CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

5 b&w Eindrapportage project 'Integrale vraagverheldering en aanpak Doelgroep C'

commissie Maatschappelijke Aangelegenheden 28 november 2023, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken4.970 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad Rucphen Postbus 9

Onze referentie: Uw referentie:

4715 ZG RUCPHEN

Behandelaar: Telefoonnummer:

Rucphen, Onderwerp:

2 1 JUN 2023 Eindrapportage project 'Integrale vraagverheldering en aanpak Doelgroep C'

Geachte raad, Eén van de projecten uit het Plan van Aanpak voor de doorontwikkeling Sociaal Domein is 'integrale vraagverheldering en aanpak Doelgroep C'. Dit project is in 2022 uitgevoerd door MEE West-Brabant. Met deze brief informeren wij u over de bevindingen uit dit project. Waarom dit project? Al enkele jaren beslaat de groep inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt een ruime meerderheid van ons uitkeringsbestand. Het project is ontstaan uit de behoefde om een beeld te krijgen van hoe het met deze mensen gaat en of zij de hulp en ondersteuning krijgen die zij nodig hebben om zoveel als mogelijk op eigen kracht mee te kunnen doen in de samenleving. MEE West-Brabant is daarom met een klein deel van deze doelgroep in gesprek gegaan. Voor het project zijn inwoners geselecteerd die vanuit de taak van het Werkplein (bemiddeling naar arbeid) als 'niet ontwikkelbaar' worden gezien, met een leeftijd tot en met 49 jaar en die korter dan drie jaar een uitkering ontvangen. De doelstellingen van het project zijn behaald Op basis van de eindrapportage (zie bijlage) kunnen conclusies worden getrokken met betrekking tot de verschillende doelstellingen die vooraf voor dit project zijn geformuleerd: 1) Zicht krijgen op de bestaande problematieken bij deze doelgroep Door middel van de Zelfredzaamheidsmatrix is de problematiek van de gesproken inwoners in kaart gebracht.

De uitkomsten bevestigen de verwachting dat de problematiek van deze doelgroep complex is en verspreid over verschillende leefgebieden (multiproblematiek). Binnen het project waren de meest voorkomende problematieken een arbeidsbeperking, psychische kwetsbaarheid en laaggeletterdheid/taalproblemen. Daarnaast is in de eindrapportage een beschrijving gegeven van verschillende casussen die in het project voorbij zijn gekomen. Dit geeft een beeld van de situaties waarin zij verkeren en de uitdagingen die zij ervaren, waardoor de stap naar participatie/werk niet eenvoudig te maken is. Binnentuin 1 Postbus 9 4715 ZG Rucphen T: 0165 34 95 00 F: 0165 34 13 75 Banknummer: 2850 07 319 IBAN: NL37BNGH0285007319 KvK-nr. 20164997 Gemeente Rucphen

Rucphen

Schijf

Sprundel

St. Willebrord

Zegge

gemeente@rucphen.nl www.rucphen.nl

2) Hiaten in de huidige aanpak in beeld brengen De achterliggende vraag bij deze doelstelling was of de gemeente vanuit haar zorgplicht een aanvullende taak heeft voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Op basis van de bevindingen uit dit project lijkt dit niet het geval. Er is vanuit het Werkplein voldoende zicht op en aandacht voor de verschillende problematieken van de inwoner en de ondersteuning die hiervoor nodig is. Een goede samenwerking met het sociaal domein is hierbij van belang, zodat de inwoner naar de juiste partner kan worden doorverwezen. 3) Passende ondersteuning bieden, waardoor problemen kunnen worden opgelost Naast de brede vraagverheldering is, indien wenselijk, ook ondersteuning geboden door MEE. Bij veel inwoners was al voldoende en adequate ondersteuning aanwezig of in gang gezet. In een aantal gevallen hebben de gesprekken en ondersteuning door MEE wel een stimulerend effect gehad op deze lopende trajecten. 4) Dat het perspectief op deelname aan de samenleving, mogelijk zelfs op termijn op werk, voor deze mensen toeneemt De conclusies met betrekking tot deze doelstelling zijn divers. In sommige gevallen is de inwoner, al dan niet door de inzet vanuit dit project, stappen aan het zetten om weer te gaan participeren. Voor anderen is dat (nog) niet haalbaar; zij hebben meer tijd nodig om stabiliteit te krijgen en te houden in hun leven.

