26. VWN wat doen wij voor gemeenten
Tekst van het document
0123445 6789 9 9 9 9 9 9!8 9"88 # 9 9 9 789 8 $ 9%4&'()(*+*,&--.*'
/01234567839:8; /<=>?1@<123AB8CD75EF3G3H86F3IJIG3KLMNO P01234567839:8; QQ23RB8S3T5C3H8U;D V1@<=W<=X23YAM34Z5C7SUCZ8C3[\U:]Z8\6CE8CA8;^3_878;\5C73̀3A5Z3a6b37B8C3TBB;3E8c88CZ8C d85:]Z83d;6e8F fBU3U3gB3T;68C78\6b^3a6\\8C3g6bC3h6bE55C783Z83T8;DS;8678C3BC78;3783;557D\878C36C3Ua3E8c88CZ8F3h6b3TBB;h55Z 75C^i3 RB8S3T5C3H8U;D j8E6Bc5C5E8;3[\U:]Z8\6CE8CA8;^3_878;\5C7 bT5Cc8U;DkT\U:]Z8\6CE8Ca8;^lC\ m8DZ83nhU;E8;o;557D\67F d8p8\6:6Z88;73c8Z3Ua3h8CB8c6CE36C3783;557l3qC3rbC375Z3U3783g6:]3783^Bc8C783S8;6B783na88;o3E55Z36Cg8s8C TBB;3]8Z3\B^5\83h8\5CEi fB5\D3U3a88Z36D3]8Z37BDD68;3;BC735D68\gB8^8;D38C3DZ5ZUD]BU78;D38;E37tC5c6D:]l3qC38;3g6bC3T8\83DZ887D T8;5C78;8C7836788uC38C3DZ5C7SUCZ8Cl3qC3]8Z3h8\8673T8;5C78;73c88l [BB;3783DZ5;Z3T5C3Ua3;557DS8;6B7838C3Z8;36CpB;c5v83h6b3]8Z3BS3Z83DZ8\\8C3:B\\8E85^^BB;73DZUU;36^3U3E;55E ]68;h6b3783DZ5C7SUCZ8C3T5C34v:]vCE3[\U:]Z8\6CE8Ca8;^3_878;\5C7l3 HB:]Z3U3g6:]3C578;3a6\\8C36CpB;c8;8C375C3T8;a6bD36^3U3E;55E3C55;3A5Z3[\U:]Z8\6CE8CA8;^3^5C3h8Z8^8C8C TBB;3E8c88CZ8CF3755;3^UCZ3U3g6:]3BB^36CD:];6bT8C3TBB;3BCg83E8c88CZ8`C68UaDh;68pl wp3DZUU;3c6b388C38`c56\3TBB;388C3^BSb83^Be8i3 33333333 xyz{|}~yy~{}yzy y{|{xy} y~y}{zy~yy}{yy} |y}|zy~yy}
We doen het samen Standpunten 2026
Samenvatting De opvang en integratie van vluchtelingen en asielzoekers behoren tot de grootste maatschappelijke opgaven waarvoor gemeenten de komende jaren staan. Wereldwijde conflicten en instabiliteit zorgen ervoor dat mensen blijven vluchten voor oorlog, geweld en vervolging. Tegelijkertijd staan gemeenten onder druk door woningnood, personeelstekorten, financiële beperkingen en onzeker landelijk beleid. Juist daarom is het essentieel te investeren in een menswaardig, toekomstbestendig en samenhangend lokaal beleid voor opvang, huisvesting, inburgering en participatie. VluchtelingenWerk Nederland (VWN) zet zich in voor gemeenten die vluchtelingen niet alleen willen opvangen, maar hen vanaf dag één perspectief willen bieden op volwaardige deelname aan de samenleving. Goede opvang en snelle integratie zijn niet alleen in het belang van vluchtelingen zelf, maar ook van de samenleving als geheel. Participatie leidt tot meer zelfredzaamheid, minder maatschappelijke kosten, sterkere sociale cohesie en een grotere bijdrage aan werk, onderwijs en vrijwilligerswerk. Vrijwilligers spelen hierin een sleutelrol. Zij vormen het maatschappelijke fundament onder succesvolle integratie en zijn van onschatbare waarde voor de brede welvaart en het draagvlak in gemeenten.
