21. Werkplein Hart van West-Brabant Begroting 2027
Tekst van het document
25
Passend onderwijs voor inburgeringsplichtige jongeren in de Z-route Een goede overgang van onderwijsplicht naar inburgeringsplicht is nodig om inburgeraars meer mee te laten doen. We willen voorkomen dat de inburgeringsplicht vanuit de Wet Inburgering conflicteert met de kwalificatieplicht voor jongeren. Jongeren die jonger zijn dan 18 jaar en onderwijs volgen binnen de Internationale Schakelklas (ISK) van Curio, stromen op het moment dat zij 18 worden automatisch door naar de Z‑route bij een taalaanbieder. Dit leidt in de praktijk regelmatig tot ongewenste situaties, omdat veel van deze jongeren gebaat zijn bij het blijven volgen van regulier onderwijs, zodat zij een startkwalificatie kunnen behalen en hun kansen op duurzame participatie op de arbeidsmarkt vergroten. Om dit te realiseren zijn duidelijke werkafspraken nodig tussen de betrokken partijen, waaronder Werkplein, Curio en Tulp. Deze afspraken moeten ervoor zorgen dat onderwijs en inburgering goed op elkaar aansluiten en dat jongeren een geïntegreerd traject kunnen volgen. Het doel is om de schoolweek van jongeren in de Z‑route zo vorm te geven dat onderwijsactiviteiten en inburgeringsonderdelen in balans zijn en elkaar versterken. Op deze manier ontstaat een duurzaam en passend traject dat zowel voldoet aan wettelijke verplichtingen als aansluit bij de ontwikkelbehoeften van jongeren.
Werkgeversbenadering en vrijwilligerswerk voor nieuwe inburgeraars Tenslotte is de werkgeversbenadering die eind 2024 door het Werkplein is opgesteld nog steeds een actueel thema. Voor het behalen van de vierde strategische doelstelling is er meer aandacht nodig voor het vinden van werkplekken en vrijwilligersplekken voor inburgeraars. Het is voor inburgeraars belangrijk om naast hun inburgering al stappen te kunnen zetten richting meedoen. Door de verbinding te maken met de lokale gemeenten en dankzij de andere projecten die starten binnen de WegWijzer die raken aan dit thema verwachten we een boost te geven aan het aantal werkplekken en vrijwilligersplekken voor inburgeraars.
6.2.2. Instroom Er zijn twee groepen inburgeraars: statushouders en gezinsmigranten. Tot de laatste groep rekenen we ook de zeer kleine groep overige migranten die moeten inburgeren. Statushouders worden, nadat ze een asielvergunning hebben gekregen, door het COA toegewezen aan een gemeente die vervolgens huisvesting voor hen organiseert. De aantallen statushouders die gemeenten moeten huisvesten wordt per half jaar vastgelegd in een taakstelling. Het Kabinet is voornemens deze taakstelling af te schaffen, maar het is op dit moment niet duidelijk of, en zo ja, wanneer, dit gaat gebeuren. Ook is (nog) niet bekend welk alternatief beleid voor huisvesting en spreiding van statushouders dan zal worden ingesteld. Om die reden wordt in deze begroting uitgegaan van een gelijkblijvende situatie rond de instroom van statushouders in de gemeenten. Gezinsmigranten komen naar Nederland om bij een Nederlandse partner te komen wonen. Het kan ook gaan om kinderen of ouders van iemand die in Nederland woont. De in Nederland al woonachtige persoon wordt de referent genoemd. Omdat gezinsmigranten een referent hebben die al een leven en inkomen heeft in Nederland, hoeven gemeenten gezinsmigranten veel minder te ondersteunen bij de inburgering. Overige migranten zijn over het algemeen geestelijk dienaren die uit het buitenland komen om een functie bij een religieuze instelling te vervullen.
Gezinsmigranten ontvangen doorgaans geen bijstandsuitkering. Werkplein nodigt alle inburgeraars eerst uit voor een brede intake. Inburgeraars zijn verplicht hieraan mee te werken. Op basis van alle beschikbare informatie besluit Werkplein welke inburgeringsroute een inburgeraar gaat volgen. Dit wordt vastgelegd in het PIP. Werkplein monitort ook voor alle inburgeraars de voortgang van de inburgering, en bespreekt dit in voortgangsgesprekken met de inburgeraar. Statushouders krijgen daarnaast maatschappelijke begeleiding, een participatieverklaringstraject (PVT), taallessen, de Module Arbeidsparticipatie (MAP), en voor inburgeraars in de Z-route ook 800 uur participatie, activatie en zelfredzaamheid. Voor gezins- en overige migranten biedt het Werkplein het PVT en de MAP aan.
26
Aantal inburgeraars In 2025 zijn 368 inburgeraars bij het Werkplein gestart, waarvan 233 statushouders. Op basis van de taakstelling voor de eerste helft van 2026 is de verwachte instroom van statushouders in het hele jaar 279 binnen de D6 regio. De taakstelling is 199 voor het eerste half jaar en voor het gehele jaar gaan we uit van 398. Omdat hier ook kinderen en gepensioneerden meegeteld worden, die niet inburgeringsplichtig zijn, rekenen we met 70% van de taakstelling. Dit is 279. Dit geeft een indicatie van het aantal inburgeraars in 2027. Voor de begroting is dus rekening gehouden met 279 inburgeraars in 2027. Taakstelling obv 70% inburgeringsplichtig Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal
2025 1e helft 2026 2e helft 2026 50 27 27 34 18 18 42 22 22 84 45 45 26 14 14 25 13 13 260 139 139
2027 53 36 45 90 28 27 279
2028 53 36 45 90 28 27 279
2029 53 36 45 90 28 27 279
2030 53 36 45 90 28 27 279
Huisvesting en inburgering In principe wordt een statushouder opgeroepen voor de brede intake inburgering wanneer deze een woning krijgt toegewezen door de gemeente. Dit duurt soms langer vanwege het woningtekort. Daarom is het wenselijk om ook statushouders die nog in een AZC in het werkgebied van Werkplein verblijven op te roepen voor de brede intake. Zo kan de inburgering zo snel mogelijk starten en kunnen inburgeraars dus zo snel mogelijk mee gaan doen naar vermogen. Echter met het huidige aantal regiehouders en ontwikkelaars is dit niet mogelijk, zeker niet omdat de verwachting is dat het aantal inburgeraars in 2026 hoger zal liggen dan in 2025. De huidige regiehouders hebben volle caseloads. Daarbij wordt de begeleiding van inburgeraars door de inzet op duale trajecten steeds intensiever, omdat dit meer begeleiding en maatwerk vraagt dan wanneer een inburgeraars alleen taalles volgt. Zonder uitbreiding van de formatie zal de start van de inburgering dus gekoppeld blijven aan huisvesting. Wel ligt er een opdracht bij de WVS om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om asielzoekers en statushouders die nog in een AZC verblijven al te activeren richting werk, vrijwilligerswerk of participatie.
6.3 Wat mag het kosten? Gemeenten ontvangen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid specifieke uitkeringen om inburgeringsvoorzieningen mee te financieren. Hiermee mogen inburgeringsvoorzieningen worden betaald, dus activiteiten die onderdeel zijn van de inburgering. De inzet van regiehouders, ontwikkelaars en bemiddelaars, en werkzaamheden als inkoop, contractmanagement, beleid en management, mogen hier niet uit worden betaald. De gemeenten geven deze volledig specifieke uitkering door aan het Werkplein, om de inburgering voor inwoners hiermee te betalen. Het gedeelte van de bijdrage wat niet wordt uitgegeven wordt gereserveerd voor latere jaren. Hierbij wordt rekening gehouden met de reserveringsregeling. In 2026 zijn een aantal wijzigingen aangebracht in de verdeelsystematiek te weten: • •
Prestatiebekostiging: gemeenten ontvangen een uitkering per inburgeraar die het inburgeringstraject voltooid heeft. Van 2026 tot en met 2029 krijgen gemeenten een aanvullend bedrag per asielstatushouder die de onderwijsroute volgt. Deze uitkering is vanaf 2026 een extra uitkeringscomponent van de SPUK WI 2021 en zal niet meer als aparte SPUK worden verstrekt.
