5 b&w Convenant Duurzame huisvesting en begeleiding kwetsbare doelgroepen
Tekst van het document
r"D",.--,E 1 2
OEC 2021
Gemeenteraad Rucphen Postbus 9 4715 ZG RUCPHEN
Onze referentie:
Z21/052072-D21/1163852
Uw referentie:
Rucphen, Onderwerp:
Jt.L.
Behandelaar:
D. van der Wegen
Telefoonnummer:
0165-349911
2021
Convenant 'Duurzame huisvesting en begeleiding kwetsbare doelgroepen'
Beste raad, Door middel van deze brief willen wij u informeren over de ondertekening van het convenant 'Duurzame huisvesting en begeleiding voor kwetsbare doelgroepen'door de zes samenwerkende gemeenten op het gebied van Beschermd Wonen. Het convenant speelt in op de doorontwikkeling binnen beschermd wonen In 2015 is door de commissie Dannenberg een toekomst geschetst voor de ontwikkeling van Beschermd Wonen (BW). Beschermd wonen zal meer dan nu het geval is plaatsvinden in de wijk. Daarnaast is er vanuit het Rijk en de gemeenten veel aandacht voor het door ontwikkelen van de Maatschappelijke Opvang (MO). Voor zowel BW als MO geldt dat op inhoud een doorontwikkeling gaande is. Daarbij wordt ook gekeken naar hoe diverse voorzieningen en uitstroom beter verspreid kunnen worden over de diverse gemeenten in de regio. Aan deze ontwikkelingen is al eerder aandacht geschonken in onder andere het 'Regionaal Uitvoeringsplan MO BW'en de 'Brede Aanpak Dak- en Thuisloosheid'. Daarnaast zien we een ingewikkelde woningmarkt met weinig mutaties, waarbij er druk ligt op de woningbouwcorporaties om woningen te realiseren voor kwetsbare inwoners naast vele andere doelgroepen. Deze inwoners doen vaak een beroep op een specifiek deel van de sociale woningmarkt waardoor spreiding over draagkrachtige wijken lastig is.
Ook is het huisvesten van kwetsbare inwoners soms ingewikkeld gezien de draagkracht van een wijk en/of complexe situatie van een inwoner. Voor verdere transformatie van BW en MO in onze regio wordt ingezet op een tweetal bewegingen: Normaliseren van wonen en zorg daar waar mogelijk. Dit betekent dat wonen zo veel mogelijk ingevuld wordt zoals dat voor iedereen geldt. Decentralisatie van voorzieningen en woonplekken: Spreiding van (beschermde) woonplekken over de regio, zodat inwoners kunnen o wonen waar zij vandaan komen, hun netwerk hebben of het beste tot hun recht komen. o Het realiseren van de juiste lokale voorzieningen en samenwerking om inwoners daar goed te ondersteunen en laten wonen.
Binnentuin 1 Postbus 9 4715 ZG Rucphen T: 0165 34 95 00 F: 0165 34 13 75 Banknummer: 2850 07 319 IBAN: NL37BNGH0285007319 KvK-nr. 20164997 Gemeente Rucphen
Rucphen
Schijf
Sprundel
St. Willebrord
Zegge
gemeente@rucphen.ni www.rucphen.ni
2
Met de transformatie van het Beschermd Wonen wordt beoogd kwetsbare burgers in de wijk te kunnen laten wonen en hen daar zo goed mogelijk bij te ondersteunen Om deze ambitie te realiseren is een breed draagvlak nodig vanuit gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders in de regio West Brabant West en is goede samenwerking tussen partijen essentieel. In gezamenlijkheid is het convenant 'Duurzame huisvesting en begeleiding van kwetsbare doelgroepen'opgesteld ' (bijlage). In dit convenant leggen de betrokken partijen de leidende principes voor samenwerking vast zodat zij samen de gezamenlijk ambitie kunnen waarborgen. In de bijlage van het convenant zijn de leidende principes uitgewerkt in een zestal werkpakketten. Deze pakketten geven een beeld wat partijen met elkaar te doen staat om het convenant daadwerkelijk tot uitvoering te brengen. De colleges van de zes gemeenten staan achter de transformatie van het Beschermd Wonen en willen gezamenlijk met woningcorporaties en zorg- en welzijnsaanbieders in de regio WestBrabant West streven naar een duurzame en passende woonoplossing voor en succesvolle (re)integratie van alle inwoners in de dorpen en steden van onze regio. Alle zes de colleges hebben het convenant 'Duurzame huisvesting en begeleiding voor kwetsbare doelgroepen'ondertekend.
Vervolg Er wordt reeds gewerkt aan een implementatieplan voor de verdere uitwerking van de werkpakketten. In januari wordt een aftrap georganiseerd voor de start van de uitvoering van het convenant.
