CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

4. WVS Uitnodiging en agenda openbare vergadering

commissie Maatschappelijke Aangelegenheden 21 oktober 2025, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken18.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Vakantiegeldverplichtingen (waarde per ultimo 2024 € 2.140.000,-) Verloftegoeden (waarde per ultimo 2024: € 3.322.000,-)

Maatregelen: Gezien de daling van het aantal personeelsleden, zal ook deze post dalen in hoeveelheid verlofuren. Dit geldt tevens voor de vakantiegeldverplichting. De loonsom daalt en daarmee ook de verplichting. M.b.t. de verloftegoeden, gelden ook binnen WVS de reguliere regels vanuit de cao’s. Binnen de Cao SW en de Cao SGO bestaat een regeling “spaarverlof”. Hierdoor kunnen medewerkers verlofuren sparen. Hierdoor loopt op persoonsnivo het saldo op. De omvang van de spaarverlof regeling is te vinden onder de voorziening spaarverlof. Uitstroom van SW-kader De capaciteiten van de SW-instroom is sinds 1998 (invoering nieuwe Wet sociale werkvoorziening) minder dan de gemiddelde SW-populatie van vóór 1998. Dit betekent dat kaderfuncties die momenteel zijn ingevuld door SWmedewerkers in geval van vervanging door pensionering of anderszins, niet meer door SW-medewerkers kunnen worden ingevuld omdat bij de huidige instroom de benodigde capaciteiten hiervoor ontbreken. Dit betekent dat extra regulier personeel moet worden aangetrokken om deze opengevallen plaatsen in te nemen. Omvang: Bij vervanging van een SW-medewerker door een reguliere kracht missen we de rijksbijdrage voor die plaats. Dit is voor 2026 een bedrag van € 40.339,- per fte inclusief LPO.

Maatregelen: Uiteraard wordt getracht eventuele vacatures op een andere wijze in te vullen door herverdeling van taken en het niet vervangen van uitstroom van indirecte functies, maar dit is niet altijd mogelijk. Indien een SW-medewerker 1 op 1 vervangen moet worden, is het verschil in kosten, de rijkssubsidie. Door de instroom van de doelgroep beschut werk stijgt de begeleidingsbehoefte t.o.v. de oude doelgroep SW. Vergoeding begeleidingskosten beschut werk De uitvoering van beschut werk ligt volledig bij WVS. De aanmelding voor een indicatie beschut werken loopt via de ISD en het Werkplein. De indicatie wordt afgegeven door het UWV. Vanaf 1 januari 2017 mogen burgers zich rechtstreeks melden bij het UWV voor het aanvragen van een indicatie beschut werk. Dit leidt tot wat meer indicaties beschut werk. De realisatie van de instroom is opgenomen conform de planning afgegeven door het Rijk. De feitelijke instroom is afhankelijk van het aantal door het UWV geindiceerde kandidaten die via de ISD en het Werkplein kunnen worden aangeleverd. Omvang: De aantallen ‘beschut werk’-plaatsingen kunnen achterblijven op de fictieve taakstellingen. WVS heeft haar begeleidingsorganisatie zo ingericht dat zij conform de fictieve taakstellingen personen in dat jaar kunnen plaatsen. Indien er niet of minder geplaatst wordt, heeft WVS wel de kosten, maar niet de vergoeding hiervoor.

Maatregelen: I.o.m. de werkpleinen zorgen voor een goede instroom, zodat de dekking geregeld is, of kijken naar afspraken m.b.t. minimale afname van ontwikkeltrajecten.

WVS - Ontwerp herziene begroting 2026

18

Ontwikkeltrajecten De inschattingen voor afname ontwikkeltrajecten voor de jaren 2026-2029 zijn gebaseerd op de meerjaren afspraken. Indien de aantallen naar beneden worden bijgesteld, zal dit invloed hebben op het resultaat van WVS. Indien de ontwikkeltrajecten niet worden ingevuld mist WVS dekking voor de begeleidingsorganisatie. Omvang: De aantallen of de gemiddelde duur van ontwikkeltrajecten kunnen achterblijven op de afgesproken aantallen. WVS heeft haar begeleidingsorganisatie zo ingericht dat zij de personen in dat jaar kunnen plaatsen. Indien er niet wordt geplaatst mist WVS de dekking voor de begeleidingsorganisatie. Maatregelen: In overleg met de werkpleinen zorgen voor een goede geleidelijke instroom en zo mogelijk volledige instroom van de afspraken. Academie In het kader van de ontwikkeling van inwoners die geen arbeidskwalificatie hebben heeft WVS de ‘Academie’ opgezet om inwoners via de praktijkroute op te leiden richting een branche waar voldoende werkgelegenheid is om een duurzame inzet mogelijk te maken. Middels praktijkcertificaten, die erkend worden door het MBO en werkgevers, kan een kandidaat aantoonbaar maken dat hij/zij beschikt over kwalificaties om bepaalde werkzaamheden uit te kunnen voeren. Omvang: De aantallen kunnen achterblijven op de verwachte aantallen terwijl de begeleidingsorganisatie hierop ingericht is.

Indien er niet wordt geplaatst mist WVS dekking voor de begeleidingsorganisatie. Maatregelen: In overleg met met werkpleinen, onderwijsinstellingen en werkgevers zorgen voor een geleidelijke in- en doorstroom van de kandidaten zodat voldoende dekking is om de praktijkopleiding te financieren. Wet Waadi (Wet allocatie arbeid door intermediairs) Er ligt een wetsvoorstel om de Wet Waadi aan te passen. In de basis dienen de medewerkers die worden ingezet via uitzending of detachering betaald te worden volgens de Cao van de inlenende partij. Voor de medewerkers werkend onder de Cao’s SW en Aan de Slag geldt er momenteel een vrijstelling. Met het huidige wetsvoorstel zal deze vrijstelling komen te vervallen. Dit zal negatief uitwerken voor medewerkers van werkontwikkelbedrijven. • Werknemers krijgen dan te maken met een fluctuerend inkomen met gevolgen voor aanvullende bijstands- en WIA uitkering en eventuele toeslagen. • Het succesvolle instrument van detachering van mensen met een ondersteuningsvraag wordt onaantrekkelijker (duurder) voor werkgevers. • Grote bureaucratische rompslomp voor werkontwikkelbedrijven omdat er afgestemd moet worden met honderden Cao’s van werkgevers waar mensen met begeleiding werken. • De banenafspraak komt hierdoor onder druk te staan vanwege de betaalbaarheid.