Vrijwilligers zetten hun kennis, netwerk, geduld en toewijding in om nieuwkomers wegwijs te maken en met lokale gemeenschappen te verbinden. Dit contact van mens tot mens bevordert wederzijds begrip en voorkomt polarisatie. Tegelijkertijd draagt vrijwilligerswerk ook bij aan de ontwikkeling en participatie van de vrijwilligers zelf: zij doen ervaring op, versterken hun vaardigheden, vergroten hun betrokkenheid bij de gemeente en blijven actief onderdeel van de samenleving. Deze inzet zou tegen commerciële tarieven onbetaalbaar zijn, terwijl zij juist lokaal verankerde en duurzame ondersteuning mogelijk maakt. In dit manifest presenteert VluchtelingenWerk Nederland haar standpunten en aanbevelingen voor gemeenten richting de gemeenteraadsverkiezingen van 2026. De kern daarvan is een pleidooi voor kleinschalige, regionale opvang midden in de samenleving, met ruimte voor participatie, rust en stabiliteit. De Spreidingswet biedt hiervoor belangrijke kansen en dient behouden te blijven. Grootschalige en (crisis)noodopvang voldoet vaak niet aan basale kwaliteitseisen en schaadt het welzijn, met name van kinderen en alleenstaande minderjarigen. Daarnaast vraagt VluchtelingenWerk aandacht voor tijdige en passende huisvesting van statushouders. Langdurig verblijf in opvanglocaties remt de integratie en vergroot maatschappelijke knelpunten.
Tijdelijke woonvormen kunnen een oplossing zijn, mits deze veilig, kwalitatief en gekoppeld zijn aan begeleiding en perspectief op vervolghuisvesting. Inburgering en arbeidsparticipatie zijn cruciaal voor een goede start. Gemeenten hebben hierin een centrale rol door maatwerk te bieden, snelle start van trajecten te organiseren en vluchtelingen vroeg te betrekken bij onderwijs, werk en samenleving.
Standpunten VluchtelingenWerk Nederland voor de gemeenteraad 2026 Pagina 1 van 11
Met dit document nodigt VluchtelingenWerk Nederland gemeenten uit om samen te investeren in menswaardige opvang, inclusieve participatie en duurzame brede welvaart voor iedereen. Voor meer informatie: www.vluchtelingenwerk.nl Wat VluchtelingenWerk kan betekenen voor gemeenten
Standpunten VluchtelingenWerk Nederland voor de gemeenteraad 2026 Pagina 2 van 11
Inleiding De noodzaak van goede opvang en integratie van vluchtelingen is groot. Iedereen die vlucht voor oorlog, geweld of politieke vervolging heeft immers recht op bescherming. Goede begeleiding en snelle integratie voor asielzoekers en vluchtelingen zijn belangrijk. Gemeenten spelen hierin een grote rol, onder andere in de uitvoering van de Wet inburgering. Ook zijn gemeenten verantwoordelijk voor het organiseren van (nood-)opvanglocaties, huisvesting, en begeleiding naar werk. Daarnaast verblijft een groot aantal Oekraïners in een gemeentelijke opvang. VluchtelingenWerk Nederland pleit voor een menswaardige en toekomstbestendige opvang. Met aandacht voor kleinschaligheid, kwaliteit, en participatie. De Spreidingswet biedt kansen voor gemeenten om deze menswaardige en duurzame opvang te realiseren. Draagvlak en samenleven Ook in het creëren en behouden van draagvlak voor vluchtelingen spelen gemeenten een belangrijke rol en hebben zij een voorbeeldfunctie. Bij lastige kwesties, zoals opvang en huisvesting, kunnen gemeenten voorkomen dat bevolkingsgroepen tegenover elkaar worden gezet en dat dit ten koste gaat van vluchtelingen. Gemeenten verschillen sterk in hoe zij vluchtelingen benaderen, ondersteunen en kansen bieden. Dat bepaalt in hoge mate of vluchtelingen zich welkom voelen. Gebeurt dat niet goed dan geeft dat een verkeerd signaal aan de samenleving.
Terwijl juist daar de inzet nodig is om vluchtelingen een veilig en volwaardig bestaan te bieden. Integratie werkt namelijk twee kanten op. Het vraagt inzet van zowel vluchtelingen als van de samenleving. Burgers, instellingen, bedrijven en overheden moeten openstaan voor vluchtelingen en hen actief de kans geven om mee te doen. Gemeenten moeten ervoor zorgen dat vluchtelingen toegang hebben tot algemene voorzieningen en duidelijke, toegankelijke, lokale informatie. Invullen landelijk beleid Op sommige terreinen kunnen gemeenten niet zelfstandig handelen, omdat ze afhankelijk zijn van de rijksoverheid en landelijke uitvoeringsinstanties. Daar hebben ze niet altijd invloed op. Door het personeelstekort bij de IND lopen bijvoorbeeld de wachttijden voor de start van de asielprocedure inmiddels op tot twee à drie jaar. Dat heeft grote gevolgen. Vluchtelingen moeten langer wachten, en dat schaadt niet alleen hun welzijn, maar ook de kwaliteit en kosten van opvang, huisvesting en integratie. Ondertussen dreigt het kabinet de problemen juist te vergroten in plaats van op te lossen. Ook de woningmarkt staat onder zware druk en het ‘ravijnjaar’ komt dichterbij. Waar gemeenten de knelpunten als gevolg van nationaal beleid en uitvoering zien, hebben ze ook de rol om deze knelpunten richting het Rijk te benoemen.
