27 Kenniscentrum Houtrookoverlast Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem
Tekst van het document
Met de Omgevingswet krijgen decentrale overheden meer regie over de leefomgeving. Ook voor houtstook kunnen gemeenten dan eenvoudiger zelf beleid en regels maken. Zo kunnen ze in het omgevingsplan lokale regels vastleggen voor het gebruik van bijvoorbeeld open haarden, houtkachels en vuurkorven. We leggen dit verder uit op de website van het Informatiepunt Leefomgeving. Decentrale overheden kunnen hun vragen hierover ook stellen via de helpdesk van het InformatiePunt; grote kans dat ik degene ben die de vraag dan zal (proberen te) beantwoorden. Het Informatiepunt Leefomgeving legt op zijn webpagina Regels voor houtstook vanuit woningen uit welke mogelijkheden gemeenten hebben om het houtstookprobleem aan te pakken:
Gemeenten kunnen beleid maken en regels opstellen voor het gebruik van houtkachels en open haarden. Ook zijn lokale regels mogelijk voor houtstook buitenshuis, zoals vuurkorven en buitenhaarden. Daarnaast gelden landelijke regels. In het omgevingsplan van gemeenten kunnen lokale regels voor houtstook staan. Gemeenten kunnen de aanwezigheid van houtkachels niet verbieden. [...] Ook is er nauwelijks ruimte voor gemeenten om lokale regels te stellen voor het rookgaskanaal (schoorsteen), omdat het Bbl daarover al regels stelt. Wél kunnen gemeenten in het omgevingsplan regels opnemen over het gebruik van houtkachels. Zodat er minder schadelijke rook in de omgeving terechtkomt. Het oogmerk is dan het beschermen van de gezondheid van omwonenden (en van het milieu). Daarnaast kunnen gemeenten in de omgevingsvisie beleid voor houtstook opstellen en in een programma maatregelen vastleggen. Ook kunnen gemeenten lokale omgevingswaarden voor luchtkwaliteit opstellen. Houtstook en de omgevingsvisie De gemeente is verplicht om een omgevingsvisie te maken. In de gemeentelijke omgevingsvisie kan de gemeente ambities rondom houtstook opnemen. Deze ambities kan de gemeente vervolgens uitwerken in een programma en/of bindende regels in het omgevingsplan.
Uitgangspunten in de omgevingsvisie kunnen bijvoorbeeld zijn: • overlast houtstook beperken • ontmoedigen van houtkachels in nieuwe woningen Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
22/32
Ook als de omgevingsvisie geen specifieke ambitie voor houtstook bevat, kan de gemeente maatregelen in een programma of het omgevingsplan opnemen. Houtstook in een programma De gemeente of provincie kan er voor kiezen om een programma te maken voor houtstook. In een programma staan maatregelen om het gewenste doel te bereiken. Overheden kunnen daarbij beleidsregels en financiële instrumenten gebruiken. Maar ook communicatieve maatregelen, afspraken met organisaties en uitvoering van projecten kunnen onderdeel zijn van een programma. Voor houtstook zijn bijvoorbeeld de volgende maatregelen denkbaar: • Bewoners bewustmaken van luchtvervuiling en mogelijke overlast (voorlichting). • Een laagdrempelig loket voor het melden van overlastsituaties openen en een passende (re)actie op klachten voorbereiden. • Professionele bemiddeling inzetten bij overlastsituaties. • Schonere alternatieven stimuleren (voorlichting, financiële regeling). • Uitfasering van de meest vervuilende (oude) kachels stimuleren (financiële regeling). • Wijkgericht schoorsteenvegen. Regels voor houtstook in het omgevingsplan De gemeente kan in het omgevingsplan regels stellen voor het stoken van hout aan huis, als milieubelastende activiteit. Met als doel om negatieve effecten op de leefomgeving te beperken. Het kan daarbij gaan om het gebruik van een kachel of open haard binnenshuis.
Maar gemeenten kunnen ook regels stellen voor bijvoorbeeld vuurkorven en buitenhaarden in de tuin of op het terras. Als de gemeente geen regels stelt in het omgevingsplan, dan geldt ook voor burgers de zorgplicht uit artikel 1.6 en 1.7 van de Omgevingswet. Een particulier die hout stookt, moet ervoor zorgen dat nadelige gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen of beperkt. Een gemeente kan voor houtstook ook de specifieke zorgplicht uit de bruidsschat overnemen en verder invullen in het omgevingsplan. Voorbeelden van regels in het omgevingsplan De regels moeten gaan over de fysieke leefomgeving. Ze kunnen zich richten op het beperken van de luchtvervuiling en het voorkómen of verminderen van overlast voor omwonenden. Gemeenten kunnen regels opstellen voor specifieke gebieden of gebiedstypen, als ze daarvoor een goede onderbouwing hebben. De handhaafbaarheid van de regels is een belangrijk aandachtspunt. Ook moet er capaciteit zijn voor het toezicht op de regels. Voorbeeldregels van de VNG De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft voor houtstook aan huis 5 voorbeeldregels opgenomen in de staalkaart Bestaande woonwijk. Deze voorbeeldregels zijn vooral bedoeld voor gedachtevorming. Ze zijn verder niet uitgewerkt. 1. Als brandstof wordt alleen droog, schoon en ongeverfd hout gebruikt (overigens is het stoken van geverfd hout al verboden via de Wet milieubeheer). 2.
De uitlaat van de schoorsteen bevindt zich minimaal 0,5 m boven de nok (zie voor toelichting de pagina Technische bouwregels voor houtkachels). 3. De schoorsteen wordt minimaal eenmaal per jaar geveegd. 4. Bij mist of windstil weer wordt niet gestookt (mogelijk te koppelen aan de stookwijzer of het stookalert).
Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
23/32
5.
Een houtkachel die wordt geïnstalleerd voldoet aan de toepasselijke EN-norm (doel: geen installatie van tweedehandskachels, die nog niet voldoen aan de toepasselijke EN-norm).