In het nieuwe wetsvoorstel met betrekking tot de Waadi wordt, net als onder de huidige wet, een uitzondering gemaakt voor de medewerkers vallend onder de Cao SW en de beschut werk-geïndiceerden vallend onder de Cao Aan de Slag. Voor deze groepen blijft een vrijstelling voor de Wet Waadi van kracht. Dit geldt niet voor de inwoners die vallen onder de doelgroep banenafspraak. Dat zal een negatief effect hebben op de plaatsingsmogelijkheden en de uitvoering van de re-integratietrajecten wordt een stuk duurder. Omvang: WVS heeft deze nieuwe ontwikkeling nog niet doorgerekend, maar gedacht moet worden aan fikse loonstijgingen of aan omzetdaling bij herplaatsing binnen de werkbedrijven. Maatregelen: WVS heeft hier geen invloed op. Vanuit Cedris loopt een lobby om deze vrijstelling weer terug in het nieuwe wetsvoorstel op te laten nemen. WVS gaat zich verder beraden over eventueel te nemen maatregelen. 19

WVS - Ontwerp herziene begroting 2026

3. Overige begrotingsinformatie 3.1 Weerstandsvermogen In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in het vermogen van WVS om risico’s (zie paragraaf 2.4) die niet in de begroting zijn verwerkt op te vangen door middel van financiële buffers, genoemd weerstandscapaciteit. De relatie tussen weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen, wordt weerstandsvermogen genoemd. In verband met de invoering van het BBV (2004) is het niet meer toegestaan de vakantiegeldverplichting als zodanig onder de schulden op te nemen. Deze verplichting (ultimo 2024 € 1.785.000,-) wordt niet in de balans opgenomen. Als financiële buffer voor het opvangen van tegenvallers voortvloeiende uit de hiervoor genoemde risico’s dienen de reserves (eigen vermogen). Deze bedroegen per ultimo 2023 € 3.000.000,- exclusief bestemmingsreserves. Daarnaast fungeren de deelnemende gemeenten als vangnet voor WVS, doordat ze uiteindelijk - voor zover de reserves ontoereikend zijn - het exploitatietekort voor hun rekening nemen. In een bestuursbesluit in 2011 is vastgelegd dat de bandbreedte voor de reserves is vervallen en dat de bestemmingsreserve is toegevoegd aan de algemene reserve. Exploitatieverliezen moeten van de algemene reserve worden afgeboekt.

In 2024 is door Deloitte Accountants onderzocht wat het meest passende niveau van het weerstandsvermogen van WVS is, rekening houdend met de liquiditeitsbehoefte en de financiële risico’s. Het gaat hierbij dan met name om risico’s die onvoorzien zijn en waarvoor op korte termijn dekking gevonden moet worden. Uit het onderzoek van Deloitte is gebleken dat een weerstandsvermogen van € 7.000.000,- voor WVS noodzakelijk is. Dit bedrag past binnen de in de Nota Verbonden Partijen aangegeven bandbreedte. Een reserve van € 7.000.000,- is ten opzichte van de begrote lasten in de begroting 2026 een percentage van 7 %. Het algemeen bestuur heeft naar aanleiding van het advies van Deloitte op 1 juli 2024 besloten om spelregels vast te stellen met betrekking tot de reserve van WVS. Eén van de spelregels is dat, mits het financiële resultaat dit toestaat, de algemene reserve geleidelijk zal groeien tot maximaal € 7.000.000,-. Tot en met ultimo 2024 bedraagt de reserve € 4.000.000,-. Bij de vaststelling van de jaarrekening 2024 is in juni 2025 besloten om ten laste van het financiële resultaat 2024 een bedrag van € 2,5 miljoen toe te voegen aan de algemene reserve van WVS. De totale algemene reserve stijgt hierdoor naar € 6,5 miljoen.

3.2 Wet Open Overheid Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid De Wet open overheid (Woo) is per 1 mei 2022 in werking getreden en is de opvolger van de Wet openbaarheid bestuur (Wob). In deze paragraaf wordt beschreven hoe WVS invulling geeft en gaat geven aan de Woo. Passieve openbaarmaking In 2023 heeft WVS de rol van Woo-contactfunctionaris ingevuld. Contactgegevens zijn opgenomen op de website en intern gecommuniceerd. De Woo-contactfunctionaris is het eerste aanspreekpunt om vragen te beantwoorden over de beschikbaarheid van publieke informatie en om eventuele Woo-verzoeken te behandelen. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om 11 benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze verplichting geldt niet voor alle 11 categorieën tegelijk. WVS zorgt ervoor dat de verplichte informatiecategorieën actief gepubliceerd worden conform de daarvoor geldende regels. Zodra dit mogelijk is, wordt WVS aangesloten op het landelijke platform, zoals de Woo voorschrijft. Zolang er nog geen verplichting c.q. mogelijkheid is om bepaalde categorieën documenten te publiceren op het landelijke platform zal WVS openbare stukken blijven publiceren op de eigen website.

WVS - Ontwerp herziene begroting 2026

20

Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding op orde wordt gebracht. Dit is een randvoorwaarde om uitvoering te geven aan openbaarheid. Dit betekent dat er maatregelen moeten worden genomen om informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden. WVS is bezig met het optimaliseren van de digitale informatiehuishouding.

21

WVS - Ontwerp herziene begroting 2026

Bijlage 1. Overhead 2026 en meerjarenraming 2027-2029 Baten Netto omzet Mutatie voorraad GP en OHW

Herz. begr. 2026

Raming 2027

Raming 2028

Raming 2029

500

513

525

538

0

0

0

0

Grond- en hulpstoffen uitbesteed werk

-250

-256

-263

-269

Toegevoegde waarde

250

256

263

269

Bijdrage overheden

4.500

4.500

4.500

4.500

Overige opbrengsten

108

111

113

116

Subtotaal

4.608

4.611

4.613

4.616

Totaal Baten

4.858

4.867

4.876

4.886

Personeelskosten

-11.234

-11.234

-11.234

-11.234

Overige bedrijfskosten

-3.061

-3.138

-3.216

-3.296

Totaal bedrijfskosten

-14.295

-14.372

-14.450

-14.530

Rentebaten- en lasten

-387

-390

-390

-390

Totaal lasten

-14.682

-14.762

-14.840

-14.920

Resultaat

-9.824

-9.895

-9.964

-10.035

Lasten

WVS - Ontwerp herziene begroting 2026

22

Bijlage 2. Balans 2024 - 2029 (x € 1.000)

