23e OMWB advies PC panel ontwerpbegroting 2023 2 1.docx
Tekst van het document
Het P&C-panel van de OMWB geeft een onafhankelijk advies over P&C-gerelateerde voorstellen die door het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur worden aangeboden. Het panel deelt deze voorstellen met vertegenwoordigers van de OMWB (zoals directeur bedrijfsvoering) voordat een advies wordt verspreid. De adviezen van het P&C-panel worden uitgebracht aan het Ambtelijk Overleg (de VTH-managers van de deelnemers) en aan de P&C-adviseurs van de deelnemers. De adviezen van het P&C-panel maken, via het Ambtelijk Overleg (als ambtelijk voorportaal voor het Algemeen Bestuur), onderdeel uit van de “brede” ambtelijke advisering aan het Algemeen Bestuur. Het staat deelnemers vrij om de uitgebrachte adviezen al dan niet op te volgen. De adviezen worden tevens verstrekt aan de genoemde ambtelijke functionarissen van de OMWB. Het P&C-panel bestaat uit financieel adviseurs van de gemeenten Tilburg, Moerdijk, Breda, Halderberge en de provincie Noord-Brabant. Vergaderdatum Algemeen Bestuur:
13-4-22
Datum uitgebracht advies:
7-4-22
Het P&C-panel heeft zich gebogen over de ontwerpbegroting 2023 en de voorlopige jaarrekening 2021. Ontwerpbegroting 2023 Opmerking vooraf: Het bedrag dat deelnemers betalen aan de omgevingsdienst bestaat uit: - Een prijscomponent. Hoeveel kost een ingekocht uur? Daar gaat deze begroting over, vanuit de eigenaarsrol van gemeenten en provincie: de prijscomponent dus. - De hoeveelheidscomponent, vanuit de opdrachtgeversrol van gemeenten en provincie. Daarop heeft de opdrachtgever directe invloed, op basis van wettelijke taken, beleid en behoefte. Dit geldt voor werkprogramma 2 (advies & projecten) Het beïnvloeden van wat deelnemers uiteindelijk betalen, wordt dus via deze twee knoppen bepaald. Diverse technische en financiële opmerkingen zijn ambtelijk afgestemd en zijn voor dit advies niet relevant. Dit advies richt zich op de hoofdlijnen. Algemeen De kaderbrief 2023 toont beknopt op welke beleidsmatige en financiële ontwikkelingen de OMWB zich voorbereidt in aanloop naar de begroting 2023. In de ontwerpbegroting zijn deze verder uitgewerkt. De OMWB legt een robuuste begroting voor, die in lijn is met de voorafgaande kadernota en conform de afspraken. Ook de financiële positie is versterkt. Er is sprake van een gezond financieel beeld, ondanks de onzekerheden die er ook zijn.
1
Uurtarief Het tarief en de mutaties daarin werden in de kadernota 2023 geschetst. Ten opzichte van de kadernota is hierin geen verandering aangebracht. De effecten van de recente CAO waren hierin reeds meegenomen. Naast de het financiële effect is ook de verlaging van de gemiddelde declarabiliteitsnorm van 1.350 naar 1.328 meegenomen; dit komt voort uit de extra bovenwettelijke verlofdagen waarop alle werknemers voortaan recht hebben.
Volume o De productieve uren worden geraamd op 345.000 (begroting 2022: 338.500), waarbij de begrote omzet van € 35,3 naar € 35,7 miljoen stijgt; o De begrote personele formatie daalt van 304 naar 294 fte. Hiervan is 18% overhead. o De flexibele schil groeit van 4% naar 8%. Bijzonderheden o De OMWB heeft een kosteneffectiviteitsonderzoek laten uitvoeren (‘Van goed naar Beter’). In de begroting 2022 zijn naar aanleiding hiervan netto € 200.000 besparingen opgenomen. In de ontwerpbegroting 2023 komen er netto structureel € 478.000 besparingen bij. Dit bestaat uit: - € 150.000 minder formatie op vergunningtaken (minder kosten), - € 528.000 uit te werken maatregelen (minder kosten). De concretisering hiervan volgt nog. - € 200.000 extra kosten kwaliteitsmanagement. Daarnaast heeft de OMWB incidentele kosten van € 250.000 opgenomen voor een kwaliteitsmanagementsysteem, net als in 2022. o De wijzigingen n.a.v. MWB-norm zijn doorgevoerd in de begroting 2023. Dit kan voor enkele gemeenten invloed hebben (inbreng volume). Gemeentes zijn hierover geïnformeerd, met de gelegenheid om vragen te stellen. Zie de separaat toegevoegde bijlage voor meer informatie van de OMWB hierover. Advies is om duidelijkheid te verstrekken over welke maatregelen op welke wijze in de begroting worden verwerkt om de € 500.000 aan besparingsmaatregelen te effectueren.
