16b Bestemming...3 te St. Willebrord en verbeelding
Tekst van het document
1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijk plan bestemd zijn voor de doeleinden bebouwing,
1/10 per jaar voor overige gebieden.
hoofdinfrastructuur en spoorwegen;
De norm, bedoeld in het eerste lid, betreft een inspanningsverplichting.
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
37
Onderhavig planvoornemen voldoet aan de gestelde inspanningsverplichting.
4.2.2.3 De basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies De voor het plan relevante basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zijn:
zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit;
kwaliteitsverbetering van het landschap.
Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Om te komen tot een goede omgevingskwaliteit moet rekening gehouden worden met zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in het gebied (toepassing lagenbenadering) en meerwaardecreatie. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, omdat het plan een functieverandering van een bestaand bouwperceel betreft. Verouderde bebouwing wordt verwijderd. Er is daarmee sprake van een compact bouwperceel. Er heeft een zorgvuldige situering van gebouwen plaatsgevonden binnen het bestaande bouwperceel, waarbij rekening is gehouden met en uitgegaan van de bestaande stedenbouwkundige, landschappelijke en natuurlijke waarden. Daarnaast worden nieuwe landschapselementen toegevoegd, gebaseerd op de lagenbenadering. De meerwaarde wordt gecreëerd door:
het wegnemen van leegstaande, verouderde bebouwing;
het realiseren van kwalitatief hoogstaande woningen;
het realiseren van landschapselementen, die bijdragen aan het landschapstype én de ecologie.
Kwaliteitsverbetering landschap Conform artikel 3.9 IOV moeten ruimtelijke ontwikkelingen in landelijk gebied gepaard gaan met een kwaliteitsverbetering van het landschap. Onderhavig plan betreft echter een ontwikkeling in stedelijk gebied. Er is geen kwaliteitsverbetering van het landschap nodig.
4.2.2.4 Conclusie Het plan voldoet aan de regels van de Interim Omgevingsverordening.
4.3 Gemeentelijk niveau 4.3.1 Omgevingsvisie Rucphen Op 8 december 2022 is door de gemeenteraad de Omgevinsgvisie Rucphen vastgesteld. De omgevingsvisie van de gemeente Rucphen is een strategisch document dat de lange termijnvisie voor de fysieke leefomgeving van de gemeente beschrijft. Het doel van de omgevingsvisie is het creëren van een duurzame, leefbare en aantrekkelijke gemeente voor huidige en toekomstige generaties. De visie van Rucphen is gebaseerd op vier centrale thema's:
Groen en landschap;
Wonen en voorzieningen;
Economie en werkgelegenheid, en;
Bereikbaarheid en verkeer.
Binnen elk thema worden specifieke doelstellingen en ambities geformuleerd. De omgevingsvisie van Rucphen vormt het kader voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen, projecten en beleidsbeslissingen in de gemeente. Het is een leidraad voor een duurzame en evenwichtige groei, waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van inwoners, ondernemers en het milieu.
38
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
Groen en landschap Op het gebied van groen en landschap streeft Rucphen naar behoud en versterking van het groene karakter en de landschappelijke kwaliteiten van de gemeente. Er wordt ingezet op het behouden en ontwikkelen van groene gebieden, het bevorderen van biodiversiteit en het waarborgen van een goede waterkwaliteit. Wonen en voorzieningen Wat betreft wonen en voorzieningen wil Rucphen een gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig woonaanbod realiseren, passend bij de behoeften van de inwoners. Daarnaast wordt er gestreefd naar voldoende voorzieningen op het gebied van onderwijs, zorg, sport en cultuur, zodat de leefbaarheid in de gemeente wordt vergroot. Economie en werkgelegenheid Op het gebied van economie en werkgelegenheid zet Rucphen in op het versterken van de lokale economie en het behouden en creëren van werkgelegenheid. Hierbij wordt onder andere ingezet op het faciliteren van ondernemerschap, het stimuleren van innovatie en het bevorderen van duurzame economische ontwikkelingen. Bereikbaarheid en verkeer Rucphen streeft naar een goed bereikbare gemeente, zowel over de weg als met het openbaar vervoer en de fiets. Er wordt ingezet op het verbeteren van de verkeersveiligheid en het stimuleren van duurzame vervoerswijzen.
Analyse Onderhavig planvoornemen betreft de realisatie van 34 appartementen op de locatie aan de Dorpsstraat 113, waar het voormalige kantoor van de Rabobank gevestigd is. Dit planvoornemen sluit hierin hoofdzakelijk aan bij de uitgangspunten van 'Groen en landschap' en 'Wonen en voorzieningen'. Middels dit planvoornemen wordt de locatie groen ingericht (zie paragraaf 3.3), waarbij een gedeelte van het plangebied onderdeel gaat uitmaken van het Processiepark. Daarnaast leidt onderhavig planvoornemen voor kwalitatief hoogwaardige woningen, die passend zijn binnen de behoefte van de inwoners (zie tevens paragraaf 4.3.2). Conclusie De beoogde bouw van woningen is passend binnen de gemeentelijke omgevingsvisie.
4.3.2 Woonvisie gemeente Rucphen 2020 - 2024 In de Woonvisie 2020 - 2024 van de gemeente Rucphen wordt de actuele informatie over de woningmarkt vertaald naar speerpunten voor het gemeentelijk beleid. Hierbij gaat het onder andere om ruimtelijke ordening, woningbouwplanning, transformatie, grond(prijs)beleid, betaalbaarheid, kwaliteit, duurzaamheid, woonruimteverdeling (beschikbaarheid / doelgroepen), wonen, leefbaarheid en zorg etc. Het uiteindelijke doel is hiermee vitale gemeenschappen en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat te behouden en te versterken in de vijf kernen van de gemeente Rucphen. Het aantal inwoners van de gemeente Rucphen groeit nog beperkt verder, met een ontgroening aan de onderkant en een sterke vergrijzing aan de bovenzijde. Met name door de afname van de gemiddelde woningbezetting, is er dus een behoefte om het aantal woningen uit te breiden. Door de sterke vergrijzing zal een groot deel van de toe te voegen woningen wel levensloopbestendig moeten worden gerealiseerd. Daarnaast dient er aandacht te zijn voor met name starterswoningen, om starters/jongeren kansen te bieden in de dorpen binnen de gemeente Rucphen. In de woonvisie wordt er van uitgegaan dat voor de komende 5 jaar een behoefte bestaat aan 500 nieuwe woningen.
Achterblijvende nieuwbouw in de afgelopen jaren door de economische crisis en momenteel juist een verhitte koopmarkt leiden tot een behoefte aan 50-100 nieuwbouwwoningen per jaar. Benadrukt wordt een behoefte aan goedkope en middeldure koopwoningen tot € 300.000,-.
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
39
De te realiseren 500 nieuwbouwwoningen van 2020-2024 in de gemeente Rucphen zijn gedifferentieerd naar kern en naar woningtype. Dit zijn de ambities per kern, vraag en aanbod bepalen uiteindelijk de concrete invulling per kern. Voor de kern St. Willebrord is de woningbouwambitie gesteld op in totaal 130 woningen.