27
•
Vanaf 2026 geldt een nieuw betaalritme. (jaar t- 40%, jaar t-1 30%, jaar t-2 30%). De verwachting is dat met deze aanpassing het betaalritme beter aansluit op de jaarlijkse kosten.
Programma Inburgering
Lasten Inburgeringsvoorzieningen Leerroutes Maatschappelijke begeleiding Participatieverklaring (PVT) Module arbeidsmarkt en participatie (MAP) Tolkvoorziening Reservering inburgeringsvoorzieningen Totaal lasten inburgeringsvoorzieningen Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten Resultaat te bestemmen Onttrekking reserve WI2021 tbv Onderwijsroute* Resultaat te bestemmen
Jaarrekening 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Mutaties
2.285.880 647.197 87.576 125.608 16.357 0 3.162.618
3.363.998 794.612 98.524 256.770 190.200 274.738 4.978.841
2.636.306 702.186 120.107 263.222 189.300 -574.497 3.336.623
-727.692 -92.426 21.583 6.452 -900 -849.235 -1.642.218
3.162.618
4.978.841
3.336.623
-1.642.218
771.221 605.605 641.599 1.286.401 314.254 241.463 3.860.543 697.925 -26.747 671.178
949.445 653.084 798.082 1.610.399 502.992 464.839 4.978.841
638.791 436.002 533.538 1.084.687 330.248 313.357 3.336.623
-310.654 -217.082 -264.544 -525.712 -172.744 -151.482 -1.642.218
Jaarrekening 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Mutaties
266.278 266.278 0 266.278
202.835 202.835 0
455.697 455.697
252.862 252.862
202.835
455.697
252.862
31.135 4.237 69.010 104.813 19.421 9.904 238.520 -27.758 26.747 -1.011
38.465 26.515 32.389 65.949 20.340 19.177 202.835
87.203 59.714 72.963 146.916 45.854 43.049 455.697
48.738 33.199 40.574 80.967 25.514 23.872 252.862
Tabel: Geraamde kosten voor inburgering 2027
Onderwijsroute
Lasten onderwijsroute Totaal lasten onderwijsroute Baten Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten Resultaat Dotatie reserve Onderwijsroute tlv WI2021* Resultaat (onttrekking bestemmingsreserve onderwijsroute
Tabel: Geraamde kosten voor onderwijsroute 2027
28
6.4 Analyse begroting 2027 t.o.v. begroting 2026 Inburgeringsvoorzieningen Inburgeringsvoorzieningen zijn de activiteiten die Werkplein inzet voor inburgeraars. Voor deze inburgeringvoorzieningen krijgen de gemeente SPUK Inburgering, de specifieke uitkering van het Rijk om inburgeringsactiviteiten van te betalen. Hiervan mogen verschillende inburgeringsonderdelen worden betaald, namelijk de leerroutes, het participatieverklaringstraject (PVT), de maatschappelijke begeleiding van statushouders, de Module Arbeidsparticipatie (MAP) en de inzet van tolken.
Leerroutes Inburgeraars kunnen drie verschillende inburgeringsroutes volgen. Welke route een inburgeraar volgt, bepaalt wat voor soort taalles de inburgeraar volgt. Onder “leerroutes” zijn de kosten voor de taallessen van inburgeringsplichtige statushouders opgenomen. We verwachten dat 60% van de inburgeraars de B1-route volgt, 30% de Z-route en 10% de onderwijsroute. De taallessen in de B1route en de Z-route worden betaald vanuit SPUK Inburgering. De onderwijsroute wordt in principe betaald vanuit de extra uitkeringscomponent Onderwijsroute. Wanneer het ontvangen geld voor de Onderwijsroute onvoldoende is om de onderwijsroute te betalen, wordt de onderwijsroute deels ook betaald uit de SPUK Inburgering. De SPUK Inburgering wordt door het Rijk per inburgeringsplichtige statushouder verdeeld over drie jaar betaald aan de gemeente. De verdeling over deze drie jaar is niet exact gelijk: in 2026 gaat een nieuw betaalritme ingevoerd worden (40%, 30%, 30%). Dat betekent dat in 2026 en in 2027 niet een 100% SPUK uitkering gaat plaatsvinden. Vanaf 2028 is het nieuwe betaalritme volledig ingevoerd en zullen gemeenten weer de volledige 100% van de uitkering gaan ontvangen. Voor gezinsmigranten worden geen uitgaven aan leerroutes gedaan. Gezinsmigranten betalen hun taallessen zelf.
Onder de leerroutes vallen ook de kosten voor de verplichte participatie-uren die inburgeraars van de Z-route volgen. In 2025 is de taakstelling huisvesting statushouders fors naar beneden bijgesteld waardoor de verwachte kosten voor 2027 en latere jaren lager uitvallen dan waar in de begroting 2026 rekening mee is gehouden.
Maatschappelijke begeleiding en participatieverklaringstraject (PVT) De maatschappelijke begeleiding en het PVT worden uitgevoerd door Vluchtelingenwerk. De maatschappelijke begeleiding is de eerste begeleiding die statushouders krijgen vanaf het moment dat ze een woning krijgen toegewezen in een gemeente. Dit is hulp bij praktische zaken. Het PVT bestaat uit enkele bijeenkomsten, waarin statushouders kennismaken met de Nederlandse normen en waarden. Aan het eind van dit traject tekenen zij verplicht een verklaring, waarmee ze verklaren mee te willen doen in de Nederlandse samenleving. De maatschappelijke begeleiding is alleen voor statushouders: gezinsmigranten krijgen deze hulp van hun partner of ander familielid die al in Nederland woont. Het PVT moet door gemeenten gratis worden aangeboden aan alle inburgeraars, ook gezinsmigranten De kosten voor deze twee zaken vallen in 2027 lager uit dan in 2026, ook hier omdat er naar verwachting minder inburgeraars zullen zijn in 2027.
Module Arbeidsparticipatie (MAP) Ook de MAP moet gratis worden aangeboden aan alle inburgeraars. De MAP bestaat uit een aantal workshops die de inburgeraar voorbereiden op aan het werk gaan. Ze krijgen hierbij hulp om te bedenken wat voor soort werk ze willen en kunnen doen, en hoe ze hierin een baan kunnen krijgen.
29
Ook andere belangrijke zaken, zoals wat voor gedrag er van ze wordt verwacht op de Nederlandse werkvloer, en wat voor zaken geregeld moeten worden als je gaat werken, komen aan bod. De MAP trainingen werden in 2024 en een gedeelte van 2025 door medewerkers van het Werkplein verzorgd. In 2024 is een succesvolle proef uitgevoerd door het Werkplein, waarbij de MAP aan een groep inburgeraars in de Z-route in de eigen taal werd gegeven. Hierdoor begrepen ze beter wat van hen wordt verwacht. In 2025 is het Werkplein gestart met het inkopen van deze MAP-trainingen. Op die manier kan de MAP voor het deel van de inburgeraars die moeite hebben met de Nederlandse taal leren in de eigen taal worden gegeven, waardoor ze het beter begrijpen. Daarbij ontlast het de medewerkers van Werkplein als zij de MAP niet meer hoeven te geven, zodat zij meer tijd kunnen besteden aan andere werkzaamheden voor de inwoner. Omdat de MAP vanaf 2026 wordt ingekocht, is hier meer geld voor begroot dan in eerdere jaren.
Tolkvoorziening In 2025 zijn de uitgaven aan tolkdiensten vrij laag uitgevallen, omdat er veel gebruik is gemaakt van vertaalapps. Het is nog niet zeker of deze de tolkdiensten voor een groot deel kunnen vervangen. Om deze reden zijn hier wel kosten voor begroot voor 2027.
Reservering inburgeringsvoorzieningen In 2027 ontvangen de gemeenten naar verwachting minder SPUK Inburgering dan dat we verwachten uit te geven aan inburgeringsvoorzieningen. Daarom wordt er bijna 575.000 euro uit de reservering gehaald. Dit heeft onder andere te maken met het gewijzigde betaalritme.
