3 b&w Subsidieregeling dorpshuizen
Tekst van het document
Gemeenteraad Rucphen Postbus 9 4715 ZG RUCPHEN
Onze referentie:
Z23/067800-D25/1245494
Uw referentie:
Rucphen, Onderwerp:
Behandelaar:
Brekelmans
Telefoonnummer:
+31165349913
2 3 OKT riD23 Subsidieregeling dorpshuizen
Geachte raad, Wij hebben in onze collegevergadering de subsidieregeling dorpshuizen gemeente Rucphen met een principebesluit goedgekeurd. Met deze brief informeren wij u hierover. Inleiding: In 2023 hebben wij besloten dat er objectieve criteria moeten worden opgesteld voor de subsidiëring van de dorpshuizen. Dit besluit is genomen omdat de bedragen die de dorpshuizen ontvangen aanzienlijk uiteenlopen en moeilijk uitlegbaar zijn. In het afgelopen jaar is er onderzoek gedaan naar de historie en de huidige situatie om op basis van onder andere de jaarstukken en gesprekken met de (dorpshuis)besturen te komen tot een subsidieregeling met hierin objectieve criteria. Op dit moment ontvangen alle dorpshuizen een jaarlijkse welzijnssubsidie die is gebaseerd op een historisch vastgesteld bedrag, in plaats van op objectieve criteria. Sommige dorpshuizen vragen een subsidiebedrag aan dat overeenkomt met het subsidieplafond, terwijl andere dorpshuizen een hogere aanvraag doen en één dorpshuis zelfs een lager bedrag aanvraagt. Wij kennen echter te allen tijde het vooraf vastgestelde bedrag. De aanvragen, maar ook de verantwoording, worden door alle dorpshuizen op een eigen wijze ingediend. Hierbij maakt men gebruik van het aanvraagformulier, een begroting en een jaarverslag bij de verantwoording. Voor de begroting is geen standaard aanvraagformulier.
Hierdoor worden alle begrotingen op een eigen manier ingediend. In het rapport subsidieonderzoek (bijlage 1) zijn de volledige onderzoeksopzet en bevindingen te lezen. Ook bevat het rapport een aantal aanbevelingen om in de toekomst een verbeterslag te kunnen maken rondom de bekostiging van de dorpshuizen. Subsidieregeling In nauwe samenspraak met de dorpshuisbesturen heeft dit onderzoek geleid tot de vastgestelde subsidieregeling. Een regeling die ervoor zorgt dat op basis van objectieve criteria subsidies kunnen worden vastgesteld. En een die beter match tussen de plannen en ambities van de dorpshuizen en ons gemeentebestuur.
Binnentuin 1 Postbus 9 4715 ZG Rucphen T: 0165 34 95 00 F: 0165 34 13 75 Banknummer: 2850 07 319 IBAN: NL37BNGH0285007319 KvK-nr. 20164997 Gemeente Rucphen
Rucphen
Schijf
Sprundel
St. Willebrord
Zegge
gemeente@rucphen.nl www.rucphen.nl
2
Middelen De nieuwe subsidieregeling vraagt om een verhoging van het subsidieplafond. Dit betekent dat een claim ontstaat van € 198.051,00. Voor dit bedrag is geen meerjarige dekking in de begroting. We achten het daarom wenselijk om de heroverweging van het financiële kader te betrekken in een integrale afweging bij de begrotingsbehandeling. Vervolg Een subsidieregeling en de toekenning van de subsidie zijn een eerste stap in het traject om de toekomstbestendigheid te verbeteren. Na het toekennen van de subsidie zal het noodzakelijk zijn om op meer regelmatige basis met de besturen van de dorpshuizen in gesprek te blijven. Op deze manier kan op een eerder moment geanticipeerd worden op een ontstane situatie. Maar wordt het voor een dorpshuis ook mogelijk om tijdens een gesprek aan te geven welke activiteiten zij uitvoeren en op welke wijze de subsidie wordt besteed. Doorontwikkeling subsidieregeling Begin 2028 willen we de subsidieregeling met elkaar evalueren. De regeling is dan twee jaar toegepast, wat voldoende inzicht geeft voor een beoordeling. Zowel deze evaluatie als nieuw te ontwikkelen beleid, bijvoorbeeld op het gebied van verduurzaming en sociale basis, kunnen dan dienen als basis voor een aanscherping van de subsidieregeling.
Procedure Als er tijdens de begrotingsbehandeling wordt ingestemd met een verhoging van het subsidieplafond, zal de subsidieregeling worden gepubliceerd op overheid.nl en kunnen de dorpshuizen volgens de nieuwe subsidieregeling hun subsidie aanvragen. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Rucphen, de secretaris, de burgemeeste 7
,-
Edwin Kolen
Marjolein „van
er Meer Mohr
Bijlage(n): 1. Rapport subsidieonderzoek 2.
Subsidieregeling dorpshuizen gemeente Rucphen
3.
Format begroting
SUBSIDIEONDERZOEK DORPSHUIZEN
Joyce Bootsma 31-07-2025
Inhoud 1.
Managementsamenvatting ...............................................................................................2 1.1
Aanleiding..........................................................................................................................2
1.2
Onderzoeksverantwoording ..............................................................................................2
2.
Bevindingen .......................................................................................................................3 2.1
Historie ..............................................................................................................................3
2.2
Situatie per Dorpshuis ......................................................................................................3
2.3
Algemene bevindingen ......................................................................................................5
2.4
Subsidie en subsidieplafond .............................................................................................6
2.4.1 Aanvullende subsidies ...................................................................................................6 3.
Het onderzoek....................................................................................................................6
4.