Daarnaast staan ze ook zelf in contact met asielzoekers en vluchtelingen en hebben ze de mogelijkheid om lokaal een vluchtelingvriendelijk beleid te voeren. In dit manifest gaan we in op onderstaande onderwerpen: 1. Kleinschalige (regionale) opvang | Spreidingswet 2. Huisvesting statushouders 3. Inburgering 4. Arbeidsparticipatie van asielzoekers en vluchtelingen 5. Alleenstaande minderjarige vluchtelingen (Amv's) 6. Hervestiging 7. Participatie vluchtelingen in gemeentelijk beleid
Standpunten VluchtelingenWerk Nederland voor de gemeenteraad 2026 Pagina 3 van 11
1. Kleinschalige (regionale) opvang | Spreidingswet In het opvangbeleid is het (op papier) de bedoeling om kansrijke asielzoekers en statushouders in of dichtbij de gemeente op te vangen waar ze daarna ook komen te wonen. Zij kunnen dan al beginnen met participatie in de samenleving en een sociaal netwerk opbouwen. Op die manier verloopt het integratieproces beter en sneller. Door het tekort aan structurele opvangplekken en het groot aantal mensen in (tijdelijke) noodopvanglocaties lukt dit echter niet. De Spreidingswet is een effectief middel om dit te verbeteren, en de regering zou deze niet moeten intrekken. Rol van de gemeenten Het Rijk is verantwoordelijk voor de opvang van asielzoekers. In de praktijk moeten de gemeenten de opvang invullen en inrichten. De Spreidingswet legt daarnaast een wettelijke taak op aan gemeenten om opvang mogelijk te maken. Hiermee zorgen we voor voldoende opvangplekken verspreid over Nederland, en dat gemeenten die eerder niet voldoende bijdroegen dit wel gaan doen. Asielzoekers worden nu vooral opgevangen op grote locaties die ongelijk over het land zijn verdeeld. Deze opvangplekken liggen vaak afgelegen, waardoor asielzoekers weinig kansen hebben om mee te doen in de samenleving. Daarnaast bestaat bijna driekwart van de opvang momenteel uit (crisis)noodopvanglocaties die in veel gevallen niet voldoen aan de eisen uit de Opvangrichtlijn.
Er is een gebrek aan privacy, veiligheid en toegang tot voorzieningen. Ook moeten asielzoekers vaak verhuizen van de ene locatie naar de andere., Dit alles heeft een grote nadelige impact op het welzijn van asielzoekers. Op dit moment vangen tijdelijke noodopvanglocaties bijna een derde van alle kinderen, en de helft van alle niet-begeleide minderjarigen (amv) op. Dit is schadelijk voor de gezondheid en ontwikkeling van deze kinderen. Kinderen in de asielopvang hebben recht op stabiliteit, rust en een veilige plek om te groeien en zich te ontwikkelen. Gemeenten hebben de troeven in handen om de opvang en het integratieproces te verbeteren. Dat kan door de keuze voor locaties, omvang en de afspraken over participatiemogelijkheden in de gemeente. Vluchtelingen met een vergunning krijgen soms een huis in een gemeente die ver van de opvanglocatie ligt. Het is daarom belangrijk dat zij al vanuit de opvanglocaties kunnen meedoen in de gemeenten en hun kennis en kunde niet verloren gaat door de vaak lange wachttijden. Hiervoor zijn veel kleinere opvanglocaties nodig, vooral in regio’s waar nu geen asielopvang aanwezig is. Een aantal gemeenten geeft het goede voorbeeld door in te zetten op menswaardige opvang en snelle participatie. Zie ook onze visie voor een menswaardige en duurzame opvang (middels de Spreidingswet) waar gemeenten lering uit kunnen trekken.