Activa

2024

Prognose 2025

Herz.begr. 2026

Raming 2027

Raming 2028

Raming 2029

Materiële activa

16.008

16.500

18.500

18.500

18.500

18.500

Financiële activa

18

18

18

18

18

18

Totaal vaste activa

16.026

16.518

18.518

18.518

18.518

18.518

Voorraden

1.134

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

Vorderingen

10.562

7.000

7.000

7.000

7.000

7.000

Overlopende activa

1.051

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

stand per ultimo

Vaste activa

Vlottende activa

Liquide middelen

1.023

0

204

0

0

0

Totaal vlottende activa

13.770

9.100

9.304

9.100

9.100

9.100

Totaal activa

29.796

25.618

27.822

27.618

27.618

27.618

4.000

9.518

6.500

6.500

6.500

6.500

Passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve

0

0

0

0

0

0

Storting gemeenten

8.135

4.866

7.386

8.124

8.624

9.314

Onttrekking gemeenten

0

-3.018

0

0

0

0

Nog te bestemmen resultaat

-2.617

-4.866

-5.492

-6.054

-7.582

-8.515

Totaal eigen vermogen

9.518

6.500

8.394

8.570

7.542

7.299

Voorzieningen

1.708

1.728

1.728

1.728

1.728

1.728

Langlopende leningen

7.582

9.200

7.700

9.200

7.900

6.600

3.221

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

Kortlopende schulden Crediteuren Rekeningcourantkrediet

23

0

190

0

120

448

991

Kasgeldleningen

4.000

2.000

4.000

2.000

4.000

5.000

Overlopende passiva

3.767

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

Totaal kortlopende schulden

10.988

8.190

10.000

8.120

10.448

11.991

Totaal passiva

29.796

25.618

27.822

27.618

27.618

27.618

Eigen vermogen in % van totaal vermogen

31,9

25,4

30,2

31,0

27,3

26,4

Werkkapitaal

8.475

5.100

5.100

5.100

5.100

5.100

WVS - Ontwerp herziene begroting 2026

Bijlage 3. Overzicht van langlopende leningen en RC-krediet

Leningen o/g (in € x 1.000) Verstrekt door

Omschrijving

Hoofdsom

Looptijd

Rente %

BNG

Lening 91109

4.538

2001-2025

6,05

BNG

Lening 111105

5.000

2017-2027

0,84

BNG

Lening 115893

4.000

2022-2032

1,88

BNG

Lening 116610

3.000

2023-2033

3,31

Sub-totaal

16.538

Werkelijk 2024

Budget 2025

Raming 2026

7.581

9.200

7.700

4.000

2.000

4.000

0

190

0

11.581

11.390

11.700

Leningen o/g

-215

-293

-260

Kasgeldleningen

-156

-78

-127

0

0

-11

-371

-371

-398

Leningen o/g

-2,84

-3,18

-3,38

Kasgeldleningen

-3,90

-1,35

-3,00

RC-krediet

0,00

0,70

-2,00

Totaal gemiddelde rente %

-3,20

-3,26

-3,25

Leningen o/g Stand per ultimo Kasgeldleningen Stand per ultimo Rekening courant-krediet Stand per ultimo Saldo geleend - uitgeleend Rentebaten en -kosten

RC-krediet Rente lasten totaal Rente %

WVS - Ontwerp herziene begroting 2026

24

Bijlage 4. Overzicht reserves en voorzieningen (x € 1.000)

Omschrijving

2024

2025

2026

2027

2028

2029

4.000

9.518

6.500

6.500

6.500

6.500

Reserves Algemene reserve Bestemmingsreserves

0

0

8.135

4.866

5.492

6.054

7.582

8.515

0

-3.018

0

0

0

0

Nog te bestemmen resultaat

-2.617

-4.866

-5.492

-6.054

-7.582

-8.515

Totaal reserves

9.518

6.500

6.500

6.500

6.500

6.500

Storting gemeente Onttrekking gemeente

50 jr. WVS

Voorziening rijkssubsidies 3e WW-jaar ambtelijk

18

18

18

18

18

18

Spaarverlof SW en Ambt.

1.708

1.710

1.710

1.710

1.710

1.710

Totaal voorzieningen

1.726

1.728

1.728

1.728

1.728

1.728

Bestemmingsreserves: * Vanaf 2018 werd er jaarlijks € 50.000,- gestort in een bestemmingsreserve ten bate van WVS 50 jarig bestaan in 2024. Eind 2024 is deze vrijgevallen. Voorziening: Per 1-1-2024 is de dotatie aan het 3e WW-jaar voor ambtenaren vervallen.

25

WVS - Ontwerp herziene begroting 2026

Bijlage 5. Overzicht van investeringen in vaste activa

(in € x 1.000) Werkelijk 2024

Herz. Begr. 2025

Herz. begr. 2026

Grond

0

0

0

Voorzieningen aan terreinen

5

0

0

Gebouwen

59

1050

1050

Installaties

140

200

600

Machines

109

150

150

Automatisering

343

100

100

Inventarissen

260

200

200

Vervoermiddelen

490

1.500

2.200

Projecten in uitvoering

509

0

0

0

0

0

Totaal investeringen

1.915

3.200

4.300

PM Afschrijvingskosten

-2.032

--2.130

-2.590

Overige

WVS wil in 2026 verder gaan met de inhaalslag m.b.t. de verduurzaming van onze panden, wagenpark (inclusief laadvoorzieningen) en het opwekken van groene stroom middels zonnepanelen.