Bevindingen en aanbevelingen sluiten aan op lopende ontwikkelingen De eindrapportage sluit af met een aantal bevindingen en aanbevelingen. Eén ervan halen we graag even aan. In vrijwel alle gevallen lijkt de band met de klantmanager vanuit het Werkplein Hart van WestBrabant goed te zijn. Er is vertrouwen en ruimte voor ontplooiing. Het lijkt er dan ook op dat het verstandig is om het meest kwetsbare deel van doelgroep C bij het Werkplein te laten. Vanwege de verplichtingen die voortvloeien uit het hebben van een uitkering vanuit de Participatiewet, blijft deze doelgroep op deze manier in beeld. Door het regelmatige contact met de klantmanager is er een vast persoon die een signalerende en adviserende rol heeft ten opzichte van de inwoner. Korte lijnen met het sociaal domein zijn hiervoor wel essentieel, zodat de inwoner via deze weg ook naar de juiste partijen doorverwezen kan worden. De integrale samenwerking binnen het Sociaal Domein en in het bijzonder de lokale aansluiting van medewerkers van het Werkplein zijn ontwikkelingen die bij deze bevindingen aansluiten. De integrale vraagverheldering en aanpak uit het project wordt daarmee geborgd binnen onze reguliere dienstverlening. Dit neemt niet weg dat een deel van onze inwoners nooit de stap naar betaald werk zal kunnen zetten.

Voor deze groep is het al mooi als ze een stabiel en zelfstandig leven hebben, waarbij andere zorg en hulpverlening minder of niet nodig is. In die situaties is de inzet gericht op investeren in het welzijn van onze inwoners, in plaats van het realiseren van uitstroom uit de uitkering. De projectdoelstellingen zijn zoals vermeld behaald. Tegelijkertijd stelt het ons teleur dat de uitkomsten weinig perspectief bieden om deze mensen toe te leiden naar werk. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Rucphen, desec-Fetaris, de burgera

ster, 0

1

Marjol n vaten-der MeerMohr

i

West-Brabant

Eindrapportage Project `integrale vraagverheldering en aanpak Doelgroep C' Aanleiding Al enkele jaren beslaat Doelgroep C* een ruime meerderheid van het uitkeringsbestand bij Werkplein Hart van West-Brabant. Op peildatum ljuli 2021 is 70% van de inwoners van de

gemeente Rucphen ingedeeld in deze categorie. Een deel van deze uitkeringsgerechtigden participeert via Werkplein Actief of maakt gebruik van andere re-integratie instrumenten, aangeboden door Werkplein Hart van West-Brabant. Echter is er ook een deel van deze doelgroep die te kampen heeft met dusdanige complexe problematiek dat participatie (tijdelijk) niet haalbaar is. Vaak hebben deze inwoners te maken met problematiek op verschillende levensgebieden. In de herijkte opdracht aan het Werkplein (2020) is over deze groep inwoners opgenomen: We streven naar een inclusieve arbeidsmarkt, waarop iedereen met arbeidsvermogen in staat is om mee te doen. We vertrouwen erop dat de meeste inwoners voldoende zelfredzaam zijn om een plek op de arbeidsmarkt te verwerven en te behouden. Inwoners met arbeidsvermogen die het (tijdelijk) niet lukt om te participeren op de arbeidsmarkt ondersteunen we. We ondersteunen in de vorm van een financieel vangnet en bij hun groei en ontwikkeling naar een betaalde baan. Wij realiseren ons daarbij dat er inwoners met arbeidsvermogen zijn waarvoor een betaalde baan (even) niet haalbaar is. Voor deze inwoners zorgen we met onze partners in het sociaal domein voor ondersteuning bij

hun groei en ontwikkeling zodat ze naar vermogen meedoen in de samenleving. Met het project "Integrale vraagverheldering en aanpak Doelgroep C" heeft MEE West-Brabant de opdracht mogen uitvoeren om te onderzoeken welke invulling de gemeente Rucphen aan de groei van deze inwoners zou kunnen aanbieden en wat de rol van de gemeente hierin zou kunnen zijn.

