3 b&w Clientervaringsonderzoek over 2020
Tekst van het document
Gemeenteraad Rucphen Postbus 9 4715 ZG RUCPHEN
Onze referentie:
Z21/050246-D21/1147396
Uw referentie: Behandelaar:
D. van der Wegen
Telefoonnummer:
Rucphen, Onderwerp:
H
2 Ji,!\. 2021
cliëntervaringsonderzoek over 2020
Beste raad, Gemeenten zijn verplicht om jaarlijks een onderzoek naar de tevredenheid van de vragers van maatschappelijke ondersteuning uit te voeren. In deze brief informeren wij u over de resultaten van het cliëntervaringsonderzoek Wmo over 2020. Dit is een bijzonder jaar geweest en wij zijn daarom extra trots op de behaalde resultaten. We zijn wettelijk verplicht om jaarlijks te onderzoeken hoe cliënten de kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning ervaren Daarom hebben de De6 gemeenten gezamenlijk opdracht aan I&O research verstrekt voor het uitvoeren van het onderzoek over 2020. Het onderzoek betreft alle maatwerkvoorzieningen Wmo: begeleiding, huishoudelijke ondersteuning, rolstoelen, vervoers- en woonvoorzieningen. In elke D6 gemeente is het onderzoek afzonderlijk uitgevoerd. In het bijgevoegde rapport zijn de resultaten van het cliëntervaringsonderzoek over 2020 voor Rucphen opgenomen. De resultaten worden gepubliceerd op 'Waar staat je gemeente'. Op alle onderdelen is een stijging van de tevredenheid van onze cliënten te zien! De tevredenheid van onze cliënten over de ondersteuning via de Wmo wordt met een ruime voldoende beoordeeld. Dit blijkt onder andere uit de volgende uitkomsten: De cliënten geven het keukentafelgesprek gemiddeld een 7,7.
Dit gemiddelde ligt hoger dan in 2019 (7,4) en in 2018 (7,1); - 80% van de cliënten is van mening dat in het keukentafelgesprek samen gezocht is naar een oplossing; - 85% vindt de kwaliteit van de ondersteuning goed; - 83% is van mening dat hij/zij zich beter kan redden door de geboden ondersteuning; - Volgens het rapport is 43% van de cliënten op de hoogte van de mogelijkheid tot onafhankelijke cliëntondersteuning.
Binnentuin 1 Postbus 9 4715 ZG Rucphen T: 0165 34 95 00 F: 0165 34 13 75 Banknummer: 2850 07 319 IBAN: NL37BNGH0285007319 KvK-nr. 20164997 Gemeente Rucphen
Rucphen
Schijf
Sprundel
St. Willebrord
Zegge
gemeente©rucphen.ni www.rucphen.n1
2
Wij zijn zeer tevreden over het behaalde resultaat, zeker in het bijzondere jaar dat 2020 is geweest. Een mooi compliment voor ons Zorgloket!
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Rucphen, de secretaris,
de burgemeeeer,
Sandor Michielse
Marjolein/van der Meer Mohr
Bijlage: rapportage cliëntervaringsonderzOek Wmo over 2020
Rapport
Ceo Wmo over 2020
4,isto 6, research
www.ioresearch.n1 www.rucphen.n1
Colofon Uitgave
I&O Research Piet Heinkade 55 1019 GM Amsterdam Rapportnummer 2021/124
Datum
mei 2021 Opdrachtgever
Gemeente Rucphen Auteurs
Roy van der Hoeve Naïma van Huizen
Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld.