Analyse Met onderhavig initiatief wordt voorzien in 34 gestapelde woningen, passend binnen de kwantitatieve behoefte aan woningen in St. Willebrord. Met een bruto vloeroppervlakte tussen de 46 en 117 m² zijn de beoogde woningen geschikt voor kleine huishoudens, hetgeen passend is binnen de dalende trent van woningbezetting. De woningen zijn vanwege het gelijksvloers programma levensloopbestendig te bewonen, hetgeen past binnen de sterke vergrijzing waar ook Rucphen mee te maken heeft. Conclusie Onderhavig initiatief is passend binnen de woonvisie van de gemeente Rucphen.
4.3.3 Visiedocument Groenbeleid Rucphen en Groene Kaart, 2008 Het Visiedocument Groenbeleid Rucphen van oktober 2008 beschrijft de waarden van groen voor luchtkwaliteit, speelruimte, economie, gezondheid, natuur, water, leefbaarheid en ruimtelijke waarde. Het rapport geeft verder aan dat de (beeld)kwaliteit van groen sterk afhankelijk is van het plan- en ontwerpproces van ruimtelijke projecten en dat daarom vroegtijdige afstemming noodzakelijk is. Bij ontwikkelingen in het stedelijk gebied is het van belang dat knelpunten, zoals te weinig groen en een hoge parkeerdruk inzichtelijk worden gemaakt en daar rekening mee wordt gehouden in het plan. Ook dient bekend te zijn of er binnen de invloedssfeer van het plan bomen aanwezig zijn, zodat hier een overwogen keuze in gemaakt kan worden. Als extra toetsingskader is een Groene Kaart (november 2010) opgesteld. Op deze kaart zijn waardevolle particuliere (rood) en gemeentelijke bomen plus houtopstanden (groen) opgenomen.
40
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
Analyse Uit de Groene Kaart volgt dat binnen het plangebied een aantal waardevolle particuliere houtopstanden (4125, lijnvormige elementen) aanwezig zijn. Middels het planvoornemen worden deze relevante groenstructuren gekapt. Met betrekking tot de te rooien bomen zal een financiële compensatie plaatsvinden. Dit bedrag volgt uit een uitgevoerde waardebepaling volgens de methode van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB). Als fysieke compensatie zal het westelijke deel van het plangebied onderdeel worden van het Processiepark (en derhalve worden overgedragen aan de gemeente). Middels de uitbreiding van het Processiepark zal, in samenhang met de bouwtechnische uitgangspunten opgenomen in het beeldkwaliteitsplan (bijlage 1), een groene buffer ontstaan die een verzachtende werking heeft op de bebouwing. Per saldo leidt dit tot het minimaal gelijk blijven van het aanwezige groen en de groene uitstraling richting de omgeving. De ontwikkeling voldoet hiermee aan de Groene Kaart. Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de Groene Kaart. Er zijn vanuit het visiedocument groenbeleid geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.3.4 Groenstructuurplan Rucphen Met het Groenstructuurplan Gemeente Rucphen 'Landschap onthuld' zet de gemeente een beleidslijn uit voor de toekomst van het groen in de vijf kernen. Door de relatie met het landschap buiten de bebouwde kom te herstellen en meer variatie te bieden op wijkniveau wordt een duurzaam 'frame' aangelegd met een lange levensduur. Door groenstructuren te ontwikkelen die gerelateerd en ontleend zijn aan en geïnspireerd zijn op de ontstaansgeschiedenis, het omliggende landschap, de stedenbouwkundige opbouw en de verkeer- en ontsluitingsstructuur houden de dorpskernen hun 'eigen' verhaal overeind.
Analyse Op de Groenstructuurkaart is het plangebied aangeduid als onderdeel van de 'Historische dorpskern'. Het doel is aldaar groene kansen herkennen en benutten als ze zich voordoen. Verder grenst het plangebied aan de Dorpsstraat, welke is aangemerkt als 'Maken landelijke dooradering kernen'. De grootste uitdaging en winstkans tot het verankeren van een sterke en herkenbare groenstructuur ligt in de landschappelijke dooradering. De landelijke lanen die de kernen onderling verbinden en de gemeente verbinden met andere gemeenten vormen als het ware de basis voor de gemeentelijke groenstructuur. De verbindingswegen kennen
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
41
meestal een rijke cultuurhistorie en leiden langs de meest relevante historische plekken en gebouwen. Bomenlanen die nu vaak eindigen bij het binnenkomen van de bebouwde kom zetten we zover mogelijk door tot in het centrum van het dorp. Deze lanen vormen tevens de dorpsentrees en de wegen die door bewoners en bezoekers het meest worden gebruikt worden. Daar waar de wijken meer tuinachtig zijn ingericht zorgt een robuuste en herkenbare landschappelijke dooradering voor een groene dorpse sfeer en landschappelijke beleving van Rucphen. Het onderhavige initiatief betreft slechts een wijziging op perceelsniveau. Binnen het plangebied is in de huidige situatie sprake van relevante (particuliere) groenstructuren, zoals beschreven in voorgaande paragraaf. Middels het planvoornemen worden deze relevante groenstructuren gekapt. Met betrekking tot de te rooien bomen zal een financiële compensatie plaatsvinden. Dit bedrag volgt uit een uitgevoerde waardebepaling volgens de methode van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB). Als fysieke compensatie zal het westelijke deel van het plangebied onderdeel worden van het Processiepark (en derhalve worden overgedragen aan de gemeente).
Middels de uitbreiding van het Processiepark zal, in samenhang met de bouwtechnische uitgangspunten opgenomen in het beeldkwaliteitsplan (bijlage 1), een groene buffer ontstaan die een verzachtende werking heeft op de bebouwing. Per saldo leidt dit tot het minimaal gelijkblijven van het aanwezige groen en de groene uitstraling richting de omgeving. Met de sloop van de in onbruik geraakte bebouwing en de nieuwbouw vindt tevens een plaatselijke kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte plaats. Conclusie Onderhavig initiatief is passend binnen het Groenstructuurplan van de gemeente Rucphen.
4.3.5 Groenbeleid en groenbeheerplan Op 2 februari 2022 heeft de gemeenteraad heet groenbeleidsplan ‘Groen R | Groenbeleid gemeente Rucphen’ en groenbeheerplan ‘Groene Vingers | Groenbeheer gemeente Rucphen’ vastgesteld. Met het groenbeleid ‘Groen R’ en het groenbeheerplan ‘Groene Vingers’ wordt het groen binnen de gemeente, zowel in de dorpen als in het buitengebied, gewaardeerd en geborgd. Rupchen streeft de komende jaren naar een duurzame ontwikkeling van het groen. De aspecten gebruiks-. belevings-, en toekomstwaarde zijn hierbij drie bepalende pijlers. Uitgangspunten hierbij zijn het behouden en versterken van de groenstructuur, het vergroten van de biodiversiteit en het klimaatadaptief maken van de gemeente. Met het groenbeleid en groenbeheerplan wordt een principekader voor de ambities en toekomstige ontwikkelingen gegeven. Daarnaast biedt het kaders voor aanplant, beheer en onderhoud. In 2009 en 2010 zijn respectievelijk de 'Visie Groenbeleid' en het 'Groenstructuurplan' vastgesteld. Waar de 'Visie Groenbeleid' focust op het beheer en onderhoud van de openbare ruimte gaat het Groenstructuurplan in op de ruimtelijke kwaliteit van het groen. De laatste jaren heeft de gemeente een aanzienlijke ontwikkeling doorgemaakt op het gebied van duurzaamheid, klimaat en biodiversiteit. Hiermee wordt aangesloten bij de landelijke standaard.
