15b Bijlage B.2 - NL.IMRO.0840 (1)
Tekst van het document
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansensingel 21 te St. Willebrord
Datum: 13-10-2023 Status: ontwerp
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
6 6 8 9
Hoofdstuk 2
Beschrijving bestaande en beoogde situatie
10
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
Inleiding Gemeente Rucphen St. Willebrord Bestaande situatie plangebied Beoogde situatie plangebied Parkeren Verkeersgeneratie
10 10 10 10 11 13 14
Hoofdstuk 3
Beleidskader
17
3.1 3.2 3.3 3.4
Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
17 17 20 25
Hoofdstuk 4
Planologisch relevante (milieu)aspecten
32
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Inleiding Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Ecologie Flora en fauna Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Luchtkwaliteit Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling
32 32 33 37 39 39 40 42 43 44 46 47 48
Hoofdstuk 5
Juridische plantoelichting
50
5.1 5.2 5.3
Inleiding Opbouw van de regels Regels
50 50 50
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansensingel 2 1 te St. Willebrord 3
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
53
6.1 6.2
Inleiding Kostenverhaal
53 53
Hoofdstuk 7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
54
7.1 7.2 7.3
Vooroverleg Omgevingsdialoog Tervisielegging
54 54 54
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 2
Stresstest hemelwater
Bijlage 3
Archeologisch onderzoek
Bijlage 4
Stikstofonderzoek
Bijlage 5
Quickscan Wet natuurbescherming
Bijlage 6
Aanvullend onderzoek ecologie
Bijlage 7
Mitigatieplan
Bijlage 8
Akoestisch onderzoek wegverkeer
Bijlage 9
Omgevingsdialoog
4 ingel 2 1 te St. Willebrord
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansens
Toelichting
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansensingel 2 1 te St. Willebrord 5
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding en doel 1.1.1 Aanleiding De gemeente Rucphen (hierna: initiatiefnemer) is voornemens een bestaande onderwijslocatie aan de Pastoor Bastiaansensingel 21 te herontwikkelen. In 2019 heeft de gemeente Rucphen in het Integraal Huisvestingsplan een afsprakenkader omschreven vanuit de onderwijs- en opvangorganisaties binnen de gemeente. De afspraak voor basisschool de Heilinde betreft volledige, vervangende nieuwbouw. Beoogd wordt om de bestaande onderwijsgebouwen te slopen en één schoolgebouw te realiseren voor basisschool Heilinde.
1.1.2 Doel Op grond van het vigerende bestemmingsplan "Kom St. Willebrord" is het niet mogelijk om het planvoornemen te realiseren. De beoogde bouwplannen zijn strijdig met de bouwvlakken, gevellijnen en de bouwhoogtes binnen het bestemmingsplan. Het opstellen van een nieuw bestemmingsplan is dan ook noodzakelijk om ter plaatse de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Het onderhavige bestemmingsplan "Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansensingel 21 te St. Willebrord" voorziet in de juridisch-planologische basis voor de voorgenomen ontwikkeling.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.2.1 Ligging Het plangebied is gelegen in de kern St. Willebrord. Binnen het stedelijk gebied van St. Willebrord valt een onderscheid in vier onderdelen te maken. Ten eerste het historische dorpscentrum rondom het Processiepark en de Onze Lieve Vrouwekerk, centraal in het stedelijke gebied. Direct ten zuiden daarvan ligt het economische centrum van het dorp. Het derde gebied vormt een schil rondom het historisch dorpscentrum en het economisch centrum. Het bestaat uit een primair woongebied dat zijn stedenbouwkundige structuur te danken heeft aan de oude agrarische verkavelingsstructuur. Tot slot zijn daaromheen, rondom de uitwaaierende voormalige landwegen, de uitbreidingsgebieden uit de tweede helft van de vorige eeuw gelegen.
Het plangebied is gelegen ten zuiden van het Processiepark, op de overgang tussen het centrumgebied en het woongebied. De ligging van het plangebied is weergegeven in de onderstaande afbeelding.
6 ingel 2 1 te St. Willebrord
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansens
Ligging plangebied.
1.2.2 Begrenzing Het plangebied staat kadastraal bekend als de gemeente Rucphen, sectie D, percelen 7347 en 7015. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 9.356 m 2. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door openbaar groen, een parkeerplaats en verkeersinfrastructuur voor fietsers en voetgangers. De Poppestraat vormt de westelijke begrenzing en betreft een eenrichtingsweg weg. Aan de zuid- en oostzijde grenst het plangebied aan het woongebied van St. Willebrord.
De begrenzing van het plangebied is weergegeven in de onderstaande afbeelding.
Begrenzing plangebied.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansensingel 2 1 te St. Willebrord 7
1.3 Vigerend bestemmingsplan Toetsingskader Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan "Kom St. Willebrord", vastgesteld door de gemeente Rucphen op 8 maart 2023. De gronden zijn in het bestemmingsplan grotendeels bestemd tot 'Maatschappelijk'. Aan de oostzijde heeft een gedeelte van het plangebied de enkelbestemming 'Bedrijf - Nutsvoorziening'.
Het hele plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' met de gebiedsaanduiding 'overige zone - waarde archeologie 3'. Over het plangebied liggen daarnaast de gebiedsaanduidingen ‘luchtverkeerzone – 3’ en ‘vrijwaringszone – obstakelbeheerzone’.
Binnen het plangebied bevinden zich drie bouwvlakken met bijbehorende maatvoeringen. Deze bouwvlakken hebben tevens de functieaanduiding 'onderwijs'.
Vigerend bestemmingsplan "Kom St. Willebrord". Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2023.
Beoordeling De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening alsook ondergeschikte detailhandel ten dienste van deze voorzieningen. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'onderwijs' zijn uitsluitend bestemd voor een onderwijsvoorziening en/of brede school. Het beoogde gebruik van de basisschool past binnen deze bestemmingsbeschrijving.