Naast de VNG-voorbeeldregels, zijn meer lokale houtstookregels denkbaar. Hierna volgen nog enkele voorbeelden. Frequentie, tijdstip en duur van houtstook Hoe vaak, wanneer en hoe lang mogen mensen hun open haard, houtkachel, vuurkorf of buitenhaard gebruiken? Regels daarvoor zijn vooral geschikt voor sfeerverwarming (open haarden, buitenvuren). Gebruikers van moderne (pellet)kachels of pelletketels voor hoofdverwarming hebben vaak geen alternatieve verwarmingsbron. Immissie-eisen voor het gebruik van houtkachels Gemeenten kunnen voor bepaalde wijken immissie-eisen voor houtrookgerelateerde geur of stoffen opnemen in het omgevingsplan. Zodat de omgeving beter beschermd kan worden tegen houtrook. Dat kan betekenen dat gebruikers hun stookgedrag en zo nodig hun materieel (zoals type kachel, filter of schoorsteenkap) moeten aanpassen, om aan deze eisen te kunnen voldoen. De rijksoverheid onderzoekt mogelijkheden voor een meet- of beoordelingsmethode. Want de uitvoering en handhaafbaarheid van een immissie-eis kan complex zijn. Zo’n beoordelingsmethode kunnen gemeenten ook gebruiken bij overlastsituaties. Vergunningplicht, meldingsplicht of informatieplicht Gemeenten kunnen eventueel een vergunningplicht instellen voor de activiteit het stoken van hout door huishoudens of een specifieke deelactiviteit. Dit is dan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit.
Daarbij moet de gemeente dan beoordelingsregels opstellen. Een meldingsplicht of een informatieplicht is een minder vergaande mogelijkheid. Specifieke zorgplicht in de bruidsschat: geen overlast Houtstook mag niet leiden tot overlast bij buurtbewoners. Gebruikers van een bouwwerk, open erf of terrein moeten alle redelijke maatregelen nemen om overlast of hinder van onder andere rook, roet, walm en stof te voorkomen of te stoppen. Deze specifieke zorgplicht staat in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, in de bruidsschat. Het gaat om artikel 22.18 (bouwwerken) en 22.20 (open erven en terreinen) van deze bruidsschat. Beide artikelen vervangen het overlastartikel 7.22 uit het Bouwbesluit. Gemeenten kunnen deze specifieke zorgplicht verduidelijken of verder invullen in het omgevingsplan. Bijvoorbeeld door toetsings- en handhavingscriteria op te stellen voor het beoordelen van overlast. Zo kan de gemeente overlast op een zelfde manier beoordelen en eventuele handhaving onderbouwen. Zoals hierboven beschreven, kan de gemeente ook specifieke stookregels opnemen in het omgevingsplan, waarop ze direct kan handhaven. Beoordelen houtrookoverlast De rijksoverheid werkt aan een uniforme meet- of beoordelingsmethode.
Op dit moment kunnen gemeenten gebruikmaken van het kennisdocument Gezondheids- en hindereffecten door houtkachels van particulieren van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (STAB) uit 2019. Dit uitgebreide kennisdocument geeft handvatten voor de beoordeling van houtrookoverlast. Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
24/32
De rechtbank gaat in uitspraak SHE 18/596, 12 juli 2019 (Helmond) uitgebreid in op deze handvatten en noemt ook eerdere jurisprudentie over het beoordelen van houtrookoverlast. Omgevingswaarden luchtkwaliteit Omgevingswaarden leggen de kwaliteit vast die het Rijk, de provincie of de gemeente wil bereiken. Houtstook zorgt onder andere voor uitstoot van fijnstof. De gemeente zorgt ervoor dat de rijksomgevingswaarden voor fijnstof niet worden overschreden. Lokale omgevingswaarden Gemeenten en provincies mogen ook aanvullende en afwijkende (strengere) omgevingswaarden stellen voor luchtkwaliteit. Ze leggen deze vast in het omgevingsplan of de omgevingsverordening. De gemeente kan bijvoorbeeld een omgevingswaarde vastleggen voor roet of een omgevingswaarde voor piekconcentraties fijnstof. Maatregelen nemen Zo’n lokale omgevingswaarde heeft alleen zin als de gemeente zelf maatregelen kan nemen om de norm te halen. Bijvoorbeeld via specifieke regels in het omgevingsplan en handhaving daarvan. Zo kan de gemeente in het omgevingsplan een regel opnemen, dat nieuwe milieubelastende activiteiten worden getoetst aan deze omgevingswaarden. Ook via voorlichting aan bewoners of subsidies kunnen gemeenten het stookgedrag beïnvloeden, waardoor de luchtkwaliteit verbetert. Stelt de gemeente een lokale omgevingswaarde vast? Dan moet ze deze zelf monitoren.
En een programma opstellen als de omgevingswaarde wordt overschreden. Of als een overschrijding dreigt in de toekomst. En op zijn webpagina Lucht en omgevingswaarde zegt het Informatiepunt Leefomgeving duidelijk:
Lokale omgevingswaarden De provincie en de gemeente kunnen lokale omgevingswaarden [*] voor de buitenlucht in de omgevingsverordening en het omgevingsplan [*] opnemen. Dit kan een strengere omgevingswaarde zijn dan de rijksomgevingswaarde. Hiervan zijn drie varianten: • een scherpere norm, bijvoorbeeld voor fijnstof • een resultaatsverplichting voor een rijksomgevingswaarde waar in het Bkl een inspanningsplicht voor geldt • voor de lokale omgevingswaarde geldt dezelfde getalswaarde op locaties waar de rijksomgevingswaarde niet geldt Ook aanvullende omgevingswaarde mogelijk Behalve een strengere omgevingswaarde is ook een aanvullende omgevingswaarde mogelijk. Bijvoorbeeld een omgevingswaarde voor roet. Gemeenten en provincies krijgen daarmee extra ruimte om vorm te geven aan lokaal of regionaal beleid voor een gezonde leefomgeving.
Voorbeeld: omgevingswaarde roet in omgevingsplan Voor roet staat in het Bkl geen omgevingswaarde. Een gemeente kan bijvoorbeeld vanuit gezondheidsperspectief een bepaald niveau stellen aan de roetconcentratie. Dit kan een gemeente doen door een lokale omgevingswaarde voor roet in het omgevingsplan op te nemen.
Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
25/32
Kortom: gemeenten krijgen met de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en de Omgevingsverordening krachtige instrumenten in handen om houtrookoverlast te beëindigen. Maak hier gebruik van en uw gemeente zal een prettiger gemeente worden om in te leven.
