CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

17 Provincie Begrotingscirculaire 2021

commissie Algemeen Bestuur en Middelen 3 juni 2021, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken4.651 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12

Aan de raden van de gemeenten in de provincie Noord-Brabant

Fax (073) 680 76 80 www.brabant.nl IBAN NL86INGB0674560043

Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route

Onderwerp

Begrotingscirculaire 2021 Datum

29 april 2021 Ons kenmerk

Geachte raadsleden,

C2280269/4880758 Uw kenmerk

Jaarlijks geven wij u in een begrotingscirculaire, vanuit onze wettelijke taak als financieel toezichthouder, informatie die voor uw begroting van belang is. Het is belangrijk om deze informatie te betrekken bij de kaderstelling en het vaststellen van uw begroting 2022. Deels zijn deze onderwerpen financieeltechnisch van aard en daarmee wellicht meer voor het college bestemd. Een afschrift van deze circulaire hebben wij daarom aan uw college gestuurd. Wij attenderen u ook op onze brief over uw begroting 2021, waarin eventueel specifieke aandachtspunten voor u opgenomen zijn.

Contactpersoon

T.C. (Teco) Noordegraaf Telefoon

(06) 52 79 43 51 Email

tnoordegraaf@brabant.nl Bijlage(n)

-

U heeft de verantwoordelijkheid om een begroting vast te stellen die structureel en reëel in evenwicht is. Ieder jaar besluiten wij, op grond van artikel 203 van de Gemeentewet, voor 1 januari of uw gemeente voor het komende begrotingsjaar onder repressief of preventief toezicht valt. De financieel toezichthouder helpt gemeenten bij het bevorderen van een gezonde financiële huishouding, waarbij respect voor de eigen verantwoordelijkheid van besturen het uitgangspunt is. Financieel toezicht is dan ook een wezenlijk onderdeel van de “checks en balances” binnen het openbaar bestuur en draagt hiermee bij aan het voorkomen dat een gemeente niet meer in staat is financiële tekorten zelf op te lossen. Uitgangspunt voor de beoordeling van uw begroting 2022 is ons Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 Gemeenten (GTK) die u in 2019 van ons heeft ontvangen. In het GTK, voor het eerst toegepast bij de begroting 2020, vindt u onder andere: Welke vormen van toezicht zijn er? Welke wet- en regelgeving worden gehanteerd bij het toezicht? Wat betekent structureel en reëel evenwicht? Waar kijken we naar als we beoordelen of uw begroting en meerjarenraming structureel en reëel in evenwicht is?

Actuele onderwerpen

Datum

29 april 2021

Herijking gemeentefonds/verdelingssystematiek Op 2 februari 2021 is het voorstel voor de nieuwe integrale verdeling van het gemeentefonds (inclusief onderdeel Beschermd Wonen) openbaar gemaakt. Deze publicatie riep bij gemeenten, met name bij de voordeel-gemeenten, de vraag op of er bij de begroting 2022 in de meerjarenraming 2023-2025 al geanticipeerd mag worden op de te verwachten uitkomsten.

Ons kenmerk

C2280269/4880758

De fondsbeheerders van het gemeentefonds (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de staatssecretaris van Financiën) hebben dit voorstel ter advisering voorgelegd aan de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). Direct na publicatie bleek dat er grote regionale verschillen waren in de (nadelige) herverdeeleffecten. Zo gaan de gemeenten in de noordelijke provincies, maar ook in de provincie Limburg, er in het algemeen flink op achteruit. Maar ook in de andere provincies zijn er individuele gemeenten die er flink op achteruit gaan. Die nadelige herverdeeleffecten lijken niet in alle gevallen logisch te verklaren. Een storm van protesten brak los bij de nadeelgemeenten. Inmiddels heeft de ROB ook laten weten nog veel vragen te hebben over het voorstel. Op liefst 25 punten vraagt de ROB het ministerie van BZK om nadere toelichting voordat een advies afgegeven kan worden. De adviesraad zet zowel vraagtekens bij de onderbouwing als bij de uitkomsten van het voorstel. Of de voorgenomen herijking van het gemeentefonds in deze vorm doorgaat is daarmee nog lang niet zeker. Na ontvangst van het advies van de ROB start de consultatie van gemeenten en zal ook actualisatie naar een definitieve stand plaatsvinden. De voorgestelde herijking leidt zonder meer tot herverdeeleffecten en daarmee tot gemeenten die voordeel en gemeenten die nadeel ondervinden.

