16 Stichting gezond water Vislood, gemeente en Sportvisserij Nederland
Tekst van het document
Mariëlle de Kock Van: Verzonden: Aan: Onderwerp: Bijlagen:
info@stichtinggezondwater.nl zondag 19 november 2023 14:59 Gemeente Rucphen vislood, gemeente en Sportvisserij Nederland uitspraak BRE22-5262 Vallei Veluwe RWS Oost6 juli 2023 20230926_14292516.pdf; WUR onderzoek vislood.pdf; loodverlies_en_het_gebruik_van_loodvervangers_in_wageningen_university_and_research_586061 (1).pdf; reacie op reactei SN 14 november 2023.pdf
Geachte leden van de raad van de gemeente Rucphen, Recent hee u een verzoek van SGW ontvangen om het onnodige gebruik en daardoor verlies van vislood te doen stoppen zoals onder andere de Gemeente Amersfoort doet. Daarna hee u een bericht van Sportvisserij Nederland ontvangen waarin is aangegeven dat een lokaal verbod onhaalbaar is op basis van het recent door CVO uitgevoerde onderzoek. Sportvisserij Nederland verwijst naar haar samenwerking met de overheid over het (niet) gebruiken van vislood en stelt dat begin 2024 er een Europees vislood verbod zal komen. Maar Sportvisserij Nederland gee u vijf belangrijke dingen niet mee: 1. Onderzoek van de WUR uit juni 2023 waarin is aangetoond dat door vislood rode lijst soorten in het water, zoals de poelslak, worden bedreigd. 2. Bestuursrechters in juli 2023 hebben uitgesproken dat: ‐ Een sportvisser die met lood vist daarvoor een vergunning Waterwet dient te hebben. ‐ Een hengelsportvereniging die een viswedstrijd organiseert zonder een verbod voor het gebruik van vislood in het wedstrijdreglement, een overtreder is. ‐ Achtergelaten vislood in het water moet worden gemeld bij het bevoegde gezag en worden opgeruimd. 3. In het CVO onderzoek is onderzocht hoe sportvissers kijken naar loodvervangers en hoeveel sportvissers die gebruiken. Na 5 jaar (2017‐2021) hee slechts 23 % van de sportvissers wel eens een loodvervanger gebruikt.
Dus van de sportvissers hee 77 % nog nooit zonder lood gevist. Het verbod voor het vissen met lood komt in het onderzoek niet aan de orde. 4. Als de Europese Commissie al instemt met een verbod voor vislood in 2024 (het is al meermaals uitgesteld en niet onbetwist) dan duurt het nog minimaal 4 jaar voordat een verbod in werking treedt. Nu is zeker zeker dat er geen vislood verbod zal zijn voor 2029. 5. Voor de Zeer Zorgwekkende Stof (vis)lood geldt minimalisa eplicht, dat houdt in niet gebruiken en geen emissie. Behalve als het echt niet anders kan. Maar voor vislood zijn meer dan 1000 alterna even. Gemeenten hebben in 2021 met ZZS decentraal emissies van ZZS in hun gemeente bepaald en preven emogelijkheden daarvoor in kaart gebracht. De onnodige emissie van vislood is het eenvoudigst te voorkomen. Bijvoorbeeld, zoals voorgesteld, met een verbod in het visrecht. SGW wil u deze informa e niet onthouden. Voor de volledigheid in de bijlage relevante stukken. Laat u niets wijsmaken over vislood en realiseer dat het onnodige gebruik en daarmee verlies van lood in uw wateren stopt. Zorg voor water en mens verdient nu prioriteit. 1
Met vriendelijke groet, Egbert Lobée
2
Stichting Wageningen Research Centrum voor Visserijonderzoek (CVO)
Loodverlies en het gebruik van loodvervangers in de sportvisserij: Analyses van de 2017-2021 Screening Surveys
J.J.M. School & T. van der Hammen
CVO rapport: 23.003
Opdrachtgever: Dhr. J. Cotte Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit Postbus 20401 2500 EK Den Haag
Projectnummer:
4311216011
BAS code:
WOT-05-001-009
Publicatiedatum:
27/01/2023
Stichting Wageningen Research Centrum voor Visserijonderzoek (CVO) Postbus 68 1970 AB IJmuiden Tel. 0317-487418
Bezoekadres: Haringkade 1 1976 CP IJmuiden
Dit onderzoek is uitgevoerd onder het wettelijke taken programma Visserijonderzoek en gesubsidieerd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. DOI: https://doi.org/10.18174/586061
© 2023 CVO De Stichting Wageningen Research -
Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever
Centrum voor Visserijonderzoek is
hierboven aangegeven en is zijn eigendom. Alle rechten
geregistreerd in het Handelsregister
voorbehouden. Niets uit dit rapport mag weergegeven en/of
Gelderland nr. 09098104,
gepubliceerd worden, gefotokopieerd of op enige andere manier
BTW nr. NL 8089.32.184.B01
gebruikt worden zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
CVO rapport NL V12
2 van 15
Rapportnummer CVO 23.003
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave .......................................................................................................... 3 Samenvatting ............................................................................................................ 4 1
Inleiding .......................................................................................................... 5 1.1
Kwaliteitszorg .................................................................................................. 5
1.2
Inhoud ........................................................................................................... 5
2
Methode .......................................................................................................... 6
3
Resultaten ....................................................................................................... 7 3.1
Aantal hengelaars in Nederland ......................................................................... 7
3.2
Gebruik van loodvervangers .............................................................................. 8
3.3
Vistrips ........................................................................................................... 9
3.4
Opinie over loodalternatieven ...........................................................................10
3.5
Gebruik Loodvervangers in relatie tot verschillende demografische eigenschappen ..11
3.6
Gebruik loodvervangers in verschillende wateren ................................................12
4
Conclusie ....................................................................................................... 13
5
Referenties .................................................................................................... 14
Verantwoording ....................................................................................................... 15
Rapportnummer CVO 23.003
3 van 15
Samenvatting Vanuit de Green Deal-aanpak is een programma opgestart met als doel het gebruik van loodgewichten door hengelaars te verminderen met de ambitie om in de periode tot 2027 het gebruik van lood binnen de sportvisserij volledig af te bouwen en het gebruik van loodvervangers te stimuleren. Het recreatievevisserijonderzoek, bestaande uit een Screening Survey en een Logboek Survey, uitgevoerd door Wageningen Marine Research in het kader van de Wettelijke taken Visserijonderzoeken, in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt gebruikt om inzicht te verkrijgen in het loodgebruik bij hengelaars. In deze rapportage worden de resultaten uit het recreatievevisserijonderzoek beschreven van de Screening Surveys. De resultaten laten zien dat in 2021 meer hengelaars (23%) een loodalternatief gebruikten dan in 2017 (10%). Ook is het percentage vistrips waarbij een loodalternatief gebruikt is gestegen. In 2017 gebruikte 17% van de hengelaars die een keer een loodvervanger gebruikten voor meer dan 10 vistrips een loodalternatief. In 2021 was dit percentage gestegen naar 24%.Ten opzicht van alle andere jaren was het jaar 2020 een afwijkend jaar doordat er door de eerste COVID-19 lockdownperiode meer Nederlanders zijn gaan vissen. Deze stijgende trend heeft zich voortgezet in 2021.
In dit rapport is ook gekeken of er een relatie is tussen het gebruik van loodalternatieven en demografische eigenschappen, zoals inkomen, geslacht en leeftijd. Het inkomen en het geslacht van de hengelaar hadden nauwelijks invloed op het gebruik van loodalternatieven onder hengelaars. De leeftijd van de hengelaar had daarentegen een kleine invloed op het gebruik van een loodalternatief. Hengelaars onder de 20 jaar hebben minder vaak een keer een loodalternatief gebruikt (minder dan 20%) dan hengelaars ouder dan 20 jaar (tussen de 20 en 30%). Nieuw in de survey van 2021 is de vraag hoe hengelaars tegen loodalternatieven aankijken. Hieruit blijkt dat 38% van alle hengelaars niet bekend is met of geen mening heeft over loodalternatieven. Daarnaast vinden hengelaars loodalternatieven heel belangrijk voor milieu en gezondheid (29%). Een groep hengelaars (16%) geeft daarnaast aan dat loodalternatieven niet belangrijk voor ze zijn, omdat ze weinig vissen. Om het gebruik van lood binnen de sportvisserij helemaal af te bouwen, is het belangrijk om deze laatste groep te informeren waarom loodalternatieven voor hun groep ook belangrijk is. Dit jaar is daarnaast voor het eerst de vraag gesteld, of hengelaars volgend jaar (2022) van plan zijn om een keer met loodalternatieven te vissen.
