CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

21b1 regels NL.IMRO.0840.9000B0056.ON01 2022-03-16

gemeenteraad 15 juni 2022, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2020, Hoeksestraat ong. tussen nr. 15a en 17 te Schijf’10.832 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regels

Bestemmingsplan “Buitengebied Rucphen 2020, Hoeksestraat ong. tussen nr. 15a en 17 te Schijf” Planstatus: Datum: Plan identificatie:

ontwerp 2022-03-16 NL.IMRO.0840.9000B0056.ON01

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels .................................................................................................................... 3 Begrippen ................................................................................................................................. 3 Wijze van meten .................................................................................................................... 13

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels .............................................................................................................. 14 Groen - Landschapselement .................................................................................................. 14 Wonen .................................................................................................................................... 16

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels ................................................................................................................... 19 Anti-dubbeltelregel ................................................................................................................ 19 Algemene bouwregels............................................................................................................ 19 Algemene gebruiksregels ....................................................................................................... 20 Algemene aanduidingsregels ................................................................................................. 21 Algemene afwijkingsregels ..................................................................................................... 22 Algemene procedureregels .................................................................................................... 24 Overige regels ........................................................................................................................ 24

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels ...................................................................................................... 25 Overgangsrecht ...................................................................................................................... 25 Slotregel ................................................................................................................................. 25

Bijlagen Bijlage 1

Landschapsplan

Bestemmingsplan regels 202040 I 16-03-2022

Pagina 2 van 25

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2020, Hoeksestraat ong. tussen nr. 15a en 17 te Schijf’ met identificatienummer NL.IMRO.0840.9000B0056.ON01 van de gemeente Rucphen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 ander geluidsgevoelig gebouw een onderwijsgebouw, ziekenhuis, verpleeghuis, verzorgingstehuis, psychiatrische inrichting of kinderdagverblijf; 1.6 antennedrager antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne; 1.7 archeologische verwachting de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten; 1.8 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten; 1.9 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.10 bebouwingslint een lijnvormige verzameling van gebouwen langs een weg in het buitengebied, doorgaans dubbelzijdig aanwezig, met geringe afstanden tussen bouwkavels, veelal met een historisch gegroeide menging van

kleinschalige niet-buitengebiedgebonden functies; 1.11 bebouwingspercentage een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd; 1.12 bed and breakfast een kleinschalige overnachtingaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf (maximumverblijfsduur zes aaneengesloten nachten) met het serveren van ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een woonhuis en wordt gerund door de eigenaren van het betreffende huis. Hieronder wordt niet verstaan een overnachting noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. Aanverwante voorzieningen, zoals speeltuintjes, stallingen, detailhandel, horeca en dergelijke zijn niet toegestaan; 1.13 bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten aan huis daaronder niet begrepen; Bestemmingsplan regels 202040 I 16-03-2022

Pagina 3 van 25

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.14 bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf, een agrarisch bedrijf, een kantoor, een detailhandelsvoorziening, een horecavoorziening, een maatschappelijke voorziening, een voorziening voor cultuur en ontspanning, een maatschappelijke voorziening, een dag- of verblijfsrecreatieve voorziening of een sportvoorziening; 1.15 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die dient voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van de grond ter plaatse van het gebouw of het terrein, noodzakelijk moet worden geacht; 1.16 beperkt kwetsbaar object onder een beperkt kwetsbaar object worden verstaan: a. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per ha, en; b. dienst- en bedrijfswoningen van derden; c. kantoorgebouwen; d. hotels en restaurants; e. winkels; f. sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen; g. kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden; h. bedrijfsgebouwen; i.

objecten die met de onder a tot en met f en h genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voorzover die objecten geen kwetsbare objecten zijn, en; j. objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voorzover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval; 1.17 bergbezinkbassin ondergrondse voorziening om rioolwater te laten bezinken; 1.18 beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis het bedrijfsmatig verlenen van diensten dan wel het uitoefenen van bedrijvigheid waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet-publieksaantrekkend zijn en die door de bewoner van de woning als ondergeschikte activiteit in de woning of in een bijbehorend bouwwerk bij de woning wordt uitgeoefend; 1.19

bestaand bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, mits dat bouwwerk legaal tot stand is gekomen, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding van het plan is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat, mits dat gebruik legaal tot stand is gekomen, tenzij in de regels anders is bepaald; a.

1.20 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.21 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.22 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; Bestemmingsplan regels 202040 I 16-03-2022