Stel geurregels op Op de webpagina Geur en omgevingsplan van het Informatiepunt Leefomgeving staat:
Geurregels gelden niet voor woningen Woningen kunnen ook zelf geurhinder veroorzaken. Bijvoorbeeld als gevolg van hobbymatige activiteiten. Of het stoken van hout in kachels en open haarden. De instructieregels in het Bkl gelden niet voor woningen. De gemeente is dus niet verplicht om in het omgevingsplan regels te stellen aan woningen die de geurhinder in de leefomgeving beperken. Wel kan de gemeente ervoor kiezen hier regels aan te stellen. Het gaat hier niet om woningen met een bedrijf aan huis. Als de geurhinder afkomstig is van de bedrijfsmatige activiteit, dan gelden de instructieregels uit het Bkl wel. Het is aan de gemeente om te bepalen wat 'wonen' is. In het Omgevingsplan kan de gemeente dus beperkingen opnemen voor wat betreft geurhinder. Daarbij zou men de normen die voor bedrijven gelden kunnen aanscherpen voor woningen.
Stel een registratie- en vergunningplicht in voor het stoken van hout door huishoudens In het rapport "Beleidsverkenning aanvullende maatregelen om de emissies van particuliere houtstook te beperken"(2022) noemt Royal HaskoningDHV als mogelijke uitbreidingen van de bestaande weten regelgeving:
• een registratieplicht voor alle bestaande en nieuwe toestellen; • een verplichte periodieke keuring van alle toestellen; In hun rapport Handreiking Gezonde leefomgeving in het omgevingsplan schrijft de GGD GHOR Nederland:
4.2.9 Houtstook: omgevingsvergunning Volgens het Ministere van I en W (2020) kan de gemeente een vergunningplicht instellen voor de activiteit ‘het stoken van hout door huishoudens’ of een specifieke deelactiviteit. Dit is dan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Daarbij moet de gemeente beoordelingsregels opstellen. Het document waarnaar verwezen wordt, is de brief Antwoorden op vragen over tiende rapportage Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, waarin, op 2020-02-26, minister Stientje van Veldhoven - Van der Meer antwoordt op vragen van het CDA:
Vraag 3
Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
26/32
De PvdA-fractieleden gaan ervan uit dat de in het Akkoord opgenomen normen minimumnormen betreffen waarvan door gemeenten, provincies en Rijk naar boven kan worden afgeweken. Kunt u dit (nogmaals) bevestigen? Antwoord 3 en 4 [...] Het stelsel Omgevingswet biedt een aantal mogelijkheden voor decentrale overheden om een afwijkende of een aanvullende omgevingswaarde voor het eigen grondgebied vast te stellen. [...] Lokale overheden kunnen onder de Omgevingswet alleen verdergaande gezondheidsambities vastleggen voor het lokaal realiseren van schonere lucht. Lokaal toestaan van vuilere lucht mag niet. Vraag 5 Is het mogelijk om in de nabije toekomst bijvoorbeeld een wettelijke landelijke norm voor de uitstoot door houtstook van particulieren op te leggen naast, of aanvullend op, het Akkoord? Antwoord 5 [...] [Het is], in principe, mogelijk om lokaal eisen te stellen aan de uitstoot van houtrook (zie ook antwoord op vraag 6).
Vraag 6 Kan een gemeente dergelijke dwingende normen opleggen als voorwaarde voor het afgeven van een vergunning voor de aanleg van houtgestookte kachels en haarden? Vraag 7 Geeft de nieuwe Omgevingswet gemeenten de ruimte om de aanleg van houtgestookte kachels en haarden vergunningplichtig te maken? Antwoord 6 en 7 [...] Om regels te stellen aan de uitstoot van houtrook kunnen gemeenten in een Algemene plaatselijke verordening, en straks ook onder de Omgevingswet (in het Omgevingsplan), wel immissie-eisen stellen aan het gebruik van kachels en haarden. Dit betreft eisen aan de buitenlucht, niet aan de kachel zelf. Hier dient dan een zorgvuldige afweging van belangen aan ten grondslag te liggen. Het kunnen hier regels betreffen voor een specifieke locatie, weersomstandigheden of voor een specifieke periode om overlast van houtrook tegen te gaan. De gemeente kan voor dit gebruik desgewenst ook een algemeen verbod of een verbod behoudens vergunning instellen. Dit betekent dat een gemeente lokaal strengere regels kan vaststellen voor de luchtkwaliteit dan de landelijke wetgeving, dat een gemeente een stookverbod onder bepaalde voorwaarden kan afkondigen én dat een gemeente het stoken van hout vergunningplichtig kan maken.
Of "een specifieke locatie" kan betekenen "binnen de bebouwde kom" is momenteel nog niet duidelijk, maar de brief van de minister zegt in ieder geval niet expliciet dat dit niét kan. Dit komt overeen met wat het Informatiepunt Leefomgeving schrijft op zijn webpagina Regels voor houtstook vanuit woningen:
Vergunningplicht, meldingsplicht of informatieplicht Gemeenten kunnen eventueel een vergunningplicht instellen voor de activiteit het stoken van hout door huishoudens of een specifieke deelactiviteit. Dit is dan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Daarbij moet de gemeente dan beoordelingsregels opstellen. Een meldingsplicht of een informatieplicht is een minder vergaande mogelijkheid. Via de beoordelingsregels kan een gemeente de vuilste apparaten uitbannen of, als de regels streng genoeg zijn, houtstook onmogelijk maken.
Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
27/32
Neem in de APV een milieubelasting voor houtstokers op Wie elektriciteit en aardgas verbruikt, ziet op de factuur ook • REB (Regulerende Energie Belasting) en • ODE (Opslag Duurzame Energie) staan. De REB is (als prijsverhoging) bedoeld om het verbruik van fossiele brandstoffen minder aantrekkelijk te maken. Het geld van de ODE wordt gebruikt om de productie van duurzame energie te stimuleren (bron: Essent). Op hout zit geen REB en ook geen ODE. Om een eind te maken aan deze vorm van belastingontduiking kunt u in de gemeenteraad een motie indienen om een houtstookbelasting in te voeren, analoog aan de hondenbelasting: de vervuiler betaalt. Met de inkomsten uit die belasting zou u een slooppremie voor houtkachels kunnen financieren. De bevoegdheid tot het opleggen van gemeentelijke belastingen is vastgelegd in de Gemeentewet:
Hoofdstuk XV. De gemeentelijke belastingen § 1. Algemene bepalingen Artikel 216 De raad besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening. Artikel 217 Een belastingverordening vermeldt, in de daartoe leidende gevallen, de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de heffingsmaatstaf, het tarief, het tijdstip van ingang van de heffing, het tijdstip van beëindiging van de heffing en hetgeen overigens voor de heffing en de invordering van belang is.