Een kleine meerderheid (51%) van de ondervraagde hengelaars wil in 2022 met loodalternatieven gaan vissen, wat meer is dan de hengelaars die in 2021 een keer met loodalternatieven gevist hebben (23%). Deze stijgende lijn zou een goede stap zijn om de uiteindelijk doelen van de Green Deal te behalen.
4 van 15
Rapportnummer CVO 23.003
1
Inleiding
1.1
Kwaliteitszorg CVO beschikt over een ISO 9001:2015 gecertificeerd kwaliteitsmanagementsysteem (certificaat nummer: 268632-2018-AQ-NLD-RvA). Dit certificaat is geldig tot 15 december 2024. De certificering is uitgevoerd door DNV Business Assurance B.V.
1.2
Inhoud In de recreatieve visserij gebruiken hengelaars loodgewichten als verzwaring van de lijn. Loodgewichten kunnen worden verloren, waarmee schade aan het ecosysteem kan worden aangericht (Klein & Vink 2013). Het gebruik en verlies van lood kan verminderd worden door loodvervangers zoals ijzer, steen, glas of beton te gebruiken. Met de Green Deal-aanpak wil de overheid vernieuwende, duurzame initiatieven uit de samenleving de ruimte geven. Vanuit deze aanpak is een programma opgestart met als doel het gebruik van loodgewichten door hengelaars te verminderen. De Green Deal Sportvisserij Loodvrij (deal GD222) is een overeenkomst tussen de ministeries van Economische Zaken en Klimaat, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), van Infrastructuur en Waterstaat en van Volksgezondheid, Welzijn en sport, de Unie van Waterschappen, Natuurmonumenten, Dibevo en Sportvisserij Nederland en heeft als ambitie om in de periode tot 2027 het gebruik van lood binnen de sportvisserij volledig af te bouwen en het gebruik van alternatieven voor een loodgewicht te stimuleren. Om deze ambitie te bereiken hebben de partijen zich ingezet om met een gezamenlijke aanpak op grond van deze Green Deal een reductie van het loodgebruik in de sportvisserij te realiseren.
Gedurende de looptijd van deze Green Deal wordt het recreatieve-visserijonderzoek, uitgevoerd door Wageningen Marine Research (WMR) binnen de Wettelijke taken visserijonderzoek, in opdracht van LNV, gebruikt om inzicht te verkrijgen in het loodgebruik bij hengelaars. Het recreatieve-visserijonderzoek loopt sinds 2009 en bestaat uit 2 delen: a) de Screening Survey en b) de Logboek Survey, welke beide tweejaarlijks worden uitgevoerd door WMR en marktonderzoeksbureau Kantar. In dit rapport zal alleen de Screening Survey behandeld worden, omdat de logboek survey nog loopt tot voorjaar 2023. Meer informatie over de logboeken kan gelezen worden in het rapport van Van der Hammen (2021). In dit kader worden in deze korte rapportage de volgende vragen behandeld: -
Is er een toename in het gebruik van loodalternatieven tussen de Screening Survey in 2017 en die van 2021?
-
Welke motieven hebben hengelaars om wel of niet loodalternatieven te gebruiken?
-
Hebben demografische eigenschappen (leeftijd, geslacht, inkomen) invloed op het gebruik van loodalternatieven?
-
Welk percentage van de hengelaars is van plan om volgend jaar (weer) met loodalternatieven te gaan vissen?
Dit rapport is een vervolg op de eerdere rapportages: “Gebruik van alternatieven voor loodgewichten onder hengelaars: Analyses van de 2017 en 2019 Screening Survey” (CVO rapport 20.017), “Loodverlies en het gebruik van loodvervangers in de sportvisserij (2018-2019)” (CVO rapport: 19.016A) en “Loodverlies en het gebruik van loodvervangers in de sportvisserij: Analyses van de 2018-2019 en 2020-2021 Logboek Survey en de 2017-2021 Screening Surveys” (CVO rapport 21.025).
Rapportnummer CVO 23.003
5 van 15
2
Methode In samenwerking met het marktbureau Kantar voert WMR om het jaar in december een online screening uit onder ongeveer 95.000 personen (~50.000 huishoudens), waarbij gevraagd wordt naar de recreatieve visserijactiviteiten van het afgelopen jaar. In totaal hebben 3900 van de 95000 personen het recreatieve visserijactiviteiten onderdeel van de enquête in 2021 ingevuld in. Kantar beschikt over een database met huishoudens die voldoen aan de zogenaamde ‘gouden standaard’. Dit houdt in dat de database zo veel mogelijk representatief is voor de Nederlandse bevolking met betrekking tot demografie (leeftijd, geslacht, inkomen, etc.) en met betrekking tot woonplaats, en waar dat niet zo is dit door middel van weging kan worden gecorrigeerd. Het hoofddoel van de Screening Survey is om een schatting te maken van het aantal hengelaars in Nederland. Een tweede doel van de Screening Survey is het gebruik van loodalternatieven onder hengelaars te onderzoeken door de jaren heen. Dit is de eerste rapportage van de rapportageserie ‘Loodverlies en het gebruik van loodvervangers in de sportvisserij’ waarin de demografische eigenschappen (leeftijd, geslacht, inkomen) en het type water waarin gevist wordt (zoet, zout, beide wateren), vergeleken worden met het gebruik van loodalternatieven onder hengelaars.
Voor de Screening Survey van december 2021 zijn drie nieuwe vragen in opgenomen, waarbij geïnformeerd werd naar de mening van hengelaars over loodalternatieven. De vraag over het type loodvervanger dat gebruikt is (glas, steen, een ander metaal etc.) is bij deze survey eruit gehaald en kan in detail teruggelezen worden in het rapport van Van der Hammen (2021). De eerste nieuwe vraag kon beantwoord worden met ‘ja’, ‘nee’ of ‘weet ik niet’: 1.
Heeft u in 2021 wel eens gebruik gemaakt van een alternatief voor een loodgewicht?
De tweede nieuwe vraag was een meerkeuzevraag, waarbij meerdere antwoorden mogelijk waren: 2. • • • • • • • • •
Wat vindt u van de alternatieven voor vislood? Heel belangrijk om te gebruiken voor het milieu en de gezondheid Deze zijn net zo goed als loodgewichten Deze zijn minder goed dan vislood Voor mij niet belangrijk omdat ik te weinig vis Ik vind ze te duur Ze zijn niet beschikbaar in mijn viswinkel Voor mijn type visserij zijn er geen bruikbare loodalternatieven Anders Weet ik niet/ik ken ze niet
Als de hengelaar koos voor ‘weet ik niet/ik ken ze niet’, was het niet mogelijk om andere antwoorden in te vullen. De laatste nieuwe vraag kon alleen met ja of nee beantwoord worden: 3.
Bent u van plan om volgend jaar, in 2022, (weer) met een loodalternatief te gaan vissen?
Omdat er vragen worden gesteld in de Screening Surveys die tot een jaar geleden hebben plaatsgevonden, zal er sprake zijn van een zogenaamde ‘Recall Bias’ (Tarrant et al., 1993). Deelnemers kunnen zich niet alles herinneren, en over het algemeen is men geneigd om gebeurtenissen te overschatten die meer dan een paar maanden geleden gebeurd zijn. Omdat dit voor alle jaren geldt, zijn de resultaten onderling goed te vergelijken. De Screening Survey uit maart 2021 ging over de periode maart 2020 tot en met februari 2021. Omdat dit grotendeels over de activiteiten in 2020 ging, wordt in deze rapportage deze Screening Survey daarom de ‘2020’ survey genoemd. De screenings van maart 2021 en december 2021 overlappen gedeeltelijk (de maanden januari en februari), echter worden deze als apart jaar behandeld omdat het grootste gedeelte van de maanden niet overlapt. Daarnaast zijn de maanden die overlappen niet de maanden met de meeste visactiviteit.
