CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

4. OMWB Overzicht richtlijnen kaderbrief 2026

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 16 april 2025, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken1.524 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage Kaderbrief 2026 – Richtlijnen Ingediende richtlijn In verband met de verwachte neerwaartse bijstelling van het Gemeentefonds in 2026 beschrijft de gemeenschappelijke regeling in de kadernota en de begroting 2026 de beleidsinhoudelijke keuzes en daar uit voortvloeiende effecten als de bijdrage van de gemeente/deelnemers gelijk blijft, dan wel daalt met 5%, 10% en 15% ten opzichte van de bijdrage voor 2025. BELEIDSMATIGE RICHTLIJNEN 1. De omgevingsdienst is in 2024 gestart met de implementatie van het kwaliteitsmanagementsysteem in de organisatie. In de kaderbrief 2026 geeft de omgevingsdienst concreet aan op welke wijze de resultaten van het kwaliteitsmanagementsysteem en de doorontwikkeling van datamanagement en -beheer worden verwerkt in de (meerjaren)begroting 2026. Bijvoorbeeld door in het beleidsdeel van de begroting inzage te geven in de aanpak van de ontwikkeling van kritieke prestatie-indicatoren (kpi’s) voor de primaire processen (dienstverlening). 2. Er is nog steeds sprake van krapte op de arbeidsmarkt wat we vooral terugzien in specialistische functies en dit raakt ook de OMWB. Dit vraagt om het maken van keuzes waarop de beschikbare capaciteit wordt ingezet.

We vragen de OMWB om in de Kaderbrief 2026 een transparant en duidelijk afwegingskader op te stellen voor die gevallen waarin keuzes gemaakt moeten worden (bijvoorbeeld ten aanzien van inzetten op basistaken of verzoektaken en waarbij het uitgangspunt dient te zijn het voldoen aan de wettelijke (basis)taken. Daarbij zijn maatwerk, vertrouwen en risico- en datagestuurd werken belangrijke pijlers.

Deelnemer Breda

Alleen 1 en 3. Woensdrecht, Moerdijk, Oosterhout, Steenbergen, Etten-Leur, Zundert, Roosendaal Bergen op Zoom, Halderberge Rucphen (1, 2 en 3)

Overgenomen V

Toelichting Beschreven in de Kaderbrief 2026.

1. Het hanteren van kritische prestatieindicatoren voor de primaire processen is lastig. Enerzijds maakt de OMWB geen beleid waarop kpi's ontwikkeld kunnen worden. Anderzijds blijkt dat vanwege onvoldoende data de operationele kpi's als gevolg van de intrede en implementatie van de Omgevingswet nog niet te bepalen zijn.

2. In de kaderbrief is geen afwegingskader opgenomen. De OMWB zet in op het voldoen aan het afgesproken werkprogramma: voor wettelijke (basis)taken én verzoektaken. De (complete) uitvoering van basistaken hebben daarbij prioriteit, indien deze keuze te maken valt. Bij mogelijke schaarste wordt altijd in overleg met de deelnemers bepaald waar de prioriteiten liggen.

3. Wij vragen de OMWB in 2025, samen met de deelnemers, de MWB-norm te herzien en te komen tot een nieuwe financieringsopzet. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de rapportage ‘Financieringssystematiek omgevingsdiensten’ vastgesteld op 20 juni 2024 door het bestuurlijk overleg Interbestuurlijk Programma Versterking VTH (IBP VTH) en het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK). Het proces om tot een nieuwe financieringssystematiek te komen wordt in de Kaderbrief 2026 beschreven en ook de (potentiële) gevolgen voor de (meerjaren)begroting 2026 en verder. FINANCIËLE RICHTLIJNEN In de nota Verbonden Partijen zijn de volgende financiële richtlijnen vastgelegd: 1. We verwachten van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting, waarin vier jaar vooruit wordt gekeken, aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting voor het komende jaar neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. 2. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het algemeen bestuur is besloten. 3.

De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de

Rucphen, Woensdrecht Moerdijk, Oosterhout, Steenbergen, Etten-Leur, Zundert, Roosendaal Bergen op Zoom Halderberge

V

3. De OMWB onderschrijft de herziening van MWB norm in 2025. Hiervan is melding gemaakt in de Begroting 2026. Verdere uitwerking vindt plaats lopende 2025.