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Rucphen, de secretaris, de burgemeetr,
Sandor Michielse
Marjoleip van der Meer Mohr
Bijlage: Convenant 'Duurzame huisvesting en begeleiding van kwetsbare doelgroepen'
"Verantwoordelijk voor een deel - medeverantwoordelijk voor het geheel "
onvenant
DUURZAVE HUISVESTING E\ BEGELEIDING VOOR KWETS3ARE DOELGROEPE\
REGIO WEST BRABANT WES1 2021
Samenvatting Waarom dit convenant? Gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders in de regio West-Brabant West delen de ambitie om zo veel mogelijk kwetsbare burgers in de wijk te laten wonen en hen daar zo goed mogelijk bij te ondersteunen. Gezamenlijk streven we naar een duurzame en passende woonoplossing en succesvolle (re-)integratie voor alle inwoners in de dorpen en steden van onze regio. Om dit doel te bereiken, is het belangrijk dat er al vroeg gewerkt wordt aan het woonperspectief van de inwoner'opdat een zo goed mogelijke woonoplossing gerealiseerd wordt; tijdig voldoende passende woonplekken beschikbaar zijn (hiertoe zal steeds meer een beroep gedaan worden op de reguliere woningmarkt, met name op sociale huurwoningen, maar zal ook gekeken worden naar alternatieve woonvormen); tijdig voldoende passende ondersteuning is in wijken en kernen zodat die de kracht hebben om de inwoner in gelijkwaardigheid te ontvangen (hier speelt welzijn een belangrijk rol); (preventieve) samenwerking is om escalatie en/of uitval te voorkomen. Kwetsbare inwoners hebben te maken met en zijn afhankelijk van verschillende partijen. Onderling zijn de partijen ook afhankelijk van elkaar om bovenstaande te kunnen realiseren. Dat vraagt om goede samenwerking.
In dit convenant leggen de betrokken partijen de leidende principes voor deze samenwerking vast zodat zij samen deze ambitie kunnen waarborgen. In bijlage 1 zijn de principes uitgewerkt in werkpakketten zodat helder wordt welke vraagstukken uitgewerkt moeten worden en wie daarin een rol heeft. De invulling van de werkpakketten in bijlage 1 staat nog niet vast en zijn niet uitputtend, met deze bijlage is een beeld gegeven van wat er in de verschillende werkpakketten gerealiseerd kan worden op basis van alle voorgaande gesprekken. Wat het werkpakket precies gaat opleveren is aan de personen die aan het werkpakket deelnemen.
In dit convenant wordt de term inwoner gebruikt; daarmee wordt bedoeld een kwetsbare inwoner met een ondersteunings- en/of zorgvraag op het gebied van beschermd/begeleid wonen. 2
Aanleiding In 2015 is door de commissie Dannenberg een toekomst geschetst voor de ontwikkeling van beschermd wonen (BW). Daarnaast is er vanuit het Rijk en de gemeenten veel aandacht voor het door ontwikkelen van de maatschappelijke opvang (M0). Voor zowel BW als MO geldt dat op inhoud een doorontwikkeling gaande is, daarbij wordt ook gekeken naar hoe diverse voorzieningen en uitstroom beter verspreid kan worden over de diverse gemeenten in de regio. Aan deze ontwikkelingen is al eerder aandacht geschonken in onder andere het "Regionaal Uitvoeringsplan MO BW" en de "Brede Aanpak Dak- en Thuisloosheid". Daarnaast zien we een ingewikkelde woningmarkt, waarbij er druk ligt op de woningbouwcorporaties om woningen te realiseren voor kwetsbare inwoners naast vele andere doelgroepen. Deze inwoners doen vaak een beroep op een specifiek deel van de sociale woningmarkt waardoor spreiding over draagkrachtige wijken lastig is. Daarnaast is het huisvesten van kwetsbare inwoners soms ingewikkeld gezien de draagkracht van een wijk en/of complexe situatie van een inwoner. Voor verdere transformatie van BW en MO in onze regio wordt ingezet op een tweetal bewegingen: 1.
Normaliseren van wonen en zorg daar waar mogelijk. Dit betekent dat wonen zo veel mogelijk ingevuld wordt zoals dat voor iedereen geldt; zelf kosten dragen, gedrag dat past bij een goede huurder en buur en realistisch in verwachtingen. •
Scheiden wonen en zorg waardoor het normaal wordt dat iemand zelf verantwoordelijk is voor goed huurderschap en kosten m.b.t. het eigen levensonderhoud. o Beweging indicaties van BW met wooncomponent naar indicaties zonder wooncomponent, daar waar mogelijk voor de inwoner;
o
2.