Pagina 4 van 25

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.23 bijgebouw een op zich zelfstaand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.24 boerderijkamer/appartement (deel van) een voormalig agrarisch gebouw dat wordt gebruikt voor recreatief nachtverblijf, waarbij wordt overnacht in kamers van beperkte omvang; 1.25 boringsvrije zone gebied rondom een waterwingebied waar zich tussen het maaiveld en het watervoerende pakket waaraan het grondwater wordt onttrokken een aaneengesloten, slecht doorlaatbare kleilaag bevindt; 1.26 bos elk terrein waarop bosbouw wordt uitgeoefend, zijnde het geheel van bedrijfsmatig handelen en activiteiten gericht op de duurzame instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van (één of meerdere van de functies) natuur, houtproductie, milieu (waaronder begrepen waterhuishouding), landschap en extensieve recreatie; 1.27 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.28 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.29 bouwlaag doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd; 1.30 bouwperceel een aaneengesloten stuk

grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.31 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel; 1.32 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.33 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.34 camping een bedrijfsmatig geëxploiteerd terrein, geheel of gedeeltelijk ingericht en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van mobiele kampeermiddelen, stacaravans en/of vakantiebungalows ten behoeve van recreatief nachtverblijf; 1.35 caravan een al dan niet uitklapbare wagen of voertuig, onder welke benaming ook aangeduid, die uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot recreatief verblijf van één of meer personen en die bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen, ook over grote afstanden, als een aanhangsel van een personenauto te worden voortbewogen.

Ook indien deze wagen of dit voertuig wegens daaraan of daarbij aangebrachte wijzigingen of voorzieningen niet of niet meer geschikt is om te worden verreden, wordt hij voor de toepassing van dit plan aangemerkt als caravan; Bestemmingsplan regels 202040 I 16-03-2022

Pagina 5 van 25

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.36 cultuurhistorische waarden en kenmerken waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden; 1.37 cultuurhistorisch waardevolle bebouwing een cultuurhistorisch waardevol pand, object of andere vorm van bebouwing met architectuurhistorische waarde, cultuurhistorische waarde, ruimtelijke samenhang, landschappelijke waarde en/of gaafheid; 1.38 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder tevens internetbedrijven worden verstaan waarbij producten ter plaatse bezichtigd, geretourneerd en/of afgehaald kunnen worden; 1.39 dierenverblijf een gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren, inclusief de daartoe behorende voorzieningen; 1.40 ecologische waarden en kenmerken aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde of oorspronkelijke natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren de natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van de bodem, water en lucht, rust, de

mate van stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaarde; 1.41 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, voor zover het bestemmingsplan deze inrichting niet verbiedt; 1.42 erotisch getinte vermaaksfunctie een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.43 extensieve (dag)recreatie die vormen van recreatie die in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, varen, zwemmen, vissen en paardrijden; 1.44 extensief recreatief medegebruik recreatief gebruik van gronden, zoals wandelen, fietsen, varen, zwemmen, vissen en daarmee gelijk te stellen activiteiten (met inbegrip van rust- en picknickplaatsen met bijbehorend meubilair), dat geen specifiek beslag legt op de ruimte, behoudens ruimtebeslag door voet-, fiets- en ruiterpaden met wegbewijzering en rust- en picknickplaatsen met bijbehorend meubilair; 1.45 functie doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan; 1.46 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden

omsloten ruimte vormt; 1.47 gebruiken gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven;

Bestemmingsplan regels 202040 I 16-03-2022

Pagina 6 van 25

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.48 geluidsbelasting vanwege het wegverkeer de gemiddelde geluidsbelasting over de dag-, avond- en nachtperiode (Lden) uitgedrukt in dB op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke wegverkeer op een bepaald weggedeelte of een combinatie van weggedeelten, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.49 geomorfologische waarden de in het kader van dit plan aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door de samenhang van de verschijningsvorm van het aardoppervlak met de wijze van zijn ontstaan; 1.50 hobbymatig houden van paarden het niet bedrijfsmatig houden van paarden, zodat er geen sprake is van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, en niet is gericht op het generen van winst; 1.51 hogere grenswaarde een maximale waarde voor de geluidsbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder; 1.52 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.53 horecabedrijf een bedrijf gericht op het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide en al dan niet ter plaatse te nuttigen dranken en/of etenswaren en/of het verstrekken van logies en/of het exploiteren van zaalaccomodaties, met

uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.54 huishouden persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; 1.55 kantine verblijfslokaal ten behoeve van de recreatieve voorzieningen waar men consumpties kan kopen en nuttigen; 1.56 kantoor een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder congressen en vergaderaccommodaties; 1.57 kernrandzone overgangsgebied, gelegen langs het bestaand stedelijk gebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand tot elkaar en met een ondergeschikte of afnemende agrarische functie; 1.58 kleinschalig beschermd wonen Wonen in (een) kleinschalige accommodatie(s) van ten hoogste 5 personen met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven

in de samenleving. 1.59 kunstwerken bouwwerken geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke; 1.60 kwetsbaar object onder een kwetsbaar object worden verstaan: Bestemmingsplan regels 202040 I 16-03-2022

Pagina 7 van 25

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

a. b.

woningen, woonschepen en woonwagens, niet zijnde beperkt kwetsbare objecten; gebouwen bestemd voor verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen, of; 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; 4. gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals: ▪ kantoorgebouwen en hotels met een brutovloeroppervlakte van meer dan 1.500 m2; ▪ complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk brutovloeroppervlakte meer dan 1.000 m2 bedraagt en winkels met een totaal brutovloeroppervlakte van meer dan 2.000 m2 per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd, en; ▪ kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen;

