CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

2. b&w Update Nationaal Programma Ruimte voor defensie

commissie Algemeen Bestuur en Middelen 26 februari 2026, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken1.812 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTE RUCPHEN INGEKOMEN:

2 C JAN, 2026 ZAAK:

REG.NR: VERBLIJF:

AFD. WEEK:

CC: Gemeenteraad Rucphen Postbus 9 4715 ZG RUCPHEN

Onze referentie:

Z26/085595-D26/1253785

Uw referentie:

Rucphen, Onderwerp:

Behandelaar:

B. Scheffer

Telefoonnummer:

+31165349532

8 JAN 2026 Update Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

Geachte Raad, Aanleiding Op 23 mei 2025 is het ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) door het kabinet vastgesteld. Hierin geeft Defensie aan op welke locaties in Nederland zij haar activiteiten de komende jaren wil gaan uitbreiden. Naar aanleiding van het ontwerp NPRD hebben wij uw raad geïnformeerd op 9 juli 2025 over de zienswijze die wij hebben ingediend ten aanzien van het ontwerp NPRD. Definitief Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Het kabinet heeft op 19 december 2025 een definitief kabinetsbesluit genomen over welke locaties in Nederland worden aangewezen voor Defensie activiteiten. Deze locaties staan in de definitieve nota Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD). Naast het definitieve NPRD heeft Defensie ook onder andere de Nota van Antwoord gepubliceerd. In de bijlage van deze raadsinformatiebrief leest u de antwoorden van Defensie op de door ons ingediende zienswijzen. Vervolg De uitbreiding van de defensieactiviteiten in Nederland gebeurt niet meteen. Om de defensieactiviteiten op de verschillende plekken in het land mogelijk te maken, zijn er aanpassingen in regelgeving nodig en dient Defensie de nodige vergunningen aan te vragen. Defensie schrijft dat het nog niet duidelijk is hoelang dit proces duurt. Wij blijven deze ontwikkelingen volgen en zullen onze mening kenbaar maken zodra wij dat noodzakelijk achten.

Ruimte behoefte Defensie gemeente Rucphen In het NPRD staan de volgende plannen beschreven voor de gemeente Rucphen: Helikooterlandingsplaatsen Defensie beschrijft dat zij het oefenterrein op de Rucphense Heide willen gaan gebruiken voor onder andere de helikopterlandingen. In het NPRD beschrijft Defensie dat zij uitgaan van 3500 tot maximaal 8500 vliegbewegingen. Hierbij dient rekening gehouden te worden dat één helikopterlanding twee vliegbewegingen zijn. Binnentuin 1 Postbus 9 4715 ZG Rucphen T: 0165 34 95 00 F: 0165 34 13 75 Banknummer: 2850 07 319 IBAN: NL37BNGH0285007319 KvK-nr. 20164997 Gemeente Rucphen

Rucphen

Schijf

Sprundel

St. Willebrord

Zegge

gemeente@rucphen.nl www.rucphen.nl

2

Laacivliecigebied De gemeente Rucphen valt deels in het laagvlieggebied voor helikopters. Het gaat hierbij om maximaal 125 uur per jaar. Graafmogelijkheden op oefenterreinen In het NPRD staat beschreven dat Defensie op het oefenterrein op de Rucphense Heide de graafmogelijkheden wil gaan uitbreiden.

Bijlagen 1. Antwoorden op zienswijze gemeente Rucphen. 2. Documenten Nationaal Programma Ruimte voor Defensie: Website Defensie en de plannen per gemeente: https://nprd.inspraak.defensiedichtbij.nl/downloads Meer ruimte nodig Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Rucphen, de burgemeeste , de secretaris,

dwin Kolen

Marjolein va f c

Mohr

3

Antwoorden op zienswijzen gemeente Rucphen De onderstaande zienswijzen en antwoorden zijn uit de Nota van Antwoorden gehaald. Zienswijze De indiener vraagt om monitoring, mitigerende en compenserende maatregelen om negatieve (milieu)effecten te voorkomen of te beperken en pleit dat deze onderdeel van de planMER zouden moeten zijn. Antwoord defensie Er is inzicht gegeven in mogelijke mitigerende en compenserende maatregelen in het planMER en de Passende Beoordeling. Dit is echter pas een aanzet, omdat de behoeften na vaststelling van het NPRD nader worden uitgewerkt en dan meer detailonderzoek mogelijk is. Hierbij kunnen de maatregelen dan ook weer verder uitgewerkt en toegepast worden. Zienswijze De indiener vraagt zich af of de gekozen locaties (o.a. Regte Heide/De Kiek/De Haar/Waalsdorpervlakte/Ketelmeer/erfgoed Schokland) passend zijn gelet op nabijheid van natuur, bewoners en recreatie en stelt alternatieven of begrenzing/afspraken voor. Antwoord Defensie Defensie begrijpt de zorgen die zijn geuit over de geschiktheid van een aantal in het ontwerp-NPRD genoemde locaties, waaronder Regte Heide, De Kiek, De Haar, de Waalsdorpervlakte, het Ketelmeer en erfgoedlocatie Schokland. De nabijheid van natuurgebieden, woonkernen en recreatieve functies vraagt om zorgvuldige afweging.