Opvang ontheemden uit Oekraïne In veel gemeenten verblijven vluchtelingen uit Oekraïne, verspreid over gemeentelijke opvanglocaties (GOO’s), gastgezinnen en andere woonruimtes. De Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) geeft hen recht om in de EU te wonen, werken, onderwijs te volgen en toegang te krijgen tot medische zorg. Bovendien mogen zij vrij door de EU reizen. De tijdelijke bescherming blijft gelden zolang de oorlog voortduurt. Op dit moment loopt de RTB tot maart 2026. Wat er daarna gebeurt, is nog onzeker. Op dit moment staan er ruim 122.000 Oekraïense vluchtelingen in Nederland ingeschreven, waarvan er 95.650 in de gemeentelijke opvang verblijven. De rest heeft eigen huisvesting of woont nog bij een gastgezin. In juli 2025 zouden er 107.000 opvangplekken beschikbaar moeten zijn. Maar om dat te halen, komen er al tijden veel te weinig plekken bij.Op dit moment zijn er slechts 95.900 plekken beschikbaar. Na drie jaar is het noodzakelijk om ook te investeren in de kwaliteit van de GOO’s (die nu formeel nog functioneren onder minimale kwaliteitseisen van een vorm van noodopvang). Zeker met de verwachting dat Oekraïners nog langer in Nederland zullen blijven. De meerderheid van hen verblijft
Standpunten VluchtelingenWerk Nederland voor de gemeenteraad 2026 Pagina 4 van 11
sinds hun aankomst in opvang die alleen als zeer tijdelijk bedoeld is, met weinig privacy en regie op eigen leven. VluchtelingenWerk benadrukt dat er voldoende duurzame opvangplekken noodzakelijk zijn voor álle doelgroepen. Wij pleiten voor (zie ook een aangenomen motie in de Tweede Kamer) dat er onderzoek komt hoe de financiering van opvang en huisvesting voor de verschillende doelgroepen beter op elkaar kan worden afgestemd. Zo kunnen duurzame opvangplekken beschikbaar komen voor anderen, bijvoorbeeld na een eventueel vertrek. Hierbij is het wel van groot belang dat de duurzame opvangplekken zelfredzaamheid, zelfregie en participatie in de Nederlandse samenleving stimuleren. Opvang afgewezen asielzoekers/ongedocumenteerden VluchtelingenWerk wil liever niet dat de regering mensen van wie het asielverzoek is afgewezen uit de opvanglocatie zet. Het verplaatsen van mensen naar sobere vertreklocaties kan zorgen voor grotere (medische en mentale) problemen. Het draagt ook niet bij aan het werken aan terugkeer of een andere duurzame oplossing. De huidige vertrektermijn van 28 dagen na een afwijzende beschikking is te kort. Er is rust, individuele begeleiding en maatwerk nodig voor de verwerking van een negatieve beslissing en het richten van de blik op de toekomst.
Tussen 2019 en 2024 konden afgewezen asielzoekers, onder bepaalde voorwaarden, terecht in één van de vijf landelijke vreemdelingenvoorzieningen (LVV’s). Per januari 2025 stopte het kabinet met de financiering voor de LVV’s. Hiertegen lopen momenteel gerechtelijke procedures. Het Rijk is namelijk verantwoordelijk voor het bieden van basisvoorzieningen, ook voor afgewezen asielzoekers. Het door het Rijk aangewezen alternatief op de LVV, de VBL in Ter Apel, heeft onvoldoende plek en mogelijkheden voor het opvangen van deze (vaak complexe) doelgroep. Een aanvullend punt van zorg is de aangekondigde nieuwe asielwetgeving van het kabinet die zal leiden tot meer (onterechte) afwijzingen en mogelijk uiteindelijk ook meer mensen die op straat belanden. Gelukkig gaan veel gemeenten verder met het bieden van opvang aan afgewezen asielzoekers, tot zover zij dat kunnen zonder financiering vanuit het Rijk. Dit is zowel in belang van ongedocumenteerden, als voor de openbare orde en veiligheid in gemeenten. Het is belangrijk om gemeenten hiertoe te blijven aansporen, maar tegelijkertijd moeten we gezamenlijk blijven wijzen op de verantwoordelijkheid van het Rijk om hier (financieel) aan bij te dragen. Wat moet er volgens VluchtelingenWerk gebeuren? Neem als gemeente actief de verantwoordelijkheid in het bieden van voldoende kleinschalige (regionale) opvang voor alle doelgroepen asielzoekers.
Diegenen met grote kans op een verblijfsvergunning en vluchtelingen in afwachting van hun woning moeten al kunnen starten met het opbouwen van een sociaal netwerk. Bied in die opvang vanuit de gemeente goede participatiemogelijkheden zoals taallessen, sportactiviteiten, stages en (vrijwilligers)werk. Structurele oplossingen in het asiel- en opvangsysteem staan ook in de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen. Asielzoekers kunnen volgens de Uitvoeringsagenda sneller te horen krijgen of zij kans maken op asiel. Ze kunnen ook op passende locaties worden opgevangen via een opvangsysteem dat flexibel is ingericht en verhuizingen voorkomt. Om dit te bereiken is het behoud en de uitvoering van de Spreidingswet essentieel. Want dit zorgt voor een evenwichtige spreiding van asielopvang over Nederland. LVV-opvang moet zoveel mogelijk worden doorgezet en (landelijk dekkend) uitgebreid. Wij vinden het belangrijk dat de opvang voor asielzoekers voldoet aan de kwaliteitsnormen en dat deze normen ook voortdurend worden gecontroleerd. Het EU-asiel- en migratiepact stelt heldere eisen, bijvoorbeeld over het inspelen op de speciale opvangbehoeften van asielzoekers en hun Standpunten VluchtelingenWerk Nederland voor de gemeenteraad 2026 Pagina 5 van 11
toegang tot werk, onderwijs, taallessen en andere voorzieningen. Kinderen hebben bovendien recht op een stabiele opvangplek waar hun kinderrechten worden beschermd. VluchtelingenWerk pleit daarom voor kleinschalige opvang, midden in de samenleving.. De lange wachttijd in de asielprocedure is daarnaast rampzalig voor de geestelijke gezondheid van asielzoekers en verergert de situatie in de opvang. Op dit moment (mei 2025) is de IND in meer dan 13.800 zaken over de termijn heen (van zes maanden + zes maanden zoals vastgelegd in de nieuwe Procedureverordening). Daarom zijn er structurele investeringen in de capaciteit van de IND nodig. Ons recente onderzoek naar de ervaringen en behoeften van bewoners van de asielopvang laat zien dat er naast structurele aanpassingen ook op korte(re) termijn kansen zijn om de situatie in de opvang te verbeteren. Dan gaat het bijvoorbeeld om mogelijkheden om te kunnen koken, een eigen plek te kunnen inrichten, deelname aan activiteiten en taallessen, en vaker een luisterend oor te ontvangen om je verhaal kwijt kunnen, ook als niet meteen een oplossing kan worden geboden. 2. Huisvesting van statushouders Vluchtelingen met een verblijfsvergunning moeten de asielopvang zo snel mogelijk verlaten en verhuizen naar een woning in de gemeenten.