Voor sommige gemeenten zijn die voorlopige effecten zeer fors. Het voorstel is om de herverdeeleffecten te spreiden over een aantal jaren en daarbij het gebruikelijke ingroeipad van € 15 per inwoner per jaar te hanteren. Het maximale herverdeeleffect geldt voor zowel voor- als nadeelgemeenten. Omdat het sociaal domein nog in beweging is, wordt tevens een evaluatie na vier jaar ingebouwd. Deze herijking is door het huidige kabinet geplaatst in een breder perspectief van financiële en bestuurlijke verhoudingen en de financiële positie van gemeenten. Naast de verdeling en de omvang van het gemeentefonds zijn ook de nog lopende gesprekken met gemeenten over onder andere de toereikendheid van de financiering van de jeugdzorg daarbij van belang. Dat geldt ook voor de verruiming en modernisering van het gemeentelijk belastinggebied en de evaluatie van de normeringssystematiek. Daarover moet het volgende kabinet besluiten. De besluitvorming over de invoering van de

2/13

nieuwe verdeling wordt ook overgelaten aan het volgende kabinet en daardoor is de voorgestelde invoeringsdatum verschoven naar 1 januari 2023.

Datum

29 april 2021 Ons kenmerk

De formatie van een nieuw kabinet verloopt ook niet zo (voor)spoedig als gehoopt. De kans dat er in de komende meicirculaire duidelijkheid wordt gegeven over de herijking van het gemeentefonds en verruiming van de omvang van het gemeentefonds achten wij zeer klein. Er is ook nog geen enkele garantie dat de komende septembercirculaire die gewenste duidelijkheid wel gaat geven. Het is daarom op dit moment zeer voorbarig om te anticiperen op herverdeeleffecten en verruiming van de omvang van het gemeentefonds. Wij beoordelen bij de begroting 2022 of de algemene uitkering uit het gemeentefonds is geraamd op basis van reële uitgangspunten en op basis van de meicirculaire of de septembercirculaire. Ramingen op basis van bijvoorbeeld adviezen, rapporten, moties of eigen aannames vallen niet onder het begrip reële uitgangspunten.

C2280269/4880758

Wanneer er na het publiceren van de septembercirculaire, maar in ieder geval voor vaststelling van uw begroting 2022, toch officiële berichtgeving (inclusief bijbehorende cijfermatige uitwerking) komt van het ministerie van BZK over het gemeentefonds, dan laten wij u weten of wij dit kunnen betrekken bij ons oordeel over uw begroting 2022. Sociaal Domein Bij ons onderzoek van de begroting 2021 is gebleken dat het merendeel van de gemeenten verregaande maatregelen hebben getroffen om tot een structureel en reëel sluitende begroting te komen. Het merendeel van deze maatregelen liggen in het sociaal domein. Veel gemeenten ramen de taken (inclusief de te nemen maatregelen) reëel. Hierdoor is het zichtbaar geworden dat de inkomsten vanuit het Rijk de kosten in het sociaal domein vaak niet meer compenseren en er tekorten ontstaan bij gemeenten. Het onderzoeksbureau AEF (Andersson Elffers Felix) heeft in 2020 een onderzoek uitgevoerd naar de financiële tekorten in de jeugdzorg. De uitkomsten van het onderzoek laten zien dat gemeenten in een paar jaar tijd na de decentralisatie fors meer zijn gaan uitgeven aan jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Besluitvorming over een structurele oplossing in termen van benodigd budget en aanpassing in het stelsel voor de uitvoering van de Jeugdwet vanaf 2022 zal aan een volgend kabinet zijn.

De resultaten van het onderzoek dienen als inbreng voor de kabinetsformatie. De uitkomsten van het onderzoek zijn zwaarwegend. Dit in het licht van de jeugdhulpplicht van gemeenten en de noodzaak van structureel sluitende begrotingen. Het is echter ook hier nog te prematuur om te anticiperen op de besluitvorming over de financiële effecten van het onderzoek jeugdzorg door het volgende kabinet. Ook de € 613 miljoen die het kabinet onlangs voor 2021 extra beschikbaar stelt om acute problemen in de jeugdzorg op te lossen geeft helaas op dit moment nog onvoldoende zicht op een structurele oplossing.

