels duidelijk dat er geen compensatie vanuit het Rijk te verwachten is voor het wegvallen van deze vergoeding. L.G.M. van der Beek, Algemeen Directeur WVS 5
WVS - Ontwerp herziene begroting 2026
2. Financiële begroting en meerjarenraming 2.1 Uitgangspunten herziene begroting 2026 Bij het opstellen van de herziene begroting zijn naast de werkelijke resultaten over 2024, de mei- en septembercirculaire 2025, de interne werkbudgetten voor 2025 als uitgangspunt gehanteerd. De begrotingen van de ISD, het Werkplein en WVS vormen gezamenlijk de basis voor de ketenbegroting. Toegevoegde waarde Voor de berekening van de toegevoegde waarde (TW) zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •
• •
De TW voor WVS is uit verschillende zaken opgebouwd. De TW per fte SW wordt constant verondersteld. Daarnaast is rekening gehouden met de TW voor de nieuwe beschut werk-medewerkers. Voor nieuwe medewerkers met structurele loonkostensubsidie wordt een TW nivo van de huidige SW-populatie verwacht. Hierbij gaan we uit van een loonwaarde van gemiddeld 50 %. Daarnaast zullen er ontwikkeltrajecten voor de ISD en het Werkplein uitgevoerd worden. Voor mensen in een ontwikkeltraject wordt geen toegevoegde waarde meegenomen omdat de focus ligt op leren i.p.v. werken. De formatie SW is gebaseerd op de prognose komende uit de mei- en septembercirculaire 2025. Per type contract (SW, beschut werk, participatie) wordt een andere inzetbaarheid over de verschillende werksoorten zoals groen, postbezorging en industriële activiteiten verwacht. In de begroting is rekening gehouden met een omzet van de deelnemende gemeenten ten opzichte van de werkelijke omzet 2024 met een afname i.v.m. daling fte SW.
Rijksbijdrage Wsw Herziene begroting 2026
Werkelijk 2024
Herz. begr. 2025
Herz. begr. 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Aantal SE
1.463
1.375
1.294
1.197
1.126
1.046
Rijksbijdrage per SE
37.945
38.029
41.751
43.140
44.443
45.913
3,0 %
3,0 %
3,0 %
3,0 %
3,0 %
55.514
52.297
56.454
55.454
55.606
45.499
Werkelijk 2024
Herz. begr. 2025
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Aantal SE
1.463
1.375
1.297
1.202
1.131
1.051
Rijksbijdrage per SE
37.945
38.029
39.165
40.425
41.626
42.968
3,0 %
3,0 %
3,0 %
3,0 %
3,0 %
52.297
53.082
52.312
52.219
51.560
Rijksbijdrage (€ x 1.000) incl. LPO
Begroting 2026
Rijksbijdrage (€ x 1.000) incl. LPO
55.514
Het is op dit moment nog niet duidelijk welke invloed de landelijke realisatiecijfers hebben op de P-budgetten SW voor de komende jaren. Deze worden jaarlijks in de meicirculaire aangepast voor het lopende en de komende jaren. Rijksbijdrage infrastructuur Herziene begroting 2026
2025
Herz. begr. 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Impulsbudget
586.036
527.432
527.432
527.432
527.432
Basis financiering
316.459
341.575
368.365
393.481
420.271
88
95
102
109
117
902.495
869.008
895.798
920.914
947.704
Aantal (per persoon 3600) Totaal bijdrage
WVS - Ontwerp herziene begroting 2026
6
Het impulsbudget moet een bijdrage leveren aan het oplossen van één van de knelpunten die Berenschot in zijn onderzoek in 2023 naar de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven heeft geïdentificeerd. Het impulsbudget wordt via een decentralisatie-uitkering (DU) uitgekeerd aan gemeenten. Het impulsbudget wordt beschikbaar gesteld per samenwerkingsverband van gemeenten op het terrein van sociaal ontwikkelbedrijven. Uitkering zal plaatsvinden aan de grootste gemeente binnen het samenwerkingsverband, in onze regio is dat de gemeente Roosendaal. Eind 2023 heeft het kabinet een extra financiële bijdrage aangekondigd voor de banen van mensen die niet vallen onder beschut werk, maar die tijdelijk aangewezen zijn op de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven (de zgn. ’10.000 banen van Schouten’). Het betreft mensen zonder een indicatie beschut werk, die baat hebben bij de intensieve begeleiding en ondersteuning die vanuit een werkontwikkelbedrijf wordt geboden. Het gaat onder meer om een tegemoetkoming in de kosten van overhead, huisvesting e.d. De extra bijdrage moet het daarnaast ook beter mogelijk maken om de vangnetfunctie als een van de arbeidsmarktfunctionaliteiten in te vullen. In de Voorjaarsnota 2024 heeft het kabinet de voorgenomen infrastructurele bijdrage bevestigd.
Het budget is in de meicirculaire 2025 apart zichtbaar opgenomen in de Integratieuitkering Participatie. Het betreft een oplopende reeks van € 19,8 miljoen in 2025 tot structureel € 35,9 miljoen vanaf 2035. In de oploop van deze middelen wordt uitgegaan van een groei van het aantal banen van zo’n 5.000 (nu) tot 10.000 (2035). De rijksbijdrage sociale infrastructuur wordt aan alle gemeenten uitgekeerd. Het budget zal worden verdeeld op basis van de maatstaf ‘doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep’. In de regio is afgesproken om het impulsbudget en de integratieuitkering sociale infrastructuur in samenspraak met de ISD en het Werkplein in te zetten via het ontwikkelbedrijf WVS. Dit draagt bij aan de noodzakelijke transitie van de sociale infrastructuur en sluit aan bij de regionale toekomstvisie. In onze regio wordt als uitvloeisel van het verkennend onderzoek naar de doorontwikkeling van de samenwerking tussen de ISD, het Werkplein en WVS, in samenspraak met de gemeenten, een toekomstvisie gepresenteerd op de sociale infrastructuur en de positie van het werkontwikkelbedrijf hierbinnen. Voor de besteding van de budgetten is in samenspraak met de ISD, het Werkplein, WVS en de deelnemende gemeenten een (project)plan opgesteld.