1.61 landschapselementen ecologische, cultuurhistorische en/of landschappelijke waardevolle elementen zoals bosjes, houtwallen, poelen en moerasjes, in de regel kleiner dan 2 ha; 1.62 landschappelijke inpassing het optimaal op elkaar afstemmen van bebouwing en beplanting, rekening houdend met de ter plaatse voorkomende landschappelijke en cultuurhistorische waarden, om zo te komen tot een landschappelijke inpassing van nieuwe bebouwing en/of gebruik die recht doet aan de kwaliteit en de beleving van het landschap; 1.63 landschappelijke waarden en kenmerken gebruikswaarde, natuurwaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten; 1.64 maatschappelijke voorzieningen culturele, educatieve, medische, sociale en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.65 maatvoeringsvlak een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangegeven, waar een bepaalde maatvoering geldt; 1.66 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de

gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.67 mobiel kampeermiddel een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan, dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, bedoeld voor recreatief nachtverblijf; 1.68 natuurwaarden de aan een gebied toegekende, gewenste of oorspronkelijke waarden in verband met biotopen, bijzondere flora en fauna, ecologische samenhangen en structuren;

Bestemmingsplan regels 202040 I 16-03-2022

Pagina 8 van 25

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.69 nevenactiviteit een ondergeschikte activiteit waarvan de omvang zodanig is dat deze, met behoud van de hoofdfunctie, naast de hoofdfunctie kan worden uitgeoefend; 1.70 nieuwvestiging projectie van een al dan niet gekoppeld bouwvlak op een locatie die niet is voorzien van de aanduiding 'bouwvlak'; 1.71 normaal onderhoud, gebruik en beheer een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten in lijn met de bestemming dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt gehandhaafd; 1.72 nutsvoorziening voorziening ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van openbaar vervoer, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie; 1.73 ondergeschikte activiteit een activiteit van zeer beperkte beroepsmatige, bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft; 1.74 ondergeschikte detailhandel detailhandel vanuit vestigingen/voorzieningen die als hoofdactiviteit geen detailhandel hebben en waarvan de detailhandelsfunctie aantoonbaar ondergeschikt en gelieerd is aan de hoofdfunctie, een en ander tot een

maximum van 20% van de totale omzet en/of maximaal 20% van het totale bedrijfsoppervlak met een maximum winkelvloeroppervlak (WVO) van 100 m2; 1.75 ondergeschikte horeca horeca van zeer beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft. Voor ondergeschikte horeca geldt dat het horeca betreft ter ondersteuning van een andere hoofdfunctie/andere activiteit van het bedrijf. Het verstrekken van horeca aan derden is niet toegestaan, waarbij onder derden wordt verstaan: mensen/groepen die niet specifiek voor de hoofdfunctie van het bedrijf komen, zoals passanten. Het organiseren van feesten en partijen en dergelijke is tevens niet toegestaan; 1.76 overkapping een bouwwerk voorzien van een gesloten dak en van maximaal twee wanden;; 1.77 paardenbak een niet overdekt en al dan niet omsloten terrein, voorzien van een bewerkte/aangepaste bodem, voor het africhten, trainen en berijden van paarden en het anderszins beoefenen van de paardensport; 1.78

peil voor gebouwen, waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwterrein; a.

1.79 permanente bewoning bewoning door een persoon of door groepen van personen van een voor recreatieve bewoning bedoelde ruimte als hoofdverblijf dan wel als vaste woon- of verblijfplaats; 1.80 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

Bestemmingsplan regels 202040 I 16-03-2022

Pagina 9 van 25

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.81 recreatie het ondernemen van activiteiten voor diens plezier; 1.82 recreatieve bewoning bewoning die plaatsvindt in het kader van weekend- en/of verblijfsrecreatie. Permanente bewoning en huisvesting van seizoensarbeiders is niet toegestaan; 1.83 recreatieve standplaats een afgescheiden, gemarkeerde of anderszins aangegeven plaats op een camping of recreatiepark voor het plaatsen of geplaatst houden van één mobiel kampeermiddel, één stacaravan of één vakantiebungalow, eventuele bijzettentjes niet meegerekend; 1.84 recreatieverblijf een (gedeelte van een) gebouw, onderkomen of voertuig dat is bestemd voor, en naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning, zoals een recreatiewoning, een groepsaccommodatie, een boerderijkamer/appartement, een trekkershut, een vakantieappartement, een vakantiebungalow, een glamping accommodatie, een stacaravan en een mobiel kampeermiddel; 1.85 recreatiewoning een gebouw dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning.

Onderbouwen dan wel onderkelderen van een dergelijk gebouw is niet toegestaan; 1.86 ruimtelijke kwaliteitsverbetering een afgescheiden, gemarkeerde of anderszins aangegeven plaats op een camping of recreatiepark voor het plaatsen of geplaatst houden van één mobiel kampeermiddel, één stacaravan of één vakantiebungalow, eventuele bijzettentjes niet meegerekend; 1.87 seksautomatenhal een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of live-shows van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven; 1.88 seksbioscoop en/of -theater een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin vertoningen van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven; 1.89 seksinrichting de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.

Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotischmassagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.90 slopen het al dan niet geheel afbreken van gebouwen en andere bouwwerken; 1.91 sportpark een terrein dat is bedoeld voor de uitoefening van buitensport, bestaande uit één of meer sportvelden en daarbij behorende kleedgebouwen, kantines, tribunes en overige voorzieningen. 1.92 sportvoorzieningen gebouwde en ongebouwde voorzieningen voor het beoefenen van binnen- of buitensport, waaronder begrepen sportvelden, sportparken en sporthallen. 1.93 stacaravan een onderkomen, onder welke benaming ook aangeduid, dat uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot recreatief nachtverblijf van één of meer personen en dat door aanwezigheid van een chassis, assenstelsel en wielen wel over korte afstand naar een vaste recreatieve standplaats kan worden verreden, maar dat niet Bestemmingsplan regels 202040 I 16-03-2022

Pagina 10 van 25

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen als aanhangsel van een personenauto te worden voortbewogen; 1.94 statische opslag opslag van goederen die naar hun aard geen regelmatige verplaatsing behoeven, zoals auto's, boten en caravans. De opslag mag niet bestemd zijn voor de handel en mag niet plaatsvinden voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf; 1.95 straatprostitutie het zich op de openbare weg respectievelijk op openbare ruimten of in een zich op de openbare weg respectievelijk openbare ruimte bevindend voertuig beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.96 tentwagen een uitklapbare kampeeraanhangwagen of vouwwagen, bestaande uit een tent en een kar waarin die tent kan worden ingeklapt, onder welke benaming ook aangeduid, die uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot recreatief verblijf van één of meer personen en die bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen, ook over grote afstanden, als een aanhangsel van een personenauto te worden voortbewogen.

1.97 theeschenkerij kleinschalige horecavoorziening die uitsluitend tot hoofddoel heeft het tegen betaling verstrekken van nietalcoholische dranken en kleine gerechten; 1.98 tijdelijke huisvesting van seizoensarbeiders het huisvesten van seizoenarbeiders (tijdelijke arbeidsmigranten), die in een periode van grote arbeidsbehoefte gedurende enkele maanden op het eigen agrarisch bedrijf werkzaam zijn om naar aard kortdurend werk te verrichten, voor zover noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering; 1.99 trekkershut een kampeerhuisje bestaande uit één ruimte, zonder verdieping, waar maximaal 4 personen in kunnen overnachten; 1.100 uitvoeren uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.101 vakantieappartement deel van een gebouw dat blijvend is ingericht voor recreatief nachtverblijf, waarbij wordt verbleven in zelfstandige eenheden.

1.102 vakantiebungalow een gebouw, onder welke benaming ook aangeduid, geen woonkeet, geen caravan, geen stacaravan of ander bouwsel op wielen zijnde, dat uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot recreatief nachtverblijf van één of meer personen; 1.103 verblijfsrecreatie het verblijf voor recreatieve doeleinden buiten de eerste woning, waarbij ten minste één nacht wordt doorgebracht, met uitzondering van overnachtingen bij familie en kennissen; 1.104 voorgevel de gevel van een gebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.105 voormalige agrarische bedrijfslocatie een agrarisch of niet-agrarisch bouwvlak waarop in het verleden een agrarisch bedrijf werd uitgeoefend, waarvan de bedrijfsgebouwen nog geheel of gedeeltelijk bestaan;

Bestemmingsplan regels 202040 I 16-03-2022

Pagina 11 van 25

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.106 vormverandering van een bouwvlak wijziging van de begrenzing van een bouwvlak zonder dat dit gepaard gaat met een vergroting van de totale oppervlakte; 1.107 waterberging gebieden die integraal onderdeel uitmaken van het watersysteem en die periodiek vanuit het oppervlaktewatersysteem kunnen overstromen; 1.108 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die het waterhuishoudkundige belang dienen, waaronder voorzieningen voor waterberging, aanvoer en -afvoer, zoals watergangen, waterlopen en waterpartijen, kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang of waterloop; 1.109 waterwinbedrijf een bedrijf gericht op het winnen van water uit het waterwingebied met bijbehorende voorzieningen zoals een retentievijver, een onthardingsinstallatie en kalk-opslag; 1.110 waterwingebied gebied waar waterwinning plaatsvindt ten behoeve van de openbare watervoorziening door onttrekking van grondwater; 1.111 weg als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub b van de Wegenverkeerswet 1994, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 1.112 werk een constructie, geen gebouw of bouwwerk zijnde; 1.113 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.114 woonunit een te verplaatsen/verwijderen bouwwerk bestaande uit één bouwlaag, geschikt en ingericht ten dienste van het woon-,

dag-, of nachtverblijf van één of meer personen; 1.115 zend-/ontvangstinstallatie installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;

Bestemmingsplan regels 202040 I 16-03-2022

Pagina 12 van 25

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Artikel 2 2.1

Wijze van meten

Algemeen

2.1.1 afstanden van gebouwen onderling, alsmede afstanden van gebouwen tot de bouwperceelsgrens worden gemeten vanaf de zijgevel van een gebouw; 2.1.2 de bebouwde oppervlakte van een bouwperceel of een ander terrein door de oppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen en overkappingen bij elkaar op te tellen, tenzij in deze regels anders is bepaald; 2.1.3 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en de zijgevel van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.1.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.1.5 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q.

de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, ondergeschikte bouwdelen, zoals goten van dakkapellen, niet meegerekend; 2.1.6 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.1.7 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.1.8 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.1.9 de breedte en diepte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat; 2.1.10 de verticale diepte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het diepste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals funderingen, rioleringen, kabels en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2

Ondergeschikte bouwdelen

Bouwdelen als plinten, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, portalen, balkons en overstekende daken worden bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen of in de regels bepaalde afstands- en hoogtematen maximaal 1 m bedraagt.