3/13

De extra middelen zijn namelijk nadrukkelijk alleen voor 2021 en incidenteel. Nogmaals is in het overleg tussen het ministerie van VWS en de VNG afgesproken dat het nieuwe kabinet over extra structureel budget moet besluiten. Alleen ramingen op basis van de meicirculaire of septembercirculaire, of andere officiële berichtgeving (inclusief bijbehorende cijfermatige uitwerking) door het ministerie van BZK, merken wij aan als reëel. Een eigen aanname of een geraamde claim op het Rijk in de tekorten jeugdzorg en/of Wmo zullen wij negatief bijstellen op de structurele begrotingssaldi.

Datum

29 april 2021 Ons kenmerk

C2280269/4880758

Bij het onderzoek van de begroting 2021 zien wij dat ook de uitgaven voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) sterk toenemen. Oorzaak voor de toename is de invoering van het abonnementstarief en de vergrijzing. De groei van de vraag naar Wmo-ondersteuning zet de financiële mogelijkheden van gemeenten onder druk. Wij verwachten hier opnieuw tekorten. Voor de beoordeling van de begroting 2022 omtrent het sociaal domein blijven vooralsnog de richtlijnen van vorig jaar (begroting 2021) voor de begroting 2022 van kracht en deze zijn: Voor de jaren 2023 tot en met 2025 kan door de gemeente een stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ geraamd worden: per gemeente naar rato van de € 300 miljoen per jaar. Deze stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ kan als structureel opgenomen worden. Voorwaarde is dat daarnaast gemeente tevens zelf maatregelen neemt in het kader van de transformatie rondom jeugdzorg en Wmo mede gericht op beheersing van de kosten. Als toezichthouder beoordelen wij of de ramingen als ook de taakstellingen (zie onder Taakstellingen) in de begroting en meerjarenraming voor het sociaal domein reëel zijn en welke risico’s gemeenten lopen. Daarbij betrekken wij tenminste de realisatie van de laatste jaarrekeningen, de verwachte realisatie voor het jaar 2021 en de verslagen van de accountant.

Covid-19 Het is zeer ongewis wat de financiële effecten van de corona-crisis (onderzoek in opdracht van de VNG) zijn op de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025. Toch vragen wij u de financiële effecten van de corona-crisis zo goed mogelijk in beeld te brengen. De meest voorkomende situaties zijn: U houdt in de begroting en meerjarenraming geen rekening met de corona-crisis c.q. u raamt de financiële gevolgen van de corona-crisis budgettair neutraal. De financiële effecten van de corona-crisis zijn door u niet (goed) in te schatten of u gaat ervan uit dat het Rijk de financiële gevolgen van de corona-crisis (grotendeels) compenseert. U verwerkt dan eventuele werkelijke financiële gevolgen bij tussentijdse rapportages en op

4/13

-

jaarrekeningbasis. Wij verwachten dat u in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing een inschatting maakt welke financiële risico’s uw gemeente loopt. U houdt in de begroting en meerjarenraming rekening met incidentele en/of structurele baten en lasten. U schat zo reëel als mogelijk de financiële gevolgen van de coronacrisis in, waarbij u aangeeft wat incidentele en wat structurele baten en lasten zijn.

Datum

29 april 2021 Ons kenmerk

C2280269/4880758

Wij vragen u de gemaakte keuze duidelijk in de begroting aan te geven, bijvoorbeeld in de inleiding, en deze toe te lichten, zodat we kunnen beoordelen of de gekozen methodiek voldoende aannemelijk, geloofwaardig en daarmee aanvaardbaar is. We betrekken dit bij ons oordeel over de plausibiliteit van de ramingen. Ontwikkeling Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)