Pas de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) toe In 2006 trad de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) in werking. De Wbmgp biedt gemeenten de mogelijkheid om in kwetsbare gebieden, waar de leefbaarheid en veiligheid onder druk staan, bijzondere maatregelen in te zetten, zoals het selectief toewijzen van huurwoningen. In de praktijk betekent dit dat gemeenten de leefbaarheid en veiligheid kunnen verbeteren door de instroom van huurders met een geschiedenis van overlastgevende (en/of criminele) gedragingen te beperken. In het rapport Selectieve woningtoewijzing; Landelijke evaluatie van artikel 8, 9 en 10 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, in 2021 geschreven in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, leest u alles over de Wbmgp en de ervaring van diverse gemeenten met deze wet.
Voer de Urgenda-uitspraak uit Op 24 juni 2015 oordeelde de rechtbank Den Haag in de door de stichting Urgenda tegen de Staat aangespannen bodemprocedure dat
Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
28/32
de Staat meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland te verminderen. De Staat moet ervoor zorgen dat de uitstoot in Nederland in 2020 ten minste 25% lager is dan in 1990. Tevens oordeelde de rechtbank:
De Staat moet meer doen om het dreigende gevaar veroorzaakt door de klimaatverandering te keren, gegeven ook zijn zorgplicht voor de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Omdat de Staat zich niet aan deze uitspraak stoorde, spande Urgenda in 2018 opnieuw een rechtszaak aan en in deze zaak bekrachtigde de rechtbank Den Haag (in zijn uitspraak van 9 oktober 2018) de uitspraak van 24 juni 2015. Dit betekent dat de Staat er echt niet onderuit kan om de uitstoot van broeikasgassen sterk te verminderen. “De Staat”, dat is niet alleen de regering in Den Haag, dat is ook elke provincie en dat is ook elke gemeente. Dus ook voor elke gemeente geldt dat die meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland te verminderen en ervoor zorg moet dragen dat de uitstoot in Nederland in 2020 ten minste 25% lager is dan in 1990. En ook voor elke gemeente geldt dat hij een zorgplicht heeft tegenover zijn inwoners en dat hij het leefmilieu moet beschermen en verbeteren. Een heel gemakkelijke manier om aan deze verplichtingen te voldoen, is: een einde maken aan houtstook: • leg inwoners die door het verbranden van hout overlast/hinder veroorzaken een stookverbod op; • voer een slooppremie in voor houtkachels; • maak uw gemeente houtstookvrij. Hierdoor valt de door houtverbranding veroorzaakte CO2-uitstoot weg.
Alternatieve verwarmingsvormen stoten voor dezelfde hoeveelheid warmte minder CO2 uit dan houtstook. Zonne- en windenergie en aardwarmte stoten geen CO2 uit (alleen bij de bouw van de installaties komt CO2 vrij), maar zelfs elektriciteit die opgewekt is in een kolencentrale stoot voor 1 kWh 15% minder CO2 uit dan een houtcentrale (bron: Trouw: Waarom biomassa een grotere klimaatkiller is dan steenkool). U kunt dus een motie indienen dat uw gemeente de Urgenda-uitspraak uitvoert en actief de CO2uitstoot verlaagt door een eind te maken aan houtstook.
Profiteer van het werk van uw partijgenoten - en andersom Bent u een lokale afdeling van een landelijke partij? Profiteer dan van het werk van uw partijgenoten! Vraag aan het hoofdkantoor of ergens anders al eens een fractie raadsvragen over houtstook gesteld heeft of een motie ingediend heeft. Als dat zo is: neem die vragen/motie over. En neem contact op met die afdeling om samen na te denken over volgende stappen. Dit geldt ook voor de twee andere bestuurslagen die we in Nederland hebben: ga na of er door uw partij in Provinciale Staten of in de Tweede Kamer al eens aandacht besteed is aan het probleem.
Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
29/32
En dit werkt ook andersom: als u met raadsvragen of een motie succes boekt, laat uw partijgenoten elders daar dan van profiteren: geef de vragen en de motie via het landelijk hoofdkantoor door aan al uw plaatselijke collega's.
Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
30/32
Overzicht van de belangrijkste updates van dit document: 2023-05-12 2023-05-08
2023-03-28 2023-03-16 2022-07-26 2022-07-21 2022-07-14
2022-05-25 2022-05-24 2022-04-03
2022-03-28
2022-02-25 2022-02-23 2022-02-21 2022-01-03 2021-12-31 2021-12-29 2021-12-28 2021-12-17
“Subsidieer de aanschaf van LED-haarden” toegevoegd. “Ga via het Interventiekompas in gesprek met stokers” toegevoegd. Onder “De Omgevingsvisie: maak beleid, stel regels op” de definitieve datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet toegevoegd. Onder “Sluit uw gemeente aan bij het Schone Lucht Akkoord” de projecten toegevoegd die in 2021 en 2022 subsidie ontvingen. Onder “Slooppremie voor houtkachels” toegevoegd dat er een landelijke subsidie komt op het verwijderen van het rookkanaal. Onder “Handhaaf de bestaande wetgeving” toegevoegd dat de gemeente de stoker een waarschuwende brief kan sturen. Op diverse plaatsen citaten uit het rapport "Beleidsverkenning aanvullende maatregelen om de emissies van particuliere houtstook te beperken" (Royal HaskoningDHV) toegevoegd. Onder "Stel raadsvragen" voorbeeldvragen toegevoegd. Onder "Slooppremie voor houtkachels" de motie uit Utrecht toegevoegd die voorkomt dat de ene houtkachel vervangen wordt door de andere. Onder "Slooppremie voor houtkachels" informatie toegevoegd over de tegenvallende effectiviteit van filters en katalysatoren (uit het rapport van Buro Blauw). Onder "Geef voorlichting aan gedupeerden" informatie toegevoegd over de tegenvallende effectiviteit van voorlichting aan stokers (uit het rapport van Buro Blauw en uit een Australisch onderzoek).
