29 BWB Kadernota 2022- 2025 Belastingsamenwerking West-Brabant aan gemeente Rucphen
Tekst van het document
Aan de raad van de gemeente Rucphen Postbus 9 4715 ZG RUCPHEN
Contactpersoon P.C.A.M. Stoffelen
Uw kenmerk
Onderwerp Kadernota 2022 – 2025
Datum 25 januari 2021
Geacht bestuur, Hierbij ontvangt u de Kadernota 2022 – 2025 van de Belastingsamenwerking West-Brabant zoals deze op 22 januari 2021 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld. In deze kadernota zijn de algemene financiële en beleidsmatige kaders opgenomen en heeft primair tot doel om richting te geven aan de inhoud van de op te stellen programmabegroting 2022 met meerjarenperspectief. Indien u naar aanleiding van deze brief vragen heeft, kunt u contact opnemen met de heer P.C.A.M. Stoffelen, directeur Belastingsamenwerking West-Brabant, telefonisch te bereiken via het secretariaat, telefoon 076 – 5298333 of per mail bwb.secretariaat@bwbrabant.nl.
Met vriendelijke groet,
Bijlage: Kadernota 2022 - 2025 Belastingsamenwerking West-Brabant
c.c.: College van burgemeester en wethouders
Inhoudsopgave
INHOUDSOPGAVE
2
1.
INLEIDING
3
1.1. ALGEMEEN
3
1.2. FINANCIËLE POSITIE
3
1.3. LEESWIJZER
4
ALGEMEEN
5
2.
2.1. BELASTINGEN EN HEFFINGEN
5
2.2. HUIDIG WERKGEBIED
5
2.3. AFBAKENING TAKEN BWB
6
3. BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN
7
3.1. OPTIMALISATIE VAN PROCESSEN
7
3.2. WIJZIGING WET- EN REGELGEVING
8
BEDRIJFSVOERING ORGANISATIE
9
4.
5.
4.1. ONTWIKKELING PRODUCTIE
9
4.2. PERSONEEL EN ORGANISATIE
9
4.3. INFORMATISERING
11
FINANCIËN
12
5.1. ALGEMEEN
12
5.2. ALGEMENE FINANCIËLE KADERS
12
5.3. FINANCIEEL TECHNISCHE UITGANGSPUNTEN
13
5.4. BELEIDSINDICATOREN
14
2
1. Inleiding 1.1.
Algemeen
Voor u ligt de Kadernota 2022-2025 van de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB). De P&C cyclus van een begrotingsjaar begint met het opstellen van een Kadernota. In de Kadernota worden (door)ontwikkelingen beschreven voor 2022-2025. Op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen moet de BWB voor 1 augustus de begroting van het daaropvolgende jaar verzenden aan de toezichthouder. Het dagelijks bestuur moet voor 15 april van datzelfde jaar de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan het algemeen bestuur van het waterschap zenden. In de nota verbonden partijen, die in regionaal verband is vastgesteld, is afgesproken dat de BWB haar kadernota voor 1 februari toezendt aan de deelnemers. De deelnemers kunnen met de Kadernota inhoud geven aan de kaderstellende rol richting de BWB. Als input voor de kadernota zijn de financiële en beleidsmatige richtlijnen verzonden door de deelnemers. Deze worden gebruikt als basis om de Kadernota en de Begroting op te stellen. Het doel van de Kadernota is niet om een lopende begroting bij te stellen. Maar primair om richting te geven aan de inhoud van de op te stellen programmabegroting met meerjarenperspectief.
1.2.