6 van 15
Rapportnummer CVO 23.003
3
Resultaten
3.1
Aantal hengelaars in Nederland Aan de hand van de Screening Survey is het totaal aantal hengelaars geschat. In de laatste survey (2021) is de schatting van het aantal zoetwaterhengelaars 1,27 miljoen en het aantal zoutwaterhengelaars is 568 duizend (Tabel 3-1). Dit is een stijging ten opzichte van alle voorgaande jaren voor zowel zoet water als zout water (Tabel 3-1; Figuur 3-1). De toename gedurende de COVID-19 lockdownperiode is tevens waargenomen door Sportvisserij Nederland, die onafhankelijk een eigen onderzoek door Kantar heeft laten uitvoeren in oktober 2020, waarbij gevraagd werd naar de sportvisserijactiviteiten in 2020. Zij vonden een nog grotere toename in het aantal sportvissers dan de Screening Survey die was uitgevoerd in opdracht van WMR, namelijk 10% in zoet water (7.0% in 2020 in deze studie) en 3.1% in zout water (2.8% in 2020 in deze studie). De methodiek is echter niet hetzelfde: Zo neemt Sportvisserij Nederland ook hengelaars mee die nog van plan waren te gaan vissen na oktober, terwijl WMR alleen de hengelaars meeneemt die daadwerkelijk hebben gevist. De geschatte aantallen hengelaars voor 2017 en 2019 die in een eerder rapport (van der Hammen, 2020) zijn berekend, zijn iets aangepast door een correctie in de weging.
Tabel 3-1 Geschatte aantal hengelaars in zoet en zout water en totaal aantal hengelaars in Nederland op basis van de Screening Survey in 2017, 2019, 2020 en 2021. De Screening Survey in 2017 wordt gebruikt voor de opwerking van de 2018 logboek gegevens en de 2020 Screening Survey (i.p.v. de 2019 Screening Survey) wordt gebruikt voor de opwerking van de 2020 logboek gegevens. Aantal hengelaars in Nederland Percentage van de bevolking 2017
2019
2020*
2021
Aantal (x1000)
Zout
3.5%
564
Zoet
6.4%
1,030
Totaal
7.2%
1,161
Zout
2.0%
323
Zoet
4.5%
737
Totaal
5.3%
862
Zout
2.8%
457
Zoet
7.0%
1,143
Totaal
7.4%
1,209
Zout
3.5%
568
Zoet
7.7%
1,269
Totaal
8.2%
1,350
Leeftijd Selectie vanaf 6 jaar
vanaf 6 jaar
vanaf 6 jaar
vanaf 6 jaar
* De 2020 survey liep van maart 2020 tot en met februari 2021.
Rapportnummer CVO 23.003
7 van 15
Figuur 3-1. Aantal hengelaars in Nederlands (x 1000) vanaf 2017. Kleuren weergeven het type water waarin de hengelaar vist: groen is in zoetwater, blauw is in zoutwater en rood is het totaal aantal hengelaars. Voor 2018 is er geen data beschikbaar, omdat toen geen screening survey heeft plaatsgevonden. 3.2
Gebruik van loodvervangers Tussen 2017 en 2021 is het percentage hengelaars dat in de Screening Survey heeft aangegeven dat ze wel eens van een loodvervanger gebruik hebben gemaakt, gestegen van 10% naar 23% (Tabel 3-2). De stijging is zowel te zien bij hengelaars met een lage jaarlijkse visfrequentie als hengelaars met een hoge visfrequentie. Bij een visfrequentie van 1-5 jaarlijkse vistrips is het percentage gestegen van 5% in 2017 tot 12% in 2021, bij een visfrequentie van 6-10 vistrips per jaar is het gestegen van 9% naar 23% en bij een visfrequentie van meer dan 10 vistrips per jaar is het percentage gestegen van 19% naar 41% (Figuur 3-2). Wanneer de percentages vermenigvuldigd worden met het berekende totaal aantal hengelaars in Nederland (Tabel 3-1) is het aantal hengelaars dat met een loodvervanger heeft gevist gestegen van 116 duizend in 2017, naar 147 duizend in 2019 en 311 duizend in 2021. Tabel 3-2 Percentage hengelaars die aangegeven hebben een loodvervanger te hebben gebruikt in 2017 2019, 2020* of 2021 met verdeling over de visfrequentiecategorieën. Tussen haakjes is aangegeven hoeveel hengelaars dit hebben aangegeven. Jaarlijkse visfrequentie % hengelaars dat een
1-5
6-10
>10
Loodvervanger heeft
Alle hengelaars
gebruikt 2017 (n=5481)
5% (144)
9% (106)
19% (307)
10% (557)
2019 (n=4375)
11% (241)
17% (158)
29% (353)
17% (752)
2020* (n=4051)
10% (239)
17% (133)
30% (330)
17% (702)
2021 (n=3900)
12% (241)
23% (184)
41% (460)
23% (885)
* De 2020 survey liep van maart 2020 tot maart 2021
8 van 15
Rapportnummer CVO 23.003
Figuur 3-2. Percentage hengelaars die hebben aangegeven minimaal één keer een loodalternatief gebruikt te hebben over de jaren heen. Kleuren weergeven de verschillende visfrequentiecategorieën, waarbij paars de kleur is van alle hengelaars samen. 3.3
Vistrips Hoeveel hengelaars minstens eenmaal per jaar een loodvervanger gebruiken, geeft weinig informatie over hoeveel vistrips er met loodvervangers plaatsvinden. Sommige hengelaars zullen dit bij één vistrip hebben gedaan, terwijl anderen dit bij meerdere doen. In de Screening Survey is ook gevraagd naar het aantal vistrips waarbij een loodvervanger is gebruikt. Dit laat zien dat in 2021, net als in 2017, 2019 en 2020, een groot gedeelte van de hengelaars die aangeven wel eens een loodvervanger te hebben gebruikt dat bij 1-3 vistrips in een jaar doen. Dit percentage is echter verlaagd van 48% naar 42% tussen 2017 en 2019 en weer verhoogd naar 45% in 2020, waarna het in 2021 weer gedaald is naar 38% ( Tabel 3-3). Het percentage hengelaars dat aangegeven heeft bij 4-10 vistrips of bij > 10 vistrips een loodvervanger te hebben gebruikt, is tussen 2017 naar 2021 licht gestegen van 35% naar 38% (4-10 vistrips) en van 17% naar 24% (>10 vistrips) (Tabel 3-3; Figuur 3-3). Tabel 3-3 Percentage hengelaars dat aangeeft bij 1-3, 4-10 of > 10 vistrips gebruikt te hebben gemaakt van een loodvervanger. Tussen haakjes is aangegeven hoeveel hengelaars dit hebben aangegeven. % hengelaars
Aantal vistrips met loodvervanger 1-3
4-10
>10
2017 (n=5481)
48% (265)
35% (197)
17% (95)
2019 (n=4375)
42% (316)
38% (287)
20% (149)
2020* (n=4051)
45% (319)
36% (250)
19% (133)
2021 (n=3900)
38% (339)
38% (336)
24% (210)
* De 2020 survey liep van maart 2020 tot maart 2021
Rapportnummer CVO 23.003
9 van 15
Figuur 3-3. Aantal vistrips met loodvervangers per hengelaar over de jaren heen. Hengelaars die geen loodalternatieven gebruikt hebben worden niet meegenomen. Kleuren geven de categorieën van aantal vistrips met loodvervanger weer. Voor 2018 is er geen data beschikbaar, omdat in dat jaar geen screening survey heeft plaatsgevonden. 3.4
Opinie over loodalternatieven In de Screening Survey van 2021 werd voor het eerst gevraagd naar de mening van hengelaars over loodalternatieven. Van de hengelaars die loodalternatieven een keer gebruikt hebben, gaf een meerderheid (61%) aan dat ze loodalternatieven belangrijk vonden voor het milieu en gezondheid (Tabel 3-4). Daarnaast vond 42% van de hengelaars die een keer loodalternatieven gebruikt hebben loodalternatieven net zo goed als loodgewichten. Van de hengelaars die geen loodalternatieven gebruikten was een ongeveer de helft (49%) niet bekend met loodalternatieven of heeft geen mening over loodalternatieven (Tabel 3-4). Een deel van de hengelaars die geen loodalternatieven gebruikten, vond loodalternatieven belangrijk voor milieu en gezondheid (20%). De derde meest gekozen mening van hengelaars die geen loodalternatieven gebruikten was: ‘loodalternatieven zijn niet belangrijk voor mij, omdat ik te weinig vis’ (18%) (Tabel 3-4). Van alle hengelaars was iets meer dan de helft van plan om het jaar erop met een loodalternatief te vissen (51%). Een grote meerderheid van de hengelaars die een keer eerder een loodalternatief gebruikt hebben, is van plan er weer mee te vissen in 2022 (91%). Van de hengelaars die geen loodalternatieven in 2021 gebruikt hebben, was 39% van plan om in 2022 een keer een loodalternatief te gebruiken (Tabel 3-5).