Bijdrage deelnemende gemeenten Basis is het aantal geplaatste doelgroep medewerkers (SW + participatie) op 1 januari van het voorafgaande jaar aan het rapportagejaar (zie bijlage 6 per gemeente). Herziene begroting 2026
Werkelijk 2024
Aantal SW/participatie-medewerkers
Herz. begr. 2025
Herz. begr. 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
1.912
1.787
1.690
1.621
1.540
Gem. bijdrage per SW/participant in €
3.769
2.545
3.073
3.582
4.677
5.529
Gem. bijdr. (€ x 1.000)
8.135
4.866
5.492
6.054
7.582
8.515
Begroting 2026
Werkelijk 2024
Herz. begr. 2025
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
1.912
1.787
1.692
1.624
1.543
Aantal SW/participatie-medewerkers Gem. bijdrage per SW/participant in €
3.769
2.545
4.133
4.802
5.312
6.037
Gem. bijdr. (€ x 1.000)
8.135
4.866
7.386
8.124
8.624
9.314
Overige subsidies overheid Beschut Werk In de herziene begroting is opgenomen dat er beschut werk wordt ingezet en dat deze zal worden uitgevoerd door WVS conform gemaakte afspraken. Voor deze doelgroep is uitgegaan van 70 % loonkostensubsidie en gemiddeld 28 uur per persoon. De begeleidingsvergoeding voor beschut werk wordt vanuit het ministerie BZK geraamd. In de herziene begroting 2026 is een bedrag opgenomen van € 12.485,- per persoon conform de meicirculaire 2025. 7
WVS - Ontwerp herziene begroting 2026
WVS neemt in haar begroting reeds een loonwaarde van 30 % (loonkostensubsidie 70 %) mee. Echter, de gemiddelde loonkostensubsidie is lager. De compensatie van het Rijk is verwerkt in de herziene begroting.
Ontwikkeltrajecten Er zijn in de ketenbegroting aannames gemaakt m.b.t. afname ontwikkeltrajecten door de ISD en het Werkplein. In de herziene begroting en de meerjarenraming is uitgegaan van de aangereikte cijfers vanuit de ketenbegroting. De tariefstelling van de trajecten is o.b.v. het gemiddelde van afgelopen jaren met een indexering conform afspraak. Er wordt gerekend met een gemiddelde looptijd van een traject van 4 maanden. Overige bedrijfsopbrengsten Dit betreft de doorberekening van de kosten van dienstverlening van WVS aan de verbonden partijen, zoals Flexkompaan BV, WVS Schoonmaak Vof en Propeople Holding BV, alsmede derdenpartijen zoals Stichting Werkwijs West-Brabant en Stichting Op Weg Naar Werk. In de herziene begroting is verondersteld dat de dienstverlening op hetzelfde niveau gehandhaafd blijft. De aanpassing van de opbrengst is op basis van het aantal fte’s dat gedetacheerd wordt. Personeelskosten SW Voor de berekening van de indexering van de lonen SW is rekening gehouden met de huidige loonafspraken. De LPO op het participatiebudget SW wordt verondersteld op 3 % voor 2026. De loonsverhoging voor de SW is op 4 % gesteld. Voor de jaren 2026 e.v. is eveneens 4 % stijging aangehouden.
Door uitstroom van in verhouding duurdere werknemers wordt daarnaast een algemene daling van de loonkosten per SW-fte verondersteld, die de loonkosten in positieve zin beïnvloedt. Vanaf 2025 is er geen tegemoetkoming loondomein meer vanuit het Rijk genaamd LIV. Een compensatie hiervoor is opgenomen in de rijksbijdrage. Overige personeelskosten SW De overige personeelskosten zijn gebaseerd op de gerealiseerde kosten 2024 en het budget 2025. Tevens is hier rekening gehouden met de uitstroom van SW-medewerkers conform de prognose vanuit de rijksoverheid. Loonkostensubsidie Begeleid Werken Het aantal BW-plaatsingen wordt constant verondersteld. Salariskosten regulier personeel Leidinggevende SW-medewerkers worden vanwege uitstroom gedeeltelijk vervangen door regulier Flexkompaan personeel. Verder wordt uitstromend leidinggevend kader ambtelijk en Flexkompaan vervangen door nieuwe Flexkompaan krachten. De omvorming tot werkontwikkelbedrijf heeft tot gevolg dat er ook nieuwe functies ontstaan die met regulier personeel moeten worden ingevuld. Herziene begroting 2026
Werkelijk 2024
Herz. begr. 2025
Herz. begr. 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Fte ambt. pers.
38,0
36,0
33,0
31,0
29,0
27,0
Gem. loonsom (€)
94.443
94.421
98.892
103.587
108.516
113.692
Tot. Sal. kst. (€ x 1.000)
3.596
3.399
3.263
3.211
3.147
3.070
Fte Flexkompaan
180,7
180,0
192,7
194,7
196,7
198,7
Gem. loonsom (€)
76.010
85.113
83.961
87.320
90.813
94.445
Tot. Sal. kst. (€ x 1.000)
13.698
15.321
16.177
16.999
17.860
18.763
Totaal Fte regulier
218,6
216,0
225,7
225,7
225,7
225,7
Totaal Sal. kst. regulier (€ x 1.000)
17.294
18.720
19.440
20.210
21.007
21.833
WVS - Ontwerp herziene begroting 2026
8
Begroting 2026
Werkelijk 2024
Herz. begr. 2025
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Fte ambt. pers.