Daarnaast is de gemeente zich ook bewust van een ander gebruik van de openbare ruimte Met dit raadsbesluit worden eerdere beleidsstukken geactualiseerd en wordt aangesloten bij de 'Toekomstvisie Puur Rucphen'. In het groenbeleid wordt ook aandacht besteed aan de versterking van landschapselementen, de bomenstrategie en de biodiversiteit. De gemeente streeft naar méér, beter en bereikbaarder groen en heeft richtlijnen opgesteld voor klimaatbestendig groen. Het principe is dat er genoeg en gevarieerd groen voor iedereen is, dat dat groen bijdraagt aan verschillende opgaven, dat er natuurinclusief wordt aangelegd en beheerd én dat alles samen gebeurt.
42
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
Groene Vingers is een levend document dat de komende vier jaar uitgroeit tot een groenbeheerplan waarin werkprocessen en datagestuurd werken de basis vormen voor cyclische processen. Hiermee wordt en blijft de groene openbare ruimte op het vastgestelde beeldkwaliteitsniveau onderhouden. Samen met Groen R en BOOM zorgt Groene Vingers voor de groene uitgangspunten bij integrale projecten en ruimtelijke ontwikkelingen. Analyse en conclusie In de nota is opgenomen dat er per woning 75 m² groene openbare ruimte komt. Met de gemeente is hierover afstemming gezocht. Aangezien hier sprake is van toevoeging van woningen binnen een bestaand bouwperceel, aan een bestaande weg en in het bestaande lint (met daarbij een beperkt wegprofiel) is er geen ruimte om invulling te geven aan de 75 m² groen per woning. Wel is de opdrachtgever voornemens om de gronden ten westen van het appartementencomplex (in lijn met de grens van de balkons) toe te voegen aan het Processiepark. Deze gronden worden hiermee onderdeel van het openbare groen (overdracht aan de gemeente). Daarnaast is de opdrachtgever voornemens om de bomen aan de parkzijden (noord- en westkant) te behouden. Uit het uitgevoerde Bomen Effecten Analyse (BEA), bijgevoegd als bijlage 4, volgt dat de beoogde (bouw)plannen en bijbehorende werkzaamheden geen negatieve invloed hebben op de bomen.
Ten slotte is de opdrachtgever voornemens om het 'groene dek' (binnentuin behorende bij het appartementencomplex) en de daken (op de locaties zonder terrassen en/of zonnepanelen) groen aan te kleden.
4.3.6 Nota uiterlijk van bouwwerken De gemeenteraad heeft op 18 september 2019 de ‘Nota uiterlijk van bouwwerken Rucphen 2019’ vastgesteld. Per 1 oktober 2019 is welstandstoetsing voor nagenoeg de gehele gemeente afgeschaft. In de nota is opgenomen dat enkel nog voor rijksmonumenten, cultuurhistorische waardevolle panden en Leisuregebied Binnentuin welstandsregels gelden. Daarnaast is een excessenregeling van kracht zodat tegen excessen opgetreden kan worden. Met het nieuwe beleid krijgen inwoners en bedrijven ruimte om zelf invulling te geven aan hun bouwwerken (kwaliteit). Analyse en conclusie Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zal worden getoetst of welstandsregels van toepassing zijn. Voor voorliggend plan zijn geen welstandsregels van toepassing. In het kader van deze ontwikkeling heeft Apto Architects een beeldkwaliteitsplan opgesteld, rapport: ''St. Willebrord; Beeldkwaliteitsplan Dorpsstraat 113'' (20 november 2023). Dit rapport is bijgevoegd als bijlage 1. In paragraaf 3.1 is dit beeldkwaliteitsplan toegelicht.
4.3.7 Visie Duurzaamheid 2019-2030 De gemeente Rucphen heeft de Visie Duurzaamheid 2019-2030' vastgesteld. Dit document biedt het kader voor het duurzaamheidsbeleid van gemeente Rucphen. Het is tot stand gekomen met inbreng inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen, de gemeenteraad en andere betrokkenen vanuit de gemeente en diverse afdelingen van de gemeente. Achterliggende gedachte is om duurzaamheid niet te zien als een geïsoleerd beleidsterrein maar op te pakken als een integrale opgave binnen de gemeentelijke organisatie en de samenleving. De Visie Duurzaamheid is de basis voor de Duurzaamheidsagenda met daarin opgenomen een meerjarenprogramma en een jaarlijks uitvoeringsplan. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt nadrukkelijk ingezet op meer groen en ruimte voor water. Dit versterkt de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente als aantrekkelijke woongemeente. Daarnaast zorgt meer groen voor een betere leefbaarheid en gezondheid in de kernen. Door voorafgaand aan ruimtelijke ontwikkelingen nadrukkelijker te sturen op voldoende groen en water is het mogelijk om deze ambitie waar te maken. Analyse en conclusie In de Visie Duurzaamheid is onder andere opgenomen dat wordt gestreefd om bij nieuwbouwplannen te voorzien in 75 m² openbaar groen per nieuwe woning. Dit uitgangspunt is niet één op één toe te passen bij
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
43
(kleinschalige) stedelijke inbreidingslocaties. Per plan wordt bekeken hoe aan de doelstelling invulling gegeven kan worden. Aangezien hier sprake is van toevoeging van woningen binnen een bestaand bouwperceel, aan een bestaande weg en in het bestaande lint (met daarbij een beperkt wegprofiel) is er geen ruimte om invulling te geven aan de 75 m² groen per woning. Wel is de opdrachtgever voornemens om de gronden ten westen van het appartementencomplex (in lijn met de grens van de balkons) toe te voegen aan het Processiepark. Deze gronden worden hiermee onderdeel van het openbare groen (overdracht aan de gemeente). Daarnaast is de opdrachtgever voornemens om de bomen aan de parkzijden (noord- en westkant) te behouden. Uit het uitgevoerde Bomen Effecten Analyse (BEA), bijgevoegd als bijlage 4, volgt dat de beoogde (bouw)plannen en bijbehorende werkzaamheden geen negatieve invloed hebben op de bomen. Ten slotte is de opdrachtgever voornemens om het 'groene dek' (binnentuin behorende bij het appartementencomplex) en de daken (op de locaties zonder terrassen en/of zonnepanelen) groen aan te kleden. Daarmee is ter plaatse tot een maatwerkoplossing gekomen, indachtig de Visie Duurzaamheid. Met de sloop van de in onbruik geraakte bebouwing en de nieuwbouw vindt tevens een plaatselijke kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte plaats.