Conclusie en aanbevelingen..............................................................................................8 4.1 Aanbevelingen ......................................................................................................................8 4.1.1. Samenwerking gemeente en dorpshuizen ...................................................................8 4.1.2. Evaluatie subsidieregeling ...........................................................................................9 4.1.3 Beleid ..............................................................................................................................9
1
1. MANAGEMENTSAMENVATTING 1.1 Aanleiding
Het college van B&W Rucphen heeft behoefte om voor de vijf dorpshuizen (nieuwe) objectieve criteria op te stellen om de subsidies op te baseren, aangezien de huidige (subsidie)bedragen aanzienlijk uiteenlopen en moeilijk uitlegbaar zijn. Hiermee wordt invulling gegeven aan één van de ambities zoals opgenomen in het collegewerkprogramma 2022-2026.
1.2 Onderzoeksverantwoording Het onderzoek bestaat uit een aantal genomen stappen: 1. Documentenstudie (oktober 2024 – januari 2025) In de eerste periode van het onderzoek is met name gestart met het verzamelen van alle beschikbare informatie. Het gaat hierbij om informatie van alle vijf de dorpshuizen, dorpshuizen van de gemeente Rucphen. Denk hierbij aan de jaarrekeningen / jaarverslagen van de dorpshuizen, subsidiebeschikkingen, subsidieprogramma van de gemeente Rucphen. Maar ook welke ontwikkelingen op dit moment gaande zijn die het aanbod van de dorpshuizen (kunnen) raken. De informatie opgehaald uit de documentenstudie vormde de basis om in gesprek te gaan met de individuele dorpshuizen. 2. Gesprekken met de individuele dorpshuizen (januari 2025 – juni 2025) Na de documentenstudie zijn gesprekken gevoerd met de dorpshuizen om de vertaling te kunnen maken van de papieren situatie naar de daadwerkelijke situatie. In januari / februari zijn de eerste gesprekken gevoerd en is er met name opgehaald wat de situatie is bij de dorpshuizen en wat hun bevindingen zijn op dit moment met betrekking tot de subsidieverstrekking. In april is aan alle dorpshuizen de denkrichting voorgelegd om te komen tot een uitwerking van de nieuwe situatie. Vervolgens is in mei / juni de concept subsidieregeling voorgelegd en besproken. 3.
Gesprek penningmeesters (juni 2025) In juni heeft een gesprek plaatsgevonden met een aantal penningmeesters om in te zoomen op de nieuwe verdeling van de subsidie. 4. Eindrapportage en subsidieregeling Op basis van de bevindingen is deze eindrapportage geschreven. Tevens is een subsidieregeling inclusief bijbehorende documenten opgesteld en voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van de gemeente Rucphen. 5. Interne afstemming Doorlopend aan het gehele proces heeft afstemming plaatsgevonden in de gemeente Rucphen met wethouders, beleidsmedewerkers, de juridisch adviseur en de financieel adviseur.
2
2. BEVINDINGEN 2.1 Historie De subsidie voor de dorpshuizen bestaat al erg lang en tot en met 2012 bestond de subsidie aan de dorpshuizen uit drie componenten: • Inloopsubsidie • Activiteitensubsidie • Salariskosten agoog Deze basis was voor alle dorpshuizen hetzelfde. Wel was het zo dat de bedragen voor openstelling en activiteiten werden bepaald op basis van de kerngrootte. Daarnaast waren er aanvullende afspraken voor salarisadministratie in de kernen (Sprundel, Rucphen en St Willebrord) waar een agoog in dienst was. In 2012 is besloten om in het kader van de herziening welzijnsbeleid niet meer te subsidiëren op basis van deze losse componenten, maar om de subsidie op “een hoop” te gooien. Sindsdien ontvangen de dorpshuizen een bedrag en hebben zij zelf de vrijheid hoe ze de subsidie inzetten. In 2013 heeft de gemeente Rucphen 10% bezuinigd op de subsidiebedragen en zijn de subsidiebedragen voor alle verenigingen van 2013-2016 bevroren. In 2018 heeft een nieuwe bezuinigingsronde plaatsgevonden. Insteek van de raad was een bezuiniging van €100.000, maar dat is teruggebracht naar ongeveer 1/3 van dat bedrag. Vanaf 2019 wordt weer loon- & prijscompensatie toegepast. Kijkend naar de ontvangen subsidie in 2011 ten opzichte van 2025 dan is te zien dat het huidige subsidieniveau ongeveer gelijk is gebleven door de diverse eerder genomen maatregelen. 2011
2025
Rucphen
€
73.750,00
€
76.549,00
Schijf
€
30.500,00
€
42.041,00
Sprundel
€
99.368,00
€
107.690,00
Willebrord
€
80.750,00
€
91.236,00
Zegge
€
30.500,00
€
42.917,00
2.2 Situatie per Dorpshuis Tijdens het onderzoek is de eigenheid van ieder dorpshuis duidelijk naar voren gekomen. In dit hoofdstuk wordt per dorpshuis een korte samenvatting gegeven van de situatie.
3
De Nieuwenbergh - Zegge De situatie voor het dorpshuis in Zegge is zeer zorgelijk. De huidige subsidie is niet voldoende om de basis te kunnen bekostigen. Doordat deze situatie al lang speelt zijn er structurele problemen ontstaan in enerzijds de materiële zaken zoals het niet kunnen vervangen van apparatuur om de energiekosten te kunnen drukken alsook in de motivatie van de vrijwilligers en het bestuur. Dit zorgt ervoor dat de situatie onhoudbaar is indien er geen structurele subsidieverhoging zal plaatsvinden. Agora – Rucphen Dorpshuis Agora heeft een goede bezetting en een groot aantal vrijwilligers. Daarbij zijn een aantal personen in (vaste) dienst om de dorpshuis draaiende te houden. Sinds 2024 heeft Agora geen agoog meer in dienst. Er zijn meerdere incidentele subsidies verstrekt om de agoog in dienst te kunnen houden. Maar aangezien dit incidentele subsidies betreft was het risico te groot om de agoog een vaste aanstelling te geven. Ten opzichte van de andere dorpshuizen heeft het dorpshuis Agora eigen middelen welke zijn ontvangen als zijnde erfenis nadat de Vaart was verkocht. Hierdoor heeft men zelf de mogelijkheid om te kunnen investeren in het gebouw. Dit hebben zij deels ook al aangewend bij de realisatie van het huidige gebouw. Deze middelen zijn niet inzetbaar om structurele exploitatieverliezen te dekken.