9
Ceo Wmo over 2020
2 van 24
Inhoudsopgave 1
Samenvatting
5
2
Inleiding
9 9
2.1
3
9
Achtergrond
Resultaten 3.1 De hulpvraag 3.2 Omgaan met de hulpvraag Het keukentafelgesprek 3.3 De ontvangen ondersteuning 3.4 Informele zorg 3.5 3.6 Effect van de ondersteuning Invloed van corona 3.7
Ceo Wmo over 2020
12 12
15 15 17 19 20 21
3 van 24
Samenvatting
9
Ceo ui .. MO Over 2020
4 van 24
1
Samenvatting
De gemeente Rucphen voerde in maart 2021 een cliëntervaringsonderzoek (ceo) uit om inzicht te krijgen in de (effecten van) hulp en ondersteuning van Wmo-cliënten binnen de gemeente. De gemeente voldoet hiermee aan de wettelijke verantwoordingsverplichting. De doelgroep van het ceo Wmo zijn cliënten die (in 2020 in het kader van de Wmo) van de gemeente een individuele maatwerkvoorziening ontvingen. In totaal ontvingen 811 cliënten een uitnodigingsbrief met het verzoek om deel te nemen aan het onderzoek, waarvan 430 cliënten de vragenlijst volledig hebben ingevuld; een respons van 53 procent. Deze samenvatting presenteert de belangrijkste resultaten van dit onderzoek Bekendheid toegang stabiel
Acht op de tien cliënten uit Rucphen weten voorafgaand aan het contact met de gemeente waar zij terechtkunnen met hun hulpvraag. Dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren. Het aantal cliënten dat onbekend is met de toegang neemt af. Voor het grootste deel van de cliënten is het niet meer aankunnen van het huishouden de reden dat zij contact opnemen met de gemeente (56%). Daarnaast spelen vervoersproblemen bij een derde van de cliënten een rol. Net als eerdere jaren is een ruime meerderheid positief over hoe de gemeente omgaat met de hulpvraag. Men voelt zich serieus genomen (85%) en nog meer dan in eerdere jaren zoeken medewerkers van de gemeente samen met de cliënt naar een oplossing voor de hulpvraag (80%). Meer cliënten snel geholpen
Over de afgelopen jaren was een dalende trend te zien in het aandeel cliënten dat vond snel te zijn geholpen door de gemeente. In 2020 steeg het aandeel cliënten dat snel geholpen werd echter weer naar 73 procent, terwijl dit in 2019 nog 66 procent was. Bekendheid cliëntondersteuner neemt toe
In Rucphen is 43 procent van de cliënten bekend met de mogelijkheid tot cliëntondersteuning. Dit is een lichte toename ten opzichte van voorgaande jaren. Net als in eerdere jaren neemt ongeveer een op de tien cliënten (13%) een cliëntondersteuner mee naar het (keukentafel)gesprek. De cliënten die gebruikmaken van deze mogelijkheid zijn ruimschoots te spreken over deze inzet. Cliënten zijn positiever over het (keukentafel)gesprek
Een deel van de Wmo-cliënten (45%) had het afgelopen jaar een (keukentafel)gesprek met een medewerker van de gemeente Rucphen. Men is positief en geeft een 7,7 voor dit gesprek, hierbij is een stijgende trend te zien in de tevredenheid met het gesprek Een op de tien cliënten is ontevreden en beoordeelt het gesprek met een onvoldoende.
9
Ceo Wmo over 2020
5 van 24
Figuur 1.1 Ontwikkeling rapportcijfers keukentafelgesprek
~MIIEKEIIM~I~E1142 2019 MiliME112•111~ 58% 65% 2020 MilliM11~1111g52~ 16%
2018
0 °/o
20%
• onvoldoende (1-5)
60%
40°/o
• voldoende (6-7)
80%
100%
• goed (8-10)
De verschillende aspecten van het gesprek worden door een ruime meerderheid goed beoordeeld. Het meest tevreden zijn cliënten met het contact met de medewerker tijdens het gesprek (87% is hierover tevreden), gevolgd door de manier waarop wordt geluisterd (86%), de deskundigheid van de medewerker en de gekozen oplossing (beide 85%). Over elk van deze vier aspecten zijn meer cliënten te spreken dan in eerdere jaren. Ondersteuning sluit beter aan op hulpvraag
Ruim acht op de tien Wmo-cliënten in Rucphen zijn positief over de ondersteuning of voorziening die zij ontvangen. Men spreekt van een kwalitatief goede en passende ondersteuning die aansluit op de hulpvraag en de wensen en behoeften. De waardering hiervoor neemt verder toe ten opzichte van voorgaande jaren. Cliënten weer meer tevreden over zorgaanbieder begeleiding
Cliënten die gebruikmaken van begeleiding, zoals begeleiding thuis, in een groep, een logeeropvang of waakvlambegeleiding waren sinds 2017 steeds minder tevreden over de zorgaanbieder die hen deze ondersteuning biedt. In 2020 nam de tevredenheid echter weer toe en zijn ruim acht op de tien cliënten positief. De grootste stijging is te zien in de mate waarin cliënten vinden dat zij snel worden geholpen door de zorgaanbieder (2019: 59%, 2020: 86%). Ook vindt een flink groter aandeel van de cliënten dat de zorgaanbieder afspraken nakomt (2019: 67%, 2020: 83%). Cliënten ondervinden positieve effecten van ondersteuning
Cliënten zien positieve effecten van de ondersteuning op hun eigen leven. Het gaat dan om verbetering op het gebied van zelfredzaamheid (cliënt kan zich beter redden), zelfstandigheid (cliënt kan beter de dingen doen die hij/zij wil) en de kwaliteit van leven. Ruim driekwart van de cliënten ziet een verbetering op deze leefgebieden, dit is ongeveer gelijk aan 2019. Alleen de stijgende trend op de mate van zelfredzaamheid zet zich verder door. Grote inzet mantelzorg
Net als eerdere jaren ontvangt de meerderheid van de cliënten ook informele ondersteuning naast de ondersteuning vanuit de gemeente. Zes op de tien cliënten ontvangen mantelzorg van een naaste. Volgens ongeveer de helft van de cliënten met een mantelzorger (55%), kan de mantelzorger de zorg aan. Een kleine groep en steeds minder cliënten maakt ook gebruik van andere vormen van ondersteuning: een particuliere schoonmaker (7%), individuele vrijwilliger (4%) en algemene voorzieningen (7%).