De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor nutsvoorzieningen. De nutsvoorziening ter plaatse blijft in de toekomstige situatie ongewijzigd. Het beoogde gebruik van de nutsvoorziening past binnen deze bestemmingsbeschrijving.
De situering van de toekomstige bebouwing van de basisschool is niet in overeenstemming met de ligging van de huidige bouwvlakken. Daarnaast zijn de maatvoeringen voor de maximale goot- en bouwhoogte ook niet toereikend voor de beoogde situatie. Om het plan juridisch-planologisch mogelijk te maken is het onderhavige bestemmingsplan "Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansensingel 21 te St. Willebrord" opgesteld.
8 ingel 2 1 te St. Willebrord
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansens
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het voorliggende planvoornemen niet direct mogelijk is op basis van het vigerende bestemmingsplan. Door middel van onderhavig bestemmingsplan wordt de beoogde herontwikkeling van basisschool Heilinde mogelijk gemaakt.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van de bestaande situatie van het plangebied en de omgeving gegeven. Daarnaast wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt getoetst aan de vigerende ruimtelijke beleidskaders. Hoofdstuk 4 gaat in op de geldende randvoorwaarden en planologisch relevante (milieu)aspecten voor het plan, waarna in hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de toelichting van de bestemmingsplanregels en de verbeelding. Tenslotte wordt in hoofdstuk 6 de economische uitvoerbaarheid van het plan inzichtelijk gemaakt en in hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de resultaten van de planologische procedure.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansensingel 2 1 te St. Willebrord 9
Hoofdstuk 2 Beschrijving bestaande en beoogde situatie 2.1 Inleiding Voor het formuleren van het beleid en het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten van de huidige situatie en gewenste situatie van het plangebied goed in beeld worden gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven. Daarbij wordt mede ingegaan op de aspecten verkeer en parkeren.
2.2 Gemeente Rucphen Het plangebied is gelegen in de gemeente Rucphen, een grote landelijke gemeente in het westen van de provincie Noord-Brabant. De gemeente telt 23.258 inwoners (CBS, 1 juli 2021). De gemeente bestaat uit de kernen Rucphen, Sprundel, Schrijf, Sint Willebrord en Zegge. Binnen de gemeente Rucphen zijn veel verschillen in het ruimtelijk structuurbeeld aanwezig; iedere dorpskern heeft zijn eigen karakter.
2.3 St. Willebrord Ontstaansgeschiedenis De geschiedenis van de dorpen in de gemeente Rucphen gaat terug tot 1125. Het gebied tussen de Rucphense Achterhoek, de Sprundelse Luienhoek, de Ettense Hoge Donk en de Hoevense Heul werd aangeduid als 't Heike. In 1292 werd het oostelijk deel van het gebied door de Heer van Breda uitgegeven ter vervening. Na de beëindiging van de turfwinning omstreeks 1500 werden de vrijkomende gronden benut voor de landbouw. De slechtere gronden raakten begroeid met gagelstruweel en heide. Pas in 1636 werd melding gemaakt van een zekere bewoonde kern op 't Heike, waar geleidelijk meer mensen kwamen te wonen. In 1841 werd de nederzetting met circa 500 inwoners een zelfstandige parochie met de naam St. Willebrord en werd deze afgesplitst van Sprundel. Toen vervolgens de kerk werd gebouwd, trad er verdichting van de bebouwing op tot een echt dorp. Na 1940 is St. Willebrord uitgegroeid tot het grootste kerkdorp in de gemeente Rucphen.
Bebouwingsstructuur Kenmerkend voor de kern St. Willebrord is dat de huidige stedenbouwkundige structuur gedeeltelijk de oude verkavelingsstructuur van het agrarisch cultuurlandschap weerspiegelt. Bij de naoorlogse uitbreiding van het dorp is de bebouwing langs bestaande (land)wegen geplaatst en heeft uitbreiding voor een belangrijk deel kavelsgewijs plaatsgevonden. Het Processiepark van de Onze Lieve Vrouwekerk vormt het ruimtelijke centrum van het dorp. Het onderhavige plangebied is gelegen op ongeveer 50 meter ten zuiden van het Processiepark.
2.4 Bestaande situatie plangebied In de bestaande situatie is binnen het plangebied sprake van maatschappelijk grondgebruik door de basisschool Heilinde. Binnen het plangebied staan drie gebouwen die allemaal in gebruik zijn door de basisschool Heilinde. Zoals te zien is op de onderstaande afbeelding is er tevens een gymzaal binnen het plangebied gesitueerd. Het huidige bebouwd oppervlakte is 3.380 m 2. De ordening van de onder-, midden- en bovenbouw is momenteel gescheiden tussen de verschillende gebouwen: "Maria Gorettischool": onderbouw "Combi gebouw": middenbouw "Willibrordusschool": bovenbouw Op het terrein zijn tevens speelvoorzieningen, groenvoorzieningen en een overdekte fietsenstalling aanwezig. Op de navolgende afbeeldingen zijn impressies van de huidige situatie weergegeven.
10 ingel 2 1 te St. Willebrord
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansens
Huidige situatie. Bron: de architectenwerkgroep tilburg, 06-06-2023
Huidige bebouwing plangebied. Bron: Blom Ecologie 2022.
2.5 Beoogde situatie plangebied Ten behoeve van het onderwijsbeleid op gemeentelijk niveau is voor de gemeente Rucphen een prognose opgesteld van leerlingen aantallen voor de periode van 2023 tot 2043. De onderstaande tabel geeft een samenvatting van de belangrijkste resultaten.
Leerling aantallen. Bron: Leerlingen prognose en ruimtebehoefte basisonderwijs 2023, gemeente Rucphen, Pronexus, mei 2023.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansensingel 2 1 te St. Willebrord 11
Zoals te zien is in de bovenstaande tabel blijven de leerlingenaantallen binnen de gemeente Rucphen nagenoeg gelijkt in de periode van 2022 tot 2043. Er bestaat dus geen behoefte aan een uitbreiding van de basisschool Heilinde.
