CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

4 b&w Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2022

commissie Maatschappelijke Aangelegenheden 8 juni 2022, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken23.595 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

GEMEENTE RUCPHEN INGEKOMEN: REG.NR:

23 FEB. 2022 ZAAK:

vERBLIJF: CC:

AFD. WEEK:

Gemeenteraad Rucphen Postbus 9 4715 ZG RUCPHEN

Onze referentie:

Z21/058915-D22/1166811

Uw referentie: Behandelaar:

D. van der Wegen

Telefoonnummer:

0165-349911

2 3 FEB. 2022

Rucphen, Onderwerp:

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2022

Beste raad, Wij hebben de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning voor 2022 aangepast en vastgesteld. In deze brief informeren wij u hierover. De beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2022 gelden vanaf 1 januari 2022 De wijzigingen ten opzichte van de vorige beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2020 zijn De nieuwe tarieven voor zowel huishoudelijke ondersteuning als begeleiding zijn verwerkt in de beleidsregels. De productomschrijvingen van de nieuwe producten HO light en Waakvlam plus (begeleiding) zijn toegevoegd. Bijgevoegd treft u de aangepaste beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2022 aan.

Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Rucphen, de secretaris, de burgemee ter,

Sandor Michielse

Marjolein van der Meer Mohr

Binnentuin 1 Postbus 9 4715 ZG Rucphen T: 0165 34 95 00 F: 0165 34 13 75 Banknummer: 2850 07 319 IBAN: NL37BNGH0285007319 KvK-nr. 20164997 Gemeente Rucphen

Rucphen

Schijf

Sprundel

St. Willebrord

Zegge

gemeente@rucphen.n1 www.rucphen.n1

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2022 gemeente Rucphen

Inhoudsopgave 1.Inleiding 2. Procedure 3. Maatwerkvoorziening: beoordelingskader, weigeringsgronden en herziening 3.1 Beoordelingskader maatwerkvoorzieningen 3.2 Hoofdverblijf 3.3 Langdurig noodzakelijk 3.4 Eigen verantwoordelijkheid 3.5 Gebruikelijke hulp 3.6 Voorliggende voorzieningen op grond van andere wet- of regelgeving 3.7 Algemene voorziening 3.9 Collectieve voorzieningen 3.10 Goedkoopst adequate maatwerkvoorziening 3.11 Vermijdbaarheid en voorzienbaarheid 3.12 Eerder verstrekte voorziening 3.13 Normale afschrijvingsduur 3.14 Reeds gemaakte kosten 3.15 Geen aanleiding voor verhuizen, tenzij belangrijke reden 3.16 College niet vooraf geïnformeerd 3.17 Niet voldoen aan verplichtingen 3.18 Herziening, intrekking en beëindiging 3.19 Terugvordering 3.20 Verhaal van kosten 4. Natura en persoonsgebonden budget 4.1 De voorziening in natura 4.2 Persoonsgebonden budget 4.3 Voorwaarden om in aanmerking te komen voor een pgb 4.4 Voorlichting 4.5 Eigen verantwoordelijkheden van de cliënt als budgethouder 4.6 Beschikking pgb en natura voorzieningen 4.7 Trekkingsrecht 4.8 Inzetten sociaal netwerk of mantelzorgers 4.9 Hoogte pgb 4.9.1 Persoonsgebonden budget voor huishoudelijke ondersteuning 4.9.2. Persoonsgebonden budget voor begeleiding 4.9.3 Persoonsgebonden budget voor vervoersmiddelen, rolstoelen en woonvoorzieningen 5.

Regels eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen 5.1 Eigen bijdrage maatwerkvoorzieningen 6. Maatwerkvoorzieningen 6.1. Huishoudelijke ondersteuning 6.2. Het zich verplaatsen in en om de woning 6.3 Wonen in een geschikte woning 6.4. Vervoer 6.5. Begeleiding: thuisbegeleiding, groepsbegeleiding en logeeropvang 7. Beschermd Wonen 8. Slotbepalingen 8.1 Citeertitels 8.2 Inwerkingtreding

3 4 5

5 5 5 5 5 6 6 6 6 7 7 7 7 8 8 8 9 9 10 11 11 11 11

12 12 12 12 13 13 13 15

18 23

23 24 25 30 31 33 36

40 41

41 41

Bijlage 1: Tabel huishoudelijke ondersteuning met activiteiten en frequentie per aandachtsgebied Bijlage 2: kwaliteitseisen begeleiding/huishoudelijke ondersteuning zorgaanbieder Bijlage 3: Werkwijze rolstoelcentrale Bijlage 4: Werkwijze scootmobielcentrale Bijlage 5: Beschrijving categorieën begeleiding

2

1. Inleiding De verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rucphen geeft tezamen met deze beleidsregels uitvoering aan de Wmo 2015. Hierbij wordt voortgeborduurd op de weg die in Rucphen in 2011 met de kanteling Wmo in gang is gezet. Er wordt, zoals in de Wmo 2015 is vastgelegd, uitgegaan van maatwerk aan de cliënt. Er wordt bekeken wat redelijkerwijs verwacht mag worden van de cliënt en zijn sociaal netwerk. Bekeken wordt tevens of algemeen gebruikelijke voorzieningen, voorliggende voorzieningen dan wel algemene voorzieningen een oplossing kunnen bieden. Als dit alles geen dan wel onvoldoende oplossing biedt, dan verstrekt de gemeente waar nodig een maatwerkvoorziening: ondersteuning wordt geboden daar waar nodig is. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan de mogelijkheden om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer en zelfstandig te functioneren in de maatschappij.

3

2. Procedure In de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rucphen is de procedure omtrent een mogelijke ondersteuningsvraag beschreven. De aanvraagprocedure loopt als volgt: a)

De gemeente ontvangt een melding van een cliënt. Het is mogelijk dat na vraagverheldering een cliënt informatie gegeven kan worden, waardoor de vraag van de cliënt snel beantwoord/opgelost kan worden. In dat geval wordt een melding direct afgehandeld. Als dat niet het geval is, wordt de persoonlijke situatie van de cliënt onderzocht. Daartoe wordt een gesprek met de cliënt gepland. De cliënt ontvangen binnen 2 werkdagen na de melding een schriftelijke ontvangstbevestiging. Na het plannen van het gesprek ontvangt de cliënt binnen 2 werkdagen ook nog een schriftelijke afspraakbevestiging.

b)

De gemeente voert een onderzoek uit middels een gesprek met de cliënt. Voorafgaand aan het gesprek wordt een vooronderzoek uitgevoerd naar de reeds bekende gegevens. In het gesprek wordt de persoonlijke situatie van de cliënt onderzocht. Bij het gesprek kan iemand uit de naaste omgeving van de cliënt en/of de cliëntondersteuner aanwezig zijn.

c)

Van het gesprek wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt binnen 10 dagen naar het gesprek naar de cliënt gestuurd. De cliënt wordt bij de aanbieding van het verslag gevraagd dit uiterlijk binnen twee weken ondertekend terug te sturen, al dan niet voorzien van bedoelde correcties of aanvullingen. Indien een cliënt het gespreksverslag niet binnen drie weken ondertekend heeft teruggestuurd, wordt er vanuit gegaan dat er geen behoefte meer bestaat voor ondersteuning en wordt de aanmelding afgesloten.

d)

Het onderzoek na de melding wordt binnen maximaal 6 weken afgerond. Dit is een wettelijke termijn.

e)

De cliënt dient een aanvraag in. Door ondertekening van het verslag, kan de cliënt het verslag als aanvraag aanmerken. Een aanvraag hoeft niet via een ondertekend verslag. Een cliënt kan ook zelf een aanvraag opstellen en indienen.

f)

In voorkomende situaties wordt medisch advies opgevraagd. Soms is het nodig om aanvullend onderzoek te laten doen om te bepalen of een Wmovoorziening nodig is. In dat geval wordt aan een extern bureau gevraagd om medisch advies uit te brengen.

g)

Als de aanvraag is ingediend, heeft de gemeente 2 weken de tijd om een beschikking af te geven. In de beschikking staat het besluit op de aanvraag. Als het er naar uitziet dat deze termijn niet gehaald kan worden, wordt de cliënt (op grond van de Algemene wet bestuursrecht) schriftelijk geïnformeerd over een verlenging van deze termijn met maximaal 8 weken.