9
Ceo Wmo over 2020
6 van 24
Corona heeft beperkte invloed op ondersteuning
Een meerderheid van de Wmo-cliënten vindt dat de coronacrisis geen effect heeft op de ondersteuning die zij ontvangen van de gemeente en zorgaanbieder (respectievelijk 550/0 en 64%). Ongeveer een op de tien ervaart de ondersteuning vanuit de gemeente of de zorgaanbieder als slechter dan voor de coronacrisis en een enkeling vindt de ondersteuning juist beter. De rest heeft geen uitgesproken mening. Cliënten lichten toe dat zij soms minder ondersteuning hebben gehad of dat de ondersteuning op een andere manier plaatsvond.
9
Ceo Wmo over 2020
7 van 24
Inleiding
9
Ceo Wmo over 2020
8 van 24
2
Inleiding
2.1
Achtergrond
De gemeente Rucphen is in het kader van de Wmo sinds 2015 wettelijk verplicht om ieder jaar een cliëntervaringsonderzoek (ceo) uit te voeren onder haar cliënten. Op deze manier krijgt de gemeente inzicht in de ervaringen van haar Wmo-cliënten met de ondersteuning die zij ontvangen, de toegang naar deze ondersteuning én welke effecten deze heeft op de kwaliteit van leven van de cliënten. I8z0 Research voert in opdracht van de gemeente jaarlijks het ceo uit. Dit biedt de basis om de voortgang van de toegang, uitvoering en effecten van de Wmo 2015 te monitoren en om vast te stellen of de uitvoering van de Wmo in Rucphen aan de verwachtingen voldoet of dat er aanleidingen zijn om het beleid bij te stellen of aan te scherpen. Daarnaast voldoet de gemeente met de uitvoering van dit onderzoek aan de wettelijke verantwoordingsverplichting. Werkwijze en respons
De doelgroep voor dit onderzoek zijn cliënten die, in het kader van de Wmo 2015, in 2020 van de gemeente Rucphen een individuele maatwerkvoorziening kregen. Hierbij is het mogelijk dat een cliënt al langer ondersteuning kreeg en in 2020 een herindicatie of aanvullende voorziening ontving. Voorbeelden van individuele maatwerkvoorzieningen zijn: hulp bij het huishouden, een collectief vervoerspasje, begeleiding, een scootmobiel of rolstoel en woonvoorzieningen.
EQ
In maart 2021 ontvingen 811 Wmo-cliënten uit Rucphen een brief met het verzoek deel te nemen aan het onderzoek. Een schriftelijke vragenlijst werd meegestuurd, maar cliënten kregen ook de mogelijkheid om de vragenlijst online in te vullen met een persoonlijke inlogcode. Na twee weken ontvingen de cliënten die de vragenlijst nog niet hadden ingevuld een herinneringsbrief. In totaal vulden 430 cliënten de vragenlijsten in, een responspercentage van 53 procent (zie tabel 2.1). De vragenlijst werd vooral schriftelijk ingevuld (82%), de rest vulde hem online in. Tabel 2.1 Responsoverzicht Uitgenodigd
Respons
Responspercentage
811
430
53 0/0
9
Ceo Wmo over 2020
9 van 24
Vragenlijst
In 2015 ontwikkelden VNG en het Ministerie van VWS in samenspraak met gemeenten een voorgeschreven aanpak voor het cliëntervaringsonderzoek Wmo. Er is hiervoor een verplichte set met vragen opgesteld, bestaande uit tien verplichte basisvragen over de toegankelijkheid en de kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning en het ervaren effect op de zelfredzaamheid. Vanaf 2021 heeft het ceo Wmo een nieuwe stijl. Gemeenten worden vrij gelaten in de methode, onder voorwaarde dat de drie aspecten uit de basisvragen terug komen. De gemeente Rucphen heeft ervoor gekozen om de vragenlijst hetzelfde te houden als voorgaande jaren: de voorheen verplichte tien basisvragen en aanvullende modules over het keukentafelgesprek, tevredenheid met begeleiding, mantelzorg en (nieuw dit jaar) ervaringen tijdens de coronacrisis. Analyse
De antwoordcategorieën 'weet niet', 'geen antwoord' en 'niet van toepassing' zijn, tenzij anders aangegeven, buiten de analyse gehouden. Indien de percentages niet optellen tot loo procent is dit het gevolg van afrondingsverschillen. De vragenlijst bestaat voornamelijk uit gesloten vragen. Op enkele plaatsen in de vragenlijst bestond de mogelijkheid om een toelichting of reactie te plaatsen over de ontvangen ondersteuning. Sommige van deze toelichtingen zijn in het rapport als geanonimiseerde citaten gebruikt. Vergelijking met voorgaande jaren
Waar mogelijk worden de resultaten vergeleken met de uitkomsten van voorgaande jaren. De resultaten over de jaren 2016 en 2017 zijn verkregen via de database van waarstaatjegemeente.nl. We spreken van verschillen als deze 3 procent of groter zijn (bij percentages) en 0,3 punt (bij rapportcijfers).
