250528 ABM CDA TV + ANTW (1e berap 2025)
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAAG COMMISSIE ABM
vraag gesteld door:
A. Lambregts en M. van Trijp- Van Overveld / CDA-fractie
datum vergadering:
28 mei 2025
betreft:
Agendapunt: 8 1e bestuursrapportage 2025
VRAGEN: 1.
Maaibestek Turfdal/ Rucphen 2025-2026 (pagina 11) In hoeverre zijn er veranderingen doorgevoerd t.o.v. eerdere jaren in het (maai)beheer van de bermen in onze gemeente?
2.
Participatie-overeenkomst Cultuur met Kwaliteit (pagina 16) a. Betreft het Programma Cultuureducatie met Kwaliteit een wettelijk verplichte taak? b. Zo nee, waarom wordt participatie aan dit programma (zoals gebruikelijk) niet eerst voorgelegd bij de Kadernota?
3.
Storting pensioenfonds (pagina 31) “Uiterlijk in 2027 dient de Pensioenvoorziening op peil worden gebracht.” Is het een mogelijkheid om de storting in de pensioenvoorziening naar voren te halen, waardoor de storting niet ten laste hoeft te komen in een jaar waarin een begrotingstekort wordt voorzien? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat zou een nadeel zijn van het vervroegd op peil brengen van de pensioenvoorziening?
4.
Ontwikkeling m.b.t. reeds gevoteerde investeringskredieten (pagina 32) a. In de financiële verordening Gemeente Rucphen 2025 zijn de nieuwe afschrijvingstermijnen geactualiseerd. De afschrijvingstermijn op reconstructie wegen, reconstructie openbaar groen en voortuigen is daardoor gewijzigd. Kan worden toegelicht hoe de wijziging van de financiële verordening van invloed is op de afschrijving op investeringen uit het Integraal Huisvestingsplan? b. “Door aanwending van de reserves ontstaat een voordeel op het begrotingssaldo 2025 van € 285.528,00.” Worden de bedragen die over de periode 2019-2025 ten laste van de reserves gekomen teruggestort in de reserve(s)?
5.
Afschrijving Project Noorderstraat (pagina 33) en Klimaatbestendige inrichting Bernardstraat (pagina 33) Voor beide projecten wordt cijfermatig een afschrijvingstermijn gehanteerd van 15 jaar. In hoeverre moet de afschrijvingstermijn worden aangepast naar aanleiding van de onlangs vastgestelde financiële verordening Gemeente Rucphen 2025? Zo niet, waarom wijkt de afschrijvingstermijnen af van de financiële verordening?
-2-
Antwoord vraag 1 Ten opzichte van eerdere jaren zijn er ten opzichte van het maaibeheer geen veranderingen doorgevoerd. Verhoging van het budget, zoals voorgesteld, is nodig vanwege een update van de kostenraming. Dit betreft de eenheidsprijzen en niet de benodigde werkzaamheden. Antwoord vraag 2 a. “Cultuureducatie met kwaliteit” is geen wettelijk verplichte taak. b. Wij hebben deelgenomen aan CmK gedurende drie tranches. Om ook aan de laatste tranche deel te kunnen nemen, moest binnen een vastgestelde indieningstermijn een besluit worden genomen. Om de opgebouwde kennis en ervaring te behouden en verder te benutten, is ervoor gekozen deze route te volgen. Antwoord vraag 3 Dit is een mogelijkheid. Op dit moment is een onderzoeksbureau bezig met het inschatten van de gevolgen van de overgang voor alle gemeenten. We verwachten de uitkomsten hiervan nog in 2025 te ontvangen. Zodra we deze hebben ontvangen, bekijken we of de storting eventueel al in 2025 verwerkt kan worden. Antwoord vraag 4 a. De wijzigingen in de financiële verordening hebben betrekking op de onderdelen wegen, groen en voertuigen en die hebben geen relatie met de investeringen van het IHP. b. De toelichting op pagina 32 bestaat uit twee onderdelen: De actualisatie van de afschrijvingslasten; De effecten van de actualisatie van de financiële verordening.
De tabel op pagina 32, waarin drie reserves worden genoemd, betreft de reguliere actualisatie van de afschrijvingslasten, zoals we die jaarlijks verwerken in de 1e bestuursrapportage. Door het doorschuiven van investeringen van 2024 naar 2025, moeten ook de geraamde onttrekkingen aan de genoemde reserves worden doorgeschoven naar 2025. De aanpassing van de financiële verordening wordt met terugwerkende kracht vanaf 2019 toegepast op lopende investeringen. De afschrijvingslasten van deze lopende investeringen worden niet gedekt uit een reserve, maar lopen via het begrotingssaldo. Er vindt dus geen terugstorting plaats over de periode 2019–2025, omdat er bij deze lopende investeringen geen mutaties plaatsvinden met betrekking tot reserves. Antwoord vraag 5 Op het moment van vaststelling van deze investeringen door ons college was de actualisatie van de financiële verordening nog niet aan de orde. De betreffende investeringen zijn daarom berekend op basis van de toen geldende financiële verordening, waarin een afschrijvingstermijn van 15 jaar voor groen en 30 jaar voor wegen van toepassing is. In de 2e bestuursrapportage 2025 zullen we bij deze investeringen de afschrijvingstermijnen actualiseren op basis van de nieuw vastgestelde financiële verordening.