15 bijlage Kadernota 2023-2026 definitieve versie
Tekst van het document
Inhoudsopgave
INHOUDSOPGAVE
2
1.
INLEIDING
3
1.1. ALGEMEEN
3
1.2. FINANCIËLE POSITIE
3
1.3. LEESWIJZER
4
ALGEMEEN
5
2.
3.
4.
5.
2.1. BELASTINGEN EN HEFFINGEN
5
2.2. HUIDIG WERKGEBIED
5
2.3. AFBAKENING TAKEN BWB
6
BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN
7
3.1. OPTIMALISEREN PRIMAIRE PROCESSEN
7
3.2. WIJZIGING WET- EN REGELGEVING
8
BEDRIJFSVOERING ORGANISATIE
12
4.1. ONTWIKKELING PRODUCTIE
12
4.2. PERSONEEL EN ORGANISATIE
12
4.3. INFORMATISERING
14
FINANCIËN
16
5.1. ALGEMEEN
16
5.2. ALGEMENE FINANCIËLE KADERS
16
5.3. FINANCIEEL TECHNISCHE UITGANGSPUNTEN
17
5.4. BELEIDSINDICATOREN
18
2
1. Inleiding 1.1.
Algemeen
Voor u ligt de Kadernota 2023-2026 van de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB). De P&C cyclus van een begrotingsjaar begint met het opstellen van een Kadernota. In de Kadernota worden (door)ontwikkelingen beschreven voor 2023-2026. Op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen moet de BWB voor 1 augustus de begroting van het daaropvolgende jaar verzenden aan de toezichthouder. Het dagelijks bestuur moet voor 15 april van datzelfde jaar de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan het algemeen bestuur van het waterschap zenden. In de nota verbonden partijen, die in regionaal verband is vastgesteld, is afgesproken dat de BWB haar kadernota voor 1 februari toezendt aan de deelnemers. De deelnemers kunnen met de Kadernota inhoud geven aan de kaderstellende rol richting de BWB. Als input voor de kadernota zijn de financiële en beleidsmatige richtlijnen verzonden door de deelnemers. Deze worden gebruikt als basis om de Kadernota en de Begroting op te stellen. Het doel van de Kadernota is niet om een lopende begroting bij te stellen. Maar primair om richting te geven aan de inhoud van de op te stellen programmabegroting met meerjarenperspectief.
1.2.
Financiële positie
De verwachte financiële positie van de BWB is onderstaand weergegeven, gebaseerd op bestaand beleid: 2022 Exploitatieresultaat begroting 2022 primair Loonontwikkelingen verlofharmonisatie 2023 (structurele doorwerking) Ontwikkeling productiekwantiteiten Loon- en prijscompensatie Proceskosten no cure no pay Exploitatieresultaat Kadernota 2023
2023
2024
2025
2026
17.300.900 17.300.900 17.300.900 17.300.900 17.300.900 200.000
200.000
200.000
200.000
92.000 399.000 PM
92.000 802.000
92.000 1.214.000
92.000 1.636.000
17.300.900 17.991.900 18.394.900 18.806.900 19.228.900
Toelichting De opgenomen loon- en prijsindex is een inschatting op basis van de meest recente informatie vanuit het Centraal Plan Bureau en is meerjarig doorgevoerd. Wanneer de werkelijke loon- en prijsindexcijfers bekend zijn, worden deze doorgevoerd in de begroting (of door middel van een begrotingswijziging gedurende het begrotingsjaar), deze bedragen kunnen dus afwijken. In januari 2022 wordt de nieuwe cao 2021-2022 vastgesteld. In deze cao is een verlofharmonisatie per 01-01-2023 opgenomen van zes bovenwettelijke verlofdagen. Voor de BWB vertaalt zich dat in vijf meer verlofdagen. De inschatting van de structurele financiële impact is € 200.000. De exacte financiële vertaling van de vijf bovenwettelijke verlofdagen wordt meegenomen in de begroting van 2023. De ontwikkeling van de productiekwantiteiten heeft de BWB tot en met 2022 in kaart gebracht, even als de vertaling naar personele behoefte. West-Brabant kent een trendmatige groei van het aantal huishoudens, woningen en bedrijven van gemiddeld 0,75% waardoor de structurele financiële vertaling € 92.000 wordt.
3
Daarnaast wordt nog een post apart genoemd die tot een mutatie in de begroting leidt. Namelijk de autonome ontwikkeling van de proceskosten. Het bijbehorende bedrag is hiervan nog niet bekend en zal in de begroting zichtbaar worden. Ook wordt in de begroting de verlenging van de huurovereenkomst per september 2023 zichtbaar. Deze verlenging levert op jaarbasis een voordeel van € 267.500 op. Zowel het aantal objecten onder bezwaar, als de griffie- en proceskostenvergoeding zijn jaar op jaar sterk gestegen. Tot en met 2022 is daar in de prognoses gerekend met die stijgingen. De verwachting is dat ook in 2023 het bedrag aan te betalen griffie- en proceskostenvergoedingen hoog zal zijn. In de 2e Berap is voor 2021 de prognose dat deze kostenpost in 2021 uitkomt op € 600.000. De BWB is er in 2021 niet in is geslaagd om alle bezwaarschriften te beschikken. Daardoor zal het bedrag in 2021 lager uitvallen. Het resterende deel van de € 600.000 zal ten laste komen van 2022, bovenop het reeds voor dat jaar begrootte bedrag. In 2022 wordt ingezet op zowel de achterstand, als de nieuwe bezwaren te beschikken en af te wikkelen, zodat (zo) schoon (mogelijk) aan 2023 kan worden begonnen.