De commissie BBV geeft in notities aan op welke wijze een bepaald onderwerp in de begroting verwerkt kan of moet worden. Kan, omdat de regelgeving meerdere verwerkingsopties toestaat en moet als de regelgeving verplicht tot een bepaalde verwerkingswijze. De BBV-notities bevatten dan ook aanbevelingen (‘kan’) en stellige uitspraken (‘moet’) voor de juiste toepassing en uitvoering van het BBV. Notitie Rechtmatigheidsverantwoording De verwachting is dat met ingang van het boekjaar 2021 het college van burgemeester en wethouders via de jaarrekening verantwoording af gaat leggen over rechtmatigheid. De accountant controleert vervolgens de getrouwheid van deze rechtmatigheidsverantwoording en geeft geen separaat accountantsoordeel over de rechtmatigheid meer af. Omdat de Kadernota rechtmatigheid met name was gericht op de accountantscontrole, heeft de commissie BBV besloten een notitie Rechtmatigheidsverantwoording te publiceren (naar verwachting in het 1e kwartaal 2021) die vooral is gericht op het college en de raad. De volgende onderwerpen komen daarbij onder andere aan bod. De rol van de raad De criteria waarover het college zich dient te verantwoorden De keuzemogelijkheden met betrekking tot de verantwoordingsgrens en de gevolgen. Notitie Meerjarig financieel inzicht In september 2020 heeft de commissie BBV de notitie Meerjarig financieel inzicht voor de raad vastgesteld.

Het doel van deze notitie is om de samenhang helder te maken tussen diverse onderdelen uit de begroting en de jaarrekening. Dit maakt het eenvoudiger om een oordeel te vormen over de financiële positie van uw gemeente en/of de gevolgen te overzien van bepaalde beleidskeuzes

5/13

voor de ontwikkeling van die financiële positie. Daarom gaat deze notitie specifiek in op enkele onderdelen die in het BBV zijn voorgeschreven en die erop gericht zijn om de raad (meer) inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente op de korte en langere termijn.

Datum

29 april 2021 Ons kenmerk

C2280269/4880758

Notitie Lokale heffingen In april 2021 is de nieuwe notitie Lokale heffingen gepubliceerd door de commissie BBV. Aanpassing in de wetgeving de afgelopen jaren in combinatie met verschenen jurisprudentie was voor de Commissie BBV aanleiding om de notitie Lokale heffingen te actualiseren. In de notitie wordt een overzicht gegeven van alle relevante aspecten van lokale heffingen en bijbehorende reserves en voorzieningen. Specifieke onderwerpen

Inzicht in de structurele begrotingspositie Het inzicht in de structurele begrotingspositie van uw gemeente blijft een belangrijk aandachtspunt. Nogmaals dringen wij erop aan het begrotingssaldo, zowel voor het betreffende begrotingsjaar als voor de meerjarenraming, inzichtelijk te presenteren. Hiervoor kunt u gebruik maken van de voorbeelden uit het GTK en uit de notitie Structurele en incidentele baten en lasten van de commissie BBV. Wij adviseren u het structureel begrotingssaldo op deze wijze in het raadsvoorstel en de aanbiedingsbrief of in de inleiding van de begroting op te nemen. Overzicht van incidentele baten en lasten Een van de verplicht op te nemen overzichten in zowel de begroting als de jaarrekening is het overzicht van incidentele baten en lasten. De leesbaarheid van dit overzicht wordt vergroot als baten en lasten en incidentele reservemutaties duidelijk gescheiden zijn weergegeven. Daarnaast is het verplicht de opgenomen posten te voorzien van een toelichting. Belangrijk daarbij is dat duidelijk wordt waarom de baten of lasten door u als incidenteel zijn bestempeld. Anders gezegd, waarom er géén sprake is van structurele baten of lasten. Structurele baten en lasten zijn immers regel en de incidentele baten en lasten vormen de uitzondering.