Stichting Dorpswerk Sprundel Dorpswerk Sprundel is de enige stichting die gehuisvest is in een gebouw waarvan de gemeente geen eigenaar is. Voor de bekostiging van de huur is destijds een afspraak gemaakt tussen Thuisvester en de Gemeente. De gemeente heeft met de overige SKW’s afspraken gemaakt over de huur. Dorpswerk Sprundel beheert daarnaast de gymzaal in het voormalige klooster, welke niet inpandig is. Hier geldt een aparte beheersovereenkomst en onderhoudsafspraken. Bij Dorpswerk Sprundel zijn veel vrijwilligers actief, zowel in het beheer als op sociaalcultureel gebied en het bestuur bestaat uit een dagelijks bestuur en een algemeen bestuur. Qua bezetting draaien de stichting en het dorpshuis goed. Tevens heeft Dorpswerk Sprundel als enige nog een sociaal-cultureel werker in dienst. Er wordt veel waarde gehecht aan het in stand van houden van een dergelijke functie. De Lanteern - Willebrord Het dorpshuis in St. Willebrord kampt met structurele problemen. De problemen bestaan al geruime tijd en hebben geleid tot een aantal bezuinigingen en kostenverhogingen voor bijvoorbeeld de huur en consumpties. Voor het draaiende houden van het dorpshuis zijn met name betaalde krachten in dienst en er zijn een handjevol vrijwilligers. Sinds een aantal jaar heeft het dorpshuis, in overleg met de gemeente, geen agoog meer in dienst.
Ook wordt ervaren dat inwoners van Willebrord niet zomaar binnenkomen. De uitdaging bij Willebrord is met name dat zij moeten kiezen voor betaalde krachten om het dorpshuis draaiende te houden, de kosten hiervoor zijn dus hoog. Om deze kosten te betalen moet voldoende inkomsten worden gegenereerd wat tot op heden lastig blijkt te zijn. Daarbij is het niet mogelijk om meer uren aan betaalde krachten in te zetten terwijl dit wellicht voor het verkrijgen van meer inkomsten wel nodig zou zijn. Dit maakt de situatie uiterst complex.
4
D’n Hoge Dries - Schijf Dorpshuis D’n Hoge Dries in Schijf heeft de afgelopen jaren, op basis van de te ontvangen subsidie, keuzes gemaakt om te kunnen blijven draaien. Zo wordt schoongemaakt door vrijwilligers, wordt geen agoog ingezet en organiseert het bestuur zelf de activiteiten. Ook wordt geprobeerd om met name de kosten voor consumpties en zaalhuur laag te houden zodat de kosten geen drempel vormen voor inwoners. Wel is er sprake van te weinig inkomsten om het onderhoud goed uit te kunnen voeren. Zo moet bijvoorbeeld de warm watervoorziening worden vervangen maar hier is geen budget voor. In de subsidieaanvragen is reeds aandacht voor gevraagd voor met name de staat van het gebouw, het onderhoud en de mogelijke opties tot verduurzaming.
2.3 Algemene bevindingen Uit de gesprekken blijkt des te meer dat er (soms grote) verschillen aanwezig zijn tussen de dorpshuizen. De één heeft heel veel vrijwilligers, de ander bijna geen. De één heeft een oud gebouw, de ander een nieuw gebouw. De één heeft een agoog, de ander niet. De één heeft voldoende ruimte om ruimten te verhuren, de ander is hierin beperkt etc. Op basis van het onderzoek en de gesprekken zijn in navolging op bovenstaande een aantal conclusies te trekken. - Grote diversiteit aan mogelijkheden om huurinkomsten te genereren (bv wel of geen gymzaal, aantal beschikbare ruimtes, aantal vrijwilligers etc.); - Alle dorpshuizen gaan op een eigen manier om met personele kosten. Wel / geen agoog, wel / geen beheerder etc.; - Het ene dorpshuis wel verduurzaamd, andere niet; - Staat van het gebouw zeer divers (onderhoudskosten kunnen hoog zijn vooral bij installaties); - Aantal vrijwilligers is zeer uiteenlopend; - De opbrengsten van de bar en huur zijn zeer divers. Mede door de eventueel te verhuren ruimtes maar ook qua openingstijden; - De dorpshuizen betalen geen huur aan de gemeente of Thuisvester (Sprundel). Ook zijn er een aantal algemene conclusies te trekken die enerzijds tijdens de gesprekken werden benoemd en anderzijds terug te zien zijn in de kosten die de dorpshuizen maken in vergelijking met een aantal jaar geleden.
Zo zijn de lonen van de CAO gezondsheids- en welzijnszorg in de afgelopen jaren met ruim 20% gestegen, ook is er forste stijging in personele kosten voor inzet van personeel van WVS, maar ook de energierekening is flink gestegen voor degene die jongstleden zijn overgestapt naar een andere energieleverancier. Daarbij is te zien dat de indexatie van de subsidiebedragen geen rekening houden met de stijgingen in personele kosten en huisvestingskosten voor de dorpshuizen. Dit heeft het verschil mede vergroot in de ontvangen subsidies door dorpshuizen en het tekort wat zij ervaren.