Omdat op meerdere fronten gewerkt wordt aan het keren van de sterke trendmatige groei wordt voor 2023 uitgegaan van stabilisatie van het aantal objecten onder bezwaar en de griffie- en proceskostenvergoedingen. Aantallen en kosten worden voor 2022 herijkt op basis van de ontwikkelingen in 2021 en vervolgens doorgetrokken naar 2023. Daarbij wordt rekening gehouden met de trendmatige groei in het aantal huishoudens van 0,75% / jaar.
1.3.
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van deze nota wordt in algemene zin ingegaan op het belastingsysteem van Nederland en op de taken en bevoegdheden van de BWB. In hoofdstuk 3 zijn de te verwachten beleidsmatige ontwikkelingen voor het primaire proces opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op ontwikkelingen en aandachtspunten voor de interne organisatie en de bedrijfsvoering. Tot slot worden in hoofdstuk 5 de algemene en financieel technische uitgangspunten nader toegelicht.
4
2. Algemeen 2.1.
Belastingen en heffingen
Nederland kent een gesloten belastingsysteem. Gemeenten en waterschappen mogen alleen die belastingen en heffingen invoeren die zijn opgesomd in de wet. Deze bevoegdheid ligt bij de besturen van de deelnemers van de BWB. De Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) biedt het kader voor de waardering van onroerende zaken, zoals woningen en bedrijfspanden. Op grond van de wet WOZ dienen alle panden jaarlijks gewaardeerd te worden. De Waarderingskamer houdt toezicht op de uitvoering van de Wet WOZ. Er is een onderscheid te maken tussen soorten heffingen. Dit zijn belastingen, bestemmingsheffingen en retributies. Bij een belasting (bijvoorbeeld OZB of hondenbelasting) gaat de opbrengst naar de algemene middelen. Bij bestemmingsheffingen en retributies (zoals afvalstoffenheffing en leges) wordt de opbrengst gebruikt om de kosten te dekken van de door de gemeente/waterschap verleende diensten. Deze mogen wettelijk gezien dan ook niet meer dan 100 procent kostendekkend zijn.
2.2.
Huidig werkgebied
De BWB voert de belastingtaken uit voor het Waterschap Brabantse Delta en 11 deelnemende gemeenten, te weten Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Woensdrecht en Zundert. Onderstaande afbeelding geeft een beeld van het huidige werkgebied van de BWB.
5
2.3.
Afbakening taken BWB
De BWB is belast met de heffing en inning van lokale heffingen en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet WOZ. Daarnaast voert de BWB een aantal specifieke taken uit voor enkele deelnemers, zoals onder meer de uitvoering van de BAG. Voor dergelijke taken liggen de gemaakte afspraken met de betreffende deelnemers vast in convenanten. B. op Zoom
Dongen
Etten-Leur
Halderberge
Moerdijk
Oosterhout
Roosendaal
Rucphen
Woensdrecht
Zundert
√
Breda
Onroerende zaakbel. Rioolheffing Afvalstoffenheffing Reinigingsrecht Hondenbelasting Toeristenbelasting Watertoeristenbelasting Forensenbelasting Precariobelasting Reclamebelasting BIZ heffing Heffing leges Marktgelden Grafrechten Havengelden Parkeerbelasting Rioolaansluitrecht Verontreinigingsheffing Zuiveringsheffing Watersysteemheffing
Brab. Delta
Belastingsoort
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√ √
√
√
√ √
√
√
√
√
√
√
√ √
√ √ √
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√ √
√
√ √ √
Belastingsoort uitgevoerd door de BWB Belastingsoort die is vastgesteld in de verordening Deelnemer voert de heffing niet uit
6
√
√
√
√
√
√
3. Beleidsmatige ontwikkelingen In dit hoofdstuk worden op hoofdlijnen een aantal thema’s en ontwikkelingen beschreven die de komende jaren een impact hebben op de werkprocessen van de BWB. Hiervoor is gebruik gemaakt van de lange termijn agenda opgesteld door de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen1. Voor bepaalde ontwikkelingen zijn de consequenties voor de BWB op dit moment al duidelijk. Voor andere ontwikkelingen zijn consequenties voor de BWB nog niet helemaal helder, omdat deze nog afhankelijk zijn van wetsvoorstellen die lopen of mogelijk nog volgen. Derhalve verwijst de BWB voor de actuele stand van zaken en een tijdsplanning naar de lange termijn agenda van de LVLB (https://www.ltabelastingen.nl/agenda/).
3.1.
Optimaliseren primaire processen
Samenhangende objectenregistratie De samenhangende objectenregistratie (SOR) wordt een basisregistratie van gegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele (registratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. Het wordt een samenvoeging van BAG en BGT, aangevuld met een gedeelte van de WOZ object-gegevens, de basisregistratie topografie en het Nationaal Wegenbestand. En aangevuld met gegevens die nodig zijn om 3D modellen van de fysieke werkelijkheid te realiseren. De ontwikkeling van de SOR draagt bij aan een nationaal geo-informatie fundament waarop maatschappelijke opgaven als energietransitie en omgevingswet gebouwd kunnen worden.