10 van 15
Rapportnummer CVO 23.003
Tabel 3-4 Percentage van alle hengelaars met een bepaald antwoord op de vraag: ‘wat vindt u van de alternatieven voor vislood’. Meerdere antwoorden konden gegeven worden, behalve als ‘weet ik niet/ ik ken ze niet’ werd aangevinkt. Tussen haakjes is aangegeven hoeveel hengelaars het antwoord aangegeven hebben. Opinie loodalternatieven
Wel
Geen
Alle hengelaars
loodalternatief
loodalternatief
gebruikt
gebruikt
2021
2021
2021
Heel belangrijk voor milieu en gezondheid
61% (538)
20% (603)
29% (1141)
Net zo goed als loodgewichten
42% (370)
12% (356)
19% (726)
Minder goed dan vislood
13% (114)
4% (133)
6% (247)
Voor mij niet belangrijk omdat ik te
9% (80)
18% (541)
16% (621)
Te duur
12% (108)
5% (163)
7% (271)
Niet beschikbaar in mijn viswinkel
3% (25)
1% (35)
2% (60)
Voor mijn type visserij zijn geen
3% (24)
2% (65)
2% (89)
weinig vis
loodalternatieven Anders
3% (26)
2% (47)
2% (73)
Weet ik niet / ik ken ze niet
4% (35)
49% (1465)
38% (1500)
Tabel 3-5 Percentage hengelaars dat loodvervangers het volgende jaar wil gaan gebruiken. Tussen haakjes is aangegeven hoeveel hengelaars dit hebben aangegeven (n=3900).
3.5
Plan om volgend jaar met een
Wel
Geen
Alle hengelaars
loodalternatief te vissen
loodalternatief
loodalternatief
gebruikt
gebruikt
2021
2021
2021
Ja
91% (804)
39% (1170)
51% (1974)
Nee
9% (81)
61% (1845)
49% (1926)
Gebruik Loodvervangers in relatie tot verschillende demografische eigenschappen Voor het eerst in de rapportageserie ‘loodverliezen en het gebruik van loodalternatieven’, is het gebruik van loodalternatieven in relatie tot verschillende demografische eigenschappen (inkomen, geslacht en leeftijd) vergeleken. Gekeken naar het inkomen, hebben hengelaars met een minimuminkomen het meest van alle inkomensgroepen minimaal één keer gevist met een loodalternatief (30%). De groep waarvan het inkomen onbekend is, heeft het minst vaak een keer met een loodalternatief gevist (19%), echter zijn er tussen de inkomens geen grote verschillen te zien (Tabel 3-6). Ook is er vergeleken tussen de geslachten en het gebruik van loodalternatieven. Mannen (24%) hebben iets vaker voor een loodalternatief gekozen dan vrouwen (21%) (Tabel 3-7). De leeftijd van de hengelaar is de laatste demografische eigenschap die onderzocht is. De twee jongste leeftijdsklassen 0-10 (13%) en 10-20 jaar (16%) kiezen minder snel voor loodalternatieven dan de oudere leeftijdsklassen. Voor de oudere leeftijdsklassen schommelt het gebruik van loodalternatieven tussen de 20% en 30% (Tabel 3-8).
Rapportnummer CVO 23.003
11 van 15
Tabel 3-6 Percentage hengelaars dat loodvervangers gebruikt heeft per inkomensklasse. Tussen haakjes is aangegeven hoeveel hengelaars dit hebben aangegeven (n=3900). %
Inkomen
hengelaars Minimum
0.5x
Modaal
Modaal 2021
30% (28)
26%
25% (150)
(99)
1-2x
2x
Modaal
Modaal
Modaal
23%
21% (69)
24%
(253)
> 2x
Onbekend 19% (154)
(132)
Tabel 3-7 Percentage hengelaars dat loodvervangers gebruikt heeft per geslacht. Tussen haakjes is aangegeven hoeveel hengelaars dit hebben aangegeven (n=3900). % hengelaars dat een
Geslacht
loodvervanger heeft gebruikt 2021
Man
Vrouw
24% (596)
21% (289)
Tabel 3-8 Percentage hengelaars dat loodvervangers gebruikt heeft per leeftijdsklasse. Tussen haakjes is aangegeven hoeveel hengelaars dit hebben aangegeven. Leeftijdsklasse (jaren)
% hengelaars dat een loodvervanger heeft gebruikt 2021 (n=3900)
3.6
6-10
13% (71)
10-20
16% (96)
20-30
30% (43)
30-40
29% (140)
40-50
23% (136)
50-60
27% (146)
60-70
25% (161)
> 70
25% (92)
Gebruik loodvervangers in verschillende wateren Gekeken naar het type water waarin hengelaars vissen, worden loodalternatieven iets meer gebruikt door hengelaars die alleen in zoete wateren vissen (16%) dan door hengelaars die alleen in zoute wateren vissen (13%). Hengelaars die in beide type wateren vissen, hebben het vaakst een loodvervanger een keer gebruikt (37%) (Tabel 3-9). Tabel 3-9 Percentage hengelaars die loodvervangers gebruikt hebben met verdeling over de type wateren waarin de hengelaars gevist hebben. Tussen haakjes is aangegeven hoeveel hengelaars dit hebben aangegeven. % hengelaars dat een
Type water waarin gevist is
loodvervanger heeft gebruikt Zoet
Zout
Zoet en zout water
2021 (n=3900)
12 van 15
16% (379)
13% (29)
37% (477)
Rapportnummer CVO 23.003
4
Conclusie De Screening Survey van december 2021 laat een stijgende trend zien van hengelaars die in Nederland gevist hebben, voor zowel zoet als zout water. Deze stijgende trend is begonnen in 2020 waarin de eerste COVID-19 lockdown was. Ook het aandeel hengelaars dat in een jaar wel een keer met een loodvervanger gevist heeft, is gestegen van 10% in 2017 naar 23% in 2021. Door de stijging van het aantal vissers en het aandeel hengelaars dat met een loodvervanger vist, is in absolute zin het aantal sportvissers dat in een jaar minstens een keer met een loodvervanger vist behoorlijk gestegen: van 116 duizend sportvissers in 2017 naar 311 duizend in 2021. Daarnaast is een stijging te zien van de aantallen vistrips met loodalternatieven onder de hengelaars die minimaal een keer een loodalternatief gebruikten. Waar in 2017 nog maar 17% van deze hengelaars vaker dan 10 keer een loodalternatieven gebruikten, was dit in 2021 opgelopen naar 24%. Dit geeft weer dat niet alleen de aantallen hengelaars die lood alternatieven gebruiken gestegen is, maar ook het aantal vistrips met een loodvervanger per hengelaar. Van de vissers die met loodvervangers gevist hebben, is milieu en gezondheid de belangrijkste reden om met loodalternatieven te vissen (61%).
De grootste groep hengelaars die geen loodalternatieven gebruikten gaven aan dat ze loodalternatieven niet kennen of geen mening erover hebben (49%). Dat loodalternatieven minder goed (4%) duurder zouden zijn (5%), is voor een kleine groep hengelaars een reden om niet met loodalternatieven te vissen. Een andere groep hengelaars vindt dat loodalternatieven niet belangrijk, omdat zij weinig vissen (16%). Deze mening is ook terug te zien in de resultaten, waar vissers die meer dan 10 keer per jaar vissen vaker een loodalternatief gebruikt hebben (41%) dan vissers die 5 of minder keer per jaar vissen (12%). Het kan daarom van belang zijn om hengelaars goed te informeren over het belang van loodalternatieven en hengelaars die weinig vissen duidelijk te informeren dat ook zij een verschil kunnen maken. Gekeken naar de demografische eigenschappen kan er geconcludeerd worden dat geslacht noch inkomen een grote invloed hebben op het gebruik van loodalternatieven. De leeftijd van de hengelaars heeft wel invloed: hengelaars onder de 20 jaar hebben minder vaak een keer loodalternatieven gebruikt dan hengelaars ouder dan 20 jaar. Verschil tussen de andere leeftijden (20 jaar en ouder) is er nauwelijks.