4.3.8 Klimaatbestendig Rucphen Klimaatbestendig Rucphen is een initiatief dat gericht is op het aanpassen van de gemeente Rucphen aan de gevolgen van klimaatverandering. Het Klimaatbestendig Rucphen omvat de volgende aspecten:
Bewustwording en kennis: Het initiatief heeft tot doel bewustwording te creëren over klimaatverandering en de mogelijke gevolgen daarvan voor Rucphen. Het biedt ook kennis en informatie over de specifieke uitdagingen en maatregelen die nodig zijn om de gemeente klimaatbestendig te maken.
Waterbeheer: Klimaatverandering brengt hevige regenval met zich mee, waardoor wateroverlast kan ontstaan. Klimaatbestendig Rucphen richt zich op het verbeteren van het waterbeheer in de gemeente. Dit omvat maatregelen zoals het vergroten van de waterbergingscapaciteit, het aanleggen van groene daken en het verminderen van verharding om regenwater beter op te vangen.
Hittebestrijding: Als gevolg van klimaatverandering worden hittegolven frequenter en intenser. Klimaatbestendig Rucphen streeft ernaar om hitte in de gemeente te verminderen door het vergroenen van de leefomgeving, bijvoorbeeld door meer bomen en groenstroken aan te leggen. Daarnaast worden bewoners gestimuleerd om maatregelen te nemen, zoals het aanleggen van groene tuinen en het gebruik van zonwering.
Duurzame energie en CO2-reductie: Klimaatbestendig Rucphen heeft ook aandacht voor het verminderen van de CO2-uitstoot en het bevorderen van duurzame energie. Dit omvat het stimuleren van energiebesparing in woningen en bedrijven, het bevorderen van duurzame energieopwekking, zoals zonne-energie, en het verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen.
Samenwerking en participatie: Klimaatbestendig Rucphen benadrukt het belang van samenwerking en participatie van alle betrokken partijen, zoals inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Het betrekken van de gemeenschap bij het ontwikkelen en uitvoeren van klimaatbestendige maatregelen is essentieel om een breed draagvlak te creëren en gezamenlijk succes te bereiken.
Klimaatbestendig Rucphen is een holistische benadering van klimaatverandering, waarbij de focus ligt op het aanpassen van de gemeente aan de nieuwe klimaatomstandigheden en het bevorderen van een duurzame toekomst voor Rucphen en haar inwoners. Analyse en conclusie Onderhavig planvoornemen betreft de realisatie van 34 appartementen op de locatie aan de Dorpsstraat 113, waar het voormalige kantoor van de Rabobank gevestigd is. Middels dit planvoornemen wordt voldaan aan de noodzakelijke waterberging (tevens juridisch geborgd in de regels behorende bij dit bestemmingsplan), leidt tot een verbetering van de hittebestrijding (onder andere een groen dak en vergroting van het Processiepark en leidt tot een verdere verduurzaming van de energie en CO2-reductie (middels de realisatie van gasloze appartementen). Hiermee wordt voldaan aan 'Klimaatbestendig Rucphen'.
44
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
Hoofdstuk 5
Uitvoeringsaspecten
In dit hoofdstuk worden de uitvoeringsaspecten beschreven. Achtereenvolgens komen aan de orde: 1.
milieu;
2.
waarden;
3.
waterhuishouding.
5.1 Milieu Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een toetsing plaatsvinden van de voorgenomen ontwikkelingen aan de relevante milieuaspecten, teneinde het toekomstige gebruik af te stemmen op de omgeving. In deze paragraaf worden de milieuaspecten afzonderlijk beschreven.
5.1.1 Bodemkwaliteit 5.1.1.1 Inleiding Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld of de bodemkwaliteit past bij deze nieuwe functie.
5.1.1.2 Analyse Om de huidige bodemkwaliteit inzichtelijk te maken heeft Kragten een vooronderzoek bodem uitgevoerd: rapport "Dorpsstraat 113 te St. Willebrord" (30 januari 2023, MIL 23.009). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 5. Kragten concludeert dat op basis van de resultaten van het bodemvooronderzoek er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmering is voor de herziening van het bestemmingsplan. Vanwege de bouw en sloop van een voorgaand pand, in een periode met veelvuldig asbest gebruik, is het terrein ter plaatse van deze bebouwing verdacht ten aanzien van asbest. Om met enige zekerheid uit te sluiten dat er asbest aanwezig is, adviseren wij om na de sloop van het huidige pand een verkennend asbestonderzoek uit te voeren op de locatie.
5.1.1.3 Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het plan.
5.1.2 Bedrijven en milieuzonering 5.1.2.1 Inleiding Om te voorkomen dat als gevolg van het plan voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten optreden moet worden getoetst of:
de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op omliggende milieugevoelige objecten (woningen etc.) en of de voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende inrichtingen;
bestaande milieubelastende inrichtingen (bedrijven) van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling.
Basis voor deze toetsing vormt de handreiking "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, Den Haag, 2009), waarin richtafstanden zijn opgenomen voor diverse bedrijfstypen.
5.1.2.2 Analyse Omgevingstype Het omgevingstype van voorliggend plangebied is een gemengd gebied. In de omgeving is sprake van matige tot sterke functiemenging.
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
45
Invloed plan op de omgeving Het plan betreft woningbouw. Er is derhalve geen sprake van milieutechnische uitstraling op de omgeving. Invloed omliggende inrichtingen op plan Om het aspect 'bedrijven en milieuzonering' in kaart te brengen heeft Kragten een quickscan bedrijven en milieuzonering uitgevoerd: rapport ''Bedrijven en milieuzonering; Dorpsstraat 113 St. Willebrord'' (8 mei 2023, 20230508-RUC003-RAP-BMZ 1.0). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 6. Kragten concludeert dat middels de uitgevoerde beoordeling inzichtelijk is gemaakt met welke richtafstanden bij de invulling van het plan rekening moet worden gehouden. De omgeving van het plangebied is getypeerd als 'gemengd gebied'. Uit de uitgevoerde beoordeling blijkt dat de woningen niet gelegen zijn binnen de richtafstand van gronden met relevante bestemmingen nabij het plangebied. Er is sprake van voldoende ruimtelijke scheiding.
5.1.2.3 Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen planologische belemmering voor het plan.
5.1.3 Externe veiligheid 5.1.3.1 Inleiding Bij het mogelijk maken van nieuwe gevoelige functies is het aspect externe veiligheid van belang. Dit heeft betrekking op inrichtingen, buisleidingen en transportroutes waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, met fatale gevolgen voor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit.