Het beeld is om de bestaande registraties stapsgewijs in elkaar te voegen en aan te vullen. Daarvoor is een tijdpad geschetst tot in 2025. Bronhouders kunnen zich op de samenvoeging voorbereiden door inconsistenties tussen de bestaande registraties op te lossen. BWB en BAG deelnemers zijn vanuit het project Waarderen op gebruiksoppervlakte bezig met het gelijktrekken daarvan in BAG en WOZ. Stappen die er aan komen zijn het gelijktrekken van de bouwjaren, het op de SOR aansluiten van de 1 www.ltabelastingen.nl
7
WOZ-object-coderingen, het leggen van koppelingen tussen WOZ en BGT en het uitvoeren van geïntegreerde mutatiedetectie en verwerking. Het feit dat een deel van de WOZ opgenomen wordt in de SOR én het feit dat de uitvoering van de WOZ afhankelijk is van de kwaliteit en actualiteit van deze objectgegevens, maakt dat er behoefte is om te weten hoe we dat in onze samenwerking gaan organiseren. BWB en gemeentelijke deelnemers onderzoeken dit in een gezamenlijk project ‘onderzoek SOR’. Het doel is om eind 2022 een gezamenlijk beeld te hebben waar we naar toe gaan werken en een plan hoe we dat gaan doen. Vanaf 2023 zal vervolgens stapsgewijs uitvoering worden gegeven aan de gekozen variant van samenwerking.
Modelmatig waarderen woningen Het project Modelmatig Waarderen Woningen loopt in 2023 voor het laatste jaar. In de afgelopen jaren zijn diverse processen onder de loep genomen en geoptimaliseerd. Het opgemaakte handboek is een ‘levend’ document wat jaarlijks een update krijgt. Het optimaliseren van WOZ-processen blijft een actueel onderwerp; denk bijvoorbeeld aan het realiseren van heldere communicatie en het streven naar minder kosten aan bezwaar- en beroepsprocedures. Landelijke samenwerkingen zijn opgezet tussen diverse samenwerkingsverbanden om processen eenduidig, helder, effectief en efficiënt in te richten om de WOZ toekomstbestendig te houden. Daarnaast maakt BWB ook gebruik van een nieuwe ontwikkeling op het gebied van modelmatig waarderen, namelijk de inzet van Machine Learning bij het waarderen van woningen. Dit model, opgemaakt in samenwerking met de Waarderingskamer, is vooruitstrevend en toekomstbestendig. Alle belastingorganisaties zouden hier in de toekomst voordeel van moeten ondervinden, doordat het proces waarderen voor woningen sterk vereenvoudigd wordt.
3.2.
Wijziging wet- en regelgeving
Lokale belastingen als instrument om te verduurzamen Dit blijft een voortdurend thema waar we als de BWB mee te maken kunnen krijgen. Als in 2022 de nieuwe gemeenteraden zijn geïnstalleerd zou het kunnen zijn dat er vanuit de lokale politiek hier opnieuw de aandacht naar uitgaat. In het voorjaar 2021 heeft minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangegeven met gemeenten in gesprek te zullen gaan hoe op lokaal niveau verduurzaming door huiseigenaren bevorderd kan worden en of een (verplichte) groene heffingskorting daar mogelijk aan kan bijdragen. De optie van een groene heffingskorting kan vorm worden gegeven door een vermindering van de verschuldigde belasting, nadat het verschuldigde belastingbedrag (bijvoorbeeld voor ozb) is berekend. Voor een verplichte groene heffingskorting is een wetswijziging vereist. De conclusie van de minister is dat een subsidie ten opzichte van een belastingvrijstelling als voordeel heeft dat deze meer zichtbaar is, transparanter is en geen waarderingsproblemen met zich meebrengt en als gevolg daarvan minder administratieve lasten en juridische geschillen oplevert. In juli 2021 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, een aantal gemeenten en de VNG.
Daaruit blijkt dat gemeenten hier het instrument van de ‘subsidie’ desgewenst al langer en naar tevredenheid gebruiken. Er is bij gemeenten geen behoefte aan aanvullende maatregelen.
8
Aanpassing belastingstelsel waterschappen Minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat heeft het voorstel van de waterschappen tot aanpassing van het belastingstelsel in het voorjaar 2021 naar de Tweede Kamer gestuurd, met een korte aanbiedingsbrief. Het voorstel van de Unie van Waterschappen lost een aantal knelpunten op die de waterschappen de afgelopen jaren hebben ervaren bij de toepassing van het huidige belastingstelsel. De minister geeft in de aanbiedingsbrief aan dat voor het grootste deel van deze voorstellen breed draagvlak bestaat, en over een enkel punt nog gesprekken plaatsvinden. De verwachting is dat de implementatie in 2024 of 2025 kan plaatsvinden.
