16b Nota van zienswijzen ontwerpbeleid premantelzorgwoningen 7-11-2023
Tekst van het document
Nota van zienswijzen ontwerpbeleid prémantelzorgwoningen 1. Procedure Tijdens de vergadering van 26 september 2023 stemde het college van burgemeester en wethouders in met de vaststelling van het concept-beleidsregel prémantelzorgwoningen en het ter inzage leggen van dit ontwerp voor een periode van vier weken. Het ontwerp-beleid heeft van 5 oktober 2023 tot 1 november 2023 ter inzage gelegen. Dit is bekendgemaakt via de Rucphense Bode en de website. Geïnteresseerden zijn in de gelegenheid gesteld het ontwerp-beleid in te zien op het gemeentehuis of digitaal op te vragen. Zij konden hierop schriftelijk of mondeling reageren. Ook zijn belanghebbenden actief op de hoogte gesteld van het ontwerp-beleid en in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. De ter inzage legging van het ontwerp-beleid heeft geleid tot 8 toezendingen van het ontwerpbeleid en 2 inhoudelijke schriftelijke reacties hierop. Persoonsgegevens De Wet bescherming persoonsgegevens laat niet toe dat persoonsgegevens van reclamanten digitaal openbaar worden gemaakt. Om die reden zijn de zienswijzen waar nodig geanonimiseerd. Aan de betrokkenen wordt per brief kenbaar gemaakt onder welk nummer hun zienswijze is opgenomen. Voor een overzicht van de gegevens van de reclamanten wordt verwezen naar de bijlagen. Deze bijlagen worden niet op het internet gepubliceerd. De zienswijzen zijn genummerd.
De volgorde van de nummering is bepaald door het moment van ontvangst. 2. Schriftelijke reacties Zienswijze 1: Adviesraad Sociaal Domein 1.1 Een van de voorwaarden voor het realiseren van een prémantelzorgwoning is dat er een familiaire relatie is tussen de bewoner(s) van de prémantelzorgwoning en de bewoner(s) van de hoofdwoning. De adviesraad Sociaal Domein adviseert om deze doelgroep te verruimen, omdat er personen zijn die een goede relatie hebben met personen die niet familiair zijn, maar geen familie hebben waar een prémantelzorgwoning gerealiseerd kan worden. 1.2 De adviesraad adviseert concreet te beschrijven hoe om te gaan met een situatie waarbij de prémantelzorgverlener overlijdt, en zijn/haar zorgtaken worden overgenomen door een ander familielid dat woonachtig is op dat adres. 1.3 De adviesraad adviseert met de (minimale) maten zodanig rekening te houden dat de premantelzorgwoningen tevens toegankelijk zijn voor grotere, elektrische rolstoelen en voor het eventueel gebruiken van een tillift. De adviesraad vindt het zinvol om ook minimale afmetingen in het beleid op te nemen. 1.4 De adviesraad kan zich voorstellen dat er soms plaats kan zijn voor twee prémantelzorgwoningen bij een hoofdwoning en dat dit ervoor zorgt dat er direct voldoende hulp aanwezig is bij de woning, of dat hulp makkelijker in te regelen is voor beide prémantelzorgwoningen.
1.5 De adviesraad ziet graag een duidelijkere omschrijving van de parkeernorm terug in het beleid. 1.6 De adviesraad adviseert het beleid jaarlijks te evalueren. 1.7 De adviesraad vraagt zich af of in geval van bijvoorbeeld ziekte of voorgenomen bouwactiviteiten kan worden afgeweken van de AOW-leeftijd als eis. 1.8 De adviesraad vraagt zich af of er al een (pré-)mantelzorgwoning gerealiseerd is bij een huurwoning in samenwerking met Zorg voor Wonen in de gemeente Rucphen. Zienswijze 2 2.1 De betrokkene stelt voor dat het geïnvesteerde vermogen in de prémantelzorgwoning terugverdiend moet kunnen worden, of dat de woning bij overlijden van de zorgvrager doorgezet moet kunnen worden aan familie als multifunctionele ruimte of woonruimte. De verplichting om de prémantelzorgwoning of woonvoorzieningen te verwijderen zou (deels) moeten komen te vervallen. 2.2 De betrokkene stelt voor indien de (pré-)mantelzorgsituatie wordt beëindigd via een nieuwe vergunning de mogelijkheid te bieden om het bouwwerk te gebruiken voor andere doeleinden (kantoor, studentenhuisvesting, recreatie, etc.). 2.3 De betrokkene stelt dat een vergunning voor prémantelzorgwoningen zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied mogelijk moet zijn: o De oppervlakte van de premantelzorgwoning is niet meer dan 100 m2. o De situatie van het bouwwerk is als basis in het achtererfgebied (binnen de bebouwde kom).
o Bij voldoende bouwruimte (in het buitengebied) kan de premantelzorgwoning ook aan de straatzijde worden gerealiseerd, als deze passend in de omgeving is, binnen het bestaande bouwblok gelegen is en ruimtelijk is gemotiveerd. De oppervlakte van de premantelzorgwoning mag dan ook in overleg worden vergroot tot max. 150m2, mits het bebouwde oppervlak niet meer dan 50% bedraagt van het bouwblok. 3. Standpunt Zienswijze 1 1.1 Uitgangspunt van het prémantelzorgbeleid is dat er een familiaire relatie bestaat. Familiair gaat verder dan een eerstegraads familierelatie, waarbij er sprake moet zijn van verwantschap. Bij familiair kan er ook sprake zijn van een aantoonbare, zeer nauwe relatie. Denk bijvoorbeeld aan schoonfamilie of pleegouders. Bij verdere uitbreiding van het begrip kan niet meer worden getoetst of er überhaupt sprake is van een (langdurige) sociale relatie tussen de hoofdbewoner en de prémantelzorgbehoevenden, die ook over gaat in een (mantel)zorgrelatie. De kans op misbruik wordt daarmee vergroot, denk aan illegale verhuur van de prémantelzorgwoning aan vreemden. 1.2 De vergunning is persoonsgebonden en locatie gebonden. Wanneer de pré-mantelzorgvrager of -verlener komt te overlijden zal de vergunning vroegtijdig worden beëindigd. Een nieuwe vergunning dient worden aangevraagd indien de vrager of verlener van prémantelzorg wijzigt.