Randvoorwaarden realiseren om dit te doen zoals passende financiële afspraken met sociale diensten, creëren van passende woonplekken voor bijzondere doelgroepen, inwoners voorbereiden het kunnen voldoen aan de algemene huurvoorwaarden, etc.). • De inwoner zo snel mogelijk naar de juiste plek begeleiden zodat deze niet vaker hoeft te verhuizen bijvoorbeeld vanwege de tijdelijkheid van een woning bij een zorgaanbieder. o Inwoners waar mogelijk direct plaatsen op een plek waar ze kunnen blijven wonen na afloop BW of MO-traject (instroomwoningen). Decentralisatie van voorzieningen en woonplekken: • Spreiding van (beschermde) woonplekken over de regio zodat inwoners kunnen wonen waar zij vandaan komen, hun netwerk hebben of het beste tot hun recht komen. • Het realiseren van de juiste lokale voorzieningen en samenwerking om inwoners daar goed te laten wonen.
Totstandkoming Convenant In 2020 is het project 'Juiste ondersteuning op de juiste plek' gestart. Binnen dit project zijn in 2020 en 2021 meerdere workshops en bijeenkomsten georganiseerd over de (voorbereiding op) zelfstandig wonen voor mensen met een zorg/begeleidingsvraag. Hierbij hebben vertegenwoordigers van gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders, woningcorporaties, het Zorg- en Veiligheidshuis en cliëntraden uit de regio hun bijdrage geleverd en zijn diverse principes uitgewerkt.
3
Middels dit convenant leggen wij de leidende principes vast die in de bijeenkomsten naar voren zijn gekomen. Aan de hand van de principes in dit convenant zullen we (gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders en woningcorporaties) de benodigde werkafspraken gaan maken waarop we elkaar ook kunnen aanspreken. Er zullen op verschillende onderdelen werkafspraken gemaakt moeten worden om dit convenant in de praktijk handen en voeten te geven. In bijlage 1 zijn deze acties in werkpakketten benoemd zodat een helder beeld ontstaat van wat de partijen nog te doen hebben hierin. Het convenant is met alle partijen besproken en in de werkpakketten zijn hun opmerkingen en aanvullingen verwerkt.
De partijen die dit convenant sluiten De qemeenten in de regio West-Brabant West: Bergen op Zoom, Halderberge, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht. De zorqaanbieders in de regio West-Brabant West: zorgaanbieders die bij de gemeenten onder contract staan voor het bieden van Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen en Jeugdzorg met verblijf. De woninqbouwcorporaties in de regio West-Brabant West: Woningstichting Woensdrecht, Woonkwartier
Alwel, Stadlander, Thuisvester,
Overige ketenpartners: maatschappelijk werk (Wijzijn Traverse, Surplus), Stichting Twist, Stichting Mozaïk, Intergemeentelijke Sociale Dienst en Werkplein Hart van West-Brabant. Herstelacademies: Fameus.
Doelen en doelgroep Met het opstellen van dit convenant en de later te maken werkafspraken willen wij bereiken dat kwetsbare mensen die begeleiding nodig hebben bij het zelfstandig wonen tijdig, voldoende en passend worden ondersteund bij het krijgen van een thuis in onze regio. Het kan hierbij gaan om jongeren die uitstromen uit jeugdzorg met verblijf, mensen die uitstromen uit intramurale beschermde woonvormen (of direct instromen in beschermd wonen zelfstandig) en daken thuislozen die uitstromen uit een voorziening van de maatschappelijke opvang. Wat deze mensen gemeen hebben is dat ze zelf zorg gaan dragen voor de huur en overige woonlasten daar waar mogelijk. De begeleiding die hierbij nodig is, is echter afhankelijk van de zorgvraag en kan variëren van ondersteuning door maatschappelijk werkers tot ambulante begeleiding door een maatwerkaanbieder (geplande begeleidingsmomenten) of beschermd wonen begeleiding door een maatwerkaanbieder (24/7 begeleiding in nabijheid/of oproepbaar). De benodigde vorm van huisvesting is (deels) afhankelijk van de vorm van de begeleiding: voor mensen met een zorgvraag die opgepakt kan worden door maatschappelijk werk of ambulante begeleiders is een zogenaamde "instroomwoning" (een woning waar men kan blijven wonen) het best passend.
Voor mensen die nog tijdelijk een beschermde woonomgeving nodig hebben ligt in veel gevallen een woning (een woning waarbij de inwoner wel huurt, maar welke alleen beschikbaar is voor de inwoner gedurende het BW-traject) meer voor de hand.
4
Leidende principes duurzame huisvesting & begeleiding kwetsbare doelgroepen Algemeen 1. Het duurzaam huisvesten en begeleiden van kwetsbare mensen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken partijen. De rollen en verantwoordelijkheden van de diverse partijen staan duidelijk beschreven in de verscheidene werkafspraken die gemaakt worden naar aanleiding van dit convenant. 2.
We gaan uit van het woonrecht voor iedereen; iedereen heeft recht op een stabiele, eigen woonplek. We zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de juiste ondersteuning om dat mogelijk' te maken. We dragen dit ook in gezamenlijkheid uit, zonder alle risico's vooraf af te willen dekken of een klimaat te behouden waarin er geen ruimte is voor onvolkomenheid.
3.