5.1.3.2 Beoordelingskader Het kader voor het beoordelen van externe veiligheid bestaat met name uit:
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);
Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb);
Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt daarnaast getoetst aan de van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit onder meer het Activiteitenbesluit en het Besluiten algemene regels ruimtelijke ordening. Kernbegrippen In het beoordelingskader staan twee kernbegrippen centraal:
Plaatsgebonden risico: Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, van overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het plaatsgebonden risico kan op een kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten met eenzelfde plaatsgebonden risico verbinden. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is de risicocontour van 10-6/jaar het meest relevant. Binnen deze contour mogen geen nieuwe kwetsbare objecten gerealiseerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze contour niet als grenswaarde, maar als richtwaarde.
Groepsrisico: Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit en kent geen vaste norm, maar een oriëntatiewaarde (= '1'). Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag.
46
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre eventuele externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente), waardoor het externe veiligheidsaspect wordt meegewogen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. In onderstaand overzicht (volgend uit de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico) zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Bron
Wanneer en opzet verantwoording groepsrisico
Inrichtingen (Bevi)
Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen.
Buisleidingen (Bevb)
Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden.
Transportroutes (Bevt)
Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10%
en de oriënterende waarde niet wordt
overschreden, of 3) personen zich buiten de 200 meter-zone bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn.
5.1.3.3 Analyse De Risicokaart Nederland geeft een overzicht van de ligging van risicovolle activiteiten ten opzichte van het plangebied. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de Risicokaart.
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
47
UITSNEDE RISICOKAART NEDERLAND
Inrichtingen Er liggen geen Bevi-inrichtingen op korte afstand van het plangebied. Buisleidingen Er liggen geen buisleiding die onder het Bevb vallen op korte afstand van het plangebied. Transportroutes Er liggen geen transportroutes die onder het Bevt vallen op korte afstand van het plangebied.
5.1.3.4 Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen planologische belemmering voor het plan.
5.1.4 Geurhinder veehouderijen 5.1.4.1 Inleiding Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij agrarische bedrijven is het aspect geurhinder van belang. Er moet worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor agrarische bedrijven en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plan.
5.1.4.2 Analyse Het plan omvat nieuwe geurgevoelige objecten. Omdat er in een straal van 1 kilometer rondom het plangebied geen veehouderijen aanwezig zijn is een nadere toetsing aan het aspect geurhinder veehouderijen niet aan de orde.
5.1.4.3 Conclusie Het aspect geurhinder veehouderijen vormt geen planologische belemmering voor het plan.
5.1.5 Geluid 5.1.5.1 Inleiding Ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan de regelgeving inzake geluidhinder. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt in verkeerslawaai en industrielawaai. In de Wgh zijn normen voor maximaal toelaatbare geluidsbelasting op (de gevels van) geluidgevoelige objecten vastgelegd.
5.1.5.2 Analyse Het plan omvat nieuwe geluidgevoelige objecten. Verkeerslawaai Het plangebied ligt niet binnen de onderzoekszones van wegen. Conform de Wet geluidhinder is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai niet noodzakelijk. Ondanks dat de Wet geluidhinder niet van toepassing is dient, conform het gemeentelijke beleid, een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd te worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Om de gevelbelasting van de nieuwe woningen inzichtelijk te maken heeft Kragten een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd: rapport "Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai; Dorpsstraat 113 St.Willebrord" (13 november 2023, 20231113-RUC003-AKO-WVL 1.0). Het onderzoeksrapport is als bijlage 7 bijgevoegd.
48
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
Kragten concludeert dat: 30 km/uur-wegen Ten gevolge van de Pastoor Bastiaansensingel en de Dorpsstraat wordt de voorkeursgrenswaarde niet gerespecteerd, daarmee is niet zonder meer sprake van een goede ruimtelijk ordening. De maximale ontheffingswaarde wordt wel gerespecteerd. De cumulatieve geluidbelasting is getoetst aan de hand van methode Miedema waarbij wordt getoetst of er alsnog sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Ten gevolge van de Weberstraat bedraagt de geluidbelasting minder dan de voorkeursgrenswaarde en is zonder meer sprake van een goede ruimtelijke ordening. Cumulatie Op basis van gecumuleerde geluidebelasting kan worden geconcludeerd dat de gevels gericht naar de wegen volgens methode Miedema kunnen worden beoordeeld als 'matig' en 'tamelijk slecht' daarmee is niet zonder meer sprake van een goede ruimtelijke ordening. De gevels die niet zijn gesitueerd aan de beschouwde wegen zijn te beoordelen als 'goed' of 'redelijk'. Ter plaatse van deze gevels is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Geadviseerd om rekening te houden met de indeling van het plan zodat verblijfsruimtes worden gesitueerd aan de gevels die worden beoordeeld als 'goed' of 'redelijk. In het kader van een goed woon- en leefklimaat wordt geadviseerd voor de berekening van de geluidwering van de gevel uit te gaan van deze gecumuleerde ongecorrigeerde geluidbelastingen.
Industrielawaai Het plangebied ligt niet binnen een geluidszone van een gezoneerd industrieterrein. Er is geen akoestisch onderzoek nodig.
5.1.5.3 Conclusie Het aspect geluid vormt geen planologische belemmering voor het plan.
5.1.6 Luchtkwaliteit 5.1.6.1 Inleiding Om personen tegen de gevolgen van luchtverontreiniging te beschermen zijn in de Wet milieubeheer normen opgenomen voor bepaalde stoffen. Bij de beoordeling van het aspect luchtkwaliteit moet enerzijds aangetoond worden dat een ruimtelijke ontwikkeling niet leidt tot een (significante) overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen en anderzijds dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
5.1.6.2 Analyse In de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)" zijn categorieën van gevallen genoemd die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Zo is een project met maximaal 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg één van de genoemde gevallen. Voorliggend plan omvat de realisatie van 34 woningen (appartementen) en betreft daarmee een project dat niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Er is geen nader onderzoek nodig.
5.1.6.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het plan.
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
49
5.1.7 Volksgezondheid 5.1.7.1 Inleiding Het aspect volksgezondheid heeft de laatste jaren meer aandacht gekregen bij het opstellen van bestemmingsplannen. Aangetoond moet worden dat een ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect heeft op de volksgezondheid. Een beoordeling van de effecten op de volksgezondheid doet zich met name voor de ontwikkeling van of in de buurt van veehouderijen, boom- en fruitteelt en hoogspanningsverbindingen. In deze paragraaf wordt het plan aan deze aspecten getoetst.
5.1.7.2 Veehouderijen Bij het beoordelen van de effecten van veehouderijen op de volksgezondheid wordt onderscheid gemaakt in endotoxinen en geitenhouderijen. De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 - die bedoeld is bij de nieuwvestiging of verandering van veehouderijen - biedt een stappenplan dat ook deels geschikt is voor de beoordeling van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van veehouderijen. Endotoxinen Endotoxinen zijn bouwstenen van bepaalde bacteriën die een giftig effect op de mens kunnen hebben en tot gezondheidsklachten kunnen leiden. Endotoxinen komen vaak voor in fijnstof van intensieve veehouderijen. Conform stap 5 van het stappenplan moet de ligging van het initiatief ten opzichte van veehouderijen worden beoordeeld. Bij een afstand van meer dan 1 kilometer tot pluimveehouderijen en van meer dan 250 meter tot overige veehouderijen (behoudens geitenhouderijen) is er geen gevaar voor de volksgezondheid als gevolg van endotoxinen. Het Bestand Veehouderijbedrijven biedt de benodigde gegevens van de veehouderijen. Analyse Het plan omvat nieuwe, milieugevoelige objecten. In een straal van 1000 meter rondom het plangebied zijn geen pluimveeveehouderijen actief. Bovendien liggen er geen overige veehouderijen binnen 250 meter van het plangebied. Er hoeft geen nadere beoordeling van het aspect endotoxinen plaats te vinden.