Onder "Slooppremie voor houtkachels" het voorbeeld uit Noordwijk toegevoegd. Onder "Slooppremie voor houtkachels" de motie uit Almelo toegevoegd. Onder "Slooppremie voor houtkachels" het voorbeeld uit Utrecht toegevoegd. Onder "Slooppremie voor houtkachels" het voorbeeld uit Nijmegen toegevoegd. Onder "De Omgevingsvisie: maak beleid, stel regels op" informatie uit het afstudeeronderzoek Houtstook in de omgevingswet; biedt de Omgevingswet nieuwe mogelijkheden in de aanpak van houtstook overlast? (2022) van N.J. Aalberts toegevoegd. "Wet Ruimtelijke Ordening (WRO)" toegevoegd. Onder "Stookalert = stookverbod" informatie uit het afstudeeronderzoek Houtstook in de omgevingswet; biedt de Omgevingswet nieuwe mogelijkheden in de aanpak van houtstook overlast? (2022) van N.J. Aalberts toegevoegd. Aan "Stel een vergunningplicht in voor het stoken van hout door huishoudens" citaten uit de ministeriële brief van 2020-02-26 toegevoegd. Onder "Stookalert = stookverbod" toegevoegd dat in Amersfoort de Stookwijzer de status van tijdelijk stookverbod gekregen heeft. "Stel een vergunningplicht in voor het stoken van hout door huishoudens" toegevoegd. Onder "Stookalert = stookverbod" naast het RIVM twee andere stookalerts toegevoegd. In "De Omgevingsvisie: maak beleid, stel regels op" de aktuele geplande invoerdatum van de Omgevingswet toegevoegd.
Aan "De Omgevingsvisie: maak beleid, stel regels op" een citaat over lokale en aanvullende omgevingswaarden toegevoegd. "Stel geurregels op" toegevoegd. Aan “Roep houtrookvrije wijken uit of maak de hele gemeente houtrookvrij” een verwijzing naar de APV van Koggenland toegevoegd. "Aansluiting bij het Schone Lucht Akkoord" toegevoegd. Informatie over het automatisch doorsturen van meldingen op Stookwijzer toegevoegd.
Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
31/32
2021-10-23 2021-10-22 2021-10-14 2021-10-08 2021-08-25 2021-07-15: 2021-07-01: 2021-05-25:
Van "Slooppremie voor houtkachels" een apart hoofdstuk gemaakt. Informatie van Marloes Jongeneel (Rijkswaterstaat) over de Omgevingswet toegevoegd aan "De Omgevingsvisie: maak beleid, stel regels op". Citaten uit de Gemeentewet toegevoegd aan diverse hoofdstukken. Datum waarop de Omgevingswet in werking moet treden toegevoegd. "De Omgevingsvisie: maak beleid, stel regels op" toegevoegd. “Voer de Urgenda-uitspraak uit” toegevoegd. “Neem in de APV een milieubelasting voor houtstokers op” toegevoegd. In “Roep houtrookvrije wijken uit of maak de hele gemeente houtrookvrij” een verwijzing naar de APV van Venray opgenomen. “Neem in de APV een criterium op voor hinder/overlast” toegevoegd.
Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)
32/32
Houtrook: eerste klas veroorzaker van een vergiftigd milieu
www.groningen.milieudefensie.nl
Het stoken van hout lijkt een spannende bezigheid. Een kampvuurtje, een snorrende houtkachel of een open haard zet onze fantasie in beweging. De walmende dampen van de barbecue verhogen het genot van een warme zomeravond. Daar kunnen we uren van genieten. We voelen ons rijk en tevreden met een glas wijn binnen handbereik en de kiloknaller op het vuur.
Bedenking De fles azijn staat nooit ver weg bij zoveel genot. De luchtvervuiling door al die rook gooit letterlijk roet in het eten. De buren gaan klagen. Hun huis loopt vol met de rookgassen van uw vuurtje. Dat gaat verschrikkelijk stinken, vooral als de rook belegen is geworden. Wat erger is: de buren krijgen het benauwd. Geen wonder, houtrook bevat vele gifstoffen. Een behoorlijke hoeveelheid fijn stof komt zo in de tuin en de kamers van de buren terecht. Dat is niet onschadelijk fijn stof; het zijn teerachtige deeltjes. Ook wel roet genoemd; of zwart stof. Wetenschappers noemen het O.C. (= Organisch Carbon), Ook is er het schadelijke E.C. (= Elementair Carbon). Dat wordt gevormd door dieselmotoren. Hier een greep uit de bestanddelen van houtrook: meer dan 100 chemische stoffen en de samenstellingen daarvan: dioxines, lood, cadmium en arsenicum, om te beginnen. Koolmonoxide (kolendamp), methaan, aldehyden + formaldehyde, fenolen en derivaten (veroorzaakt o.a. hartritmestoornissen, lager gewicht van baby’s), benzeen, vluchtige organische stoffen (oorzaak vorming ozon). En de PAK’s (polycyclische organische koolwaterstoffen), waaronder benzo(a)pyreen, zoals bekend, zeer kankerverwekkend. Voor het grootste gedeelte komen deze stoffen met het ultrafijne stof in de omgeving terecht; in onze tuinen, woon- en slaapkamers. Krijg het daar maar weer uit, als het eenmaal binnen is.
Totaal onbekend Zolang de mensen geen weet hebben van het brede scala aan gifstoffen in houtrook, heeft bezwaar maken tegen de vervuilde lucht weinig effect. Sterker nog, klagers vinden zelf vaak ook wel een beetje dat ze aanstellers zijn. Want onze voorouders hadden niets anders om zich mee warm te houden. En het is toch een natuurproduct! Het geeft zo’n oergevoel, dat houtvuurtje!
Puur natuur Alsof in de natuur geen gifstoffen voorkomen! We kennen allemaal wel giftige planten; nachtschade, bijvoorbeeld, of de gele pijpbloem. Die laatste is een oud geneeskruid; maar bij gebruik geeft het ernstige nierklachten. Dat wist ook niemand. Evenzo gaat het met houtrook. Omdat bij de verbranding van organische stoffen (hout dus) zoveel schadelijke stoffen vrijkomen, is het onzin te spreken van 'schoon' hout, als dat bestemd is voor verbranding. Bedoeld wordt, natuurlijk, onbewerkt hout. Dat wil zeggen dat het niet bewerkt is met verf of wolmanzouten of andere impregneermiddelen. Die wolmanzouten zijn al 50 jaar verboden, maar er ligt nog 700.000 ton van met dit gif bewerkt hout in Nederland. Er zijn mensen die er geen been in zien dat in hun kachel te gooien. Het is dan net alsof er een chemische fabriek vlak naast je woning staat. Er ligt in de regel wel een frontje 'schoon' hout klaar voor het geval van een inspectie. Een schraapsel uit de schoorsteenpijp kan inzicht geven in het stookgedrag. Maar dat doet geen enkele gemeente, ook niet na ernstige klachten. Wanneer er een vuilverbrandingsinstallatie in een buurt wordt gepland, ontstaat er in de regel paniek. Die paniek is terecht. Maar het verbranden van afval in houtkachels in woonbuurten is een regelrechte misdaad! Voor gemeenten maakt het in de praktijk geen verschil wat er in houtkachels verbrand wordt.