De categorie onder de 20 jaar hebben waarschijnlijk minder voorgeschiedenis materiaalkeuze en zijn wellicht minder op de hoogte van de keuze uit verschillende materialen met “oud/ongewenst” lood en de nieuwe loodvrije alternatieven. Daarnaast zal de jongste categorie wellicht ook de verzwaring van één van de ouders krijgen, zonder materiaalkennis. Ten laatste kan geconcludeerd worden dat ongeveer de helft van de hengelaars positief zijn tegenover loodalternatieven: 51% van de hengelaars is van plan om in 2022 gebruik te maken van loodalternatieven, waarbij vooral hengelaars die eerder loodalternatieven een keer gebruikt hebben, aangeven deze in 2022 weer willen gebruiken (91%). Deze stijgende lijn zou een goede stap zijn om de uiteindelijk doelen van de Green Deal te behalen.
Rapportnummer CVO 23.003
13 van 15
5
Referenties Klein, J. & Vink, J. 2013. Emissie van lood naar de Nederlandse zoete en zoute wateren door verlies van vislood in de sportvisserij. Deltares rapport (1208176-000) Tarrant, M. A., Manfredo, M. J., Bayley, P. B., and Hess, R. 1993. Effects of recall bias and nonresponse bias on self-report estimates of angling participation. North American Journal of Fisheries Management, 13: 217 –222 Van der Hammen, T. (2019). Loodverlies en het gebruik van loodvervangers in de sportvisserij (2018-2019) CVO report: 19.016A Van der Hammen, T. (2020). Gebruik van alternatieven voor loodgewichten onder hengelaars: Analyses van de 2017 en 2019 Screening Survey”. CVO rapport 20.017 Van der Hammen, T. (2021). Loodverlies en het gebruik van loodvervangers in de sportvisserij: Analyses van de 2018-2019 en 2020-2021 Logboek Survey en de 2017-2021 Screening surveys CVO report: 21.025
14 van 15
Rapportnummer CVO 23.003
Verantwoording
Rapport CVO 23.003 Projectnummer: 4311216011
Dit rapport is met grote zorgvuldigheid tot stand gekomen. De kwaliteit is intern getoetst door een collega-onderzoeker en hoofd CVO.
Akkoord:
L. van de Pol Onderzoeker
Handtekening: Datum:
27/01/2023
Akkoord:
Ing. S.W. Verver Hoofd Centrum voor Visserijonderzoek
Handtekening:
Datum:
Rapportnummer CVO 23.003
27/01/2023
15 van 15
Hoe effectief is een verbod voor vislood in het visrecht? Eind oktober heeft SGW alle gemeenten in Nederland gevraagd een verbod voor het gebruik van vislood door te voeren. Sportvisserij Nederland heeft hierover bericht dat dat niet via een lokaal verbod kan worden geregeld maar Europees. Waarom dit verzoek van SGW? • Al vanaf 1988 (Kamervragen) geven sportvisserijorganisaties aan het vislood probleem snel op te zullen lossen. Maar het ene uitstel volgt het ander. Zoals de Green Deal Sportvisserij Loodvrij (inzet 30 % reductie loodverlies in drie jaar, effect 20 % toename). Gevolgd door de Samenwerkingsovereenkomst zonder enige doelstelling voor reductie van het loodverlies. • Een Europees verbod is onzeker en duurt nog jaren. Ook dat moet worden gehandhaafd. • Lood is een Zeer Zorgwekkende Stof waarvoor vanaf 2016 geldt; niet gebruiken, vervangen en verontreiniging er mee saneren. Dit geldt ook voor uw gemeente (ZZS decentraal). • De meervoudige kamer bestuursrecht spreekt in juli 2023 uit dat sportvissers die vislood gebruiken en sportvisserijorganisaties die viswedstrijden organiseren zonder een verbod voor lood in het wedstrijdreglement, overtreders zijn. En dat het niet melden van achtergelaten lood en het niet opruimen daarvan ook overtredingen zijn. • Gemeenten zowel in 2020 als in 2021 is gevraagd het vislood probleem aan te pakken.
• Een WUR onderzoek toont dat vislood schade geeft aan rode lijst soorten zoals de poelslak in het water. Mogelijke risico’s van vislood in het aquatische milieu — Research@WUR • Er steeds meer organisaties zijn met een lokaal verbod voor vislood, zoals pas Amersfoort. • Het verbod voor vislood in het visrecht door Waterschap Limburg al in 2017 in de Green Deal Sportvisserij Loodvrij is ingebracht. • In Denemarken is sinds 2005 een verbod voor de verkoop van vislood, in Engeland is een verbod voor het vissen met lood onder de 28 gram (vergiftiging vogels). Wat is het verzoek? Gevraagd is om een verbod voor het vissen met lood in het visrecht en de visrechthebbende dit zelf te laten handhaven. Voor de gemeente blijft het toezicht op deze handhaving. Met teststaafjes die schilders gebruiken om lood in oude verflagen te detecteren, is controle op vislood erg eenvoudig. Waarom is dit effectief? 1. Er komt geen lood meer in het water. Er wordt geen bagger meer met lood belast. 2. Sportvisserijorganisaties hebben honderden BOA’s en controleurs die de vissers en visgewichten kennen en nu ook al controleren. 3. Er wordt geen vislood meer zelf gegoten. Geen verontreiniging door loodrook die kinderen en moeders belast, geen illegale afvoer van loodslak Het informele visloodcircuit stopt. 4. De werk voor gemeenten is beperkt, het verbod invoeren is een eenmalige actie. 5.
In hengelsportwinkels zullen, anders dan nu, visgewichten zonder lood worden verkocht. 6. Het imago van de sportvisserij als “Caretaker for Nature” verbetert zonder vislood. Kortom Als iedereen een verbod voor het vissen met lood invoert in 2024 en ook Sportvisserij Nederland dit uitdraagt en ondersteunt, is er snel een oplossing voor het onnodige verlies van ZZS vislood in Nederland en geen enkel versnippering. Aan Stichting Gezond Water zal het niet liggen. Wat doet uw gemeente aan voorkomen van deze onnodige ZZS emissie van sportvissers?
Mogelijke risico’s van vislood in het aquatische milieu
Droge, S.T.J., E.-J. Otten, M.-C. Boerwinkel, E. Peeters, N. van den Brink,
rapport 388
I. Roessink
mei 2023
Wetenschapswinkel
Mogelijke risico’s van vislood in het aquatische milieu
Droge, S.T.J., E.-J. Otten, M.-C. Boerwinkel, E. Peeters, N. van den Brink,
rapport 388
I. Roessink
mei 2023
Colofon Titel
Mogelijke risico’s van vislood in het aquatische milieu
Trefwoorden
Vislood, risico’s, aquatische slakken, opgeloste concentraties
Keywords
Lead sinkers, environmental risk, aquatic snails, dissolved concentrations
Opdrachtgever
Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de WUR Wetenschapswinkel, op verzoek van Stichting Gezond Water (SGW).
Projectuitvoering
Droge, S.T.J., E.-J. Otten, M.-C. Boerwinkel, E. Peeters, N. van den Brink, I. Roessink
Projectcoördinatie
I. Roessink
Financiële ondersteuning
Wageningen Wetenschapswinkel
Begeleidingscommissie
Egbert Lobée – Stichting Gezond water Ton de Jong – Stichting Gezond Water Emiel Derks – sportvisserij Nederland Martin Goossen – Hoogheemraadschap Rijnland Lèneke Pfeiffer – Wetenschapswinkel Wageningen
Fotoverantwoording
De foto’s, kaartjes en figuren zijn vervaardigd door de auteurs of de meewerkende studenten, tenzij anders aangegeven
Vormgeving
Wageningen University & Research, Communication Services
Druk
RICOH, ‘s-Hertogenbosch
Bronvermelding
Verspreiding van het rapport en overname van gedeelten eruit worden aangemoedigd, mits voorzien van deugdelijke bronvermelding
ISBN
978-94-6447-675-0
DOI
10.18174/629473
Wageningen, Wetenschapswinkel rapport 388
2 | Mogelijke risico’s van vislood in het aquatische milieu
Mogelijke risico’s van vislood in het aquatische milieu
Rapportnummer 388
Dr S.T.J. Droge; E-J Otten; M-C Boerwinkel; Dr ir E.T.H.M. Peeters, prof Dr ir N. J. Van den Brink, Dr ir I Roessink Wageningen, mei 2023 Stichting Gezond Water
Stichting Gezond Water (SGW) zet zich in voor schoon water en de gezondheid van watersystemen en mensen in Nederland. Hierbij heeft de stichting een brede blik en richt zich op het water zelf, de waterbodem, waterleven en het land dat beïnvloed wordt door het water. SGW heeft geen inkomsten en is afhankelijk van donaties. Vanaf de oprichting ligt de focus op het risico van het gebruik van vislood. Dit omdat lood toxisch is voor zowel mensen (bij eigen fabricage van loodjes en via handcontact vislood) als voor het aquatische milieu.