9
Ceo Wmo over 2020
10 van 24
Resultaten
9
Ceo Wmo over 2020
11 van 24
3
Resultaten
3.1
De hulpvraag
Tabel 3.1 Achtergrond van Wmo-cliënten in Rucphen: over wie hebben we het? Geslacht • Man •
% 39%
Vrouw
Onderwijs • Basisonderwijs t/m VMBO-T
61%
•
Leeftijd
•
Hbo, Universiteit
•
t/m 34 jaar
Onbekend
•
35 — 54 jaar 55 — 74 jaar
4% 8%
•
• • 75 jaar e.o. Rondkomen (C)
40%
Beperkingen en aandoeningen
48%
• •
•
(Zeer) goed
38%
•
Redelijk
51%
•
Niet of nauwelijks
n%
Woonsituatie •
Alleen wonend
48%
•
Met een partner zonder thuiswonende kinderen
34%
•
Met een partner en thuiswonende kinderen
70/0
•
4%
•
Zonder partner en met thuiswonende kinderen In een instelling
•
Anders
3%
Bekendheid toegang stabiel
74% 14%
Havo, Vwo, Mbo
4% 9% 2019
2020
Bewegen en verplaatsen
62%
64%
Lichamelijke handicap
48%
•
Geheugen- en oriëntatieproblemen
21%
43% 21%
•
Leggen van sociale contacten
11%
9%
•
Zintuiglijke beperking
7%
7%
•
Psychisch functioneren
7%
11%
• •
Verstandelijke beperking Gedragsproblemen
4%
4%
2%
4%
•
Anders, namelijk
28%
28%
•
Cliënten met één of meerdere beperkingen of aandoeningen
78%
80%
2%
Acht op de tien Wmo-cliënten in Rucphen weten voorafgaand waar zij terechtkunnen met hun hulpvraag. Dertien procent heeft hier geen uitgesproken mening over en 7 procent was hier niet mee bekend. De bekendheid is vergelijkbaar met eerdere jaren. Het aandeel cliënten dat niet weet waar zij terechtkunnen met hun hulpvraag kent een dalende trend sinds 2015.
Figuur 3.1 Bekend waar men moest zijn met de hulpvraag
9%
12,6
9%
• (helemaal) mee oneens
13%
• neutraal
80%
1
2015
Ceo Wmo over 2020
14%
2016
2017
1
1
2018
2019
• (helemaal) mee eens
2020
12 van 24
Problemen met huishoudelijke taken en vervoer blijven belangrijkste ondersteuningsvragen
Net als eerdere jaren nemen de meeste cliënten contact op met de gemeente Rucphen omdat ze het huishoudelijk werk niet meer aankunnen (56%) en vanwege vervoersproblemen (31%). De verschillende redenen om contact op te nemen worden ongeveer even vaak genoemd als in 2019 en minder vaak dan in de jaren daaraan voorafgaand.
Stapeling van redenen van cliënten om ondersteuning te zoeken (2020): 1 reden genoemd (41%) •
2 redenen genoemd (21%)
•
3 redenen genoemd (9%)
•
4 redenen genoemd (6%)
•
5 redenen of meer genoemd (8%)
Figuur 3.2 Redenen waarom men contact opneemt met de gemeente Kan huishoudelijk werk niet meer aan Kan nergens naartoe, geen vervoer Voelt zich eenzaam/wil meer contact
3R%1
40% 43%
81 6 o 86%
gok
31%
~
Moeite met wassen/kleden
gr%
26%
awlaw°77,1"11 32 ';
Anders
• 2017
17
Weet niet hoe problemen op te lossen
1?