Cliëntondersteuning Als een cliënt hulp nodig heeft bij het verwoorden van de ondersteuningsbehoefte en de cliënt die hulp niet kan vinden binnen de eigen familie of nabije omgeving, kan kosteloos een beroep gedaan worden op cliëntondersteuning van MEE West-Brabant. Daarnaast zijn er vrijwillige cliëntondersteuners, waarop cliënten een beroep kunnen doen.

4

3. Maatwerkvoorziening: beoordelingskader, weigeringsgronden en herziening 3.1 Beoordelingskader maatwerkvoorzieningen De beoordeling van een aanvraag is maatwerk en hangt af van de persoonlijke situatie van een cliënt. Daarbij geldt het in dit hoofdstuk beschreven kader. Het beoordelingskader en de toegangscriteria voor aanspraken op maatwerkvoorzieningen worden bepaald door de Wmo 2015, de verordening en deze beleidsregels. Bij de aanspraak op iedere maatwerkvoorziening wordt in ieder geval gekeken naar onderstaande toegangscriteria en weigeringsgronden. 3.2 Hoofdverblijf Een voorwaarde om voor een maatwerkvoorziening in aanmerking te komen is dat cliënt zijn hoofdverblijf in Rucphen heeft. Cliënt moet ingeschreven staan in de BasisRegistratie Personen (BRP). Het begrip hoofdverblijf wordt ontleend aan het Burgerlijk Wetboek en betekent volgens jurisprudentie meer dan alleen ingeschreven staan in de BRP; cliënt moet daadwerkelijk het grootste deel van de tijd in de gemeente verblijven. Als cliënt kan aantonen dat hij op korte termijn in de gemeente komt wonen, kan, als hij nog niet staat ingeschreven in de BRP, de ondersteuningsvraag worden behandeld. Er wordt dan wel een termijn afgesproken waar binnen de inschrijving in het GBA moet zijn geregeld. 3.3 Langdurig noodzakelijk Een maatwerkvoorziening komt in beeld bij een langdurige noodzakelijkheid.

Allereerst moet worden vastgesteld dat er sprake is van beperkingen waardoor een cliënt niet kan deelnemen aan het leven van alle dag. Hierbij speelt de medisch adviseur (arts in dienst van een door de gemeente gecontracteerd bureau) een belangrijke rol om te bepalen of voorzieningen medisch noodzakelijk zijn of dat deze juist antirevaliderend werken. De medisch adviseur kan tevens uitsluitsel geven over de vraag of er sprake is van een langdurige noodzaak. Onder 'langdurig'wordt over het algemeen verstaan langer dan 6 maanden of dat het een blijvende situatie betreft. Onder een 'blijvende situatie'wordt ook de terminale levensfase verstaan. Voor sommige maatwerkvoorzieningen, bijvoorbeeld huishoudelijke ondersteuning, kan het ook om een kortere periode gaan, bijvoorbeeld na ontslag uit het ziekenhuis. Waar precies de grens ligt tussen kortdurend en langdurig zal per situatie verschillen. Als de verwachting is dat cliënt na enige tijd zonder de benodigde hulpmiddelen of aanpassingen kan functioneren, dan mag van kortdurende medische noodzaak worden uitgegaan. Bij een wisselend ziektebeeld, waarbij verbetering in de toestand opgevolgd wordt door periodes van terugval, kan uitgegaan worden van een langdurige medische noodzaak. Een voorziening wordt alleen verstrekt wanneer deze noodzakelijk is.

3.4 Eigen verantwoordelijkheid Onder de eigen verantwoordelijkheid wordt verstaan het vermogen van een cliënt om op eigen kracht dan wel met de hulp van mantelzorger(s), personen uit het sociale netwerk en gebruikelijke hulp de belemmeringen redelijkerwijs zelf op te lossen. Oplossingen die een cliënt redelijkerwijs kan realiseren op grond van zijn eigen verantwoordelijkheid gaan voor op de verstrekking van een maatwerkvoorzieningen. 3.5 Gebruikelijke hulp Er bestaat geen aanspraak op een maatwerkvoorziening indien de cliënt huisgenoten heeft die wel in staat zijn om hulp te bieden bij bijvoorbeeld het voeren van een gestructureerd huishouden of het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen. Dit wordt gebruikelijke hulp genoemd.

5

3.6 Voorliggende voorzieningen op grond van andere wet- of regelgeving Voorliggend op de Wmo is een voorziening/dienst op grond van een andere wettelijke regeling, zoals de Wet langdurige zorg (Wlz), een ziektekostenverzekering of het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV). Als dit het geval is, wordt er op grond van de Wmo geen voorziening/dienst verstrekt. Voor wat betreft de afbakening tussen Wlz en Wmo geldt dat gemeenten tot een bij koninklijk besluit vast stellen tijdstip verantwoordelijk blijven voor woningaanpassingen en hulpmiddelen voor thuiswonende Wlz-cliënten. 3.7 Algemene voorziening Wanneer blijkt dat een cliënt niet op eigen kracht of met hulp van het sociaal netwerk tot een oplossing kan komen, wordt beoordeeld of er algemene voorzieningen zijn die de problemen, die cliënt ervaart, (gedeeltelijk) kunnen oplossen. Als een probleem volledig met een algemene voorziening kan worden opgelost, wordt er geen maatwerkvoorziening verstrekt. Een algemene voorziening is een voorziening waar iedereen, zonder indicatie of andere vorm van toegang, gebruik van kan maken. Een voorbeeld is het restaurant van een verzorgingshuis waar buurtbewoners tegen een geringe vergoeding kunnen eten. De bedoeling is dat er steeds meer algemene voorzieningen komen, zodat cliënten minder een beroep doen op (duurdere) maatwerkvoorzieningen.

Een algemene voorziening moet voor de cliënt compenserend zijn en financieel gedragen kunnen worden. Voorbeelden van algemene voorzieningen zijn (memorie van toelichting Wmo 2015 paragraaf 3.5): • Klussendienst • Opvang voor dak- en thuislozen die uitsluitend bestaat uit slapen en eten • Sociaal-culturele voorzieningen 3.8 Algemeen gebruikelijke voorzieningen Er is voor een cliënt geen aanspraak op een maatwerkvoorziening als deze algemeen gebruikelijk is. Het college verstrekt geen voorziening waarover een cliënt, ook als hij geen beperkingen heeft, kan beschikken. Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening die voldoet aan de volgende criteria: - Het is niet speciaal bedoeld voor personen met een beperking; - Het is verkrijgbaar in de reguliere handel; - Het is niet of niet veel duurder dan vergelijkbare producten; - Het kan voor een persoon zonder beperkingen in een financieel vergelijkbare positie worden gerekend tot het normale aanschaffingspatroon. In geval van een laag inkomen (op bijstandsniveau) kan bij de gemeente geïnformeerd worden of een beroep kan worden gedaan op bijzondere bijstand. 3.9 Collectieve voorzieningen Een collectieve voorziening is een voorziening waarvoor een individuele indicatie wordt gegeven, maar die collectief wordt uitgevoerd.

Tot nu toe is het collectief vervoer (deeltaxi) het meest duidelijke voorbeeld van een collectieve voorziening. Bij beperkingen op het gebied van vervoer ligt het primaat bij de deeltaxi. Dat wil zeggen dat, wanneer men geen gebruik kan maken van het reguliere openbaar vervoer, men in aanmerking komt voor een cliëntenpasje van de deeltaxi. Alleen wanneer is aangetoond dat de deeltaxi niet geschikt is voor de cliënt, zal een individuele vervoersvoorziening (zoals taxikostenvergoeding) worden verstrekt. Ook het waspunt is een collectieve voorziening. Om hier gebruik van te kunnen maken, is een indicatie nodig. 3.10 Goedkoopst adequate maatwerkvoorziening De verstrekking is altijd gebaseerd op de goedkoopst adequate voorziening. Er zijn vaak meerdere geschikte oplossingen, maar er wordt gekozen voor de oplossing die naar objectieve maatstaven de goedkoopste is.