Spoedige huisvesting is van groot belang, omdat de opvanglocaties nodig zijn voor de opvang van asielzoekers en een nog langer verblijf in een centrum de integratie van vluchtelingen remt1. Wegens de krapte op de huizenmarkt zet het huidige kabinet in op zogenaamde ‘doorstroomlocaties’, maar VluchtelingenWerk vraagt zich af of deze naam nog geschikt is. De minister geeft immers aan dat er geen controle is of gedaan of dit systeem werkt en dat er geen maximale duur is dat iemand in een doorstroomlocatie blijft. Hoe krijgt ‘doorstroming’ vorm als er geen plannen zijn of komen voor vervolghuisvesting? In het licht van de aangekondigde wetswijziging tot het verbod op voorrang aan statushouders voor sociale huisvesting en het voornemen van het kabinet om de taakstelling te schrappen is dit geen reëel alternatief. Rol van de gemeenten Op basis van een wettelijk verplichte taakstelling zijn gemeenten verantwoordelijk voor de huisvesting van vluchtelingen. Op basis van het aantal inwoners worden nieuwe vluchtelingen hiertoe elk halfjaar verdeeld over gemeenten. Door de krapte op de woningmarkt verloopt de huisvesting moeizaam. De asielzoekerscentra zitten overvol met vluchtelingen die steeds langer wachten op woonruimte in een gemeente en hierdoor loopt hun integratie vertraging op.
Wat moet er volgens VluchtelingenWerk gebeuren? Wij maken ons zorgen over het tekort aan woningen in Nederland. Maar Vluchtelingen zijn niet de oorzaak van dit tekort. Zij hebben net als andere inwoners van ons land te maken met de gevolgen ervan. Bovendien vraagt een woonplek meer dan een opvanglocatie. Nu zij rechtmatig verblijf hebben en een start maken met integratie is het van belang dat zij een eigen plek hebben om zich terug te kunnen trekken, zelf te kunnen koken en zich veilig te kunnen voelen. Als het gaat om gezinnen met kinderen is een zelfstandige woonruimte een minimale vereiste zodat ouders een thuis voor hun kinderen kunnen creëren. Huisvesting van statushouders, ook als deze tijdelijk van aard is, moet minimaal aan deze norm voldoen. Kleinschalige woonvoorzieningen in of nabij woonwijken van de koppelgemeente bieden statushouders kansen om te starten met inburgering, werken en het opbouwen van een sociaal netwerk. Bij tijdelijke eerste huisvesting (bijv. flexwoningen) van vluchtelingen moeten gemeenten zorgen voor minimale normen en voor vervolghuisvesting zodat vluchtelingen niet dakloos worden. Na afloop van een tijdelijk huurcontract hebben zij namelijk nog onvoldoende wachttijd opgebouwd om in aanmerking te komen voor een betaalbare woning.
Gemeenten zouden bij de nationale overheid moeten pleiten voor meer duurzame (sociale) woningen en tegen het afschaffen van de 1 Zie ook ‘Notitie huisvesting vergunninghouders’ | VluchtelingenWerk intranet
Standpunten VluchtelingenWerk Nederland voor de gemeenteraad 2026 Pagina 6 van 11
gemeentelijke huisvestingstaakstelling en het verbod op voorrang voor statushouders. Daarbij hoort ook meer capaciteit bij de IND zodat er geen wachttijden in de asielprocedure ontstaan die weer zorgen voor hoge schommelingen in de taakstelling. Voor vluchtelingen en de samenleving als geheel is het van belang dat zij mee kunnen doen vanaf dag één. Daarom vinden wij het belangrijk dat zij binnen 10 weken na het moment dat zij gehuisvest zijn in een gemeente kunnen starten met hun inburgeringstraject, ook als deze huisvesting tijdelijk van aard is. Voor een goede startpositie is het daarnaast van belang dat er begeleiding beschikbaar is om hen wegwijs te maken in de (lokale) samenleving en de arbeidsmarkt. Dit kan door naast locatiemanagement ook de maatschappelijke begeleiding als voorwaarde te stellen bij de inrichting van een tijdelijke woonvoorziening. 3. Inburgering Volwassen vluchtelingen zijn verplicht om binnen drie jaar aan de inburgeringsplicht te voldoen. Dit betekent dat zij zich voldoende moeten inspannen om op tijd te slagen voor het inburgeringsexamen. Een belangrijk onderdeel van de inburgering is het leren van de Nederlandse taal, maar daarnaast ook het opdoen van werkervaring en het leren kennen van de Nederlandse samenleving.