De definitie van 'een woonplek' is breder dan een woning, ook kan het een kamer of een gedeelde woning of inwonen bij het netwerk zijn. Er wordt uitgegaan van de woon- en begeleidingsbehoefte van de inwoner, waarbij gemeenten en woningbouwcorporaties streven naar het wegnemen van drempels in het realiseren van de geschikte woonplek.
4.
Binnen de kaders van leidende principes en vertaling daarvan in werkafspraken blijft ruimte voor maatwerk waarbij uitgegaan wordt van vertrouwen in de professionals.
5.
Het onderling kunnen delen van informatie is essentieel voor een goede samenwerking. Er wordt uitgewerkt op welke punten in het proces behoefte is aan het delen van informatie, om welke informatie dat gaat en hoe dit op een op juridisch correcte wijze en in goed overleg met de inwoner kan gebeuren.
6.
In het voorbereiden naar uitstroom en zelfstandig wonen is de eigen regie van de inwoner belangrijk; aansluiten bij de mogelijkheden en motivatie van de inwoner.
Ter voorbereiding op zelfstandig wonen 7.
De woningcorporaties en de aanbieders MO/ BW/ Jeugdzorg trekken gezamenlijk op in de voorbereiding op zelfstandig wonen en zien het als gezamenlijke verantwoordelijkheid om de inwoner een woonplek aan te bieden die is afgestemd op het perspectief van de inwoner.
8.
Vanuit de begeleiding in de voorziening van de MO, de intramurale BW-voorziening of woonvorm Jeugdzorg wordt er toegewerkt naar de overgang naar zelfstandig wonen en het woonperspectief. Hierbij is er expliciet aandacht voor wat er in gezamenlijk overleg met de inwoner nodig is op de gebieden: zelfzorg en gezondheid, sociaal netwerk, maatschappelijk functioneren, zinvolle dag invulling, huiselijke relaties, huisvesting/ woongedrag, administratie en financiën, justitie en mantelzorg. a. De persoonlijke doelen/ te behalen resultaten voor de inwoner op deze gebieden worden vastgelegd in het ondersteuningsplan van de inwoner. b. In de overeenkomsten die de gemeenten hebben voor de uitvoering van de MO en BW worden deze aandachtsgebieden expliciet benoemd bij de resultaatgebieden.
Er gelden enkele heldere exclusiecriteria die zullen meegenomen worden in de werkafspraken. 5
c.
9.
Voor Jeugdzorg geldt dat er gewerkt gaat worden met een perspectiefplan voor inwoners van 16 jaar en ouder waarin deze elementen worden opgenomen.
Ter voorbereiding op zelfstandig wonen worden inwoners meegenomen in wat het betekent om een goede bewoner en huurder te zijn. Wat goed huurderschap is, hebben de
woningbouwcorporaties vastgelegd in het document Goed Huurderscha p. De resultaatgebieden die onder 8 benoemd worden, hebben tevens goed huurderschap tot doel. 10. Ter voorbereiding op zelfstandig wonen wordt er zorg voor gedragen dat de inwoner voldoende inkomen heeft om de huur te betalen en in overige kosten levensonderhoud te voorzien. Gemeenten hebben een rol in het realiseren van deze randvoorwaarden voor uitstroom. Er moet bekeken worden hoe gemeenten en uitvoerende instanties hun procedures af kunnen te stemmen op het tempo bij uitstroom.
11. Ter voorbereiding op zelfstandig wonen wordt er zorg voor gedragen dat de inwoner wordt aangemeld voor de regionale voorrangsregeling voor kwetsbare doelgroepen'.
Met betrekking tot de beschikbaarheid van en plaatsing voor zelfstandig wonen 12. Er worden voldoende passende woonplekken gerealiseerd om mensen uit de doelgroep op het moment dat hun zorgvraag dit toestaat zelfstandig te kunnen laten wonen. Hierover maken de zes gemeenten concrete prestatieafspraken met de betrokken woningcorporaties. 13. Het met voorrang plaatsen van mensen uit de doelgroep in passende sociale huurwoningen vindt plaats middels een duidelijke voorrangsregeling. Dit proces vervangt per 01-01-2022 de huidige regionale voorrangsregeling.
Met betrekking tot de inzet van woningen voor beschermd wonen 14. Er worden voldoende woningen gerealiseerd, verspreid over de hele regio, om mensen uit de doelgroep die een tijdelijke beschermde woonomgeving nodig hebben een passende plek te bieden waar zij zelf kunnen huren. Hierover maken de zes gemeenten afspraken met de woningcorporaties, particuliere investeerders/ verhuurders en zorgaanbieders in de regio. Desgewenst kunnen aanvullende afspraken gemaakt worden over spreiding tussen gemeenten en corporaties. 15. Met de inwoners die gebruik gaan maken van een BW-plek worden duidelijke afspraken gemaakt over de tijdelijkheid van het gebruik van de woonplek (gebruik is alleen mogelijk gedurende het BW-traject bij de desbetreffende zorgaanbieder).