6

Indien de cliënt een duurdere voorziening wil (die eveneens adequaat is) komen de meerkosten voor rekening van de cliënt. In dergelijke situaties vindt de verstrekking plaats in de vorm van een Persoonsgebonden budget (PGB), gebaseerd op de goedkoopst adequate voorziening. Een voorziening kan ook bestaan uit compensatie van noemenswaardige meerkosten ten opzichte van de algemeen gebruikelijke kosten die iemand voor de noodzakelijke voorziening moet maken. Hierbij kan worden gedacht aan een auto of fiets met (specifiek vanwege de beperking noodzakelijke) aanpassingen. Een auto of fiets is algemeen gebruikelijk, dus de kosten hiervoor (normbedragen zoals vastgesteld door het NIBUD) worden niet vergoed, uitsluitend eventueel de meerkosten. 3.11 Vermijdbaarheid en voorzienbaarheid De cliënt kan alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komen als de noodzaak tot ondersteuning redelijkerwijs niet vermijdbaar was of niet voorzienbaar was (artikel 8 van de verordening). Achtergrond is dat van iedereen mag worden verwacht tijdig te anticiperen op ondersteuningsvragen die te voorzien zijn. Dat kan door rekening te houden met zijn of haar beperkingen als er keuzes gemaakt moeten worden. Voorzienbaarheid is een weigeringsgrond is als iemand iets aanschaft of verhuist zonder rekening te houden met de al aanwezige beperkingen en de te verwachten ontwikkeling daarvan.

Het verhuizen naar een woning waarvan bij verhuizing duidelijk is dat deze niet geschikt is voor de cliënt en/of zijn huisgenoten, betekent ook dat er geen aanspraak bestaat op woonvoorzieningen. Indien er een voorziening in de woning is aangebracht en het was op dat moment te voorzien dat deze voorziening in de toekomst niet meer adequaat zou zijn, bestaat geen aanspraak op compensatie in het kader van de wet. Voorzienbaarheid moet goed onderzocht worden en in kaart gebracht. Voorzienbaarheid is moeilijk vast te stellen. Van belang is wanneer en wat de cliënt had kunnen weten. Als een cliënt een aantal jaar geleden een bad heeft laten plaatsen en in de jaren daarna gezondheidsklachten heeft ontwikkeld, kan gesteld worden dat de problemen niet te voorzien waren. Echter, het is wel mogelijk dat op het moment dat de gezondheidsklachten ontstonden, cliënt al had kunnen voorzien dat er problemen met de woning zouden ontstaan en kan dus verwacht worden van een cliënt dat hij rekening houdend met deze verwachting nagedacht zou hebben over bijvoorbeeld verhuizen. 3.12 Eerder verstrekte voorziening Er bestaat geen aanspraak op een maatwerkvoorziening voor zover de aanvraag betrekking heeft op: - een al eerder verstrekte voorziening in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling, en - de normale afschrijvingstermijn van de voorziening is nog niet verstreken.

Een uitzondering kan worden gemaakt als de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen. Hieronder wordt ook verstaan het risico dat verzekerd kan worden met een opstalverzekering. Het is eveneens redelijk te achten dat de cliënt - indien een derde schade heeft veroorzaakt - deze aansprakelijk stelt. 3.13 Normale afschrijvingsduur Het college verstaat onder de normale afschrijvingsduur de technische afschrijvingsduur. Dit houdt in dat het college niet gehouden is een economisch afgeschreven voorziening, die nog in goede staat is en passen voor de cliënt in te nemen en een nieuwe maatwerkvoorziening te verstrekken. 3.14 Reeds gemaakte kosten Er bestaat geen aanspraak op een maatwerkvoorziening indien de kosten voorafgaand aan het moment van aanvragen of beschikken zijn gemaakt en niet meer is na te gaan of de maatwerkvoorziening noodzakelijk is en als goedkoopst adequaat is aan te merken.

7

3.15 Geen aanleiding voor verhuizen, tenzij belangrijke reden Aanspraken op nnaatwerkvoorzieningen die het gevolg zijn van een verhuizing vanuit een voor de cliënt geschikte woning en waarvoor dus geen noodzaak bestaat, leiden tot afwijzing. Dat is anders indien er een belangrijke reden voor de verhuizing bestaat. Onder belangrijke reden kan bijvoorbeeld worden verstaan: het gaan samenwonen, huwelijk of echtscheiding en het aanvaarden van werk op een zodanige afstand dat verhuizen noodzakelijk is. De beoordeling of sprake is van een belangrijke reden is steeds afhankelijk van een weging van alle van belang zijnde feiten en omstandigheden. Er is alleen sprake van een belangrijke reden die aanleiding vormt voor toewijzing van de maatwerkvoorziening als de cliënt geen in redelijkheid van hem te vergen eigen mogelijkheden heeft om zelf voor een passende oplossing te zorgen. In deze uitzonderingssituaties mag verwacht worden dat de cliënt vooraf contact opneemt met de gemeente, zodat de gemeente mee kan bepalen wat de goedkoopst adequate oplossing is. 3.16 College niet vooraf geïnformeerd Uit de jurisprudentie blijkt dat van cliënten mag worden verwacht dat ze eerst contact opnemen met het college voordat ze een andere woning huren of kopen of een (nieuw) gehuurde of gekochte woning willen gaan aanpassen.

Het college moet de gelegenheid krijgen om vooraf eventuele alternatieven en de goedkoopst adequate oplossing in kaart te brengen met cliënt. Het is aan cliënt om tijdig maar in ieder geval ruim voordat men een huurcontract of (voorlopig) koopcontract aangaat, contact op te nemen. 3.17 Niet voldoen aan verplichtingen De cliënt heeft de volgende verplichtingen: Inlichtingenplicht ( artikel 2.3.8 lid 1 Wmo) Op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling doen van alle feiten en omstandigheden waarvan het de cliënt redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij aanleiding kunnen zijn om het besluit tot toekenning van de maatwerkvoorziening te heroverwegen. Dit stelt het college in staat om te beoordelen of het beroep op die maatwerkvoorziening of het daaraan gekoppelde persoonsgebonden budget nog terecht is. Verstrekt de cliënt niet onverwijld uit eigen beweging of op verzoek van het college alle gevraagde inlichtingen en bewijsstukken, dan heeft dat gevolgen voor de toekenning van de maatwerkvoorziening of het daaraan gekoppelde persoonsgebonden budget. Het college kan niet alleen bij een aanvraag, maar ook in andere stadia concrete informatie en bewijsstukken van de cliënt vragen.

Het niet naleven van de inlichtingenverplichting kan leiden tot: • buiten behandeling laten of afwijzen van de aanvraag of • beëindigen van de aanspraak op een maatwerkvoorziening en/of • herzien/intrekken van de aanspraak op een maatwerkvoorziening en terugvorderen. Medewerkingsplicht ( artikel 2.3.8 lid 3 Wmo) De cliënt is verplicht aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet. Hieronder wordt in ieder geval verstaan het verlenen van medewerking aan een oproep om op een bepaalde plaats en tijd te verschijnen in verband met de (beoordeling van de) aanspraak op maatwerkvoorzieningen. Deze medewerkingverplichting geldt ook voor huisgenoten indien het gaat om de beoordeling van eventuele gebruikelijke hulp. Het niet of onvoldoende meewerken aan het onderzoek kan leiden tot: • Buiten behandeling laten van de aanvraag (Awb), indien onvoldoende informatie bekend is. • Beëindigen van de aanspraak op een maatwerkvoorziening en/of • Herzien/intrekken van de aanspraak op een maatwerkvoorziening en terugvorderen.