*Doelgroep C: Door het Werkplein worden personen in doelgroep C ingedeeld als: -

-

-

-

de inschatting is dat zij duurzaam niet in staat zijn het wettelijk minimumloon te verdienen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit objectieve rapportages maar kan ook blijken uit eerdere trajecten die niet succesvol waren. de inschatting is dat er geen structurele groei mogelijk is in de arbeidsontwikkeling vanwege de (vastgestelde) medische en/of sociale belemmeringen. Meerdere onderzoeken hebben aangetoond dat er geen reële mogelijkheden zijn. zij een indicatie beschut werken van het UWV hebben. zij alleen met ondersteuning maatschappelijke activiteiten kunnen verrichten zoals vrijwilligerswerk en sociale activering. er sprake is van ernstige verslavingsproblematiek, waarvoor (nog) geen behandeling is gestart. de beheersing van de Nederlandse taal onvoldoende is. De persoon is analfabeet en/of het taalniveau zit nog onder niveau A2. Dit kan worden aangetoond doordat hij is vrijgesteld van inburgeringsplicht en/of bewijsstukken heeft waaruit blijkt dat kandidaat niet verder leerbaar is. er sprake is van schuldenproblematiek. Schuldhulpverlening is (nog) niet gestart.

West-Brabant

In het algemeen is het zo dat er bij kandidaten in deze doelgroep sprake is van multi-problematiek. Bij multi-problematiek hebben we het over personen waarbij problemen zich opstapelen. De oorzaken en gevolgen lopen dwars door elkaar heen en zijn even divers als hardnekkig: psychische klachten, een verstandelijke beperking, verslaving, schulden, werkloosheid, falende maatschappelijke integratie enzovoorts. We willen hen de juiste ondersteuning bieden zodat zij zoveel als mogelijk op eigen kracht mee kunnen doen in de samenleving.

De projectopdracht Vierentwintig reeds geselecteerde niet-ontwikkelbare doelgroep C-kandidaten (leeftijd tot 49 jaar en korter dan 3 jaar in de uitkering) worden door een cliëntondersteuner van MEE West-Brabant actief benaderd, in samenwerking met het Werkplein. De cliëntondersteuner van MEE West-Brabant voert

brede vraagverheldering uit vanuit de visie Sociale Netwerkversterking en positieve gezondheid. Daardoor wordt inzichtelijk wat de problemen zijn en worden er in het sociaal domein mogelijkheden

gezocht om de inwoner te ondersteunen en/of tot duurzame oplossingen te komen. Uitgangspunt hierbij is de eigen regie van inwoner en zijn netwerk optimaal benutten.

Projectdoelstellingen 1) Zicht krijgen op de bestaande problematieken bij deze doelgroep; 2) Hiaten in de huidige aanpak in beeld brengen; 3) Passende ondersteuning bieden (voor zover deze nog ontbreekt), waardoor problemen kunnen worden opgelost; 4) Het perspectief op deelname aan de samenleving voor deze mensen neemt toe.

Hoe het begon Op 1 oktober 2021 is de gemeente Rucphen in samenwerking met MEE West-Brabant met het

project "Integrale vraagverheldering en aanpak Doelgroep C" gestart. Bij aanvang is MEE West-Brabant samen met de gemeente en Werkplein Hart van West-Brabant begonnen met het in kaart brengen hoe inwoners bereikt konden worden, rekening houdend met de

geldende AVG-wetgeving. Na veel overleg en onderzoek is hier een goede en werkbare constructie voor gevonden in samenwerking met de gemeente Rucphen en Werkplein Hart van West-Brabant. Mede door de toenemende Coronabesmettingen aan het einde van 2021 en de kerstperiode is er besloten om de eerste brieven voor het project te versturen vanaf januari 2022 en de looptijd van het project te verlengen tot december 2022.

L

West-Brabant

De aanpak In samenwerking met de klantmanagers van het Werkplein is bepaald op welke wijze de inwoners benaderd zouden worden, waarna de cliëntondersteuner van MEE West-Brabant de inwoner persoonlijk gesproken heeft.

Cliënt is een jonge dame met ernstige

Door middel van een brede vraagverheldering op alle levensgebieden heeft de cliëntondersteuner in beeld gebracht hoe het gaat met deze inwoners en welke

fysieke klachten en een

behoeftes er spelen bij deze doelgroep.

haar huishouden op orde te houden. Ze

Met, voor en door de inwoner is er ondersteuning op maat geboden, waar dit wenselijk was.

Uitgangspunt hierbij is altijd dat de eigen regie en eigen kracht van de inwoner centraal staat in de ondersteuning die MEE West-Brabant biedt. Er wordt ten allen tijde gestreefd naar een duurzame oplossing waarbij, wanneer mogelijk, het netwerk van de inwoner betrokken wordt.