Bestemmingsplan regels 202040 I 16-03-2022

Pagina 13 van 25

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen - Landschapselement

Bestemmingsomschrijving

3.1.1 Algemeen De voor 'Groen - Landschapselement' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van natuurlijke en/of cultuurhistorisch en/of landschappelijk waardevolle landschapselementen; b. extensief recreatief medegebruik; c. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; d. ondergeschikte bijbehorende wegen, paden en verhardingen; e. andere tot de bestemming behorende voorzieningen. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Algemeen Het is verboden om op deze gronden te bouwen. 3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1 Verboden gebruik Tot het verboden gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden voor het opslaan, storten of bergen van materialen en producten, behoudens zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het gebruik van gronden voor het grazen van dieren. 3.4

Omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden

3.4.1 Omgevingsvergunningsvereiste Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van beplanting, waaronder bijvoorbeeld houtgewas, tenzij het beplanting betreft die wordt aangebracht ter uitvoering van een in artikel 7.2 genoemd landschappelijk inpassingsplan; b. het vellen van houtgewas wat niet overeenkomt met de duurzame ontwikkeling of instandhouding van de bij de bestemming behorende landschappelijke, natuurlijke of cultuurhistorische waarden; c. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; d. het verrichten van grondroeractiviteiten, bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage; e. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; f. het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; g. het aanbrengen van voorzieningen van geringe omvang ten behoeve van extensieve recreatie; h. het aanbrengen van (half)verhardingen. 3.4.2 Uitzonderingsregel Het in lid 3.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en/of werkzaamheden die: a. behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming, als afzetten, knotten, dunnen, waarbij de in 3.1.1 sub a genoemde waarden duurzaam worden veiliggesteld; b.

reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 3.4.3 Voorwaarden Een omgevingsvergunning voor werken en/of werkzaamheden als bedoeld in 3.4.1 wordt door het bevoegd gezag niet eerder verleend, nadat: Bestemmingsplan regels 202040 I 16-03-2022

Pagina 14 van 25

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

a.

is aangetoond dat uitoefening van de werken en/of werkzaamheden niet strijdig is met de belangen van de bestemming; b. een deskundigenrapport is overgelegd omtrent de vraag of door de voorgenomen werken en/of werkzaamheden de belangen in verband met de bestemming niet onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.

Bestemmingsplan regels 202040 I 16-03-2022

Pagina 15 van 25

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Artikel 4 4.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

4.1.1 Bestemming De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning, waarbij per bouwvlak één woning is toegestaan; b. groenvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 4.1.2 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen, met inachtneming van de aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 4.1.1 genoemde bestemmingen worden opgericht: a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bouwwerken; c. bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Algemeen Gebouwen mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. de afstand tussen gebouwen onderling, indien deze niet aaneengesloten zijn gebouwd, bedraagt minimaal 3 m. b. ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwd oppervlakte (%)’ mag maximaal 50% van het bestemmingsvlak, de bebouwing meegeteld, verhard worden. 4.2.2 Hoofdgebouwen Hoofdgebouwen mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht; b. de goothoogte bedraagt maximaal 5,5 m en de bouwhoogte bedraagt maximaal 9 m; c. de breedte van een hoofdgebouw bedraagt maximaal 20 m; d. de afstand van de voorgevel van een hoofdgebouw tot de as van de openbare weg bedraagt minimaal 15 m; e. de inhoud bedraagt maximaal 1000 m³; f. de woning dient te worden voorzien van een kap; g. de dakhelling bedraagt minimaal 30° en maximaal 65°; h. de afstand tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 3 m. 4.2.3 Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de goothoogte bedraagt maximaal 3,5 m; c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m; d.

de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per woning bedraagt maximaal 100 m², met dien verstande dat de bebouwde oppervlakte van het bouwperceel maximaal 40% bedraagt; e. bijbehorende bouwwerken worden opgericht op een afstand van minimaal 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde hiervan. 4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. bij een woning mag maximaal één zwembad worden opgericht, met dien verstande dat: 1. het zwembad binnen het bouwvlak wordt opgericht; 2. het zwembad wordt opgericht op een afstand van minimaal 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde hiervan; 3. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 5 m bedraagt; 4. de afstand tot de woning maximaal 20 m bedraagt; Bestemmingsplan regels 202040 I 16-03-2022

Pagina 16 van 25

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

5.

b. c. d.