De aanleiding voor de beoogde ontwikkeling betreft de zeer verouderde bebouwing van de basisschool. Daarnaast zijn de gebouwen van de basisschool verspreid over het plangebied. Dit zorgt voor een onsamenhangend geheel. In het Integraal Huisvestingsplan van de gemeente Rucphen is besloten om de huidige bebouwing te slopen en een nieuw schoolgebouw te realiseren.
In de beoogde situatie is sprake van één schoolgebouw met een totale bruto vloeroppervlakte van circa 2.997 m 2 en twee bouwlagen. Het gebouw heeft een gemengd ruimteprogramma. Het functioneel nuttig vloeroppervlak bevat ruimten zoals; onderwijsruimten, ruimte voor personeel en algemene ruimte. In het ruimteprogramma is eveneens een gymzaal opgenomen.
De 24 groepsruimten zijn verdeeld over drie bouwdelen, de onder-, midden- en bovenbouw. Hierbij is een verdeling gemaakt die is gebaseerd op de huidige leerlingen populatie. Bij een toekomstige verschuiving van het aantal kinderen in de diverse leerjaren dienen de groepsruimten flexibel mee te kunnen bewegen. Ook worden er 2 overlooplokalen en 1 speellokaal gerealiseerd. Het totaal aantal onderwijsruimten betreft dus 27. Daarnaast maakt de buitenschoolse opvang ook gebruik van een aantal ruimten binnen het schoolgebouw voor hun voor- en naschoolse activiteiten.
De buitenruimte van het plangebied is natuurlijk, uitdagend en ontdekkend ingericht. Naast speeltoestellen worden ook natuurlijke elementen gebruikt om de creativiteit van het spel van de kinderen te prikkelen. Daarnaast zal er een (gras)veldje of kooi worden gerealiseerd die flexibel is in te zetten voor diverse sportieve activiteiten. De buitenruimte van Heilinde wordt voorzien van veel groen. Hierbij houdt het ontwerp rekening met duurzaamheid, onderhoud- en schoonmaakvriendelijkheid. Het terrein zal worden gebruikt om te pauzeren en spelen, maar kan ook worden ingezet voor onderwijsdoeleinden in de vorm van moestuinen en het buitenlokaal.
Beoogde situatie. Bron: de architectenwerkgroep tilburg, 07-09-2023
12 ingel 2 1 te St. Willebrord
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansens
Aanzicht noord. Bron: de architectenwerkgroep tilburg, 08-06-2023
Impressie beoogde situatie. Bron: de architectenwerkgroep tilburg, 07-09-2023
Daarnaast wordt, op termijn, de locatie van de Maria Gorettischool herontwikkeld. Ten behoeve van deze ontwikkeling zal het gebouw gesloopt worden. In de huidige situatie is de aard en omvang van deze ontwikkeling niet bekend. Deze ontwikkeling zal derhalve met een aparte juridische regeling mogelijk worden gemaakt.
2.6 Parkeren Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de "Reparatiewet BZK" op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van 'een goede ruimtelijke ordening' dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid.
Beoordeling Door de gemeente Rucphen zijn in de ‘Nota Parkeernormen 2017 Rucphen’ (d.d. 31-5-2017) parkeernormen gesteld waarbij zoveel mogelijk aansluiting is gezocht bij de parkeernormen zoals die zijn gesteld in de destijds geldende publicaties van het CROW. De Nota Parkeernormen Rucphen 2017 onderscheidt parkeernormen voor het gebied ‘Centrum’, ‘Overige bebouwde kom’ en ‘Buitengebied’. Blijkens de nota geldt dat voor het centrum gebied van St. Willebrord (waar het plangebied toe zal gaan behoren); aan wordt gesloten bij de parkeernormen zoals deze gelden voor het gebied 'Centrum. Voor
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansensingel 2 1 te St. Willebrord 13
de beoogde ontwikkeling zijn de volgende parkeernormen van toepassing:
Parkeernormen en verkeersgeneratie voor basisonderwijs (per leslokaal). Bron: Nota Parkeernormen 2017 van de gemeente Rucphen.
Op basis van het programma en de bovenstaande parkeernormen zijn voor het plan 27 x 0,75 = 20,25 parkeerplaatsen benodigd.
In de huidige situatie wordt gebruik gemaakt van de parkeerplaatsen die grenzen aan de noordzijde en westzijde van het plangebied. Het aantal vierkante meters bruto vloeroppervlakte van de basisschool veranderd in de toekomstige situatie nagenoeg niet. Daarnaast blijkt uit de leerlingprognose en de ruimtebehoefte van het basisonderwijs dat de leerlingaantallen in de periode van 2022 tot 2043 nagenoeg gelijk blijft. De parkeerbehoefte wijzigt dus ook niet.
Het voorliggend plan heeft geen wijzigingen van het aantal parkeerplaatsen beoogd. Op basis van het voorgaande kan worden aangenomen dat het plan wordt voorzien van voldoende parkeerplaatsen.
Fiets parkeren wordt wel opgelost op het eigen terrein. Voor de medewerkers wordt een overdekte afsluitbare rijwielstalling gerealiseerd. Voor de leerlingen worden rijwielstalplaatsen nabij de entrees geplaatst. In de situatietekening in paragraaf 2.5 is de situering van de rijwielstalplaatsen te zien.
Conclusie De ruimtebehoefte en de leerlingaantallen blijven in de periode van 2022 tot 2043 nagenoeg gelijk. De parkeerplaatsen worden niet gewijzigd. Geconcludeerd kan worden dat het plan wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
2.7 Verkeersgeneratie Toetsingskader De toelichting van het bestemmingsplan moet ingaan op verkeer. Van belang is te beseffen dat alleen ruimtelijk relevante verkeersaspecten moeten worden beoordeeld. Dit is niet de inrichting van de weg. Dit is een civiel aspect dat de gemeente via het 'Gemeentelijk Verkeer en Vervoersplan Rucphen 2023-2033' heeft geregeld. Een aspect ten aanzien van verkeer, dat wel moet wel beoordeeld is de verkeersintensiteit. Dit wordt gedaan aan de hand van de CROW-normen zoals vermeld in de kencijfers uit ‘Toekomstbestendig parkeren’ uit publicatie 381. Een tweede ruimtelijk relevant verkeersaspect is de afwikkeling van het (gemotoriseerd) verkeer.