Financiële positie
De verwachte financiële positie van de BWB is onderstaand weergegeven, gebaseerd op bestaand beleid: 2021
2022
2023
2024
2025
16.761.300
16.761.300
16.761.300
16.761.300
16.761.300
16.761.300
16.761.300
16.761.300
16.761.300
Loon- en prijscompensatie
240.000
480.000
720.000
960.000
Financiële taakstelling 2022
-240.000
-240.000
-240.000
-240.000
Proceskosten no cure no pay
PM
Ontwikkeling productiekwantiteiten
PM 17.001.300
17.241.300
17.481.300
Exploitatieresultaat begroting 2021 primair Plan van aanpak WOZ taxatie oppervlakte
381.000
Exploitatieresultaat begroting 2021 na wijzigingen
17.142.300
Exploitatieresultaat Kadernota 2022
17.142.300
16.761.300
Toelichting De opgenomen loon- en prijsindex is een inschatting op basis van de meest recente informatie vanuit het Centraal Plan Bureau en is meerjarig doorgevoerd. Wanneer de werkelijke loon- en prijsindexcijfers bekend zijn, worden deze doorgevoerd in de begroting (of door middel van een begrotingswijziging gedurende het begrotingsjaar), deze bedragen kunnen dus afwijken. De opgelegde financiële taakstelling bedraagt 1,4%, gebaseerd op de ingeschatte gemiddelde loon- en prijsindex. Dit komt neer op een bedrag van € 240.000 en wordt als definitieve taakstelling opgenomen in de begroting 2022. De opgenomen taakstelling is niet meerjarig doorgevoerd. Hiermee wordt echter niet uitgesloten dat in de volgende P&C-cyclus een nieuwe taakstelling wordt opgelegd.
3
Daarnaast worden nog twee posten apart genoemd die tot een mutatie in de begroting leiden. Namelijk de autonome ontwikkeling van de proceskosten en de ontwikkeling in productiekwantiteiten. De bijbehorende bedragen zijn hiervan nog niet bekend en zullen in de begroting zichtbaar worden. Door de inzet van no cure no pay bureaus is er een sterke stijging zichtbaar in de uitbetaling van proceskosten. Voor wat betreft de proceskosten is in ieder geval bekend dat er, op basis van de uitkomsten in het jaar 2020, minimaal € 200.000 bijgesteld moet worden in 2021. Als de gemiddelde stijging van de proceskosten zich voortzet, kan dit ertoe leiden dat er in 2022 € 600.000 extra aan proceskosten bij komt ten opzichte van oorspronkelijk begroot in 2021. We zien in de ontwikkeling van de proceskosten de laatste jaren echter een explosieve stijging, als gevolg van de inzet van no cure no pay bureaus. Nader onderzoek is nodig om hier een goede inschatting van te kunnen maken voor de begroting 2022. Door de inzet van no cure no pay bureaus stijgt ook het aantal waarde-bezwaren naar verwachting met gemiddeld 22% in 2021 en in 2022. Dit is voor de BWB een grote productiestijging die zij niet in de huidige formatie kan opvangen. Daarnaast heeft de BWB te maken met een trendmatige groei van productie (aantal huishoudens etc.). Dit is verder toegelicht in hoofdstuk 4.1.
Uitgaande van de huidige werkwijze en het huidige efficiencyniveau vertaalt de productiestijging in 2022 zich in een toename in personeelsbehoefte van 11 fte ten opzichte van 2020. Wanneer je dit financieel zou vertalen komt dit neer op een stijging van € 750.000. De BWB kijkt intern naar de mogelijkheden om dit op te vangen. Het resultaat daarvan zal in de begroting 2022 worden opgenomen.
1.3.
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van deze nota wordt in algemene zin ingegaan op het belastingsysteem van Nederland en op de taken en bevoegdheden van de BWB. In hoofdstuk 3 zijn de te verwachten beleidsmatige ontwikkelingen voor het primaire proces opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op ontwikkelingen en aandachtspunten voor de interne organisatie en de bedrijfsvoering. Tot slot worden in hoofdstuk 5 de algemene en financieel technische uitgangspunten nader toegelicht.