Er is sprake van een gezonde leefomgeving ten aanzien van endotoxinen. Geitenhouderijen Uit onderzoek is gebleken dat omwonenden in een straal van 2 km rondom geitenhouderijen een verhoogde kans hebben op longontsteking. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen moet beoordeeld worden of er een effect is op de volksgezondheid. Analyse Het plan omvat nieuwe, milieugevoelige objecten. In een straal van 2 km rondom het plangebied zijn echter geen geitenhouderijen met meer dan 100 geiten actief. Er hoeft geen nadere beoordeling van het aspect geitenhouderijen plaats te vinden. Er is sprake van een gezonde leefomgeving ten aanzien van geitenhouderijen.
5.1.7.3 Boom- en fruitteelt Bij boom- en fruitteelt worden vaak gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Deze middelen kunnen een gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Als gevolg van de wind kunnen gewasbeschermingsmiddelen verwaaien. Dit wordt drift genoemd. Om te voorkomen dat derden als gevolg van drift in aanraking komen met gewasbeschermingsmiddelen wordt een spuitzone van 50 meter gehanteerd. Analyse Het plan leidt tot het toevoegen van woningen waar personen gedurende langere tijd verblijven. Er wordt opgemerkt dat de gronden binnen 50 meter rondom het plangebied thans niet in gebruik zijn voor boom- en fruitteelt en bovendien ook niet zijn aangewezen als boomteeltontwikkelingsgebied. Geconcludeerd wordt dat er geen rekening gehouden hoeft te worden met spuitzones als gevolg van boom- en fruitteelt.
50
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
5.1.7.4 Hoogspanningsverbindingen De magnetische velden in de buurt van hoogspanningsverbindingen kunnen invloed hebben op de gezondheid. Het beleid van de Rijksoverheid is erop gericht om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rondom bovengrondse hoogspanningsverbindingen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Analyse Het plan leidt tot het toevoegen van woningen waar kinderen gedurende langere tijd kunnen verblijven. Er is sprake is van een zeer grote afstand tot hoogspanningsverbindingen, namelijk ruim 2,6 kilometer. Er is geen nader onderzoek nodig naar de invloed op de gezondheid.
5.1.7.5 Conclusie Het aspect volksgezondheid vormt geen planologische belemmering voor het plan.
5.1.8 Milieueffectrapportage 5.1.8.1 Inleiding Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. In de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, of waarvoor een vormvrije m.e.r.beoordeling nodig is.
5.1.8.2 Analyse Het plan valt onder de activiteit "de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen" zoals genoemd in de bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage, maar overschrijdt niet de daarin genoemde drempelwaarde van 2000 woningen. Het plan is niet m.e.r.(-beoordelings)plichtig, maar er heeft wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden. De beoordeling is opgenomen als bijlage 8.
5.1.8.3 Conclusie Het plan is niet m.e.r.(-beoordelings)plichtig. Het plan heeft geen belangrijke nadelige milieugevolgen.
5.2 Waarden 5.2.1 Archeologie 5.2.1.1 Inleiding Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten.
5.2.1.2 Analyse Voorliggend plangebied ligt, conform het vigerende bestemmingsplan “Kom St. Willebrord”, in een zone met een hoge archeologische verwachtingswaarde (dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'). Binnen deze dubbelbestemming zijn een tweetal aanduidingen aanwezig:
Overige zone - waarde archeologie 2, ter plaatse van deze aanduiding geldt een vrijstelling voor onderzoek
Overige zone - waarde archeologie 4, ter plaatse van deze aanduiding geldt een vrijstelling voor onderzoek
bij bodemingrepen tot 50 cm onder maaiveld over een oppervlakte van minder dan 100 m². bij bodemingrepen tot 50 cm onder maaiveld over een oppervlakte van minder dan 1.000 m². Onderhavig planvoornemen overschrijdt de vrijstellingsmaatvoeringen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - waarde archeologie 2'. Derhalve is een archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek noodzakelijk. Aeres Milieu uit Roermond heeft voor voorliggend plangebied een bureau-onderzoek archeologie
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
51
uitgevoerd: rapport ''Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Dorpsstraat 113 te St. Willebrord (gemeente Rucphen)'' (13 november 2023, AM23035). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 9. Aeres Milieu concludeert dat de graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling een negatieve impact kunnen hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen onder de humushoudende bovengrond (55 - 130 centimeter beneden maaiveld) archeologische resten aanwezig zijn. Dit komt neer op een diepte van circa 6,94 tot 8,00 meter +NAP. Wanneer er graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaan. Op basis hiervan wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) ter toetsing te worden voorgelegd aan de bevoegde overheid (gemeente Rucphen). Middels behoudt van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' (inclusief de aanduidingen 'overige zone waarde archeologie 2' en 'overige zone - waarde archeologie 4') wordt juridisch geborgen dat bodemverstorende activiteiten enkel plaats kunnen vinden na archeologische vrijgave van de grond.
Ondanks een zorgvuldig onderzoek kan nooit volledig worden uitgesloten dat er tijdens werkzaamheden archeologische sporen of resten worden aangetroffen. Conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient hiervan melding te worden gemaakt bij de Minister.
5.2.1.3 Conclusie Het aspect archeologie vormt geen planologische belemmering voor het plan.
5.2.2 Cultuurhistorie 5.2.2.1 Inleiding Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden.
5.2.2.2 Analyse Onderhavig plangebied is gesitueerd nabij de St-Willibrorduskerk en het omliggende Processiepark (Rijkmonument). Om het aspect 'Cultuurhistorie' nader in kaart te brengen heeft Apto Architects uit Amsterdam een cultuurhistorische analyse uitgevoerd: rapport ''Cultuurhistorische analyse; St. Willibrord (20 november 2023). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 10. Apto Architects stelt dat aan de wens om de huidige bestemming ‘Dienstverlening’, te wijzigen naar de bestemming ‘Wonen’, kan worden voldaan, mits rekening wordt gehouden met de volgende punten:
Integratie van het plangebied met het Processiepark, waarbij onderhoud en huidig gebruik van het park wordt gewaarborgd.
De drie rijksmonumenten; het Processiepark, de St. Willibrorduskerk en de Mariagrot; worden beschermd
In de ontwikkeling van het plangebied wordt gereageerd op gebruik van historische materialen, als
In de ontwikkeling van het plangebied wordt teruggegrepen naar gebruik historische materialen van
De bomen zijn geplant ten tijden van de Rabobank en maken van oudsher geen onderdeel uit van het
en blijven in hun huidige staat. baksteen, hout en steen. gebouwen op het plangebied voorheen. Processiepark (van na 1990). Middels een goede stedenbouwkundige invulling is de, met instemming van de gemeente om de bomen aan de Pastoor Bastiaansesingel/Dorpsstraat te rooien, conclusie dat er cultuurhistorisch-technisch geen negatieve wijzigingen optreden.