8

3.18 Herziening, intrekking en beëindiging Beleidswijziging Artikel 2.3.9 van de Wmo 2015 legt aan de gemeente de plicht op om elke indicatie periodiek te onderzoeken. De aanleiding hiertoe kan een beleidswijziging zijn. De gemeente zal in voorkomende gevallen: • tijdig de nodige algemene, publieke communicatie daartoe verzorgen • en daarbij de situatie van elke individuele cliënt zorgvuldig en nader onderzoeken met in acht name van een redelijke overgangstermijn. Op individueel niveau Van intrekking is sprake indien achteraf gezien over een bepaalde periode in het verleden geen recht op een voorziening heeft bestaan. In het algemeen heeft een besluit tot intrekking dus terugwerkende kracht, in tegenstelling tot een besluit tot beëindiging. Indien in het verleden wel recht heeft bestaan, maar dat recht gecorrigeerd moet worden, is er sprake van herziening. De bevoegdheid tot intrekking of herziening van een verstrekte maatwerkvoorziening of een daaraan gekoppeld pgb is geregeld in artikel 2.3.10 Wmo 2015. In artikel 15 van de Verordening is aan het college de bevoegdheid verleend om tot intrekking dan wel herziening over te gaan wanneer: a. de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b.

de cliënt niet langer is aangewezen op een maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget; c. de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet meer toereikend is te achten; d. de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden; e. de cliënt de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruikt. Van beëindiging is sprake wanneer de aanspraak op een Wmo-voorziening wordt aangepast per direct of naar de toekomst toe. Beëindiging heeft dus geen terugwerkende kracht, in tegenstelling tot intrekking en herziening. Bij de uitoefening van de bevoegdheid tot intrekking dan wel herziening van een voorziening dient het college een zorgvuldige belangenafweging te maken. De intrekking/herziening is voor de cliënt een belastend besluit. Om die reden moet het college de nodige kennis vergaren over de relevante feiten en omstandigheden en aannemelijk maken dat de intrekking/herziening is te rechtvaardigen. 3.19 Terugvordering Terugvordering naar aanleiding van een beslissing op grond van artikel 2.3.10 Wmo 2015 is mogelijk. Dit is geregeld in artikel 2.4.1. Wmo 2015 en artikel 15 van de verordening. De mogelijkheid tot terugvordering is beperkt tot schending van de inlichtingenplicht en die schending moet bovendien opzettelijk hebben plaatsgevonden.

Het college hanteert bij de Wmo 2015 als uitgangspunt dat bij een (opzettelijke) schending van de inlichtingenplicht in beginsel tot terugvordering van de geldwaarde van de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget wordt overgegaan. Daarvan ziet het college slechts af als achteraf nog objectief kan worden vastgesteld dat de gemeente niet (in financiële zin) is benadeeld. Van het opzettelijk schenden van de inlichtingenplicht is naar het oordeel van het college in ieder geval sprake wanneer de cliënt of degene die daaraan zijn medewerking heeft verleend: - wist of behoorde te weten dat de informatie die hij niet, niet tijdig dan wel onvolledig aan het college heeft overgelegd van invloed kon zijn op het vaststellen van het recht op een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget, en; - is vastgesteld dat die informatie niet, niet tijdig dan wel onvolledig aan het college is overgelegd. In dat verband zal bij de toekenningbeschikking nadrukkelijk moeten worden gewezen onder welke omstandigheden van de cliënt en/of zijn netwerk wordt verlangd welke informatie wanneer aan het college moet worden overgelegd. Het voorgaande moet niet limitatief worden opgevat. Ook in 9

andere situaties kan sprake zijn van opzet. Het is aan het college om dit te onderbouwen en de beslissing tot terugvordering te motiveren. 3.20 Verhaal van kosten Als een college een beslissing heeft ingetrokken omdat de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, dan kunnen de kosten van de maatwerkvoorziening verhaald worden op de cliënt en degene die daaraan medewerking heeft verleend (art. 2.4.1. van de Wnno) In artikel 2.4.3. van de Wmo is de bevoegdheid voor de gemeente bepaald om de kosten van een verstrekte maatwerkvoorziening of daaraan gekoppeld persoonsgebonden budget te verhalen op degene die door zijn onrechtmatig handelen er de oorzaak van is dat de cliënt een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening of daaraan gekoppeld persoonsgebonden budget.

10

4. Natura en persoonsgebonden budget Een maatwerkvoorziening wordt verstrekt als: zorg in natura (zin) De gemeente verstrekt een voorziening, die een cliënt kant en klaar krijgt. persoonsgebonden budget (pgb) Een cliënt ontvangt een bedrag waarmee hij zelf de voorziening/ondersteuning inkoopt. 4.1 De voorziening in natura In de beschikking wordt opgenomen dat de voorziening, die een cliënt krijgt, in natura wordt verstrekt. In de beschikking worden ook de voorwaarden opgenomen waaronder verstrekking plaatsvindt. De verdere uitwerking van natura voorzieningen wordt in andere hoofdstukken van deze beleidsregels beschreven. 4.2 Persoonsgebonden budget Een persoonsgebonden budget (pgb) kan een geschikt instrument zijn voor de cliënt om zijn leven naar eigen wensen en behoeften in te vullen. Een pgb is bij uitstek geschikt voor mensen die zelf de regie over hun leven kunnen voeren. Een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt alleen verstrekt indien de cliënt dit gemotiveerd in een pgb-plan vraagt. In het pgb-plan moet worden aangetoond dat de verstrekking van een pgb aantoonbaar leidt tot goede en effectieve ondersteuning. Ook dient de ondersteuning aantoonbaar doelmatig te zijn. De gemeente beoordeelt of het pgb-plan voldoet. Door het opstellen van een pgb-plan wordt de cliënt gestimuleerd na te denken over zijn ondersteuningsvraag, deze uit te werken en te concretiseren.

4.3 Voorwaarden om in aanmerking te komen voor een pgb Artikel 2.3.6. van de wet gaat over de mogelijkheden om een pgb te verstrekken. Een pgb wordt verstrekt als: 1. Een cliënt naar het oordeel van het college voldoende in staat is om de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Dit kan eventueel met hulp uit zijn sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde. Als er overwegende bezwaren zijn, kan een pgb worden geweigerd. Dit betekent dat er een ernstig vermoeden is, dat de budgethouder problemen zal hebben met het omgaan met een pgb. Enkele voorbeelden van handelingsonbekwaam zijn: • De cliënt heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie. • Er sprake is van schulden- of verslavingsproblematiek. • Er is eerder misbruik gemaakt van het pgb. • Er is eerder sprake geweest van fraude. Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Er kunnen meerdere situaties zijn waarin het verstrekken van een pgb niet gewenst is. Om een pgb af te wijzen op overwegende bezwaren moet er een feitelijke onderbouwing zijn. Dat kan een medische onderbouwing zijn, maar kan ook het aantonen van schulden of eerder misbruik zijn.

Specifiek is afwijzing van een PGB bij een zeer progressief ziektebeeld, waarbij op voorhand vast staat dat binnen korte tijd vervanging van de voorziening nodig is en wellicht daarna weer. 2. De cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als pgb geleverd wenst te krijgen. Het volstaat niet eenvoudigweg mede te delen dat hij de ondersteuning van gecontracteerde aanbieders niet wenst. Om dit te doen zal hij moeten aantonen dat hij zich voldoende heeft georiënteerd op de maatwerkvoorziening 'in natura'en moeten onderbouwen waarom hij deze niet passend acht. Wanneer een persoon de onderbouwing in redelijkheid heeft beargumenteerd mag de gemeente de aanvraag niet

11

weigeren. Anders dan bij de eerste en derde voorwaarde is bij de motivering niet het oordeel van het college leidend, maar het oordeel van de cliënt. 3. Gewaarborgd is dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, die tot de individuele voorziening behoren en die de cliënt van het budget wil betrekken, van goede kwaliteit zijn. De kwaliteit van de dienstverlening die ingezet wordt door een pgb moet van vergelijkbare kwaliteit zijn als de dienstverlening in zorg in natura. Een pgb wordt verstrekt als naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de ondersteuning van goede kwaliteit is. In het pgb-plan moet aangetoond worden op welke wijze deze kwaliteit gewaarborgd is. Bij het beoordelen van de kwaliteit weegt het college mee of de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt. 4.4 Voorlichting Zoals uit de Wmo 2015 is af te leiden, is het belangrijk dat cliënten vooraf goed weten wat het pgb inhoudt en welke verantwoordelijkheden ze daarbij hebben. Deze voorlichting wordt tijdens de aanvraagprocedure gegeven. Daarnaast verzorgt het servicecentrum pgb van de sociale verzekeringsbank (SVB) voorlichting voor en ondersteuning van budgethouders.