3
De huidige regionale voorrangsregeling zal per 1-1-2022 aangepast worden. 6
Bij het wonen in de wijk / kern 16. We zorgen er samen met de inwoner voor dat terugval zo veel mogelijk wordt voorkomen en dat als er toch sprake is van escalatie, de impact hiervan zo klein mogelijk is. a.
De begeleidende partij maakt afspraken met de inwoner om risicofactoren weg te
b.
nemen die kunnen leiden tot een mindere periode bij de inwoner. De begeleidende partij stelt samen met de inwoner een plan op voor een mogelijke crisissituatie, hierin staat duidelijk wie wat moet doen bij een crisis.
duidelijke afspraken gemaakt tussen woningcorporaties, zorgaanbieders en gemeente m.b.t. verantwoordelijkheden, afstemming en communicatie,
17. Er
worden
gezamenlijk
zodat wanneer het met een inwoner minder goed gaat snel de juiste stappen gezet kunnen worden. Een overlastprotocol is onderdeel van deze afspraken. 18. De gemeente en zorgaanbieders dragen zorg voor de inzet van voldoende passende ondersteuning/begeleiding voor inwoners die in de wijk gaan wonen op het gebied van zelfzorg en gezondheid, sociaal netwerk, maatschappelijk functioneren, zinvolle dag invulling, huiselijke relaties,
huisvesting/ woongedrag,
administratie en financiën, justitie
en
mantelzorg. a. b.
De persoonlijke doelen/ te behalen resultaten voor de inwoner op deze gebieden worden vastgelegd in het ondersteuningsplan van de inwoner. In de overeenkomsten die de gemeenten hebben voor de uitvoering van BG en BW worden deze aandachtsgebieden expliciet benoemd bij de resultaatgebieden.
19. Er worden afspraken gemaakt over gezamenlijke evaluatiemomenten en over op- en afschalen van zorg met de betrokkenen: bewoner (evt. met vertegenwoordiger van het netwerk), zorg/welzijn aanbieder, Wmo-consulent en de medewerker van de woningbouwcorporatie. Hierbij wordt zoveel mogelijk gewerkt met vaste contactpersonen die onderling snel kunnen schakelen wanneer dat nodig is. 20. Huisuitzettingen worden zo veel mogelijk voorkomen. Het ingrijpen als het wonen (tijdelijk) niet lukt, het zoeken naar alternatieven als voorzien wordt dat het op lange termijn niet goed gaat, en het bieden van tweede kansen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, zorgaanbieder en corporatie. 21. Partijen spannen zich gezamenlijk in om de omgeving waarin de inwoner landt zo te ondersteunen dat deze de inwoner in gelijkwaardigheid kan ontvangen. Partijen zetten zich in om stigma tegen te gaan en begrip in de wijk te creëren voor de doelgroep die in de wijk komt wonen.
7
Ondertekening In kader van de looptijd van het huidige convenant zijn de volgende afspraak gemaakt: 1) Het convenant heeft een looptijd van vijf jaar vanaf ondertekening. 2) Het convenant wordt elk jaar geëvalueerd met de betrokken partijen. Datum:
Naam:
Handtekening: z
8
BIJLAGE 1 Uitwerking convenant in werkpakketten In het convenant staan de leidende principes voor de samenwerking rondom de kwetsbare inwoners. Om dit convenant in de praktijk effectief te maken en daarmee bij te dragen aan de gewenste transformatie zullen de onderdelen verder uitgewerkt moeten worden. In deze bijlage zijn de onderdelen van het convenant beschreven in werkpakketten waarin de onderdelen die uitgewerkt of uitgevoerd moeten worden4 benoemd zijn. Deze afspraken worden in het kader van de inwoner, woningbeheerder en omgeving (wijk) beschreven. Daarbij is belangrijk dat de uitwerking van de werkpakketten vanuit de grondhouding gelijkwaardigheid in al z'n facetten wordt uitgedragen. Hierdoor ontstaat er naast de leidende principes een beeld van wat de partijen te doen hebben om het convenant daadwerkelijk tot uitvoer te brengen.
Werkpakket 1: Tijdig toewerken naar overgang naar zelfstandig wonen
In het Convenant (art. 7, 8, 9, 10,11) staat beschreven dat er vanuit de begeleiding in de voorziening van de MO, de intramurale BW-voorziening of woonvorm Jeugdzorg tijdig wordt toegewerkt naar de overgang naar zelfstandig wonen en het woonperspectief. Hierbij dient er aandacht te zijn voor wat de inwoner nodig heeft op de gebieden: zelfzorg en gezondheid, sociaal netwerk, maatschappelijk functioneren, zinvolle daginvulling, huiselijke relaties, huisvesting/ woongedrag, administratie en financiën, justitie en mantelzorg, landen in de wijk. Om bovenstaande goed te organiseren dienen in ieder geval de volgende onderdelen uitgevoerd of uitgewerkt te worden In de overeenkomsten die de gemeenten hebben voor de uitvoering van de MO en BW worden deze aandachtsgebieden expliciet benoemd bij de resultaatgebieden. 2. Het maken en uitwerken van (proces- en werk)afspraken over de uitstroom van inwoners vanuit Jeugdzorg, MO of BW instellingen. Hierin steeds meenemen welke taken wonen, zorg en welzijn hebben. 1. Gezamenlijk vaststellen van wat de (minimale) voorwaarden zijn voor de uitstroom naar het zelfstandig wonen in de wijk 2.