52
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
5.2.2.3 Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen planologische belemmering voor het plan.
5.2.3 Natuurwaarden 5.2.3.1 Inleiding Ten behoeve van de bescherming van natuurwaarden geldt de Wet natuurbescherming. De daarin opgenomen bescherming omvat de onderdelen:
gebiedsbescherming;
soortenbescherming;
bescherming van houtopstanden.
5.2.3.2 Analyse Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen een beschermd gebied, zoals opgenomen in Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Ook bij ontwikkelingen buiten natuurgebieden moet het effect worden beoordeeld, de zogenaamde 'externe werking'. Het gaat dan enerzijds om verstorende effecten zoals geluid, licht en trillingen op natuurgebieden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland en anderzijds om stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Verstorende effecten Gezien de aard en omvang van het plan en de afstand tot Natuurnetwerk Nederland kan worden geconcludeerd dat het plan geen verstorende effecten heeft op gebieden behorende tot Natuurnetwerk Nederland. Stikstofdepositie Om de stikstofdepositie van het plan op Natura 2000-gebieden te bepalen heeft Kragten een stikstofdepositieonderzoek (10 november 2023) uitgevoerd, dat als bijlage 11 is bijgevoegd. Uit het onderzoek volgt dat de aanleg- en gebruiksfase voldoen aan de grenswaarde. Er is dan ook geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Soortenbescherming Om een indruk te verkrijgen van de (mogelijk) aanwezige beschermde planten- en diersoorten binnen het onderzoeksgebied heeft B.J.C. de Rooy een quickscan natuurwaarden uitgevoerd, rapport: ''Ecologische quickscan in het kader van de Wet Natuurbescherming; Dorpsstraat 113, St. Willebrord'' (17 april 2023, 2023018V2).
Het onderzoek is als bijlage 12 bijgevoegd. B.J.C. de Rooy concludeert dat de uitvoering van de voorgenomen ingrepen in het plangebied in algemene zin niet verhinderd wordt door de natuurwetgeving, mits;
onderzoek wordt uitgevoerd naar de aanwezigheid van paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis in het gebouw;
onderzoek wordt uitgevoerd naar de aanwezigheid van vliegroutes van vleermuizen nabij de boomsingel
ecologische begeleiding wordt ingesteld ten aanzien van vogels als werkzaamheden aan bomen en
onderzoek (middels het rekenmodel Aerius) wordt uitgevoerd naar stikstofdepositie door de ingrepen en
een gemeentelijke kapvergunning ('Omgevingsvergunning Kap') wordt aangevraagd bij de gemeente
voldoende invulling wordt gegeven aan de algemene zorgplicht.
van witte paardenkastanjes; groenvoorzieningen worden uitgevoerd gedurende de periode van 15 maart t/m 15 oktober; gedurende de gebruiksfase; Rucphen t.a.v. de kap van witte paardenkastanjes;
Naar aanleiding van bovenstaande conclusies heeft B.J.C. de Rooy een vleermuizenonderzoek uitgevoerd, rapport: ''Notitie van bevindingen van vleermuisonderzoek in het kader van de Natuurwetgeving'' (16 januari 2024, R2023032V1). Het onderzoek is als bijlage 13 bijgevoegd.
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
53
B.J.C. de Rooy concludeert dat de conclusies geen aanleiding geven om vervolgmaatregelen te treffen ten aanzien van vliegroutes nabij de aanwezige bomen in het plangebied. Indien de Noorse esdoorn in het plangebied, die een paarverblijf vormt voor gewone dwergvleermuis, dient te worden gekapt, dan is het opstellen van een mitigatieplan en de aanvraag van een ontheffing noodzakelijk. Aangezien uitsluitend in deze boom een paarverblijf is aangetroffen, zijn voor de kap van de overige bomen geen vervolgmaatregelen ten aanzien van paarverblijven noodzakelijk. Dit geldt eveneens voor het aanwezige gebouw, waar geen paarverblijven van vleermuizen aanwezig bleken. Voor foeragerende dieren is voldoende alternatief gebied in de directe nabijheid van het plangebied aanwezig. De aanvraag van een ontheffing van de Wet Natuurbescherming is hiermee niet noodzakelijk. Op grond van het geringe belang van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen, wordt een aangepaste werkmethode eveneens niet noodzakelijk geacht. Bescherming van houtopstanden Het plan omvat niet het kappen van bomen buiten de bebouwde kom of in een houtopstand van meer dan 10 are, of het kappen van een bomenrij van meer dan 20 bomen. Er is derhalve geen herplantplicht conform artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming.
5.2.3.3 Conclusie Het aspect natuurwaarden vormt geen planologische belemmering voor het plan.
5.3 Waterparagraaf 5.3.1 Inleiding Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap De Brabantse Delta. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan. Deze waterparagraaf is een onderdeel van de watertoets. De waterparagraaf beschrijft zowel de huidige als toekomstige waterhuishoudkundige situatie (oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater).
5.3.2 Beleid Het beleid van Waterschap Brabantse Delta is onderdeel van de Brabant Keur. De Brabant Keur schrijft de volgende stappen voor, voor de afhandeling van regenwater: hergebruiken, infiltreren, bufferen en afvoeren. Voor toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m2 en 10.000 m2 geldt als norm dat er 60 mm berging dient te worden aangelegd in het plangebied. Hierbij dient een gevoeligheidsfactor van 1, ½ of ¼ toepast te worden afhankelijk van de locatie van het projectgebied. Volgens de Keurkaart bedraagt de gevoeligheidsfactor ter plaatse van het projectgebied 1. Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerplan 2022-2027, dat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema's gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio.
In het gemeentelijk rioleringsprogramma (2023 – 2026) geeft gemeente Rucphen aan dat ze omtrent hemelwaterberging de eisen van het waterschap volgen.
54
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
5.3.3 Watertoets Door Kragten is een watertoets opgesteld waarin de bestaande en nieuwe situatie met betrekking tot het vuilen regenwater is opgenomen, rapport: ''Watertoets; Ontwikkellocatie Dorpsstraat 113 te St. Willebrord'' (1 mei 2023, 20230324-RUC003-MEM). De notitie is als bijlage 14 bij deze toelichting opgenomen. Kragten concludeert dat:
Aan de hand van luchtfoto's en obliekfoto's is het huidige verhard oppervlak in beeld gebracht. De bebouwing heeft een verhard oppervlak van circa 670 m2 en de terreinverharding heeft een verhard oppervlak van circa 1.750 m2. Dit houdt in dat er circa 2.420 m2 aan verhard oppervlak ligt.