Beoordeling De grootste parkeer- en verkeersdruk bij basisscholen ontstaat door het halen en brengen van kinderen. De hoeveelheid auto’s die hiermee gemoeid is, is mede afhankelijk van de grootte van de school (aantal kinderen), hoeveel kinderen begeleid naar school komen, hoeveel kinderen met de auto worden gebracht, hoeveel kinderen er overblijven en vooral de signatuur van de school (openbaar of bijzonder, algemeen of speciaal). Kortom te veel invloedsfactoren om in een overzichtelijke tabel of tool uit te werken. Hiervoor is lokaal maatwerk noodzakelijk. Vandaar dat voor deze categorie geen verkeersgeneratiecijfers zijn opgenomen in de publicaties van de CROW.
Het aantal vierkante meters bruto vloeroppervlakte van de basisschool veranderd in de toekomstige situatie nagenoeg niet. Daarnaast blijkt uit de leerlingprognose en de ruimtebehoefte van het 14 ingel 2 1 te St. Willebrord
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansens
basisonderwijs dat de leerlingaantallen in de periode van 2022 tot 2043 nagenoeg gelijk blijft. De herontwikkeling zorgt dus niet voor een noemenswaardige toe- of afname van de totale verkeersgeneratie.
Verkeersintensiteiten in de omgeving van het plangebied. Bron: De Roever Omgevingsadvies, september 2023.
Voor de bepaling van het aantal verkeersbewegingen voor een school met 560 leerlingen ,zoals blijkt uit de demografische prognose voor de Heilinde voor de komende 20 jaar, is gebruik gemaakt van een rekenvoorbeeld in paragraaf 4.3 'Rekenvoorbeeld' uit CROW publicatie 182 'parkeerkencijfers-basis voor parkeernormering'. Dit rekenvoorbeeld is gemaakt voor haal- en brengmomenten bij basisscholen en kinderdagverblijven.
Voor groepen 1 t/m 3 geldt 'aantal leerlingen x 45 % leerlingen met auto x 0,75. voor groepen 4 t/m 8 geldt 'aantal leerlingen x 25 % leerlingen met auto x 0,85
Het percentageverschil dat het CROW kiest voor de groepen 1 t/m 3 dat met de auto gebracht wordt is te verklaren doordat kinderen in groep 1 t/m 3 meestal nog niet zelfstandig naar school kunnen. Het tweede getal is de reductiefactor is voor het aantal kinderen per auto. Soms worden er namelijk 2 of meer kinderen vervoerd met de auto. Aangenomen is dat per groep ongeveer evenveel leerlingen zitten. Dat maakt dat in de groepen 1 t/m 3 3/8e (210) van het aantal leerlingen zit en in de groepen 4 t/m 8 is dat 5/8e (350) van het totaal.
Dat maakt de volgende verkeersgeneratie:
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansensingel 2 1 te St. Willebrord 15
aantal leerlingen
percentage met correctie meerdere auto kinderen per auto
verkeersgeneratie per haal/breng- moment
Groepen 1 t/m 3
210
45%
0,75
71
Groepen 4 t/m 8
350
25%
0,85
74
Totaal
560
---
---
145
Kinderen worden gehaald en gebracht, wat een verkeersgeneratie per etmaal geeft van 290 motorvoertuigbewegingen.
Basisschool de Heilinde wordt ontsloten door bestaande infrastructuur via de Pastoor Bastiaansensingel, de Poppestraat en de Vijverstraat. De gemeten verkeersintensiteiten aan de Vijverstraat bedraagt 2.686 mvt/etmaal, Pastoor Pastiaansensingel 2.525 mvt/etmaal en Poppestraat 1.112 mvt/etmaal. Deze intensiteiten blijven dus gelijk met het initiatief, omdat de herbouw van de school een autonome ontwikkeling is.
Daaraan moet worden toegevoegd dat de omliggende wegen geschikt zijn voor de verwerking van die intensiteiten. Een erftoegangsweg als de Poppestraat kan 3.000 mvt/etmaal verwerken. Een erftoegangsweg als de Pastoor Bastiaansensingel kan 3.000 mvt/etmaal verwerken.
Conclusie Gezien het voorgaande kan gesteld worden dat de verkeersgeneratie geen belemmering vormt voor het onderhavige planvoornemen.
16 ingel 2 1 te St. Willebrord
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansens
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1 Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat.
3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020 Toetsingskader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet.
De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes, want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Beoordeling De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden, zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk is. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is bovendien op een schaalniveau die het onderhavig plangebied overstijgt.
Conclusie Het planvoornemen is niet in strijd met de Nationale Omgevingsvisie van het Rijk.
3.2.2 Beleid en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansensingel 2 1 te St. Willebrord 17
aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen.
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).
Beoordeling Het onderhavige plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen. In het radarverstoringsgebied is een maximale bouwhoogte toegestaan van 90 meter ten opzichte van het NAP. Aangezien met het planvoornemen geen bebouwing met een dergelijke hoogte mogelijk wordt gemaakt vormt de ligging van het plangebied in het radarverstoringsgebied geen belemmering.
Ligging van het plangebied binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen. Met de rode ster wordt het plangebied aangeduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl; 2023. Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plan geen regels uit het Barro en de Rarro van toepassing, aangezien er bij onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro.
3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2017 Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig
18 ingel 2 1 te St. Willebrord
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansens
ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat 'de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien'. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de 'ladder voor duurzame verstedelijking' als een 'open norm' is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde 'overzichtsuitspraak' gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uiteen worden gezet.
Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' concreet worden toegepast.
Beoordeling Toepassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de 'ladder' verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de 'ladder' niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden voldaan. a. b. c. d. e.
Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren?
a.
Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling?
Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Een maatschappelijke functie zoals een school wordt aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. b.
Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling?
Bij de beantwoording van de vraag of een stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro behelst, moet in onderlinge samenhang worden beoordeeld in hoeverre het plan, in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan, voorziet in een functiewijziging en welk planologische beslag op de ruimte het nieuwe plan mogelijk maakt in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan.
Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. De voorgenomen ontwikkeling zorgt niet voor toename van het ruimtebeslag van meer dan 500 m 2. Daarnaast zijn in de huidige situatie de gebouwen op deze onderwijslocatie verspreidt over het plangebied. Onderhavige ontwikkeling zorgt voor een clustering van deze gebouwen, met één samenhangend geheel tot gevolg. Daarnaast blijft het gebruik van het plangebied gelijk.
De 'ladder voor duurzame verstedelijking' behoeft niet te worden doorlopen.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansensingel 2 1 te St. Willebrord 19
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling niet aan te merken is als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Het initiatief past daarmee binnen de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening - partiële herziening, 2014 Toetsingskader De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) is vastgesteld door Provinciale Staten op 1 oktober 2010 en geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). Belangrijke beleidslijnen in de SVRO zijn het principe van concentratie van verstedelijking, zorgvuldig ruimtegebruik, verantwoord omgaan met de natuurlijke basis, het streven naar robuuste en aaneengeschakelde natuurgebieden. Sinds de vaststelling in 2010 hebben Provinciale Staten diverse besluiten genomen die een verandering brengen in de provinciale rol en sturing, of van provinciaal beleid. Deze besluiten zijn vertaald in de partiële herziening van de structuurvisie in 2014, vastgesteld op 7 februari 2014 en in werking op 19 maart 2014.
De, met de partiële herziening ongewijzigde, provinciale sturingsfilosofie is gebaseerd op vijf rollen: ontwikkelen, ordenen, beschermen, regionaal samenwerken en stimuleren. Twee rollen zijn relevant voor onderhavig plan: de ordenende en de beschermende rol. De ordenende rol gaat uit van het behartigen van ruimtelijke belangen en keuzes. Deze zijn geordend in vier ruimtelijke structuren. De structuren geven een hoofdkoers aan: een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor een combinatie van functies. Maar ook waar functies worden uitgesloten of welke randvoorwaarden de provincie aan functies stelt. Binnen de structuren is ruimte voor regionaal maatwerk. De vier onderscheidende structuren zijn: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Het uitgangspunt van de beschermende rol is zorgvuldig ruimtegebruik. Bij ruimtelijke afwegingen betekent dat gekeken wordt naar mogelijkheden voor intensivering of hergebruik op of binnen bestaand bebouwd gebied. De provincie wil nieuw stedelijk ruimtebeslag zoveel mogelijk voorkomen.
Beoordeling Het plangebied is in de SVRO gelegen binnen de stedelijke structuur; aangeduid als 'Kernen in het landelijk gebied'. Op de gronden die aangewezen zijn als kern in het landelijk gebied wordt voorzien in de lokale behoefte voor verstedelijking inzake wonen, werken en voorzieningen. De provincie vraagt gemeenten om in regionaal verband afspraken te maken over de verdeling van het programma. In de kernen in het landelijk gebied worden woningen gebouwd voor de eigen woningbehoefte volgens het principe van 'migratiesaldo – nul'. De provincie legt de nadruk op zorgvuldig ruimtegebruik waarbij de provincie de groei en de spreiding van het stedelijk ruimtebeslag wil afremmen. Dit betekent dat het voorkomen van verdere aantasting van het buitengebied centraal staat. Het accent ligt dan ook op inbreiden en herstructureren.
20 ingel 2 1 te St. Willebrord
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansens
Uitsnede uit de structurenkaart van de SVRO - partiële herziening 2014. De locatie van het plangebied is met de rode punt geduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl; 2023.
Met voorliggend planvoornemen wordt de basisschool geherstructureerd binnen de stedelijke structuur van de kern St. Willebrord.
Conclusie Voorliggend initiatief is passend binnen de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening - partiële herziening 2014 van de provincie Noord-Brabant.
3.3.2 Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving' Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie. Voor wat betreft sectorale beleidsdoelen blijven de huidige plannen, waaronder de SVRO, vooralsnog gelden.
In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.
Beoordeling bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansensingel 2 1 te St. Willebrord 21
Met de Omgevingsvisie Noord-Brabant kiest de provincie ervoor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Hiermee kiest de provincie een blikveld dat enigszins boven het huidige initiatief uit stijgt. Het voorliggend initiatief is passend in de omgeving en zorgt voor een kwalitatieve verbetering van het bestaand stedelijk gebied van St. Willebrord. Daarnaast heeft de provincie Noord-Brabant aandacht voor de nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur. Dit draagt bij aan de gezondheid, nodigt uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen. De locatie van de basisschool Heilinde past goed bij deze doelstelling van de provincie. Het voorliggend initiatief zorgt voor de continuïteit van de basisschool. Daarnaast zorgt de nabijheid van voorzieningen voor het beperken van (auto)mobiliteit). Dit past binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie.
Conclusie Het voornemen past binnen de kernwaarden zoals door de provincie Noord-Brabant zijn geformuleerd in haar Omgevingsvisie.
3.3.3 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma's en waarden worden beschermd via een voorheen bestaande omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de nieuwe Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov N-B) vastgesteld. Op 1 oktober 2022 is een geconsolideerde versie gepubliceerd. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet per 2024 ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening Noord-Brabant.