4
2. Algemeen 2.1.
Belastingen en heffingen
Nederland kent een gesloten belastingsysteem. Gemeenten en waterschappen mogen alleen die belastingen en heffingen invoeren die zijn opgesomd in de wet. Deze bevoegdheid ligt bij de besturen van de deelnemers van de BWB. De Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) biedt het kader voor de waardering van onroerende zaken, zoals woningen en bedrijfspanden. Op grond van de wet WOZ dienen alle panden jaarlijks gewaardeerd te worden. De Waarderingskamer houdt toezicht op de uitvoering van de Wet WOZ. Er is een onderscheid te maken tussen soorten heffingen. Dit zijn belastingen, bestemmingsheffingen en retributies. Bij een belasting (bijvoorbeeld OZB of hondenbelasting) gaat de opbrengst naar de algemene middelen. Bij bestemmingsheffingen en retributies (zoals afvalstoffenheffing en leges) wordt de opbrengst gebruikt om de kosten te dekken van de door de gemeente/waterschap verleende diensten. Deze mogen wettelijk gezien dan ook niet meer dan 100 procent kostendekkend zijn.
2.2.
Huidig werkgebied
De BWB voert de belastingtaken uit voor het Waterschap Brabantse Delta en 11 deelnemende gemeenten, te weten Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Woensdrecht en Zundert. Onderstaande afbeelding geeft een beeld van het huidige werkgebied van de BWB.
5
2.3.
Afbakening taken BWB
De BWB is belast met de heffing en inning van lokale heffingen en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet WOZ. Daarnaast voert de BWB een aantal specifieke taken uit voor enkele deelnemers, zoals onder meer de uitvoering van de BAG. Voor dergelijke taken liggen de gemaakte afspraken met de betreffende deelnemers vast in convenanten. B. op Zoom
Dongen
Etten-Leur
Halderberge
Moerdijk
Oosterhout
Roosendaal
Rucphen
Woensdrecht
Zundert
√
Breda
Onroerende zaakbel. Rioolheffing Afvalstoffenheffing Reinigingsrecht Hondenbelasting Toeristenbelasting Watertoeristenbelasting Forensenbelasting Precariobelasting Reclamebelasting BIZ heffing Heffing leges Marktgelden Grafrechten Havengelden Parkeerbelasting Rioolaansluitrecht Verontreinigingsheffing Zuiveringsheffing Watersysteemheffing
Brab. Delta
Belastingsoort
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√ √
√
√
√
√
√
√
√
√
√ √
√ √
√ √ √
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√ √
√
√ √ √
Belastingsoort uitgevoerd door de BWB Belastingsoort die is vastgesteld in de verordening Deelnemer voert de heffing niet uit
6
√
√
√
√
√
√
3. Beleidsmatige ontwikkelingen In dit hoofdstuk worden op hoofdlijnen een aantal thema’s en ontwikkelingen beschreven die de komende jaren een impact hebben op de werkprocessen van de BWB. Hiervoor is gebruik gemaakt van de lange termijn agenda opgesteld door de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen1. Voor bepaalde ontwikkelingen zijn de consequenties voor de BWB op dit moment al duidelijk. Voor andere ontwikkelingen zijn consequenties voor de BWB nog niet helemaal helder, omdat deze nog afhankelijk zijn van wetsvoorstellen die lopen of mogelijk nog volgen. Derhalve verwijst de BWB voor de actuele stand van zaken en een tijdsplanning naar de lange termijn agenda van de LVLB (https://www.ltabelastingen.nl/agenda/).
3.1.
Optimalisatie van processen
Samenhangende objectenregistratie De samenhangende objectenregistratie (SOR) is een nog te ontwikkelen uniforme registratie met basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid. Daaronder worden verstaan objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals spoorlijnen wegen, water, gebouwen en bomen, aangevuld met objecten als woonplaatsen en openbare ruimten. De verschillende bestaande (geo) basisregistraties (waaronder BGT, BAG en WOZ) vertonen tot nu toe weinig samenhang. De BWB is vooruitlopend hierop met alle deelnemers voor het onderdeel gebruikersoppervlak een afsprakendocument BAG-WOZ overeengekomen. Hierdoor worden op een efficiënte wijze de werkzaamheden op deze onderdelen door zowel de BWB als de deelnemers uitgevoerd. Binnen de BWB zal er in dit kader volop aandacht worden besteed aan kennisopbouw BAG-WOZ zodat zij beter in staat zijn de deelnemers indien nodig te ondersteunen. Voor de verdere uitwerking wordt vanuit het Gemeentelijk Geo-Beraad (GGB) en VNG Realisatie intussen samengewerkt met onder meer de Waarderingskamer, Rijkswaterstaat en de provincies. De ontwikkeling bevindt zich nu in de ontwerpfase. Het idee is om de registraties “in elkaar te schuiven” in een aantal stappen over een periode die loopt tot 2025.