Nieuwe model verordening Riool- en Waterzorgheffing Wateroverlast en verdroging vragen steeds meer maatregelen in de publieke ruimte. De gemeentelijke watertaken omvatten een breed palet. Zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater hebben een centrale plaats in de ordening van de publieke ruimte. Gemeenten moeten maatregelen nemen om wateroverlast en -schade te voorkomen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft een nieuwe modelverordening Riool- en Waterzorgheffing opgesteld. Deze verordening vervangt de oude modelverordening Rioolheffing. Meer percelen worden in de heffing betrokken, want van de maatregelen in de publieke ruimte heeft iedereen profijt. Bijvoorbeeld cultuurgronden en natuurterreinen dragen nu veelal nog niet bij in de kosten van de gemeentelijke watertaken. De modelverordening kent een differentiatie in de tariefstelling om rekening te houden met de verschillen tussen percelen. De BWB gaat samen met de deelnemers kijken naar de mogelijke varianten in de nieuwe modelverordening Riool- en Waterzorgheffing en de consequenties van die varianten. Het streven is om te komen tot een BWB-voorkeursmodel rioolheffing 2023.
Wet Open Overheid (woo) De Woo beoogt een transparante en actief openbaar makende overheid. Met dit doel kan het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter worden gediend. De Woo kent daarom de verplichting voor overheden om bepaalde categorieën informatie uit eigen beweging openbaar te maken. Om actieve openbaarmaking structureel en duurzaam te kunnen organiseren is het van belang dat de informatiehuishouding van overheden en dus ook de BWB op orde is. De Woo bevat een algemene zorgplicht om documenten in goede, geordende en toegankelijke staat te houden en schrijft maatregelen voor om digitale documenten duurzaam toegankelijk te maken. De voorziene ingangsdatum is 1 mei 2022. Aan de hand van een door de VNG opgestelde ‘Handreiking van Wob naar Woo’ wordt nagegaan welke acties zijn vereist om aan die actieve openbaarmaking als BWB te voldoen.
Modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer Op 1 januari 2023 zal de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer in werking treden. Het wetsvoorstel geeft de burger recht om elektronisch berichten aan een bestuursorgaan te zenden op een door het bestuursorgaan bepaalde wijze. Dit wetsvoorstel strekt er niet toe burgers te verplichten de elektronische weg te gebruiken; zij hebben de keuze tussen het volgen van de elektronische of de papieren weg.
9
Momenteel vindt er een aantal pilots bij gemeenten, provincies en waterschappen plaats. Daarin wordt veel geleerd over wat nodig is voor implementatie van deze wet. De ervaringen worden verwerkt in een handreiking. In 2022 vindt de inventarisatie plaats of en welke maatregelen nodig zijn om aan de verplichtingen van de wet te voldoen, waarna een start kan worden gemaakt met de voorbereiding en de implementatie van deze maatregelen. De VNG heeft de Tweede Kamer en de minister verzocht om een geleidelijke invoering van de wet door bijvoorbeeld een overgangstermijn toe te passen.
Aanpassing legesverordeningen i.v.m. Omgevingswet De Omgevingswet gaat op 1 juli 2022 in werking en staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. Ook biedt de Omgevingswet gemeenten de mogelijkheid om met overzichtelijkere regels de leefomgeving meer in samenhang in te richten. De wet is veelomvattend en zal tot grote aanpassingen van de legesverordening leiden. De BWB gaat in 2022 samen met de gemeentelijke deelnemers kijken naar een voor elke deelnemer noodzakelijke en op onderdelen gewenste aanpassing van de legesverordening.
Sterke stijging van het aantal waardebezwaren en de tegemoetkoming WOZ-proceskosten De sterke groei van het aantal waardebezwaren (lees: objecten onder bezwaar) leidt onverminderd tot een steeds grotere belasting van de bedrijfsvoering van de BWB. De hoge kosten waarmee dat gepaard gaat bestaan deels uit de kosten voor de afhandeling van de bezwaren en deels uit de proceskostenvergoeding voor gegronde bezwaarschriften, ingediend door de NCNP-bedrijven. De stijgende kosten zijn een probleem, maar het risico dat het WOZ-proces vastloopt is zorgwekkender. De BWB werkt continu aan verbetering van de uitvoering van de WOZ en loopt voorop in het gebruik van kunstmatige intelligentie en machine learning. Maar daarmee wordt het tij niet gekeerd. De bereidheid onder burgers om bezwaar te maken groeit al jaren. De NCNP-bedrijven appelleren aan die bereidheid, wakkeren die aan en verdienen daar goed aan. Ze hebben een goed uitgewerkte marketingstrategie, waar ze veel geld in steken en waarmee ze veel burgers en bedrijven trekken. We moeten wegen zien te vinden om de burger rechtstreeks bij de BWB, zonder tussenkomst van NCNPbedrijven, bezwaar in te laten dienen. De communicatie met de burger wordt daarom verder doorontwikkeld. Op landelijk niveau is de BWB zeer actief betrokken bij de gesprekken over dit onderwerp.
De ministeries van Financiën, Binnenlandse Zaken en Justitie & Veiligheid organiseren rondetafelsessies die moeten leiden tot adviezen aan het kabinet. De sector, de VNG, UvW en de Waarderingskamer nemen deel. De volgende thema’s zullen aan de orde komen. • • • • •
Aan de rechtsbescherming van burgers wordt niet getornd; De hoogte van de griffie- en proceskostenvergoeding; De WOZ-paradox; Eigenaarschap van de gegevens in relatie tot de plicht van de burgers om die bij te houden; Het risico van het vastlopen van het WOZ-proces.