Gespreksresultaten Niet alle inwoners die een brief hebben gekregen vanuit het Werkplein Hart van West-Brabant wilden een persoonlijk gesprek met de cliëntondersteuner van MEE West-Brabant of wilden niet dat de cliëntondersteuner op huisbezoek zou komen. Daarom zijn een aantal gesprekken telefonisch gedaan en hebben er een aantal gesprekken plaatsgevonden op de locatie van het gemeentehuis in Rucphen. Mensen die niet mee wilden werken hadden veelal te maken met angststoornissen, verslaving of een burn-out. De gesprekken die met de doelgroep gevoerd zijn, zijn door de cliëntondersteuner ervaren als openhartig, eerlijk en

gelijkwaardig. De problematiek bij de doelgroep bleek, zoals vooraf verwacht, veelal complex en op meerdere levensgebieden. Maar ook zijn er mensen gesproken die op hun eigen

verslavingsverleden. Door haar fysieke beperking is het voor haar moeilijk om gaf echter aan dat ze het lastig vindt om een vreemde in huis te hebben en heeft er moeite mee dat er over haar gepraat zou worden. Ze heeft last van een schaamtegevoel. Toch zag cliënt wel het nut in van het aanvragen van een indicatie voor Huishoudelijke Ondersteuning bij de WMO. Daardoor zou ze immers meer rust creëren voor zichzelf. Ze stond echter op de wachtlijst voor een operatie, die deze zomer is uitgevoerd. In de herstelperiode had cliënt hulp vanuit haar privé netwerk bij het schoonmaken van haar huis. Samen deden ze in deze periode het huishouden. Dit bleek zo goed te gaan dat cliënt en haar netwerk hebben besloten om de regeling zo te houden. Hierdoor moet er geen aanspraak meer gemaakt worden op de voorziening vanuit de gemeente en wordt zij toch geholpen. Het traject bij MEE West-Brabant is daarom afgesloten.

tempo stappen aan het zetten waren om weer deel te nemen aan de maatschappij. Zij kwamen wel uit een situatie waarin participatie niet mogelijk was en het uitzicht op verbetering onduidelijk was.

Ow- West-Brabant

Psychische problematiek en beperkingen Het grootste deel van de gesproken inwoners kampt met psychische problematiek al dan niet in combinatie met een fysieke of verstandelijke beperking.

In veel gevallen is behandeling of begeleiding reeds ingezet. En in een aantal andere gevallen is behandeling aangevraagd, maar staan deze inwoners nog op de wachtlijst. Soms hebben deze inwoners ter overbrugging gesprekken met de praktijkondersteuner van de huisarts of met de huisarts zelf.

In september spreek ik een jongeman met autisme en ernstige psychische problematiek. Cliënt heeft behandeling voor zijn depressieve periodes. Wanneer het relatief goed met hem gaat, dan kan hij ondersteunen in het huishouden. Wanneer het slecht met hem gaat, draait hij zijn dag- en nochtritme om. Het kost hem dan moeite om weer terug om te schakelen. Dit lukt hem niet zonder professionele behandeling. Hij heeft ook een begeleidingsindicatie voor begeleiding aan huis. Omdat hij met meerdere familieleden in een huis woont heeft hij niet meer nodig. Hij geeft echter aan dat werken op dit moment niet haalbaar is, maar hij hoopt dat het in de toekomst wel zal gaat lukken.

Cliënt is een man met ernstig trauma en vastgesteld autisme en chronische fysieke klachten. Hij heeft diverse keren gewerkt, maar valt altijd uit door zijn fysieke klachten. Hij ervaart dagelijks veel pijn en heeft ook veel last van overprikkeling door zijn autisme. Hij heeft veel behoefte aan rituelen, structuur en duidelijkheid. Voor zijn trauma wil hij graag behandeling, maar hij vindt het moeilijk om zijn verhaal met de huisarts te delen. Begeleiding vanuit MEE West-Brabant is erop gericht om hem hierin te ondersteunen, dusdanig dat hij de juiste behandeling gaat krijgen. Aan het einde van het traject heeft cliënt een doorverwijzing naar een behandelaar en goed contact met zijn huisarts.