Bijdragen gemeenten Dit zijn de bedragen aan SPUK Inburgering die gemeenten (naar verwachting) van het Rijk krijgen, en doorzetten naar Werkplein om de inburgering mee te betalen. Aan het begin van het jaar krijgen gemeenten een voorlopige SPUK-beschikking, waarin staat welk voorschot SPUK Inburgering ze voor dat jaar krijgen. Dit voorschot is gebaseerd op de taakstelling huisvesting statushouders voor de gemeente. Het voorschot wordt maandelijks uitbetaald. Na afloop van het jaar wordt een definitieve beschikking opgesteld. Deze beschikking is gebaseerd op aantallen inburgeraars die in DUO geregistreerd staan. Tevens worden de daadwerkelijke uitgaven voor inburgering via de zogenaamde SiSa-verantwoording vastgelegd. Deze verantwoordingscijfers bepalen welke bedragen worden meegenomen in de reserveringsregeling.
Onderwijsroute De onderwijsroute is een route voor inburgeraars die kunnen instromen in MBO 2, 3, 4, HBO of WO. Ze volgen een intensief traject, waarin ze klaar worden gestoomd voor Nederlands vervolgonderwijs. De onderwijsroute is relatief duur, maar heeft als groot voordeel dat inburgeraars hierna een reguliere vervolgopleiding doen. Daarmee komen ze makkelijker aan werk dan zonder schooldiploma. Voor de relatief hoge kosten had het Rijk bij de invoering van de Wet Inburgering 2021 nog geen financiering geregeld. Van 2022 t/m 2025 zijn de hoge uitgaven van gemeenten gecompenseerd met extra financiële middelen. Dit was echter een totaalbedrag per jaar dat achteraf over de gemeenten werd verdeeld, op basis van hoeveel inburgeraars in dat jaar de onderwijsroute hadden gevolgd. Daardoor wisten gemeenten pas achteraf welk bedrag ze per inburgeraar in de onderwijsroute voor dat specifieke jaar kregen.
30
Vanaf 2026 is de financiering anders geregeld: dan is er, net als bij de SPUK Inburgering, een vast bedrag (6.065,25) per inburgeraar in de onderwijsroute (rekening houdende met een percentage van 25% wat de onderwijsroute volgt). Deze financiële regeling zal lopen t/m 2029.
Extra taken Vluchtelingenwerk Om inburgeraars goed te helpen in de eerste periode dat ze in een nieuwe gemeente wonen, geeft Vluchtelingenwerk ze extra ondersteuning. Dit doen ze met een maatschappelijk spreekuur, juridisch spreekuur, hulp bij huisvesting en taalcoaching. Deze taken zijn geen onderdeel van de inburgering en worden daarom niet betaald uit SPUK Inburgering. Wel is het belangrijk dat inburgeraars deze extra hulp krijgen. Doordat ze worden geholpen met problemen en bijvoorbeeld moeilijke brieven, hebben ze minder zorgen. Stress en zorgen leiden af bij het leren van de taal en andere inburgeringsactiviteiten. De kosten van het maatschappelijk en juridisch spreekuur zijn in 2027 hoger dan in 2026, vanwege algemene prijsstijgingen. De werkzaamheden van Vluchtelingenwerk waarmee ze bijdragen aan het (voorbereiden van) het behalen van de taakstelling huisvesting statushouders is terug te vinden in onderstaande tabel als “taakstelling huisvesting”. Deze kosten vallen in 2027 iets lager uit, vanwege de lagere taakstelling. De verwachte kosten van door Vluchtelingenwerk verzorgde taalcoaching vallen wat hoger uit. We zien dat het gebruik van dit instrument toeneemt waardoor de kosten hoger worden. Inburgering extra taken vluchtelingenwerk
Lasten Extra taken vluchtelingenwerk Maatschappelijk spreekuur Juridisch spreekuur Taakstelling huisvesting Taalcoaching Totaal lasten extra taken vluchtelingenwerk Baten Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten
Jaarrekening 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Mutaties
126.896 72.964 38.564 35.066 273.490
126.896 72.964 38.564 35.066 273.490
132.891 76.393 31.331 44.506 285.121
5.995 3.429 -7.233 9.440 11.631
273.490
273.490
285.121
11.631
50.608 42.316 46.731 81.926 26.450 25.459 273.490
50.608 42.316 46.731 81.926 26.450 25.459 273.490
53.374 44.287 48.505 85.254 27.336 26.365 285.121
2.766 1.971 1.774 3.328 886 906 11.631
31
Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is voorgeschreven inzicht te geven in de algemene dekkingsmiddelen. Onder algemene dekkingsmiddelen wordt verstaan die middelen die niet aan een programma toegeschreven kunnen worden en algemeen inzetbaar zijn.
Algemene dekkingsmiddelen
Jaarrekening 2025 Baten
Gemeentelijke bijdrage bedrijfsvoering
Lasten
Begroting 2026 Saldo
Baten
18.930.359 -12.951
18.930.359
Bijdrage gemeenten uitvoering leefgeld Oekrainers
318.810
318.810
Compensatie loonkosten Beschut werk
489.303
489.303
Alleenverdienersproblematiek
88.165
88.165
Lasten
Begroting 2027
Saldo
Baten
20.159.013
20.159.013
Bijdrage voorzieningenwijzer
284.005
284.005
Rentebaten
100.000
100.000
Baten overig
90.000
90.000
20.633.018
20.633.018
Bijdrage plustaak TOZO
Participatiewet in Balans
Subtotaal algemene dekkingsmiddelen
19.813.686
Lasten
20.409.036
Saldo 20.409.036
-12.951
19.813.686
35.119
35.119
20.444.155
20.444.155
Tabel: Algemene dekkingsmiddelen
De productkosten worden toegelicht in hoofdstukken 3, 4, 5 en 6 programma Werk en Participatie, Inkomen, Inkomensondersteuning en Inburgering. De bedrijfsvoeringkosten worden toegelicht in hoofdstuk 9 Financiële begroting. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat aangegeven welke paragrafen moeten worden opgenomen in de begroting. De onderdelen lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen en grondbeleid zijn niet van toepassing voor deze gemeenschappelijke regeling. De volgende verplichte paragrafen worden achtereenvolgens behandeld: a.
financiering
b.
bedrijfsvoering.
c.
weerstandsvermogen en risico’s.
7.1 Paragraaf financiering In de wet financiering decentrale overheden, Wet fido, zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie. Deze regeling geeft een uiteenzetting van de kaders, waarbinnen het treasurybeleid wordt vormgegeven. Belangrijk daarbij is dat het financieel beheer zo beheersbaar en transparant mogelijk wordt uitgevoerd.
Rentevisie Voor het voeren van een verantwoorde financieringsbehoefte is een actueel beeld van de renteontwikkeling noodzakelijk. Om dit te garanderen wordt minimaal één keer per jaar - indien daartoe aanleiding is vaker - een rentevisie opgesteld op basis van de gegevens van de huisbankiers 32
dan wel andere vooraanstaande bancaire instellingen. Deze dienen minimaal een AA- rating te hebben. De rentevisie baseren wij op die van de ABN/AMRO (2 maart 2026). De kapitaalmarktrentes in Europa en de VS zijn in februari iets gedaald. Dit komt vooral door de onzekerheid op de aandelenmarkten en de lagere inflatieverwachtingen. De verwachtingen voor de beleidsrentes bleven onveranderd: een stabiele ECB-depositorente van 2% en een daling van Fed-beleidsrente richting 3% eind dit jaar.
Renterisico De renterisico's bij het aantrekken en uitzetten van gelden beperken wij zoveel mogelijk door de overeengekomen rentepercentages bij de transacties te baseren op de actuele rentestand en de rentevisie. Op dit moment zijn wij nog geen langlopende geldlening aangegaan. De financiering van onze in de hoofdzaak ICT-investeringen zullen wij binnen de rekening-courant overeenkomst opvangen. In de begroting houden wij rekening met beperkte rentekosten. Voor het renterisico worden twee normen onderscheiden; de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Er dient binnen deze normen geopereerd te worden.