Maar juist gewoon, onbewerkt hout produceert bij verbranding al die bovengenoemde gifstoffen. Ontwerpers van houtkachels zoeken daarom, nu in opdracht van de EU, naar verbeterde typen houtkachels. Bij kleine houtkachels voor particulieren is de uitstoot, ook bij de beste modellen, nog altijd aanzienlijk. In het laboratorium lijkt die uitstoot binnen de perken te blijven, in de praktijk is dat altijd veel hoger. Een grote risicofactor is de gebruiker of stoker. Vaak een zichzelf overschattende hobbyist. Door verkeerd stoken kan de uitstoot oplopen tot honderden of zelfs duizenden milligrammen (ultra)fijn stof extra. In een Zwitsers onderzoek bleek een houtkachel bij juist gebruik (in het laboratorium) 50 mg fijn stof per m3 fijn stof uit te stoten. Maar bij verkeerd stapelen van het hout loopt dat op naar 500 mg per m3. Wordt de zuurstoftoevoer afgeknepen door de klep te sluiten, dan loopt de uitstoot van fijn stof op naar 15000 mg per m3. Bij gebruik in de praktijk liggen deze hoeveelheden nog aanzienlijk hoger. 2
Gezondheid De grootte van de fijn stof deeltjes, PM genoemd, wordt uitgedrukt in getallen: PM10 betekent stof met een doorsnee van 10 micrometer. Dat ademen we niet al te diep in. Anders is het met fijn stof, PM2.5 genoemd. Dat is 0,1 tot en met 2,5 micrometer in doorsnee. Dan is er ultrafijn stof: 50 tot 100 nanometer doorsnee. Dat ademen we zeer diep in. Die laatste roetdeeltjes kunnen een ware ravage aanrichten in het menselijk lichaam. Houtrook bestaat voor 80% tot 90% uit fijn stof, aangeduid in rapporten als PM2.5. Dat staat voor Particulate Matter, materie deeltjes, fijn stof dus. Die stofdeeltjes dringen diep in de longen door. Door de longblaasjes komen ze in de bloedbaan. De teerachtige stof, de PAK’s, polycyclische organische koolwaterstoffen, gaan mee de bloedbaan in. Van die PAK’s zijn er wel een paar honderd, maar in Nederland wordt een 10-tal daarvan uitgekozen voor onderzoek. In andere landen hebben ze veel meer PAK’s als schadelijk uitgekozen. Deze kunnen in het laboratorium worden aangetoond, met speciale apparaten. Een daarvan is uitgekozen als gidsstof. De scheikundige naam hiervan is benzo(a)pyreen, kortweg BaP. Sommigen hebben ook benzo(e)pyreen onderzocht en vastgesteld dat het nog schadelijker is dan BaP. Beide veroorzaken ze op termijn kanker. Daarom mag van BaP vanaf 1 januari 2013 maar 1 nanogram per m3 in de lucht zitten.
Een nanogram is een miljardste gram. In 1990 drong de Gezondheidsraad er al op aan niet meer dan 0.5 ng per m3 toe te staan. De overheid heeft er 1 ng per kuub van gemaakt. Ondertussen is uit verder onderzoek gebleken dat PM0.1 tot 2.5 veel gevaarlijker is dan men dacht. Ook hart- en vaatziekten worden door ultrafijn stof veroorzaakt of verergerd. En wel direct nadat men het heeft ingeademd. Dit leidt tot extra ziekenhuisopnamen. Zonder dat de patiënten de oorzaak van de verergering meteen doorhebben. Astma- en COPD patiënten weten veel sneller dan gezonde mensen wat de nare gevolgen zijn van houtrook, dat wil zeggen van de inademing van de roetdeeltjes of zwart stof. Hun ademhalingsorganen zijn veel minder in staat de deeltjes te filteren. Ze krijgen zo de volle mep in hun longen. Uit een van de onderzoeken kwam naar voren, dat houtrook 30% schadelijker is dan sigarettenrook. Onderzoek van de Amerikaanse EPA (= Environmental Protection Agency) heeft vastgesteld dat houtrook met dezelfde dichtheid als sigarettenrook, 12 maal schadelijker is. Dat is ook logisch: in houtrook zitten veel meer gifstoffen dan in sigarettenrook. De roetdeeltjes veroorzaken ook bij gezonde mensen ontstekingen op plaatsen waar deze zich nestelen. Bij inademing: in de longen, maar via de neus kunnen ze rechtstreeks in de hersenen terechtkomen. Daar veroorzaken ze ontstekingen.
Later kan dat het ontstaan van Alzheimer bevorderen. Bij kinderen kan het de ontwikkeling van hun IQ nadelig beïnvloeden. Maar bij hartpatiënten richt het de meeste schade aan, onder hen vallen de meeste sterfgevallen gerelateerd aan het voorkomen van fijn stof. In een artikel in The Lancet van december 2012 is het mondiale aantal doden door zwart fijn stof bijgesteld van 2 miljoen naar 4 miljoen per jaar. 3
Regelgeving fijn stof in het algemeen Voor fijn stof als factor van de luchtkwaliteit zijn er allang afspraken gemaakt: in 2005 zou er voor PM10 een grenswaarde van 40 microgram/m3 als daggemiddelde gaan gelden. Maar daaraan kon de Nederlandse overheid, toen het zover was, niet voldoen. Ze had zelf in 1999 de voorstellen bij de EU ingediend voor verdere reductie van fijn stof na 2005. Pas in juni 2011 kon Nederland voldoen aan de norm van 40 microgram per m3 als daggemiddelde. Maar dat was meer het gevolg van trucage in de berekening van de hoeveelheid fijn stof; de waarden kwamen zo heel wat lager uit dan de feitelijke stand van zaken. De geregistreerde uitstoot van fijn stof is letterlijk naar beneden gerekend. Het wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van fijn stof nam de laatste jaren toe. Wat is er zo schadelijk aan fijn stof? Dat is juist dat element zwart of bruin stof of roet. Een gedeelte van die 40 microgram van bv. het verkeer bestaat uit roet. Dit is afkomstig van dieselmotoren. Een tamelijk klein gedeelte daarvan is ultrafijn stof, PM2.5. Maar het fijn stof uit houtkachels bestaat voor 90% uit (ultra)fijn stof. Daarom is het zo onjuist wanneer gemeenten de norm voor fijn stof naar PM10 (40 microgram) hanteren voor de uitstoot van houtkachels. Dat bestaat immers bijna uitsluitend uit het meest schadelijke gedeelte van fijn stof.