WVS - Ontwerp herziene begroting 2026

26

Bijlage 6. Gemeentelijke bijdrage 2026

per 01-01-2025

SW aantal

beschut werken aantal

Participanten aantal

Totaal

Bergen op Zoom

332

34

4

370

Etten-Leur

178

28

4

210

Halderberge

159

13

0

172

Moerdijk

83

12

2

97

Roosendaal

442

68

1

511

Rucphen

182

14

0

196

Steenbergen

81

8

0

89

Woensdrecht

68

11

1

80

Zundert

56

5

1

62

1.581

193

13

1.787

Herz. begr. 2026 per doelgroeper

Doelgroep 01-01-2025

Bergen op Zoom

370

Etten-Leur Halderberge

Herz. begr. Raming 2027 2026

Raming 2028

Raming 2029

€ 1.137.124

€ 1.253.486

€ 1.569.860

€ 1.763.039

210

€ 645.395

€ 711.438

€ 891.002

€ 1.000.644

172

€ 528.609

€ 582.702

€ 729.773

€ 819.575

Moerdijk

97

€ 298.111

€ 328.617

€ 411.558

€ 462.202

Roosendaal

511

€ 1.570.460

€ 1.731.166

€ 2.168.104

€ 2.434.899

Rucphen

196

€ 602.368

€ 664.009

€ 831.602

€ 933.934

Steenbergen

89

€ 273.524

€ 301.514

€ 377.615

€ 424.082

Woensdrecht

80

€ 245.865

€ 271.024

€ 339.429

€ 381.198

Zundert

62

€ 190.545

€ 210.044

€ 263.058

€ 295.428

1.787

Per doelgroeper

€ 5.492.000

€ 6.054.000

€ 7.582.000

€ 8.515.000

aantal doelgroepers

1.787

1.690

1.621

1.540

per doelgroeper

€ 3.073

€ 3.582

€ 4.677

€ 5.529

Begroting Raming 2027 2026

Raming 2028

Raming 2029

Doelgroep 01-01-2025

Bergen op Zoom

370

€ 1.518.147

€ 1.669.839

€ 1.772.611

€ 1.914.436

Etten-Leur

210

€ 849.854

€ 934.770

€ 992.301

€ 1.071.695

Halderberge

172

€ 714.650

€ 786.056

€ 834.435

€ 901.198

Moerdijk

97

€ 397.886

€ 437.642

€ 464.577

€ 501.748

Roosendaal

511

€ 2.113.045

€ 2.324.178

€ 2.467.222

€ 2.664.622

Rucphen

196

€ 834.402

€ 917.774

€ 974.259

€ 1.052.209

Steenbergen

89

€ 370.845

€ 407.900

€ 433.004

€ 467.649

Woensdrecht

80

€ 343.804

€ 378.157

€ 401.431

€ 433.549

Zundert

62

€ 243.367

€ 267.684

€ 284.159

€ 306.894

1.787

€ 7.386.000

€ 8.124.000

€ 8.624.000

€ 9.314.000

aantal doelgroepers

1.787

1.692

1.624

1.543

per doelgroeper

€ 4.133

€ 4.802

€ 5.312

€ 6.037

Meerjarenraming per gemeente is gebaseerd op de verhouding van de doelgroepers per 1-1-2025.

27

WVS - Ontwerp herziene begroting 2026

Bijlage 7. Specificatie Rijksbijdrage per gemeente

In de mei- en septembercirculaire 2025 zijn de volgende Participatiebudgetten SW per gemeente voor 2026 opgenomen. In de begroting is tevens 3 % correctie LPO opgenomen. Herz. begr. 2026

2026 excl. LPO

2026 incl. LPO

Bergen op Zoom

€ 11.484.729

€ 11.829.271

Etten-Leur

€ 6.096.255

€ 6.279.143

Halderberge

€ 5.422.278

€ 5.584.946

Moerdijk

€ 2.692.586

€ 2.773.363

Roosendaal

€ 14.734.942

€ 15.176.990

Rucphen

€ 6.284.548

€ 6.473.084

Steenbergen

€ 2.796.856

€ 2.880.762

Woensdrecht

€ 2.366.429

€ 2.437.422

Zundert

€ 2.144.123

€ 2.208.447

Totaal

€ 54.022.746

€ 55.643.429

Per SE

€ 41.751

€ 43.004

Begroting 2026

2026 excl. LPO

2026 incl. LPO

Bergen op Zoom

€ 10.737.976

€ 11.060.115

Etten-Leur

€ 5.698.618

€ 5.869.577

Halderberge

€ 5.044.617

€ 5.195.955

Moerdijk

€ 2.483.501

€ 2.558.007

Roosendaal

€ 13.881.783

€ 14.298.237

Rucphen

€ 6.061.130

€ 6.242.964

Steenbergen

€ 2.600.689

€ 2.678.710

Woensdrecht

€ 2.310.853

€ 2.678.710

Zundert

€ 1.977.022

€ 2.036.333

Totaal

€ 50.796.190

€ 52.320.076

Per SE

€ 39.164

€ 40.339

WVS - Ontwerp herziene begroting 2026

28

Onderwerp:

voorstel tot wijziging van het Controleprotocol WVS en de Financiële verordening WVS

No. 10 - 2025 Dos. 2/46 A

Aan het algemeen bestuur. Zoals u bekend is legt het DB met ingang van het verslagjaar 2023 verantwoording af aan uw bestuur over de rechtmatigheid van de financiële beheers handelingen in het verslagjaar. Dit is een gevolg van nieuwe wetgeving. In verband met aanpassingen in de Kadernota Rechtmatigheid BBV (van eind 2024) en een actualisering dienen enkele wijzigingen te worden aangebracht in het Controleprotocol WVS en de Financiële verordening WVS. De voorgestelde wijzigingen zijn getoetst door onze (nieuwe) accountant en door hen akkoord bevonden. Wij stellen u voor het Controleprotocol WVS en de Financiële verordening WVS te wijzigen, conform het bijgevoegde ontwerp besluit. De wijzigingen zijn in rood weergegeven. Roosendaal, 22 september 2025. Het dagelijks bestuur van WVS, de secretaris,

de voorzitter,

P.F.J.M. Havermans

T.C. Melisse.

Het Algemeen Bestuur van WVS; gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur dd. 22 september 2025, no. 10 – 2025; gelet op de gemeenschappelijke regeling WVS, de Financiële verordening WVS en de Controle verordening WVS; besluit: vast te stellen het navolgende Controleprotocol WVS:

Controleprotocol WVS 1. Inleiding Het Algemeen Bestuur (AB) van WVS geeft opdracht om de accountantscontrole zoals bedoeld in art. 213 Gemeentewet (GW) uit te voeren. Ter voorbereiding en ondersteuning van de uitvoering van de accountantscontrole moet het AB een aantal zaken nader regelen, hetgeen middels dit controleprotocol plaatsvindt. De accountantscontrole was tot en met verslagjaar 2022 gericht op het toetsen van rechtmatigheid en een getrouw beeld. Door een wetswijziging (Wet 'versterking decentrale rekenkamers') legt met ingang van verslagjaar 2023 het Dagelijks Bestuur (DB) van WVS verantwoording af aan het AB over de rechtmatigheid van de financiële beheers handelingen in verslagjaar. In de jaarrekening wordt hiervoor een aparte paragraaf 'rechtmatigheidsverantwoording' opgenomen. De accountant geeft met ingang van verslagjaar 2023 alleen nog een oordeel over de getrouwheid, waaronder begrepen de getrouwheid van de rechtmatigheidsverantwoording.

Doelstelling: Dit controleprotocol heeft als doel nadere aanwijzingen te geven aan: • het DB over de te hanteren verantwoordingsgrens en rapportagegrens ten aanzien van de rechtmatigheidsverantwoording en de daarvoor geldende normstellingen; • de accountant over de reikwijdte van de accountantscontrole, de daarvoor geldende normstellingen en de daarbij verder te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties voor de controle van de jaarrekening van WVS. Het AB kan de accountant nadere aanwijzingen geven voor zover dit uitgaat boven de wettelijke minimumeisen.

pagina 2 van 20

Object van de controle is de jaarrekening inclusief de rechtmatigheidsverantwoording en daarmee tevens het financiële kader van het desbetreffende jaar, zoals uitgeoefend door of namens het DB van WVS. Wettelijk kader: Art. 213 van de Gemeentewet (GW), schrijft voor dat het AB één of meer accountants aanwijst als bedoeld in art. 393 eerste lid Boek 2 Burgerlijk Wetboek voor de controle van de in art. 197 GW bedoelde jaarstukken en het daarbij verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen van een verslag van bevindingen. In het kader van de opdrachtverstrekking aan de accountant kan het AB nadere aanwijzingen geven voor te hanteren goedkeuringsen rapporteringstoleranties. Tevens wordt in de opdrachtverstrekking duidelijk aangegeven welke wet- en regelgeving in het kader van het financieel beheer onderwerp van rechtmatigheidscontrole zal zijn. De voor de toetsing door de accountant relevante wet- en regelgeving is in dit controleprotocol opgenomen (bijlage 1).