Renterisiconorm Met de renterisiconorm wordt beoogd de renterisico’s te beheersen op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm wordt berekend door een vastgesteld percentage (20%) te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal. Voor de begroting 2027 geldt een norm van € 27,7 mln. Het Werkplein heeft geen vaste geldleningen.
Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rente typische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido (evenals in de Wet filo) de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,2%) van het totaal van de jaarbegroting. Dit percentage is vastgelegd in de UFDO. Voor de begroting 2027 bedraagt de kasgeldlimiet € 11,3 mln.
Rentekosten Wij streven ernaar om onze renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat wij geen middelen onbenut laten, maar streven naar zo hoog mogelijke renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijk rentekosten) zonder dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van financiële risico’s. Binnen het acceptabele risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet fido en het treasurystatuut kan desondanks worden gestreefd naar optimalisatie van de renteresultaten.
Schatkistbankieren Op 16 november 2015 heeft het Werkplein een kredietfaciliteit met de Bank voor Nederlandse gemeenten (BNG) afgesloten. Dit betekent dat het Werkplein in voorkomend gevallen tot maximaal een bedrag van € 2.000.000 rood mag staan. Deze kredietfaciliteit is door de gemeenten gegarandeerd.
33
7.2 Paragraaf bedrijfsvoering Zoals reeds is aangegeven, is de omgeving van de Gemeenschappelijke Regeling volop in beweging. Dit betekent dat de interne organisatie hierop zo ingericht moet zijn dat op veranderingen flexibel ingespeeld kan worden. De flexibiliteit wordt onder andere gerealiseerd door de onderstaande punten.
Personeel Door het algemeen bestuur is de visie Werkplein 2024 vastgesteld en is besloten de nieuwe organisatiestructuur door te voeren. Later zijn enkele wijzigingen aangebracht waarmee de vastgestelde formatie is vastgesteld op194,6 fte. Startformatie 2015
122,2
Taakstelling 2017
-1,5
Taakstelling 2018
-2,6
Taakstelling 2019
-2,0
Taakstelling 2020
-2,0
Toelichting
Nieuwe taken participatiewet (besluit AB 19-01-2017)
6,0
(was 7,2 besloten)
Uitbreiding ondersteunende diensten inclusief directiesecretaris (besluit AB 19-01-2017)
1,0
(was 0,5 besloten)
Integratie DIV (besluit AB 29-11-2018)
6,4
(7,5 fte wordt richting 2021 afgebouwd naar 5,75)
Taakstelling 2020 vervallen ivm uitvoering Jaarplan 2020 (besluit AB 27-01-2020)
2,0
Incorporeren PPS/Randstad WSP (besluit AB 29-09-2020)
5,9
Positionering van Werkplein Actief bij het Werkplein (AB 23-9-2021)
5,3
Uitvoeren taken Wet inburgering
10,4
Formatie 2022
151,2
Nieuw organisatiestructuur 2023
192,4
Uitbreiding applicatie- en functioneel beheer (AB 29-012024) Overheveling secretariaat/fin ondersteuner naar werkplein (AB 10-07-2023)
4,0
Formatie vanaf 2024
-1,8 194,6
Met ingang van 2024 voert het Werkplein de voorzieningenwijzer voor de zes gemeenten uit. De daarvoor beschikbaar gestelde formatie van 3 fte zit niet in bovenstaande formatie opgenomen. Wel is financieel in deze begroting hiermee rekening gehouden. Eind 2026 zal er een keuze worden gemaakt of de Voorzieningenwijzer zal worden voortgezet. De insteek van het Werkplein is om zoveel mogelijk formatie via reguliere dienstverbanden in te vullen. Dit om stabiliteit en behoud van kennis in de organisatie te bewerkstelligen om zo optimaal mogelijk de inwoners van dienst te kunnen zijn. Er wordt wel een kleine flexibele formatie van circa 5% aangehouden. Vanwege deelname aan het Nationaal Programma Roosendaal (NPR) is in 2026 tijdelijk sprake van extra formatie (Re-integratieofficier (RIO) en IPTA-coach (Integrale Persoonsgerichte Toeleiding naar Arbeid) en projectleider NPR). Deze kosten zijn in de bedrijfsvoering buiten beschouwing gelaten. De NPR wordt separaat in beeld gebracht (paragraaf 2.2.4) om de bekostiging zuiver te houden.
34
Ziekteverzuim Ons doel is het ziekteverzuim zo laag mogelijk te houden, door actief te sturen op ons verzuimbeleid. Belangrijk hierbij is dat we zorgdragen voor een goede balans aan inzet van het personeel. Gestuurd wordt op kort verzuim en op de verzuim frequentie. Bij langdurig zieken zal indien nodig worden ingehuurd, zodat de direct betrokken collega’s niet nog eens extra werkzaamheden krijgen waardoor de druk bij hen ook te veel wordt verhoogd. Afgelopen jaar (2025) lag het verzuimpercentage op 5,4%. In de begroting voor 2027 wordt met 2% van de loonsom rekening gehouden voor vervanging vanwege ziekte.
Informatievoorziening/veiligheid Informatievoorziening De informatie op de publieke website is actueel, en toegankelijk voor verschillende doelgroepen. Dat geldt ook voor persoonlijke informatie voor de inwoners. In 2027 gaan we het digitale inwonerdossier op een toegankelijke en veilige manier bij de inwoner brengen met behulp van moderne ICT middelen die aansluiten bij de inwoners. Resultaatgericht werken Het Werkplein maakt in 2027 gebruik van een organisatie dashboard om de verantwoording aan gemeenten en overige partners te ondersteunen. In het organisatie dashboard worden alle persoonlijke en teamresultaten samengevat. Het is een hulpmiddel om het gesprek over resultaten en doelstellingen te onderbouwen. Privacy en informatiebeveiliging In 2027 participeert het Werkplein in een regionale samenwerking die de Cyberbeveiligingswet coördineert en toezicht houdt op uitvoering van die wet. De regionale samenwerking bestaat uit ICT WBW deelnemers die op uniforme wijze veilig en zorgvuldig omgaan met hun informatie. Tevens focust het Werkplein op het naleven en verbeteren van privacy beheersmaatregelen om het volwassenheidsniveau voor privacy en informatiebeveiliging te verhogen.
ICT In 2027 is de transformatie van ICTWBW naar een regieorganisatie in volle gang. De technisch beheertaken zijn overgedragen aan Open Line. De governance in de IT-keten wordt in 2027 nader aangescherpt. Supply & Demandmanagement wordt waar mogelijk regionaal ingevuld, met inbreng van het Werkplein. Lokaal zullen echter de nodige stappen gezet gaan worden, met name op gebied van leveranciers- en risicomanagement. In 2027 zal het Single Point of Contact gerealiseerd worden. Doel is dat de collega’s zich kunnen melden op 1 plek voor zowel facilitaire als IT-zaken. Daarvoor zijn afspraken nodig met o.a. EttenLeur, Moerdijk en Roosendaal. De tooling en de werkprocessen worden daarop aangepast. De servicedesk van ICTWBW zal verdwijnen. In 2027 worden delen van het project dienstverlening opgeleverd. Zo wordt het KCC in eigen regie gerealiseerd en wordt een nieuwe applicatie (Keesy) ingezet om contact met de burger en de dienstverlening te verbeteren. Een aantal kleinere applicaties worden aanbesteed en ondergebracht bij de reseller.
35
Financieel beheer Naast de zorg om uitkeringen op tijd uit te betalen aan klanten, is het ook onze verplichting om op periodieke wijze verantwoording af te leggen over het gevoerde (financieel) beleid. Deze verantwoording vindt plaats via de bestuursrapportages en in de diversie gremia. Naast de begroting en jaarrekening worden er drie bestuursrapportages na elk kwartaal aan het bestuur voorgelegd.