West-Brabant

Vluchtelingen Een deel van de gesproken inwoners zijn nieuwkomers in Nederland en volgden nog inburgering- en taalonderwijs. De meeste van deze inwoners lijken in de toekomst wel in staat te zijn om betaalde arbeid te gaan verrichten. Zij geven allen aan graag in de gemeente te wonen. Ze kennen allemaal de weg naar Vluchtelingenwerk en voelen zich gehoord en geholpen. Ze waren al bekend met de openingstijden en maakten hier ook allemaal gebruik van wanneer nodig. De mensen die momenteel in Doelgroep C vallen geven ook aan goed contact te hebben met hun klantmanager van het Werkplein.

Ik spreek voor het project een jongeman

Cliënt komt naar de afspraak bij de

die sinds 2 jaar in Nederland woont.

gemeente in zijn scootmobiel. Hij loopt

Cliënt en zijn vrouw wonen sinds 1 jaar

zeer moeizaam met een stok. Hij geeft

samen met hun kinderen in de gemeente Rucphen. Cliënt geeft aan dat

aan in zijn land van herkomst ziek

hij best al gewend is aan Nederland,

geweest te zijn en hierdoor invalide te zijn geraakt. Cliënt gaat naar

maar hij heeft nog weinig sociale

Nederlandse les met de taxi. Hij spreekt

contacten in de buurt. Nederlanders zijn

nog niet zo goed Nederlands, maar zijn

nogal op zichzelf merkt hij. Hij gaat om-

vrouw al wel. Ze redden zich prima geeft

en-om met zijn vrouw naar Nederlandse

hij aan. Ze wonen in een fijn huis. Hij

les in Etten-Leur. Er is op deze manier altijd iemand thuis voor de kinderen. Hij

heeft een nieuwe klantmanager bij het werkplein, maar hij weet niet wie. Hij

vindt de taal nog moeilijk, maar hij

heeft echter nog wat vragen over

spreekt het al best redelijk. Zijn oudste

vergoedingen. De cliëntondersteuner

kinderen gaan naar school en zij spreken

heeft voor hem navraag gedaan en de

de taal al heel erg goed. Op school heeft

nieuwe contactpersoon aan hem

hij wel wat sociale contacten opgedaan,

doorgegeven. Hij kan nu zijn declaraties weer zelf regelen. Betaald werk zal voor

waarmee hij ook contact heeft buiten school. Hij komt ook vaak naar het spreekuur van Vluchtelingenwerk. Zij helpen hem heel erg goed geeft hij aan.

cliënt altijd lastig blijven. Hij is slecht ter been, maar heeft dagelijks ook veel pijn.

Cliënt en zijn vrouw wonen sinds ca 2 jaar in gemeente Rucphen. Ze wonen met hun baby'tje in een klein appartement met 1 slaapkamer. Ze willen graag een groter huis, zodat de baby een eigen kamertje krijgt. Hiervoor krijgen ze hulp van Vluchtelingenwerk. Helaas is er ook iets misgegaan met de toeslagen en moet het gezin een groot bedrag terugbetalen. Hij is hiervoor ook al naar Vluchtelingenwerk geweest. Hij wordt hier goed mee geholpen geeft hij aan. Al maakt hij zich hier wel zorgen over. Hij volgt Nederlandse les, zijn vrouw heeft nu nog vrijstelling vanwege de baby. Maar als deze oud genoeg start zij ook weer. Cliënt geeft aan dat hij graag in Nederland woont. Hij heeft een aantal kennissen via school. Hij heeft niet veel contact met zijn buren, maar lijkt hier ook geen behoefte aan te hebben. Hij is vooral blij dat hij kan leven in vrede en dat hij niet meer bang hoeft te zijn.

West-Brabant

Verslaving In de doelgroep vallen ook mensen die kampen met een verslaving. Deze mensen zijn over het algemeen moeilijker te bereiken. Ze zeggen sneller afspraken af en wilden niet in alle gevallen een fysieke afspraak. Bij twee mensen die in deze groep vallen, hebben we echter kunnen zien dat zij reeds stappen hebben gemaakt en met behulp van begeleiding, in samenwerking met de klantmanager zich aan het richten zijn op een terugkeer in de maatschappij. Beide personen waren recent gestart met vrijwilligerswerk bij Werkplein Actief om weer ritme en regelmaat op te kunnen doen. Zij gaven aan dat ze zelf het gevoel hadden dat ze met een gerichte begeleiding én als ze de ontwikkeling op hun eigen tempo konden doen, ze op termijn zich wel kunnen ontwikkelen naar een betaalde baan. Er zijn ook inwoners gesproken waarbij het traject naar participatie in de maatschappij langer zal zijn en moeizamer.