Vluchtelingen die niet op tijd voldoen aan de inburgeringsplicht krijgen te maken met financiële sancties en komen niet in aanmerking voor een permanente verblijfsvergunning of de Nederlandse nationaliteit. Rol van de gemeenten Sinds 2022 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de nieuwe inburgeringswet. Deze wet geeft gemeenten veel ruimte om werk te maken van succesvolle inburgering en participatie en zij doen er daarom goed aan om regelmatig te onderzoeken of de uitvoering van de wet naar wens verloopt. Gemeenten moeten zoveel mogelijk maatwerk leveren: zorgen dat vluchtelingen zo snel mogelijk met hun inburgering kunnen beginnen en een integraal en kwalitatief goed inburgeringsaanbod met intensieve ondersteuning ontvangen. Dit betekent bijvoorbeeld het beschikbaar maken van kinderopvang voor ouders van jonge kinderen die hun inburgeringstraject doorlopen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een gezonde ‘inburgeringsmarkt’. Dat betekent dat er voor iedereen een passend aanbod op redelijke reisafstand moet zijn. Ook moeten gemeenten voldoende oog hebben voor de kwaliteit, continuïteit en redelijke (arbeids-) voorwaarden voor aanbieders. We vrezen echter dat de inkoopstrategie van sommige gemeenten niet altijd zal leiden tot een optimale verhouding tussen kwaliteit en prijs.
Sommige gemeenten stellen hoge eisen voor een lage prijs, waardoor het onmogelijk is (ook voor VluchtelingenWerk) om een kwalitatief goed, haalbaar en betaalbaar aanbod te doen. Door regionaal samen te werken is meer verschil in aanbod en aanpak mogelijk is en kan de noodzakelijke expertise worden opgebouwd. Financiële start statushouders Statushouders zijn bij eerste huisvesting extra kwetsbaar voor financiële problemen. VluchtelingenWerk Nederland onderzocht in het rapport “Vliegen of vallen – naar een goede financiële start van statushouders in gemeenten” de oorzaken van financiële knelpunten en de grote verschillen tussen gemeenten in inkomsensondersteuning. In het rapport doen we concrete aanbevelingen voor een goede financiële start van statushouders te zorgen. Wat moet er volgens VluchtelingenWerk gebeuren? Gemeenten maken samen met de vluchteling afspraken over het individuele inburgeringstraject, daarbij houden ze rekening met de (privé-)omstandigheden, capaciteiten, ambities en belastbaarheid
Standpunten VluchtelingenWerk Nederland voor de gemeenteraad 2026 Pagina 7 van 11
van de vluchteling. Ook komt er een passend aanbod voor maatschappelijke begeleiding en financiële begeleiding vóór en na het zogenaamde ‘ontzorgen’. Daar hort aandacht bij voor de financiële start van statushouders, want uit ons recente onderzoeksrapport blijkt dat er grote verschillen zijn qua beleid tussen de gemeenten. Gemeenten doen er ook goed aan om in de brede intake voor inburgering extra aandacht te besteden aan de gezinssamenstelling, de effecten van trage gezinsherenigingsprocedures, de gezondheidssituatie en adequaat in te spelen op alles wat participatie mogelijk in de weg kan zitten. Denk daarbij aan de toegang tot kinderopvang, onderwijs, registratie bij een huisarts en waar nodig gepaste doorverwijzing naar gespecialiseerde hulp. Gemeenten moeten zorgen voor extra ondersteuning en een aanvullend aanbod, zodat inburgering zo snel mogelijk succesvol afgerond is. Voor Oekraïners dienen gemeenten taalonderwijs actief te stimuleren.
Standpunten VluchtelingenWerk Nederland voor de gemeenteraad 2026 Pagina 8 van 11
4. Arbeidsparticipatie van asielzoekers en vluchtelingen Meedoen is belangrijk voor vluchtelingen. Als zij kunnen bijdragen aan de (lokale) samenleving dan is dat goed voor hun zelfvertrouwen en zelfbeeld, en voor de samenleving als geheel. Werken helpt ook bij het leren van de taal en de mogelijkheid in eigen onderhoud te voorzien. Kortom, participeren is belangrijk in het integratieproces. Mede door het afschaffen van de 24 weken-eis is het nu ook voor asielzoekers makkelijker geworden om te werken, nog tijdens de asielprocedure (hoewel hier ook nog veel haken en ogen aanzitten, o.a. door de wachttijden bij de BRP). Ook Oekraïners kunnen vaak hulp gebruiken bij toeleiding naar passend en duurzaam werk. Heldere informatie en goede samenwerking tussen gemeenten, werkgevers en Oekraïense ontheemden zelf zijn essentieel om hun arbeidsmarktpositie te versterken. Rol van de gemeenten De gemeenten zijn onder de Participatiewet en Wet inburgering verantwoordelijk om asielzoekers en vluchtelingen te helpen hun weg te vinden naar werk. Een aantal gemeenten gebruikt beproefde instrumenten om vluchtelingen aan werk te helpen, maar lang niet alle zetten in op duale trajecten (werken én inburgeren) of werken met speciaal toegewezen klantmanagers voor deze doelgroep.