Bij het onderzoek van de begroting 2021 van de gemeenten is ons opgevallen dat de notitie structurele en incidentele baten en lasten nog niet altijd goed wordt toegepast in de begroting. Het doel van de Notitie structurele en incidentele baten en lasten, namelijk het meer eenduidig toepassen van de begrippen ‘structureel’ en ‘incidenteel’, is naar onze mening nog niet helemaal bereikt. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het feit dat het BBV geen scherpe definitie geeft van de begrippen ‘structureel’ en ‘incidenteel’. Bovendien laat het BBV ruimte voor (interpretatie)verschillen, omdat dit past bij de eigen beoordeling van de lokale omstandigheden (principle based). Gemeenten benutten deze ruimte in (te) grote mate, hetgeen leidt tot discussies tussen de gemeenten en de

6/13

toezichthouder. In de begrotingscirculaire van vorig jaar kondigden wij het uitbrengen van een (ambtelijke) handreiking aan om deze discussies te beperken. Mede door de corona-uitbraak hebben we deze toezegging helaas niet waar kunnen maken. De behoefte aan verduidelijking is nog steeds onveranderd groot. Daarom zeggen wij u toe, dat wij begin 3 e kwartaal 2021 een handreiking ter verduidelijking van de begrippen structureel en incidenteel uit zullen brengen. In deze handreiking zal ook een groot aantal voorbeelden opgenomen worden.

Datum

29 april 2021 Ons kenmerk

C2280269/4880758

Kapitaallasten nieuwe (her)investeringen Medio vorig jaar hebben wij, zoals toegezegd in onze vorige begrotingscirculaire, de ‘Handreiking kapitaallasten nieuwe (her)investeringen’ gepubliceerd. In deze ambtelijke handreiking is het onderdeel ‘Kapitaallasten nog te realiseren (her)investeringen’ uit ons GTK nader uitgewerkt. In de handreiking hebben we uiteengezet hoe wij de ramingen kapitaallasten in uw begroting beoordelen. Bij ons onderzoek naar de begrotingen 2021 is het ons opgevallen dat nog niet alle gemeenten de ‘Handreiking kapitaallasten nieuwe (her)investeringen’ toepassen. Bij de beoordeling van de begroting 2022 zullen wij de handreiking toepassen en eventuele correcties op het structureel begrotingssaldo doorvoeren. Wij adviseren u daarom om de ‘Handreiking kapitaallasten nieuwe (her)investeringen’ toe te passen en daarmee correcties op het structureel begrotingssaldo te voorkomen. Taakstellingen Veel gemeenten hebben te maken met bezuinigingsoperaties en takendiscussies. Daarom is het nuttig om specifiek in te gaan op deze onderdelen bij de toelichting op de financiële positie en bij de meerjarenraming. Behalve het benoemen van de stelposten en taakstellingen biedt het concreet toelichten, van de wijze waarop de voorgenomen bezuinigingen en het nieuwe beleid voor de komende jaren zijn vertaald in de begroting, inzicht in de financiële positie.

De toelichting is noodzakelijke informatie voor uw en ons inzicht in en de beoordeling van de financiële positie. We zien de omvang van de taakstellingen toenemen en hoewel onze beoordeling op hardheid en haalbaarheid veelal positief is, vinden we het een zorgelijke ontwikkeling. Om de financiële stabiliteit van de gemeente te waarborgen is het noodzakelijk dat uiteindelijk de voorgenomen taakstellingen en bezuinigingen volledig gerealiseerd worden. Wij adviseren u, indien van toepassing, een integraal beeld van de opgenomen bezuinigingsmaatregelen, taakstellingen, stelposten en reserveringen te presenteren in een paragraaf Taakstellingen en stelposten. In deze paragraaf kunt u in één oogopslag de opgenomen bezuinigingen c.q. taakstellingen zien die verspreid in de begroting op programmaniveau zijn opgenomen en/of de

7/13

nog openstaande taakstellingen in de meerjarenraming. Daarnaast kunt u hier de voortgang van eerder door u vastgestelde bezuinigingsmaatregelen toelichten. Hetzelfde geldt voor eventuele stelposten (inschattingen of al vrijgemaakte begrotingsruimte) voor toekomstige financiële onzekerheden. Dit versterkt het inzicht in de financiële positie.