4.3

het zwembad mag worden overkapt met een overkapping met een bouwhoogte van maximaal 1 m, met dien verstande dat de oppervlakte van deze overkapping niet meetelt bij het bepalen van de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken als bedoeld in 4.3.3; de bouwhoogte van pergola's en tuinmeubilair bedraagt maximaal 2,5 m; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt maximaal 4 m. Nadere eisen

Bij verharding van het bestemmingsvlak ‘Wonen’ dient voldaan te worden aan de regels conform de Keur van het waterschap de Brabantse Delta. Indien er een toename van de verhard oppervlakte meer dan 500 m2 bedraagt, dienen er compenserende maatregelen te worden getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel: Benodigde retentiecapaciteit (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06. 4.4

Afwijken van de bouwregels

4.4.1 Paardenbak Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.3 voor het oprichten van een paardenbak voor hobbymatig gebruik, met dien verstande dat: a. per woning binnen het bouwvlak maximaal 1 paardenbak is toegestaan; b. de paardenbak wordt gesitueerd achter de voorgevellijn van de woning; c. de oppervlakte van de paardenbak maximaal 800 m² bedraagt; d. de bouwhoogte van de omheining maximaal 1,70 m bedraagt; e. er geen lichtmasten mogen worden geplaatst; f. de afstand van de paardenbak tot het bestemmingsvlak van woningen van derden minimaal 25 m bedraagt. 4.5

Specifieke gebruiksregels

4.5.1 Verboden gebruik Tot het verboden gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden binnen deze bestemming voor andere vormen van wonen dan de huisvesting van één afzonderlijk huishouden per woning, zoals bedrijfsmatige kamerverhuur of de huisvesting van (groepen) personen die geen huishouden vormen; b. het opslaan, het storten en/of het bergen van goederen, materialen en producten, behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. het gebruik van opstallen voor statische opslag; d. het gebruik van gronden voor kampeermiddelen; e. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; f. het gebruik van ruimten binnen de woning en/of bijbehorende bouwwerken bij de woning voor beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis dan wel voor een bed and breakfast; g. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. 4.6

Afwijken van de gebruiksregels

4.6.1 Beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1.1 juncto lid 4.5.1 sub f voor de uitoefening van beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis in het hoofdgebouw en/of in bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: a. het gebruik een kleinschalig karakter heeft en behoudt; b. door de uitoefening van de activiteit(en) het uiterlijk van de woning niet zodanig wijzigt dat de woning het karakter van een woning geheel of gedeeltelijk verliest; c. de vloeroppervlakte van de activiteit(en) in de woning en bijbehorende bouwwerken gezamenlijk maximaal 70 m² bedraagt;

Bestemmingsplan regels 202040 I 16-03-2022

Pagina 17 van 25

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

d. e. f. g. h. i. j. k. l.

de activiteit(en) niet vergunnings- of meldingsplichtig zijn op grond van milieuwetgeving, met dien verstande dat deze voorwaarde niet geldt voor theeschenkerijen; degene die de activiteit(en) in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitvoert tevens gebruiker van de woning is; parkeren plaatsvindt op eigen terrein; de activiteit(en) niet leiden tot een onevenredige verkeersaantrekkende werking en/of verkeersonveilige situaties; de uitoefening van detailhandel niet is toegestaan, uitgezonderd als ondergeschikte nevenactiviteit gerelateerd aan de desbetreffende activiteit(en); er geen buitenopslag plaatsvindt; het gebruik niet leidt tot afbreuk en/of belemmering van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of bebouwing; de uitoefening van seksinrichtingen niet is toegestaan; de uitoefening van horeca-activiteiten niet is toegestaan, met uitzondering van: 1. een theeschenkerij; 2.

een bed and breakfast, met dien verstande dat: ▪ het aantal personen dat tegelijkertijd van een bed and breakfast gebruik kan maken maximaal 10 bedraagt; ▪ de vloeroppervlakte van de bed and breakfast maximaal 40% van het totale woonoppervlak bedraagt; ▪ er maximaal 4 bed and breakfast kamers mogen worden gerealiseerd; hiervan mogen maximaal 2 bed and breakfast kamers in een bestaand bijbehorend bouwwerk worden gerealiseerd voor in totaal maximaal 4 personen; ▪ de bed and breakfast niet mag worden gevestigd in of bij een mantelzorgwoning; ▪ in een voormalige mantelzorgwoning een bed and breakfast mag worden gerealiseerd wanneer deze is opgericht in een bestaand bijbehorend bouwwerk en de keukenvoorziening is verwijderd, waarbij een pantry wel is toegestaan; ▪ de bed and breakfast accommodatie niet mag worden gebruikt voor de huisvesting van seizoensarbeiders of andere vormen van huisvesting.