De selectie van deze locaties is gebaseerd op een combinatie van ruimtelijke geschiktheid, beschikbaarheid van luchtruim en operationele noodzaak. In het bijbehorende planMER zijn effecten op onder andere natuur, landschap en omgevingskwaliteit in beeld gebracht. Daarbij is expliciet gekeken naar cumulatie van effecten in gebieden met meerdere kwetsbare functies. Zienswijze De indiener wijst op de impact op wilde dieren. Laagvliegen veroorzaakt geluid met stress en schade aan natuurwaarden tot gevolg. Antwoord Defensie Defensie spant zich in om hinder voor alle mensen en dieren zoveel mogelijk te beperken, maar kan dit niet geheel voorkomen. Bij de nadere uitwerking van de laagvlieggebieden zal hier waar mogelijk rekening mee worden gehouden, maar hinder is helaas niet geheel te voorkomen. Hierbij wordt opgemerkt dat de frequentie en duur zeer beperkt zullen zijn voor de meeste locaties binnen een laagvlieggebied. Zienswijze De indiener maakt zich zorgen over aantasting van rust en basiskwaliteit van de leefomgeving in kernen en buitengebied in de laagvlieggebieden en rond om het vliegveld. Antwoord Defensie Defensie begrijpt dat er zorgen zijn over de impact die de activiteiten in het laagvlieggebied hebben op de leefomgeving. De spreiding van activiteiten over meer laagvlieggebieden voorkomt een onevenredige druk op bepaalde gebieden.

Defensie probeert zo goed als mogelijk rekening te houden met de andere gebruikers die zich in de gebieden bevinden maar realiseert zich ook dat overlast niet te voorkomen is. Desalniettemin kunt u Defensie altijd via de klachtenprocedure bereiken als u de overlast wil melden Zienswijze De indiener vraagt duidelijkheid over vlieguren en verdeling per gebied en onderbouwing van toename van het aantal vlieguren.

4

Antwoord Defensie Het maximum aantal vlieguren per jaar is in de planMER per laagvlieggebied inzichtelijk gemaakt. In de praktijk is het onwaarschijnlijk dat dit maximale aantal uren worden gevlogen. Toename is noodzakelijk omdat door laag te vliegen de kans dat helikopters worden opgemerkt door vijandelijke radarsystemen aanzienlijk wordt verkleind. Zienswijze De indiener betwijfelt de onderbouwing van de groei (bijv. 24.000 landelijk, 9.400/8.500 regionaal), vraagt om meer duidelijkheid over de aantallen (inclusief duidelijkheid over wat een \"vliegbeweging\" inhoudt) en impact daarvan, en stelt voor aantallen te maximeren, realistischer te onderbouwen of terug te brengen tot lagere plafonds per locatie, bijvoorbeeld voor locaties Arnhemse Heide, Stroese Zand, Regte Heide, Vrachelse Heide, Ermelosche Heide en Garderense Veld. Antwoord Defensie De aantallen vliegbewegingen waar de indiener naar verwijst is het maximaal beoogd gebruik. De feitelijke totale behoefte van Defensie ligt hier duidelijk onder. In het planMER is de geschiktheid van verschillende mogelijke helikopterlandingsplaatsen beschouwd en zijn de effecten op hoofdlijnen onderzocht. De invulling en gebruik van de helikopterplaatsen zal in de vervolgfase nader uitgewerkt worden. Hierbij zal indien beschikbaar lokale kennis en data worden betrokken.

Vooruitlopend hierop zal in een aanvulling op het planMER nader ingegaan worden op de cumulatie van defensieactiviteiten, waaronder helikopterlandingsplaatsen in en rond De Veluwe. Zienswijze De indiener vraagt om een duidelijke en billijke regeling voor schadevergoeding en planschade/nadeelcompensatie, inclusief onafhankelijke taxatie en vergoeding van directe en indirecte kosten. Antwoord Defensie Indien er sprake is van ruimtelijke besluitvorming (schadeveroorzakend besluit) die door Defensie op rechtmatige wijze wordt veroorzaakt, en de schade gaat boven het normale maatschappelijke risico of het normale bedrijfsrisico, dan kunt u een beroep doen op nadeelcompensatie. Nadeelcompensatie is geregeld in titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet. Waar mogelijk zal Defensie rekening houden met de omstandigheden van het geval en vanuit haar verantwoordelijkheid ondersteunen waar mogelijk indien er sprake is van nadeelcompensatie. Defensie is wel gebonden aan de geldende wet- en regelgeving, en zal zich daaraan moeten houden. Daarnaast volgt uit artikel 15.2 Omgevingswet dat immateriele schade niet voor vergoeding in aanmerking komt. Dit geldt ook voor de zogenoemde schaduwschade, namelijk eventuele schade die is ontstaan in aanloop naar het nemen van een besluit in de zin van artikel 15.1 Omgevingswet.