Toch blijkt dat gemeenten die wél zulke methoden toepassen, beduidend meer vluchtelingen aan werk en opleiding helpen dan gemeenten die dat niet doen. Gemeenten hadden in de begeleiding van vluchtelingen naar de arbeidsmarkt de afgelopen jaren vooral aandacht voor statushouders met een grote kans op een baan, maar mede wegens het groot aantal openstaande vacatures zien we hierop positieve ontwikkelingen. Wat moet er volgens VluchtelingenWerk gebeuren? VluchtelingenWerk benadrukt dat gemeenten ook nieuwkomers die al werk hebben, actief moeten blijven ondersteunen bij hun arbeidstoeleiding. Dit geldt bijvoorbeeld in het kader van de Wet inburgering 2021. Zo kunnen gemeenten vluchtelingen beter helpen hun plek op de arbeidsmarkt te versterken én tegelijkertijd bijdragen aan het oplossen van tekorten in sectoren zoals zorg, onderwijs en techniek. Daarnaast roept VluchtelingenWerk op om gemeenten structureel en voldoende te financieren. Met die middelen kunnen zij vluchtelingen extra ondersteuning bieden, zoals leerwerktrajecten, maatwerkcoaching, persoonlijke begeleiding en bijscholing. Tot slot vraagt VluchtelingenWerk gemeenten om bewuster aandacht te besteden aan vluchtelingen en asielzoekers met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, zodat ook zij een eerlijke kans krijgen op werk. Bovendien moeten gemeenten actief werkgevers bij het beleid betrekken.
Gemeenten moeten actief werk maken van een effectief participatiebeleid. De evaluatie van de taaleis in de Participatiewet (2019) liet al zien dat de huidige regels gemeenten belemmeren. Daarom werd eerder voorgesteld om de taaleis te schrappen en gemeenten meer beleids- en handelingsruimte te geven. VluchtelingenWerk roept gemeenten op om het kabinet dringend te vragen deze ruimte te behouden. Een generieke taaleis staat maatwerk in de weg. Uit de evaluatie blijkt juist dat de taaleis beter werkt als gemeenten per persoon kunnen bepalen welk taalniveau haalbaar is — hoger of lager — en als zij het taalaanbod daarop mogen afstemmen. Wie vasthoudt aan een vaste taaleis, negeert de uitkomsten van het onderzoek en belemmert een effectieve uitvoering van het beleid. Voor asielzoekers die willen werken zijn er nog veel belemmeringen, maar uit onderzoek blijkt dat eerdere toegang tot werk voor asielzoekers helpt bij een snellere en betere integratie in de Standpunten VluchtelingenWerk Nederland voor de gemeenteraad 2026 Pagina 9 van 11
samenleving. Daarnaast biedt het een oplossing voor het personeelstekort in Nederland. Bovendien brengt het onderzoek de financiële voordelen in kaart: 1,7 miljard over een periode van 10 jaar. Gemeenten kunnen o.a. een bijdrage leveren door spoedige inschrijving in de BRP mogelijk te maken. 5. Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) zijn kinderen die zonder ouders of voogd in Nederland asiel aanvragen. Zij hebben recht op onderdak, onderwijs, gezondheidszorg en begeleiding. Als ze een asielvergunning krijgen, hebben ze het recht om zich te herenigen met ouders en minderjarige broers en zussen. De begeleiding duurt tot ze 18 of – als het nodig is – 21 jaar zijn. Dat betekent opvoeden en begeleiden naar zelfstandigheid en indien nodig ook (jeugd)hulp verlenen en beschermen. Rol van de gemeenten Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van Amv’s als zij 18 jaar zijn geworden (zij vallen onder de taakstelling huisvesting). Veel van deze jongeren wonen dan al een tijd in Nederland onder begeleiding van Nidos of het COA. Het is belangrijk dat gemeenten deze jongeren goed in beeld hebben en hen actief begeleiden bij het opbouwen van een zelfstandig leven. Dat vraagt om veel aandacht en ondersteuning.