Huisvesting Het Werkplein heeft vanaf 2023 formeel nog één hoofd locaties, Etten-Leur. Vanaf september 2022 werken wij meer gebiedsgericht, daar werken waar het voor de inwoner het beste is en de aansluiting zoeken met het sociaal domein. Dat betekent dat onze medewerkers vaker in een gemeentehuis de dienstverlening aan de inwoner verlenen. Daarbij werken wij nauw samen met onze partners in het sociaal domein. Zodra de vormgeving van de sterke lokale teams bij gemeenten gereed is kunnen wij hierop met onze dienstverlening aanhaken.
7.3 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheer Om weerstand te kunnen bieden tegen substantiële tegenvallers, zonder aantasting van het uit te voeren beleid, is een bepaald weerstandsvermogen onontbeerlijk. Dit vormt een buffer om onverwachte en onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen.
Bepaling weerstandscapaciteit Bij het bepalen van de weerstandscapaciteit en de omvang daarvan wordt gekeken naar de algemene reserve en de post onvoorzien. Deze twee tezamen bepalen de weerstandscapaciteit. Het Werkplein beschikt niet over een algemene reserve. Het Werkplein is een gemeenschappelijke regeling waarvoor de gemeenten garant staan. Het aanhouden van een eigen vermogen om risico’s te kunnen opvangen is derhalve niet strikt noodzakelijk.
Reserve en Voorzieningen Het Werkplein beschikt in principe niet over reserves. In de cao is de mogelijkheid tot verlofsparen opgenomen voor medewerkers. Onder verlofsparen vallen de opgespaarde uren die specifiek bedoeld zijn als verlofsparen, maar ook de overmatige bovenwettelijke verlofuren. Dat betekent dat verlof over meerdere jaren kan worden opgenomen. Aangezien er bij verlofsparen sprake is van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw kennen, dient hier een voorziening voor gevormd te worden. In 2022 zijn we hiermee gestart.
Risicoparagraaf Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen, moet de beschikbare weerstandscapaciteit worden afgezet tegen de risico’s. Bij het inventariseren van de risico’s is de volgende definitie van risico’s gehanteerd: ‘het betreft risico’s die een financieel gevolg kunnen hebben en die (nog) niet op een andere manier zijn ondervangen, bijvoorbeeld door het afsluiten van een verzekering, het treffen van een voorziening of het nemen van een beleidsmaatregel’. Onderstaand zijn de volgende risico’s te benoemen en te kwantificeren: indien het risico zich voordoet, komt dit ten laste van de deelnemende gemeente omdat het Werkplein geen algemene reserve kent.
36
Risico
Oorzaak
Kans
Gevolg
Financieel gevolg
Hoger ziekteverzuim dan geraamd
Ziekteverzuim wordt hoger door blijvend hoge werkdruk, niet optimale arbeidsomstandigheden en persoonlijke omstandigheden (langdurig zieken)
Hoog
Moeten/gaan meer inhuren dan geraamd, omdat niet inhuren i.r.t. continuïteit en kwaliteit dienstverlening niet meer verantwoord is. De uitvoeringskosten zullen stijgen
Informatielek
Onvoldoende kennis en capaciteit in Hoog de organisatie
Gevolgen bij misbruik en/of verlies van privacygevoelige informatie kan geldboete zijn van autoriteit persoonsgegevens of naam schade.
Hogere kosten BUIG en BB/Minimabeleid
Sneller oplopende klantenaantallen dan geraamd
Beperkt
Meer uitkeringen en inkomensoverdrachten
Gemiddeld
Meer personeel nodig
€ 200.000. Voor vervanging gerekend met Uitgaand van meer 2% loonsom (circa 3,7 ton). Vanuit dan 5% HR en leidinggevenden wordt ziekteverzuim. extra aandacht gegeven aan het ziekteverzuimbeleid, waardoor vroegtijdig preventieve maatregelen genomen kunnen worden. Maximale boete € Informatieveiligheid en privacy 820.000 heeft sterke aandacht in onze organisatie. Tweemaal per jaar wordt hierover gerapporteerd, ook naar het dagelijlks bestuur.In 2025 heeft bewustwording via het Leerplein (programma Arda) een vaste plaats gekregen. Hogere kosten In de begroting voor 2027 is Buig en realistisch begroot en rekening minimabeleid, gehouden met de prognoses van deze worden het CPB qua ontwikkeling van het doorbelast aan de bestand in 2026 en 2027. gemeenten Daarnaast zijn we continu met de ontwikkeling van de inwoner bezig met als doel participatie en uitstroom naar werk. Extra aandacht bereiken we door programma Wegwijzer. Extra inhuurkosten De formatie voor de nieuwe respectievelijk organisatie is gebaseerd op het extra loonkosten. huidige bestand. Mocht het bestand sterk gaan toenemen dan zullen wij dit bespreken met de gemeenten. Extra kosten Instrumenten worden periodiek worden doorbelast getoetst op hun effectiviteit. naar de Daarnaast worden nu de gemeenten, benodigde middelen begroot, Inwoners blijven in onafhankelijk van de de bijstand. vergoedingen vanuit het Rijk.
Extra inhuurkosten Via VNG wordt bij het Rijk respectievelijk aangedrongen op het tijdig extra loonkosten aangeven van uitwerking plannen en hogere kosten en uitvoeringskosten. uitkeringen en minimabeleid.
Hogere uitvoeringskosten Sneller oplopende klantenaantallen dan geraamd
Participatiemiddelen niet toereikend om cliënten naar werk te begeleiden
Niet alle participatiemiddelen zijn Gemiddeld door gemeenten aan het Werkplein HvWB overgedragen. Druk op kosten ketensamenwerking.
Uitkeringslasten zijn hoger dan nodig; deel klanten participeert minder (naar vermogen) dan mogelijk
Voorgenomen verkorting WW-duur en status Oekrainers vanaf 2027
Nog geen inzicht in gevolgen van deze maatregelen.
Extra instroom in de bijstand en gebruik minimavoorzieningen. Druk op personeel.
Hoog
Beheersmaatregel
Financiële kengetallen
Financiële kengetallen
2025
2026
Netto schuldquote
-1,10%
-0,05%
Netto schuldquote gecorrigeerd
-1,10%
0,00%
Solvabiliteitsratio
4,96%
0,00%
Structurele exploitatieruimte
0,87%
0,00%
Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Het Werkplein heeft geen geldleningen afgesloten. Voor het Werkplein is het risico dat niet voldaan kan worden aan de terugbetaling van de lening dus niet aanwezig.
37
Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft een indicatie in de mate waarin een gemeenschappelijke regeling in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Het Werkplein heeft in principe geen eigen vermogen. Het overschot op de bedrijfsvoering t.o.v. de begroting geeft een solvabiliteitsratio in 2025 van 4,96%. Voor de begroting houden we het verschil tussen realisatie en begroting op nihil en bedraagt de solvabiliteitsratio 0%.
Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Dit kengetal geeft een indicatie welke structurele ruimte aanwezig is om de lasten te dragen. De uitkomst van 0% geeft aan dat de structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Dit is een gevolg van de financieringsconstructie die het Werkplein hanteert. De deelnemende gemeenten staan garant om alle kosten (dus ook eventuele tekorten) van het Werkplein af te dekken en indien er sprake is van een overschot wordt dit ook verrekend met de deelnemers.
Beoordeling kengetallen De waarde van de kengetallen van het Werkplein is enigszins beperkt vanwege de afspraken die in de gemeenschappelijke regeling zijn gemaakt over de financiering van het Werkplein. Zo worden eventuele overschotten of tekorten direct verrekend met de bijdragen van de deelnemende gemeenten en mogen geen reserves worden opgebouwd.