5
2.4 Subsidie en subsidieplafond In de huidige situatie ontvangen alle dorpshuizen een jaarlijkse welzijnssubsidie welke is gebaseerd op een bedrag en niet op basis van criteria. Sommige dorpshuizen vragen het subsidiebedrag aan conform het subsidieplafond, sommige dorpshuizen vragen meer aan, en één dorpshuis vraagt minder aan. Wat er ook wordt aangevraagd door een dorpshuis, te allen tijde wordt het van tevoren door de gemeente bepaald bedrag beschikt. De aanvragen, maar ook de verantwoording, wordt door alle dorpshuizen op een eigen manier ingediend. Hierbij maakt men gebruik van het aanvraagformulier, een begroting en een jaarverslag bij de verantwoording. Voor de begroting is geen standaard aanvraagformulier. Hierdoor worden alle begrotingen op een eigen manier ingediend. Qua indexatie van het subsidieplafond wordt gebruikt gemaakt van de systematiek zoals wordt toegepast bij alle subsidies binnen de gemeente Rucphen.
2.4.1 Aanvullende subsidies In de afgelopen jaren zijn meerdere aanvullende subsidies verstrekt aan de dorpshuizen. Deze aanvullende subsidies geven mede een beeld van de problemen die worden ervaren door de dorpshuizen als de hoogte van de subsidie onvoldoende is. Schijf en Sprundel hebben beide geen aanvullende subsidie ontvangen. 2022
2023
Agora Zegge
2024 €78.500
€6.750
Willebrord
€14.900
Agoog (2022, 2023 en 2024) Vloer en exploitatie Exploitatie
3. HET ONDERZOEK Op basis van de bevindingen en gesprekken met de dorpshuizen zijn een aantal opties uitgewerkt om te komen tot objectieve beoordelingscriteria. Hierbij is het uitgangspunt dat rekening wordt gehouden met het gelijkheidsbeginsel. Dit is een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur en volgt uit artikel 1 van de Grondwet. Het gelijkheidsbeginsel in het kader van subsidies houdt in dat alle aanvragers in gelijke gevallen op gelijke wijze behandeld moeten worden. De subsidieverstrekker mag geen onderscheid maken tussen aanvragers, tenzij objectieve en relevante verschillen dit kunnen rechtvaardigen. Dit betekent ook dat alle aanvragers gelijke kansen moeten hebben om in aanmerking te komen voor subsidie. Voorkeursbehandelingen zonder rechtvaardiging zijn in strijd met dit beginsel.
6
Ook is rekening gehouden met het uitgangspunt dat er geen sprake is van een bezuinigingsdoelstelling. Oftewel geen enkel dorpshuis ontvangt een lager subsidiebedrag dan in 2024 of 2025. Om te komen tot een gelijk speelveld met hierin objectieve criteria zijn een aantal opties uitgewerkt. Allereerst is de subsidie opgedeeld in een aantal kostensoorten die voor alle dorpshuizen aanwezig zijn; personeelskosten, huisvestingskosten en activiteitenkosten. Vervolgens zijn een aantal objectieve opties om te komen tot een verdeling uitgewerkt. Optie 1: een gelijkmatige verdeling Bij het in stand houden van het huidige subsidieplafond en vervolgens deze middelen gelijkmatig verdelen over de dorpshuizen ontvangen de dorpshuizen in Rucphen, Willebrord en Sprundel vanaf 2026 minder subsidie. De verwachte subsidie inclusief indexatie in 2026 is €380.000, dit bedrag delen door vijf komt neer op een subsidie per dorpshuis van €76.000. Deze optie is hiermee komen te vervallen. Optie 2: een procentuele subsidie t.o.v. de daadwerkelijke kosten Bij optie twee is gekeken naar een procentuele verdeling van de middelen ten opzichte van de jaarverslagen 2023, 2024 was nog niet beschikbaar op het moment van het onderzoek.
In deze situatie zou uitgegaan worden van T-2 en een verdeling van 50% voor de personele kosten, 40% voor de huisvestingskosten en 10% van de activiteitenkosten op basis van daadwerkelijk gemaakte kosten per dorpshuis. Aangezien de kosten, met name personele kosten, erg uiteenlopend zijn per dorpshuis zorgt dit voor een zeer grillig beeld. Waarbij, op basis van de jaarverslagen 2023, Sprundel, Willebrord en Schijf minder subsidie ontvangen. Optie 3: subsidie op basis van inwonersaantallen In dit voorbeeld zijn het aantal inwoners in 2024 aangehouden en gekoppeld aan de subsidie in 2024. Dit zou in principe een verdeling kunnen zijn. Nadeel van een dergelijke verdeling is dat hiermee geen rekening wordt gehouden met de vaste kosten die ieder dorpshuis heeft. Zoals de personele kosten en huisvestingskosten. Kostensoorten waar bij de meeste dorpshuizen geen mogelijkheid meer is om aan knoppen te draaien. Tevens gaan vier van de vijf dorpshuizen in deze situatie er op achteruit.
7
Optie 4: maximaal bedrag per kostensoort Bij optie vier is het idee van een procentuele verdeling losgelaten en is gekeken naar een maximaal aan te vragen bedrag per kostensoort. Rekening houdend met het gelijkheidsbeginsel is het subsidiebedrag van Sprundel aangehouden als basisbedrag, zij ontvangen immers de hoogste subsidie in de huidige situatie. En een evenredige verdeling van het subsidiebedrag. Logischerwijs zijn er geen dorpshuizen die minder subsidie ontvangen dan in voorgaande jaren.
4. CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN Op basis van de verschillende scenario’s is, in overleg met de betrokken wethouders, gekozen voor het uitwerken van optie 4. De keuze voor optie vier is op dit moment het meest stabiel, transparant en objectief. Een risico bij de keuze voor een procentuele vergoeding (optie twee) op basis van een jaarverslag van een dorpshuis is het feit dat de gemeente Rucphen geen of weinig invloed heeft op de hoogte van het subsidieplafond. Stel dat de percentages zoals eerder benoemd worden aangehouden en de dorpshuizen hebben over een x aantal jaar vele malen hogere kosten dan dient het subsidieplafond hierin mee te groeien. Om een dergelijke situatie te voorkomen is het mogelijk om te werken met een maximaal aan te vragen bedrag. Oftewel optie vier. Een ander voordeel van optie vier is dat alle dorpshuizen eenzelfde bedrag kúnnen aanvragen maar ook dat de kostensoorten onafhankelijk van elkaar kunnen worden geïndexeerd. Ook kan de subsidie worden vastgesteld op basis van de jaarrekening. Hierdoor is de beoordeling volledig objectief. Een laatste argument om optie vier te adviseren heeft te maken met de mogelijkheid om de kostensoorten onafhankelijk van elkaar te indexeren. Dit zorgt voor een meer passende stijging van het subsidieplafond ten opzichte van de huidige indexatie.
