29b1 R01-D01-81057213-irr-GRP Rucphen
Tekst van het document
KOSTEN EN GEHANTEERDE UITGANGSPUNTEN
Voor het kostenoverzicht wordt onderscheid gemaakt in exploitatiekosten en investeringsuitgaven. Bij de exploitatiekosten gaat het om jaarlijkse uitgaven voor beheer- en onderhoudsactiviteiten voor een goed en doelmatig rioolbeheer. De kosten van deze uitgaven worden toegeschreven aan het jaar waarin deze worden uitgegeven. De kosten voor beheer en onderhoud, onderzoeken en planvorming worden jaarlijks hoger door algemene prijsstijgingen, stijgingen van de lonen, vergroting van het areaal en uitbreiding van werkzaamheden als gevolg van Wet verbrede watertaken. Investeringskosten zijn kosten voor zaken die meerdere jaren meegaan. De jaarlijkse lasten die daaruit volgen kunnen bestaan uit rente en afschrijvingen. Investeringen bestaan uit vervangingsinvesteringen (bijvoorbeeld rioolvervanging) en verbeteringsinvesteringen (bijvoorbeeld buisvergroting). Verbeteringsinvesteringen betreffen maatregelen om de doelen te realiseren en om te voldoen aan de wettelijke eisen. Uitgangspunten Ten behoeve van de financiële doorrekening zijn de volgende aannamen/uitgangspunten gehanteerd: • de doorgerekende periode loopt van 2022 tot 2100, hierbij wordt vooral gekeken naar de planperiode tot 2026 met een doorkijk voor de langere termijn tot 2042; • het prijspeil is (eind) 2021. Dat betekent dat de resultaten moeten worden geïndexeerd.
De gevolgen van de prijsstijgingen in de eerste maanden van 2022 voor de berekende kosten van materialen (o.a. beton en PVC) en energie zijn nog niet bekend; • de afschrijvingsmethode over investeringen is lineair; • de afschrijvingstermijnen van de investeringen variëren. In bijlage I zijn per type investering de gehanteerde afschrijvingstermijnen weergegeven; • de stijgingen in prijzen en lonen bedragen 1% per jaar; • lopende kapitaallasten en contractuele inkomsten zijn geïndexeerd met 1% inflatie;
32
R01-D01-81057213-irr-GRP Rucphen
•
er wordt gerekend met 1% nominale rente. Deze rente wordt gebruikt voor de berekening van investeringen waarop wordt afgeschreven en/of uitgestelde boekwaarden; de kostendekkingberekening is exclusief BTW; er is rekening gehouden met kwijtschelding en oninbaar.
6.4
OPBRENGSTEN
• •
In de gemeente Rucphen wordt rioolheffing betaald door eigenaren van gebouwde objecten met een directe of indirecte aansluiting op het gemeentelijk rioolstelsel. Deze rioolheffing wordt door de eigenaren (particulieren, bedrijven en instellingen) aan de gemeente betaald voor het uitvoeren van de taken bij de afval-, hemel- en grondwaterzorgplicht. Ook de kosten voor de heffing en invordering van de rioolheffing moeten worden gedekt uit de rioolheffing. De term rioolheffing roept het beeld op van een belasting voor een buizenstelsel en zorgt ervoor dat het volstrekt tegenstrijdig voelt om percelen die geen aansluiting hebben op een buizenstelsel mee te laten betalen. De conclusie is dat de naam rioolheffing moet worden gewijzigd en er een naam moet komen die de lading wel dekt. Tot er een wetswijziging is, wordt de citeertitel van de verordening aangepast naar ‘Modelverordening Riool- en Waterzorgheffing’. Uitgangspunten Ten behoeve van de financiële doorrekening zijn de volgende aannamen/uitgangspunten gehanteerd: • bij de heffing van de rioolheffing wordt onderscheid gemaakt tussen woningen en niet-woningen. Voor woningen geldt een vast bedrag.
Voor niet-woningen wordt de omvang van de heffing vastgesteld op basis van de WOZ-waarde; • het saldo van de bestemmingsreserve bedraagt per 1 januari 2022 € 1.740.375; • de boekwaarde van oude investeringen bedraagt (min) € 12.948.541; • er worden geen renteopbrengsten toegerekend aan de reserve en/of voorziening. 6.5
FINANCIERING EN VOORSTEL
Uitgangspunten berekeningen • de riool- en waterzorgheffing mag maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (artikel 229b Gemeentewet); • de eindsaldi van de reserve/voorziening dienen aan het eind van de beschouwde periode minimaal nul te zijn; • alle uitgaven en inkomsten zijn uitgedrukt op een vast prijspeil (2021); • voorzieningen en reserves mogen niet negatief staan; • bij de directe afschrijvingsmodellen geldt bovendien dat de tijdelijk niet afgeboekte (delen van) de vervangingsinvesteringen (boekwaarde) op een later tijdstip vanuit de spaarvoorziening (versneld) worden afgeboekt. Varianten kostendekking Een nadere onderbouwing van de berekeningsresultaten is opgenomen als bijlage I. De volgende drie varianten zijn doorgerekend: • Afschrijving doorgaan volgens de bestaande methode; • Afschrijving (financieel van 80 jaar terugbrengen naar 50 jaar; • Afschrijving met 20% volgens ideaalcomplex.
33
R01-D01-81057213-irr-GRP Rucphen
In bijlage II is een notitie bijgevoegd waarin nader wordt ingegaan op de drie varianten. Voorstel Voorgesteld wordt om op termijn voor een deel over te schakelen op financiering volgens het ideaalcomplex. Hierbij wordt gestreefd naar een balans tussen de inkomsten en uitgaven elk jaar, waarbij de investeringen direct worden afgeboekt. Dat vraagt in de eerste jaren om een hogere stijging van het tarief, maar zorgt ervoor dat de kosten voor investeringen die we nu doen niet leiden tot enorme kosten voor de toekomstige generaties. De boekwaarde wordt dan beperkt door niet alleen lineair maar ook deels direct af te schrijven. Hierdoor is een matige stijging voorzien van het tarief op zowel de korte als de lange termijn.
Afbeelding 6.2: voorgestelde tariefstijging bij overgang naar ideaalcomplex
Door de keuze voor deze variant zal de boekwaarde van de investeringen de komende jaren nog wel toenemen, maar vervolgens weer afnemen. De voorziening zal afnemen en vervolgens weer stijgen.
jaar 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Afbeelding 6.3. Boekwaarde en stand voorziening periode 2022-2042, tarief 2022-2030
34
R01-D01-81057213-irr-GRP Rucphen
tarief € 207 € 216 € 225 € 234 € 243 € 252 € 261 € 271 € 273
stijging 4,50% 4,00% 4,00% 3,70% 3,70% 3,70% 3,70% 1,00%
I.
APART BIJLAGENOVERZICHT
R01-D01-81057213-irr-GRP Rucphen