38
8. Financiële begroting
8.1 Staat van baten en lasten per programma Overzicht van baten en lasten
Jaarrekening 2025 Baten
Programma's : Programma Werk en Participatie Programma Inkomen Programma Inkomensondersteuning Programma Inburgering Inburgering onderwijsroute Inburgering extra taken Vluchtelingenwerk Tozo Leefgeld Oekrainers Compensatie loonkosten Beschut werk Alleenverdienersproblematiek Participatiewet in Balans Subtotaal programma’s
Begroting 2026
Lasten
93.201 1.253.769 664.525 0 0
Saldo
7.492.941 85.284.172 10.386.992 3.162.618 266.278 273.490
Baten
Begroting 2027
Lasten
Saldo
Baten
12.951 0 0 0
318.810 489.303 88.165
7.399.740 84.030.403 9.722.467 3.162.618 266.278 273.490 -12.951 318.810 489.303 88.165
2.024.446
107.762.769
105.738.323
15.285.388 0 460.103 102.388 391.738 328.587 343.968 121.167 2.693 30.804 1.517.396 0
-
20.633.018
16.828.908 389.435 407.011 167.254 389.880 472.227 332.447 99.723 25.650 7.200 1.463.283 50.000 0 0 20.633.018
132.558.884
130.594.720
2.414.611
1.162.924 801.240
80.000 1.304.251 790.359
Lasten
Saldo
7.672.263 87.827.746 10.970.691 4.978.841 202.835 273.490
7.672.263 86.664.822 10.169.451 4.978.841 202.835 273.490 0 0
8.827.408 94.055.269 10.742.342 3.336.623 455.697 285.121
111.925.866
109.961.702
16.828.908 389.435 407.011 167.254 389.880 472.227 332.447 99.723 25.650 7.200 1.463.283 50.000
200.000 40.000 240.000
20.649.036
17.128.301 0 428.582 181.357 411.570 351.982 368.802 108.494 6.150 6.800 1.656.999 0 -200.000 -40.000 20.409.036
138.386.614
135.972.003
0 1.964.164
2.174.611
35.119 117.737.578
8.747.408 92.751.017 9.951.982 3.336.623 455.697 285.121 0 0 0 35.119 115.562.967
Bedrijfsvoering: Loonkosten Overige loonkosten Overige personeelskosten Organisatiekosten Ondersteunende diensten Huisvestingskosten Facilitaire kosten Financiën Communicatie Juridische kosten ICT kosten Onvoorzien Rentebaten Baten overig Subtotaal bedrijfsvoering
462.004 320.738 782.742
0 18.584.231
15.285.388 0 460.103 102.388 391.738 328.587 343.968 121.167 2.693 30.804 1.517.396 0 -462.004 -320.738 17.801.489
Totaal lasten en baten
2.807.188
126.347.000
123.539.812
1.964.164
18.930.359 7.399.740
18.930.359 7.399.740
20.159.013 7.672.263
20.159.013 7.672.263
20.409.036 8.747.408
20.409.036 8.747.408
84.030.403
84.030.403
86.664.822
86.664.822
92.751.017
92.751.017
9.722.467
9.722.467
10.169.451
10.169.451
9.951.982
9.951.982
3.162.618 266.278
3.162.618 266.278
4.978.841 202.835
4.978.841 202.835
3.336.623 455.697
3.336.623 455.697
273.490
273.490
273.490 284.005 100.000 90.000
273.490 284.005 100.000 90.000
285.121
285.121
-12.951 318.810 489.303 88.165
-12.951 318.810 489.303 88.165
Algemene dekkingsmiddelen: Gemeentelijke bijdrage bedrijfsvoering Gemeentelijke bijdrage programma Werk en Participatie Gemeentelijke bijdrage programma Inkomen Gemeentelijke bijdrage programma Inkomensondersteuning Gemeentelijke bijdrage Programma Inburgering onderwijsroute Extra taken vluchtelingenwerk Bijdrage voorzieningenwijzer Rentebaten Baten overig Tozo Leefgeld Oekrainers Compensatie loonkosten Beschut werk Alleenverdienersproblematiek Participatiewet in Balans Subtotaal algemene dekkingsmiddelen
124.668.682
-
125.974.096
Gerealiseerde totaal saldo van baten en Toevoeging/onttrekking aan reserves Saldo
127.475.870 49.170 127.426.700
126.347.000
1.128.870 49.170 1.178.040
126.347.000
130.594.720
-
130.594.720
132.558.884 132.558.884 132.558.884 132.558.884
0 0
17.128.301 0 428.582 181.357 411.570 351.982 368.802 108.494 6.150 6.800 1.656.999 0
35.119 135.972.003
-
35.119 135.972.003
138.386.614 138.386.614 138.386.614 138.386.614
-
Tabel: Algemene dekkingsmiddelen
39
Verschillenanalyse begroting 2027 t.o.v. begroting 2026 In vergelijking met de begroting 2026 zijn de programmakosten € 5.601.265 hoger. Bij de programma’s is dit verschil nader toegelicht. Bij de bedrijfsvoeringkosten neemt het saldo van de baten en lasten toe met € 250.022 ten opzichte van de begroting 2026. De gemeentelijke bijdragen stijgen daarmee met 1,24%.
Deze hogere kosten bestaan voornamelijk uit een stijging van de kosten ondersteunende diensten, facilitaire kosten en de ICT kosten. Dit kan als volgt worden verklaard: a. De kosten ondersteunende diensten zijn € 21.690 hoger dan in 2026. Dit betreft indexering van de contractprijs. b. De facilitaire kosten zijn € 36.355 hoger. We zien een stijging van bedrijfsmiddelen die niet onder de vaste activa vallen (€ 7.000), denk hierbij aan koptelefoons etc. Het versturen van post blijft stabiel waarbij de frankeerkosten iets hoger uit gaan vallen. De rest van de verhoging komt door indexering. c. •
• • •
Hogere ICT kosten ad € 193.716. Dit komt onder andere door de volgende zaken: Hogere afschrijvingskosten. Dit heeft te maken met een stijging van de aanschafprijzen van laptops en telefoons. Daarnaast is ivm de stijging van de prijzen een versnelde aankoop van extra laptops gedaan. Hogere kosten door gebruik te maken van een software reseller en de versaasing van software. De verwachting hiermee is wel dat de kosten van ICTWBW zullen gaan dalen. Het introduceren van een persoonlijke internetpagina (Keesy) voor de inwoner en de onderhoudskosten die hiermee samenhangen. Kosten om het KCC in eigen regie te kunnen uitvoeren.
Begroting Bedrijfsvoering Lasten Baten Subtotaal bedrijfsvoering Gemeentelijke bijdrage bedrijfsvoering (2026 inclusief voorzieningenwijzer) Daling bijdrage in %
2026 20.633.018 190.000 20.443.018
2027 Verschil 20.649.036 16.018 240.000 50.000 20.409.036 -33.982
20.443.018
20.409.036
-33.982
-0,17%
Inclusief de voorzieningenwijzer in 2026 ad € 284.005 zijn de gemeentelijke bijdragen 33K lager in 2027. Vergelijking meerjarenprognose begroting 2027 We vergelijken de cijfers bedrijfsvoering 2027 met eerdere verwachtingen uit de begrotingen 2025, 2026 en 2027. Zo zien we hoe de raming voor 2027 zich in de afgelopen drie jaar heeft ontwikkeld. De verschillen komen vooral door nieuwe inzichten, afwijkende loonindexeringen, prijsstijgingen, veranderingen in de organisatie en aangepaste plannen. De kosten van bedrijfsvoering vallen in 2027 ruim 1,1 miljoen voordeliger uit dan voorzien was in de vorige meerjarenbegroting voor 2027. Deze vergelijking geeft inzicht in de ontwikkeling van de kosten en helpt om de huidige begroting 2027 beter te begrijpen en te onderbouwen.