Voor de uitwerking van optie vier is een subsidieregeling opgesteld (bijlage 1) inclusief bijpassende aanvraagformulieren. Eén formulier voor het aanvragen van de subsidie en activiteitenkosten (bijlage 2) en één format voor het indienen van de begroting (bijlage 3). Deze beide formulieren kunnen tevens gebruikt worden voor de vaststelling van de subsidie. Dit zorgt voor een eenduidige werkwijze bij zowel de aanvraag als bij de vaststelling van de subsidie.
4.1 Aanbevelingen 4.1.1. Samenwerking gemeente en dorpshuizen De opdracht richt zich sec tot het opstellen van een subsidieregeling met hierin objectieve criteria. Een subsidieproces gaat verder dan alleen het opstellen van een subsidieregeling en de subsidieaanvragen en vaststellingen. Alle dorpshuisbesturen hebben aangegeven behoefte te hebben aan betere en meer structurele contacten met de gemeente Rucphen. Bijvoorbeeld
8
door tussentijds met elkaar te evalueren hoe de dorpshuizen er tijdens het subsidiejaar voor staan en welke activiteiten tot op dat moment zijn uitgevoerd. Specifiek gericht op de financiële kant van de subsidie hebben de penningmeesters van de dorpshuizen eenzelfde behoefte geuit. De penningmeesters zouden graag in gezamenlijkheid een gesprek willen voeren over de financiële situatie van de dorpshuizen. Een dergelijk overleg geeft direct ruimte om ontstane vragen van de gemeente Rucphen ten behoeve van de vaststelling te bespreken. Deze behoeften bestaan niet alleen bij de dorpshuizen maar ook bij de gemeente. Zowel ambtelijk als bestuurlijk bestaat de behoefte om meer structureel met elkaar in gesprek te gaan over de voortgang van het subsidiejaar. Maar ook om ontwikkelingen die spelen in het dorp met elkaar te kunnen bespreken. De bestuurders van de dorpshuizen zien kansen om met elkaar maar ook in samenwerking met de gemeente het subsidieproces verder te ontwikkelen en te borgen. Waarbij er voldoende gelegenheid is om met elkaar het gesprek aan te gaan. De verwachting is dat dit onrust in de toekomst zal verminderen.
4.1.2. Evaluatie subsidieregeling Tevens is het advies om de opgestelde subsidieregeling eind 2027 / begin 2028 met elkaar te evalueren. Op dat moment is de subsidie twee jaar op de voorgestelde manier aangevraagd en vastgesteld waardoor er voldoende informatie is om de subsidieregeling te evalueren. Als uit de evaluatie blijkt dat er wijzigingen doorgevoerd moeten worden in de subsidieregeling dan dient dit voor 1 juli 2028 te zijn afgerond zodat de subsidie voor 2029 tijdig kan worden aangevraagd conform de mogelijk herziene subsidieregeling.
4.1.3 Beleid Tijdens het uitvoeren van het onderzoek is duidelijk geworden dat, om te komen tot objectieve beoordelingscriteria, er behoefte is om te komen tot beleid. Beleid wat zich richt op de functie van een dorpshuis maar ook hoe wordt omgegaan met bijvoorbeeld verduurzaming. Er is behoefte aan meer houvast, mede om te komen tot meer specifieke objectieve beoordelingscriteria. Het beleid en de evaluatie zoals benoemd in 4.1.2. kunnen beide de basis vormen van een aangescherpte subsidieregeling en herziening van de verdeling van de middelen.
9
SUBSIDIEREGELING DORPSHUIZEN GEMEENTE RUCPHEN Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen; overwegende dat waarde wordt gehecht aan: Een actiever gemeenschapsleven: In een actiever gemeenschapsleven zijn er voldoende activiteiten en voorzieningen waar inwoners aan deelnemen of aan bijdragen. De voorzieningen zijn aanvullend aan elkaar en passen bij de doelgroepen in de gemeente. Vrijwilligers, lokale partners en gemeentelijke partners werken samen en onderhouden verbinding tussen de activiteiten en voorzieningen. Meer (kunnen) meedoen: De drempels om mee te kunnen doen zijn weggenomen. Inwoners kunnen gebruik maken van verschillende voorzieningen en activiteiten ongeacht sociaaleconomische status, fysieke mobiliteit, leeftijd of etnische achtergrond. Beter eigen regie kunnen voeren: Inwoners kunnen zelf oplossingen vinden voor (hulp) vragen. Het passende ondersteuningsaanbod en toegankelijke informatievoorziening faciliteren dit. Vrijwilligers zijn er om een helpende hand te bieden, ondersteund door professionals en de gemeente. Meer oog hebben voor elkaar: Inwoners komen elkaar vaker tegen, kijken naar elkaar om en bieden elkaar waar nodig een helpende hand. Laagdrempelige ontmoetingsplaatsen en georganiseerde activiteiten zorgen voor natuurlijke momenten die dit in de hand spelen.