Wageningen Environmental
Wageningen Environmental Research draagt door deskundig
Research
en onafhankelijk onderzoek bij aan het realiseren van een
Onderdeel van Wageningen
kwalitatief hoogwaardige en duurzame groene leefomgeving.
University & Research
Wetenschapswinkel Wageningen
Maatschappelijke organisaties zoals verenigingen en
University & Research
belangengroepen, die niet over voldoende financiële middelen
Postbus 9101
beschikken, kunnen met onderzoeksvragen terecht bij de
6700 HB Wageningen
Wageningen Wetenschapswinkel. Deze biedt ondersteuning bij
(0317) 48 39 08
de realisatie van onderzoeksprojecten. Aanvragen moeten
wetenschapswinkel@wur.nl
aansluiten bij de werkgebieden van Wageningen University & Research: duurzame landbouw, voeding en gezondheid, een leefbare groene ruimte en maatschappelijke veranderingsprocessen.
Rapport 388 | Wageningen, Wetenschapswinkel
|3
4 | Mogelijke risico’s van vislood in het aquatische milieu
Inhoud
Voorwoord
7
Samenvatting
9
Summary
11
1
Introductie
13
1.1
Achtergrondinformatie over de opdrachtgever
13
1.2
Draagvlak voor onderzoek binnen en buiten de aanvragende organisatie
13
1.3
Aanleiding voor het verzoek
13
1.4
Onderzoeksvragen
14
2
Literatuurstudie
15
2.1
Milieuchemisch gedrag van lood in water/sediment
15
2.2
Ontwikkelingen in regulering van (vis)lood
16
2.3
Milieu-concentraties van lood in Nederland
18
2.3.1 Achtergrond-concentraties van lood in Nederlandse oppervlaktewateren
18
2.3.2 Sediment concentratie van lood in Nederlandse oppervlaktewateren
23
Jaarlijks emissie van lood via vislood in Nederland
24
2.4.1 Vislooddichtheid bepalingen in wetenschappelijke literatuur
24
2.4.2 Experimentele emissiestudies van opgelost lood uit lood in vaste vorm
24
2.4.3 Schattingen voor Nederlandse oppervlaktewateren
26
Effect-concentraties van lood op aquatische organismen
27
2.5.1 Opgelost lood
27
2.5.2 Korte termijn effectconcentraties (acuut).
27
2.5.3 Lange termijn effectconcentraties (chronisch)
29
2.5.4 Samenvattende Europese evaluatie van lood effectconcentraties
30
2.5.5 Vislood
31
2.6
Kerninzichten waaruit experimentele opzet is afgeleid
31
3
Experimentele toxiciteitsstudie van waterslakken blootgesteld aan vislood
33
3.1
Introductie
33
3.2
Materiaal en methode
34
3.2.1 Materiaal
34
3.2.2 Methode van het loodemissie experiment
34
3.2.3 Methode van het blootstellingsexperiment
35
2.4
2.5
Rapport 388 | Wageningen, Wetenschapswinkel
|5
3.3
3.4
3.2.4 Beëindiging van het experiment
35
3.2.5 Analyse methodes
36
3.2.6 Data-analyse
36
Resultaten
37
3.3.1 Hardheid, pH, en zuurstofgehalte
37
3.3.2 Ontwikkeling van loodemissie uit splitlood in systemen met alleen water
37
3.3.3 Ontwikkeling van loodemissie uit splitlood in systemen met sediment
40
3.3.4 Effecten van vislood op Potamopyrgus antipodarum (modderslak)
41
3.3.5 Effecten van vislood op Physella acuta (puntige blaashoorn)
42
Discussie
43
3.4.1 Emissie van opgelost lood uit vislood
43
3.4.2 Risico van opgelost lood uit vislood voor het aquatische ecosysteem
44
3.4.3 Toekomstige ontwikkelingen voor risico’s van zware metalen in het aquatisch milieu afkomstig van sportvisserij. 4
Conclusies
Referenties Bijlage 1
45 47 49
Kamerstuk 33 118, Nr 41, vraag 77
6 | Mogelijke risico’s van vislood in het aquatische milieu
51
Voorwoord Stichting Gezond Water probeert vislood van de lijn te krijgen. Via de Wetenschapswinkel heeft de vraag van SGW over de effecten van vislood voor waterorganismen geleid tot dit onderzoek. De resultaten spreken voor zich; vislood veroorzaakt schade bij rode lijst soorten. Bodem en waterbodemverontreiniging door lood is een gegeven, vislood dat bewust of onbewust achter wordt gelaten levert een forse bijdrage ruim 30% van de loodverontreiniging van het water wordt veroorzaakt door sportvisserij, en dat is onnodig! SGW benadert de overheid (waterschappen, Rijkswaterstaat, provincies, ministeries) en sportvisserijorganisaties (Sportvisserij Nederland, hengelsportverenigingen, Retail) om aan het onnodige loodgebruik en -verlies een eind te maken. Maar naar ons idee wordt daar nog te weinig aan gedaan terwijl voor het zeer zorgwekkende lood in Nederland vanaf 2016 minimalisatieplicht geldt. Er bestaan voor vislood vele alternatieven het zou mooi zijn wanneer daar meer gebruik van wordt gemaakt. Stichting Gezond Water dankt de Wageningen University & Research voor het enthousiasme en het werk. Namens Stichting Gezond Water, Ton de Jonge en Egbert Lobée.
Rapport 388 | Wageningen, Wetenschapswinkel
|7
8 | Mogelijke risico’s van vislood in het aquatische milieu
Samenvatting Stichting Gezond Water (SGW) heeft in 2020 de WUR Wetenschapswinkel benaderd om binnen de WUR een studie uit te laten voeren naar de risico’s van verloren/losgekoppeld vislood voor het aquatisch milieu. Omdat er in Nederland zowel beroeps- als hobbymatig veel gevist wordt en dit deels op vaste stekken gebeurt, hoopt het verloren lood zich lokaal op. Het gebruik van vislood kent volgens de Waterwet officieel een vergunningplicht, echter hierop wordt niet gehandhaafd door de verantwoordelijke instanties. Er is in 2021 door de Europese instantie ECHA, als verantwoordelijke autoriteit voor regulatie van chemische stoffen, een voorstel ingediend om loodgebruik in de jacht en visserij uit te faseren. Doel is om daarmee de loodemissie naar het milieu te reduceren, en het risico van (directe en indirecte) negatieve effecten van lood op mens en ecosysteem aanzienlijk te verlagen. In 2023 zal de Commissie hierover beslissen. SGW vraagt met dit onderzoek voor extra wetenschappelijke onderbouwing van de inschatting van de risico’s van lood voor het aquatische milieu.
Om de invulling van de experimentele fase in dit project over mogelijke risico van vislood op het watermilieu af te bakenen, is literatuuronderzoek gedaan naar mogelijke jaarlijkse hoeveelheid vislood die via hengelsport in het milieu komt, metingen van concentraties van opgelost lood in Nederlands oppervlaktewater, en effectconcentraties van lood in toxiciteitsstudies. Uit beschikbare gegevens van diverse meetlocaties blijkt dat het jaarlijks gemiddelde in heel Nederland onder de milieukwaliteitseis (JG-MKE) van 1,2 µg/L vrij-opgelost lood ligt, slechts sporadisch is een gemeten waarde boven de 1,2 µg/L gerapporteerd. Ter vergelijking, Nederlands regenwater heeft een gemiddelde loodconcentratie van 0,9 µg/L. Waterslakken lijken de gevoeligste waterdieren voor opgelost lood te zijn, met een grenswaarde waaronder geen langdurige effecten worden gevonden van 12 µg/L. Bovendien blijkt de giftigheid van lood afhankelijk van enkele watercondities, zoals zwevende stof in de waterkolom, water hardheid, en pH. Uit één experimentele emissiestudie met 4 loodkorrels in sediment-water systemen bleek dat bij neutrale pH loodconcentraties kunnen voorkomen die boven de JG-MKE liggen. De emissiestudie met loodkorrels is als uitgangspunt genomen voor de experimentele projectfase.