Datum

29 april 2021 Ons kenmerk

C2280269/4880758

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Uit onze begrotingsonderzoeken blijkt dat de informatiewaarde van de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij sommige gemeenten nog verbeterd kan worden. Met als doel de informatiewaarde te verbeteren adviseren wij het volgende: Geef in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing duidelijk het vastgestelde beleid aan, zowel voor de inventarisatie en kwantificering van de risico’s als voor de aan te houden weerstandscapaciteit in relatie tot deze kwantificering. Geef tevens de minimale hoogte of marge aan van de weerstandsratio. Naast deze verplichte onderdelen van de paragraaf adviseren wij u het verloop, van zowel de beschikbare weerstandscapaciteit als de benodigde weerstandscapaciteit (en hiermee ook de weerstandsratio) inzichtelijk te maken. Dit geeft aanzienlijk meer inzicht in het gemeentelijke weerstandsvermogen dan alleen de informatie opnemen van het betreffende jaar. Hierbij kan ook aangegeven en toegelicht worden welke risico’s groter/kleiner worden of verdwijnen. Het is van belang om bij de risico’s de mogelijke scenario’s te schetsen alsmede de (beleidsmatige) opties om de niet geraamde financiële consequenties zo goed mogelijk te beheersen. Hieruit volgt de gewenste omvang van het weerstandsvermogen.

Ook de niet-financiële gevolgen spelen een rol bij risicomanagement, maar ook voor de bepaling van de weerstandscapaciteit en het weerstandsvermogen. Omgevingswet en -visie In onze begrotingscirculaire van vorig jaar (Begrotingscirculaire 2020) informeerden wij u al uitgebreid over beide onderwerpen. De invoeringsdatum van de Omgevingswet is mede naar aanleiding van Covid-19 verschoven naar 1 januari 2022. Aangezien Covid-19 nog steeds niet bedwongen is, lijkt nieuw uitstel onafwendbaar. Een definitief besluit zal binnenkort genomen worden. Zoals u weet, wordt de wet- en regelgeving voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water gebundeld en is het de bedoeling om het aanvragen van vergunningen te vereenvoudigen. Dit betekent één wet die ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving stimuleert en kwaliteit borgt. De gebruikers staan hierbij centraal.

8/13

Omgevingsvisie

Datum

Met de nieuwe wet zijn het Rijk, de provincies en de gemeenten voortaan verplicht een omgevingsvisie te maken. Dit is een strategische visie voor de lange termijn voor de hele fysieke leefomgeving. De belangrijkste uitgangspunten daarbij zijn: gemeenten dienen een omgevingsvisie op te stellen; per gemeente geldt één omgevingsplan; gemeenten werken de omgevingsvisie uit in een omgevingsplan en programma’s; het omgevingsplan bevat gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving; in een programma staan maatregelen waarmee een bevoegd gezag een omgevingswaarde of een andere doelstelling voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. Gemeenten krijgen een overgangstermijn van drie jaar voor het vaststellen van de omgevingsvisie. De verplichting voor gemeenten om een omgevingsvisie te hebben én het tijdstip daarvoor wordt bij Koninklijk Besluit vastgelegd.

29 april 2021 Ons kenmerk

C2280269/4880758

Houd rekening met de financiële gevolgen voor uw gemeente Wij zien dat de nodige betrokken partijen volop bezig zijn met de voorbereidingen. Toch blijkt uit de monitor invoering Omgevingswet, die minister Ollongren onlangs naar de Tweede Kamer stuurde, dat het percentage gemeenten dat denkt tijdig gereed te zijn het afgelopen halfjaar is gedaald. Het is van groot belang om een goede inschatting te maken van wat er op uw gemeente afkomt, zodat u zich adequaat op deze wet kunt voorbereiden. Daarbij past ook de vraag wat de financiële gevolgen voor uw gemeente zullen zijn. Denk aan: Welk personeel is nodig? Hoe begeleidt u het implementatieproces? Moet u uw medewerkers opleiden? Wat betekent dit voor ICT? Wat kost het om de omgevingsdocumenten te ontwikkelen? Dat de financiële gevolgen niet onderschat mogen worden, bleek uit een consultatie onder honderd gemeenten. Daaruit kwam naar voren dat de invoeringskosten van de Omgevingswet veel hoger zijn dan eerder werd verwacht. Gemeenten willen daarom in 2022 € 150 miljoen (extra) compensatie. Gemeenschappelijke regelingen

Gemeentelijke bijdragen Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen maken een belangrijk deel uit van gemeentebegrotingen. De raming die u in uw begroting opneemt als bijdrage in de gemeenschappelijke regeling behoort overeenkomstig de gemeentelijke bijdrage te zijn, zoals deze is opgenomen in de begroting van de

9/13

gemeenschappelijke regeling. Wij vragen u in de paragraaf verbonden partijen deze bijdrage inzichtelijk te maken, niet alleen voor het begrotingsjaar, maar ook voor de jaren van de meerjarenraming.