Bestemmingsplan regels 202040 I 16-03-2022

Pagina 18 van 25

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 3 Artikel 5

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 6 6.1

Algemene bouwregels

Afstand van geluidsgevoelige bebouwing tot de weg

6.1.1 Algemeen Deze bepaling strekt tot de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met het wegverkeerslawaai van lokale en interlokale wegen. 6.1.2 Bouwregels Voor de bouw van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen op gronden die zijn gelegen naast wegen dient in ieder geval een afstand van 15 m uit de as van de weg in acht te worden genomen. 6.1.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, al dan niet in combinatie met de afwijkingsbevoegdheid zoals opgenomen in lid 9.4, door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.1.2 voor het toestaan van een kortere afstand tot de weg, met dien verstande dat de voldaan moet worden aan de geluidsnormen voor nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen uit de Wet geluidhinder juncto het Besluit geluidhinder. 6.2

Ondergronds bouwen

6.2.1 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. binnen het bouwvlak zijn ondergrondse bouwwerken toegestaan, met dien verstande dat: 1. ondergrondse bouwwerken onder de contouren van woningen, bedrijfswoningen en agrarische bedrijfsgebouwen in de vorm van dierenverblijven zijn toegestaan tot een verticale diepte van maximaal 4 m, met dien verstande dat toegangen tot deze ondergrondse bouwwerken, zoals hellingbanen en trappen, ook buiten de genoemde contouren zijn toegestaan tot een verticale diepte van maximaal 4 m; 2. hellingbanen en laaddocks, anders dan bij woningen, bedrijfswoningen en agrarische bedrijfsgebouwen in de vorm van dierenverblijven zijn toegestaan tot een verticale diepte van maximaal 4 m; 3. randvoorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, zoals bergbezinkbassins, bergbezinkleidingen en bergingsbassins, zijn toegestaan tot een verticale diepte van maximaal 4 m; 4. voorzieningen ten behoeve van kadaverkoelingen zijn toegestaan tot een oppervlakte van maximaal 10 m2 en een verticale diepte van maximaal 1,5 m; 5. overige ondergrondse bouwwerken zijn toegestaan tot een verticale diepte van maximaal 1,5 m; b. buiten het bouwvlak zijn uitsluitend de volgende ondergrondse bouwwerken toegestaan: 1.

voorzieningen ten behoeve van kadaverkoelingen, met een maximum oppervlakte van 10m2 en een maximale verticale diepte van 1,5 m; 2. randvoorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, zoals bergbezinkbassins, bergbezinkleidingen en bergingsbassins, tot een verticale diepte van maximaal 6 m; c. bij de berekening van de inhoud van woningen en bedrijfswoningen wordt de inhoud van ondergrondse bouwwerken niet meegerekend.

Bestemmingsplan regels 202040 I 16-03-2022

Pagina 19 van 25

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

6.2.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.1 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 m onder peil, onder de voorwaarde dat de waterhuishouding niet wordt verstoord en nadat schriftelijk advies is verkregen van het waterwinbedrijf. 6.3

Bestaande afstanden en andere maten

6.3.1 a.

Bestaande afstanden In die gevallen dat afstanden tot of tussen bestaande gebouwen en bestaande bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan meer dan wel minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen de bestaande afstanden, uitsluitend ter plaatse van de afwijking, als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden. b. In het geval van sloop en vervangende nieuwbouw is het bepaalde onder a van overeenkomstige toepassing, maar uitsluitend indien de vervangende nieuwbouw op dezelfde plaats plaatsvindt.

6.3.2 a.

Bestaande andere maten In die gevallen dat hoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande gebouwen en bestaande bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan meer dan wel minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen de bestaande maten en hoeveelheden, uitsluitend ter plaatse van de afwijking, als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden. b. In het geval van sloop en vervangende nieuwbouw is het bepaalde onder a van overeenkomstige toepassing, maar uitsluitend indien de vervangende nieuwbouw op dezelfde plaats plaatsvindt.

6.4

Nadere eisen

6.4.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij het verlenen van een omgevingsvergunning, met inachtneming van de regels vervat in hoofdstuk 2, nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de plaatsing van gebouwen en bijbehorende bouwwerken ten opzichte van de bouwperceelsgrens en ten opzichte van elkaar; b. de dakhelling en nokrichting van hellende dakvlakken van gebouwen; c. de plaatsing en vormgeving van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 6.4.2 Voorwaarden De in lid 6.4.1 bedoelde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gronden, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in verband met calamiteiten.

Artikel 7 7.1

Algemene gebruiksregels

Algemene gebruiksregels

Het is verboden de in de artikelen 3 tot en met 4 bedoelde gronden en bouwwerken: a. te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de bestemmingsomschrijving; b. te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven voor een seksinrichting, een escortbedrijf en raam- en straatprostitutie; c. te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven ten behoeve van de productie, opslag, stalling en dumping van: 1. een verboden middel zoals bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet; Bestemmingsplan regels 202040 I 16-03-2022

Pagina 20 van 25

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

2.

7.2

grondstoffen ten behoeve van en afvalstoffen afkomstig uit het productieproces van een verboden middel zoals bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet.

Voorwaardelijke verplichting

De gronden en bouwwerken binnen de bestemming ‘Wonen’ mogen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van wonen indien de landschappelijke inpassing binnen 2 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand wordt gehouden conform het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels. 7.3

Alternatieve landschappelijke inpassing

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 7.2, teneinde voor de betreffende locatie een andere landschappelijke inpassing toe te staan dan opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan dat is opgenomen in de bijlage bij deze regels, mits een vergelijkbare kwalitatieve staat van landschappelijke inrichting wordt bereikt. Hiertoe wordt een door het bevoegd gezag goed te keuren landschappelijk inpassingsplan overgelegd.