Werkafspraken maken en naar de processen in z'n totaliteit kijken die worden onderzocht en/of geoptimaliseerd over de financiële onderdelen zoals betaling eerste huur, aanvraag bijstandsuitkering, aanvraag postadres, kostendelersnorm, zoekplicht voor jongeren tot 27 jaar, aanvraag bijzondere bijstand, bewindvoering, automatische betalingen, ed. 3. Vertalen document Goed H uurderschap voor inwoners Vertalen woonvaardigheden naar doelen op resultaatgebieden 4. 5. Tijdig en goed aanmelden bij de voorrangsregeling 3. De medewerkers van de toegangen (Jeugd en WMO) van de diverse gemeenten worden meegenomen in het sturen op deze ontwikkeldoelen middels het gezamenlijk opstellen van een monitorings- en evaluatiesysteem dat inzicht geeft in de realisatie van de ambities, uitgangspunten, doelen, afspraken en acties. 1.
Werkpakket Betrokken partijen
4
Tijdig toewerken naar overgang naar zelfstandig wonen Gemeenten (div. afdelingen), aanbieders, woningbouwcorporaties, ISD, Werkplein, bewindvoering
De onderdelen zijn genoemd door de leden van de projectgroep. 9
Planning Huidige zaken
stand
van
01/ 02 2022 In eerdere werkgroepen zijn al verschillende onderdelen uitgewerkt zoals eindtermen voor zelfstandig wonen en goed huurderschap. Deze losse documenten moeten verder vertaald worden naar werkafspraken. Er is een goed beeld van de risico's die een rol spelen bij de stappen in dit werkpakket. Deze zullen meegenomen worden bij het maken van nieuwe afspraken.
Werkpakket 2: Maken van prestatieafspraken voor voldoende passende woonplekken voor zelfstandig wonen In het Convenant (art. 12) staat beschreven dat er voldoende passende woonplekken worden gerealiseerd om mensen uit de doelgroep, op het moment dat hun zorgvraag dit toe staat, zelfstandig te kunnen laten wonen. Hiervoor is er allereerst een inschatting gemaakt van het benodigde aantal woonplekken, die desgewenst aangepast kan worden naar de actuele situatie. Om bovenstaande goed te organiseren dienen in ieder geval de volgende onderdelen uitgevoerd of uitgewerkt te worden: 1. Inschatting maken van de benodigde woonplekken in de regio en de hieruit voortvloeiende vraag voor zelfstandige woonplekken (ook een kamer, een gedeelde woning of inwonen bij het netwerk of andere tijdelijke, flexibele huisvesting). 2. Gemeenten gaan na of er voldoende mogelijkheden zijn binnen de eigen gemeente om zelfstandig wonen mogelijk te maken en beslissen over de gewenste verdeling van zelfstandige woonplekken over de regio. 3. De zes gemeenten maken prestatieafspraken met de betrokken woningcorporaties en particuliere verhuurders over het realiseren van voldoende passende woonplekken op een realistische wijze. Desgewenst kunnen ook afspraken gemaakt worden over spreiding binnen de gemeente. 4.
In kaart brengen wat er nodig is om te kunnen experimenteren met nieuwe woonconcepten (alternatieve woonplekken/vormen zoals samen huren).
Werkpakket Betrokken partijen Planning Huidige stand van zaken
Tijdig toewerken naar overgang naar zelfstandig wonen Woningbouwcorporaties, gemeenten (wonen en sociaal domein), aanbieders 04 2021 01 2022 Er is al een onderbouwde inschatting van het benodigde aantallen worden woonplekken, deze nog getoetst bij woningbouwcorporaties en zorgaanbieders voordat er prestatie op gebaseerd kunnen afspraken worden. De druk op de woningmarkt maakt het zoeken naar alternatieven noodzakelijk. In andere regio's wordt al kennis opgebouwd over andere woonwormen die de regio kan gebruiken.