Een dosiseffect relatie is onderzocht met waterslakjes, met 4 verschillende dichtheden van 3 mm splitlood (0, 4, 20, 100 loodjes per pot met 1 liter water) zowel met als zonder laagje van 2 cm fijn sediment. Na 4 weken incubatie van het lood zijn slakken blootgesteld gedurende 4 weken. Opgeloste loodconcentraties (gefilterd over 45 µm) waren ook in het huidige experiment met 4 loodjes per liter water boven de JG-MKE in testsystemen zonder sediment, maar in geen van de blootstellingen aan vislood was een significant effect op sterfte of groei op de (sub-)adulte Physella acuta waarneembaar. In testsystemen met sediment was het merendeel van vrijgekomen lood gebonden aan sediment, maar waren met 20 loodjes per liter water in alle replica’s de opgeloste loodconcentraties boven de JG-MKE na 56 dagen. De waterslak Physella acuta ondervond geen effecten van lood op sterfte, maar in vergelijking met de controle groep was de groei van de slakken significant lager bij 4 loodjes per pot met 1 liter water. Dit komt overeen met 108 cm2 loodobject per m2 sedimentoppervlakte (1,1% van bodemoppervlak is lood). De emissiesnelheid van splitlood op sediment is bepaald op 3,1-3,8 mg/cm2/jr (0,26% van het vislood per jaar).
De resultaten van de laboratorium studie geven aan dat bij de laagst geteste looddichtheid (loodobjecten beslaan 1,1% van bodemoppervlak), verloren vislood op de waterbodemoppervlakte in stagnant water een milieurisico oplevert. De looddichtheid in deze studie lag ruim hoger dan op typische vislocaties (Engeland, Wales, VS).De risico’s van loodemissie zou nog beter kunnen worden getoetst op juveniele slakjes die een grotere groei doormaken dan de nu gebruikte sub adulte individuen. Het realistische risico voor waterdieren van opgelost lood dat vrijkomt uit vislood in Nederlandse watersystemen is nog lastig in te schatten. Hiervoor is meer inzicht nodig in bijvoorbeeld de looddichtheid op populaire vislocaties, de mate waarin het vislood aan de sedimentoppervlakte ligt, de verdunningsfactor (doorstroomsnelheid), de sedimentatie snelheid van zwevende deeltjes (afdekking lood), en invloed van baggeren. De oppervlakte van loodobjecten op locaties waar veel sportvisserij wordt beoefend lijkt (nog) niet direct bepaald in Nederland, en zou gezien de decennialange nalevering van lood dat al aanwezig is in het milieu nader onderzocht moeten worden.
Rapport 388 | Wageningen, Wetenschapswinkel
|9
10 | Mogelijke risico’s van vislood in het aquatische milieu
Summary Stichting Gezond Water (SGW) approached the Science Shop of the WUR in 2020 with the question to investigate the risks of lost/released fishing lead to the aquatic environment. Since both professional and recreational fishing activities are very abundant in the Netherlands, and can occur on rather fixed locations lost lead accumulates locally. The use of fishing lead is officially subject to licensing under the Water Act, but this is not enforced by the responsible authorities. In 2021, the European body ECHA, as the authority responsible for regulating chemicals, submitted a proposal to phase out the use of lead in hunting and fishing. The aim is to reduce lead emissions to the environment and significantly reduce the risk of (direct and indirect) negative effects of lead on humans and ecosystems. The Commission will make a decision in 2023. To delineate the interpretation of the experimental phase in this project on possible risks of fishing lead on the aquatic environment, literature research was conducted on the possible annual amount of fishing lead entering the environment via angling, measurements of concentrations of dissolved lead in Dutch surface water, and effect concentrations of lead in toxicity studies.
Available data from various measurement sites show that the annual average throughout the Netherlands is below the environmental quality requirement (JG-MKE) of 1.2 µg/L free-dissolved lead, only sporadically has a measurement value above 1.2 µg/L been reported. In comparison, Dutch stormwater has an average lead concentration of 0.9 µg/L. Aquatic snails appear to be the most sensitive aquatic animals to dissolved lead, with a limit value of 12 µg/L below which no long-term effects are found. Moreover, lead toxicity appears to depend on certain water conditions, such as suspended solids in the water column, water hardness and pH. A previous experimental emission study with 4 lead pellets in sediment-water systems showed that lead concentrations above the JG-MKE can occur at neutral pH. The emission study with lead pellets was taken as a starting point for the experimental project phase. A dose-effect relationship was investigated with water snails, with 4 different densities of 3 mm split lead sinkers (0, 4, 20, 100 lead sinkers per jar containing 1 liter of water) both with and without a layer of 2 cm of fine sediment. After 4 weeks of lead incubation, snails were exposed for yet another 4 weeks.
Dissolved lead concentrations (filtered over 45 µm) were also above the JG-MKE in the present experiment with 4 leads per liter of water in test systems without sediment, but no significant effect on mortality or growth on the (sub-)adult Physella acuta was detected. In test systems with sediment, most of the released lead was bound to sediment, but at 20 sinkers per liter of water in all replicates, dissolved lead concentrations were above the JG-MKE after 56 days. The water snail Physella acuta experienced no effects of lead on mortality, but compared to the control group, snail growth was significantly lower at 4 lead sinkers per jar of 1 liter of water. This corresponds to 108 cm2 of lead object per m2 of sediment surface area (1.1% of bottom surface area is lead). The emission rate of split lead on sediment was determined to be 3.1-3.8 mg/cm2/yr (0.26% of fish lead per year). The results of this laboratory study indicate that at the lowest density tested (lead sinkers covering 1.1% of bottom surface), lost sinkers on the water bottom surface in stagnant water pose an environmental risk. Lead densities in this study were well above those at typical fish sites (England, Wales, USA). Lead emission risks could be further tested on juvenile snails that experience greater growth than the sub-adult individuals currently used.
The realistic risk to aquatic animals from dissolved lead released from sinkers in Dutch water systems is still difficult to estimate. For this, more insight is needed into, for example, the density of sinkers at popular fish sites, the extent to which sinkers stay at the sediment surface, the dilution factor (flow rate of water), the sedimentation rate of suspended solids (covering sinkers), and the influence of dredging. The area of lead objects at locations where there is a lot of recreational fishing activity seems not (yet) to be identified in the Netherlands, and should be further investigated in view of the decades-long lead backlog already present in the environment.
Rapport 388 | Wageningen, Wetenschapswinkel
| 11
12 | Mogelijke risico’s van vislood in het aquatische milieu
1
Introductie
1.1
Achtergrondinformatie over de opdrachtgever
Stichting Gezond Water (SGW) zet zich in voor schoon water en de gezondheid van watersystemen en mensen in Nederland. Hierbij heeft de stichting een brede blik en richt zich op het water zelf, de waterbodem, waterleven en het land dat beïnvloed wordt door het water. SGW heeft geen inkomsten en is afhankelijk van donaties. Vanaf de oprichting ligt de focus op het risico van het gebruik van vislood. Dit omdat lood toxisch is voor zowel mensen (bij eigen fabricage van loodjes en via handcontact vislood) als voor het aquatische milieu. Hiernaast is er tevens aandacht voor ‘vispluis’ (de resten aan draad die in kluwens kunnen aanspoelen), plastic en kunstaas. Omdat SGW impact wil hebben en ambitieus is, is het aantal onderwerpen beperkt zodat ze een duidelijke focus kan houden.
1.2
Draagvlak voor onderzoek binnen en buiten de aanvragende organisatie
De stichting is al sinds 2018 met deze materie bezig en heeft dit onderwerp tot op verschillende bestuurlijke niveaus op de agenda gezet dan wel geprobeerd te zetten. Daar vislood het belangrijkste aandachtspunt binnen de focus van de stichting is, is er een grote wens van de stichting om dit met wetenschappelijk onderbouwde argumenten te kunnen onderbouwen. Mede omdat de stichting de nodige weerstand ondervindt in verschillende (bestuurlijke) lagen van de samenleving om dit onderwerp geagendeerd te krijgen. Omdat het verlies van vislood door vissers een neveneffect is van o.a. de hengelsport is het een onderwerp dat in geheel Nederland (en ook daarbuiten) speelt 1, 2.