Artikel 8 8.1

Algemene aanduidingsregels

Milieuzone - boringsvrije zone

8.1.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - boringsvrije zone' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening. 8.1.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikelen 3 tot en met 4) mag de verticale diepte van een bouwwerk niet meer dan 10 m bedragen. 8.1.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.1.2 voor het bouwen van een bouwwerk met een verticale diepte van meer dan 10 m, met dien verstande dat: a. het bouwwerk of de bouwwerkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening; b. schriftelijk advies is verkregen van Gedeputeerde Staten waarbij het bevoegd gezag het advies van het Gedeputeerde Staten als afweging meeneemt bij de verlening of weigering van de omgevingsvergunning. 8.1.4 Omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden Op het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden zijn de rechtstreeks werkende regels voor de boringsvrije zone zoals opgenomen in de (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant van toepassing. 8.2

Overige zone – beslotenheid

8.2.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - beslotenheid' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor het behoud van de beslotenheid in het landschap. 8.2.2 Omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden a Omgevingsvergunningvereiste

Bestemmingsplan regels 202040 I 16-03-2022

Pagina 21 van 25

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. houtgewas te vellen of te kappen. b Uitzonderingsregel Het in lid 8.2.2 sub a vervatte verbod geldt niet voor werken en/of werkzaamheden die: a. behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; b. behoren tot de reguliere werkzaamheden ten behoeve van een boomteeltbedrijf; c. reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; d. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. c Voorwaarden Een omgevingsvergunning voor werken en/of werkzaamheden als bedoeld in 8.2.2 sub a wordt door het bevoegd gezag niet eerder verleend dan nadat is aangetoond dat uitoefening van de werken en/of werkzaamheden niet strijdig is met de belangen van de landschappelijke waarden. 8.3

Vrijwaringszone - obstakelbeheerzone

8.3.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - obstakelbeheerzone' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van de radarverstoringsgebieden van Vliegbasis Woensdrecht en radarstation Herwijnen, teneinde de verstoring van het radarbeeld te voorkomen en bescherming van de obstakelbeheerzones van Vliegbasis Woensdrecht. 8.3.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikelen 3 tot en met 4): a. mogen geen bouwwerken worden gebouwd met een hoogte van meer dan 88 meter; b. geldt voor windturbines, in aanvulling op het bepaalde onder a en naast de bouwregels zoals opgenomen in de artikelen 3 tot en met 4, dat geen windturbines mogen worden opgericht met een tiphoogte hoger dan 90 m + NAP. 8.3.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.3.2 voor het bouwen overeenkomstig het bepaalde in de andere bestemmingen, met dien verstande dat: a. het functioneren van de radar niet in onevenredige mate wordt of kan worden aangetast; b. de Minister van Defensie ingestemd heeft met de ontwikkeling.

Artikel 9 9.1

Algemene afwijkingsregels

Algemeen

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van: a. de in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10%, met dien verstande dat deze afwijking niet is toegestaan voor de vergroting van de inhoud van woningen en bedrijfswoningen en voor de vergroting van de oppervlakte van recreatiewoningen, en enkel in de gevallen waarbij is aangetoond dat afwijking noodzakelijk is: 1. ten gevolge van de technische eisen zoals opgenomen in het Bouwbesluit; of 2. in verband met een woningaanpassing in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning; of 3. ter optimalisering van de bedrijfsvoering; b. de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, met dien verstande dat de overschrijding maximaal 2,5 m bedraagt en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; c. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-/ontvangstinstallaties en/of sirenemasten wordt verhoogd tot maximaal 40 m; Bestemmingsplan regels 202040 I 16-03-2022

Pagina 22 van 25

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

d.

de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 m; met dien verstande dat: 1. de belangen van de eigenaren en gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet aantoonbaar onevenredig worden geschaad; 2. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad; 3. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt geschaad. 9.2

Kleinschalig beschermd wonen

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen en vormen van kleinschalig beschermd wonen toestaan, met dien verstande dat: a. voor het inrichten van een bijbehorend bouwwerk als woonruimte ten behoeve van het aanbieden van beschermd wonen, geldt dat: 1. het maximum aantal te huisvesten personen 5 bedraagt; 2. het maximum aantal bouwwerken per locatie 5 bedraagt; 3. de voorziening voor beschermd wonen uitsluitend mag worden bewoond door personen, waarvoor de behoefte aan beschermd woningen is aangetoond door middel van een indicatie die is afgegeven door de (centrum)gemeente; 4. het gaat om tijdelijke huisvesting van personen (maximaal 2 jaar per persoon); 5. er geen zelfstandige woning ontstaat; 6. de oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk ten behoeve van beschermd wonen minimaal 15 m2 en maximaal 25 m² per persoon bedraagt. De oppervlakte ten behoeve van beschermd wonen wordt niet meegerekend voor de maximale gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij de (bedrijfs)woning; 7. de afstand tussen de bouwwerken minimaal 5 m bedraagt; 8. parkeren op eigen terrein plaatsvindt; 9. er sprake is van een goede landschappelijke inpassing die dient te worden aangetoond door het overleggen van een door het bevoegd gezag goedgekeurd landschappelijk inpassingsplan; 10.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11581759/1