CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

20c Zienswijze GR OMWB 2024

gemeenteraad 13 december 2023, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Wijziging gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Midden en West-Brabant 2024804 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijzen op voorstel aanpassing gemeenschappelijke regeling OMWB 2024 1.

Art. 2.4 Algemene leveringsvoorwaarden omgevingsdienst of Dienstverleningsovereenkomst. Voorgesteld wordt om in dit artikel overal “algemene leveringsvoorwaarden” te laten vervallen en enkel te kiezen voor een Dienstverleningsovereenkomst (DVO) i.p.v. algemene leveringsvoorwaarden om de volgende rede: Dienstverleningsovereenkomsten en algemene leveringsvoorwaarden zijn beiden privaatrechtelijk. Maar algemene leveringsvoorwaarden worden eenzijdig door het AB opgelegd. Het uitgangspunt van een DVO is een overeenkomst tussen 2 (of meerdere) partijen. Daarom past een DVO beter bij de samenwerking die we nastreven met de dienst. Hierbij komt dat gemeenten over het algemeen bij het verstrekken van opdrachten hun eigen algemene voorwaarden van toepassing verklaren, nooit die van de opdrachtnemer. Juridisch kan de huidige DVO ook niet zomaar ontbonden worden. De beëindiging van de DVO kan alleen met wederzijds goedvinden van partijen. De juiste volgorde is daarom om eerst de DVO te evalueren en op basis daarvan te beslissen om de DVO te behouden (actualiseren) of te beëindigen. In het laatste geval zal de GR daarop aangepast worden. De DVO bevat algemene afspraken die voor alle deelnemers hetzelfde zijn, het bijbehorende werkprogramma bevat de producten en diensten per deelnemer plus de vergoeding. De tarieven worden door het AB vastgesteld.

De kosten (vergoeding) moeten in het werkprogramma per product/dienst vastgelegd worden. Het totaalbedrag van het werkprogramma wordt vervolgens opgenomen in de begroting als deelnemersbijdrage. Van belang is dat wordt vastgelegd hoe de vergoeding wordt bepaald (MWB-norm), dit gebeurt voor meerdere jaren zodat opname in een DVO een goede plaats is.

2.

Art. 6.2 lid 3 Externe inlichtingenplicht Zoals het 3e lid nu luidt worden inlichtingen niet verstrekt indien dit strijdig is met het openbaar belang. Dit lijkt in strijd met de Wet open overheid (Woo). Op grond van deze Wet moeten gevraagde inlichtingen moeten verstrekt (eventueel onder geheimhouding als één van de uitzonderingsgronden van de Woo zich voordoet). Anders kunnen de raden en provinciale staten hun controlerende taak niet oppakken.

3.

Art. 6.3 lid 2 Actieve externe informatieplicht Zoals het 2e lid nu luidt worden inlichtingen niet verstrekt indien dit strijdig is met het openbaar belang. Dit lijkt in strijd met de Wet open overheid (Woo). Op grond van deze Wet moeten gevraagde inlichtingen moeten verstrekt (eventueel onder geheimhouding als één van de uitzonderingsgronden van de Woo zich voordoet). Anders kunnen de raden en provinciale staten hun controlerende taak niet oppakken

4.

Art. 6.4 lid 3 Interne informatieplicht Zoals het 3e lid nu luidt vindt kennisgeving of ter inzage legging van besluiten niet plaats indien dit strijdig is met het openbaar belang. Dit lijkt in strijd met de Wet open overheid (Woo). In dergelijke gevallen kan er ook gebruik gemaakt worden van de wettelijke mogelijkheden tot het opleggen van geheimhouding.

5.

Art. 6.5 Geheimhouding Dit artikel is overbodig. De bepalingen over geheimhouding vloeien rechtstreeks voort uit de Wet gemeenschappelijke regelingen.

6.

Art. 10.1 Informele aanpak interne geschillen of interne bezwaarschriften In lid 3 van dit artikel wordt verwezen naar “het bestuur van een openbaar lichaam”. Het is niet duidelijk welk bestuur hiermee wordt bedoeld. Voorgesteld wordt om de tekst ‘het bestuur van het openbaar lichaam’ te wijzigen in ‘bevoegde bestuursorgaan’.

7.

Art. 10.2 Interne klachten Het is niet duidelijk wat de toegevoegde waarde is van het opnemen van dit artikel in de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van artikel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht. Gaat het hier specifiek over gedragingen van het bestuur van het openbaar lichaam naar deelnemers? Voorgesteld wordt om een nadere duiding van dit artikel in de toelichting opnemen of het artikel achterwege laten.

8.

Art. 11.1 Evaluatie Zoals het artikel nu luidt wordt enkel een evaluatieverslag opgesteld als het algemeen bestuur van de OMWB hierom verzoekt. Dit is te vrijblijvend. Voorgesteld wordt om lid 1 als volgt te wijzigen: Het algemeen bestuur bepaalt eenmaal per 4 jaar of een verslag wordt opgesteld: a. over…. b. …. Toelichting: De voorgestelde wijziging verplicht het algemeen bestuur eenmaal in de vier jaar expliciet een besluit te nemen over het opstellen van een evaluatieverslag. Het opstellen van een verslag is daarmee niet verplicht.

9.

Toevoegen van een artikel inzake “zienswijze” In artikel 7.1 van de ontwerpregeling is opgenomen dat, onder voorwaarden, een besluit tot wijziging van de begroting wordt voorgelegd voor zienswijze. Gelet op de kaderstellende en controlerende taak van de gemeenteraden is het wenselijk om de mogelijkheid voor zienswijze op besluiten uit te breiden. Verzocht wordt om een artikel aan de gemeenschappelijke regeling toe te voegen. Dit nieuwe artikel zou als volgt kunnen luiden: “Besluiten van het algemeen bestuur die betrekking hebben op het toevoegen van het bestemmingsresultaat van de jaarrekening aan de algemene reserve en het vaststellen van strategische besluiten, zoals het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK) en de MWB-norm, worden vooraf voor een zienswijze aan de raden en staten voorgelegd”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13588407/1