38,0
36,0
33,0
31,0
29,0
27,0
Gem. loonsom (€)
94.443
94.421
98.892
103.587
108.516
113.692
Tot. Sal. kst. (€ x 1.000)
3.596
3.399
3.263
3.211
3.147
3.070
Fte Flexkompaan
180,7
180,0
189,7
191,7
193,7
195,7
Gem. loonsom (€)
76.010
85.113
82.377
84.672
89.099
92.663
Tot. Sal. kst. (€ x 1.000)
13.698
15.321
15.624
16.421
17.256
18.131
Totaal Fte regulier
218,6
216,0
222,7
222,7
222,7
222,7
Totaal Sal. kst. regulier (€ x 1.000)
17.294
18.720
18.887
19.632
20.403
21.201
Voor de berekening van de salarissen ambtelijk personeel is rekening gehouden met de verhoging van 5 % van de kosten voor 2026 en verder. Dit is voor Cao-stijgingen en wijzigingen in werkgeverslasten. Met de invoering van de WAB zijn de personeelsleden in Flexkompaan qua salariëring gelijk getrokken met de ambtelijke collega’s. Bij het uitwerken van de projectplannen van de impulsgelden is naar voren gekomen dat er inzet van extra (specifiek geschoold) personeel nodig is. Hiervoor is 2 fte opgenomen. Voor vervanging bij WVS Schoonmaak is 1 fte opgenomen, welke zal worden doorbelast aan WVS Schoonmaak. Loonkosten beschut werk In de Cao is sprake van een 37-urige werkweek, een pensioenvoorziening en extra secundaire arbeisvoorwaarden zoals bijv. reiskosten. De Cao Aan de Slag is voor alle schalen gekoppeld aan het nivo van het WML. Loonkosten Participanten In de begroting wordt uitgegaan van dezelfde kostenstructuur als bij beschut werk. Afschrijvingen De afschrijvingskosten in 2026 zijn gebaseerd op een behoudend investeringsbeleid. Overige bedrijfskosten Deze zijn min of meer constant verondersteld, m.u.v. de energiekosten en indexeringen.
9
WVS - Ontwerp herziene begroting 2026
2.2 Samenwerking met Werkplein en ISD De drie uitvoeringsorganisaties ISD Brabantse Wal, het Werkplein en WVS hebben het afgelopen jaar intensief samengewerkt aan een verkennend onderzoek naar de toekomst van de Participatiewet in West-Brabant West. Met informatiebulletins hebben wij u op de hoogte gehouden van de voortgang van dit onderzoek en tussentijdse inzichten. Het onderzoek is opgedeeld in 3 delen; A, over de nut en noodzaak, B, een kosten-batenanalyse, en C, een toekomstperspectief voor de gezamenlijke uitvoering. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek hebben wij een advies opgesteld voor de besturen van de drie organisaties. Op 30 juni 2025 is dit gezamenlijke eindadvies unaniem vastgesteld door de negen portefeuillehouders in de gezamenlijke bestuursvergadering. Het resultaat: een breed gedragen koers voor een toekomstbestendige uitvoering van de Participatiewet, waarin de inwoner centraal staat. Wat is er besloten? Het advies bevat concrete aanbevelingen voor verbetering op drie vlakken: dienstverlening, omgeving en systeem & cultuur. Op basis hiervan zijn de volgende besluiten genomen: •
Gezamenlijke uitgangspunten vastgesteld De drie organisaties gaan structureel samenwerken op basis van uitgangspunten als: één intake, motivatie van de inwoner als uitgangspunt, en samenwerking vanuit vertrouwen en ontwikkelgericht werken. We zoeken eerst naar oplossingen binnen de samenwerking, lukt dit niet dan kijken we gezamenlijk naar oplossingen daarbuiten.
•
Slimmer omgaan met geld Er wordt een plan opgesteld om budgetten slimmer en effectiever in te zetten, waardoor samenwerking wordt gefaciliteerd en eventuele verspilling wordt tegengegaan.
•
Samenwerking in de backoffice ISD Brabantse Wal, het Werkplein en WVS gaan op onderdelen als beleid, financiën, leren & ontwikkelen en communicatie nauwer samenwerken.
•
Opstart gezamenlijk programma De organisaties starten na de zomer met een gezamenlijk uitvoeringsprogramma. Dit moet zorgen voor regie, samenhang en voortgang in de uitvoering van het advies. Het programma heeft de naam ‘Wegwijzer’ gekregen – ‘van kans naar koers, samen vooruit’. Concrete naamgeving stimuleert draagvlak en activatie.
•
Verandertraject Als onderdeel van Wegwijzer komt er een ontwikkeltraject gericht op cultuur, samenwerking en het versterken van vakmanschap. Voor directeuren en managers is dit al gestart om zo samen te bouwen en cultuurverschillen te overbruggen. Medewerkers worden hierbij actief betrokken, onder meer via sessies, intervisies, kennisdeling en gezamenlijke casusbesprekingen.
Welke plannen worden voorbereid? De gezamenlijke aanpak van ISD Brabantse Wal, het Werkplein en WVS heeft geleid tot een breed gedragen koers voor de toekomst van de Participatiewet in West-Brabant West. In het verlengde van het vastgestelde advies zijn de concrete plannen tot en met 2027 uitgewerkt. Deze plannen zijn gericht op het verbeteren van de dienstverlening, het efficiënter inzetten van middelen en het versterken van samenwerking en vakmanschap. In onderstaande tabel zijn de belangrijkste acties en mijlpalen van het programma inzichtelijk gemaakt, zodat u in één oogopslag ziet welke stappen de komende jaren worden gezet.