1.3
Aanleiding voor het verzoek
Vislood is een product dat in het milieu terecht komt als lood loslaat/loskoppelt van het vistuig of het vistuig zelf beschadigd raakt. Omdat er in Nederland zowel beroeps- als hobbymatig veel gevist wordt en dit deels op vaste stekken gebeurt, hoopt het verloren lood zich lokaal op. Een ophoping van zware metalen, zoals lood, in het milieu kan zeer onwenselijke effecten op aquatische evertebraten, vissen en andere wilde dieren. Hierbij dient opgemerkt te worden dat lood verschillende vormen kent en dat vooral het opgeloste lood voor het milieurisico zorgt, evenals looddeeltjes die door dieren kunnen worden opgegeten en in de maag oplossen. Evertebraten worden blootgesteld aan de opgeloste lood concentraties terwijl vissen en andere dieren het vislood ook kunnen binnenkrijgen tijdens het voedsel zoeken. Het gebruik van vislood kent volgens de waterwet officieel een vergunningplicht, zoals gesteld op 18 november 2016 door de Minister van lnfrastructuur en Milieu in de beantwoording van kamervragen (Zie Bijlage: Kamerstuk 33 118, Nr 41, vraag 77). Echter, hierop wordt niet gehandhaafd door de verantwoordelijke instanties. Hoewel er convenanten gesloten zijn, die o.a. door Sportvisserij Nederland worden ondersteund, om het gebruik van vislood uit te faseren is de bijbehorende termijn waarop dit moet gebeuren erg lang.
Dit samen met de enorme hoeveelheid lood die verloren wordt, de onduidelijkheid over het gedrag van lood in het Nederlandse oppervlaktewater en het type organismen dat mogelijk op verschillende manieren wordt blootgesteld, maakt dat dit probleem mogelijk een hogere urgentie verdiend dat het momenteel krijgt. De Stichting Gezond Water heeft de wetenschapswinkel van Wageningen UR benaderd om antwoorden te krijgen op deze vragen.
Rapport 388 | Wageningen, Wetenschapswinkel
| 13
WENR heeft dit project opgepakt in de vorm van een literatuurstudie en een experimentele laboratorium studie in samenwerking met de vakgroep Aquatic Ecology and Water Quality Management van Wageningen Universiteit.
1.4
Onderzoeksvragen
De hoofdvraag is gedefinieerd als zijnde in welke mate vislood onderdeel is van de aanwezige lood verontreiniging van oppervlaktewater en welke risico’s dit lood met zich mee kan brengen voor het milieu. Om dit te kunnen beantwoorden is deze vraag onderverdeeld in verschillende deelvragen: 1. Wat zijn de concentraties van opgelost lood in het Nederlandse oppervlaktewater en hoe verhouden deze zich dit tot de toxiciteit van opgelost lood voor de verschillende aquatische organismen? 2. Wat is het gedrag van vislood in het Nederlandse oppervlaktewater? Komt het opgeloste lood inderdaad vrij en heeft dit een direct effect op het waterleven te hebben of zijn er andere blootstellingsroutes, zoals ingestie van lood, waardoor biota nadelige effecten kan ondervinden? 3. In welke mate levert verloren vislood een risico voor waterorganismen? In antwoord op deelvraag 1 schetst een literatuuronderzoek een beeld van het milieuchemisch gedrag van opgelost lood (Hoofdstuk 2.1), de loodconcentraties in het Nederlands aquatische milieu (Hoofdstuk 2.2), en huidige stand van kennis over effectconcentraties op aquatische organismen (Hoofdstuk 2.3).
Omdat opgelost lood onder invloed van eigenschappen van het water in verschillend vormen aanwezig kan zijn, en daarmee in meer of mindere mate beschikbaar is voor opname in aquatische organismen, is het milieuchemisch gedrag van lood deels bepalend voor mogelijke milieuschade. In dit rapport worden de gemeten concentraties van opgelost lood in Nederland vergeleken met milieukwaliteitseis waardes, en de laagste concentraties die mogelijk schadelijke blijken uit recente toxiciteitsstudies met aquatische organismen. In antwoord op deelvraag 2 kan worden gesteld dat de schade die lood afkomstig uit jacht en visserij kan aanrichten aan watervogels via ingestie tot nu toe de voornaamste reden voor zorg is geweest, wat in meerdere landen al tot restricties en regulering heeft geleid. Er wordt een kort overzicht gemaakt van internationale reguleringen op het gebied van vislood. Enkele monitoringsstudies die de hoeveelheid vislood per vislocatie hebben bepaald zullen worden besproken, waaruit conclusies worden getrokken over de (her)haalbaarheid van dit soort metingen binnen dit project. Ingestie door aquatische organismen zoals op de bodem foeragerende vissen is voor zover bekend niet onderzocht.
In antwoord op deelvraag 3 kan ten eerste worden gesteld dat het risico van loodvervuiling op aquatische evertebrate organismen in talrijke studies is onderzocht, onder verschillende omstandigheden zoals in Hoofdstuk 2.3 in dit rapport is weergegeven. Deze studies gaan echter allemaal uit van gecontroleerde blootstelling aan opgelost lood. Studies naar de koppeling van jaarlijks verlies van vislood en mogelijke risico’s gerelateerd aan deze bron van opgelost lood zijn we echter niet tegengekomen. Eén corrosie studie met vislood wordt bediscussieerd waarin verschillende omstandigheden zijn getoetst waarbij opgelost lood kan vrijkomen uit loodkorrels. Aan de hand van deze studie is ingeschat dat een experimentele toxiciteitsstudie met vislood kan worden opgezet die zou kunnen aantonen of verlies van vislood een mogelijk risico vormt voor aquatische organismen.
14 | Mogelijke risico’s van vislood in het aquatische milieu
2
Literatuurstudie
2.1
Milieuchemisch gedrag van lood in water/sediment
Vislood komt in vaste vorm (Pb(s)) in het water terecht en wordt voornamelijk door oxidatie omgezet naar opgeloste vormen. Lood komt eerst in de instabiele vorm ‘PbO’ en gaat vandaar over naar andere opgeloste vormen (Figuur 2.1). Zoals aangegeven in de grafieken zal bij pH lager dan 6.5 de opgeloste vorm Pb2+ dominant zijn. Afhankelijk van de hardheid van het water is bij pH 7-9 de dominante vorm PbOH+ of PbCO3. Een deel van het lood zal in de waterboden terecht komen. Onder anaerobe omstandigheden is lood stabiel en zal nauwelijks corroderen en dus vrijwel niet oplossen in de water fase. Dit geldt ook voor sedimentenlagen enkele millimeters onder het oppervlak.
Figuur 2.1
Een voorbeeld van het effect van twee waterkwaliteitsparameters op lood in water. Het laat de dominante lood soorten
als een functie van pH bij lage (links) en hoge (rechts) opgeloste totaal carbonaat-gehaltes zien. Overgenomen van National Academies of Sciences (2017)3.
Lood bindt vrij sterk aan in de waterkolom zwevende deeltjes (SPM, ‘suspended particular matter’). Aangezien niet wordt verwacht dat de gebonden fractie van lood via de huid of kieuwen wordt opgenomen in het weefsel van waterorganismen, is de giftigheid van lood in oplossing mede afhankelijk van het zwevend stofgehalte [SPM]. De opgeloste fractie van lood staat in evenwicht met de concentratie gebonden aan SPM. Het RIVM stofdossier van lood (https://rvszoeksysteem.rivm.nl/stof/detail/877) geeft voor zwevende stof een bindingsratio “Kp” 646.000 L/kg 4 (logKp van 5.81). Deze bindingsratio geeft aan dat bij een opgeloste waterconcentratie van bijvoorbeeld 1 µg/L, de concentratie lood gebonden aan zwevend stof 646.000 µg/kg is (646 mg/kg). Als de SPM-gehalte in kg/L wordt uitgedrukt, is de relatie tussen de fractie opgelost lood (fopgelost) ten opzichte van de totale hoeveelheid lood in de water matrix te berekenen via Kp met de volgende vergelijking: 𝑓𝑜𝑝𝑔𝑒𝑙𝑜𝑠𝑡 =