Daarnaast worden vrijwilligers en mantelzorgers passend ondersteund zodat zij hun onmisbare rol in een sterke sociale basis goed kunnen vervullen. gelet op de Algemene subsidieverordening van de gemeente Rucphen; mede gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen de volgende regeling: Subsidieregeling Dorpshuizen Gemeente Rucphen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: a. Accommodaties: de Lanteern (St. Willebrord), Agora (Rucphen), Nieuwenbergh (Zegge), De Trapkes (Sprundel), D’n Hoge Dries (Schijf). b. Algemene voorzieningen; een voorziening welke voor iedere inwoner toegankelijk is; c. ASV: Algemene Subsidieverordening gemeente Rucphen 2020; d. Beheerder: Een beheerder is iemand die verantwoordelijk is voor het beheren en/of onderhouden van het dorpshuis. e. Beschikking; brief met besluit over de subsidieaanvraag. f. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen; g. Jaarlijkse subsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal boekjaren aan een organisatie voor een periode van maximaal vier jaar wordt verstrekt; h. Klein onderhoud: onderhoud, herstel en vernieuwing dat verband houdt met het dagelijks gebruik van het dorpshuis; i. Kwetsbare inwoners: Inwoners die door een combinatie van factoren die elkaar beïnvloeden in een (zeer) kwetsbare situatie terecht komen, zoals laaggeletterdheid, beperkt netwerk, (psychische) ziekte, lage sociaaleconomische status, verlies van werk, schulden, etc. j. Sociale activiteiten: activiteiten waarbij mensen met elkaar in contact komen, relaties opbouwen of plezier beleven en bijdraagt aan een positieve sociale gezondheid.
k. Subsidieregeling: Het college kan bij nadere regeling (subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie.
Conceptversie 1
2
Artikel 2 Doelstelling subsidieregeling Dorpshuizen zijn belangrijk voor de leefbaarheid, bieden onderdak aan het verenigingsleven, hebben een sociale ontmoetingsfunctie, bieden een plek dicht bij de inwoners, hebben een signaleringsfunctie en zijn tot slot een partner in het creëren van algemene voorzieningen binnen het sociaal domein. Doelstelling van deze regeling is om de dorpshuizen te behouden voor de leefbaarheid in de dorpen.
Artikel 3 Subsidiabele kosten Subsidie kan worden aangevraagd voor kosten die bijdragen aan de in de regeling genoemde doelstelling. Het gaat hierbij om de volgende kosten: 1. Tegemoetkoming in de kosten voor personele kosten. Hieronder wordt verstaan: a. Kosten voor de inzet van een beheerder in loondienst van het dorpshuis; b. Kosten voor de inzet van een Sociaal Werker 1 tot en met 5 conform de CAO Sociaal Werk; c. Kosten voor een vrijwilligersvergoeding voor vrijwilligers die overeenkomstige werkzaamheden uitvoeren als bedoeld in artikel 3.1b en in dienst zijn bij het betreffende dorpshuis. 2. Tegemoetkoming in de kosten voor huisvestingskosten. Onder huisvestingskosten worden verstaan; a. Kosten voor gas, water en elektra; b. Kosten voor klein onderhoud; c. Verzekeringen. 3. Tegemoetkoming in de kosten voor de uitvoer en uitbreiding van (nieuwe) sociale activiteiten, die voldoen aan de volgende voorwaarden: a. die bijdragen aan de leefbaarheid in het dorp; b. in het teken staan van verbinding, sociaal contact, ontmoeten of ondersteuning; c. toegankelijk is voor alle inwoners; d. bij voorkeur met aandacht voor kwetsbare inwoners en specifieke doelgroepen; e. passend bij en gedragen door de inwoners. 4. Kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen: a.
Kosten voor schoonmaak, vrijwilligersvergoeding voor vrijwilligers die andere werkzaamheden verrichten (bardiensten, schoonmaak etc.) of vrijwilligers die werkzaam zijn voor een organisatie anders dan het betreffende dorpshuis en andere personele kosten die niet benoemd zijn onder artikel 3.1. b. Kosten voor huur, inrichting, belastingen / heffingen, schoonmaakartikelen en andere huisvestingskosten die niet benoemd zijn onder artikel 3.2. c. Kosten van klein onderhoud die volgens de huurovereenkomst van het betreffende dorpshuis niet voor rekening van huurder komen. d. Kosten voor gas en elektra die zijn of worden vergoed door de belastingdienst in het kader van teruggaaf van energiebelasting. e. Kosten voor consumptie of activiteiten die niet openbaar toegankelijk zijn. f. Kosten die al op een andere wijze worden gesubsidieerd of bekostigd. Artikel 4 Weigeringsgronden 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 4.25 en 4.35 van de Algemene Wet Bestuursrecht en in artikel 11 van de Algemene subsidieverordening wordt de subsidie geheel of gedeeltelijk geweigerd indien: a. Het dorpshuis niet breed toegankelijk is voor inwoners van de gemeente Rucphen; b. De activiteit is gericht op het promoten van een religieuze, levensbeschouwelijke of politieke overtuiging, hetgeen onder andere kan blijken uit de doelstelling, inhoud, doelgroep of toegankelijkheid; c.
De activiteit in strijd is met gemeentelijk beleid. 2. De subsidie wordt (deels) geweigerd indien de verstrekking van de subsidie het subsidieplafond bedoeld in artikel 5.2 zou overschrijden. Artikel 5 Hoogte van de subsidie, subsidieplafond en wijze van verdeling 1. Het maximaal te subsidiëren bedrag per aanvraag bedraagt: a. Personele kosten maximaal €70.483,80; b. Huisvestingskosten maximaal €28.000,00; c. Activiteitenkosten maximaal €15.000,00;
2
3
2. Het subsidieplafond voor de subsidiabele kosten die worden benoemd onder artikel 3 van deze regeling bedraagt in totaal € 567.419,00. De volgende deelplafonds zijn hierbij van toepassing: a. Het subsidieplafond voor de personele kosten bedraagt maximaal €352.419,00; b. Het subsidieplafond voor de huisvestingskosten bedraagt maximaal €140.000,00; c. Het subsidieplafond voor de activiteiten kosten bedraagt maximaal €75.000,00. 3. Als de te honoreren subsidieaanvragen het desbetreffende subsidieplafond te boven gaan, wordt subsidie verstrekt tot het subsidieplafond is bereikt. Hierbij hebben bestaande subsidierelaties voorrang ten opzichte van nieuwe aanvragers. Daarna worden aanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld. 4. Het subsidieplafond wordt jaarlijks vastgesteld waarbij rekening wordt gehouden met de in artikel 9 genoemde indexatie. Artikel 6 Verplichtingen 1. De aanvrager is een vrijwilligersorganisatie en zonder winstoogmerk werkzaam. Daarnaast is de aanvrager een stichtingsbestuur van het dorpshuis. 2. Aanvrager is in staat het bereik van de uitgevoerde activiteiten weer te geven, zoals beschreven in artikel 3.3 en maakt deze inzichtelijk. 3. Aanvrager heeft voor de uitvoering van de activiteiten gekwalificeerd personeel en/of vrijwilligers met kennis en kunde ten aanzien van de activiteiten en de doelgroep. 4. De subsidieontvanger is verplicht: a.