Modelmatig waarderen woningen Het project Modelmatig Waarderen Woningen is een uitwerking van Gemeentelijke Basisprocessen Belastingen, het sluit aan bij het programma Samen Organiseren van de VNG. Het doel van het project is een toekomstbestendige WOZ: heldere communicatie, een solide waarderingsmodel, goede gegevens, minder kosten aan bezwaar/ beroep en passende wet- en regelgeving. De BWB draagt actief bij door deelname aan een pilot om te komen tot een moderne, verbeterde waarderingspraktijk. Op termijn moeten alle belastingorganisaties stapsgewijs voordeel ondervinden van dit project in de vorm van vereenvoudigingen en innovaties bij het waarderen van woningen. Landelijk wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn of gecreëerd kunnen worden om het waarderingsproces van woningen te vereenvoudigen qua gegevensbeheer, modelmatig waarderen, communicatie en bezwaar en beroep. Het doel is om het waarderen van woningen te vereenvoudigen en om de acceptatie van de WOZ te stimuleren. Dit kan mogelijkheden bieden voor de BWB op het gebied van gegevensbeheer, modelmatig waarderen, communicatie en bezwaar & beroep.
1 www.ltabelastingen.nl
7
3.2.
Wijziging wet- en regelgeving
Lokale belastingen als instrument om te verduurzamen Lokale belastingen kunnen worden ingezet om investeringen in duurzaamheid te helpen bekostigen en te stimuleren. Duurzaamheid binnen de lokale belastingen vormt één van de onderzoekslijnen van het ESBL. Daarbij gaat het om de bekostiging van duurzame voorzieningen, zoals warmtenetten, isolatie en waterbergingen, middels lokale belastingen als de baatbelasting en ozb, maar ook om de stimulering van duurzaam gedrag, bijvoorbeeld door tariefdifferentiatie binnen de afvalstoffenheffing en rioolheffing. Tot slot worden ook de gevolgen van verduurzaming voor de lokale heffingen onderzocht, zoals de gevolgen van investering in zonnepanelen en andere duurzame voorzieningen voor de hoogte van de WOZ-waarde en ozb-heffing Wat voor gevolgen dit heeft voor het primaire proces van de BWB is uiteindelijk afhankelijk van de keuzes van de deelnemers.
Sterke stijging van het aantal waardebezwaren en de tegemoetkoming WOZ proceskosten Zowel landelijk, als bij de BWB neemt het aantal waardebezwaren de afgelopen jaren sterk toe. Circa 60% van de toename is het gevolg van de toegenomen activiteit van de no-cure-no-pay (NCNP) bedrijven. Dit leidt tot een sterke stijging van de kosten. In de eerste plaats vergt de afhandeling van de bezwaarschriften steeds meer tijd. En in de tweede plaats claimen de NCNP-bedrijven tegemoetkoming in de proceskosten. De BWB brengt in kaart welke invloeden van buitenaf niet door haar te beïnvloeden zijn, maar waar wel op geanticipeerd moet worden. En tegelijkertijd werkt de BWB aan die aspecten in de bedrijfsvoering die de groei van de kosten kunnen beteugelen. De organisatie en de werkprocessen worden doorgelicht en verbeterd. En de externe communicatie richting de burgers wordt geïntensiveerd.