V

N.v.t.

V

N.v.t.

V

N.v.t.

instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. 4. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente circulaire voor zowel de loon- als de prijsindex. Hiervoor gebruiken we de meest recente ramingen zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Plan Bureau. Voor de loonontwikkeling wordt hierbij ‘de index van de loonvoet sector overheid’ gevolgd en voor de prijsontwikkeling ‘de index van de netto materiele consumptie’. De verbonden partij geeft bij de kaderbrief en de begroting een specificatie weer van de verhouding lonen/prijzen in haar exploitatiebegroting.

Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er

V

N.v.t.

5.

6.

7.

8.

wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. Een besluit van het algemeen bestuur van een verbonden partij tot instelling van een algemene reserve is goed gemotiveerd, onderbouwd en voorzien van bijbehorende spelregels. Op dit besluit van het algemeen bestuur wordt een zienswijzemogelijkheid geboden aan de deelnemende gemeenten bij de conceptbegroting(wijziging). De algemene reserve wordt aangevuld tot de maximale hoogte zoals vastgesteld door het algemeen bestuur. Voor het bepalen van de omvang van de (beperkte) algemene reserve kan het algemeen bestuur een advies vragen aan de accountant, maar de algemene reserve bedraagt niet meer dan 8% van de totale lasten in de begroting (uitgangspunt is en blijft dat de weerstandscapaciteit bij de deelnemers wordt aangehouden). Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het algemeen bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het algemeen bestuur. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit.

In verband met de verwachte neerwaartse bijstelling van het Gemeentefonds in 2026 beschrijft de gemeenschappelijke regeling in de kadernota en de begroting 2026 in hoeverre de bijdrage van de gemeente/deelnemers gelijk blijft aan c.q. beperkt stijgt ten opzichte van de bijdrage voor 2025. Dit kan

V

N.v.t.

V

N.v.t.

V

N.v.t.

V

N.v.t.

door besparingen voor te stellen of beleidsinhoudelijke keuzes aan te geven. De raad van de gemeente Oosterhout verzoekt het college enkel akkoord te gaan met de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen als daarin de nul-lijn wordt gehanteerd, tenzij afwijking van die lijn noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan wettelijk verplichte taken of door onze raad vastgestelde beleidsdoelstellingen.

Oosterhout, Steenbergen

V

Als nullijn is de indexering met de macroeconomische verkenningen volgens de septembercirculaire 2024 toegepast; conform de Financiële verordening. Op deze indexering is een gemiddelde, voorcalculatorische reductie doorgevoerd van in totaal € 2,15 per uur voor 2025 en 2026. Zie de toelichting op de tariefstelling in de Begrotingswijziging 2025 en Begroting 2026.

In paragraaf 4.3 sub 13 indexeringen GR-en, pagina 19, aan het einde van de alinea de zin toe te voegen. “Het is de wens van de gemeenteraad om in aanloop naar de begroting 2025 al intensief te streven naar samenwerking met andere gemeenten om tot de nul-lijn in 2025 te komen bij diverse regelingen. Het zou onverantwoord zijn om het indexatiebedrag van € 1.173.000,- nu reeds te korten of te schrappen in de begroting 2025, omdat de gesprekken over de eerste begrotingen van regelingen al afgerond worden. Het college gaat de nul-lijn hanteren als uitgangspunt voor de begroting 2026.”

Oosterhout

V

Graag verwijzen we naar hetgeen opgemerkt bij de vorige vraag.

0Naast hetgeen hiervoor is opgemerkt willen wij nog expliciet aandacht vragen voor het volgende. Door de financiële uitdagingen waarmee de gemeente te maken heeft moeten er logischerwijs keuzes worden gemaakt. Op 7 november jl. heeft de Roosendaalse gemeenteraad de begroting 2025-2028 vastgesteld. ln de begroting is opgenomen dat er vanaf 2026 een besparing moet worden gerealiseerd op de gemeenschappelijke regelingen van € 200.000. ln dat kader vragen wij u om in uw komende Kadernota aan te geven welke mogelijke besparingen er zijn of welke beleidsinhoudelijke keuzes gemaakt kunnen worden om kosten te besparen.

Aanvullende opmerking Roosendaal

V

Graag verwijzen we naar hetgeen opgemerkt bij de vorige vraag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15373655/1