Door medische onderzoekers ook wel aangeduid als: killer. Er zijn in de buurt van één houtkachel extreem hoge waarden van fijn stof gemeten.
Maatregelen tegen de gevolgen van gezellig hout stoken Mag dat allemaal maar? Vuurtje stoken bij de ramen en deuren van de buren? Of een schoorsteenpijp die vlak bij de slaapkamerramen van de buren uitkomt? We kennen de term 'uitroken'. Er zijn mensen die letterlijk hun huizen zijn uitgerookt. Enkele jonge gezinnen uit de stad G. zijn vanwege rookoverlast door open haarden en houtkachels van hun buren de stad ontvlucht. Lange tijd hadden we tegen deze vorm van vervuiling een artikel in de vroegere Bouwverordening (art. 7.3.2). De Bouwverordening is afgeschaft. Daarvoor in de plaats kwam het Bouwbesluit 2012, artikel 7.22. Daarin staat: 'Onverminderd het bij of krachtens dit besluit of de Wet milieubeheer bepaalde is het verboden in, op, of aan een bouwwerk of op een open erf of terrein voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten of werktuigen te gebruiken, waardoor: a. op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm of stof wordt verspreid; b. overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de gebruikers van dit bouwwerk, open erf of terrein; c.
op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, stof of vocht of irriterend materiaal wordt verspreid of overlast wordt veroorzaakt door geluid, trilling, elektrische trilling daaronder begrepen, of door schadelijk gedierte, dan wel door verontreiniging van het bouwwerk, open erf of terrein, of ... etc.' 4
Bij de presentatie van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) in 2009, is de taak om de regels aangaande houtrook te handhaven door de toenmalige minister naar de gemeenten verwezen. Meer wilde de minister toen niet tegen deze bron van luchtvervuiling ondernemen. De gemeente is volledig aan te spreken op deze bron van overlast. Zij heeft de bevoegdheid op te treden. Dit is vastgelegd in de Gemeentewet artikel 125: '1. Het gemeentebestuur is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang. 2. De bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wordt uitgeoefend door het college indien de last dient tot handhaving van regels welke het gemeentebestuur uitoefent...etc.' In samenhang met afdeling 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht heeft een gemeente de wettelijke grond om de rookoverlast aan te pakken. En de gemeente moet de nodige kennis vergaren bij de voorbereiding van een besluit. Awb, art. 3.2
Wat is overlast? Maar dan begint het pas: wat is overlast. Geen wethouder of ambtenaar die enig idee daarvan heeft. Evenmin de onderzoekers van ingenieursbureaus. Die meten of berekenen alleen maar. Vaak fout, maar dan heeft de gemeente tenminste een getal in handen. Ze denkt dan meer te weten. Maar wat weet ze dan? Omdat de gemeente niet weet hoe de verschijnselen te beoordelen, is de conclusie meestal: niets aan de hand. Een mogelijke definitie van overlast zou zijn: Een persoon die aangeeft, dat op enigerlei wijze zijn of haar lichamelijke integriteit wordt aangetast door bepaalde stoffen verspreid in de omgeving die door hun aard de eigenschap bezitten zijn of haar lichaam binnen te dringen en daar schade aan te richten.
Verificatie of bewijs
Vaak heeft zo’n persoon al klachten ontwikkeld, na langere of kortere blootstelling. Daarna wordt de bron van de klachten ontdekt. Die persoon kan dan als volgt te werk gaan: Hij/zij ontdekt de bron van vervuiling, bv. de bron wordt nauwkeurig in de gaten gehouden om de waarschijnlijkheid vast te stellen, dat de stoffen de omgeving en het lichaam van hem/haar binnendringen. Vaak is ook de klager aanvankelijk niet op de hoogte van de schadelijkheid van de gifstoffen in houtrook. Maar na een lange zoektocht wordt er van alles ontdekt. Die schadelijkheid of giftigheid van de componenten van houtrook zijn immers bekend van wetenschappelijke publicaties. Die zijn volop toegankelijk voor iedere burger. Ook is er de neerslag van vroegere acties tegen houtrookoverlast hier en daar te vinden. Door de nieuwe media vindt de klager tegenwoordig zijn lotgenoten. Door onderlinge uitwisseling van gegevens is men uitstekend op de hoogte van de ware aard van houtrook. 5
Wat gebeurt er meestal na het indienen van een klacht? Er zijn verschillende mogelijkheden. 1. De ambtenaren komen niet eens kijken. 2. Ze komen wel kijken, maar zonder enig begrip van houtverbranding en houtkachels. 3. Ze komen kijken zonder dat de geoormerkte houtkachel brandt. Dergelijke bezoekjes duren meestal maar een paar minuten. Vaak denken ambtenaren ook: "Een beetje rook moet kunnen." Terwijl artikel 7.22 Bouwbesluit 2012 nadrukkelijk elk plukje rook in het huis van de buren verbiedt! Dit is daarom zo nadrukkelijk gesteld door de VNG (= Vereniging van Nederlandse Gemeenten), omdat er, volgens de WHO, geen veilige ondergrens is van ultrafijn zwart stof. Het resultaat van de ambtelijke inspectie(s) is, dat het verzoek om handhaving wordt afgewezen. Het stoken gaat met extra elan door. De overheid hoort zowel op de hoogte te zijn van de schadelijkheid van de rook als van de wetgeving in dezen. Maar vaak is ze dat niet en wil dat ook niet zijn. Onbekendheid met de materie zou niet mogen leiden tot afwijzing van de klacht. Weliswaar kan de klager (eiser(es)) hiertegen bezwaar aantekenen bij B&W van de gemeente, maar dat is een lange weg. Na een hoorzitting volgt het besluit van de gemeente. Als dat besluit weer negatief voor de klager is, volgt een gang naar de regionale rechtbank.
Is deze rechtbank het eens met het besluit van B&W, dan rest de gang naar de Raad van State. De Raad van State heeft echter een dubbelfunctie: ze is tevens adviseur van de overheid. Beoordelaar en adviseur is een slechte combinatie. Soms heeft een gemeente, voor de klager aantoonbaar, een onderzoek zo slecht uitgevoerd, dat de rechter het besluit van die gemeente afwijst. Pakt een gemeente de zaak iets gecompliceerder aan en laat ze technici een onderzoek doen, dan wordt die gemeente waarschijnlijk in het gelijk gesteld. Ook al is het onderzoek aantoonbaar vals. Als het technisch iets te ingewikkeld is, dan laat de rechter het afweten. Er wordt dan een oordeel geveld door instanties die daarvoor niet geëquipeerd zijn.