2. Algemene uitgangspunten voor de controle (getrouwheid en rechtmatigheid) Zoals in art. 213 GW is voorgeschreven zal de controle van de in art. 197 GW bedoelde jaarstukken uitgevoerd door de door het AB benoemde accountant gericht zijn op het afgeven van een oordeel over: • de getrouwe weergave van de in de jaarstukken gepresenteerde baten en lasten en de activa en passiva; • de getrouwe weergave van de rechtmatigheidsverantwoording; • de inrichting van het financieel beheer en de financiële organisatie gericht op de vraag of deze een getrouwe en rechtmatige verantwoording mogelijk maken; • het in overeenstemming zijn van de door het DB opgestelde jaarstukken met de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels bedoeld in art. 186 GW (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten); • de verenigbaarheid van het jaarverslag met de jaarstukken. Bij de controle zullen de nadere regels die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden gesteld op grond van art. 213, lid 6 GW en het Besluit accountantscontrole provincies en gemeenten (Bado), alsmede de voor accountants geldende controle- en overige standaarden bepalend zijn voor de door de accountant uit te voeren werkzaamheden.

pagina 3 van 20

3. Goedkeurings- en rapporteringtoleranties voor de accountantscontrole De accountant accepteert in de controle bepaalde toleranties en richt de controle daarop in. De accountant controleert niet ieder document of iedere financiële handeling, maar richt de controle zodanig in dat voldoende zekerheid wordt verkregen over het getrouwe beeld van de jaarrekening (inclusief rechtmatigheidsverantwoording) met inachtneming van de vastgestelde goedkeuringstolerantie. De goedkeuringstolerantie is bepalend voor de oordeelsvorming, de strekking van de af te geven controleverklaring. In het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden zijn minimumeisen voor de in de controle te hanteren goedkeuringstoleranties voorgeschreven. Naast de goedkeuringstoleranties wordt de rapporteringtolerantie onderscheiden. Dit is een norm waaraan de accountant individuele fouten toetst. Wanneer fouten aan de norm voldoen, worden ze gerapporteerd zonder dat dit verdere consequenties behoeft te hebben voor de goedkeuring van de jaarstukken als geheel. De goedkeurings- en rapporteringtolerantie wordt door het AB vastgesteld, met inachtneming van de volgende minimumeisen.

Goedkeuringstolerantie Fouten in jaarrekening (% lasten) en Onzekerheden in de controle (% lasten)

Goedkeurend

≤2%

Strekking Accountantsverklaring Oordeel Beperking onthouding > 2 % ≤4 %

Afkeurend

>4%

>4%

De goedkeuringstolerantie is het bedrag dat de som van fouten in de jaarrekening of onzekerheden in de controle aangeeft, die in een jaarrekening maximaal mogen voorkomen, zonder dat de bruikbaarheid van de jaarrekening voor de oordeelsvorming door de gebruikers kan worden beïnvloed. De goedkeuringstolerantie is bepalend voor de oordeelsvorming, de strekking van de af te geven accountantsverklaring. Naast de goedkeuringstoleranties wordt de rapporteringtolerantie onderkend. Middels de rapporteringstolerantie wordt het AB geïnformeerd over onjuistheden.

pagina 4 van 20

De definitie van rapporteringtolerantie kan als volgt worden omschreven: De rapporteringtolerantie(s) is een bedrag dat gelijk is aan of lager is dan de bedragen voortvloeiend uit de goedkeuringstolerantie. Bij overschrijding van dit bedrag vindt rapportering plaats in het verslag van bevindingen. Een lagere rapporteringtolerantie leidt in beginsel niet tot aanvullende controlewerkzaamheden, maar wel tot een uitgebreidere rapportage van bevindingen. De rapporteringtolerantie kan worden vastgesteld op een percentage, bijvoorbeeld 80 %, van de goedkeuringstolerantie of op een maatschappelijk relevant geacht absoluut bedrag. De rapporteringtoleranties kunnen zich verder toespitsen op die elementen die het AB specifiek nader terug wil zien. De accountant richt de controle in, rekening houdend met de rapporteringtolerantie om te kunnen waarborgen dat alle gesignaleerde onrechtmatigheden die dit bedrag overschrijden ook daadwerkelijk in het verslag van bevindingen worden opgenomen. Naast de weging van fouten en onzekerheden om tot een accountantsoordeel (t.b.v. strekking accountantsverklaring) te komen, is het ook nuttig om een rapporteringtolerantie af te spreken. Het AB stelt de rapporteringstolerantie vast op € 150.000.

4. Verantwoordingsgrens voor de rechtmatigheidsverantwoording door het DB Het DB stelt jaarlijks de jaarstukken op voor het AB. De jaarstukken bestaan uit het jaarverslag, de paragrafen en de jaarrekening. Hiermee verantwoordt het DB zich op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording over de transactiestromen en gebeurtenissen, rekeningsaldi en toelichtingen. Het DB is daarnaast verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van het gevoerde bestuur binnen de gemeenschappelijke regeling en de daaraan ten grondslag liggende beheers handelingen. Het moet daarover zelfstandig verantwoording afleggen aan het AB middels de rechtmatigheidsverantwoording. Het AB kiest voor een verantwoordingsgrens ten aanzien van de rechtmatigheidsverantwoording van 1 % van de totale lasten, inclusief de dotaties aan de reserves (= gelijk aan goedkeuringstolerantie). De accountant controleert vervolgens de getrouwheid van de rechtmatigheidsverantwoording, als onderdeel van de jaarrekening, op basis van de controletoleranties zoals beschreven in het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO). In het accountantsverslag geeft de accountant zijn bevindingen aan.

pagina 5 van 20

5. Rechtmatigheid Het begrip rechtmatigheid in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording wordt gedefinieerd als “het in overeenstemming met de begroting en met van toepassing zijnde wettelijke regelingen (waaronder verordeningen) tot stand komen van baten en lasten alsmede balansmutaties”. De controle op rechtmatigheid is gericht op de naleving van externe en interne regelgeving, zoals die opgenomen zijn in het normenkader. Indien er (wets-) wijzigingen plaatsvinden wordt het normenkader geactualiseerd en vastgesteld door het AB. De controle op rechtmatigheid is (vooralsnog) van toepassing voor zover deze directe financiële beheers handelingen betreffen of kunnen betreffen. Dit is conform niveau 1 zoals geschetst in de 'Notitie Rechtmatigheidsverantwoording' van de commissie BADO. De commissie BBV heeft een standaardtekst (bijlage 2) opgesteld voor de rechtmatigheidsverantwoording. Deze zal door WVS als basis worden gebruikt om te rapporteren over de rechtmatigheid. De verantwoording wordt in de jaarrekening opgenomen. In het kader van de rechtmatigheidscontrole kunnen negen rechtmatigheidscriteria worden onderkent.