De BWB onderschrijft dat de rechtsbescherming van burgers en bedrijven geborgd moet blijven. Dat gezegd hebbende zet de BWB, samen met de partners, in op het wegnemen van de perverse prikkels die hebben geleid tot de opkomst van de NCNP-bedrijven met hun verdienmodel. Dat betekent voor de korte- en middellange termijn dat de griffie- en proceskostenvergoedingen voor het belastingdomein naar beneden moeten worden bijgesteld en dat bij voorkeur ook het eigenaarschap van de gegevens geregeld wordt.
10
Regeling specifieke uitkering kwijtschelding gemeentelijke belastingen (kinderopvangtoeslagaffaire) Ouders die een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag willen, kunnen zich tot en met 31 december 2023 aanmelden. Dit betekent dat het proces van kwijtschelden en de verantwoording hierover nog doorloopt na 2023 op het moment dat de Belastingdienst definitief uitslag geeft. Gemeenten en belastingsamenwerkingen kunnen vanaf 1 juli 2021 vorderingen kwijtschelden voor gedupeerde ouders en toeslagpartners. Dit betekent dat 2021 het eerste jaar is waar gemeenten zich verantwoorden. Gemeenten hebben tot 15 juli 2022 om zich te verantwoorden over 2021. Het college verantwoordt zich jaarlijks aan het ministerie van BZK op grond van de Financiële verhoudingswet (Fw)3, ofwel op grond van een door een accountant gecontroleerde SiSa verantwoording. Na ontvangst van de SiSa verantwoording van de gemeente stelt het ministerie van BZK de hoogte van de specifieke uitkering vast en betaalt deze binnen een jaar uit aan de gemeente. BWB zal ervoor zorgdragen dat haar deelnemers alle benodigde informatie ontvangen om zich te kunnen verantwoorden.
11
4. Bedrijfsvoering organisatie 4.1.
Ontwikkeling productie
De BWB heeft de ontwikkeling van de productiekwantiteiten tot en met 2022 in kaart gebracht, evenals de vertaling naar personele behoefte. West-Brabant kent een trendmatige groei van het aantal huishoudens, woningen en bedrijven van 0,7 à 0,8% per jaar. Omdat op meerdere fronten gewerkt wordt aan het keren van de sterke trendmatige groei wordt voor 2023 uitgegaan van stabilisatie van het aantal objecten onder bezwaar en de griffie- en proceskostenvergoedingen. Aantallen en kosten worden voor 2022 herijkt op basis van de ontwikkelingen in 2021 en vervolgens doorgetrokken naar 2023. Daarbij wordt wel rekening gehouden met de trendmatige groei in het aantal huishoudens van 0,75% / jaar.
4.2.
Personeel en organisatie
Personeel De komende jaren bereikt een groep medewerkers de pensioengerechtigde leeftijd. Daarbij is van meerdere medewerkers bekend dat zij zeer waarschijnlijk eerder zullen stoppen met werken, danwel minder willen gaan werken. De uitstroom concentreert zich op enkele teams en dan met name op functies waar zeer specifieke en diepgaande kennis en kunde van lokale belastingen voor noodzakelijk is. De BWB moet actief anticiperen op tijdige vervanging van verwachte uitstroom, zeker in bepaalde vakgebieden waarin specialisten schaars zijn. Dit kan leiden tot dubbele bezetting van functies en opleidingskosten. Voor enkele andere functies kan gelden dat deze niet geheel of gedeeltelijk hoeven worden ingevuld door herschikking en digitalisering van werkzaamheden. Dit is echter slechts een beperkt deel van de vrijkomende functies. Complicerende factor hierbij is de huidige arbeidsmarkt. In sterk toenemende mate is merkbaar dat vacatures moeilijk in te vullen zijn. Inmiddels speelt dit bij bijna alle openstaande vacatures dat er niet of nauwelijks respons is. Naar verwachting wordt die schaarste de komende jaren alleen maar groter. Dat heeft effect op inhuur, waarmee onvervulbare vacatures tijdelijk worden opgevuld om daarmee de voortgang van de werkprocessen niet in gevaar te brengen. De gemiddelde leeftijd van het personeelsbestand is redelijk stabiel.
De vergrijzing wordt opgevangen door het aantrekken van jongere medewerkers, waardoor de gemiddelde leeftijd circa 50 jaar blijft. Dit vraagt echter wel meer op gebied van opleiden en ontwikkelen, om de nieuwe collega’s op noodzakelijk kennisniveau te brengen. Sinds 2018 is de BWB aan de slag gegaan om jonge mensen aan te trekken en intern op te leiden in een trainee-traject. In 2020 zijn hiervan de eerste resultaten zichtbaar geworden. Het is wenselijk om dit proces verder uit te bouwen, ook met inzet van werkstudenten, korte lijntjes met scholen, wellicht een gestructureerde stage-omgeving voor meerdere studenten et cetera. De eerste ideeën hierover liggen op tafel maar moeten nog worden uitgewerkt. Het zal de kunst zijn om studenten geïnteresseerd te krijgen voor het werken bij een organisatie als de BWB én ze ook te behouden (voor een aantal jaar). Op dit moment lukt het aardig om jonge mensen te binden aan de BWB, maar nog niet op de keyposities die binnen nu en enkele jaren allemaal vacant komen en dringend opnieuw bezetting nodig hebben.