WVS - Ontwerp herziene begroting 2026
10
Deze acties worden zorgvuldig voorbereid en afgestemd met medewerkers, partners en met betrokkenheid van medezeggenschap. Waarom deze koers? Het onderzoek laat zien dat de huidige uitvoering onder druk staat door versnippering, wisselende werkwijzen en onvoldoende aansluiting bij de leefwereld van inwoners. De drie organisaties kiezen bewust voor een integrale benadering vanuit de Participatiewet, waarin samenwerking geen doel op zich is, maar een middel om meer impact te maken voor inwoners. Vervolg Een groot aantal aspecten verdient nog een nadere uitwerking van de plannen, de besluitvorming hierover vindt plaats in de daarvoor bestemde gremia. Inwoners, medewerkers, de negen gemeenten en ketenpartners worden actief betrokken bij de verdere ontwikkeling. Colleges en gemeenteraden worden op de hoogte gehouden van de voortgang. Dit doen we o.a. via de monitor ‘Samenwerken aan participatie’ die u ieder kwartaal van ons ontvangt. Aantallen De ontwikkeling van onze inwoners staat voorop met de doorstroom naar betaald werk als hoogste doel. In onze 11
WVS - Ontwerp herziene begroting 2026
samenwerking streven we ernaar om met elkaar 380 inwoners (255 HvWB en 125 ISD) te ondersteunen. Dat kan met een ontwikkeltraject. Een leerroute zoals groen, logistiek, techniek, schoonmaak, productie, catering of post kan daar onderdeel van uitmaken. Maar ook wordt onderzocht of er nieuwe en effectievere leerroutes of instrumenten kunnen worden ontwikkeld. Net als in voorgaande jaren ligt ook nu het accent op de kwaliteit en minder op de kwantiteit. Aantallen activiteiten 2026
Werkplein
ISD BW
Totaal
Ontwikkeltrajecten
255
125
380
Loonwaardemetingen
100
50
150
Jobcoaching
50
5
55
WVS - Ontwerp herziene begroting 2026
12
2.3 Overzicht van baten en lasten 2024 - 2029 Het overzicht baten en lasten voor de jaren 2024 - 2029 laat met name het exploitatieresultaat vóór gemeentelijke bijdrage zien. Ook wordt het totaal exploitatieresultaat gesplitst in het subsidieresultaat (rijksbijdrage minus alle personeelskosten SW personeel) en het operationele resultaat. Conform de eisen zoals gesteld in het Besluit Begroting en Verantwoording, is WVS verplicht inzicht te geven in de overheadkosten zoals gedefineerd in de BBV. Deze opstelling vindt u in bijlage 1. bedragen x € 1.000 Herziene begroting 2026 Netto omzet derden
Werkelijk 2024
Herz. begr. 2025
Herz. begr. 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
24.249
27.160
26.772
26.164
26.098
25.643
Netto omzet deelnemende gemeenten
10.754
9.250
10.000
9.750
9.500
9.250
Grond- en hulpstof uitbesteed werk
-10.147
-12.253
-11.822
-11.579
-11.509
-11.312
Toegevoegde waarde
24.856
24.157
24.950
24.335
24.089
23.581
Rijksbijdrage Wsw
55.545
53.866
56.454
55.606
55.499
54.849
Rijksbijdrage infrastructuur
13
1.615
869
896
921
947
Loonkostensubsidie
2.920
4.489
4.855
5.483
6.131
6.817
Overige subs. overheid
3.991
3.225
4.457
4.703
4.061
4.232
Totaal bijdr. overheden
62.456
63.195
66.635
66.688
66.612
66.845
Overige bedrijfsopbr.
3.424
2.811
3.052
2.944
2.880
2.785
Totaal baten
90.736
90.163
94.637
93.967
93.581
93.211
Loonkosten SW
-56.436
-54.646
-56.747
-55.338
-54.658
-53.316
Overige pers. kstn SW
-2.805
-2.147
-2.786
-2.626
-2.525
-2.411
Verstrekte subsidies
-276
-225
-275
-275
-275
-275
Totaal pers. kstn SW
-59.517
-57.018
-59.808
-58.239
-57.458
-56.002
Kosten regulier pers.
-18.973
-19.780
-21.210
-21.980
-22.777
-23.603
Kosten beschut werk
-5.762
-6.779
-7.376
-8.379
-9.413
-10.509
Kosten participanten
-65
-1.406
-1.431
-1.517
-1.609
-1.706
Afschrijvingskosten
-2.032
-2.130
-2.590
-2.590
-2.590
-2.590
Overige bedr. kosten
-7.287
-7.329
-7.327
-6.926
-6.926
-6.926
Financieringskosten
150
-587
-387
-390
-390
-390
Incidentele baten en lasten
300
Sub-totaal overige bedr. kstn
-33.836
-38.011
-40.321
-41.782
-43.705
-45.724
Totaal bedrijfskosten
-93.353
-95.029
-100.129
-100.021
-101.163
-101.726
Result. voor gem. bijdr. en dividend
-2.617
-4.866
-5.492
-6.054
-7.582
-8.515
Gem. bijdrage
8.135
4.866
5.492
6.054
7.582
8.515
Totaal expl. result.
5.518
0
0
0
0
0
WVS - Ontwerp herziene begroting 2026
bedragen x € 1.000 Begroting 2026 Netto omzet derden
Werkelijk 2024
Herz. begr. 2025
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
24.249
27.160
27.073
26.613
26.665
26.290
Netto omzet deelnemende gemeenten
10.754
9.250
10.000
9.750
9.500
9.250
Grond- en hulpstof uitbesteed werk
-10.147
-12.253
-11.848
-11.621
-11.558
-11.358
Toegevoegde waarde
24.856
24.157
25.225
24.742
24.607
24.182
Rijksbijdrage Wsw
55.545
53.866
53.082
52.312
52.219
51.560
Rijksbijdrage infrastructuur
1.615
869
896
921
947
Loonkostensubsidie
2.920
4.489
4.763
5.278
5.790
6.317
Overige subs. overheid
3.991
3.225
3.521
3.707
3.873
4.059
Totaal bijdr. overheden
62.456
63.195
62.235
62.193
62.803
62.883
Overige bedrijfsopbr.
3.424
2.811
3.352
3.237
3.167
3.061
Totaal baten
90.736
90.163
90.812
90.172
90.577
90.126
Loonkosten SW
-56.436
-54.646
-56.882
-55.554
-54.907
-53.553
Overige pers. kstn SW
-2.805
-2.147
-2.709
-2.502
-2.402
-2.288
Verstrekte subsidies
-276
-225
-275
-275
-275
-275
Totaal pers. kstn SW
-59.517
-57.018
-59.866
-58.331
-57.584
-56.116
Kosten regulier pers.
-18.973
-19.780
-20.498
-21.242
-22.013
-22.811
Kosten beschut werk
-5.762
-6.779
-7.237
-8.066
-8.889
-9.738
Kosten participanten
-65
-1.406
-1.404
-1.461
-1.519
-1.579
Afschrijvingskosten
-2.032
-2.130
-2.130
-2.130
-2.130
-2.130
Overige bedr. kosten
-7.287
-7.329
-6.676
-6.676
-6.676
-6.676
Financieringskosten
150
-587
-387
-390
-390
-390
Incidentele baten en lasten
300
Sub-totaal overige bedr. kstn
-33.836
-38.011
-38.332
-39.965
-41.617
-43.324
Totaal bedrijfskosten
-93.353
-95.029
-98.198
-98.296
-99.201
-99.440
Result. voor gem. bijdr. en dividend
-2.617
-4.886
-7.386
-8.124
-8.624
-9.314
Gem. bijdrage
8.135
4.866
7.386
8.124
8.624
9.314
Totaal expl. result.