zorg te dragen voor de lokale zichtbaarheid, bekendheid en bereikbaarheid van de organisatie en het activiteitenaanbod; b. flexibel in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Rucphen; c. aan te sluiten bij de overleggen die worden geïnitieerd door de gemeente Rucphen en betrekking hebben op de uitvoer van de activiteiten in het dorpshuis; d. aantoonbaar de samenwerking op te zoeken met andere lokale organisaties en dorpshuizen; e. het logo van de gemeente Rucphen te gebruiken bij de communicatie voor activiteiten welke worden bekostigd vanuit de subsidie. Artikel 7 Voorwaarden aan de aanvraag 1. Voor de subsidieaanvraag wordt een begroting aangeleverd van het betreffende jaar. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het format begroting van de gemeente Rucphen. 2. De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een aanvraagformulier (bijlage 1) waarin in ieder geval een omschrijving en/of beschrijving van het volgende is vermeld: a. de wijze waarop is voldaan aan de voorwaarden van artikel 2 en 3.3; b. de wijze waarop de activiteiten bijdragen aan het realiseren van de in artikel 2 genoemde doelstelling; c. de wijze waarop de aanvrager de doelgroep wil bereiken en kan ondersteunen bij beperkingen van diverse aard; d. de wijze waarop de aanvrager de effecten van de activiteiten/diensten meet en rapporteert. 3.
De eigen inkomsten en andere dekkings-/subsidiemogelijkheden zijn benut en inzichtelijk gemaakt in het format begroting. 4. De subsidie betreft een jaarlijkse subsidie en wordt aangevraagd voor 1 juni van het opvolgende subsidiejaar. Artikel 8 Verantwoording van de subsidieaanvraag 1. De eindverantwoording van de subsidie wordt door de aanvrager uiterlijk 1 juni na afloop van het boekjaar ingediend. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. Een inhoudelijk verslag inclusief de monitoring van de activiteiten waaruit blijkt dat de activiteitenkosten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht; b. Een financieel verslag of jaarrekening waaruit blijkt dat de gesubsidieerde kosten wel of niet (volledig) zijn besteed; c. Een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; d. Een accountantsverklaring: - een beoordelings- of samenstellingsverklaring bij een subsidiebedrag tot €100.000 - een controleverklaring bij een subsidiebedrag vanaf €100.000
3
4
3. Alleen daadwerkelijk gemaakte kosten, met een maximum tot en met het opgenomen bedrag in de beschikking, kunnen worden vastgesteld. Artikel 9 Indexatie 1. Voor de berekening van het indexcijfer wordt uitgegaan van het jaar T-2. 2. Voor de personele kosten, artikel 5.1a, wordt gebruik gemaakt van het indexcijfer caolonen, contractuele loonkosten en arbeidsduur. 3. Voor de huisvestingskosten, artikel 5.1b, en voor de activiteitenkosten, artikel 5.1c, wordt gebruik gemaakt van de consumenten prijsindex. 4. De indexatie vindt plaats, evenals de toekenning van de subsidie, onder voorbehoud van de definitieve vaststelling van het subsidieprogramma en begroting door de gemeenteraad. Artikel 10 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen van deze regeling indien toepassing van de regeling tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in de beschikking. Artikel 11 Bekendmaking en inwerkingtreding Deze regeling wordt op voorgeschreven wijze bekendgemaakt en treedt in werking op 1 januari 2026. Artikel 12 Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Subsidieregeling Dorpshuizen gemeente Rucphen”.
Besloten in de vergadering van burgemeester en wethouders d.d. 19 augustus 2025 de secretaris,
de burgemeester,
E. Kolen
mr. M. van der Meer Mohr
4
5
Bijlage 1 Aanvraagformulier subsidie dorpshuizen Met dit formulier kunt u subsidie aanvragen. Zorgt u dat wij het volledig ingevulde én ondertekende formulier uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het subsidiejaar weer van u ontvangen? 1. Algemene gegevens Naam organisatie KvK-nummer Rechtspersoon
Vereniging / stichting / anders, namelijk: doorhalen wat niet van toepassing is
Contactpersoon
de heer / mevrouw doorhalen wat niet van toepassing is
Telefoonnummer Adres Postcode en plaats IBAN nummer Ten name van E mail
2. Activiteiten Geef kort aan hoe de activiteiten bijdragen aan de doelstelling (artikel 2) en de voorwaarden (artikel 3.3).
Op welke wijze worden verschillende doelgroepen bereikt?
Op welke wijze worden de activiteiten gemonitord? Als u wenst gebruik te maken van het format in bijlage 1 dan kunt u dat hier aangeven.