Rechtmatigheidscriteria In het kader van het getrouwheidsonderzoek door de accountant wordt al aandacht besteed aan de eerste zes criteria. De laatste drie criteria: begrotingscriterium,

pagina 6 van 20

voorwaardencriterium en misbruik & oneigenlijk gebruik komen expliciet tot uitdrukking in de rechtmatigheidsverantwoording zoals opgesteld door het DB. a) Begrotingscriterium De begrotingscriterium wordt als volgt gedefinieerd: "Financiële beheers handelingen, die ten grondslag liggen aan de baten en lasten, alsmede de balansposten, dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en hiermee samenhangende programma’s (begrotingscriterium). In de begroting zijn de maxima voor de lasten vermeld die door het AB zijn vastgesteld. Dit houdt in dat de financiële beheers handelingen dienen te passen binnen de begroting, waarbij het juiste programma, de toereikendheid van het begrotingsbedrag, alsmede het begrotingsjaar van belang zijn.” De financiële beheers handelingen moeten tot stand komen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting. Als blijkt dat de gerealiseerde bedragen afwijken / hoger zijn dan de geraamde bedragen is er sprake van een onrechtmatigheid (begrotingsonrechtmatigheid). Dit omdat de overschrijding een inbreuk vormt op het budgetrecht van het AB. Als blijkt dat de gerealiseerde lasten zoals weergegeven in de jaarrekening op programmaniveau afwijken van de geraamde bedragen met inbegrip van de laatste begrotingswijziging, is - voor zover het de begrotingsoverschrijdingen betreft mogelijk sprake van onrechtmatige uitgaven.

De overschrijding kan namelijk in strijd zijn met het budgetrecht van het AB zoals geregeld in de GW en de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Voor de afsluitende oordeelsvorming is van belang in hoeverre de begrotingsoverschrijding past binnen het door het AB geformuleerde beleid en / of wordt gecompenseerd door aan de lasten gerelateerde hogere inkomsten. Het bepalen óf respectievelijk welke begrotingsoverschrijdingen al dan niet verwijtbaar zijn, is voorbehouden aan het AB. In de door het AB vastgestelde Financiële verordening ex artikel 212 GW is nader uitgewerkt hoe moet worden bepaald of de lasten binnen de omschrijving van de activiteiten en het bijbehorende bedrag van het programma passen. Volgens de verordening mogen de lasten van producten niet dusdanig worden overschreden dat de realisatie van andere producten binnen het zelfde programma onder druk komt te staan. Met het vaststellen van de reikwijdte van de rechtmatigheidstoets geeft het AB aan welke onder- en overschrijdingen van de begroting rechtmatig dan wel onrechtmatig moeten worden geacht.

pagina 7 van 20

b) Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium De rechtmatigheidseis betreft ook de toetsing op juistheid en volledigheid van de gegevens, die door de belanghebbenden zijn verstrekt om het voldoen aan voorwaarden aan te tonen. Dit ter voorkoming en bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving (M&Ocriterium). Onder misbruik wordt verstaan: het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen, dan met het doel om voor een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Misbruik van overheidsgelden kan gelijk worden gesteld met het plegen van fraude, om zich onrechtmatig overheidsgelden toe te eigenen. Bij fraude passen beheersmaatregelen zoals fraudepreventie, handhaving, fraudeopsporing en sancties. Onder oneigenlijk gebruik wordt verstaan: het door het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving maar in strijd met het doel en de strekking daarvan (de ‘geest van de wet’). De beheersmaatregelen die daarbij passen zijn: handhaving, voorlichting, analyse toepassing en actualisering wet- en regelgeving.

Ook dit kan tot een onrechtmatigheid leiden. c) Voorwaardencriterium Het voorwaardecriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheers handelingen. De voorwaarden zijn afkomstig uit de regelgeving en hebben betrekking op aspecten zoals: doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. De overdrachten van onder andere subsidies en uitkeringen zijn bijvoorbeeld aan bepaalde voorwaarden verbonden. Het niet in acht nemen van deze voorwaarden kan leiden tot een onrechtmatigheid. Ten aanzien van het voorwaardencriterium vindt voor de interne regelgeving uitsluitend een toets plaats naar de hoogte, duur en doelgroep/object van financiële beheers handelingen, tenzij jegens derden (bijvoorbeeld in toekenningsbeschikkingen) aanvullende voorwaarden met directe financiële consequenties zijn opgenomen. Mocht tijdens de toetsing toch blijken dat het normenkader niet juist of compleet is en dit consequenties heeft gehad voor de controles, dan geeft het DB in de bedrijfsvoering paragraaf in de jaarstukken aan welke regels het betreft. De accountant moet dit in zijn verslag bevestigen.

pagina 8 van 20

6. Rapportering accountant Tijdens en na afronding van de controlewerkzaamheden rapporteert de accountant hierna in het kort weergegeven als volgt: Interim-controle: In de tweede helft van het jaar wordt door de accountant een zogenaamde interimcontrole uitgevoerd. Over de uitkomsten van die tussentijdse controle wordt een verslag uitgebracht aan de algemeen directeur die deze ter kennisname aanbiedt aan het DB. Accountantsverslag (verslag van bevindingen): Overeenkomstig de GW wordt omtrent de controle van de jaarrekening een verslag van bevindingen uitgebracht aan het AB en in afschrift aan het DB. Het verslag omvat in ieder geval de volgende onderwerpen op basis van artikel 213 GW: 1. de vraag of de inrichting van het financiële beheer en van de financiële organisatie een getrouwe verantwoording mogelijk maken; 2. de getrouwheid van de rechtmatigheidsverantwoording. Uitgangspunten voor de rapportagevorm: Gesignaleerde onrechtmatigheden worden toegelicht gespecificeerd naar de aard van het criterium. Fouten of onzekerheden die de rapporteringstolerantie als bedoeld in paragraaf 3 van dit controleprotocol overschrijden, worden weergegeven in een apart overzicht bij het verslag van bevindingen. Controleverklaring: In de controleverklaring wordt op een gestandaardiseerde wijze, zoals wettelijk voorgeschreven, de uitkomst van de accountantscontrole weergegeven.

Deze controleverklaring is bestemd voor het AB, zodat deze de door het DB opgestelde jaarrekening kan vaststellen.