12
Werkprocessen HRM Er wordt sterk ingezet op digitalisering en efficiënter inrichten van werkprocessen binnen het cluster HR, afgestemd op bevoegdheden van managers. Gestreefd wordt naar een zo compact mogelijke, efficiënte inrichting met gestandaardiseerde (digitale) procedures waar het kan en maatwerk waar nodig.
Duurzame Inzetbaarheid Er vindt wereldwijd een sterke ontwikkeling plaats op digitalisering, automatisering en big-data. Het ligt in de lijn der verwachtingen dat dit gevolgen gaat hebben voor de meer eenvoudige administratieve werkzaamheden. Hierbij kan gedacht worden aan een mogelijke reductie van (licht) administratieve banen. Om duurzaam inzetbaar te blijven vraagt dit van medewerkers dat zij in staat zijn en bereid zijn andere werkzaamheden uit te voeren. Dit vraagt een opleidings- en ontwikkelingsplan én flexibiliteit bij medewerkers om nieuwe taken uit te voeren. Dit zal niet altijd mogelijk zijn. Als geen match bestaat tussen beschikbare taken en beschikbare capaciteit is budget nodig voor flankerend beleid. Vanaf 2022 beschikt de BWB naar verwachting over een sociaal statuut in lijn met de statuten van deelnemers, waardoor de ruimte voor flankerend beleid helder is.
Strategisch Personeelsbeleid Er ontstaat een toenemende behoefte aan ontwikkeling van een Strategisch Personeelsbeleid, met name in enkele teams waar de uitstroom hoog is, de vacatures moeilijk invulbaar zijn en waar de vervangingsvraag direct ontstaat bij uitval. Denk met name aan specialistische functies, waarvoor geen dubbele bezetting geldt en waar een hoge mate van kennis en kunde noodzakelijk is om het werk te kunnen uitvoeren. Het strategisch personeelsbeleid moet met name worden gericht op het tijdig inzichtelijk maken van de vervangingsvraag van de komende jaren de mogelijkheden om vacatures in te vullen en kennis te behouden. Naar verwachting leidt dit tot dubbele bezetting op meerdere functies, toename van wervings- en opleidingskosten en wellicht toename van loonkosten als bepaalde sleutelfuncties niet kunnen worden geworven tegen de geldende salarisschalen.
Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties Werkgevers en vakbonden hebben begin november 2021 een principeakkoord over de nieuwe cao’s voor de gemeentelijke sector bereikt. Het akkoord geldt voor 24 maanden. Werkgevers en vakbonden leggen het akkoord voor aan hun achterbannen. In januari 2022 wordt door de werkgeversorganisatie in januari over dit onderhandelaarsakkoord gestemd. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste afspraken. •
Salaris en eenmalige uitkering De salarissen stijgen per 1 december 2021 met 1,5% en per 1 april 2022 met 2,4%. Hiernaast ontvangen alle gemeentelijke medewerkers een corona-onkostenvergoeding van € 300 en een eenmalige uitkering van € 900.
•
Salaris minimaal € 14 per uur Werkgevers hebben met de vakbonden afgesproken extra te investeren in het inkomen van alle medewerkers in de lagere loonschalen. Daarom krijgt vanaf 1 januari 2022 elke medewerker in de gemeentelijke sector een salaris van minimaal € 14 per uur.
•
Thuiswerkvergoeding Medewerkers die volgens afspraak thuis werken, ontvangen in 2022 een vergoeding van € 2 netto per dag. Voor 2023 gaan partijen nieuwe afspraken ontwerpen op basis van de ontwikkeling van het thuiswerken en de wet- en regelgeving daaromheen. Die afspraken worden dan opgenomen in een volgende cao.
13
•
Verlof en vitaliteit Alle medewerkers hebben vanaf 2023 recht op 6 bovenwettelijke vakantiedagen (bovenop de wettelijke 20 dagen). Voor medewerkers die nu meer vakantiedagen of ander verlof hebben, is er overgangsrecht afgesproken. Medewerkers kunnen bovenwettelijke vakantie inzetten voor verlofsparen. Verlofsparen geeft medewerkers de mogelijkheid om hun verlof beter aan te passen aan hun loopbaanfase en specifieke privé-werkomstandigheden. Werkgevers en vakbonden willen hiermee medewerkers helpen om gedurende hun hele loopbaan - van begin tot eind - vitaal te blijven.
Het Nieuwe Werken en Huisvesting De BWB stond voor de vraag of verhuizen in 2023, bij het einde van de eerste huurperiode, aan de orde was. Onderzoek heeft uitgewezen dat verlenging van de huurovereenkomst voor het huidige kantoorpand, onder aangepaste voorwaarden, de beste optie is. Bij de afweging zijn tevens de investeringskosten voor verhuizen en inrichten van een ander kantoorpand meegewogen. Daarnaast bleek dat geen van de deelnemers in de positie was om de BWB een passend aanbod te doen voor huisvesting vanaf september 2023. Inmiddels is, als gevolg van de impact die corona heeft op onze manier van werken, het bewustzijn doorgebroken dat we onze kantoren in de toekomst anders gaan gebruiken. Navraag bij een aantal deelnemers leert ons dat dit niet leidt tot kleinere kantoorpanden, maar dat de kantoorconcepten wel wijzigen. In aanloop naar 2023 zijn we voornemens om te leren van onze deelnemers en daar waar nodig ook ons kantoor aan te passen aan de nieuwe omstandigheden.