1.3 Op het moment van aanvragen dient de prémantelzorgwoning te voldoen aan de eisen opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Hierin zijn ook eisen opgenomen betreffende rolstoeltoegankelijkheid. 1.4 Het is te verwachten dat een prémantelzorgsituatie overgaat in een daadwerkelijke mantelzorgsituatie. In het geval van mantelzorg mag er volgens het Besluit omgevingsrecht sprake zijn van huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen. Het principe toepassen van toestaan van twee prémantelzorgwoningen wordt dus niet gevolgd.
1.5 De nota parkeernormen Rucphen 2017 is een algemeen beleidsdocument dat ook op andere situaties van toepassing is. Indien de nota parkeernormen in de toekomst zou wijzigingen, zou dit tot gevolg hebben dat het prémantelzorgwoningenbeleid niet meer in overeenstemming is met de nieuwe parkeernormen. Daarom is de inhoud van de nota parkeernormen niet opgenomen in het prémantelzorgbeleid. 1.6 Het prémantelzorgbeleid wordt één jaar na inwerkingtreding geëvalueerd. Dan wordt bekeken op welke wijze de evaluatie kan worden voortgezet. 1.7 In het geval van een zorgrelatie vanwege ziekte is er sprake van reguliere mantelzorg. Hiervoor gelden de regels uit het Besluit omgevingsrecht. Volgens artikel 7 van het ontwerpbeleid handelt het college overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. 1.8 Voor zover bij ons bekend is er één mantelzorgwoning gerealiseerd in onze gemeente bij een sociale huurwoning van Thuisvester. Zienswijze 2 2.1 Het is binnen de (huidige) landelijke regelgeving niet toegestaan om een mantelzorgwoning als permanente, reguliere woonruimte te gebruiken of te verkopen. Op basis van de Omgevingswet kan voor 15 jaar een vergunning worden verleend voor een bouwactiviteit voor een tijdelijk bouwwerk.
Bij prémantelzorg is de verwachting dat de situatie overgaat in reguliere mantelzorg binnen of na deze 15 jaar, en de prémantelzorgwoning daarmee vergunningvrij wordt. 2.2
Indien het bouwwerk voldoet aan de eisen voor een bijbehorend bouwwerk en in overeenstemming is met het omgevingsplan is het mogelijk dat het is toegestaan het bouwwerk voor een ander doel te gebruiken nadat de prémantelzorgsituatie is beëindigd. De mogelijkheden kunnen per situatie verschillen.
2.4
Het is toegestaan een prémantelzorgwoning te realiseren zolang wordt voldaan aan de in het beleid gestelde voorwaarden. Hierbij gelden de regels omtrent een bijbehorend bouwwerk. Hierin is opgenomen dat een bijbehorend bouwwerk enkel gebouwd mag worden in het achtererfgebied. Wanneer de premantelzorgwoning niet in het achtererfgebied is gerealiseerd kan in uitzonderelijke gevallen medewerking worden verleend wanneer de premantelzorgwoning passend is in de omgeving en dit ruimtelijk is gemotiveerd. Deze regels zijn van toepassing op zowel het binnen- als het buitengebied.
4. Conclusie Naar aanleiding van de ingediende reacties besloot het college één wijziging aan te brengen in het beleid: Artikel 5: tijdelijkheid De tijdelijke pré-mantelzorgwoning kan in geen geval tot een permanente woonbestemming en/of woongebruik leiden. Doorverkoop van de woning is niet toegestaan. In geval van beëindiging van de prémantelzorgsituatie, dient de tijdelijke prémantelzorgunit binnen twee maanden te worden verwijderd. In het geval van een prémantelzorgsituatie in een permanent (vrijstaand) bijbehorend bouwwerk moeten woonvoorzieningen (zoals keuken of badkamer) binnen twee maanden verwijderd zijn, zodanig dat er geen sprake meer is van een zelfstandige woonunit. Artikel 5: tijdelijkheid De tijdelijke pré-mantelzorgwoning kan in geen geval tot een permanente woonbestemming en/of woongebruik leiden. Doorverkoop van de (pré)mantelzorgwoning op het perceel is niet toegestaan. In geval van beëindiging van de prémantelzorgsituatie, dient de tijdelijke prémantelzorgunit binnen twee maanden te worden verwijderd. In het geval van een prémantelzorgsituatie in een permanent (vrijstaand) bijbehorend bouwwerk moeten
woonvoorzieningen (zoals keuken of badkamer) binnen twee maanden verwijderd zijn, zodanig dat er geen sprake meer is van een zelfstandige woonunit. Het is wel toegestaan om een verplaatsbare unit van het perceel te verwijderen en door te verkopen. Het beleid ligt na advisering in de commissie EROM ter besluitvorming voor in de raadsvergadering van 13 december 2023. Na vaststelling door de gemeenteraad treedt het beleid op 1 januari 2024 in werking. Rucphen, 7 november 2023, Burgemeester en wethouders van Rucphen,
M. van der Meer Mohr, burgemeester,
T. Kemper, secretaris.