Cliënt is een man met een gezin met kinderen. De klantmanager maakt zich zorgen om hem en weet dat hij binnen de selectiecriteria van het project valt. Cliënt heeft ook net een brief gehad. De klantmanager stelt voor om samen op huisbezoek te gaan, omdat ze het gevoel heeft dat het niet goed gaat met cliënt en met zijn gezin. Ze wil graag samen kijken wat voor ondersteuning zij als gezin nodig hebben om meer stabiliteit in het leven te ervaren. Na 2 keer voor een gesloten deur te staan, nodigen we cliënt uit in het gemeentehuis. We zien daar een verzorgde man, die veel zorgen heeft. Hij geeft aan dat de thuissituatie niet stabiel is en dat er ook betrokkenheid is van Veilig Thuis. Vanuit deze organisatie ervaart hij veel steun. De hulpverlener luistert zowel naar hem als naar zijn vrouw. Hij heeft veel vertrouwen. Cliënt geeft aan dat hij hard aan het werk is om stabieler te worden, zodat hij niet zijn hele leven gebruik moeten maken van een uitkering. Hij denkt erover om over een tijdje te starten met een opleiding om zijn kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Hij spreekt met zijn klantmanager af dat ze over een aantal maanden samen gaan kijken naar mogelijkheden. Hij wil nog werken aan het minder vergeten van afspraken en aan het stabiel houden van de gezinssituatie.

West-Brabant

Een van de kandidaten is een jongeman die verslaafd is geweest aan harddrugs. Hij heeft begeleiding vanuit Novadic Kentron. Hij woont alleen. Sinds enkele maanden is hij clean en hij heeft al een hele tijd geen terugval gehad. Cliënt is sinds kort gestart met vrijwilligerswerk om weer te wennen aan werken en ritme op de bouwen. Hij geeft aan dat het werken hem goed doet, hij voelt zich weer nuttig. Hij onderzoekt via dit vrijwilligerswerk ook of het werk wat hij nu doet bij hem past en of hij in de toekomst een betaalde baan kan gaan zoeken in deze richting. Hij werkt nu nog hard aan stabilisatie van zijn leven. Hij wil zorgen dat hij zijn huishouden goed kan organiseren en ook dat hij hierin structuur kan aanbrengen. Hiervoor heeft hij andere ondersteuning nodig dan dat hij nu krijgt. Hiervoor heeft hij gesprekken met een andere organisatie en een keukentafelgesprek met de WMO wordt gepland. Wanneer cliënt zijn eigen tempo kan bepalen om zijn ontwikkeling verder vorm te geven, lijkt de kans groot dat hij op termijn een betaalde baan zal vinden en zal uitstromen uit de uitkering. Hij geeft aan dat hij een goede band heeft met zijn klantmanager.

Overig Binnen het project zijn er ook inwoners die op de weg naar zelfredzaamheid waren. Die vanuit een situatie kwamen waarin participatie niet mogelijk was, door ernstige psychische problematiek. Inmiddels zijn zij zover dat ze vanuit Doelgroep C wellicht kunnen doorstromen naar Doelgroep B. Zij

gaven allen aan dat zij fijne begeleiding vanuit hun klantmanager krijgen en dat zij zich gehoord voelen. Ze geven aan dat ze vooral als prettig ervaren dat er meegedacht wordt in mogelijkheden. Ze hebben tijdens het gesprek aangegeven dat ze het als bijzonder prettig ervaren hebben dat ze de tijd hebben gekregen om te werken aan hun problemen en dat ze geen druk en stress ervaarden in de periode waarin het niet goed met hun ging.

Vanuit het project spreek ik een vrouw van midden 40. Ze heeft 2 volwassen kinderen waar het contact wisselend mee is. Cliënt is gescheiden van de vader van haar kinderen. Het is een nare scheiding geweest en het contact met haar ex is zeer moeizaam. Cliënt is zeer ernstig ziek geweest. Ze heeft hier nog altijd veel vermoeidheidsklachten door. Langzaamaan richt ze zich echter weer op de toekomst en wil ze uitzoeken wat haar mogelijkheden op de arbeidsmarkt nog zijn. Via haar klantmanager mag ze een test afnemen om wellicht een opleiding te kunnen gaan volgen. Ze heeft zelf al onderzoek gedaan naar de mogelijkheden. Het gesprek voor het traject komt precies op het juiste moment. Tijdens het gesprek is er meteen contact geweest met haar klantmanager om een afspraak te maken. Het proces richting een andere doelgroep of betaald werk is in gang gezet.