4.3.
Informatisering
Informatiemanagement heeft als doel, de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) te voorzien van een betrouwbare, optimale en toekomstbestendige informatievoorziening.
Informatieveiligheid Technologische innovaties, nieuwe wet- en regelgeving, veranderende verwachtingen over risicomanagement blijven dynamisch en divers. Dat creëert allerlei nieuwe uitdagingen voor de BWB. Datalekken en cyberaanvallen staan bovenaan de lijst met risico’s die de meeste zorgen baren, niet in de laatste plaats door recente (cyber)incidenten bij diverse overheidsorganisaties. Naast veranderende technische aspecten vragen ook de ontwikkelingen in de wet- en regelgeving de nodige aandacht. Met de komst van de BIO komt steeds meer de nadruk te liggen op risicogerichte aanpak van informatiebeveiliging. In december 2020 is door de BWB een controlsysteem aangeschaft. Hiermee kan, via de PDCA (Plan Do Check Act) methodiek, nog verder worden geborgd dat de BWB AVG-proof werkt en de BIO goed is geïmplementeerd. De implementatie van het controlsysteem is afgerond, zodat nu op een gestructureerde wijze verder gewerkt kan worden aan borging van BIO en AVG. Vooral het borgen van BIO vergt extra capaciteit van de BWB. De komende jaren wordt er doorlopend geïnvesteerd op het gebied van bewustwording onder het personeel. Naast voldoende risico-verlagende maatregelen op het gebied van informatieveiligheid is de bewustwording van het personeel hierop doorslaggevend in het voorkomen van incidenten.
14
Digitalisering BWB blijft continue streven naar het verder digitaliseren van haar processen om zodoende steeds efficiënter te worden. Dit is echter niet altijd een eenvoudig proces aangezien er regelmatig koppelingen gelegd moeten worden met andere applicaties (buiten de BWB) om tot die digitalisering te komen. Het vormen van deze koppelingen is ingewikkeld en specialistisch. Daarvoor is het belangrijk personeel met de juiste kennis te hebben. De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt (specifiek ICT) maken dat het voor overheidsorganisaties moeilijk is om personeel te krijgen of vast te houden. Dit remt in sommige gevallen de zo gewenste digitalisering in bepaalde processen. De nieuwe belastingapplicatie speelt een belangrijke rol in het verder digitaliseren van processen. De implementatie hiervan heeft in 2021 vertraging gekend, maar is inmiddels nagenoeg afgerond. In 2022 en volgende jaren is er veel capaciteit nodig om de applicatie verder te optimaliseren.
Werken met VYZYR Vyzyr is een toepassing die gespecialiseerd is in het omzetten van data in daadwerkelijke managementinformatie. In 2022 wordt deze applicatie geïmplementeerd bij de BWB. Dit helpt het management en coördinerende medewerkers om snel de kern van een situatie of ontwikkeling vast te stellen en daardoor sneller daarop te anticiperen. Daarnaast is de ambitie om een zgn. raadpleegtool te ontwikkelen waarin de deelnemers van de BWB hun eigen ontwikkelingen met betrekking tot de gemeentelijke/waterschaps-belastingen kunnen volgen.
15
5. Financiën 5.1.
Algemeen
Voor de samenstelling van de programmabegroting 2023 en het meerjarenperspectief 2024 tot en met 2026 is het noodzakelijk om vooraf kaders en uitgangspunten te formuleren.
5.2.
Algemene financiële kaders
De volgende algemene en financiële kaders worden gehanteerd: • De begroting en het meerjarenperspectief dienen structureel sluitend te zijn. • Een positief resultaat vloeit terug naar de deelnemers, tenzij het AB hierin afwijkend besluit. • In de begroting 2023 wordt een overzicht opgenomen met de bijdrage (2023 t/m 2026) per deelnemer. • De begroting dient te voldoen aan het BBV, waarbij onder andere aandacht is voor: o Overzicht van incidentele baten en lasten o Een specificatie van baten en lasten per programma o Opnemen van (prestatie) indicatoren in de begroting o Verwachte stand begin en eind begrotingsjaar van eigen en vreemd vermogen o De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. • In de begroting wordt een paragraaf opgenomen waarin specifiek wordt ingegaan op de risico’s voor de GR ten gevolge van het COVID-19-virus. Door de meerderheid van de deelnemers zijn ook de onderstaande richtlijnen meegegeven: • De begroting dient in principe opgesteld te worden op basis van bestaand beleid, tenzij eerder anders besloten door het Algemeen Bestuur. • De begroting dient te worden opgesteld op basis van een gelijkblijvende bijdrage t.o.v. het begrotingsjaar 2022. Als dit leidt tot beleidsmatige keuzes dienen deze aangegeven te worden in de kaders voor de begroting 2023.