• 2018
2Po%
em 2019
Als mantelzorger overbelast
mi 2020
IEZT.13% 119k Heeft overdag niets te doen
rumi~m~Tgr 27% Moeite met financiële zaken/administratie mmemeirm ~mom 14y, 1 Kan binnenshuis niet lopen/rondrijden 1~11111•1
" 5-712%
0%
20%
40%
60%
80%
100%
Zes op de tien zijn doorverwezen naar de gemeente
Cliënten zijn gevraagd naar andere redenen om contact op te nemen met de gemeente. Zes op de tien Wmo-cliënten noemen een doorverwijzing van de huisarts of andere zorgverlener als reden. Dit aandeel komt overeen met 2019 en 2017, maar ligt hoger dan in 2018. Ongeveer de helft geeft aan dat de omgeving hen niet (meer) kan ondersteunen en/of wisten niet waar ze ondersteuning konden regelen. Dit aandeel is redelijk stabiel over de jaren. Ruim een derde van de cliënten overzag het probleem en de keuzes niet en nam daarom contact op met de gemeente. Tabel 3.2 Speelde een van de volgende redenen mee om naar de gemeente te gaan? 2017
2018
2019
2020
Ik ben doorverwezen door mijn huisarts of door een andere zorgverlener
58%
50%
61%
60%
Mijn omgeving (partner, kind, ouder) kan mij niet, of niet meer, ondersteunen
5
5%
52°/0
53%
51%
Ik wist niet waar en hoe ik ondersteuning kon regelen
51%
48%
50%
51%
Ik overzag het probleem en de keuzes niet meer
42%
41%
34%
36%
ceo wmo over 2020
13 van 24
Bekendheid onafhankelijke cliëntondersteuning blijft toenemen
Wmo-cliënten kunnen een onafhankelijke cliëntondersteuner inschakelen die informatie, advies en algemene ondersteuning geeft bij het aanvragen van een Wmo-voorziening. Ook kan deze aansluiten bij het keukentafelgesprek. In Rucphen is 43 procent van de Wmo-cliënten bekend met deze mogelijkheid. De bekendheid van de cliëntondersteuning blijft hiermee toenemen ten opzichte van voorgaande jaren. Driekwart is snel geholpen door de gemeente Rucphen
Bijna driekwart (73%) van de Wmo-cliënten in Rucphen voelt zich snel geholpen door de gemeente. Na een afname in 2019 ligt de tevredenheid op een vergelijkbaar niveau als in de jaren ervoor, maar de waardering ligt nog wel lager dan in 2015 (80%). Het aandeel ontevreden cliënten schommelt sinds 2015 rond de 10 procent', met uitzondering van 2019 (14%).
Figuur 3.3 Bekendheid onafhankelijke cliëntondersteuning 75% 43%
0%
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Figuur 3.4 Snel geholpen (% (helemaal)! mee eens) 100% 80% 75%
50%
2015
2016
2017
2018
2019
2020
'Niet zichtbaar in figuur
9
Ceo Wmo over 2020
14 van 24
3.2
Omgaan met de hulpvraag
Meer cliënten zijn te spreken over het eerste contact
Een ruime meerderheid van de Wmo-cliënten in Rucphen is positief over hoe de gemeente met de hulpvraag omgaat. In totaal voelt 85 procent van de cliënten zich serieus genomen. Acht op de tien cliënten geven aan er in het gesprek samen met hen naar een oplossing voor de hulpvraag is gezocht. Dit zijn meer cliënten dan in eerdere jaren.
Figuur 3.5 Tevredenheid over bejegening tijdens toegang 85%
80%
Er is samen naar een oplossing gezocht
De medewerker nam mij serieus 201 5
3.3
2016
2017
2018
2019 •2020
Het keukentafelgesprek
Toenemende waardering voor het keukentafelgesprek
Ruim vier op de tien (45%) cliënten hadden in 2020 een (keukentafel)gesprek met een medewerker van de gemeente over zorg en ondersteuning. Dit was bij hen thuis of op het gemeentehuis. Gemiddeld geven zij een 7,7 voor dit gesprek, de tevredenheid met het gesprek blijft ieder jaar toenemen. De grootste groep (65%) geeft een 8,0 of hoger en n procent geeft een onvoldoende van een 5 of lager. Tabel 3.3 Waardering (keukentafel)gesprek
Gemiddeld rapportcijfer
2017
2018
2019
2020
6,8
7,1
7,4
7,7
Meer gesprekken worden alleen gevoerd
Een meerderheid van de cliënten wordt tijdens het keukentafelgesprek bijgestaan door iemand, meestal een naaste (43%) zoals een partner, vriend of familielid of iemand anders (10%). Dit is een lichte afname ten opzichte van voorgaande jaren. De inzet van een onafhankelijke cliëntondersteuner is stabiel: circa een tiende (13%) maakte gebruik hiervan in 20202. In totaal voerde ruim een derde (37%), en meer cliënten dan eerdere jaren, het gesprek alleen. 2. Van de 25 cliënten die aangeven dat er een onafhankelijke cliëntondersteuner bij het gesprek aanwezig was, zijn verreweg de meeste cliënten (22) hierover (zeer) tevreden en hebben 3 cliënten geen uitgesproken mening.