Financiële positie Het financiële panel heeft eerder het belang van een goede weerstandsratio benadrukt en hiervoor aandacht gevraagd. Het is goed om te constateren dat de financiële positie van de OMWB sterker is geworden. Dat blijft van belang, gezien de risico’s en onzekerheden die op de omgevingsdienst afkomen.
2
Het Algemeen Bestuur van de OMWB heeft het niveau van het weerstandsvermogen genormeerd tussen 4% en 6% van de omzet. De begrote algemene reserve eind 2023 bedraagt € 1,93 miljoen en dat is 5,5% van de begrote omzet. Daarnaast is de financiële waarde van de gewogen risico’s € 1,905 miljoen. De algemene reserve is daarmee groter dan de voorziene risico’s; de weerstandsratio is 1,01 en scoort een voldoende. Dat was voorheen nog onvoldoende. De verbetering komt voort uit een lager risicoprofiel en een hogere algemene reserve. Zie blz. 12/13 van de ontwerpbegroting. Ons advies is om kritisch te kijken naar de risicotabel en of de risico’s in voldoende mate zijn meegenomen. De OMWB geeft in haar ontwerpbegroting reeds aan dat twee aanvullende ontwikkelingen risico’s opleveren die nog niet te kwantificeren te zijn: de impact van de bevoegdheidsverschuiving VTH-bodemtaken van provincie naar gemeenten en de prijsstijgingen n.a.v. de Russische invasie van Oekraïne; hierop wordt in de 1e burap verder ingegaan. Concept jaarstukken 2021 Het resultaat is positief, en dat was tegen de verwachting in. Met de 2e burap 2021 werd een verlies voorzien van € 200.000, maar het resultaat leidt tot een plus van € 164.000. Op een omzet van € 35,2 miljoen bedraagt het resultaat 2021 0,5% van de gerealiseerde omzet. De OMWB realiseerde 334.300 declarabele uren (primitieve begroting 2021: 338.500).
De gemiddelde declarabiliteit was 1.365 uren per persoon (norm: 1.350), ondanks een licht hoger ziekteverzuim van 5,1%. Per P&C-moment en per categorie is dit resultaat hieronder gespecificeerd.
3
Er was meer omzet en er waren minder reiskosten. Het nadeel van extra kosten door een eenmalige uitkering viel weg tegen het voordeel van lagere andere personele kosten. Ook huisvestingskosten waren lager. ICT-kosten waren hoger in verband met de keuze voor een andere leverancier en eenmalige investeringen; dit leidt tot besparingen in toekomstige jaren. Een ander voordeel is het niet hoeven aanspreken van de post onvoorzien van € 150.000. Verder is er een storting gedaan in de reserve meetstations die voor de provincie worden ingezet. Het weerstandsvermogen van € 1,9 miljoen is voldoende om de onderkende afgewogen risico’s af te dekken uit de jaarrekening. De waarde van die risico’s bedraagt ook € 1,9 miljoen. De beoogde resultaatbestemming, waarbij het resultaat wordt toegevoegd aan de algemene reserve, draagt bij aan de verdere versterking van het weerstandsvermogen. De belangrijkste risico’s die de OMWB benoemt in de jaarrekening zijn de problematiek op de arbeidsmarkt, de Omgevingswet en het project kosteneffectiviteit ‘Van goed naar beter’, waarin besparingsopgaven gerealiseerd moeten worden. De voorlopige jaarstukken zijn aangeboden aan de accountant; de accountantsverklaring volgt dus nog. Ons advies is een analyse uit te voeren op de gerealiseerde gemiddelde declarabiliteit en wat dit mogelijk voor een effect heeft in 2022 en verder.
Met als doel een zo goed mogelijke norm als uitgangspunt te hebben voor toekomstige begrotingen.
4