Daarom moeten gemeenten, ook nadat jongeren een reguliere woonplek hebben gekregen, zorgen voor de noodzakelijke maatschappelijke en juridische begeleiding – bijvoorbeeld bij gezinshereniging. Zo kunnen jongeren goed geïnformeerde keuzes maken, afgestemd op hun persoonlijke situatie. Daarnaast moet de gemeente op tijd passende jeugdzorg bieden als dat nodig is. Wat moet er volgens VluchtelingenWerk gebeuren? Alleenstaande minderjarige vreemdelingen zijn een kwetsbare groep en verdienen speciale aandacht omdat zij zonder ouders in een vreemd land zijn en tijdens hun reis vaak nare ervaringen hebben gehad,. Een goede start is cruciaal voor deze jongeren. Wat betreft hun opvang, huisvesting en integratie is het nodig om het belang van de jongere centraal te stellen en perspectief te bieden. Het is van groot belang dat er voor hen voldoende structurele en passende opvangplekken zijn. Extra aandacht is nodig voor de overgang en de knelpunten als amv’s 18 jaar worden. Vaak ontbreekt juridische begeleiding die nodig is in het kader van gezinshereniging. Zij moeten net als andere vluchtelingen maatschappelijke begeleiding kunnen krijgen, ook al zijn (ex)amv’s onder de huidige wet niet altijd inburgeringsplichtig (bijvoorbeeld omdat zij een opleiding volgen waarvan het diploma leidt tot vrijstelling hiervan).
Daarnaast is het vaak nodig om deze jongeren preventief en actief psychosociale begeleiding te bieden.
6. Hervestiging Ieder jaar neemt Nederland op basis van het nationale hervestigingsquotum of in het kader van Europese hervestigingsprogramma’s vluchtelingen op die het meest bescherming nodig hebben. Zij worden voorgedragen door de UNHCR en veilig overgebracht uit het opvangland waar zij heen zijn gevlucht maar onvoldoende bescherming kunnen vinden. Nederland toont hiermee ook solidariteit met de opvanglanden in de regio die zeer grote aantallen vluchtelingen opvangen. Rol van de gemeenten Gemeenten kunnen er binnen hun huisvestingstaak voor kiezen om een deel van hun taakstelling in te vullen met hervestigers, als zij willen bijdragen aan internationale solidariteit en de bescherming van vluchtelingen. Dit biedt naast humanitaire voordelen ook praktische voordelen: gemeenten
Standpunten VluchtelingenWerk Nederland voor de gemeenteraad 2026 Pagina 10 van 11
weten vaak ruim van tevoren wanneer deze mensen aankomen en kunnen het huisvestings- en integratieproces goed voorbereiden. In de praktijk blijkt dat hervestigers – ook wel uitgenodigde vluchtelingen genoemd – vaak intensieve en langdurige begeleiding nodig hebben. Ze hebben bijvoorbeeld lang in vluchtelingenkampen gewoond en staan nog maar aan het begin van hun leven in Nederland. Door jaarlijks een klein aantal hervestigers op te nemen, bouwen gemeenten en betrokken organisaties ervaring op en verloopt de integratie beter. Wat moet er volgens VluchtelingenWerk gebeuren? Draag als gemeente bij aan internationale solidariteit en vluchtelingenbescherming door ook huisvesting voor hervestigers aan te bieden. Organiseer hiervoor een goed integratieprogramma in samenwerking met de begeleidende organisaties, zoals VluchtelingenWerk. Hou daarbij rekening met de bijzondere startpositie van deze groep. 7. Participatie in gemeentelijk beleid door (ex)vluchtelingen/statushouders Steeds meer gemeenten betrekken (ex)vluchtelingen actief bij het formuleren en evalueren van beleid. Dit leidt tot inclusief beleid dat echt rekening houdt met de wensen en behoeften van vluchtelingen, waarin zij zelf een actieve rol spelen. Rol van de gemeenten Gemeenten formuleren beleid op tal van terreinen die van wezenlijk belang zijn voor vluchtelingen die bezig zijn een nieuw bestaan op te bouwen.
Dit geldt op vele leefgebieden: opvang, huisvesting, onderwijs, arbeidsmarkt, (geestelijk en lichamelijke) gezondheidszorg, kind en opvoeding, cultuur, sport en recreatie. Actieve betrokkenheid en dialoog met vluchtelingen, op uitnodiging van de gemeentelijke beleidsmakers, kan leiden tot effectief en gedragen beleid dat goed is voor het integratieproces. Wat moet er volgens VluchtelingenWerk gebeuren? Vluchtelingen hebben vaak te maken gehad met geweld en onderdrukking, en zijn noodgedwongen hun land ontvlucht. Tegelijkertijd zijn ze vaak enorm gemotiveerd om in veiligheid een nieuw bestaan op te bouwen. Door hen actief te betrekken bij het beleid dat hen raakt, ontstaat meer betrokkenheid. Zo kunnen vluchtelingen zelf een waardevolle bijdrage leveren en verloopt het integratieproces van beide kanten beter. Een structurele gemeentelijke klankbordgroep van vluchtelingen kan op veel thema’s écht het verschil maken.
Standpunten VluchtelingenWerk Nederland voor de gemeenteraad 2026 Pagina 11 van 11