Aanpassing belastingstelsel waterschappen Op 11 december 2020 hebben de waterschappen een definitief voorstel tot aanpassing van het belastingstelsel vastgesteld. Hiermee is een belangrijke stap gezet. Het voorstel lost een aantal knelpunten op die de waterschappen de afgelopen jaren hebben ervaren bij de toepassing van het huidige belastingstelsel. De Unie van Waterschappen heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat gevraagd om een voortvarend wetgevingsproces in gang te zetten dat nodig is om het voorstel te kunnen implementeren. De verwachting is dat de implementatie in 2024 of 2025 kan plaatsvinden.
8
4. Bedrijfsvoering organisatie 4.1.
Ontwikkeling productie
De BWB heeft de ontwikkeling van de productiekwantiteiten tot en met 2022 in kaart gebracht, evenals de vertaling naar personele behoefte. West-Brabant kent een trendmatige groei van het aantal huishoudens, woningen en bedrijven van 0,7 à 0,8% per jaar. De verwachting is dat de trendmatige groei van het aantal heffings- en waardebezwaren (resp. 8% en 22% per jaar) van de afgelopen jaren doorzet, grotendeels veroorzaakt door de tussenkomst van no-cure-no-pay bureaus. Uitgaande van de huidige werkwijze en het huidige efficiencyniveau vertaalt de productiestijging in 2022 zich in een toename in personeelsbehoefte van 11 fte ten opzichte van 2020. In de loop van 2021 wordt gewerkt aan de verdere verhoging van de efficiencygraad van de BWB door een organisatorische herschikking, de verdere inregeling van de nieuwe belastingapplicatie, in combinatie met invoering van lean management. Deze inspanningen zullen de vraag naar extra personeel deels, maar niet volledig dempen.
4.2.
Personeel en organisatie
Personeel Vanaf 2021 wordt een toenemende uitstroom verwacht op basis van het bereiken van de AOWgerechtigde leeftijd. Tot en met 2022 bereiken 8 medewerkers de pensioengerechtigde leeftijd. Daarnaast is van meerdere andere medewerkers bekend dat zij zeer waarschijnlijk eerder zullen stoppen met werken. De feitelijke uitstroom zal de komende jaren naar verwachting dan ook hoger zijn en kan forse impact hebben, zeker als de uitstroom zich concentreert op enkele teams. De BWB moet anticiperen op tijdige vervanging van verwachte uitstroom, gezien de specifieke kennis en kunde in bepaalde vakgebieden. Dit kan leiden tot tijdelijk dubbele bezetting van functies. Door herschikking en digitalisering van werkzaamheden zal anderzijds niet elke functie opnieuw moeten worden ingevuld. De gemiddelde leeftijd van het personeelsbestand is redelijk stabiel. De vergrijzing wordt opgevangen door het aantrekken van jongere medewerkers, waardoor de gemiddelde leeftijd circa 50 jaar blijft. Dit vraagt echter wel meer op gebied van opleiden en ontwikkelen, om de nieuwe collega’s op noodzakelijk kennisniveau te brengen. In toenemende mate is merkbaar dat vacatures moeilijk in te vullen zijn. Op dit moment speelt dat vooral bij de vacatures op gebied van IT, data en taxeren. Naar verwachting wordt die schaarste de komende jaren alleen maar groter.
Dat heeft effect op de mate van inhuur, waarmee onvervulbare vacatures tijdelijk worden opgevuld. Sinds 2018 werkt de BWB met een aantal trainees, jongeren die ‘onder eigen vleugels’ in twee jaar worden opgeleid en ondersteund om door te groeien naar een volwaardige uitvoering van bestaande functies bij de BWB. In 2022 gaat naar verwachting een nieuwe lichting trainees aan de slag. In 2021 is het project WoG geheel afgerond, en daarmee ook de forse extra inzet en vervanging van personeel ten behoeve van het project.
9
Parkeerbezwaren In de loop van 2021 zal de BWB niet langer de afhandeling van de parkeerbezwaren van de gemeente Breda voor zijn rekening nemen. Dat heeft impact voor de collega’s die werkzaam zijn voor parkeerbezwaren. De BWB zet er al in 2021 stevig op in om de betrokken collega’s intern te herplaatsen. Mocht dat niet passend blijken te zijn dan zal flankerend beleid nodig zijn.