Ceo Wmo over 2020
15 van 24
Figuur 3.6 Anderen aanwezig bij keukentafelgesprek 49% 49%
naaste
43% 2017 onafhankelijke cliëntondersteuner
2018 2019
13%
i• 2020 iemand anders
10%
gesprek alleen gevoerd
37%
Alle aspecten van het keukentafelgesprek krijgen hogere waardering
Ruim acht op de tien Wmo-cliënten in Rucphen zijn goed te spreken over het keukentafelgesprek. De waardering op alle onderdelen ligt aanzienlijk hoger vergeleken met eerdere jaren. De grootste stijging zien we bij de ervaren deskundigheid van de medewerker: in 2019 was 73 procent hier (zeer) tevreden over, in 2020 steeg dit naar 85 procent. Figuur 3.7 Tevredenheid over verloop keukentafelgesprek
het contact met degene met wie u het (keukentafel)gesprek had
"KM
de manier waarop er naar u geluisterd werd
• 2017 • 2018
de deskundigheid van de medewerker
411Iri ;Ine Ok:1i
de gekozen oplossing 00/o
Ceo Wmo Over 2020
200/0
40 %
6 0%
• 2019 MAI
i• 2020
L:Jr.li 8 00/0
1 0 0%
16 van 24
3.4
De ontvangen ondersteuning
Ontvangen ondersteuning
%
•
Hulp bij het huishouden
56%
•
Collectief vervoerspasje (regiotaxi, Wmo-taxi, deeltaxi)
•
Woonvoorziening/woningaanpassing (zoals een traplift)
49% 150/0
•
Scootmobiel (of aangepaste fiets, auto, buggy e.d.)
120/0
•
Rolstoel
• •
Begeleiding bij dagbesteding/ regie Begeleiding bij het zelfstandig wonen (bijvoorbeeld hulp bij de administratie) Begeleiding bij structuur aanbrengen (zoals dagritme, spreiding maaltijden, bezigheden e.d.)
11% 9%
•
7% 5%
Financiële vergoeding voor vervoer
4%
Ik woon in een beschermde woonvorm vanwege psychische problemen
1%
•
Logeervoorziening/logeerhuis
o%
•
Anders
100/0
Waardering voor aansluiten van de ondersteuning blijft toenemen
De grootste groep Wmo-cliënten in Rucphen ontving hulp bij het huishouden (56°/o) of maakte gebruik van collectief vervoer (49%). Een kleiner deel kreeg een woonvoorziening (15%), scootmobiel (12%) of rolstoel (110/0) of een vorm van begeleiding (11% tot 5%). Iets meer dan de helft ontvangt meerdere ondersteuningsvormen (zie Stapeling van voorzieningen (2020): kader). Meer dan acht op de tien cliënten vinden de 1 voorziening (43%) ontvangen ondersteuning van goede kwaliteit en passend • 2 voorzieningen (29%) bij de hulpvraag die zij hadden (zie figuur 3.8). Sinds 2016 • 3 of meer voorzieningen (21%) stijgt de waardering op deze twee aspecten. Figuur 3.8 Tevredenheid met kwaliteit ondersteuning
goede kwaliteit
2015 2016 2017 2018 2019 • 2020
85%
ondersteuning past goed 84% 0%
11% Ceo Wmo over 2020
25%
50%
75%
100%
geeft aan dat er het afgelopen jaar iets is veranderd in de ontvangen ondersteuning, bij 84 procent is dit niet het geval en de rest weet het niet ( 5%).
17 van 24
Sommige cliënten geven een toelichting over hun ontvangen ondersteuning:
• • • •
"Ben tevreden over de hulp, bij vervanging is het ook goed." "De huishoudelijke hulp is vrij beperkt." "Ik vind persoonlijk de ondersteuning in te weinig uren." "Ik heb het goed naar mijn zin bij de dagbesteding. Eén dag per week, heel gezellig en goede verzorging." "Ik ervaar het contact met de Wmo- medewerker als erg prettig."
Ondersteuning voldoet voor een ruime meerderheid aan de wensen en behoeften
De ontvangen ondersteuning voldoet bij ruim acht op de tien cliënten grotendeels of helemaal aan hun wensen en behoeften. Dit komt overeen met de waardering in 2019, maar ligt hoger dan de jaren ervoor.