4.5 Eigen verantwoordelijkheden van de cliënt als budgethouder De cliënt als budgethouder is zelf verantwoordelijk voor: • het inkopen van de maatwerkvoorziening; • het onderhoud, de reparaties en de verzekering van het hulpmiddel. Degene die ingeschakeld wordt voor hulp is verantwoordelijk voor het doorgeven van loongegevens aan de belastingdienst. 4.6 Beschikking pgb en natura voorzieningen In artikel 10 van de verordening staat wat er in de beschikking tot een maatwerkvoorziening wordt vastgelegd. De toekenning eindigt wanneer: • de budgethouder verhuist naar een andere gemeente; • de budgethouder overlijdt; • als de indicatieperiode of geldigheidsduur is verstreken; • als de budgethouder aangeeft dat zijn situatie is veranderd en de gemeente vaststelt dat de voorziening niet meer voldoet; • de budgethouder geen verantwoording aflegt; • de budgethouder zijn pgb laat omzetten in zorg in natura; • de budgethouder de (overige) voorwaarden, die gesteld zijn aan de toekenning van het pgb, niet nakomt. Het beëindigen van de toekenning kan er toe leiden dat (een deel van) het pgb wordt teruggevorderd. Hiertoe wordt verwezen naar paragraaf 3.20. 4.7 Trekkingsrecht In de Wnno 2015 is de verplichting opgenomen dat gemeenten pgb's uitbetalen via het trekkingsrecht. Dit houdt in dat de gemeente het pgb niet op de bankrekening van de budgethouder stort, maar op rekening van de SVB.

Het trekkingsrecht werkt als volgt: 1. Een cliënt sluit een zorgovereenkomst af met een zorgverlener en stuurt de zorgovereenkomst naar de SVB. 2. De SVB (arbeidsrechtelijk) en de gemeente (zorginhoudelijk) controleren de zorgovereenkomst. 3. Na akkoord kan een cliënt declaraties indienen bij de SVB 4. De SVB controleert de declaratie en als deze akkoord is, wordt de zorgverlener uitbetaald

12

Het trekkingsrecht geldt voor begeleiding en huishoudelijke ondersteuning, maar niet voor de overige Wmo-voorzieningen. 4.8 Inzetten sociaal netwerk of mantelzorgers In het gemotiveerde pgb-plan van de cliënt kan hij of zij de wens uitspreken om zijn sociale netwerk of mantelzorgers in te willen zetten. De gemeente stelt zich terughoudend op ten aanzien van het verstrekken van een pgb wanneer de ondersteuning wordt geleverd door het sociaal netwerk of mantelzorgers. De gemeente is van mening dat de inzet van een pgb, wanneer de ondersteuning wordt geleverd door het sociaal netwerk of mantelzorgers, beperkt moet blijven tot die gevallen waarin het de gebruikelijke hulp overstijgt. Wanneer blijkt dat het pgb niet leidt tot het beoogde resultaat, kan deze na onderzoek worden beëindigd en worden overgezet naar ondersteuning via zorg in natura. Overeenkomstig de huidige Wmo-praktijk met betrekking tot informele hulp wordt hierbij in ieder geval gedacht aan diensten (zorg van mantelzorgers bijvoorbeeld). Informele hulp bij hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen komt minder voor. Ingeval hiervoor een pgb wordt aangevraagd wordt dat slechts verstrekt indien naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de in te kopen diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen veilig, doeltreffend en kwalitatief goed worden verstrekt.

Bij het beoordelen van de kwaliteit weegt het college mee of de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt. 4.9 Hoogte pgb Een pgb is gemiddeld genomen goedkoper dan zorg in natura, omdat er minder overheadkosten hoeven te worden meegerekend. Daarbij wordt uitgegaan van het bedrag van de goedkoopst adequate voorziening in natura. De gemeente maakt onderscheid tussen ondersteuning die wordt geleverd door het sociale netwerk en door professionele hulpverleners. De maximale hoogte van een pgb is begrensd op de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate door het college ingekochte maatwerkvoorziening in natura. Tussenpersonen of belangbehartigers mogen niet uit het pgb betaald worden. 4.9.1 Persoonsgebonden budget voor huishoudelijke ondersteuning Bij het pgb voor huishoudelijke ondersteuning (pgb HO) gaat het om de inhuur van menskracht. Daarom is het onder andere belangrijk dat de cliënt goed weet wat zijn rechten en plichten zijn. In het indicatietraject wordt nagegaan of de cliënt ook daadwerkelijk in staat is de eigen regie te voeren over het pgb HO. Het toegekende pgb moet worden aangewend voor de inkoop van huishoudelijke ondersteuning.

Uitgangspunten bepaling pgb De uitgangspunten voor huishoudelijke ondersteuning met een pgb zijn: Er wordt gekozen voor een resultaatgerichte werkwijze. Er wordt onderscheid gemaakt in de pgb-tarieven gebaseerd op diegene die de ondersteuning levert: • Professional: niet gecontracteerde zorgaanbieder / zpp'er (hiervoor gelden de eisen zoals opgenomen in bijlage 2) • sociaal netwerk / overig Er wordt onderscheid gemaakt in de leefsituatie van de cliënt: • Eenpersoonshuishouden - appartement • Eenpersoonshuishouden - eengezinswoning • Meerpersoonshuishouden - woonsituatie niet van belang De combinatie van de persoon die de ondersteuning levert en de leefsituatie van de cliënt leidt tot een specifieke pgb-categorie met een daarbij horend pgb- tarief (zie 5.1.2). Het maximale pgb-tarief is gelijk aan tarief voor huishoudelijke ondersteuning via zorg in natura.

13

Hoogte pgb De Wmo stelt dat de cliënt met zijn pgb een gelijkwaardige voorziening moet kunnen treffen als bij de inzet van zorg in natura. Zoals in paragraaf 4.2 is beschreven, stelt een cliënt een pgb-plan op. Dit pgb-plan is te vergelijken met het leveringsplan voor zorg in natura (zie paragraaf 6.1.2.). In het pgb-plan zijn de werkzaamheden en de daarbij behorende frequentie opgenomen. Dit pgb-plan wordt getoetst aan het objectieve toetsingskader, d.w.z. de tabel met werkzaamheden x frequentie (bijlage 1). De onderstaande tarieven zijn toereikend om het objectieve toetsingskader te realiseren. De combinatie van de persoon die de ondersteuning levert en de leefsituatie van de cliënt leidt tot een specifieke pgb-categorie met een daarbij horend pgb- tarief. Dit alles leidt tot de volgende maximale periodetarieven (per maand). Professional

Eenpersoonshuishouden/ appartement HO light HO HO & was HO+ HO+ & was

Niet-professioneel (C12,76 per uur) C 57,C 138 €194 C 166,C 221,-

C 132,30 C 286,65 €414,05 C 351,00 C 491,40

Eenpersoonshuishouden/ eengezinswoning HO light HO HO & was HO+ HO+ & was

Niet-professioneel

Professional

C 57,C 221,C 276,C 249,C 304,-

C 132,30 C 286,65 C 414,05 C 351,00 C 491,40

Meerpersoonshuishouden HO light HO HO & was HO+ HO+ & was

Niet-professioneel C 57,C 221,C 304,C 249,C 332,-

Professional C 132,30 C 286,65 C 414,05 C 351,00 C 491,40

Lager periodetarief Het pgb plan dat wordt ingediend door de cliënt is leidend. Ligt het gevraagde periodetarief dat is opgenomen in het pgb plan lager dan de tarieven zoals die zijn opgenomen in bovenstaande tabellen, wordt het gevraagde tarief toegekend. Het uurtarief wordt door de SVB gecontroleerd vanwege de verplichting om het wettelijke minimumloon te hanteren. Hoger periodetarief In uitzonderingssituaties is het mogelijk om gemotiveerd een hoger periodetarief vast te stellen. Is meer inzet van huishoudelijke ondersteuning nodig en dus een hoger periodetarief, dan wordt voor bepaling hiervan de urennormering van het CIZ aangehouden. Eigen bijdrage De gemeente keert een "bruto" pgb uit aan de SVB, hierop is geen eigen bijdrage in mindering gebracht. De eigen bijdrage wordt bij cliënt geïnd door het CAK en mag niet worden betaald uit het pgb. Indexatie Om te bepalen of indexatie van de tarieven HO pgb nodig is, wordt aangesloten bij het moment van indexatie van de tarieven van de HO zin.