Beoordeling Voorliggend plangebied is binnen de Omgevingsverordening gelegen binnen het 'Stedelijk gebied'. Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn er meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de Omgevingsverordening. Ten eerste moet worden voldaan aan de regels voor ontwikkeling binnen het 'Stedelijk gebied'. Daarnaast moet worden voldaan aan de algemene regels voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit van de ruimtelijke kwaliteit uit paragraaf 3.1.2. De toetsing wordt hierna uitgevoerd.
22 ingel 2 1 te St. Willebrord
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansens
Uitsnede kaartbeeld stedelijke ontwikkeling van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. De locatie van het plangebied is aangeduid met de rode marker. Bron: ruimtelijkeplannen.nl; 2023.
Artikel 3.42: Duurzame stedelijke ontwikkeling Toetsingskader Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat de onderbouwing dat: a. b.
De ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in de afdeling 5.4 Regionale samenwerken; Het een duurzame stedelijke ontwikkeling is.
Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. b. c. d. e. f.
Bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.
Beoordeling Onderhavige ontwikkeling betreft een planologische wijziging om de beoogde nieuwbouwplannen van een bestaande basisschool mogelijk te maken. De realisatie van voorzieningen is toegestaan in het Stedelijk gebied als bepaald in artikel 3.42 Iov, mits passend regionale afspraken.
Uit de leerlingenprognose (zie Hoofdstuk 2) blijkt dat de leerlingenaantallen leerlingaantallen binnen de gemeente Rucphen nagenoeg gelijk in de periode van 2022 tot 2043. De leerlingprognose voor de basisschool Heilinde blijft nagenoeg gelijk. De nieuwbouw wordt gerealiseerd voor 556 leerlingen en is toekomstbestendig voor de beoogde prognose van de leerlingaantallen op de basisschool Heilinde. Het
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansensingel 2 1 te St. Willebrord 23
plan past daarmee binnen de regionale afspraken.
Onderhavige ontwikkeling betreft voorts een 'duurzame stedelijke ontwikkeling'. Het planvoornemen bevordert zorgvuldig ruimtegebruik door gebruik te maken van een bestaand bebouwde locatie en het transformeren van een verouderd stedelijk gebied. In de huidige situatie is de bebouwing van de onderwijslocatie verspreidt over het plangebied. De voorgenomen ontwikkeling betreft het realiseren van één onderwijsgebouw, met één samenhangend geheel tot gevolg. Daarnaast wordt de buitenruimte duurzaam ingericht. Naast de speeltoestellen worden natuurlijke elementen gebruikt voor een groene uitstraling om de creativiteit in het spel van de kinderen te prikkelen. Er is veel ruimte voor groen op het terrein waarbij natuurlijke materialen toegepast worden. Tot slot worden op het dak van de school zonnepanelen gerealiseerd voor de productie van duurzame energie.
Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden in artikel 3.42 Iov.
Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes
voor een evenwichtige toedeling van functies
Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. b. c.
zorgvuldig ruimtegebruik; de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; meerwaardecreatie.
Ad a) - Zorgvuldig ruimtegebruik: 1.
Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel.
Ad b) - Toepassing van de lagenbenadering: 1. 2.
3.
De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid.
Ad c) - meerwaarderecreatie: 1.
Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder:
24 ingel 2 1 te St. Willebrord
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansens
a.
2.
de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.
Beoordeling Voorwaarden ad a: a. b. c.
De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Met onderhavig initiatief is hiervan sprake. Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan is in paragraaf 3.2.3 getoetst. Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De begrenzing van de beoogde bouwvlakken en de bestemmingen zijn zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven.
Voorwaarden ad b: a. b.
c.
Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting wordt ingegaan op deze effecten; Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag. Voor onderhavig initiatief behoeft geen nieuwe infrastructuur te worden aangelegd. Voor het overige heeft het planvoornemen geen effect op een natuurnetwerk, het energienetwerk en waterwegen. De afwikkeling van het verkeer is beschreven in hoofdstuk 2. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag. De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 4. Er wordt geen effect verwacht op de bovenste laag.
Voorwaarden ad c: Er dient rekening te worden gehouden met meerwaardecreatie. Hiervoor geldt dat met onderhavig initiatief invulling wordt gegeven aan meerwaardecreatie door nauw samen te werken met andere onderwijsfuncties nabij de Heilinde. Voor de nieuwbouw van de basisschool wordt nauwe samenwerking gezocht met Kober Kinderopvang, locatie Dolfijn. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een gezamelijk proces opgestart om tot het Ruimtelijk-functioneel Programma van Eisen te komen. Hoewel Dol-fijn en Heilinde afzonderlijke organisaties blijven wordt de samenwerking in de nieuwbouw versterkt. Het gebouw maakt korte lijnen mogelijk. Daarnaast maakt de BSO gebruik van verschillende ruimten in het centrale hart van de school en de teams kennen elkaar als goede buren. Naast de speeltoestellen worden natuurlijke elementen gebruikt voor een groene uitstraling om de creativiteit in het spel van de kinderen te prikkelen. Er is veel ruimte voor groen op het terrein waarbij natuurlijke materialen toegepast worden. Conclusie Er wordt invulling gegeven aan een goede omgevingskwaliteit.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Toekomstvisie Puur Rucphen 2030 Toetsingskader In de toekomstvisie 'Puur Rucphen 2030', vastgesteld op 23 september 2015, worden de maatschappelijke opgaven van de gemeente voor de komende jaren benoemd. De toekomstvisie bouwt voort op bestaand beleid en is geen aanleiding geweest tot een inhoudelijke koerswijziging. Wel zijn de perspectieven op deelterreinen en de onderlinge dwarsverbanden verder versterkt, zodat de inzet van de gemeente effectiever kan zijn. De toekomstvisie is opgesteld in intensieve samenspraak met bewoners, ondernemers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties.
Radicaal anders wordt de rol van de overheid en de invulling van regionale samenwerking: van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie, en van samenwerking omdat 't moet, naar samenwerking omdat 't loont. De inhoudelijke en bestuurlijke keuzes zijn uitgewerkt in de volgende perspectieven:
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansensingel 2 1 te St. Willebrord 25
1. 2. 3. 4. 5.