Aan de hand van het ontwerp (d.d. 07-04-2023) is het toekomstig verhard oppervlak van de ontwikkeling vastgesteld. In het ontwerp is verharding in de vorm van bebouwing aangegeven. De 4 parkeerplaatsen in het noordwesten worden aan de andere kant van de weg gerealiseerd, naast het gebouw. De bebouwing heeft een verhard oppervlak van circa 1.870 m2. Om een worst-case scenario aan te houden, gaan we ervanuit dat de parkeerplaatsen en wegen volledig verhard worden. Dit heeft dan een oppervlak van circa 860 m2. Dit houdt in dat er in totaal circa 2.730 m2 aan verhard oppervlak ligt.
Omdat er geen watergang van het Waterschap in de omgeving ligt, is het van belang om aan het beleid van Gemeente Rucphen te voldoen. Door de ontwikkeling is er een toename van verhard oppervlak van circa 310 m2. Wanneer hier 60 mm over geborgen wordt dient er (310 * 0,06 =) 19 m3 aan waterberging aangebracht te worden.
Ondergrondse oplossingen zijn in de regel financieel minder aantrekkelijk dan bovengrondse oplossingen. Bovengrondse maatregelen zijn zelfs robuuster (minder foutgevoelig) en beter te onderhouden. Dit zorgt voor lagere kosten waardoor dit financieel aantrekkelijker is. Bovengrondse maatregelen nemen echter wel meer ruimte in op het maaiveld. Binnen het projectgebied is er niet voldoende ruimte om de volledige opgave middels oppervlakkige voorzieningen te bergen. Daarom wordt er gekozen voor ondergrondse berging.
Een locatie voor een ondergrondse waterberging is onder de rijbaan aan de noordzijde binnen het projectgebied (). Hier is genoeg ruimte beschikbaar waaronder bijvoorbeeld infiltratiekratten geplaatst kunnen worden. Voor de bepaling van de berging gaan we uit van infiltratiekratten met de volgende eigenschappen: 1.
afmetingen van een standaard infiltratiekrat is 1,2 m * 0,8 m * 0,66 m (l * b * h);
2.
een bergingsrendement van 95%, wat inhoudt dat 1 m3 aan infiltratiekratten 0,95 m3 aan water kan
3.
de bovenkant van de infiltratiekratten dient minimaal 0,50 m beneden maaiveld aangelegd te worden
4.
er is voor gekozen om 1 laag infiltratiekratten aan te leggen. Hierdoor ligt de bodem van het
bergen; om de verkeersbelasting te kunnen afdragen; krattenpakket net boven de GHG (0,5 + 0,66 = 1,16 m onder maaiveld).
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
55
Dit houdt in dat er een oppervlak van circa 31 m2 benodigd is om het water te bergen. In dit oppervlak kan namelijk (31 * 0,95 * 0,66=) circa 19 m3 water geborgen worden. Onderstaande afbeelding geeft een indicatie van het ruimtebeslag van deze ondergrondse berging.
Indien de ondergrondse berging niet in het ontwerp past, kan ingezet worden op half verharde terreinverharding (telt voor 50% mee als verhard oppervlak) of groene daken (telt mee als onverhard oppervlak). Wanneer de helft van het dakoppervlak als een groen dak wordt gerealiseerd, heeft de bebouwing een verhard oppervlak van circa 935 m2. Dit houdt in dat er dan in de toekomstige situatie in totaal circa 1.795 m2 aan verhard oppervlak ligt. Dit is een afname vergeleken met de huidige situatie, waardoor er geen waterberging gerealiseerd zou hoeven worden. Om een duurzaam en robuust systeem te ontwerpen wordt wel altijd aangeraden om waterberging te realiseren, maar er ligt dan geen harde eis vanuit de gemeente of waterschap.
5.3.4 Conclusie Het aspect water vormt geen planologische belemmering voor het plan.
56
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
Hoofdstuk 6
Haalbaarheid
In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van dit bestemmingsplan aangetoond. Een bestemmingsplan moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.
6.1 Kostenverhaal Artikel 6.12 lid 1 Wro verplicht de gemeente een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop bepaalde bouwactiviteiten zijn voorgenomen, tenzij het kostenverhaal 'anderszins verzekerd' is (artikel 6.12 lid 2a Wro). In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn de bouwactiviteiten genoemd waarvoor het vaststellen van een exploitatieplan verplicht is. De in voorliggend bestemmingsplan opgenomen ontwikkelingen behoren tot deze in het Bro genoemde bouwactiviteiten. Op basis van artikel 6.12 lid 2a Wro is het vaststellen van een exploitatieplan echter niet verplicht, omdat de gemeente en grondeigenaar een (anterieure) overeenkomst hebben gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt over het kostenverhaal. Het kostenverhaal is derhalve 'anderszins verzekerd'. Het opstellen van een exploitatieplan is niet vereist.
6.2 Gemeentelijke grondexploitatie De gemeente heeft, ten tijde van deze planologische procedure, geen gronden in het plangebied in eigendom. Alle kosten en risico's van de planontwikkeling, -voorbereiding en -uitvoering zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke grondexploitatie wordt dus niet belast door voorliggend ruimtelijk plan. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is hiermee aangetoond.
6.3 Maatschappelijk 6.3.1 Omgevingsdialoog De initiatiefnemer heeft contact gezocht met de direct omwonenden/grondeigenaren en heeft hen geïnformeerd over voorliggend initiatief. Een verslag van het gevoerde omgevingsdialoog is bijgevoegd als bijlage 15.
6.3.2 Terinzagelegging Het ontwerpbestemmingsplan ‘Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113’ is conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden naar de betreffende personen en instanties. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende een periode van 6 weken, vanaf 28 december 2023, voor eenieder ter inzage gelegen. In deze periode zijn 4 zienswijzen ingediend. In de Nota van zienswijzen, bijgevoegd als bijlage 16, is aangegeven hoe er met deze zienswijze is omgegaan. Naast de doorgevoerde aanpassingen, naar aanleiding van de ingediende zienswijzen, is het vastgestelde bestemmingsplan op één punt ambtshalve gewijzigd, te weten:
Invoegen nader soorten onderzoek ecologie en verwijderen van de voorwaardelijke verplichting naar dit onderzoek.
6.3.3 Vaststelling door gemeenteraad De gemeenteraad heeft het bestemmingsplan ''Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113'' op 12 juni 2024 gewijzigd vastgesteld.
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
57
58
bestemmingsplan
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 113
Hoofdstuk 7
Juridische aspecten
7.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt toegelicht op welke wijze het plan juridisch is vertaald. Deze juridische vertaling is bindend. Het bestemmingsplan bestaat uit:
de toelichting;
de planregels;
de verbeelding.
De toelichting heeft geen juridisch bindende werking. De toelichting heeft wel een belangrijke functie voor de onderbouwing van het plan en ook bij de verklaring van de bestemmingen en planregels, en in het bijzonder ten aanzien van de regels inzake nadere eisen en afwijkingen. De planregels vormen de juridische regels voor gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding geeft de geografische ligging van de bestemmingen en aanduidingen weer. De verbeelding vormt samen met de planregels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voldoet aan de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.