14

Salaris zorgverlener Het salaris van de zorgverlener is het uurloon dat de zorgverlener kan declareren. In het uurloon zijn de reiskosten en het vakantiegeld inbegrepen. Onder het salaris voor een zorgverlener wordt niet verstaan: a. Eenmalige uitkering bij beëindiging van rechtswege: dit kan zich voordoen als er sprake is van een plotselinge beëindiging van de werkzaamheden als gevolg van bijv. een overlijden van de cliënt. De zorgverlener zit in dat geval plotseling zonder werk. Een éénmalige uitkering uit een PGB is niet toegestaan; b. Feestdagenuitkering: Uit het PGB mag geen feestdagenuitkering aan de zorgverlener(s) worden betaald; c. Reiskosten; d. Kosten voor het voeren van een PGB-administratie: De Sociale Verzekeringsbank (SVB) beheert het budget; e. Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het PGB: in verband met fraudegevoeligheid is het niet toegestaan dat een (professionele) zorgverlener de administratie richting SVB verzorgt. Bij een zorgverlener uit het sociaal netwerk ligt de beoordeling of dit mogelijk is bij de gemeente; f. Alle zorg en ondersteuning (door aanbieders) in het buitenland: controle op kwaliteit en financiën is dan nauwelijks mogelijk. Een PGB mag alleen na toestemming van het college besteed worden in het buitenland.

Beëindiging toekenning Voor huishoudelijke ondersteuning geldt aanvullend dat de toekenning eindigt; • op de laatste dag van de indicatieperiode; • als de budgethouder wordt opgenomen in een Wlz-instelling en deze opname een permanent karakter heeft; • als de budgethouder langer dan 8 weken aaneengesloten is opgenomen in een instelling; • als de budgethouder recht heeft op huishoudelijke ondersteuning volgens een andere regeling; • als de budgethouder verhuist naar een andere gemeente; • als de budgethouder aangeeft geen pgb meer te willen ontvangen en eventueel kiest voor een verstrekking in natura. In dat geval blijft het recht op huishoudelijke ondersteuning (bij ongewijzigde omstandigheden) bestaan, maar wijzigt de vorm en krijgt cliënt een nieuwe beschikking. Een cliënt kan één keer per jaar wisselen tussen het pgb en verstrekking in natura. 4.9.2. Persoonsgebonden budget voor begeleiding Pgb voor begeleiding Bij het pgb voor begeleiding gaat het om de inhuur van menskracht. Hierdoor is het onder andere belangrijk dat de cliënt goed weet wat zijn rechten en plichten zijn en dat hij een pgb plan aanlevert dat inzicht geeft in de ondersteuningsvraag van de cliënt en de te bereiken doelen en resultaten, frequentie van ondersteuning en waarin de uit te voeren activiteiten zijn benoemd.

Waar de term pgb houder wordt gebruikt wordt bedoeld de pgb houder of zijn vertegenwoordiger. De uitgangspunten voor het pgb voor begeleiding zijn: Er wordt bij het pgb voor begeleiding gekozen voor een resultaatgerichte werkwijze. We maken voor het pgb begeleiding onderscheid in de situatie van de cliënt: • Stimuleren, er wordt voor relatief korte termijn een pgb verstrekt • Behouden / stabilisatie, er wordt voor middellange/ lange termijn een pgb verstrekt • Ondersteunen bij verslechtering, er worden langdurige afspraken gemaakt over de ondersteuning die met het pgb wordt gerealiseerd De cliënt staat centraal in de uitvoering van de ondersteuning, ongeacht of deze wordt geboden door het sociaal netwerk of een zorgaanbieder. Een combinatie van het pgb voor het sociaal netwerk en een pgb voor een zorgaanbieder is mogelijk tegen maximaal het resultaatstarief voor begeleiding zorg in natura. Er kan geen sprake zijn van dubbele financiering.

15

Pgb vaardigheid Een cliënt of zijn vertegenwoordiger die pgb-vaardig is, is aantoonbaar in staat om het pgb te beheren en hij beseft welke rechten en plichten (zoals werkgeversrol) hierbij horen. De zorgaanbieder mag dit beheer niet op zich nemen. Onder pgb vaardigheid verstaan we: De pgb houder is in staat de eigen situatie te overzien, afspraken te maken met aanbieders en te sturen op activiteiten en frequentie. De pgb houder is op de hoogte van rechten en plichten van een pgb (evt werkgeversverplichtingen). De pgb houder kan de voortgang op de hulpverlening bewaken en bijsturen waar nodig. De pgb houder heeft geen druk ervaren vanuit de pgb hulpverlener om zorg te mogen leveren. Pgb plan Bij het pgb voor begeleiding werken we met een pgb-plan waarin doelen en resultaten, activiteiten en frequentie worden benoemd. Het pgb plan is gelijk voor het pgb bij een zorgaanbieder en het pgb sociaal netwerk. Van de cliënt of zijn vertegenwoordiger wordt verwacht dat deze een kwalitatief goed doordacht pgb-plan opstelt. Hij levert een pgb plan voor begeleiding aan dat inzicht geeft in de ondersteuningsvraag van de cliënt en benoemt te bereiken doelen en resultaten, frequentie van ondersteuning en de uit te voeren activiteiten. De pgb houder dient te beseffen dat het pgb plan een belangrijk document is.

Toets op resultaat Indien een cliënt kiest voor een pgb, wordt vooraf de afweging gemaakt of het resultaat kan worden behaald met het pgb. Het is belangrijk dat het pgb zo wordt ingezet dat het in het pgb-plan geformuleerde resultaat wordt behaald. De pgb houder is hier verantwoordelijk voor. De gemeente informeert de pgb houder vooraf dat periodiek getoetst kan worden of het resultaat met het pgb behaald wordt en welke consequenties verbonden zijn aan het niet behalen van het resultaat. Wanneer (tussentijds) door de Wmo-consulent wordt vastgesteld dat de resultaten die in het pgbplan zijn genoemd niet of onvoldoende worden behaald, zijn mogelijke consequenties: Het resultaat wordt opnieuw geformuleerd. De Pgb houder c.q. zijn ondersteuner moet kunnen beredeneren waarom het resultaat niet behaald is en waarom dit niet eerder met de Wmo consulent besproken is. Pgb wordt omgezet naar zorg in natura of andere pgb-begeleider; Pgb wordt stopgezet en moet terugbetaald worden. Kwaliteitseisen pgb begeleiding Net als bij zorg in natura is het ook bij het pgb belangrijk dat de ondersteuning van goede kwaliteit is. De pgb houder is verantwoordelijk voor het aantonen van de kwaliteit. De pgb-houder ondertekent een eigen verklaring waarin hij aangeeft dat de pgb zorgverlener voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen.

• Algemene kwaliteitseisen Alle maatschappelijke ondersteuning die wordt geboden, dus ook de ondersteuning op basis van het pgb voor begeleiding dient te voldoen aan de wettelijke voorwaarden voor kwaliteit. Deze voorwaarden gelden zowel voor zorgaanbieders/ zzp als sociaal netwerk/ overig die op grond van een pgb ondersteunen. In de Wmo 2015 is opgenomen dat een voorziening in elk geval: a. veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verstrekt, b. wordt afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt, c. wordt verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard, d. wordt verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt. • Kwaliteitseisen zorgaanbieders / ZZP'ers Verder gelden voor pgb-zorgaanbieders/ zzp de kwaliteitseisen die worden gesteld aan zorgaanbieders met een resultaatsovereenkomst voor zorg in natura. In bijlage 2 is hier een omschrijving van opgenomen.