Datum

29 april 2021 Ons kenmerk

C2280269/4880758

Gemeenschappelijk Toezichtkader (GTK) Gemeenschappelijke regelingen Bij het verschijnen van het GTK voor gemeenten is een afzonderlijk gemeenschappelijk toezichtkader voor gemeenschappelijke regelingen aangekondigd. De reden hiervoor is dat niet alle kaders die voor gemeenten gelden één op één op gemeenschappelijke regelingen van toepassing zijn. Bovendien kennen we binnen gemeenschappelijke regelingen veel diversiteit in grootte, aantal deelnemers en beleidsvelden, elk met een eigen dynamiek. De focus bij gemeenschappelijke regelingen ligt op de risico’s voor de deelnemende gemeenten. Dit vroeg om een nadere uitwerking, die landelijk door de provincies is opgepakt. Inmiddels is het concept toezichtkader voor gemeenschappelijke regelingen gereed en is ter consultatie voorgelegd aan enkele gemeenschappelijke regelingen. In afwachting van die reacties en eventuele daaruit voortvloeiende aanpassingen van het concept, zal dit toezichtkader naar verwachting met ingang van het begrotingsjaar 2023 voor alle gemeenschappelijke regelingen in Nederland gaan gelden. Met de introductie van het nieuwe kader zal worden gewacht tot de inwerkingtreding van de wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Tot die tijd blijft het gemeenschappelijk toezichtkader “Kwestie van evenwicht!” uit 2014 van toepassing op gemeenschappelijke regelingen.

Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen Om de maatschappelijke opgaven waar lokale overheden zich voor gesteld zien te kunnen realiseren en de bestuurlijke slagkracht te vergroten, werken overheden steeds meer en intensiever met elkaar samen. Dat gebeurt op verschillende niveaus en op verschillende manieren, onder andere via gemeenschappelijke regelingen. In de praktijk ervaren gemeenteraden en individuele raadsleden een te grote afstand tot gemeenschappelijke regelingen. Om de positie van de gemeenteraden te versterken is een wijziging van de Wgr in procedure. De instrumenten die de volksvertegenwoordiging kan gebruiken om de eigen controlerende en kader stellende rol bij gemeenschappelijke regelingen beter in te kunnen vullen wordt aangepast. Ook beoogt de wijziging de democratische legitimatie van de besluitvorming binnen een gemeenschappelijke regeling te vergroten.

10/13

In het kader van deze begrotingscirculaire zijn de volgende wijzigingen van belang, die met ingang van het begrotingsjaar 2023 gelden:

Datum

29 april 2021 Ons kenmerk

1) Aanpassing begrotingscyclus door drie wijzigingen: De kadernota en voorlopige jaarrekening moeten voor 30 april naar gemeenteraden worden gestuurd in plaats van 15 april. De ontwerpbegroting moet uiterlijk 12 weken voor 15 september voor een zienswijze aan gemeenteraden aangeboden worden, in plaats van 8 weken voor 1 augustus. De begroting van een regeling moet uiterlijk 15 september naar gedeputeerde staten worden gestuurd in plaats van 1 augustus.