Werkprocessen HRM Naast voorzieningen wordt ook sterk ingezet op digitalisering en efficiënter inrichten van werkprocessen binnen het cluster HR, afgestemd op bevoegdheden van managers. Gestreefd wordt naar een zo compact mogelijke, efficiënte inrichting met gestandaardiseerde (digitale) procedures waar het kan en maatwerk waar nodig.
Duurzame Inzetbaarheid Er vindt wereldwijd een sterke ontwikkeling plaats op digitalisering, automatisering en big-data. Het ligt in de lijn der verwachtingen dat dit gevolgen gaat hebben voor de meer eenvoudige administratieve werkzaamheden. Hierbij kan gedacht worden aan een mogelijke reductie van (licht) administratieve banen. Om duurzaam inzetbaar te blijven vraagt dit van medewerkers dat zij in staat zijn en bereid zijn andere werkzaamheden uit te voeren. Dit vraagt een opleidings- en ontwikkelingsplan én flexibiliteit bij medewerkers om nieuwe taken uit te voeren. Dit zal niet altijd mogelijk zijn. Als geen match bestaat tussen beschikbare taken en beschikbare capaciteit is budget nodig voor flankerend beleid.
Strategisch Personeelsbeleid Alle genoemde ontwikkelingen komen samen in een Strategisch Personeelsbeleid, waar in 2021 een start mee wordt gemaakt en wat in 2022 moet zijn geïmplementeerd.
Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties De onderhandelingen voor de nieuwe cao (v.a. 2021) zijn nog gaande, uitkomsten zijn nog niet bekend. Naar verwachting moet rekening gehouden worden met een regeling rondom harmonisatie van verlof met een overgangsperiode. Daarnaast ligt het in de lijn der verwachtingen dat er een mogelijkheid wordt afgesproken voor het bieden van een thuiswerkvergoeding. Tot slot is het geldende bovenwettelijk wwrecht onderwerp van gesprek bij de cao-onderhandelingen, waarbij werkgevers graag meer accent willen leggen op werkzekerheid in plaats van op inkomenszekerheid. Al deze ontwikkelingen kunnen leiden tot structurele toename van personele lasten.
Het Nieuwe Werken en Huisvesting Het jaar 2020 heeft zo goed als volledig in het teken gestaan van Corona-maatregelen. Naar verwachting heeft deze pandemie blijvende impact op de wijze waarop er gewerkt gaat worden. ‘Het Nieuwe Werken’ heeft niet eerder zo’n lading gehad als in 2020. Als er een blijvende transitie gaat ontstaan naar ‘hybride werken’: gedeeltelijk op kantoor, in combinatie met gedeeltelijk werken vanuit huis, dan vraagt dat extra aandacht en inzet op gezond werken, het voorkomen van klachten, arbotechnische ondersteuning en voorzieningen voor de thuiswerkplek. Het huurcontract van de huisvesting van de BWB eindigt op 1 september 2023. Daarvoor moet de overeenkomst een jaar eerder zijn opgezegd. Voor die tijd, te starten in 2021, wordt op basis van de nieuwe inzichten de huisvestingsbehoefte van de BWB in kaart gebracht. Vervolgens wordt besloten of andere huisvesting aan de orde is.
10
4.3.
Informatisering
Informatiemanagement heeft als doel, de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) te voorzien van een betrouwbare, optimale en toekomstbestendige informatievoorziening.
Informatieveiligheid en digitalisering Technologische innovaties, nieuwe wet- en regelgeving, veranderende verwachtingen over risicomanagement zijn dynamisch en divers. Dat creëert allerlei nieuwe uitdagingen voor de BWB. Datalekken en cyberaanvallen staan bovenaan de lijst met risico’s die de meeste zorgen baren. Naast veranderende technische aspecten vragen ook de ontwikkelingen in de wet- en regelgeving de nodige aandacht. Met de komst van de BIO komt steeds meer de nadruk te liggen op risicogerichte aanpak van informatiebeveiliging. In december 2020 is door de BWB een controlsysteem aangeschaft. Hiermee kan, via de PDCA (Plan Do Check Act) methodiek, nog verder worden geborgd dat de BWB AVG-proof werkt en de BIO goed is geïmplementeerd. Begin 2021 wordt een start gemaakt met het verder uitwerken van concrete punten op het gebied van bewustwording onder het personeel en het verder digitaliseren van processen.