16

• Kwaliteitseisen sociaal netwerk/ overig Naast de hiervoor genoemde algemene kwaliteitseisen worden aan het sociaal netwerk/ overig die worden gecontracteerd door de pgb-houder de volgende kwaliteitseisen gesteld: - Met het pgb worden gestelde resultaten bereikt en dit wordt inzichtelijk gemaakt; - Het overleggen van een VOG-verklaring met uitzondering van personen uit het gezin van de pgb houder en eerste en tweedegraads familieleden; - In geval van afwezigheid door vakantie, ziekte of andere oorzaken sluit de zorg naadloos aan. De pgb houder is verantwoordelijk voor een planning die hierin voorziet; - De zorgverlener mag niet overbelast zijn; De zorgverlener heeft een stabiele persoonlijke situatie (een indicatie kan bijvoorbeeld zijn dat deze zelf in ieder geval geen begeleiding heeft). Uitsluitingen pgb voor begeleiding • Gebruikelijke hulp bij begeleiding Het pgb voor begeleiding mag niet ingezet worden voor gebruikelijke hulp. Gebruikelijke hulp is de hulp die naar algemeen aanvaardbare opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de huisgenoten, tot wie gerekend worden, de partner, ouders, inwonende kinderen en anderen met wie cliënt duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont.

De volgende uitgangspunten worden gehanteerd voor gebruikelijke hulp bij begeleiding: Gebruikelijke hulp wordt verwacht in een kortdurende zorgsituatie, die een periode van maximaal drie maanden beslaat en waarin uitzicht is op herstel. In een zorgsituatie die langer dan drie maanden duurt en waarin uitzicht is op herstel en in een zorgsituatie waarin geen uitzicht is op herstel wordt gebruikelijke hulp verwacht bij: • Begeleiding op het terrein van maatschappelijke deelname. Hieronder wordt in ieder geval verstaan het bezoeken van een huisarts, het bezoeken van dagbesteding; • Begeleiding bij het normale maatschappelijke verkeer binnen de levenssfeer. Hieronder wordt in ieder geval verstaan het bezoeken van vrienden, familie; • Het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen. Hieronder wordt in ieder geval verstaan het doen van administratie. • Pgb sociaal netwerk / overig Bij zorg in natura kennen we begeleiding plus, deze is bedoeld voor cliënten, die beperkingen hebben die (langdurig) gepaard gaan met matig of zwaar regieverlies, of met een invaliderende aandoening of beperking (fysieke, cognitieve, sociaal-emotionele beperkingen). Deze beperkingen hebben een tekortschietend zelfregelend vermogen tot gevolg. De integratie in de samenleving door de beperking of aandoening kan zeer moeilijk zijn.

Gezien de benodigde deskundigheid voor begeleiding plus, is het bieden van deze vorm van begeleiding door het sociaal netwerk in principe niet aan de orde. Maatwerk blijft altijd mogelijk. Een uitzondering kan gemaakt worden als aangetoond kan worden dat de begeleider uit het sociaal netwerk beschikt over de benodigde diploma's en ervaring om deze vorm van begeleiding te bieden. Het pgb sociaal netwerk kan niet worden ingezet voor begeleiding Groep. • Verbeterbare problematiek Wanneer de toegang Wmo vindt dat er sprake is van verbeterbare problematiek (stimuleren), is het uitgangspunt dat door de pgb ondersteuner gewerkt aan verbetering en/of herstel. Dit geldt zowel voor het sociaal netwerk/ overig als voor zorgaanbieders / ZZP'ers. Wanneer de cliënt, het sociaal netwerk of de zorgaanbieder echter in tegenstelling tot de toegang Wmo van mening is dat de problematiek onverbeterlijk is, is de ondersteuning niet cliëntgericht en wordt geen pgb verstrekt en wordt een andere passende oplossing gezocht. Dit kan zijn een zorg in natura maatwerkvoorziening of een pgb bij een andere zorgaanbieder. Als hierover tussen gemeente en cliënt verschil van mening ontstaat dan kan een onafhankelijk advies worden opgevraagd.

Hoogte pgb voor begeleiding Voor de hoogte van het pgb voor begeleiding wordt onderscheid gemaakt in: ondersteuners die in dienst zijn van een professionele organisatie of die werkzaam zijn als zelfstandig werkend ondernemer : 100% van het tarief waarvoor het college de geïndiceerde diensten heeft ingekocht;

17

voor personen die behoren tot het sociaal netwerk en personen die niet als ondersteuners als bedoeld hierboven worden aangemerkt bedraagt de hoogte van het pgb niet meer dan het op grond van de Wet langdurige zorg geldende tarief voor zorg van niet-professionele zorgverleners. Er wordt geen pgb verstrekt als deze wordt ingezet bij een gecontracteerde zorgaanbieder (begeleiding zin) tenzij dit in een combinatie met het sociaal netwerk is. Tarieven voor Pgb begeleiding De (maximale) tarieven voor begeleiding zijn in 2022 per maand:

Categorie

Zorgaanbieder / zzp

Sociaal netwerk Per maand 2022

Per maand 2022

Waakvlamfunctie

C 49,-

C 21,14

Waakvlam plus

C 147,03

C 63,42

Begeleiding thuis Regulier

C 550,29

C 320,64

Begeleiding thuis Plus

C 1013,70

C 555,61

Begeleiding groep regulier'

C 886,08

n.v.t.

Begeleiding groep plus

C 1255,72

n.v.t.

Logeeropvang

C 223,97 (etmaal)

C 72,73 (etmaal)

Lager tarief Het pgb plan wat wordt ingediend door de cliënt is leidend. Ligt het periodetarief dat is opgenomen in het pgb plan lager dan de tarieven zoals die zijn opgenomen in bovenstaande tabel, wordt het door de PGB houder opgegeven tarief gehanteerd. De gemeente checkt wel het uurtarief vanwege de wetgeving rondom het minimumloon en de inleg bij de SVB. Hoger tarief Het pgb mag niet hoger zijn dan het tarief dat beschikbaar is voor de begeleiding zorg in natura (ZIN). In individuele situaties blijft maatwerk mogelijk en kan op basis van een onderbouwde motivatie het pgb tarief worden verhoogd met de benodigde extra inzet. De gemeente keert een "bruto" pgb uit aan de SVB, hierop is geen eigen bijdrage in mindering gebracht. De eigen bijdrage wordt bij cliënt geïnd door het CAK en mag niet worden betaald uit het pgb. Salaris zorgverlener Zie onder PGB huishoudelijke ondersteuning. 4.9.3 Persoonsgebonden budget voor vervoersmiddelen, rolstoelen en woonvoorzieningen Definitie Onder een hulpmiddel wordt verstaan een voorziening om zich te bewegen in en om de woning (zoals een handbewogen of elektrische rolstoel) dan wel zich lokaal te verplaatsen (zoals een scootmobiel of een fietsvoorziening) dan wel een hulpmiddel in het kader van wonen (te weten/dat wil zeggen losse voorzieningen zoals bad-, douche- of transfervoorzieningen).

Met het pgb voor hulpmiddelen krijgt de cliënt een geldbedrag in handen waarmee hij zelf een aan hem te verlenen voorziening kan (in)kopen of huren.

1 Voor het sociaal netwerk geldt dat zij geen begeleiding groep kunnen bieden. 18

Kwaliteitseisen Ook bij een pgb geldt dat de hulpmiddelen, die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht zijn. De kwaliteit van de hulpmiddelen, die ingekocht worden door een pgb, moet van vergelijkbare kwaliteit zijn als de hulpmiddelen verstrekt in natura. Indien van toepassing moet het hulpmiddel voldoen aan de code VVR (Veilig Vervoer Rolstoelgebruikers). Een pgb wordt verstrekt als naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat het hulpmiddel van goede kwaliteit is. De cliënt kan gevraagd worden aan te tonen dat de kwaliteit gewaarborgd is. Bij het beoordelen van de kwaliteit weegt het college mee of het hulpmiddel, in redelijkheid, geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt. Pgb vaardigheid De pgb houder moet in staat zijn het opgestelde functioneel programma van eisen te lezen en samen met een leverancier/extern deskundige (zoals een eerstelijns ergotherapeut uit de Zvw) het functioneel programma van eisen te vertalen in een ergonomisch programma van eisen om te komen tot het leveren van het goedkoopst adequate hulpmiddel. De pgb houder moet in staat zijn contractueel afspraken te maken met de leverancier over onderhoud en reparatie. Ook moet hij indien van toepassing een adequate verzekering kunnen afsluiten.