Onderzoek in opdracht van de overheid Er is veel onderzoek gedaan naar de milieueffecten van houtkachels en open vuren. Van 1982 tot 2000 zijn er ettelijke rapporten opgesteld door het ministerie van (vroeger) VROM en ook van I&M. Pas nadat er vanuit de gemeenschap protest kwam tegen de rookoverlast, werden er door de toenmalige minister maatregelen aangekondigd. Van 1997 tot 2004 gold er een typekeuring voor houtkachels. Ze moesten aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen, anders mochten ze niet worden verkocht. Niet dat het ideale kachels waren, maar de rest was nog veel slechter. Enkele daarvan stootten, ook in het laboratorium, wel 40 gram fijn stof per kg gestookt hout uit, laat staan in de praktijk. Het is waarschijnlijk dat er nog grote aantallen van dergelijke houtkachels in omloop zijn.
6
De goedgekeurde houtkachels hebben alleen in het laboratorium een tamelijk lage uitstoot. Met kunst en vliegwerk kon men dat klaarspelen. In de praktijk gaven ze veel aanleiding tot klachten en nu is bekend dat de uitstoot hoog is van deze kachels. Vanaf 2004 mochten er in Nederland weer alle mogelijke soorten houtkachels worden verkocht. Er worden nauwelijks eisen gesteld . De aanduiding CE zou kwaliteit garanderen, maar heeft alleen betrekking op de brandveiligheid. Voor de uitstoot is het een nietszeggend keurmerk.
Het is ook mogelijk dat de gemeente na klachten onderzoek laat doen Als het de bedoeling van de gemeente is, om de aantasting van de kwaliteit van de lucht vast te stellen, dan kan dat voor de klager goed aflopen. Maar meestal hebben de leden van alle overheden zelf een open haard of houtkachel. En geen van hen heeft weet van de nadelige gevolgen van hun gedrag. En willen dat ook niet weten. Want dan zouden ze maatregelen moeten nemen; de kans dat hun dat kiezers kost willen ze niet eens onder ogen zien. Dat gaat zover, dat ambtenaren onderzoeksbureaus opdracht hebben gegeven onjuiste gegevens in te vullen over de uitstoot van houtkachels. Hiervan zijn voorbeelden te noemen. Dit gedrag bestaat vanouds bij het ministerie van (vroeger) VROM, nu I&M. Daarom liepen Kamervragen van de SP in 2008 op niets uit. Er werd een TNO rapport aan de minister getoond, waarin staat dat de uitstoot van BaP uit houtkachels nauwelijks bijdraagt aan het totaal. Als het ministerie werd benaderd door burgers met vragen over houtrook, dan kregen ze als reactie: "Dat probleem is toch allang achterhaald." Bij het ministerie van I&M zijn in 2009, 2010, 2011 en 2012 alarmerende rapporten over houtrook binnengekomen. Een daarvan is een bundel studies van medici over PM2.5, Black Carbon (B.C.). Hierin wordt B.C. een 'killer' genoemd.
In 2013 besluiten de ambtenaren van I&M niets aan het probleem van hout stoken te willen doen. Dit delen ze mee aan de onderzoeksinstituten in Nederland. Waarop de onderzoeksinstituten besluiten het ministerie niet tegen de haren in te strijken en geen onderzoeksresultaten meer naar buiten te brengen die tegen het 'beleid' van het ministerie ingaan. In de officiële publicaties staan enkele rapporten met aantoonbaar onjuiste gegevens. Tot in de hoogste instanties, ook rechterlijke, wordt hieruit geput. Milieudefensie Groningen heeft al lange tijd voorlichting gegeven over de gevolgen van het verbranden van hout. En tot in de hoogste instanties hiertegen geprotesteerd. De laatste jaren zijn ook een aantal burgers in opstand tegen rookoverlast gekomen. Ze hebben zich enigszins georganiseerd. Onderling worden er kennis en ervaringen uitgewisseld. 7
Klimaat Gebruik van hout als energiebron zou een bijdrage leveren aan de reductie van CO2. Dat is alleen onder zeer stringente voorwaarden het geval. In de eerste plaats moet de totale hoeveelheid bomen niet teruglopen. Herplant moet daarom verplicht zijn. Snoeihout uit de directe omgeving komt hiervoor het meest in aanmerking. Maar alleen grote verbrandingsinstallaties voldoen aan strenge eisen van verbranding. Deze bezitten elektrostatische filters voor de afvang van roet. Kleine houtkachels hebben deze filters niet. Ook de meest geavanceerde modellen, bv. pelletkachels, hebben nog een uitstoot van 25 tot 50 mg fijn stof per m3. Andere kachels zitten daar ver boven. Eigenlijk moet de uitstoot van fijn stof het nulpunt bereiken, niet alleen om de gezondheid van mensen niet te schaden, maar ook omdat het zwarte stof zonnewarmte absorbeert en zo de temperatuur verhoogt. De techniek heeft die nuluitstoot voor kleine houtkachels nog lang niet bereikt.
Daarom zijn houtkachels en ook andere houtvuurtjes af te raden. Niet alleen voor de bebouwde omgeving maar ook daarbuiten; vanwege de stofuitstoot. Het CBS schat het aantal houtkachels in Nederland op 1.297 miljoen eenheden tot 18 kiloWatt (kW). Maar geeft een onzekerheid aan van 50%. We weten het niet. De registratie door TNO is in 2002 gestopt. Tot 1997 waren er ook geen gegevens over de aantallen. Er werden door de handel geen gegevens verstrekt over de verkochte aantallen.
Bij verbranding van hout komt ook methaan vrij. Methaan verwarmt de aarde met een factor 25 meer dan CO2. Het is dus een zwaar broeikasgas. Samen met het zwart stof, roet dus, dat zonnewarmte absorbeert, wordt de temperatuur aanzienlijk verhoogd door methaan. Maar als de roetdeeltjes de hogere luchtlagen bereiken, dan kunnen ze terecht komen op de Noordpool. Daar kleurt het de sneeuw donker, waardoor die extra zonnewarmte absorbeert en sneller smelt. Maak de balans wel goed op, voordat de reductie van CO2 door het gebruik van houtkachels wordt geclaimd.
Nadere inlichtingen: www.groningen.milieudefensie.nl info@houtrook.nl en: houtrookpuntnl@gmail.com
14 december 2016 8