Aantrekkelijk wonen; Vrijetijdseconomie; Zorgzame en zelfredzame gemeenschappen; Overheidsparticipatie; Regionale samenwerking.
De gemeente Rucphen wil haar aantrekkingskracht versterken voor mensen die graag rustig en landelijk willen wonen, maar wel dichtbij (groot)stedelijke voorzieningen en werk. De gemeente Rucphen handelt vanuit de overtuiging dat de meeste inwoners goed in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun huidige en toekomstige woon- en leefsituatie. Meegroeien met de samenleving is het uitgangspunt. Zelf bouwen zit in de genen van de inwoners van de gemeente. (Collectief) particulier opdrachtgeverschap wordt dan ook gestimuleerd. Aandachtspunten bij (zelf)realisatie zijn groene inpassing, duurzaamheid (isolatie/energie) en levensloopbestendigheid.
Beoordeling Onderhavige ontwikkeling betreft het realiseren van een nieuw schoolgebouw ten behoeve van de basisschool Heilinde. Hierbij is vooral perspectief 1 van belang. De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verbetering en verduurzaming van het huidige voorzieningenniveau in St. Willebrord. De ontwikkeling komt de behoefte van de basisschool tegemoet, wat van belang is voor een evenwichtige bevolkingssamenstelling en vitale gemeenschappen.
Conclusie Voorgenomen ontwikkeling past binnen de kaders van de toekomstvisie Puur Rucphen 2030.
3.4.2 Structuurvisie Rucphen 2030 Toetsingskader Op 11 december 2013 is door de gemeenteraad de Structuurvisie Rucphen 2030 vastgesteld. Met de nieuwe visie wordt richting gegeven aan de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De visie betreft een herijking van de StructuurvisiePlus van 2003. Het plangebied is aangewezen als een gebied waar het versterken van de uitstraling van de dorpskern een belangrijke opgave is. Gewenst is om de relatie van de kernen met het buitengebied te herstellen door het terugbrengen van het groen: groene dooradering, een groen hart en groene randen. Ook wordt de woningvoorraad afgestemd op de wensen van de bewoners.
De opgave is breed: onder andere voldoende betaalbare (starters)woningen, voldoende geschikte woningen voor ouderen, kavels voor eigen bouw en landgoedwonen. De voorkeur van de gemeente Rucphen gaat uit naar het invullen van deze woningbouwbehoefte via inbreiding en nieuwe bouwlocaties aan de randen van de bestaande kernen. Voor Zegge is een dorpsontwikkelingsplan gemaakt, waarin wordt ingezet op het versterken van de leefbaarheid.
Beoordeling Volgens de visiekaart is het plangebied gelegen in het gebied 'Versterken uitstraling dorpskernen'. In het gebied 'versterken uitstraling dorpskernen' is het uitgangspunt dat versterking van de uitstraling van de grote kernen noodzakelijk is om zo de woonkwaliteit en de recreatieve aantrekkelijkheid van de gemeente te vergroten. Onderhavige ontwikkeling zorgt voor een positieve impuls voor de uitstraling van de kern St. Willebrord. Verouderde bebouwing, wat momenteel verspreid over het perceel staat, wordt gesloopt om ruimte te maken voor één onderwijsgebouw ten behoeve van de basisschool Heilinde.
26 ingel 2 1 te St. Willebrord
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansens
Visiekaart Structuurvisie Rucphen 2030. Conclusie Het voorgenomen plan voldoet aan de geformuleerde uitgangspunten uit de Structuurvisie.
3.4.3 Groenbeleidsplan Groen R, 2022 De gemeente Rucphen mag zich met recht een groene gemeente noemen. En dat wil de gemeente ook graag blijven. Dat doen zij door meer, beter en bereikbaar groen. Hierbij spelen een groot aantal factoren een rol, zoals (be)leefbaarheid, klimaatadaptatie, duurzaamheid, gezondheid, biodiversiteitsherstel, landbouw etc. Op basis van kansen en bedreigingen worden keuzes gemaakt in prioritering van uitvoer. Met Groen R streeft de gemeente de komende jaren naar een duurzame ontwikkeling van het groen en landschap.
Wanneer het gaat om het behoud en versterken van het leefklimaat in de dorpen en het buitengebied is groen belangrijk. Dit geldt voor zowel mensen als dieren. Gemeente Rucphen is zich bewust van de bijdrage die groen levert aan een goede leefomgeving. Denk aan natuurwaarde, gezondheid, een betere luchtkwaliteit, klimaatadaptieve omgeving, recreatiewaarde, esthetische waarde, cultuurhistorische waarde en ook economische waarde. Groen biedt een plek voor ontmoeting en beweging en draagt bij aan een goed woon- en werkklimaat en een gezonde levensstijl. Bij het inpassen van bestaand groen en nieuw groen bij ontwikkelingen, tot het goed onderhouden, zodat groen volwassen wordt en bomen monumentaal.
Hoe vanzelfsprekend de aanwezigheid van groen ook lijkt, een duidelijke borging is voor behoud en ontwikkeling van belang. Dit groenbeleidsplan sluit aan en bouwt voort op landelijke wettelijke kaders en verschillende gemeentelijke beleidskaders (waaronder: Visie Groenbeleid 2008 en Groenstructuurplan gemeente Rucphen 2009).