Uitsluitingen pgb voor hulpmiddelen Een pgb voor een hulpmiddel wordt niet verstrekt wanneer verwacht wordt dat binnen de afschrijvingstermijn de voorziening niet meer adequaat of noodzakelijk is (zoals bij kinderen i.v.m. groei en ontwikkeling of bij een progressieve aandoening). Een niet stabiele gezondheidssituatie kan er toe leiden dat het college zal besluiten dat toekenning van een pgb niet mogelijk is, omdat hiermee niet snel en adequaat op een veranderende situatie ingesprongen kan worden. Wanneer aanpassingen op medische gronden (ziekte blijkt toch progressief) noodzakelijk zijn aan de nnaatwerkvoorziening die eerder met een pgb is aangeschaft, is de gemeente verantwoordelijk voor de kosten van deze aanpassingen. Als de voorziening tussentijds niet blijkt te voldoen en er geen sprake is van veranderde omstandigheden, kan geen beroep worden gedaan op een vervangende voorziening. Als een voorziening volgens de vooraf vastgestelde afschrijvingstermijn is afgeschreven maar nog wel compenserend en technisch in orde is, wordt geen nieuw pgb voor een nnaatwerkvoorziening verstrekt. Of de voorziening nog compenserend is, wordt beoordeeld door de gemeente zelf (samen met de leverancier) of door een door de gemeente aan te wijzen externe deskundige. De eventuele daaraan verbonden kosten zijn voor rekening van de gemeente.

Op basis van een nieuwe aanvraag kan wel opnieuw een pgb voor de jaarlijkse kosten van onderhoud, reparatie en verzekering worden verstrekt. Dit pgb zal jaarlijks uitbetaald worden tot het moment dat uit onderzoek blijkt dat de voorziening technisch is afgeschreven. Wanneer er sprake is van schuldenproblematiek wordt het pgb aan de leverancier uitbetaald. Dit is een uitzondering op de algemene beleidsregel dat bij schuldenproblematiek geen pgb wordt verstrekt. Het omzetten van het pgb naar een voorziening in natura op verzoek van de cliënt, is niet meer mogelijk nadat het pgb al is besteed aan een voorziening. Dit is van toepassing gedurende de looptijd van het pgb. Toets op resultaat Indien een cliënt kiest voor een pgb, dient vooraf de afweging gemaakt te worden of het resultaat, zoals vastgelegd in de beschikking, kan worden behaald met het pgb. De pgb houder is hier verantwoordelijk voor. De gemeente informeert de pgb houder vooraf dat periodiek getoetst kan worden of het resultaat met het pgb behaald wordt en welke consequenties verbonden zijn aan het niet behalen van het resultaat. Wanneer (tussentijds) door de Wmo-consulent wordt vastgesteld dat de resultaten die in het pgb-plan zijn genoemd niet of onvoldoende worden behaald, zijn mogelijke consequenties: • Pgb wordt omgezet naar zorg in natura en pgb moet in totaliteit worden terugbetaald.

• Pgb wordt voor de kosten van onderhoud en verzekering stopgezet en moet terugbetaald worden. 19

Duur van de toekenning De voorziening in de vorm van pgb wordt tenminste toegekend totdat deze technisch is afgeschreven. Dit houdt in dat het college niet gehouden is een economisch afgeschreven voorziening, die nog in goede staat is en passend voor de cliënt, in te nemen en een nieuwe maatwerkvoorziening te verstrekken. Functioneel Programma van eisen Wanneer een cliënt kiest voor een pgb wordt door de Wmo-consulent een functioneel Programma van Eisen (PvE) opgesteld waaraan de voorziening moet voldoen. De cliënt stelt vervolgens samen met een professional een ergonomisch programma van eisen op. Als cliënt een andere voorziening wil, niet zijnde een algemeen gebruikelijke voorziening, kan hij daarvoor kiezen onder de voorwaarde dat de voorziening geen (andere) belemmeringen oproept. De voorziening die de cliënt aanschaft moet wel de beperking op hetzelfde niveau compenseren als in het PvE wordt gesteld en niet slechts een deel daarvan. De aanschaf van een tweedehands hulpmiddel is toegestaan mits deze in alle redelijkheid voldoet aan de afschrijvingstermijn voor het betreffende hulpmiddel zoals opgenomen in de onderstaande tabel. Het tweedehands aan te schaffen hulpmiddel moet gereviseerd zijn bij aankoop of binnen 1 maand na aankoop. Zie hiervoor verder onder aanschaf en facturatie. Gehanteerde afschrijvingstermijnen hulpmiddelen Medipoint: 5 jaar Actief rolstoelen

7 jaar alle overige voorzieningen

8 jaar Trapliften

Kindervoorzieningen Douche / toiletvoorzieningen

Aanschaf en facturatie Na ontvangst van de beschikking heeft de cliënt drie maanden de tijd om de voorziening aan te schaffen. Voor het verstrijken van deze 3 maanden wordt door de consulent contact opgenomen met de cliënt, alleen indien de voorziening nog niet is gedeclareerd. Een pgb kan ingetrokken worden als de cliënt de voorziening niet binnen drie maanden aanschaft of inkoopt en hiervoor geen gegronde reden is. Na overleg van de factuur wordt het pgb uitbetaald aan de leverancier of aan de pgb houder. De factuur moet worden ingediend tot 3 maanden na beschikking. Het pgb wordt aangewend voor het aanschaffen van een hulpmiddel. Dit kan bij een erkende leverancier. Ook is het mogelijk een tweedehands hulpmiddel aan te schaffen onder de voorwaarde dat deze wordt nagekeken door bijvoorbeeld de leverancier van hulpmiddelen in natura of een andere erkende leverancier. Jaarlijks dient de cliënt de factuur voor het onderhoudscontract en de verzekering in te leveren bij de gemeente. Op basis van deze facturen wordt jaarlijks het pgb voor onderhoud en verzekering uitbetaald aan de cliënt. Hoogte pgb voor hulpmiddelen De hoogte van het pgb en de voorwaarden voor de verantwoording zijn opgenomen in de beschikking.

De hoogte van het pgb is maximaal de kosten die de gemeente zou moeten betalen aan de door de gemeente gecontracteerde leverancier als de voorziening in natura zou worden verstrekt (de goedkoopst compenserende voorziening wordt verstrekt). Eventuele meerkosten komen voor rekening van de pgb houder. De bedragen zijn afgeleid van de bedragen die gelden voor de natura voorzieningen en/of zijn gebaseerd op realistische marktconforme prijzen.

20

Het pgb is bedoeld voor de aanschaf van het hulpmiddel, reparatie, onderhoud en verzekeringskosten voor de gehele economische afschrijvingsperiode van het hulpmiddel. Het bedrag voor de aanschaf van het hulpmiddel wordt in één bedrag uitgekeerd. Indien onderhoud, reparatie en verzekering van toepassing is, wordt hiervoor jaarlijks een bedrag beschikbaar gesteld op declaratiebasis. De hoogte van het pgb voor hulpmiddelen wordt per type voorziening vastgesteld. Per type voorziening gelden periodebedragen en afschrijvingstermijnen, zie voor de afschrijvingstermijnen de tabel onder "Functioneel programma van eisen". Voor vervoersvoorzieningen en trapliften wordt de hoogte vastgesteld op basis van het pgb-plan wat is opgesteld op basis van het functioneel programma van eisen. De hoogte van het pgb voor vervoersvoorzieningen is maximaal de vastgestelde afschrijvingstermijn x het periodebedrag en bedraagt nooit meer dan de kosten die de gemeente voor zorg in natura maakt. De hoogte van het pgb voor de trapliften is maximaal de hoogte van het bedrag dat de gemeente voor trapliften zorg in natura betaalt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11535695/1