250924 RAAD CDA TV + ANTW (Vaststelling Omgevingsvisie 2.0)
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAAG RAAD
vraag gesteld door:
Eline van Kalmthout / CDA-fractie
datum vergadering:
24 september 2025
betreft:
Agendapunt: 7 Raadsvoorstel Vaststelling Omgevingsvisie 2.0
VRAAG: In de Omgevingsvisie 2.0 zijn in totaal 10 zoekgebieden voor woningbouw opgenomen. Deze zoekgebieden vormen een belangrijk uitgangspunt voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van onze gemeente. Hierover hebben wij enkele vragen: Vraag 1: Op welke gronden is de verdeling van zoekgebieden voor woningbouw per kern tot stand gekomen? Vraag 2: Welke criteria worden toegepast om te bepalen of een perceel, al dan niet als zoekgebied voor woningbouw wordt opgenomen? Vraag 3: Wat zijn de ontwikkelingen die per opgenomen gebied spelen om het tot zoekgebied op te nemen? Vraag 4: Welke procedure moet doorlopen worden als er in de komende jaren een extra zoekgebied wenselijk blijkt?
ANTWOORD: Vraag 1: In de omgevingsvisie zijn zoekgebieden voor woningbouw opgenomen. Deze gebieden komen in aanmerking om te onderzoeken op welke wijze een woningbouwontwikkeling in deze gebieden mogelijk en gewenst is. Deze gebieden zijn voor een groot deel overgenomen uit de Structuurvisie Rucphen 2030, Daarnaast is aansluiting gezocht bij de gebieden die op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (vervallen 1 januari 2024) van de aanduiding ‘Verstedelijking afweegbaar’ zijn voorzien. Deze aanduiding wordt in de huidige verordening niet meer gehanteerd. Een aantal gebieden zijn aangewezen op basis van principeverzoeken die als kansrijk worden gezien. Vraag 2: De omgevingsvisie 2.0 beschrijft op hoofdlijnen de ontwikkelingen van de kernen en bepalen niet op perceelniveau of er wel of geen woningbouwontwikkeling plaats kan vinden. De zoekgebieden betreffen dan ook alleen de grotere woningbouwontwikkelingen. Er is geen sprake van criteria om een locatie op te nemen als zoekgebied. Hiervoor is, zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 1, aansluiting gezocht bij de structuurvisie Rucphen 2030, de omgevingsverordening en een aantal principeverzoeken die als kansrijk zijn beoordeeld. Vraag 3: Dat scheelt per zoekgebied.
Er zijn zoekgebieden opgenomen, zoals bijvoorbeeld Vissenberg III, waar zelfs al een ruimtelijke procedure voor is doorlopen, maar er zijn ook locaties waar nog geen ontwikkeling(visie) voor bekend is, maar zijn opgenomen omdat we als gemeente vinden dat dit
-2-
gebieden zijn die in aanmerking komen om te onderzoeken en/of in welke vorm woningbouw mogelijk is, zoals bijvoorbeeld aan de noordoostzijde van de kern Zegge en de zuidoostzijde van de kern Sprundel. Vraag 4: De Omgevingsvisie is meer dan een structuurvisie een dynamisch instrument. We gaan daarom uit van bijstelling van de omgevingsvisie, vier jaar na vaststelling. Het actualiseren van de omgevingsvisie kan door bijvoorbeeld het toevoegen van nieuwe doelen, ambitie(s), zoekgebieden of door het geven van duidelijkere kaders of uitwerkingen op een bepaald onderwerp. Hieruit kan ook volgen dat een (omgevings)programma wordt aangepast of dat er een nieuw (omgevings)programma wordt opgestart. Het opnemen (of verwijderen) van zoekgebieden kan hier ook onderdeel van zijn, mits dit past binnen de door de raad vastgestelde omgevingsvisie en niet strijdig is met de landelijke en provinciale wet- en regelgeving. Op het moment dat een zoekgebied in ontwikkeling genomen wordt, moet hiervoor eerst een ontwikkelrichting gemaakt worden. Welke randvoorwaarden er gelden voor deze potentiële woningbouw komt aan bod in deze ontwikkelrichting. Dit betreft een uitvoeringsgerichte gebiedsvisie (ontwikkelvisie) waarin onder meer de randvoorwaarden stedenbouwkundig nader uitgewerkt worden. Het eindresultaat betreft een gedragen stedenbouwkundig plan.
Een gedragen stedenbouwkundige gebiedsvisie (ontwikkelvisie) vormt de basis voor de procedure in het kader van de Omgevingswet. Op het moment dat er een locatie in beeld komt die op dit moment niet is aangeduid als zoeklocatie in de omgevingsvisie 2.0, maar wel als kansrijk wordt gezien, passend is binnen het volkshuisvestingsprogramma (VHP) en de beschikbare ambtelijke capaciteit, dan bestaat altijd de mogelijkheid om hiervoor een ontwikkelrichting op te (laten) stellen.