7. Slotbepaling Dit controleprotocol (inclusief de bijlagen 1 en 2) treedt in werking op 1 januari 2025. Het controleprotocol is van toepassing op de accountantscontrole van de jaarrekening van het verslagjaar 2025 en verder.

pagina 9 van 20

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur op 6 oktober 2025. De secretaris,

De voorzitter,

P.F.J.M. Havermans

T.C. Melisse.

pagina 10 van 20

BIJLAGE 1: Normenkader Overzicht externe en interne wet- en regelgeving in het kader van de financiële rechtmatigheid: Programma’s / Producten

Externe wet-en regelgeving

Interne regelgeving

Algemeen Bestuur en ondersteunende processen

Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)

Financiële verordening Controle verordening

Wet Normering Topinkomens

Mandaatregeling

Wet op de Omzetbelasting Ambtenarenwet Participatiewet Wet sociale Werkvoorziening CAO SGO CAO Aan de Slag CAO SW Wet op de loonbelasting Wet op de sociale verzekeringswetten Pensioenwet Treasury

Wet financiering decentrale overheden (Fido)

Treasury statuut

Regeling Schatkistbankieren decentrale overheden Inkoop

Aanbestedingswet

Inkoopbeleid/ inkoop handboek Mandaatregeling

pagina 11 van 20

Bijlage 2: Model tekst van de rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid DB: De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het DB toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het AB vastgestelde kaders zoals de begroting en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het AB op 6 oktober 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het AB bepaald en bedraagt 2 % van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024.

Bevinding Het DB is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen bedrag €< Y> bedraagt. Dit is hoger/lager dan de daarvoor gestelde grens van €< X> . Van de niet rechtmatig tot stand gekomen baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het DB overigens een bedrag van €< Z> acceptabel op basis van de door het AB vastgestelde afspraken. De geconstateerde afwijkingen betreffen: • In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het AB aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft DB ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.

pagina 12 van 20

Financiële verordening WVS Het algemeen bestuur van WVS; gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur dd. 22 september 2025, 10 - 2025; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de navolgende Financiële verordening WVS: Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: • Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de organisatie van de gemeenschappelijke regeling en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. • Rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het dagelijks bestuur waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheerhandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.

Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording Artikel 2. Begroting 1. Jaarlijks wordt door het dagelijks bestuur de begroting aangeboden aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast. De begroting gaat vergezeld van de meerjarenraming die zich uitstrekt over 3 jaar volgend op het begrotingsjaar. 2. Voorafgaand aan de begroting wordt door algemeen bestuur de kadernota opgesteld. Hierin worden inhoudelijke en financiële kaders voor de begroting uitgewerkt. Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1. Bij de begroting worden de lasten en baten weergegeven en bij de jaarstukken worden de gerealiseerde lasten en baten weergegeven. 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt het totaal van de investeringen gesplitst per categorie.

pagina 13 van 20

3. Jaarlijks worden door het dagelijks bestuur de jaarstukken aangeboden aan het algemeen bestuur. De jaarstukken bestaan uit de jaarrekening en het jaarverslag. Dit is de integrale verantwoording van het dagelijks bestuur van de realisatie van de doelen en activiteiten en de middelen die daarvoor zijn ingezet ten opzichte van de voornemens uit de begroting. Het algemeen bestuur stelt de jaarstukken vast. Artikel 4. Autorisatie begroting en investeringskredieten 1. Het algemeen bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten en de investeringsbegroting. Het dagelijks bestuur doet het algemeen bestuur voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde begroting en de investeringsbegroting en voorstellen voor het bijstellen van het beleid. 2. Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur als zij verwachten, dat de lasten van een programma, taakveld of een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma, taakveld of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden.

Het algemeen bestuur geeft aan of zij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma, taakveld of de prioriteit, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid. 3. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in het algemeen bestuur bedoeld in artikel 5, eerste lid, doet het dagelijks bestuur voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het dagelijks bestuur indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten. 4. Bij investeringen met een meerjarig karakter stelt het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur voor op welke wijze de jaarschijven binnen het investeringsbudget worden opgebouwd. Goedkeuring voor verschuivingen tussen de jaarschijven van meer dan € 250.000 aan lasten van een investeringsbudget worden aan het algemeen bestuur integraal voorgelegd bij de jaarrekening. Artikel 5. Tussentijdse rapportage 1. Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur door middel van een tussentijdse rapportage per kwartaal over de realisatie van de begroting van de gemeenschappelijke regeling. 2.

De tussenrapportage bevat: a. een uiteenzetting over de uitvoering en de bijstelling van het beleid; b. de realisatie en raming van de baten en de lasten.

pagina 14 van 20

Artikel 6. Jaarstukken 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor een adequate vertaling van de verantwoording van de diensten naar de programmaverantwoording. 2. Door het vaststellen van de, door de accountant goedgekeurde, jaarrekening verleent het algemeen bestuur décharge aan het dagelijks bestuur voor het gevoerde beleid.

Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording Artikel 7. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. Het algemeen bestuur stelt vast op welke wijze zij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van van 2 % van de totale lasten, inclusief de dotaties aan de reserves (= gelijk aan goedkeuringstolerantie).

3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) toegelicht groter dan 2 % van de totale lasten, inclusief de dotaties aan de reserves (= gelijk aan goedkeuringstolerantie).

Artikel 8. Voorwaardencriterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheerhandelingen. De eisen / voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur jaarlijks uiterlijk voor het begin van het boekjaar ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheerhandelingen kunnen voortvloeien. [Het dagelijks bestuur operationaliseert dit normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne beheersing.] Artikel 9 Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door het algemeen bestuur geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee

pagina 15 van 20

2. 3.

4.

4.

5.

samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheerhandelingen tot stand moeten zijn gekomen; De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door het algemeen bestuur is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 4. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. Uitgangspunt is dat iedere afwijking overschrijding van de lasten van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het algemeen bestuur, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.

Onderschrijdingen van lasten of investeringsbudgetten en / of lagere of hogere baten dan begroot, zijn rechtmatig als deze tijdig zijn gemeld bij het algemeen bestuur. Voor het tijdig melden van onderschrijdingen van lasten of investeringsbudgetten en / of lagere of hogere baten dan begroot volstaat het indien deze afwijkingen bij de jaarrekening worden gemeld en toegelicht.

Artikel 10 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheerhandelingen. 2. Het dagelijks bestuur zorgt voor en legt de regels vast voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.

Hoofdstuk 4. Financieel beleid Artikel 11. Waardering en afschrijving vaste activa Materiële vaste activa worden lineair afgeschreven volgens de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening.

pagina 16 van 20

Artikel 12. Voorziening voor oninbare vorderingen Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op in-baarheid van de openstaande vorderingen. Artikel 13. Reserves en voorzieningen 1. Het dagelijks bestuur geeft jaarlijks bij de begroting een overzicht van de reserves en voorzieningen. De bijbehorende bestedingsplannen worden opgenomen in de begroting voor zover dit relevant is in het kader van de keuzemogelijkheden door het algemeen bestuur. 2. Een reserve en / of voorziening wordt ingesteld of opgeheven door een besluit van het algemeen bestuur. 3. Een voorziening wordt ingesteld of opgeheven op basis van een verplichting conform artikel 44 BBV. 4. In de begroting en de jaarrekening wordt een overzicht opgenomen van het weerstandsvermogen in relatie tot de risico's. De definiëring van het weerstandsvermogen is het totaal van reserves. Artikel 14. Financieringsfunctie 1. Het dagelijks bestuur neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a. voor het aantrekken van externe financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en b.

er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. 2. Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur vooraf als de wettelijke kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm, bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale overheden, dreigt te worden overschreden.