5.518
0
0
0
0
0
Subsidieresultaat Doelgroep
-6.945
-6.849
-10.663
-10.269
-9.984
-9.557
WVS - Ontwerp herziene begroting 2026
14
2.4 Financiële positie De afgelopen jaren is een bijdrage van de gemeenten noodzakelijk om een negatief eigen vermogen te voorkomen. In bijlage 6 is een overzicht opgenomen van de gemeentelijke bijdragen voor 2026. In bijlage 2 is de balans per ultimo opgenomen voor de jaren 2024 - 2029. In paragraaf 3.1 Weerstandsvermogen is een overzicht gegeven van ‘jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen’. Deze verplichtingen hebben een nadelige invloed op de financiële positie van WVS. Door het negatieve resultaat in de totale planperiode zal de financieringsbehoefte toenemen. Dit wordt gecompenseerd door stortingen van de gemeentelijke bijdragen. Ultimo 2024 bedroegen de langlopende leningen € 7.582.000,-. In 2025 wordt hierop € 1.381.000,- afgelost. Om aan haar financieringsbehoefte te kunnen voldoen sluit WVS rekening-courantkredieten en kasgeldleningen af. De behoefte aan krediet neemt toe vanwege de jaarlijkse aflossingen op de leningen, maar ook af vanwege de stortingen in de Algemene Reserve. Het rentepercentage voor de langlopende leningen bedraagt voor 2025 3,18 %. Voor rekeningcourantkrediet is dit percentage begroot op 0,7 % en voor kasgeldleningen op 1,35 %. Met deze financieringswijze voldoet WVS zowel aan de kasgeldlimiet als aan de norm voor het renterisico.
In bijlage 3 is een overzicht van de langlopende en de kortlopende leningen gegeven voor de jaren 2024 - 2026. De voorzieningen die WVS heeft gevormd hebben het karakter van een toekomstige financiële verplichting. Sinds 2018 wordt er een voorziening gecreëerd voor het 3e WW-jaar ambtelijk. Dit is een verplichting. Deze wordt gevormd uit een bijdrage van het ambtelijk personeel zelf. In 2022 is de voorziening spaarverlof gecreëerd voor de tegoeden die vanuit de Cao-regelingen SW en SGO worden gespaard. De toevoegingen aan en opnames uit deze voorziening hebben een onvoorspelbaar karakter. In bijlage 4 is een overzicht gegeven van het verloop van de reserves en de voorzieningen voor de jaren 2024 - 2029.
15
WVS - Ontwerp herziene begroting 2026
2.5 Risicoparagraaf Als risico’s worden beschouwd alle redelijke voorzienbare risico’s die niet in de begroting zijn verwerkt en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de omvang van de exploitatie, het exploitatieresultaat en het eigen vermogen van WVS. Ondernemersrisico WVS opereert op de commerciële markt door producten en diensten aan derden te leveren. Hierdoor heeft WVS te maken met het normale ondernemersrisico zoals het debiteuren- en voorraadrisico. Door de turbulente economische omstandigheden, is dit risico niet te onderschatten. Omvang: Het achterblijven van de TW van bijvoorbeeld 5 % levert direct een verlies op aan exploitatieresultaat van ruim € 1.200.000,-. Maatregelen: Via de interne P&C cyclus, waardoor snel achterblijvende resultaten zichtbaar zijn, spreiden van risico’s o.b.v. werksoorten, klanten en branches. Tevens werk blijven acquireren ook al is er geen stilstand. Dit vangt leegstand op, of biedt mogelijkheden voor betere rendementen. Opdrachten van deelnemende gemeenten De deelnemende gemeenten zijn belangrijke opdrachtgevers voor WVS. De gemeentelijke opdrachten vormen voor WVS ook een belangrijke inkomstenbron, maar belangrijker nog is dat gemeenten veel werk hebben waar mensen uit de doelgroep op zijn aangewezen.
Door een jaarlijkse krimp in het aantal SW-medewerkers en de beperkte instroom, komt de uitvoering van gemeentelijke opdrachten onder druk te staan. Een tijdelijke plaatsing van inwoners met een LDR-indicatie kan hier een oplossing in bieden. Omvang: De gemeentelijk omzet beslaat om en nabij een derde van de omzet van WVS. Als er door de financiële druk op de begrotingen van de gemeenten, wellicht bezuinigd wordt op opdrachten m.b.t. detacheringen en groenvoorziening, verdwijnen hierdoor banen en werk voor de doelgroep. 5 % Van de omzet van de gemeenten staat voor een bedrag van € 500.000,-. Met de geplande indienstname van inwoners uit het LDR hebben we het werk hard nodig. Maatregelen: Samen met de gemeenten bekijken waar de mogelijkheden liggen. Zorgen dat er een goede orderportefeuille is. Risico rijksbijdrage Wsw In de begroting is uitgegaan van de afbouw SW zoals het Rijk die voorziet. Voorspellen wat de ontwikkeling van de rijksbijdrage gaat doen, is lastig. Er zijn veel landelijke factoren die van invloed zijn op de rijksbijdrage per SE. Indien er grote afwijkingen zijn t.o.v. de begroting zal dit worden gemeld, en indien nodig zal een herziene begroting worden ingediend. In de begroting is uitgegaan van een compensatie van LPO van 3 %. Indien deze niet wordt ontvangen heeft dat impact op de begroting.
Door de koppeling met de Cao SW (op dit moment) is de impact beperkt. Omvang: WVS ontvangt vanuit de gemeenten de volledige subsidie Wsw. Bij overschrijding van de taakstelling is het financiële risico geheel voor WVS. Bij 10 SE is dit een risico van € 400.000,-. Maatregelen: Dit ligt buiten de invloedssfeer van WVS. Risico rijksbijdrage infrastructuur Er is door het ministerie SZW een structureel budget vastgesteld van € 63,9 miljoen voor het behoud van de infrastructuur en het realiseren van 10.000 banen extra. De landelijke groei van 10.000 banen extra vertaalt zich naar ca. 300 WVS - Ontwerp herziene begroting 2026
16
banen voor onze arbeidsmarktregio. Hiervan zijn ca. 150 tot 175 banen voor onze 9 gemeenten bestemd. In de regio is afgesproken dat de integratieuitkering sociale infrastructuur via het ontwikkelbedrijf WVS wordt ingezet. Voor de besteding van de integratieuitkering sociale infrastructuur is, in samenspraak tussen de ISD, het Werkplein, WVS en de deelnemende gemeenten, een (project)plan opgesteld. Omvang: WVS heeft berekend dat het om een bedrag van € 900.000,- gaat. Maatregelen: Dit ligt buiten de invloedssfeer van WVS. Rente risico’s De totale activa bedragen ultimo 2024 € 29.846.000,-. Hiervan is ruim 70 % gefinancierd met vreemd vermogen. Een groot deel van dit vreemde vermogen is rentedragend. De aan het vreemde vermogen verbonden rentelasten leggen een claim op de exploitatiebegroting. Alle langlopende leningen hebben een vast rentepercentage over de gehele looptijd van de lening. Derhalve is het renterisico met betrekking tot de langlopende leningen nihil. Wijzigingen in de rentestand hebben derhalve geen gevolgen voor het exploitatieresultaat. Anders ligt dit voor de kortlopende leningen. De rente hierop is variabel en de kosten hiervan fluctueren met wijzigingen in de rentestand. Momenteel is de rente stijgende. Omvang: Het renterisico op korte termijn ligt vooral bij de kasgeldleningen. Er is ultimo 2024 € 4.000.000,- aangetrokken. Daarnaast moet i.v.m.
de aflossingsverplichting elk jaar € 2.000.000,- geherfinancierd worden. Stijging van het rentepercentage met 1 % heeft een impact van € 60.000,- op de exploitatie per jaar. Maatregelen: Zorgen dat het werkkapitaal op orde is. Het aanhouden van een eigen vermogen binnen WVS verlaagt de behoefte aan vreemd vermogen. Daarnaast is het goed om de renterisiconorm en wetgeving vanuit Fido te bewaken. RVU-regeling Cao SW In de Cao SW is een RVU-regeling opgenomen. Twee jaar vóór pensioen kan een SW-medewerker ervoor kiezen om te stoppen met werken. De medewerker ontvangt dan een aangepast salaris ter hoogte van ongeveer € 2.200 bruto per maand (bij fulltime dienstverband). De medewerker is dan vrijgesteld van werk tot de pensioendatum en blijft in dienst zodat de aanspraak op de rijksbijdrage blijft bestaan. Er is echter geen inverdienvermogen. Gezien de vergrijzing binnen de SW is het mogelijk dat een steeds groter wordende groep hier gebruik van gaat maken. Omvang: Bij deelname van 20 fte zal de daling in toegevoegde waarde (o.b.v. gemiddelde TW per fte) € 200.000,bedragen. Maatregelen: WVS heeft hier geen invloed op. Natuurlijk zal WVS de gevolgen zoveel mogelijk proberen te compenseren door productie efficiëncy. RVU-regeling Cao SGO In de Cao SGO is een nieuwe regeling opgenomen.
Onder bepaalde voorwaarden kan een SGO-medewerker ervoor kiezen om net voor de pensioendatum te stoppen met werken. De medewerker ontvangt dan een aangepast salaris ter hoogte van ongeveer € 2.200 bruto per maand (bij fulltime dienstverband). De medewerker is dan vrijgesteld van werk tot de pensioendatum. WVS zal deze medewerker moeten vervangen terwijl er nog wel kosten doorlopen m.b.t. de vertrekkende medewerker. Omvang: Bij deelname van 5 fte zullen de extra kosten € 171.000 bedragen. Maatregelen: WVS heeft hier geen invloed op.
17
WVS - Ontwerp herziene begroting 2026
Jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Volgens het BBV dienen de verplichtingen die gerelateerd zijn aan de jaarlijks terugkerende arbeidskosten niet als verplichting in de balans te worden opgenomen. Bij de beoordeling van het weerstandsvermogen van WVS dienen ze wel te worden meegenomen. Deze verplichtingen worden in de begroting opgenomen op het moment dat ze tot betaling leiden. Het risico m.b.t. het oplopen van de verlofsaldi is dat er bij het einde van een dienstverband veel verlof wordt opgenomen, en er dan vervanging moet worden aangenomen, voor de uitdienst datum. Omvang: Het betreffen de volgende verplichtingen: • •
Vakantiegeldverplichtingen (waarde per ultimo 2024 € 2.140.000,-) Verloftegoeden (waarde per ultimo 2024: € 3.322.000,-)
Maatregelen: Gezien de daling van het aantal personeelsleden, zal ook deze post dalen in hoeveelheid verlofuren. Dit geldt tevens voor de vakantiegeldverplichting. De loonsom daalt en daarmee ook de verplichting. M.b.t. de verloftegoeden, gelden ook binnen WVS de reguliere regels vanuit de cao’s. Binnen de Cao SW en de Cao SGO bestaat een regeling “spaarverlof”. Hierdoor kunnen medewerkers verlofuren sparen. Hierdoor loopt op persoonsnivo het saldo op. De omvang van de spaarverlof regeling is te vinden onder de voorziening spaarverlof. Uitstroom van SW-kader De capaciteiten van de SW-instroom is sinds 1998 (invoering nieuwe Wet sociale werkvoorziening) minder dan de gemiddelde SW-populatie van vóór 1998. Dit betekent dat kaderfuncties die momenteel zijn ingevuld door SWmedewerkers in geval van vervanging door pensionering of anderszins, niet meer door SW-medewerkers kunnen worden ingevuld omdat bij de huidige instroom de benodigde capaciteiten hiervoor ontbreken. Dit betekent dat extra regulier personeel moet worden aangetrokken om deze opengevallen plaatsen in te nemen. Omvang: Bij vervanging van een SW-medewerker door een reguliere kracht missen we de rijksbijdrage voor die plaats. Dit is voor 2026 een bedrag van € 40.339,- per fte inclusief LPO.
Maatregelen: Uiteraard wordt getracht eventuele vacatures op een andere wijze in te vullen door herverdeling van taken en het niet vervangen van uitstroom van indirecte functies, maar dit is niet altijd mogelijk. Indien een SW-medewerker 1 op 1 vervangen moet worden, is het verschil in kosten, de rijkssubsidie. Door de instroom van de doelgroep beschut werk stijgt de begeleidingsbehoefte t.o.v. de oude doelgroep SW. Vergoeding begeleidingskosten beschut werk De uitvoering van beschut werk ligt volledig bij WVS. De aanmelding voor een indicatie beschut werken loopt via de ISD en het Werkplein. De indicatie wordt afgegeven door het UWV. Vanaf 1 januari 2017 mogen burgers zich rechtstreeks melden bij het UWV voor het aanvragen van een indicatie beschut werk. Dit leidt tot wat meer indicaties beschut werk. De realisatie van de instroom is opgenomen conform de planning afgegeven door het Rijk. De feitelijke instroom is afhankelijk van het aantal door het UWV geindiceerde kandidaten die via de ISD en het Werkplein kunnen worden aangeleverd. Omvang: De aantallen ‘beschut werk’-plaatsingen kunnen achterblijven op de fictieve taakstellingen. WVS heeft haar begeleidingsorganisatie zo ingericht dat zij conform de fictieve taakstellingen personen in dat jaar kunnen plaatsen. Indien er niet of minder geplaatst wordt, heeft WVS wel de kosten, maar niet de vergoeding hiervoor.
Maatregelen: I.o.m. de werkpleinen zorgen voor een goede instroom, zodat de dekking geregeld is, of kijken naar afspraken m.b.t. minimale afname van ontwikkeltrajecten.
WVS - Ontwerp herziene begroting 2026
18
Ontwikkeltrajecten De inschattingen voor afname ontwikkeltrajecten voor de jaren 2026-2029 zijn gebaseerd op de meerjaren afspraken. Indien de aantallen naar beneden worden bijgesteld, zal dit invloed hebben op het resultaat van WVS. Indien de ontwikkeltrajecten niet worden ingevuld mist WVS dekking voor de begeleidingsorganisatie. Omvang: De aantallen of de gemiddelde duur van ontwikkeltrajecten kunnen achterblijven op de afgesproken aantallen. WVS heeft haar begeleidingsorganisatie zo ingericht dat zij de personen in dat jaar kunnen plaatsen. Indien er niet wordt geplaatst mist WVS de dekking voor de begeleidingsorganisatie. Maatregelen: In overleg met de werkpleinen zorgen voor een goede geleidelijke instroom en zo mogelijk volledige instroom van de afspraken. Academie In het kader van de ontwikkeling van inwoners die geen arbeidskwalificatie hebben heeft WVS de ‘Academie’ opgezet om inwoners via de praktijkroute op te leiden richting een branche waar voldoende werkgelegenheid is om een duurzame inzet mogelijk te maken. Middels praktijkcertificaten, die erkend worden door het MBO en werkgevers, kan een kandidaat aantoonbaar maken dat hij/zij beschikt over kwalificaties om bepaalde werkzaamheden uit te kunnen voeren. Omvang: De aantallen kunnen achterblijven op de verwachte aantallen terwijl de begeleidingsorganisatie hierop ingericht is.
Indien er niet wordt geplaatst mist WVS dekking voor de begeleidingsorganisatie. Maatregelen: In overleg met met werkpleinen, onderwijsinstellingen en werkgevers zorgen voor een geleidelijke in- en doorstroom van de kandidaten zodat voldoende dekking is om de praktijkopleiding te financieren. Wet Waadi (Wet allocatie arbeid door intermediairs) Er ligt een wetsvoorstel om de Wet Waadi aan te passen. In de basis dienen de medewerkers die worden ingezet via uitzending of detachering betaald te worden volgens de Cao van de inlenende partij. Voor de medewerkers werkend onder de Cao’s SW en Aan de Slag geldt er momenteel een vrijstelling. Met het huidige wetsvoorstel zal deze vrijstelling komen te vervallen. Dit zal negatief uitwerken voor medewerkers van werkontwikkelbedrijven. • Werknemers krijgen dan te maken met een fluctuerend inkomen met gevolgen voor aanvullende bijstands- en WIA uitkering en eventuele toeslagen. • Het succesvolle instrument van detachering van mensen met een ondersteuningsvraag wordt onaantrekkelijker (duurder) voor werkgevers. • Grote bureaucratische rompslomp voor werkontwikkelbedrijven omdat er afgestemd moet worden met honderden Cao’s van werkgevers waar mensen met begeleiding werken. • De banenafspraak komt hierdoor onder druk te staan vanwege de betaalbaarheid.
In het nieuwe wetsvoorstel met betrekking tot de Waadi wordt, net als onder de huidige wet, een uitzondering gemaakt voor de medewerkers vallend onder de Cao SW en de beschut werk-geïndiceerden vallend onder de Cao Aan de Slag. Voor deze groepen blijft een vrijstelling voor de Wet Waadi van kracht. Dit geldt niet voor de inwoners die vallen onder de doelgroep banenafspraak. Dat zal een negatief effect hebben op de plaatsingsmogelijkheden en de uitvoering van de re-integratietrajecten wordt een stuk duurder. Omvang: WVS heeft deze nieuwe ontwikkeling nog niet doorgerekend, maar gedacht moet worden aan fikse loonstijgingen of aan omzetdaling bij herplaatsing binnen de werkbedrijven. Maatregelen: WVS heeft hier geen invloed op. Vanuit Cedris loopt een lobby om deze vrijstelling weer terug in het nieuwe wetsvoorstel op te laten nemen. WVS gaat zich verder beraden over eventueel te nemen maatregelen. 19
WVS - Ontwerp herziene begroting 2026
3. Overige begrotingsinformatie 3.1 Weerstandsvermogen In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in het vermogen van WVS om risico’s (zie paragraaf 2.4) die niet in de begroting zijn verwerkt op te vangen door middel van financiële buffers, genoemd weerstandscapaciteit. De relatie tussen weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen, wordt weerstandsvermogen genoemd. In verband met de invoering van het BBV (2004) is het niet meer toegestaan de vakantiegeldverplichting als zodanig onder de schulden op te nemen. Deze verplichting (ultimo 2024 € 1.785.000,-) wordt niet in de balans opgenomen. Als financiële buffer voor het opvangen van tegenvallers voortvloeiende uit de hiervoor genoemde risico’s dienen de reserves (eigen vermogen). Deze bedroegen per ultimo 2023 € 3.000.000,- exclusief bestemmingsreserves. Daarnaast fungeren de deelnemende gemeenten als vangnet voor WVS, doordat ze uiteindelijk - voor zover de reserves ontoereikend zijn - het exploitatietekort voor hun rekening nemen. In een bestuursbesluit in 2011 is vastgelegd dat de bandbreedte voor de reserves is vervallen en dat de bestemmingsreserve is toegevoegd aan de algemene reserve. Exploitatieverliezen moeten van de algemene reserve worden afgeboekt.