Wast-Brabant

Bevindingen en Aanbevelingen

Vanuit de gevoerde gesprekken kwam regelmatig naar voren dat mensen graag meer zouden willen sporten, maar dat zij vanuit de uitkeringssituatie geen financiële middelen hebben om bijvoorbeeld een abonnement vanuit de sportschool te betalen. Naast het feit dat ze door sport meer zouden bewegen werd er ook aangegeven dat sporten in een sportschool of bij een

vereniging zou bijdragen aan het verkrijgen van meer sociale contacten. •

Veelal hebben inwoners een (klein) steunend netwerk. In de meeste gevallen gaat het vooral om familie. Zij helpen met dagelijkse zaken zoals huishouden of boodschappen. Ook wordt er veel steun ervaren in gesprekken en gezelschap. In vrijwel alle gevallen lijkt de band met de klantmanager vanuit het Werkplein Hart van WestBrabant goed te zijn. Er is vertrouwen en ruimte voor ontplooiing. Het lijkt er dan ook op dat het verstandig is om het meest kwetsbare deel van doelgroep C bij het Werkplein te laten. Vanwege de verplichtingen die voortvloeien uit het hebben van een uitkering vanuit de Participatiewet, blijft deze doelgroep op deze manier in beeld. Wanneer de verantwoordelijkheid voor deze

inwoners zou verschuiven naar de gemeente (afdeling WMO) bestaat het gevaar dat sommige van deze inwoners volledig uit beeld raken.

Door het regelmatige contact met de klantmanager is er een vast persoon die een signalerende en adviserende rol heeft ten opzichte van de inwoner. Korte lijnen met het sociaal domein zijn hiervoor wel essentieel, zodat de inwoner via deze weg ook naar de juiste partijen doorverwezen kan worden.

Eén van de inwoners die binnen dit project een traject heeft gehad, is een jonge vrouw met zowel fysieke als ernstige psychische klachten en een psychiatrische en verstandelijke beperking. Cliënt is een alleenstaande moeder met een kind op de basisschool. Door haar beperkingen is cliënt bij werk keer op keer uitgevallen. Op basis van de hierboven genoemde klachten is er een aanvraag bij het UWV gedaan voor een Wajong uitkering. Helaas werd deze afgewezen, omdat er na haar 23ste een WIA beoordeling is geweest, waarbij er nog wel arbeidsvermogen geconstateerd is. Tegelijkertijd gaf de arbeidsdeskundige van het UWV aan dat hij inziet dat betaalde arbeid voor deze inwoner te zwaar lijkt te zijn. Ook verbetering van de klachten lijkt in dit geval nauwelijks haalbaar. Door de wettelijke bepalingen rondom de aanvraag is het echter niet meer mogelijk om alsnog Wajong aan te vragen.

Cliënt heeft hulp vanuit een goede vriendin, die haar ondersteund bij haar dochter, de boodschappen en het huishouden. Hierdoor is andere ondersteuning momenteel niet nodig of wenselijk. Cliënt heeft namelijk ook veel angsten en vindt het heel moeilijk om contact aan te gaan met anderen. Toch geeft ze aan dat ze tevreden is met hoe het nu gaat in haar leven. Ze heeft een balans gevonden. Daarnaast is ze heel blij dat het met haar kind goed gaat. Wanneer ze een rustig leven mag leiden zoals het nu gaat dan lukt het haar om het evenwicht te houden.

West-Brabant

•

Wanneer we kijken naar de mate van ondersteuning of behandeling geven alle gesproken inwoners aan dat ze voldoende ondersteuning ervaren, zowel formeel als informeel. Er waren vanuit dit project geen mensen die aangeven meer begeleiding vanuit de gemeente (WMO) te willen. Aanvullend blijken de wachtlijsten bij de GGZ erg lang te zijn. Dit is zorgelijk en tegelijkertijd is er geen behoefte van inwoners om tussentijds een andere vorm van begeleiding te hebben. Inwoners hebben er immers geen behoefte aan om hun verhaal keer op keer te moeten vertellen.