C2280269/4880758

2. Aanscherping artikel 9 van de Wgr met een bepaling over de reikwijdte van de afspraken die moeten worden gemaakt over het regelen van de gevolgen van een uittreding. Een algemeen besluit van het bestuur is niet voldoende. Deze wijzigingen gaan voor het eerst gelden voor de begrotingscyclus 2023. Nadere informatie: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/35513 Agenda toekomst van het (interbestuurlijk) toezicht Met de Agenda Toekomst (interbestuurlijk) Toezicht (ATT) geven gemeenten, provincies en Rijk gezamenlijk invulling aan de vernieuwing van het interbestuurlijk en financieel toezicht, zodat het toezicht zo effectief mogelijk is en past bij een gezamenlijke aanpak van maatschappelijke opgaven. In onze vorige begrotingscirculaire informeerden wij u al over de ATT, waarin is beschreven hoe we de komende jaren het (interbestuurlijk) toezicht verder gaan doorontwikkelen. In 2020 is hiervoor een Actieplan opgesteld en is samen met toezichtontvangers en toezichthouders gekeken naar de uitwerking van de verschillende actielijnen. De vijf actielijnen zijn: 1. Versterken verbinding horizontale controle en verticaal toezicht 2. Beter voeren dialoog 3. Beter leren via toezicht 4. Uniformeren uitvoering toezicht 5. Toezichthouder richt zich op gedeelde risico’s Per actielijn zijn de te nemen acties benoemd en is het doel aangegeven zoals dat in de ATT is opgenomen.

Inmiddels is er vorig jaar (2020) gestart met risicosessies voor de verschillende (interbestuurlijk) toezicht terreinen (in kader van actielijn 5). Dit jaar worden in het kader van actielijnen 2 en 3 workshops georganiseerd met toezichtontvangers en toezichthouders ten behoeve van het delen van ervaringen van (interbestuurlijk) toezicht. De data voor sessies met het werkveld van financieel toezicht zijn op dit moment nog niet bekend.

11/13

Inzendtermijn jaarrekening 2020

Datum

29 april 2021

Het coronavirus en de hiertegen genomen maatregelen raken alles en iedereen in Noord-Brabant en dus ook de P&C-cyclus van uw gemeente. Wij kunnen ons voorstellen dat dit ook impact heeft op het opstellen, controleren en vaststellen van de jaarrekening 2020. Mogelijk heeft dit ook consequenties voor de inzendtermijn van 15 juli 2021.

Ons kenmerk

C2280269/4880758

Gezien de huidige, nog steeds buitengewone omstandigheden hebben wij er begrip voor, dat u de inzendtermijn van 15 juli 2021 mogelijk niet kunt halen. Wanneer er omstandigheden zijn die buiten uw invloed liggen, zullen wij soepel omgaan met het verlenen van uitstel voor het inzenden van de jaarrekening 2020, zonder dat dit leidt tot preventief toezicht voor het begrotingsjaar 2022. Wanneer u voorziet dat de inzendtermijn niet gehaald wordt, neem dan vooral contact met ons op. Samen vinden we een oplossing! Tot slot

Inzenden per post of digitaal via de Berichtenbox U kunt uw begrotingen, maar ook voor wijzigingen in begrotingen, jaarrekeningen en andere wettelijk verplichte documenten per post of digitaal via de Berichtenbox inzenden. Zorg er bij digitale inzending voor dat u stukken toestuurt die wij goed kunnen archiveren. Op die manier blijft voor de toekomst duidelijk wat de besluitvorming is geweest. Een raadsbesluit met bijvoorbeeld alleen een link naar informatie op een website of app is niet voldoende. Zowel de fysieke als de digitale begroting en jaarrekening dienen qua vorm en inhoud aan de wettelijke eisen te voldoen. Op brabant.nl staan diverse actualiteiten op het gebied van financieel toezicht. Daar kunt u ook bijvoorbeeld het overzicht ‘Bruto woonlasten 2021 voor een meerpersoonshuishouden’ vinden. Dit overzicht geeft inzicht in de woonlasten van de 61 Brabantse gemeenten. In één oogopslag kunt u daar zien of uw gemeente tot de goedkopere of duurdere gemeenten behoort wat betreft de woonlasten. Hebt u vragen over deze circulaire dan kunt u contact opnemen met de heer T.C. (Teco) Noordegraaf van ons team IBT Financieel Toezicht. Hij is op maandag tot en met donderdag tijdens kantooruren bereikbaar via telefoonnummer 06-52794351. U kunt ook contact opnemen met de contactambtenaar voor uw gemeente.

12/13

Datum

Een kopie van deze begrotingscirculaire hebben wij aan uw college van burgemeester en wethouders gestuurd.

29 april 2021 Ons kenmerk

C2280269/4880758

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze,

N. Wester MSc, programmamanager Kwaliteit Openbaar Bestuur In verband met geautomatiseerd verwerken is dit document digitaal ondertekend.

13/13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10148466/1