Zienswijze De indiener wijst op stapeling met andere geluidsbronnen (o.a. Breda Airport, Belgische oefeningen, traumaheli/F35/mortieren/drones) en vraagt om mitigatie en spreiding. Antwoord Defensie Het planMER onderzoek heeft de impact inzichtelijk en helder gemaakt. Op basis daarvan en door zorgvuldige afwegingen waaronder de impact op de leefomgeving, zijn de locaties aangewezen. Defensie begrijpt de zorgen maar kan ze voorlopig (nog) niet wegnemen. NB Meer helikopterlandingsplaatsen op oefenterreinen zijn nodig om ook overlast te kunnen spreiden. Zienswijze De indiener maakt zich zorgen over een toename van natuurbrandrisico door helikopterlandingen, vooral in droge perioden en het natuurbrandseizoen, en vraagt om preventieve maatregelen en beperking van risicovolle inzet.

5

Antwoord Defensie Door het veranderende klimaat en de steeds langere perioden van grote droogte, wordt het risico op natuurbranden groter. De Krijgsmacht heeft uitvoeringsprotocollen met preventieve maatregelen, maar realiseert zich dat ondanks alle zorgvuldigheid het risico van een natuurbrand niet tot nul kan worden beperkt. Mede hierom zullen voor meer terreinen dan nu het geval is, brandveiligheidsplannen worden opgesteld. Ook wordt in het beheer van de terreinen meer aandacht aan natuurbrandbeheersing gegeven. Zienswijze De indiener vraagt zich af of graven past binnen de Omgevingsverordening Noord-Brabant en het lokale Omgevingsplan, mede in relatie tot archeologie, bodem en waterhuishouding (klimaatadaptatie). Antwoord Defensie De bedoeling van deze ruimtebehoefte is om de regelgeving dusdanig aan te passen dat het voor Defensie noodzakelijke graven op haar oefenterreinen mogelijk is, passend bij de actuele operationele eisen van Defensie. Hiertoe is in het planMER een eerste verkenning naar milieueffecten gedaan. Bij de uitwerking van de plannen in regelgeving in de volgende fase zal ook de afstemming met wet- en regelgeving van lagere overheden aan de orde komen.

Zienswijze De indieners verzoeken om duidelijkheid over de relatie tussen de Wet op defensiegereedheid (Wodg) en het NPRD: hoe verhouden deze trajecten zich tot elkaar, hoe wordt afstemming geborgd, en hoe wordt transparantie richting decentrale overheden en inwoners gewaarborgd? Antwoord Defensie De Wodg en het NPRD doorlopen beiden een eigen traject, en dragen op zichzelf bij aan de goede taakuitvoering van de krijgsmacht en aan wat er nodig is om zich gereed te stellen. De Wodg richt zich op het gereedstellen van de krijgsmacht en biedt de regering, of de Minister van Defensie, de mogelijkheid om binnen vier domeinen (inkoop, personeel, informatievoorziening en fysieke leefomgeving) door maatregelen of versnelde besluitvorming de gereedstelling van de krijgsmacht te versnellen wanneer dat noodzakelijk is. De Wodg ziet op het gereed stellen van de krijgsmacht en geeft de regering, dan wel Onze Minister, de mogelijkheid om binnen vier domeinen (inkoop, personeel, informatievoorziening en fysieke leefomgeving) middels maatregelen of snellere besluitvorming, de gereedstelling van de krijgsmacht te versnellen als dat noodzakelijk is. Het NPRD voorziet in een programma voor structurele borging van ruimte voor Defensie en heeft vooral impact op de fysieke leefomgeving.

Hoewel de trajecten op zichzelf staan, vindt hiertussen op beleidsniveau afstemming plaats om een consistente en integrale afweging zo veel mogelijk te borgen. Voor beide trajecten geldt dat zij worden voorbereid conform wet- en regelgeving, met mogelijkheden voor reacties en zienswijzen. Daarnaast zijn bij de voorbereiding van het OntwerpNPRD door het hele land informatiebijeenkomsten en gesprekken georganiseerd met lokale overheden, belanghebbenden en betrokkenen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16573846/1