40
Vergelijking meerjarenprognose begroting 2027
Jaarrekening 2025
Baten Bedrijfsvoering: Loonkosten Overige loonkosten* Overige personeelskosten Organisatiekosten Ondersteunende diensten Huisvestingskosten Facilitaire kosten Financiën Communicatie Juridische kosten ICT kosten Onvoorzien Totaal lasten Rentebaten Overige baten Totaal baten Subtotaal bedrijfsvoering
Lasten
Saldo
15.285.388 460.103 102.388 391.738 328.587 343.968 121.167 2.693 30.804 1.517.396
15.285.388 460.103 102.388 391.738 328.587 343.968 121.167 2.693 30.804 1.517.396 18.584.231 462.004 320.738 782.742 17.801.489
18.584.231 462.004 320.738 782.742 782.742
18.584.231
Begroting 2027 (meerjarenplanning basis 2025)
Baten
Lasten
Saldo
Begroting 2027 (meerjarenplanning basis 2026)
Begroting 2027 (meerjarenplanning basis 2027)
Baten
Baten
17.590.556 17.590.556 386.819 386.819 412.443 412.443 190.054 190.054 454.312 454.312 519.986 519.986 362.312 362.312 100.718 100.718 25.625 25.625 14.060 14.060 1.514.047 1.514.047 50.000 50.000 21.620.930 21.620.930
Lasten
Saldo
17.744.046 391.735 419.420 179.095 400.017 484.505 341.090 102.316 26.317 7.387 1.524.577 50.000 21.670.506
17.744.046 391.735 419.420 179.095 400.017 484.505 341.090 102.316 26.317 7.387 1.524.577 50.000 21.670.506 100.000
100.000 -
21.620.930
21.620.930
100.000 100.000
21.670.506
100.000 21.570.506
200.000 40.000 240.000 240.000
Lasten
Saldo
17.128.301 428.582 181.357 411.570 351.982 368.802 108.494 6.150 6.800 1.656.999 20.649.036
17.128.301 428.582 181.357 411.570 351.982 368.802 108.494 6.150 6.800 1.656.999 20.649.036 200.000 40.000 240.000 20.409.036
20.649.036
Verdeelsleutel De organisatie- en uitvoeringskosten worden door de deelnemende gemeenten gedragen op basis van een reeds overeengekomen verdeelsleutel, gewogen gemiddelde van aandeel van Pwet-klanten in totaal klantenbestand van de zes gemeenten (85%) en aandeel inwoners (15%). De verdeelsleutel op basis van het aantal inwoners en klanten per 1-1-2026 wordt voor de begroting van 2027 gehanteerd.
Begroting 2027 Verdeelsleutel Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal
Klanten Inwoners Percentage 756 46.117 18,3% 482 31.484 11,8% 525 38.467 13,1% 1.817 78.165 42,0% 363 23.973 8,9% 215 23.088 5,8% 4.158 241.294 100%
Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage voor de programmakosten zijn bij de programma’s opgenomen. De gemeentelijke bijdrage in de bedrijfsvoeringskosten voor 2027 zijn in onderstaande tabel opgenomen. De geraamde bijdrage voor 2028-2030 is in de bijlage opgenomen. Ook de bijdrage in de programmakosten is in de bijlagen opgenomen.
41
Gemeentelijke bijdrage uitvoeringskosten Overige 2027 bedrijfsvoering Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal
Uitvoerings-kosten Participatiewet
3.661.821 2.360.514 2.622.963 8.394.998 1.780.986 1.165.298 19.986.581
Totaal
77.252 52.186 53.187 174.439 40.334 25.057 422.455
3.739.073 2.412.700 2.676.150 8.569.437 1.821.320 1.190.355 20.409.036
Participatiewet in Balans Vanaf 1 januari 2026 wordt de Participatiewet in Balans fasegewijs ingevoerd. Het Werkplein is de uitvoerende organisatie die zich bezighoudt met de implementatie hiervan. Tot en met 2027 focussen we ons op de maatregelen uit spoor 1. Hiervoor is met name capaciteit en inzet nodig. Daarnaast willen we in 2026 een brede leerlijn ontwikkelen voor onze professionals om nog meer vanuit de gedachte van de Participatiewet in Balans te werken. Gemeenten ontvangen in de periode 2025-2027 incidentele middelen vanuit het Rijk voor de invoering van de wetswijzigingen en de cultuuromslag in werken rondom de Participatiewet in Balans.
PiB
2025*
2026*
2027
Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert
73.645 47.256 54.502 172.678 35.731 24.461
30.699 19.699 22.719 71.983 14.894 10.196
6.335 4.065 4.688 14.854 3.073 2.104
Totaal
408.273
170.190
35.119
* De beschikbare middelen voor 2025 en 2026 zullen opgenomen worden in de 1e begrotingswijziging 2026. Tabel: Middelen gemeentefonds Invoering Participatiewet in Balans (bron: septembercirculaire 2025)
8.2 Meerjarenprognose per programma De tabel meerjarenprognose per programma presenteert de baten en lasten voor het meerjarig perspectief. Hierbij vallen enkele zaken op die enige toelichting behoeven. 1. Het meerjarig perspectief programma Inkomen (Buig uitgaven) is gebaseerd op de ramingen van 2026 (een stijgend bestand met 1,4%). Voor 2027 is uitgegaan van een afname met 1,4%. Voor 2028, 2029 en 2030 zijn we uitgegaan van respectievelijk 0%, -1,4% en 0% (conform prognose CPB van 12 maart 2026). Daarnaast wordt bij de P-wet uitkeringen rekening gehouden met een prijscorrectie van 2,2% en 1,8% in 2026, van 2,0% en 1,7% in 2027 en 2% voor de jaren daarna. Voor de overige uitkeringen gaan we uit van 3% zowel in 2026 als in 2027, en voor de jaren daarna gaan we uit van 2%. 2. Bij Inkomensondersteuning is rekening gehouden met een jaarlijkse indexatie van 2% voor de jaren 2028 tot en met 2030.
42
3. In het meerjarig perspectief zijn de participatiemiddelen gelijk gehouden aan 2027. Alleen de begeleidingsvergoeding beschut werk is geraamd op basis van de taakstelling + 44 stuks boven taakstelling beschut werk. 4. Bij Inburgering zijn de lasten gebaseerd op de door het Rijk verstrekte vergoeding voor de inburgeringsvoorzieningen en de taakstelling huisvesting statushouders. 5. De loonkosten zijn gebaseerd op de begrotingscijfers van 2027. Voor de jaren daarna is rekening gehouden met indexatie van de loonkosten voor 2028, 2029 en 2030 met respectievelijk 4,2% en 4,5% (septembercirculaire 2025-gemiddelde loonvoetontwikkeling sector overheid)
Meerjarenprognose Programma's : Programma Werk en Participatie Programma Inkomen Programma Inkomensondersteuning Programma Inburgering Programma Inburgering - onderwijsroute Inburgering Extra taken Vluchtelingenwerk Subtotaal programma’s Bedrijfsvoering: Loonkosten Overige loonkosten Overige personeelskosten Organisatiekosten Ondersteunende diensten Huisvestingskosten Facilitaire kosten Financiën Juridische kosten Communicatie ICT kosten Baten overig Subtotaal bedrijfsvoering Totaal meerjarenbegroting Algemene dekkingsmiddelen: Gemeentelijke bijdrage bedrijfsvoering Gemeentelijke bijdrage programma Werk en Gemeentelijke bijdrage programma Inkomen Gemeentelijke bijdrage programma Inkomensondersteuning Gemeentelijke bijdrage programma Inburgering Gemeentelijke bijdrage programma Inburgering - onderwijsroute Gemeentelijke bijdrage extra taken Vluchtelingenwerk Subtotaal algemene dekkingsmiddelen
Gerealiseerde totaal saldo van baten en Toevoeging/onttrekking aan reserves Saldo
Baten
Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030 Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo 8.365.583 8.285.583 80.000 8.502.918 8.422.918 80.000 8.652.738 8.572.738 95.595.832 94.269.083 1.340.189 96.623.830 95.283.640 1.355.256 97.810.401 96.455.144 10.886.542 10.080.375 822.290 11.033.626 10.211.336 838.735 11.183.651 10.344.916 4.301.366 4.301.366 4.310.497 4.310.497 4.310.497 4.310.497 459.360 459.360 459.690 459.690 285.121 285.121 285.121 285.121 285.121 285.121 2.212.915 119.893.804 117.680.888 2.242.479 121.215.681 118.973.202 2.273.992 122.242.408 119.968.416 80.000 1.326.749 806.166
17.919.146 442.931 186.020 422.271 361.134 378.390 111.314 6.977 6.310 1.646.575 35.000 35.000
21.481.068
17.919.146 442.931 186.020 422.271 361.134 378.390 111.314 6.977 6.310 1.646.575 -35.000 21.446.068
2.247.915
141.374.872
139.126.956
2.272.479
21.446.068 8.285.583 94.269.083 10.080.375
21.446.068 8.285.583 94.269.083 10.080.375
22.445.678 8.422.918 95.283.640 10.211.336
22.445.678 8.422.918 95.283.640 10.211.336
23.473.283 8.572.738 96.455.144 10.344.916
23.473.283 8.572.738 96.455.144 10.344.916
4.301.366
4.301.366
4.310.497
4.310.497
4.310.497
4.310.497
459.360
459.360
459.690
459.690
-
-
285.121
18.810.855 458.645 190.620 432.827 370.162 387.850 114.097 7.151 6.468 1.697.002 30.000 30.000
285.121
285.121
139.126.956
-
139.126.956
141.418.880
141.374.872
141.374.872
141.374.872
141.374.872
22.475.678
18.810.855 458.645 190.620 432.827 370.162 387.850 114.097 7.151 6.468 1.697.002 -30.000 22.445.678
30.000 30.000
23.503.283
19.742.691 475.019 195.336 443.648 379.416 397.546 116.950 7.330 6.629 1.738.718 -30.000 23.473.283
143.691.359
141.418.880
2.303.992
145.745.691
143.441.699
19.742.691 475.019 195.336 443.648 379.416 397.546 116.950 7.330 6.629 1.738.718
285.121
285.121
-
141.418.880
143.441.699
-
143.691.359 143.691.359
-
143.691.359 143.691.359
285.121 -
143.441.699
-
145.745.691 145.745.691
-
-
145.745.691 145.745.691
-
8.3 Incidentele baten en lasten Bij het opstellen van de begroting 2027 en het meerjarenperspectief, zijn geen posten opgenomen.