Figuur 3.9 Mate waarin ondersteuning aan wensen en behoeften voldoet (% helemaal/grotendeels)
86%
85%
Behoeften
Wensen 2017
2019 • 2020
2018
Tevredenheid met zorgaanbieder begeleiding toegenomen
In totaal ontvangt 13 procent van de cliënten in Rucphen een vorm van begeleiding zoals begeleiding thuis, in een groep, een logeeropvang of waakvlambegeleiding. Meer dan acht op de tien cliënten zijn positief over de zorgaanbieder die deze begeleiding biedt: zij vinden dat deze haar best doet, haar afspraken nakomt en voelen zich serieus genomen. Het meest tevreden zijn cliënten over de snelheid waarmee zij geholpen worden bij vragen (86%). De tevredenheid op deze aspecten is na een dalende trend in de afgelopen jaren in 2020 vergelijkbaar met 2017. Figuur 3.10 Tevredenheid zorgaanbieder begeleiding (% (helemaal) mee eens) 87% 82%
73%
83%
86% 82%
1
73%
83%
83% 780/
67%
83%
82% 76%
86% 59%
De zorgaanbieder doet haar De cliënt voelt zich serieus De zorgaanbieder komt haar De cliënt voelt zich snel geholpen bij vragen door afspraken na genomen door best zorgaanbieder zorgaanbieder 2017
Ceo Wmo over 2020
2018
2019 •2020
18 Van 24
3.5
Informele zorg
Veel cliënten maken gebruik van mantelzorg
Zes op de tien cliënten in Rucphen maken (naast ondersteuning vanuit de gemeente) ook gebruik van mantelzorg, waarbij zij hulp ontvangen van een naast zoals partner, familie, vrienden of buren. Dit aandeel is vergelijkbaar met 2019 en 2018. Iets meer dan de helft (55%) verwacht dat hun mantelzorger deze zorg goed aan kan. Ongeveer een op de vijf (19%) kan dit niet goed inschatten en een vergelijkbare groep (19%) denkt dat de mantelzorgtaken te zwaar zijn. De inzet van andere voorzieningen zoals vanuit het voorliggend veld en een particuliere schoonmaker laten een dalende trend zien sinds 2018. Vier procent van de cliënten maakt gebruik van een individuele vrijwilliger, dit is niet anders dan eerdere jaren. Figuur 3.11 Gebruik van overige ondersteuning/voorliggende voorzieningen 65% Mantelzorg
63% 62% 10%
Voorzieningen
8%
2018
7% 13% Particuliere schoonmaker
10%
Ei 7%
2019 • 2020
5% Individuele vrijwilliger
Ceo Wmo over 2020
5%
E 4%
19 van 24
3.6
Effect van de ondersteuning
Meer zelfredzaamheid dankzij de ondersteuning
Wmo-cliënten in Rucphen ervaren positieve effecten van de ondersteuning die zij ontvangen. Ruim acht op de tien kunnen zich beter redden, dit is een lichte toename ten opzichte van 2019. (Ruim) driekwart ervaart meer zelfstandigheid (78%) en heeft een betere kwaliteit van leven (75%). Het aandeel cliënten dat deze positieve effecten ervaart, is stabiel sinds 2018. Figuur 3.12 Effect van de ondersteuning 90% 80%
73%
77% 76% 70%
70%
66%
60%
1
50% 40% 30% 20% 10% 0%
84%
78%
70%
Door de ondersteuning die ik krijg, kan ik beter de dingen doen die ik wil 2015
76%
80% 80%
83%
67%
Door de ondersteuning die ik krijg kan ik mij beter redden 2016
2017
79%
2018
7 0%
77% 77% 75%
Door de ondersteuning die ik krijg heb ik een betere kwaliteit van leven
2019 N2020
Ondersteuning heeft meeste effect op onderhouden van sociale contacten en ordening huishouden
Naast het feit dat ondersteuning een positief effect kan hebben op de kwaliteit van leven en de zelfredzaamheid, kan ondersteuning ook heel concrete effecten hebben. Voorbeelden zijn het onderhouden van sociale contacten doordat men vaker op bezoek kan gaan bij familie en vrienden, het beter op orde houden van het huishouden en financiën en verbeterde mobiliteit in en om het huis. Driekwart (75%) van de cliënten ervaart ten minste een van de voorgelegde positieve effecten ten gevolge van de ondersteuning, zoals te zien is in tabel 3.4. Figuur 3.13 laat zien dat cliënten de ondersteuning vooral vinden bijdragen aan het onderhouden van sociale contacten en het op orde houden van het huishouden en de financiën. De ondersteuning draagt relatief minder bij aan het werken en/of leren of het helpen van anderen. Wat opvalt is dat de meeste effecten minder worden genoemd dan in 2019.