Om te komen tot Groen R zijn de volgende zes bouwstenen van belang. De bouwstenen geven inzicht in de verschillende verschijningsvormen en relaties van groen. Het geeft per bouwsteen de huidige situatie weer en daarnaast ook de noodzakelijke opgaven. De bouwstenen zijn: Groen en identiteit; Groen en natuur; Groen en gezondheid;
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansensingel 2 1 te St. Willebrord 27
Groen en klimaatadaptatie; Groen en de CO2 opgave; Groen en de landbouw. In de visie werkt de gemeente aan de verbinding en de verbetering van het groen in de kernen en het buitengebied, met als doel een sterke groenstructuur. De structuur moet bestaan uit een gevarieerd groenpalet van bloemen tot bomen, van rustige tot drukkere gebieden, van ecologisch groen tot speelgroen. Door het verbinden van groene gebieden ontstaan meer mogelijkheden voor dieren en voor planten om te leven en voor onze inwoners om daar van te genieten. Geleidelijk ontstaat zo in de publieke (en in de private) buitenruimte een samenhangend groen netwerk. Die groenstructuur wordt gerealiseerd door waardevol groen te behouden, groen toe te voegen waar dat kan en groen zo aan te leggen dat het een meerwaarde heeft voor mensen en dieren. De gemeente Rucphen ontwikkeld de groene ruimte in de gemeente met aandacht voor gezondheid, natuur, klimaatadaptatie en sociaal welzijn.
Een ruimtelijke visie voor de hele gemeente die gebaseerd is op de ruimtelijke kenmerken en rekening houdt met dynamiek en ontwikkelingen binnen de gemeente. Het groenplan is niet per definitie een blauwdruk maar geeft richting aan ontwikkelingen in het groen, en biedt kaders voor niet-groenprojecten.
Groen R bestaat uit de genoemde bouwstenen. Als er groene ruimtes worden toegevoegd, verbeterd, beheerd of ontworpen, doet de gemeente dat door het inzetten van een aantal principes die de basis vormen onder deze visie. Alle vier zijn ze gericht op het doel van een leefbare gemeente voor mens en dier. Principe 1 We zorgen voor genoeg en gevarieerd groen voor iedereen; Principe 2 We zorgen voor groen dat bijdraagt aan verschillende opgaven; Principe 3 De gemeente wordt natuurinclusief aangelegd en beheerd; Principe 4 Aan groen werken we samen. De visie Groen R gaat over de invulling van openbaar groen binnen de gemeente Rucphen. De planlocatie maakt geen deel uit van het openbaar gebied. De beoogde ontwikkeling geeft geen aantasting aan de kwaliteit of kwantiteit van het groen in de gemeente Rucphen.
Het plangebied wordt ontsloten via de Pastoor Bastiaansensingel en de Poppestraat. Deze wegen zijn aangemerkt als 'Hoofdstructuur bomen'. Daarnaast is aan de noordzijde van het plangebied een strook gesitueerd die behoort tot de 'Basis groenstructur'. De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op deze structuren. Het groenstructuurplan heeft derhalve geen gevolgen voor de ontwikkeling op de planlocatie of andersom. Daarnaast worden op het speelplein diverse groen elementen gerealiseerd en is derhalve van meerwaarde voor de groenstructuur van St. Willebrord.
Groenstructuurkaart kern Sint Willebrord, Groenbeleidsplan Groen R. Het plangebied is aangeduid met een rode ster.
28 ingel 2 1 te St. Willebrord
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansens
3.4.4 Boombeleid gemeente Rucphen De gemeente Rucphen streeft de komende jaren naar een duurzame ontwikkeling van het bomenbestand. De aspecten gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde zijn de drie bepalende pijlers.
Het behouden en versterken van de boomstructuur, het vergroten van de biodiversiteit en klimaatadaptief maken van de gemeente zijn daarbij uitgangspunt. Door het benoemen van de essentiële groenstructuur van de dorpen kan gericht worden gewerkt aan het groene geraamte. Dit wordt tevens bereikt door het stellen van heldere inrichtings- en beheereisen. De gemeente Rucphen is zich als groene gemeente bewust van het belang van een goede biodiversiteit. Waarbij we inzetten op goede robuuste en fijnmazige netwerken, een duidelijke en passende soortkeuze en het stimuleren van milieu- en natuureducatie.
Het draait bij de waardering van de bomen over de beleving door de gebruikers. Van de Rucphense Bossen tot de kleine landschapselementen in het buitengebied en van de bomenlanen tot de bomen in de woonstraten binnen de dorpen. Met een bomenbestand van circa 14.000 bomen is er gemiddeld 0,6 boom per inwoner, dat is vergelijkbaar met het landelijke gemiddelde van 0,5 boom per inwoner. Een groot aantal van de bomen binnen de gemeente is aangewezen als waardevol, deze bomen zijn opgenomen op de groene kaart. Ze dragen op een bijzondere manier bij aan de groene uitstraling van de gemeente.
Het plangebied is gelegen aan de Pastoor Bastiaansensingel en de Poppestraat. Deze straten zijn aangemerkt als 'Hoofdstructuur' en 'Nevenstructuur'. De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op groenstructuren in de omgeving van het plangebied. Het boombeleid heeft derhalve geen gevolgen voor de ontwikkeling op de planlocatie of andersom. Daarnaast worden op het speelplein diverse groen elementen gerealiseerd en is derhalve van meerwaarde voor de groenstructuur van St. Willebrord.
Uitsnede Boombeleid kaart. Het plangebied is aangeduid met de rode ster.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Pastoor Bastiaansensingel 2 1 te St. Willebrord 29
3.4.5 Visie Duurzaamheid 2019-2030 Toetsingskader De gemeente Rucphen heeft de Visie Duurzaamheid 2019-2030' vastgesteld. Dit document biedt het kader voor het duurzaamheidsbeleid van gemeente Rucphen. Het is tot stand gekomen met inbreng inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen, de gemeenteraad en andere betrokkenen vanuit de gemeente en diverse afdelingen van de gemeente. Achterliggende gedachte is om duurzaamheid niet te zien als een geïsoleerd beleidsterrein maar op te pakken als een integrale opgave binnen de gemeentelijke organisatie en de samenleving. De Visie Duurzaamheid is de basis voor de Duurzaamheidsagenda met daarin opgenomen een meerjarenprogramma en een jaarlijks uitvoeringsplan.