In 2024 is door Deloitte Accountants onderzocht wat het meest passende niveau van het weerstandsvermogen van WVS is, rekening houdend met de liquiditeitsbehoefte en de financiële risico’s. Het gaat hierbij dan met name om risico’s die onvoorzien zijn en waarvoor op korte termijn dekking gevonden moet worden. Uit het onderzoek van Deloitte is gebleken dat een weerstandsvermogen van € 7.000.000,- voor WVS noodzakelijk is. Dit bedrag past binnen de in de Nota Verbonden Partijen aangegeven bandbreedte. Een reserve van € 7.000.000,- is ten opzichte van de begrote lasten in de begroting 2026 een percentage van 7 %. Het algemeen bestuur heeft naar aanleiding van het advies van Deloitte op 1 juli 2024 besloten om spelregels vast te stellen met betrekking tot de reserve van WVS. Eén van de spelregels is dat, mits het financiële resultaat dit toestaat, de algemene reserve geleidelijk zal groeien tot maximaal € 7.000.000,-. Tot en met ultimo 2024 bedraagt de reserve € 4.000.000,-. Bij de vaststelling van de jaarrekening 2024 is in juni 2025 besloten om ten laste van het financiële resultaat 2024 een bedrag van € 2,5 miljoen toe te voegen aan de algemene reserve van WVS. De totale algemene reserve stijgt hierdoor naar € 6,5 miljoen.
3.2 Wet Open Overheid Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid De Wet open overheid (Woo) is per 1 mei 2022 in werking getreden en is de opvolger van de Wet openbaarheid bestuur (Wob). In deze paragraaf wordt beschreven hoe WVS invulling geeft en gaat geven aan de Woo. Passieve openbaarmaking In 2023 heeft WVS de rol van Woo-contactfunctionaris ingevuld. Contactgegevens zijn opgenomen op de website en intern gecommuniceerd. De Woo-contactfunctionaris is het eerste aanspreekpunt om vragen te beantwoorden over de beschikbaarheid van publieke informatie en om eventuele Woo-verzoeken te behandelen. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om 11 benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze verplichting geldt niet voor alle 11 categorieën tegelijk. WVS zorgt ervoor dat de verplichte informatiecategorieën actief gepubliceerd worden conform de daarvoor geldende regels. Zodra dit mogelijk is, wordt WVS aangesloten op het landelijke platform, zoals de Woo voorschrijft. Zolang er nog geen verplichting c.q. mogelijkheid is om bepaalde categorieën documenten te publiceren op het landelijke platform zal WVS openbare stukken blijven publiceren op de eigen website.
WVS - Ontwerp herziene begroting 2026
20
Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding op orde wordt gebracht. Dit is een randvoorwaarde om uitvoering te geven aan openbaarheid. Dit betekent dat er maatregelen moeten worden genomen om informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden. WVS is bezig met het optimaliseren van de digitale informatiehuishouding.
21
WVS - Ontwerp herziene begroting 2026
Bijlage 1. Overhead 2026 en meerjarenraming 2027-2029 Baten Netto omzet Mutatie voorraad GP en OHW
Herz. begr. 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
500
513
525
538
0
0
0
0
Grond- en hulpstoffen uitbesteed werk
-250
-256
-263
-269
Toegevoegde waarde
250
256
263
269
Bijdrage overheden
4.500
4.500
4.500
4.500
Overige opbrengsten
108
111
113
116
Subtotaal
4.608
4.611
4.613
4.616
Totaal Baten
4.858
4.867
4.876
4.886
Personeelskosten
-11.234
-11.234
-11.234
-11.234
Overige bedrijfskosten
-3.061
-3.138
-3.216
-3.296
Totaal bedrijfskosten
-14.295
-14.372
-14.450
-14.530
Rentebaten- en lasten
-387
-390
-390
-390
Totaal lasten
-14.682
-14.762
-14.840
-14.920
Resultaat
-9.824
-9.895
-9.964
-10.035
Lasten
WVS - Ontwerp herziene begroting 2026
22
Bijlage 2. Balans 2024 - 2029 (x € 1.000)
Activa
2024
Prognose 2025
Herz.begr. 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Materiële activa
16.008
16.500
18.500
18.500
18.500
18.500
Financiële activa
18
18
18
18
18
18
Totaal vaste activa
16.026
16.518
18.518
18.518
18.518
18.518
Voorraden
1.134
1.100
1.100
1.100
1.100
1.100
Vorderingen
10.562
7.000
7.000
7.000
7.000
7.000
Overlopende activa
1.051
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
stand per ultimo
Vaste activa
Vlottende activa
Liquide middelen
1.023
0
204
0
0
0
Totaal vlottende activa
13.770
9.100
9.304
9.100
9.100
9.100
Totaal activa
29.796
25.618
27.822
27.618
27.618
27.618
4.000
9.518
6.500
6.500
6.500
6.500
Passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve
0
0
0
0
0
0
Storting gemeenten
8.135
4.866
7.386
8.124
8.624
9.314
Onttrekking gemeenten
0
-3.018
0
0
0
0
Nog te bestemmen resultaat
-2.617
-4.866
-5.492
-6.054
-7.582
-8.515
Totaal eigen vermogen
9.518
6.500
8.394
8.570
7.542
7.299
Voorzieningen
1.708
1.728
1.728
1.728
1.728
1.728
Langlopende leningen
7.582
9.200
7.700
9.200
7.900
6.600
3.221
3.000
3.000
3.000
3.000
3.000
Kortlopende schulden Crediteuren Rekeningcourantkrediet
23
0
190
0
120
448
991
Kasgeldleningen
4.000
2.000
4.000
2.000
4.000
5.000
Overlopende passiva
3.767
3.000
3.000
3.000
3.000
3.000
Totaal kortlopende schulden
10.988
8.190
10.000
8.120
10.448
11.991
Totaal passiva
29.796
25.618
27.822
27.618
27.618
27.618
Eigen vermogen in % van totaal vermogen
31,9
25,4
30,2
31,0
27,3
26,4
Werkkapitaal
8.475
5.100
5.100
5.100
5.100
5.100
WVS - Ontwerp herziene begroting 2026