11
5. Financiën 5.1.
Algemeen
Voor de samenstelling van de programmabegroting 2022 en het meerjarenperspectief 2023 tot en met 2025 is het noodzakelijk om vooraf kaders en uitgangspunten te formuleren.
5.2.
Algemene financiële kaders
De volgende algemene en financiële kaders gehanteerd: • De begroting en het meerjarenperspectief dienen structureel sluitend te zijn. • Een positief resultaat vloeit terug naar de deelnemers, tenzij het AB hierin afwijkend besluit. • De begroting dient te voldoen aan het BBV, waarbij onder andere aandacht is voor: Overzicht van incidentele baten en lasten Een specificatie van baten en lasten per programma Opnemen van (prestatie) indicatoren in de begroting Verwachte stand begin en eind begrotingsjaar van eigen en vreemd vermogen De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. • In de begroting wordt een paragraaf opgenomen waarin specifiek wordt ingegaan op de risico’s voor de GR ten gevolge van het COVID-19-virus.
Door de meerderheid van de deelnemers zijn ook de onderstaande richtlijnen meegegeven: • De begroting dient in principe opgesteld te worden op basis van bestaand beleid, tenzij eerder anders besloten door het Algemeen Bestuur. • De begroting dient te worden opgesteld op basis van een gelijkblijvende bijdrage t.o.v. het begrotingsjaar 2021. Als dit leidt tot beleidsmatige keuzes dienen deze aangegeven te worden in de kaders voor de begroting 2022. Voor de meerjarenbegroting dient deze gelijkblijvende bijdrage voorlopig als uitgangspunt genomen te worden. Volgens de laatstgenoemde richtlijnen kunnen, door het gelijkhouden van de deelnemersbijdrage, de tekorten enkel worden opgelost door uit een reserve te putten of bepaalde taken niet of op een ander niveau uit te voeren. Voor de BWB geldt dat zij een uitvoeringsorganisatie is en geen beleidsorganisatie. De BWB heeft zelf nauwelijks invloed op het gevoerde beleid en de hoeveelheid productie die ze geacht wordt te leveren. Ze beschikt evenmin over reserves die kunnen worden aangesproken om de deelnemersbijdrage naar beneden bij te stellen of financiële tegenvallers op te vangen. Het is daardoor voor de BWB niet mogelijk om de deelnemersbijdrage op voorhand gelijk te houden.
In het AB van de BWB is daarom op 30 oktober 2020 besloten om in de kadernota een reële inschatting van de te verwachten ontwikkeling van productiekwantiteiten op te nemen (zie par. 4.1). Bij de uitwerking van de richtlijnen voor de Kadernota in de begroting 2022 wordt bij de financiële taakstelling rekening gehouden met de ontwikkeling in de productiekwantiteiten. Omdat de BWB zich terdege bewust is van de financiële problematiek bij haar deelnemers stelt zij het volgende voor. • Doorvoeren van werkelijke loon- en prijsindexcijfers in de begroting 2022; • In te zetten op een financiële taakstelling ter hoogte van € 240.000 (gebaseerd op de ingeschatte loon- en prijsindexcijfers).
12
5.3.