Hoofdstuk 5. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 15. Administratie 1. De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeenschappelijke regeling; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten;

pagina 17 van 20

c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving. Artikel 16. Financiële organisatie 1. Het dagelijks bestuur draagt zorgt voor: a. een eenduidige indeling van de organisatie van de gemeenschappelijke regeling en een eenduidige toewijzing van de taken aan de directie; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringsbegroting; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de directie over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; g.

het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en h. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen en eigendommen van de gemeenschappelijke regeling. Artikel 17. Interne controle 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheerhandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het dagelijks bestuur daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 7. Daarnaast informeert het dagelijks bestuur het algemeen bestuur over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. 2. Het dagelijks bestuur zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeenschappelijke regeling met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en

pagina 18 van 20

registergoederen tenminste eenmaal in de 3 jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het dagelijks bestuur maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen Artikel 18. Intrekken oude verordening en overgangsrecht De Financiële verordening WVS zoals vastgesteld op 18 december 2023 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt. Artikel 19. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2025 met dien verstande dat zij van toepassing is op de rechtmatigheidsverantwoording van het verslagjaar 2025 en later. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening WVS.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur op 6 oktober 2025 De secretaris ,

De voorzitter,

P.F.J.M. Havermans

T.C. Melisse.

pagina 19 van 20

Bijlage, behorende bij artikel 11: Afschrijvingsbeleid Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in tenminste: a. 40 jaar: nieuwbouw kantoren en bedrijfsgebouwen; b. 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop kantoren en bedrijfsgebouwen; c. 10 tot 15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; d. 8 tot 10 jaar: bedrijfsauto’s, productiemachines en / of -apparatuur, veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, telefooninstallaties, kantoormeubilair, nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen, groot onderhoud bedrijfsgebouwen; e. 5 tot 10 jaar: zware transportmiddelen, aanhangwagens, lichte motorvoertuigen, schaftwagens, zware automatiseringsapparatuur en -programmatuur; f. 3 tot 5 jaar: lichte automatiseringsapparatuur.

pagina 20 van 20

Presentatie AB 30 juni 2025 Bedrijf 1 Harmen Metz (Bedrijfsleider)

Onderzoeksvragen prognose t/m 2031 • Hoe ontwikkelt zich de formatie in de komende jaren als instroom Beschut Werk en LDR gelijk blijven? • Wanneer kan WVS niet meer de noodzakelijke inzet leveren t.b.v. de gemeentelijke orderportefeuille? • Wat betekent dit financieel qua kengetal toegevoegde waarde?

Prognose t/m 2031 Formatie totaal aantal fte's Natuurlijke uitstroom Uitstroom overig Verwachte instroom Beschut Werk Verwachte instroom LDR

2024 406 -8 -8 8 2

2025 400 -5 -8 8 2

2026 397 -10 -8 8 2

2027 389 -17 -8 8 2

2028 374 -16 -8 8 2

2029 360 -17 -8 8 2

2030 345 -26 -8 8 2

2031 321 -16 -8 8 2

TW gemeentelijke orderporteuille Noodzakelijke inzet aantal medewerkers gemeentes TW commerciële orderportefeuille Noodzakelijke inzet aantal medewerkers commercieel TW totaal

€ 7.844.174,00 € 8.236.382,70 € 8.648.201,84 € 9.080.611,93 € 9.534.642,52 € 10.011.374,65 € 9.763.318,00 € 9.792.950,00 337 337 337 337 337 337 313 299 € 2.191.894,00 € 2.034.649,43 € 1.856.200,67 € 1.397.403,90 € 926.699,43 € 364.887,90 € 383.132,29 € 402.288,91 69 61 53 38 24 9 9 9 € 10.036.068,00 € 10.271.032,13 € 10.504.402,50 € 10.478.015,83 € 10.461.341,95 € 10.376.262,55 € 10.146.450,29 € 10.195.238,91

SWOT-analyse Uitgangspunten: Krimp doelgroep • Instroom Beschut werk en LDR blijft gelijk • Uitstroom is groter dan de instroom

Gelijkblijvende markt • Dienstverleningsvraag 9 gemeenten blijft gelijk (geen uitbreiding) • Dienstverleningsvraag commerciële opdrachtgever blijft gelijk, maar moet worden afgeschaald wegens krimpend personeelsbestand

SWOT-analyse Strengths

Weaknesses

We hebben voldoende plaatsingsruimte voor kwetsbare doelgroepen Maatschappelijke meerwaarde is een unique selling point Succesvol in door- en uitstroom

Vanaf 2029 geen commerciële projecten meer mogelijk We kunnen vanaf 2030 niet meer voldoen aan de dienstverleningsvraag van onze GR We missen omzet om alle organisatiekosten te kunnen dekken Onder huidige instroom weinig leidinggevende capaciteiten

Opportunities

Threats

Keuzeruimte commerciële orderportefeuille Mechanisering en robotisering Verduurzaming Vraag en aanbod bepalen de marktwaarde Verschuiving medewerkers vanuit andere bedrijfsonderdelen

Organisatiekosten stijgen wegens toenemende begeleidingsbehoefte We kunnen geen totaalpakket aan groendiensten meer leveren op machinaal vlak Vaker onwerkbaar weer als gevolg van klimaatverandering Diversiteit contracten loopt terug met negatieve impact op plaatsingsmogelijkheden

-EindeZijn er nog vragen?

WVS Schoonmaak ‘Jouw kans op meer glans’!

WVS Schoonmaak is het sociaalste professionele Schoonmaakbedrijf van West-Brabant! Wij geloven dat iedereen een glanzende kans in het leven verdient. Daarom creëren we al sinds 2009 elke dag waardevolle plekken op de arbeidsmarkt. WVS Schoonmaak is de ontwikkelschakel voor werkgevers. Participerende partijen voor de instroom zijn scholen van het Voortgezet Speciaal Onderwijs-Praktijkonderwijs-MBO1 onderwijs, de werkpleinen, gemeenten en WVS. Gezamenlijk zijn zij belangrijk voor de doorstroom van participanten en kwetsbare leerlingen naar betaald werk.

SAMENSTELLING STABIEL PERSONEELSBESTAND (PSO30+)

HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTBEELD

ONTWIKKELING PER DOELGROEP

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16052214/1