10
Werkpakket 3: Opzetten nieuwe voorrangsregeling voor plaatsing van mensen uit de doelgroep
In het Convenant (art. 13) staat beschreven dat het met voorrang plaatsen van mensen uit de doelgroep in passende sociale huurwoningen plaatsvindt middels een duidelijke regeling. Dit proces zal de huidige regionale voorrangsregeling vervangen wanneer dit afgerond is in 2022. Om bovenstaande goed te organiseren dienen in ieder geval de volgende onderdelen uitgevoerd of uitgewerkt te worden: 1. Maken van een evaluatie van de huidige voorrangsregeling. 2. Het opstellen van een nieuwe voorrangsregeling waar de volgende partijen onderdeel van uit maken: De 6 gemeenten in de regio; De 6 woningcorporaties in de regio; Alle zorgaanbieders die bij de gemeenten onder contract staan voor het bieden van Jeugd, MO en BW. Maken en vastleggen van procesafspraken m.b.t. de uitvoering van de voorrangregeling en passend toewijzen zoals: aanmelding, inschrijving sociale huur, plaatsing in een passende woning en evaluatie/sturing. Het organiseren van monitoring en evaluatie van de nieuwe voorrangsregeling. Uitwerken van prestatieafspraken over het woon plaatsbeginsel: de inwoner terugnemen in herkomstgemeente.
• • • 3.
4. 5.
Werkpakket Betrokken partijen Planning
Tijdig toewerken naar overgang naar zelfstandig wonen Gemeenten, woningbouwcorporaties, aa nbieders Q 4 2021 /Q1 2022 Dit werkpakket dient nog opgestart te worden. Mocht de deadline van 1-1-2022 niet gehaald worden dan zal middels een verlenging de huidige voorrangsregeling van kracht blijven. Voor de partijen die nog niet aangesloten zijn bij de voorrangsregeling zal dan een oplossing gevonden worden.
Werkpakket 4: Realisatie voldoende passende woningen voor de regio
In het Convenant (art. 14,15) staat beschreven dat er voldoende woningen beschikbaar moeten zijn, verspreid over de hele regio, om mensen uit de doelgroep die een tijdelijke beschermde woonomgeving nodig hebben een passende plek te bieden. Deze plekken zijn tijdelijk beschikbaar voor inwoners en daar zullen duidelijke afspraken over gemaakt moeten worden (gebruik is alleen mogelijk gedurende het BW traject bij de desbetreffende zorgaanbieder). Daarnaast zal waar mogelijk ook het wonen genormaliseerd worden (o.a. door scheiden wonen en zorg). Om bovenstaande goed te organiseren dienen in ieder geval de volgende onderdelen uitgevoerd of uitgewerkt te worden:
11
1. Maken van een inschatting van het benodigde aantal en soort woningen, in kaart brengen van de huisvestingsbehoefte en mogelijkheden bij aanbieders, woningbouwcorporaties en particuliere verhuurders. 2. Kijken naar zorgmaatschappelijk vastgoed van de corporaties. 3. Maken van (proces)afspraken met de aanbieders, woningcorporaties en particuliere investeerders/ verhuurders in de regio op basis van behoeften en mogelijkheden. 4. Onderzoek doen naar de juridische haalbaarheid van tijdelijke huurcontracten zodat de periode overeenkomt met de zorgtraject. 5. Opstellen overeenkomst gebruik en tijdelijkheid van een woning. Werkpakket Betrokken partijen Planning Huidige stand van zaken
Tijdig toewerken naar overgang naar zelfstandig wonen Aanbieders, woningbouwcorporaties, gemeenten Komende jaren Recent zijn gesprekken gevoerd met alle zorgaanbieders. Met hen is gekeken naar de huidige vastgoedsituatie en is kaart gebracht welke randvoorwaarden belangrijk zijn om de gewenste beweging te maken. Gesprekken met woningbouwcorporaties naar aanleiding hiervan zijn gestart om te zien in hoeverre zij al onderdelen van de knelpunten op zouden kunnen lossen. Met deze koppelconstructies (gebruik woning koppelen aan zorgtraject) is door diverse zorgaanbieders reeds ervaring opgedaan. Deze kennis en ervaring kunnen we gebruiken voor het opstellen van voorbeeld overeenkomsten/ werkwijzen die door zorgaanbieders en verhuurders kunnen worden gebruikt. Er is een verschil in de uitgangssituatie van aanbieders, door de huidige (huur)afspraken en door verschil in omvang van aanbieders . Hier zal in de implementatie rekening mee gehouden worden. Zo zal het in 2022 nog mogelijk blijven om gebruik te maken van BW huur ter compensatie voor scheiden wonen en zorg.
Werkpakket 5: Preventie: zo veel mogelijk voorkomen van terugval en beperken impact van terugval In het Convenant (art. 16, 17, 19, 20) staat beschreven dat partijen er samen met de zelfstandig wonende inwoner voor dienen te zorgen dat terugval zo veel mogelijk wordt voorkomen en dat wanneer dit toch gebeurt, de impact hiervan zo klein mogelijk is. Alle werkafspraken worden uitgewerkt vanuit de driehoek; wonen, welzijn en zorg, welke taken hebben zij in o.a. onderstaande onderdelen. Daarin is ook weer de gelijkwaardigheid van zowel de betrokken partijen als op kwetsbare inwoner- en buurtniveau van belang. Om bovenstaande goed te organiseren dienen in ieder geval de volgende onderdelen uitgevoerd of uitgewerkt te worden: 1.