Financieel technische uitgangspunten
Bij het opstellen van het financiële gedeelte van de begroting en het financieel meerjarenperspectief worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Als basis worden de meest actuele budgetten van de begroting 2021 gehanteerd en daarbij rekening houdend met de werkelijke lasten over 2020 en met vastgestelde begrotingswijzigingen. Dit betekent dat grote autonome ontwikkelingen, bijvoorbeeld de ontwikkeling van proceskosten, financieel worden doorvertaald in de begroting 2022. • De ramingen voor de loon en prijsstijgingen voor het jaar 2022 worden gebaseerd op de meest actuele percentages van het Centraal Planbureau (CPB) 2. Op basis van de huidige inzichten bedragen deze percentages: Loonstijging van: 1,5 % Prijsstijging van: 1,3 % Het gemiddelde daarvan is 1,4%. Dit percentage wordt ook meerjarig gehanteerd. Indien dit in werkelijkheid afwijkt, worden de aanpassingen hierin doorvertaald in de begroting 2022. • Naar verwachting worden in de nieuwe cao afspraken gemaakt met betrekking tot de uniformering van verlofrechten. Deze kunnen voor de BWB oplopen tot 32 uur / fte per jaar. • De financiële taakstelling bestaat uit: o Een vast bedrag van € 240.000, gebaseerd op de gemiddelde ingeschatte loon- en prijsstijging van 1,4% • Een reële inschatting van de te verwachten ontwikkeling van productiekwantiteiten wordt doorgevoerd in de begroting 2022.
• Voor het vaststellen van de benodigde formatie, cq het aantal personeelsleden, wordt rekening gehouden met de ontwikkeling in productiekwantiteiten.
2
Bron: CPB: Actualisatie middellangetermijnverkenning 2022-2025
13
5.4.
Beleidsindicatoren
De BWB zal in haar begroting, naast de door de BBV verplichte beleidsindicatoren, de volgende kritische prestatie indicatoren opnemen. Deze KPI’s komen voort uit de kadernota 2021, voorgesteld wordt om enkele aanpassingen door te voeren. Nr. Hoofdonderwerp 1 Waarderen 2a
Opleggen belastingaanslagen Opleggen belastingaanslagen
2b
Prestatie-indicator Oordeel Waarderingskamer Tijdige aanslagoplegging Zo volledig mogelijke afhandeling
3
Bezwaren
Afgehandelde bezwaarschriften
4
Bezwaren
5
Invordering
Waardebezwaren woningen door NCNP Oninbaar
6
Kwijtschelding
7a 7b
Klantcontact Klantcontact
Afhandeling kwijtscheldingsverzoeken Klantcontacten Klachten
Doelstelling Oordeel van “goed” van Waarderingskamer over jaar. Uiterlijk in februari de 1e combi kohier voor minimaal 95% opgelegd. 97% van de opgelegde aanslagen is binnen 12 maanden na oplegging afgehandeld. (100% - %totaal openstaand / totaal opgelegd) Op 1 oktober van ieder jaar is 80% van de waarde bezwaren afgehandeld, voor zover deze bezwaren betrekking hebben op dat jaar en in dat jaar zijn ingediend. Het percentage waardebezwaren door No Cure No Pay (NCNP) bureaus is maximaal 30%.* Het percentage oninbaar ten opzichte van het bedrag* aan opgelegde aanslagen, verdeeld naar: 1. 1e jaar na opleggen aanslag (dagtekening); 2. 2e jaar na opleggen aanslag; 3. 3e jaar na opleggen aanslag; 4. 4e jaar na opleggen aanslag; 5. 5e jaar na opleggen aanslag. Het percentage afgewikkelde kwijtscheldingsverzoeken dat binnen 16 weken is afgehandeld. Het aantal klantcontacten Het aantal klachten
Eenheid Oordeel Waka % combi-kohieren tijdig opgelegd % aanslagen afgehandeld
% afgehandelde bezwaarschriften
% waardebezwaren woningen door NCNP % oninbaar
% kwijtscheldingen afgewikkeld binnen 16 weken Aantal klantcontacten Aantal klachten
Voorgestelde aanpassingen: -
-
* KPI 4: Voorstel om percentage eruit te halen. Op deze ontwikkeling heeft de BWB geen grip en invloed. Daarom wordt voorgesteld dit tot een volgindicator te maken in plaats van een prestatie indicator. * KPI 5: Percentage oninbaarbaar ten opzichte van het bedrag aan opgelegde aanslagen in plaats van ten opzichte van het aantal opgelegde aanslagen
14