Voor de meerjarenbegroting dient deze gelijkblijvende bijdrage voorlopig als uitgangspunt genomen te worden. • De BWB wordt verzocht om aan de hand van benchmarkgegevens een prijs- en kwaliteitsvergelijking te doen met vergelijkbare organisaties. Volgens de tweede richtlijn kunnen, door het gelijk houden van de deelnemersbijdrage, de tekorten enkel worden opgelost door uit een reserve te putten of bepaalde taken niet of op een ander niveau uit te voeren. Voor de BWB geldt dat zij een uitvoeringsorganisatie is en geen beleidsorganisatie. De BWB heeft zelf nauwelijks invloed op het gevoerde beleid en de hoeveelheid productie die ze geacht wordt te leveren. Ze beschikt evenmin over reserves die kunnen worden aangesproken om de deelnemersbijdrage naar beneden bij te stellen of financiële tegenvallers op te vangen. Het is daardoor voor de BWB niet mogelijk om noch de totale deelnemersbijdrage, noch die per deelnemer op voorhand gelijk te houden. In het AB van de BWB is daarom op 30 oktober 2020 besloten om in de kadernota een reële inschatting van de te verwachten ontwikkeling van productiekwantiteiten op te nemen (zie par. 4.1). De BWB is voornemens om in 2023 deel te nemen aan de benchmark van de waarderingskamer.
16
5.3.
Financieel technische uitgangspunten
Bij het opstellen van het financiële gedeelte van de begroting en het financieel meerjarenperspectief worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Als basis worden de meest actuele budgetten van de begroting 2022 gehanteerd en daarbij rekening houdend met de werkelijke lasten over 2021 en met vastgestelde begrotingswijzigingen. Dit betekent dat autonome ontwikkelingen financieel worden doorvertaald in de begroting 2023. • De ramingen voor de loon en prijsstijgingen voor het jaar 2023 worden gebaseerd op de meest actuele percentages van het Centraal Planbureau (CPB) 2. Op basis van de huidige inzichten bedragen deze percentages: Loonstijging van: 2,6 % Prijsstijging van: 1,8 % Indien dit in werkelijkheid afwijkt, worden de aanpassingen hierin doorvertaald in de begroting 2023. • De vertaling van de herziende cao 2021-2022, die in januari 2022 wordt vastgesteld; waaronder de loonontwikkeling verlof harmonisatie van € 200.000 in de begroting 2023. • Een reële inschatting van de te verwachten ontwikkeling van productiekwantiteiten wordt doorgevoerd in de begroting 2023. • Voor het vaststellen van de benodigde formatie, cq het aantal personeelsleden, wordt rekening gehouden met de ontwikkeling in productiekwantiteiten.
2 Bron: Kerngegevenstabel Actualisatie MLT september 2021 (cpb.nl)
17
5.4.
Beleidsindicatoren
De BWB zal in haar begroting, naast de door de BBV verplichte beleidsindicatoren, de volgende kritische prestatie indicatoren opnemen. Deze KPI’s komen voort uit de kadernota 2022, voorgesteld wordt om enkele aanpassingen door te voeren. Nr. Hoofdonderwerp 1 Waarderen
Prestatie-indicator Oordeel Waarderingskamer
Doelstelling Oordeel van “goed” van Waarderingskamer over jaar.
Eenheid Oordeel Waka
2a
Opleggen Tijdige aanslagoplegging belastingaanslagen
Uiterlijk in februari de 1e combi kohier voor minimaal 95% opgelegd.
% combi-kohieren tijdig opgelegd
2b
Opleggen
97% van de opgelegde aanslagen is binnen 12 maanden na oplegging afgehandeld. (100% - %totaal openstaand / totaal opgelegd) Op 1 december van ieder jaar is 80% van de waarde bezwaren afgehandeld, voor zover deze bezwaren betrekking hebben op dat jaar en in dat jaar zijn ingediend. Het percentage waardebezwaren door No Cure No Pay (NCNP) bureaus.
% aanslagen afgehandeld
Zo volledig mogelijke afhandeling
belastingaanslagen 3
Bezwaren
Afgehandelde bezwaarschriften
4
Bezwaren
Waardebezwaren woningen door NCNP
5
Invordering
Oninbaar
Het percentage oninbaar ten opzichte van het bedrag* aan opgelegde aanslagen, verdeeld naar:
% afgehandelde bezwaarschriften
% waardebezwaren woningen door NCNP % oninbaar
1. 1e jaar na opleggen aanslag (dagtekening); 2. 2e jaar na opleggen aanslag; 3. 3e jaar na opleggen aanslag; 4. 4e jaar na opleggen aanslag; 5. 5e jaar na opleggen aanslag. 6
Kwijtschelding
Afhandeling kwijtscheldingsverzoeken
Het percentage afgewikkelde kwijtscheldingsverzoeken dat binnen 16 weken is afgehandeld.
% kwijtscheldingen afgewikkeld binnen 16 weken
7a
Klantcontact
Klantcontacten
Het aantal klantcontacten
7b
Klantcontact
Klachten
Het aantal klachten
Aantal klantcontacten Aantal klachten
Voorgestelde aanpassingen: -
* KPI 3: De datum van de KPI aangepast van 1 oktober naar 1 december, eerder is met de huidige procesinrichting niet haalbaar.
18