Werkafspraken maken voor aanbieder en inwoner om samen de risicofactoren te identificeren en weg te nemen als vast onderdeel van de begeleiding.
12
2. Opstellen van een plan van de inwoner zelf voor mogelijke crisissituatie, als vast onderdeel van de begeleiding. 3. Uitwerken van procesafspraken voor het op- en afschalen van zorg/begeleiding in de wijk. Daarbij ook uitwerken welke opties er zijn als het wonen (tijdelijk of in deze situatie helemaal) niet lukt en wie welke rol heeft in het zoeken naar een oplossing. Deze punten worden zowel op inwonerniveau als op buurtniveau aangepakt. 4. Uitwerken van (proces)afspraken met aanbieders en woningbouwcorporaties bij escalatie en/of overlast, dreigende huisuitzetting en het bieden van een tweede kansen. 5. 6. 7.
Het inzetten of beschikbaar maken van instrumenten zoals Vroegsignalering en Time-out plekken. Opstellen van werkafspraken m.b.t. de informatie die onderling gedeeld wordt, afspraken die samen met de inwoner gemaakt worden en het juridisch toetsen hiervan. Opstellen overlastprotocol dat door woningcorporaties en zorgaanbieders kan worden gebruikt.
Werkpakket Betrokken partijen
Tijdig toewerken naar overgang naar zelfstandig wonen wijkteams, Aanbieders, woningbouwcorporaties, inwonervertegenwoordigers, WMO consulent
Planning
Q1-02 2022 In eerdere werkgroepen zijn al verschillende onderdelen uitgewerkt. Het is hier belangrijk om de gedeelde verantwoordelijkheid in de werkafspraken te beleggen. Er is veel vraag naar duidelijkheid in de rollen tussen woningbouwcorporaties en aanbieders.
Werkpakket 6: Voldoende passende ondersteuning/ begeleiding voor inwoners die zelfstandig in de wijk gaan wonen en hun omgeving In het Convenant (art. 18, 21) staat beschreven dat de gemeente en aanbieders zorg dragen voor de
inzet van voldoende passende ondersteuning/begeleiding voor inwoners in de wijk. Hierbij dient er aandacht te zijn voor wat de inwoner nodig heeft op de gebieden: zelfzorg en gezondheid, sociaal netwerk, maatschappelijk functioneren, zinvolle dag invulling, huiselijke relaties, huisvesting/ woongedrag, administratie en financiën, justitie en mantelzorg. Daarnaast staat in het Convenant (art. 21) beschreven dat partijen zich inspannen om de omgeving waarin de inwoner landt zo te
ondersteunen dat deze de zo veel mogelijk kracht heeft om deze inwoner te ontvangen.
Om bovenstaande goed te organiseren dienen in ieder geval de volgende onderdelen uitgevoerd of uitgewerkt te worden: In de overeenkomsten die de gemeenten hebben voor de uitvoering van ambulante begeleiding worden deze aandachtsgebieden expliciet benoemd bij de resultaatgebieden. 1.
Opstellen van werkafspraken over een warme overdracht naar de wijk, woningbouwcorporaties en voorliggend veld in de wijk. Maar ook over gezamenlijke evaluatiemomenten en over op- en afschalen van zorg. Hierbij wordt zoveel mogelijk gewerkt met vaste contactpersonen die onderling snel kunnen schakelen wanneer dat nodig is.
13
2. De medewerkers van de toegangen (Wmo) van de diverse gemeenten worden meegenomen in het sturen op deze ontwikkeldoelen middels verwerking in ondersteuningsplannen en inwoneropvolging. 3. Uitwerken van een communicatieplan richting de wijk ter ondersteuning van de begeleidende partij met o.a. afspraken over kennismakingsgesprekken buren, afgeven contactgegevens bij overlast ervaring of zorgen. 4. De gemeente heeft als taak te zorgen dat er voldoende ondersteuning voor mensen in de wijk is om eenzaamheid tegen te gaan en mensen een goede daginvulling te geven (dagbesteding/werk). 5. De betrokken partijen hebben gezamenlijk de taak om voldoende steun te bieden aan de geplaatste inwoner én de wijk om gelijkwaardig contact te leggen en de buurt te ondersteunen waar nodig met behulp van welzijnswerk en/of ervaringsdeskundigheid. 6. Daarnaast zorgt de gemeente voor het in kunnen zetten van voldoende begeleiding, vooral in de eerste periode. 7. Opstellen van werkafspraken met betrekking tot het aanpakken van stigmatisering in de wijk/omgeving door bijvoorbeeld het inzetten van ervaringsdeskundigheid.
Werkpakket Betrokken partijen Planning Huidige stand van zaken
Tijdig toewerken naar overgang naar zelfstandig wonen sociale teams, Gemeenten, woningbouwcorporaties en aanbieders Q1 2022 Tijdens de werkgroepen zijn onderdelen hiervan al benoemd en deels uitgewerkt.
14