Ceo Wmo over 2020
20 van 24
Figuur 3.13 Effect van ondersteuning op dagelijkse leven (% grotendeels of helemaal van invloed)
mogelijkheid om anderen te zien en spreken
38% ~IMEMM
37%
44% 46%
39% huishouden regelen en op orde houden
40% 37%
44%
37% 37% 39% %
financiën regelen en op orde houden 30% binnen en buiten huis rond lopen of rijden 30% 25% wassen, kleden of verzorgen
2017 2018 2019 • 2020
39% 38%
30% 34% 30%
6%
14% 10% 9%
anderen helpen 5% werken en/of leren
MI
4%
10%
5%
Tabel 3.4 Stapeling effecten (effect wordt een beetje, grotendeels of helemaal ervaren) 2019
2020
Geen effect gemerkt
24%
25%
1effect
19%
17%
2 effecten
12%
15%
3 effecten
12%
11%
4 effecten
9%
12%
5 effecten of meer
25%
20%
3.7
Invloed van corona
Cliënten merken weinig verschil in de ondersteuning door coronacrisis
Veel Wmo -cliënten vinden dat de ondersteuning van de gemeente in tijden van corona niet anders is dan daarvoor of hebben hier geen uitgesproken mening over. Twee procent ervaart een betere ondersteuning en 11 procent ziet een verslechtering. Ook op de ondersteuning van de zorgaanbieder heeft corona weinig invloed: 64 procent vindt de ondersteuning hetzelfde en 21 procent weet het niet. De groep die een verbetering ziet in de ondersteuning van de zorgaanbieder is ongeveer even groot als de groep die vindt dat de ondersteuning slechter is dan voor de coronacrisis, respectievelijk 6 en 8 procent.
Ceo Wmo over 2020
21 van 24
Figuur 3.14 Invloed van de coronacrisis op de ondersteuning van de gemeente en zorgaanbieder
c
I ondersteuning van gemeente iii
I
ondersteuning van organisatie
32%
21%
0%
20%
40%
60%
80 0/0
10 0%
• beter dan voor de coronacrisis • hetzelfde als voor de coronacrisis • slechter dan voor de coronacrisis • weet ik niet Sommige cliënten geven een toelichting over de invloed van de coronacrisis op de ontvangen ondersteuning:
• •
• •
"Dagbesteding is op een lager pitje gezet wat activiteiten betreft." "De coronacrisis heeft geen invloed op de ondersteuning, alles is nog precies als voor de coronacrisis." "De ondersteuning is hetzelfde gebleven, onze begeleiding komt nog steeds." "Het contact verloopt soms anders, via telefoon of een aparte ruimte, via Zoom maar het is er wel." "Ik merk alleen dat de verzorghulpen een mondkapje dragen en zorgvuldig afstand proberen te houden." "In het begin van de lockdown was er logischerwijs geen vervoer. Maar het laatste half jaar gaat het weer goed." "Mijn kinderen helpen mij met veel dingen."
Grote meerderheid Wmo-cliënten ontvangt dezelfde ondersteuning tijdens corona
82%
9
van de Wmo-cliënten krijgt tijdens de coronacrisis dezelfde ondersteuning als daarvoor. Een enkeling krijgt andere (2%) of minder (20%) ondersteuning dan normaal. Bij 3 procent is deze stopgezet en 11 procent noemt iets anders.
Ceo Wmo over 2020
22 van 24
De coronacrisis heeft op verschillende vlakken (enige) invloed op de ondersteuning van Wmocliënten in Rucphen. Een enkeling kreeg minder ondersteuning, waardoor hij of zij meer zelf doet of meer hulp ontvangt van zijn/haar omgeving. Ook stopte de hulp bij sommigen (tijdelijk) of was er een alternatieve voorziening beschikbaar. Daarnaast had de coronacrisis sociale gevolgen: zo zagen cliënten minder mensen en misten zij de persoonlijke aandacht en begeleiding. Ook leidde het bij sommigen tot eenzaamheid. • "Als ze ziek zijn geen vervanging." • "Is gewoon minder prettig telefonisch als persoonlijk." • "Meer eenzaamheid." • "Persoonlijk vind ik begeleiding via beeldbellen niet zo fijn. Een gesprek bij mij thuis daar gaat mijn voorkeur naar uit." • "Tijdelijk stopgezet door corona i.v.m. de angst voor besmettingsgevaar. Nadien zal deze weer opgepakt worden." • "De familie heeft meer ingesprongen."
9
Ceo Wmo over 2020
23 van 24
l&O Research Enschede
Zuiderval 70 Postbus 563 7500 AN Enschede T (053) 200 52 oo E info@ioresearch.n1 KvK-nummer 08198802 18t0 Research Amsterdam
Piet Heinkade 55 1019 GM Amsterdam T (020) 308 48 oo E info@ioresearch.n1
risLo i 6, research
www.ioresearch.n1