Cliënt stond op de lijst van kandidaten aangeleverd door het Werkplein. Tegelijkertijd kwam er een verzoek van haar klantmanager om eens mee te kijken in deze casus. De klantmanager maakte zich zorgen, vanwege het slecht bereikbaar zijn en de kinderen die er zijn. Cliënt wordt door MEE West-Brabant gezien in haar thuissituatie. Het huis is opgeruimd, schoon en netjes ingericht. Ze heeft 2 kinderen op de basisschool. Cliënt geeft aan dat de zorg voor haar kinderen goed gaat. Ze regelt hiervoor alles zelf en doet de juiste dingen. Als de kinderen op school zitten maakt ze haar huis schoon en rust ze uit, zodat ze de kinderen de juiste verzorging kan bieden wanneer zij uit school komen.

Cliënt heeft last van extreme vermoeidheid en is erg vergeetachtig. Ze heeft alle diverse therapieën gehad en staat nu op de wachtlijst voor een nieuwe behandeling. In de tussentijd heeft ze goed contact met haar huisarts en met de POH, waar ze ventilerende gesprekken mee heeft. Ze heeft overzicht in haar financiën en andere regelzaken rondom haar kinderen. Cliënt wil geen begeleiding aan huis of ondersteuning in het huishouden. Ze geeft aan dat ze het momenteel te vermoeiend zou vinden om iedere week iemand in haar huis te hebben. Zoals het nu gaat heeft ze, ondanks alles, een evenwichtige situatie, waarbij ze aan zichzelf werkt in de vorm van behandeling.

West-Brabant Zelfredzaamheidmatrix (ZRM)

ADL- vaardigheden Dagbesteding

10% 10%

Fysieke gezondheid Geestelijke gezondheid

10% 10%

Gezinsrelaties

10%

Huisvestiging

10%

Inkomen

10%

Maatschappelijke participatie Sociaal Netwerk

10%

Justitie

5%

10%

Verslaving

4%

Totaal

100%

We zien dat de problematiek van de ondersteunde inwoners breed verspreid is over de levensdomeinen.

1 Acute problematiek

1%

2 Niet zelfredzaam 3 Beperkt zelfredzaam 4 Voldoende zelfredzaam

16% 42% 27%

5 Volledig zelfredzaam Totaal

100%

13%

We meten op elk levensdomein voor de ondersteuning het beginniveau. We zien hierbij dat 42% beperkt redzaam is. In totaal is 59% op niveau 1,2 of 3 en 41% op niveau 4 of 5.

In de meeste gevallen is ondersteuning daarom nodig gebleken.

2 Niet zelfredzaam 3 Beperkt zelfredzaam

11% 27%

4 Voldoende zelf redzaam

47%

5 Volledig zelfredzaam Totaal

15% 100%

Na de ondersteuning meten we het niveau per levensdomein opnieuw. Dan zien we dat 61% op niveau 4 of 5 is.

1 stap verbetering

31%

Handhaving niveau 1 stap verslechtering

69% 1%

Totaal

100%

31% heeft minimaal één stap gemaakt in de zelfredzaamheidmatrix.

Bij 69% is ondersteuning geboden waarbij het niveau is gestabiliseerd (gehandhaafd). Stabilisatie is in sommige casuïstiek, bijvoorbeeld ernstige multi-problematiek het hoogst haalbare resultaat.

West-Brabant

Factsheet ondersteunde inwoners Alle geselecteerde inwoners zijn benaderd; telefonisch en via een brief. Met 75% van de inwoners is contact geweest en is ondersteuning geboden. Ofwel via een of meerdere huisbezoeken ofwel telefonisch. 25% van de geselecteerde inwoners is benaderd, maar hier is geen ondersteuning geboden, omdat inwoners niet reageerden op de benadering inwoners niet bereid waren tot contact en/of ondersteuning enkele inwoners, waar afspraken mee zijn ingepland, hebben deze meermaals afgezegd.

Ondersteuning geboden via een of meerdere huisbezoeken Ondersteuning geboden via een of meerdere telefoongesprekken

14 4

Geen contact (zie redenen in bovenstaande beschrijving)

6

Totaal bereikte inwoners

24

Arbeidsbeperking

43%

Psychische kwetsbaarheid

21%

Laaggeletterd of taalproblemen

14%

Autisme spectrum stoornissen

7%

Chronisch ziek

7%

Psychiatrische beperking (diagnose aanwezig)

7%

Totaal

100%

Sint Willebrord Sprundel

50% 29%

Rucphen Zegge

14% 7%

Totaal

100%

Participatie

50%

Geestelijke gezondheid Huisvesting

32% 5% 5%

Onderwijs

5%

Lichamelijke gezondheid Totaal

100%

Financiën

5%

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13493801/1