8.4 Verantwoording taakvelden begroting 2027 In de herziening van het BBV wordt voorgeschreven dat de colleges (bestuur gemeenschappelijke regeling) de ramingen en realisatiecijfers die zij moeten leveren voor de begrotingsuitvoering, indelen aan de hand van taakvelden, waaraan de bijbehorende baten en lasten moeten worden toegerekend. De gegevens dienen ook gebruikt te worden voor de financiële informatie die gemeenten/Werkplein aan het CBS moeten aanleveren om te voorzien in de informatiebehoefte van het Rijk, de EU en het CBS in verband met landelijke statistieken en ten behoeve van onderzoeksdoeleinden. 43
Onderstaand zijn de cijfers van 2027 verdeeld naar taakvelden. Uitgangspunten zijn de volgende: •
Alle directe kosten worden aan een taakveld toegerekend, denk hierbij aan de kosten van uitkeringen, minimabeleid maar ook re-integratie activiteiten. De kosten van programma Werk en Participatie zijn geheel toegerekend aan Taakveld Arbeidsparticipatie (6.5). De kosten van programma Inkomen en Inkomensondersteuning zijn geheel toegerekend aan Taakveld Inkomensregelingen (6.3). De kosten van programma Inburgering zijn geheel toegerekend aan Taakveld Samenkracht en burger participatie (6.1). Van de bedrijfsvoeringskosten vallen alle kosten onder overhead tenzij er een directe relatie met een taakveld is. Voor het Werkplein zijn de loonkosten van medewerkers die direct met de uitvoering van de taken arbeidsparticipatie en inkomensregelingen aan die taakvelden toegerekend. De overige loonkosten vallen onder overhead.
•
Taakveld
Lasten Programma Werk en Participatie Programma Inkomen Programma Inkomensondersteuning Programma Inburgering Onderwijsroute Extra taken vluchtelingenwerk Bedrijfsvoering: Participatiewet in Balans Totaal lasten Baten Bedrijfsvoering Programma Werk en Participatie Programma Inkomen Programma Inkomensondersteuning Inburgering Onderwijsroute Extra taken vluchtelingenwerk Participatiewet in Balans Totaal baten Resultaat
Begroting 2027
8.747.408 92.751.017 9.951.982 3.336.623 455.697 285.121 20.409.036 35.119 135.972.003 20.409.036 8.747.408 92.751.017 9.951.982 3.336.623 455.697 285.121 35.119 135.972.003 0
Overhead (0.4)
Samenkracht en Inkomens burger participatie regelingen (6.3) (6.1)
Arbeids participatie (6.5)
8.747.408 92.751.017 9.951.982 3.336.623 455.697 285.121 12.418.425 35.119 12.453.544
4.077.441
12.418.425
3.660.412
4.330.199
106.363.411
13.077.607
3.660.412
4.330.199 8.747.408
92.751.017 9.951.982 3.336.623 455.697 285.121 35.119 12.453.544 0
4.077.441 0
106.363.411 0
13.077.607 0
8.5 Financiële richtlijnen begroting 2027 Begrotingsrichtlijn van de gemeenteraad wordt één op één overgenomen
Begrotingsrichtlijn van de gemeenteraad kan niet één op één worden overgenomen omdat er of een beperking op van toepassing is of een nuancering. Dit wordt dan kort toegelicht.
44
Nr.
Opnemen Richtlijn begroting Financieel in begroting
1.
We verwachten van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting, waarin vier jaar vooruit wordt gekeken, aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting voor het komende jaar neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer.
2. 3.
De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het algemeen bestuur is besloten.
4.
De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAOafspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente circulaire voor zowel de loon- als de prijsindex. Hiervoor gebruiken we de meest recente ramingen zoals
Motivatie
De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen.
Met gemeenten hebben we afgesproken geen beperkte algemene reserve aan te houden.
45
opgenomen in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Plan Bureau. Voor de loonontwikkeling wordt hierbij ‘de index van de loonvoet sector overheid’ gevolgd en voor de prijsontwikkeling ‘de index van de netto materiele consumptie’. De verbonden partij geeft bij de kaderbrief en de begroting een specificatie weer van de verhouding lonen/prijzen in haar exploitatiebegroting. Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAOafspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen.
5.
Een besluit van het algemeen bestuur van een verbonden partij tot instelling van een algemene reserve is goed gemotiveerd, onderbouwd en voorzien van bijbehorende spelregels. Op dit besluit van het algemeen bestuur wordt een zienswijzemogelijkheid geboden aan de deelnemende gemeenten bij de conceptbegroting(wijziging). De algemene reserve wordt aangevuld tot de maximale hoogte zoals vastgesteld door het algemeen bestuur. Voor het bepalen van de omvang van de (beperkte) algemene reserve kan het algemeen bestuur een advies vragen aan de accountant, maar de algemene reserve bedraagt niet meer dan 8% van de totale lasten in de begroting (uitgangspunt is en blijft dat de weerstandscapaciteit bij de deelnemers wordt aangehouden).
6.
Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het algemeen bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het algemeen bestuur.
7.
In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit.
46
Aanvullende financiële richtlijnen begroting 2027
1.
De op het Werkplein HvWB betrekking hebbende ramingen en effecten van de ketensamenwerking worden herkenbaar in een afzonderlijke paragraaf in de begroting 2027 opgenomen. Het Werkplein HvWB zorgt ervoor dat haar begroting op dit punt aansluit bij de begrotingen van WVS en de ISD Brabantse Wal.
2. 3. 4. 5.
Het Werkplein HvWB maakt een onderbouwde meerjarige prognose van het aantal bijstandsontvangers.
Het Werkplein HvWB neemt in de bijlage van de begroting een overzicht op met het verloop van de vaste en tijdelijke formatie sinds 2015. Hieruit blijkt welke mutaties er sinds 2015 in de formatie zijn doorgevoerd, met welke reden en de besluitvorming hierover. Het Werkplein HvWB verschaft in de P&C-documenten inzicht in de stand van de vorderingen en de voorziening dubieuze debiteuren.