3. Begroting Voor de begroting vragen wij u het format begroting in te vullen en deze mee te sturen bij het indienen van de subsidieaanvraag. 4. Ondertekening
5
6
Uw bestuur ondertekent het aanvraagformulier. Dit kan ook worden gedaan door diegenen die volgens de statuten hiervoor bevoegdheid tot vertegenwoordiging hebben gekregen. Zonder deze ondertekening kan de aanvraag niet in behandeling worden genomen. Hierbij verklaart de ondergetekende dat de aanvraag voor de jaarlijkse subsidie naar waarheid en zonder voorbehoud is ingevuld. Naam Functie Handtekening Plaats/ Datum 5. Aanvraag indienen Het volledig ingevulde, ingevulde begroting én ondertekende formulier dient uiterlijk 1 juni door ons te zijn ontvangen. Wanneer het niet lukt om de aanvraag voor deze datum in te dienen, kunt u een onderbouwd verzoek tot uitstel indienen. Te laat ontvangen formulieren worden op grond artikel 8, lid 4 van de Algemene subsidieverordening gemeente Rucphen 2020 niet in behandeling genomen. U richt uw subsidieaanvraag aan: Gemeente Rucphen College van burgemeester en wethouders Postbus 9 4715 ZG Rucphen subsidie@rucphen.nl Heeft u vragen over de aanvraagprocedure? Wij helpen u graag verder. U kunt contact met ons opnemen via 0165-349500 of subsidie@rucphen.nl.
Wanneer hebben wij nog extra gegevens van u nodig? In sommige gevallen is het invullen van alleen bovenstaand formulier niet voldoende. We ontvangen van u graag aanvullende gegevens bij: Wijzigingen statuten en/of reglementen Wanneer er wijzigingen in de statuten en/of reglementen hebben plaatsgevonden, ontvangen wij graag de nieuwste versie.
Bijlage 1 van aanvraagformulier Verantwoording activiteiten Doelgroep
Gemiddeld aantal deelnemers
Activiteit x Activiteit y Etc.
6
Kosten
7
7
Waarom een activiteitenbegroting? Het is belangrijk dat u de noodzaak van uw subsidieaanvraag aantoont. Door middel van een activiteitenbegroting bij een subsidieaanvraag maakt u inzichtelijk hoeveel een activiteit kost. Het subsidiebedrag wordt bepaald op basis van het totaalbedrag per activiteit. Hierbij dient de begroting sluitend zijn. Dat betekent dat het totaal van de verwachte kosten gelijk moet zijn aan het totaal van de verwachte opbrengsten. Dit is inclusief de gemeentelijke subsidie.
Totale kosten Geef hier aan welke kosten u verwacht te maken voor de openstelling van de SKW. Het gaat hierbij om de volledige begroting op hoofdlijnen. Opbrengsten (niet gemeente subsidie) Geef hier aan welke opbrengsten u verwacht. Denk bijvoorbeeld aan opbrengsten van een bijdrage van deelnemers aan huuropbrengsten, baropbrengsten, entreegelden, sponsoring enzovoorts. Specificeer deze opbrengsten onder het kopje ‘Opbrengsten, niet gemeentelijke subsidie' Reserveringen Hierin kunt u aangeven welke reserveringen u al heeft of verwacht te maken. Denk hierbij aan investeringen voor een inventaris welke een jaar later dient te worden aangeschaft. Subsidiabele kosten Hier kunt u aangeven voor welk onderdeel u welk subsidiebedrag wenst aan te vragen. Let hierbij wel op dat de totale kosten minus de opbrengsten het maximale aan te vragen subsidie bedrag is. De omvang van de gevraagde subsidie en de van toepassing zijnde subsidieregel bepalen aan welke vereisten in de aanvraag en verantwoording dient te worden voldaan. Verantwoording Na afloop van elke subsidieperiode dienen de werkelijke kosten onder elk tabblad jaar te worden ingevuld. Dit dient op hetzelfde niveau als bij de subsidie aanvraag te worden ingevuld. Zie hiervoor de kolom werkelijk per tabblad. Verschillen tussen begroting en werkelijk dienen op activiteiten niveau te worden verklaard.
De verklaringen neemt u op in het financieel jaarverslag.
Naam SKW
2026
1. TOTALE KOSTEN
2. OPBRENGSTEN
Begroting totale kosten Personele kosten Beheer
3. Reserveringen
BEGROTING
WERKELIJK
SALDO
Opbrengsten (NIET GEMEENTELIJKE SUBSIDIE)
BEGROTING
WERKELIJK
SALDO
Reserveringen
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
BEGROTING
WERKELIJK
SALDO
Huur opbrengsten
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Bar opbrengsten
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
In dit onderdeel kan aangegeven worden welke reserveringen worden gemaakt en het doel van de betreffende reservering. Deze bedragen worden niet opgenomen in de som van het maximaal aan te vragen subsidiebedrag.
Sociaal cultureel werker
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Energiebelasting
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Vrijwilligersvergoeding
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Opbrengsten uit activiteiten
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Reservering doel ….
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Overige personele kosten
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Sponsor bijdrage
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Reservering doel ….
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Biljart
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
etc.
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
GWE
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
….
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Klein Onderhoud
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Verzekeringen
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Overige huisvestingskosten
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Activiteitenkosten
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Organisatiekosten
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Inkoop materialen en etenswaren
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Etc.
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Huisvestingskosten (exclusief huur)
totale kosten:
totale opbrengsten:
Totale kosten minus opbrengsten
Maximaal aan te vragen subsidiebedrag
€ 0,00
4. SUBSIABELE KOSTEN SUBSIDIE
BEGROTING
WERKELIJK
SALDO
Geef in onderstaand overzicht aan op welke wijze de maximaal aan te vragen subsidie wordt aangevraagd conform de subsidieregeling dorpshuizen gemeente Rucphen Personele kosten (artikel 3.1) Beheer conform artikel 3.1a
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Sociaal Cultureel Werk conform artikel 3.1b
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Vrijwilligersvergoeding conform artikel 3.1c
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Huisvestingskosten (artikel 3.2) GWE conform artikel 3.2a
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Klein onderhoud conform artikel 3.2b
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Verzekeringen conform artikel 3.2c Activiteitenkosten (artikel 3.3) totale kosten:
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
totale opbrengsten: