CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

14e. Bestemmingsplan 'Kom St. Willebrord Margrietstraat 34 te St. Willebrord' - bijlagen toelichti

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 31 mei 2023, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ‘Kom St. Willebrord, Margrietstraat 34 te St. Willebrord’23.846 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Wel kunnen foeragerende vleermuizen verwacht worden langs de hoge bomen in het aangrenzend gemeenteplantsoen. Echter dit foerageergebied kan geenszins als essentieel beschouwd worden. Ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling wordt geen aantasting van essentieel foerageergebied verwacht, nog aantasting van structuren die van belang zijn als trek en foerageerroute. Een nieuwe groene inrichting kan al snel een verbetering van het leefgebied van vleermuizen betekenen ten opzichte van de huidige situatie. Conclusie Verblijfplekken van vleermuizen binnen het plangebied en invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling worden niet verwacht en daarmee geen negatieve effecten op jaarrond beschermde

27

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Margrietstraat 34 te St. Willebrord

verblijfsplaatsen van vleermuizen. Op basis van inrichting wordt het plangebied momenteel van geen enkele betekenis geacht binnen het leefgebied van vleermuizen. Een nieuwe groene inrichting kan al snel en verbetering van het leefgebied voor vleermuizen betekenen ten opzichte van de huidige situatie.

4.3.4 Vogels Bescherming en voorkomen Alle vogels zijn Europees beschermd door middel van de Vogelrichtlijn. In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd. De wet kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval aanwezig is. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd (zie overzicht hieronder). Voor een verdere toelichting zie ook bijlage2.

Bescherming categorieën Soorten uit categorieën 1, 2, 3 en 4 (waarvoor een ontheffingsaanvraag altijd noodzakelijk is). Nesten jaarrond beschermd, vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. Soorten: Boomvalk, Buizerd, Gierzwaluw, Grote gele kwikstaart, Havik, Huismus, Kerkuil, Oehoe, Ooievaar, Ransuil, Roek, Slechtvalk, Sperwer, Steenuil, Wespendief en Zwarte wouw Soorten uit de categorie 5, jaarrond bescherming verblijfplekken optioneel Soorten: Blauwe reiger, Boerenzwaluw, Bonte vliegenvanger, Boomklever, Boomkruiper, Bosuil, Brilduiker, Draaihals, Eidereend, Ekster, Gekraagde roodstaart, Glanskop, Grauwe vliegenvanger, Groene specht, Grote bonte specht, Hop, Huiszwaluw, IJsvogel, Kleine bonte specht, Kleine vliegenvanger, Koolmees, Kortsnavelboomkruiper, Oeverzwaluw, Pimpelmees, Raaf, Ruigpootuil, Spreeuw, Tapuit, Torenvalk, Zeearend, Zwarte kraai, Zwarte mees, Zwarte roodstaart en Zwarte specht. Overige soorten: verblijfplekken alleen beschermd indien sprake is van een daadwerkelijk broedgeval Soorten: overige soorten

Categorie 1, 2, 3 en 4 -Verblijfplekken in gebouwen Uit deze zwaarste beschermingscategorie worden vallen een aantal soorten die als uitgesproken cultuurvolgers gelden en voor hun verblijfsmogelijkheden geheel afhankelijk van bebouwing zijn. Binnen een landelijke omgeving met kleinschalige bebouwing betreffen dit huismus, kerkuil en steenuil. Deze soorten zullen het grote oppervlak aan landbouwgronden vermijden en zich verplaatsen en voedsel zoeken binnen de bebouwde linten en langs groenstructuren. Gierzwaluw en slechtvalk zoeken meer verstedelijkt gebied op om te nestelen en kennen en breder landschappelijk gebruik. De gierzwaluw broedt op plekken als onder dakpannen en in holten en nissen in of aan de bebouwing. De slechtvalk broedt uitsluitend in hoge bebouwing of op andere hoge objecten die door mensenhanden gebouwd zijn. -Verblijfplekken voornamelijk in bomen Onder de zware beschermingscategorie vallen ook een aantal roofvogels die nesten onderhouden in bomen. De nestelplekken kunnen holten in bomen betreffen, zelfgemaakte nesten in bomen en grote nesten in bomen van andere vogels. Veel van deze soorten zijn gebonden aan bossen en bosranden of foerageren boven het open veld. Soorten als buizerd, havik, wespendief, boomvalk, sperwer en ransuil vallen binnen deze categorie. Andere soorten anders dan roofvogels uit deze beschermingscategorie zijn roek en ooievaar.

De roek is een koloniebroeder en de ooievaar wijkt ook uit naar menselijke bouwwerken als hoogspanningsmasten en schoorstenen. Categorie 5

28

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Margrietstraat 34 te St. Willebrord

De strikte bescherming van nestelplekken van alle soorten uit de deze categorie geldt alleen als er zwaarwegende ecologische omstandigheden daartoe aanleiding geven. De jaarronde bescherming geldt alleen als de populatie sterk onder druk staat. Meeste van deze soorten staan ook vermeld op bijlage 2 van de Conventie van Bern waardoor Wnb §3.2 artikel 3.5 van toepassing is, wat in principe betekent dat de nestel- en verblijfplekken jaarrond strikt beschermd zijn en verstoring niet toegestaan is. Echter voor de Nederlands situatie is de wetgeving aangepast en is ook voor deze soorten alleen de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1) van toepassing zolang er geen aanleiding is om de strikte bescherming toe te passen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer die van het type nestgelegenheid. De bescherming houdt verband met de schaarste van het type nestgelegenheid. Veel van deze soorten zoeken nestgelegenheid op beschutte plekken in holten, holen en kieren. De nesten van zwarte kraai en ekster zijn beschermd omdat roofvogels uit de zwaardere beschermingscategorieën van deze nesten gebruik kunnen maken. Boerenzwaluw en huiszwaluw worden vaak als koloniebroeders aangetroffen op boerenerven en onderhouden vaste verblijfplekken waar ze jaarlijks weer naar terugkeren.

De meeste soorten uit deze beschermingscategorie onderhouden in principe geen vaste nestelplekken, zoals een aantal algemene tuin en stadsvogels, maar keren wel vaak tot dezelfde plek of locatie terug.

Overig soorten Voor de groep uit de laagste beschermingscategorie geldt de bescherming van de nesten en broedplekken in alle gevallen uitsluitend als daadwerkelijk sprake is van een broedgeval. Hiervoor is artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 van toepassing. Verbod van opzettelijke verstoring (Wnb art.3.1 lid 4) is bij ingang Wnb niet (meer) van toepassing voor deze categorie.

Bronnenonderzoek en waarnemingen Bronnenonderzoek De NDFF-gegevens melden uit de strikte beschermingscategorie binnen de 1 km-straal gierzwaluw, en huismus en grote gele kwikstaart als soorten die verblijf in bebouwing onderhouden. De gele kwikstaart is een holenbroeder die meer incidenteel in of aan bebouwing broedt. De kerkuil en steenuil wordt pas binnen de 1-5 km-straal vermeld. Als soorten uit de strikte beschermingscategorie die in bomen broeden worden binnen de 1 kmstraal rond het plangebied vrij veel soorten vermeld: buizerd, boomvalk, havik, sperwer, ooievaar en roek. Waarnemingen De schaarse waarnemingen betroffen een aantal algemene stadvogels als koolmees, kauw en houtduif.

Effectenbeoordeling Jaarrond beschermde verblijfplekken in gebouwen (catg. 1,2,3 en 4) Tijdens het veldbezoek werden geen huismussen binnen het plangebied en directe omgeving waargenomen en geen sporen die wijzen op nestelplekken. Er is gelet op aanwijzingen voor nestlocaties in of aan de te slopen bebouwing zoals uitstekende droge grassprietjes of veertjes en uitwerpselen tegen de muur en op vensterbanken nabij een nestelplek. Deze werden nergens geconstateerd. Voor de gierzwaluwen is nestgelegenheid aanwezig onder dakpannen, echter deze weinig toegankelijk daar goede aanvliegmogelijkheden ontbreken. De randpannen sluiten te strak op de muur aan om toegang tot onder de dakpannen te verkrijgen. Alle gebouwen zijn gecontroleerd op verblijfsporen van uilen. Deze werden nergens geconstateerd. Er werden geen aanwijzingen als ruiveren, uilenballen en mestsporen die erop wijzen dat uilen buiten de bebouwing op het erf foerageren of uitkijk- en rustplekken onderhouden. Het plangebied ligt te diep in stedelijk gebied om steenuil en kerkuil te verwachten en biedt deze geen geschikte ongestoorde verblijfsmogelijkheden.

29

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Margrietstraat 34 te St. Willebrord

De grote gele kwikstaart nestelt uitsluiten aan bebouwing langs stromende waters en kan daarom geheel uitgesloten worden. Jaarrond beschermde verblijfplekken overig (catg. 1,2,3 en 4) De NDFF-gegevens melden vrij veel roofvogels die in bomen broeden. Binnen het plangebied ontbreken bomen en ander groen die nestgelegenheid kunnen bieden aan soorten uit deze beschermingscategorie. Binnen de direct invloedsfeer van het plangebied staan wel hoge bomen in het aangrenzend gemeenteplantsoen. Deze bomen en ander groen in het plantsoen is onderzocht op nestelplekken; deze werden niet geconstateerd. De bewoonde omgeving met weinig oude bomen waarbinnen het plangebied is gesitueerd ligt buiten het habitatgebied van de meeste roofvogels die vermeld worden. Alleen de sperwer jaagt in de bewoonde omgeving en kan daar in dicht struikgewas nestelen. Ooievaar en roek, geen roofvogels, kunnen op basis van hun zichtbaarheid direct uitgesloten worden. De roek eist grotere boomgroepen dan er nabij het plangebied aanwezig zijn. Jaarronde bescherming van de verblijf optioneel catg.5 Bijzondere verblijfsmogelijkheden van soorten uit deze beschermingscategorie ontbreken binnen het plangebied. Voor soorten uit deze categorie die verwacht kunnen worden geldt alsnog dat er geen ecologische omstandigheden zijn om nesten van deze soorten een jaarrond beschermde status te geven.

Om een overtreding van artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 te voorkomen dient wel het broedseizoen voor deze soorten in acht worden genomen bij het verwijderen van groen en slopen van bebouwing en is, evenals bij de volgende groep, het verbod tot opzettelijke verstoring (Wnb art.3.1 lid 4) niet van toepassing. Overige vogels Voor algemene tuinvogels biedt het plangebied nauwelijks nestgelegenheid. Om een overtreding van artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 te voorkomen dient daarom het broedseizoen in acht worden genomen bij de sloop van de bebouwing en ingrepen aan het groen. Conclusie Binnen de invloedsfeer het plangebied worden op basis van het veldbezoek geen nesten of geschikte toegankelijke verblijfsmogelijkheden voor vogels uit de strikte beschermingscategorie die in bomen en gebouwen nestelen vastgesteld en deze worden ook niet verwacht. Ook voor algemene tuinvogels biedt het plangebied weinig nestgelegenheid. In het algemeen geldt om bij de uitvoerende werkzaamheden het broedseizoen in acht te nemen bij sloop van de bebouwing en ingrepen in het groen om een overtreding van artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 te voorkomen. Zie verder hoofdstuk 6.1 voor nadere toelichting.

4.3.5 Reptielen, amfibieën en vissen Bescherming en voorkomen Reptielen Onder de strikte bescherming van de Habitatrichtlijn (Wnb §3.2) vallen een beperkt aantal reptielsoorten waarvan binnen de provincie Noord-Brabant alleen de zeldzame gladde slang met een viertal kernpopulaties, binnen geheel natuurlijke populaties voorkomt. De bekende waarnemingslocaties liggen deels verspreid in het oosten en deels in het westen van de provincie De enige reptielen die in Brabant met een meer regelmatige frequentie voorkomen vallen onder het middelzware beschermingsregime van ‘andere soorten’ (Wnb §3.3) waarvoor de provincie NoordBrabant geen vrijstelling verleent. Dit betreffen de algemene levendbarende hagedis en in Brabant relatief zeldzame hazelworm. Beide soorten zijn tamelijk strikt gebonden aan bos, heide en heideachtig terrein.

30

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Margrietstraat 34 te St. Willebrord

Amfibieën Voor de meeste middels de Habitatrichtlijn (Wnb §3.2) strikt beschermde amfibieën die binnen een zekere frequentie binnen een natuurlijk verspreidingspatroon in de provincie Noord-Brabant voorkomen, als heikikker, poelkikker en rugstreeppad en kamsalamander geldt dat dat deze een tamelijk strikte binding hebben met hoogwaardig natuurgebied van heide, heideachtig terrein, stuifzanden, natuurlijke graslanden en een kwalitatief hoogwaardig watermilieu. Theoretisch gezien geldt de binding aan natuurgebied minder voor de rugstreeppad. De rugstreeppad is een meer mobiele soort van minder stabiele watermilieus die landelijk op veel plekken in agrarisch gebied en tot binnen stedelijk gebied voorkomt. Binnen Brabant is de soort betrekkelijk zeldzaam en wordt de buiten de optimale biotoop van heide en stuifzanden veel minder vaak aangetroffen dan elders in het land. De soort is in het algemeen een kolonisator op allerlei braakliggend terrein en plant zich daar veelal voort in ondiepe tijdelijke plassen. De enige nationaal (Wnb §3.3) beschermde amfibieën waarvoor geen vrijstelling geldt en die binnen de provincie Noord-Brabant vrij algemeen voorkomen zijn de vinpootsalamander en alpenwatersalamander. De vinpootsalamander is te specifiek gebonden aan heidevennen om buiten natuurgebied te verwachten.

De alpenwatersalamander is minder kieskeurig en is in de eerste instantie een soort van bosvijvers. Voor een vijftal middels Wnb §3.3 beschermde amfibiesoorten die landelijk algemeen voorkomen geldt een vrijstelling. Dit betreft de zeer algemeen voorkomende kikkers de bruine kikker, (groene)bastaardkikker, (groene) meerkikker en gewone pad en als enige salamandersoort de kleine watersalamander. Voor deze soorten geldt alleen de zorgplicht. Vissen Wnb §3.2 en §3.3 Onder de habitatrichtlijn vallen een aantal zoutwatervissen die vanzelfsprekend voor het plangebied uitgesloten kunnen worden. Onder de nationale bescherming (Wnb§3.3) vallen een aantal vissen die aan een hoogwaardig beekmilieu gebonden zijn als beekprik, elrits, gestippelde alver, kwabaal en beekdonderpad. De elrits en gestippelde alver zijn zeldzame vissoorten die alleen nog in enkele beken in Zuid-Limburg voorkomen. De grote modderkruiper is een soort van sloten en waters met een modderbodem en komt vooral voor binnen laagveengebieden en het rivierengebied voor. De Brabantse verspreiding ligt vooral in de invloedsfeer van de grote rivieren. Bronnenonderzoek en waarneming Bronnenonderzoek De NDFF-gegeven vermelden binnen de 1 km-straal geen reptielen, vissen en slechts de alpenwatersalamander als enige amfibiesoort.

Binnen de 1-5 km worden de gladde slang (§3.2) en levendbarend hagedis (§3.3) als reptielen en als enig strikt beschermd amfibie de heikikker, vermeld. De waarnemingslocatie liggen vrijwel zeker buiten stedelijk en agrarisch gebied binnen de biotopen van bos, heide en stuifzanden. Binnen de 0-5 km straal worden geen vissoorten vermeldt. Waarnemingen Tijdens het bezoek werden geen waarneming uit deze soortgroepen gedaan. De tijd van het jaar was daarvoor weinig geschikt. Effectenbeoordeling Landschappelijk gezien is het plangebied door het omringend agrarisch en verstedelijkt gebied te geïsoleerd gelegen van de nabije bekende habitatgebieden van alle en reptielen en de amfibieën waarvoor geen vrijstelling geldt om deze met enige kans te verwachten.

31

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Margrietstraat 34 te St. Willebrord

In meer directe zin is het plangebied door zijn inrichting en begroeiingstructuren geheel ongeschikt om deel uit te maken van het habitatgebied van reptielen en strikt beschermde amfibieën die binnen de wijdere omgeving binnen natuurlijk gebied van heide en bos voorkomen. Voor de groep van amfibieën, met name voor de alpenwatersalamander, ligt het plangebied te ver buiten het bereik van geschikte stabiele voortplantingswaters om deze redelijkerwijs te verwachten. Door afwezigheid van een watermilieu is het plangebied voor de groep van vissen geheel niet relevant. Op basis van zijn inrichting en begroeiingstructuren toont het plangebied ook een weinig geschikte inrichting voor de algemene amfibiesoort waarvoor een vrijstelling geldt. Hooguit kan de gewone pad verwacht worden. Conclusie Aanwezigheid van reptielen, amfibieën en vissen waarvoor geen vrijstelling geldt en negatieve effecten op hun leefgebied als gevolg van de voorgenomen ingrepen kunnen op basis van ligging en inrichting van het plangebied geheel uitgesloten worden. Bij het aantreffen van amfibiesoorten waarvoor een vrijstelling dient de zorgplicht in acht worden genomen.

4.3.6 Ongewervelden Bescherming en voorkomen Habitatrichtlijn §3.2 Onder de Europese bescherming van de habitatrichtlijn vallen 7 soorten dagvlinders, 1 soort nachtvlinder, 8 soorten libellen, 2 soorten weekdieren en 5 keversoorten. Genoemde soorten zijn allen zeldzaam en gebonden aan hoogwaardige milieus van heide, vennen, beken, moerassen en rivieren. Voor de provincie Noord-Brabant zijn de drie witsnuitlibellen, sierlijke, oostelijke en gevlekte witsnuitlibel, van bijzondere belang. Witsnuitlibellen zijn specifiek gebonden zijn aan het zwak gebufferd watermilieu van vennen en andere kleine waters. De enige beschermde nachtvlinder, de teunisbloempijlstaart, is een warmte minnende soort nachtvlinder die voor zijn voedsel en voortplanting in de Nederland een afhankelijkheid toont aan ruderaal- en pioniersvegetaties. Van de twee weekdieren is de Bataafse stroommossel vrijwel uitgestorven. De andere soort, het waterslakje de platte schijfhoorn, komt verspreid voor in de Utrechtse en Zuid-Hollandse laagveengebieden en in delen van Friesland. Binnen de zuidelijke provincie zijn de vindplaatsen uiterst schaars. Van de 5 keversoorten zijn twee soorten waterroofkevers; de andere 3 soorten betreffen keversoorten die specifiek gebonden zijn aan oude bossen of vrijstaande oude bomen met veel dood hout.

De binding met dood hout, dat in de Nederlandse intensief onderhouden bossen meestal snel geruimd wordt, maakt deze soorten kwetsbaar en is de reden van de zware bescherming. Nationale bescherming §3.1 Onder de nationale bescherming zonder vrijstelling vallen 20 soorten dagvlinders en 7 libelsoorten, één keversoort (het vliegend hert) en de enige inlandse rivierkreeft, de Europese rivierkreeft. De Europese rivierkreeft is landelijk vrijwel uitgestorven. Het vliegend hert is specifiek gebonden aan oude eikenbossen met dood hout in verschillende rottingsstadia. Bronnenonderzoek en waarnemingen Bronnenonderzoek Binnen de 0-1 km-straal vermelden de NDFF-gegevens geen soorten uit deze categorie. Binnen de 15 km-straal worden de libel de bosbeekjuffer en nachtvlinder de teunisbloempijlstaart vermeld. Waarnemingen Tijdens het veldbezoek werden geen soorten uit deze beschermingscategorie waargenomen.

Effectenbeoordeling

32

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Margrietstraat 34 te St. Willebrord

De meeste beschermde soorten uit deze categorie zijn dusdanig zeldzaam en/ of stellen een dusdanige specifieke biotoopeisen dat de verwachting kans om deze soorten anders dan incidenteel binnen verstedelijkt en agrarisch gebied aan te treffen bijzonder klein is. De bosbeekjuffer is sterk gebonden aan hoogwaardig beekmilieu; het plangebied ligt binnen stedelijk gebied buiten het bereik van deze soort. De nachtvlinder en Habitatrichtlijnsoort de teunisbloempijlstaart kan ook waargenomen worden binnen tamelijk triviale vegetatietypen waarbinnen zijn voedselplanten (soorten uit de teunisbloemfamilie) voorkomen. B.v. in bloemrijke tuinen en kruidrijke pionierbegroeiingen op bermen en braakliggend terrein. Binnen het plangebied ontbreken begroeiingen met de voedselplanten voor deze soort. Gelet op de zeldzaamheid van de soort en de algehele inrichting van het plangebied is het niet erg realistisch om het plangebied van enig belang voor deze soort te beschouwen. Hooguit kunnen als ongewervelden een aantal zeer algemene (onbeschermde) dagvlinder als bont zandoogje en boomblauwtje verwacht worden die aangetrokken worden door de aangrenzende begroeiingen op gemeentegrond. Conclusie Het plangebied bevat geen elementen dat van enig belang kan zijn voor genoemde soorten en andere soorten uit deze beschermingscategorie.

Negatieve effecten op deze beschermingscategorie kunnen daarom uitgesloten worden.

4.3.6 Bescherming houtopstanden Bescherming en regelgeving Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom waardoor Wnb-houtopstanden niet van toepassing is en uitsluitend de gemeentelijke APV geldt.

Effectenbeoordeling en conclusie Binnen de begrenzing van het plangebied ontbreken bomen die van dusdanig monumentale aard zijn dat verwacht kan worden dat deze kapvergunningplichtig zijn. Mogelijk dienen er wel ingrepen plaats te vinden aan de naburige houtbegroeiing op gemeentegrond, waarvan de bomen op de Groene kaart van St. Willebrord (www.rucphen.nl) als kapvergunningplichtig staan ingetekend. De initiatiefnemer heeft geen zeggenschap over deze bomen en andere begroeiing in het plantsoen, daar deze eigendom van de gemeente Rucphen zijn. Voor ingrepen aan deze bomen is altijd toestemming van de eigenaar noodzakelijk. Mogelijk zijn er juridische gronden om medewerking te verkrijgen daar de bomen vrijwel op de erfgrens staan zoals die door de openbare raadpleegbare kadastrale kaart wordt aangegeven.

33

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Margrietstraat 34 te St. Willebrord

5 CONCLUSIE 5.1. Toetsing Wet natuurbescherming en provinciale regelgeving Gebiedsbescherming Natura 2000-gebied Wnb §2 EffectenNegatieve effecten op Natura 2000 gebied die tot kwaliteitsverlies en beoordeling overschrijding van de gestelde drempelwaarden betekenen worden op basis van aard, omvang, depositiewaarden, ligging van de projectontwikkeling en op basis van de door de Rijksoverheid en Vlaams/Belgische overheid gestelde normen wat betreft depositiewaarden niet verwacht. wetgeving

Wnb hoofdstuk 2 §2.1 t/m §2.5.

mogelijke overtredingen

Overtreding van de verbodsbepalingen van de Natura 2000 -wetgeving, zoals die vastgelegd zijn hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming, zijn niet aan de orde. Mogelijk eist het bevoegd gezag een Aeriusberekening om aan te tonen dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is.

Natuur Netwerk Nederland I.o.v. NB §3.2.3 EffectenHet plangebied ligt op ruime afstand om effecten die de wezenlijke waarden en beoordeling kenmerken van NNB-gebied aantasten of van negatieve invloed op de waterhuishouding binnen NNB-gebied kunnen zijn, geheel uit te sluiten. Een toetsing aan het NNN/EHS-beleid wordt niet noodzakelijk geacht. wetgeving

Interim omgevingsverordening NB §3.2.3 artikel 3.15, 3.26 en 3.27

mogelijke overtredingen

Overtreding van de regelgeving ter bescherming van gebieden die onder het Natuur Netwerk Nederland (NNN) vallen, zoals vastgelegd in artikel 3.15 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, zijn niet aan de orde. Noch overschrijding van de regelgeving met betrekking tot de speciale zones ter bescherming de waterhuishouding binnen NNB-gebied (artikel 3.26 en 3.27).

Groenblauwe mantel Iov NB §3.2.4 EffectenDoor de ligging van het plangebied buiten de landschappelijke provinciale beoordeling beschermingszone van Groenblauwe mantel kunnen overtredingen van §3.2.4 art.3.3.2 van de Interim omgevingsverordening NB uitgesloten kunnen worden. wetgeving

Interim omgevingsverordening NB §3.2.4 artikel 3.32

mogelijke overtredingen

Overschrijding van de regelgeving met betrekking tot de Groenblauwe mantel (§3.2.4 art.3.32) zijn aan de orde.

Soortenbescherming Soortgroep van vaatplanten Wnb §3.2 en §3.3 EffectenHet plangebied toont een inrichting die geheel ongeschikt is om beschermde beoordeling plantensoorten te verwachten. Negatieve effecten op beschermde

34

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Margrietstraat 34 te St. Willebrord

plantensoorten en groeiplekken ten gevolge van de voorgenomen ontwikkelingen kunnen geheel uitgesloten worden. wetgeving

Wnb §3.2 art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Wnb §3.3 art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

mogelijke overtredingen

Negatieve effecten op beschermde plantensoorten en groeiplekken ten gevolge van de voorgenomen ontwikkelingen kunnen uitgesloten worden.

Soortgroep van soorten die beschermd zijn middels de Vogelrichtlijn Wnb §3.1 effectenNegatieve effecten op broedvogels waarvan de nestelplekken niet jaarrond beoordeling beschermd zijn worden niet verwacht. Indien onverwachts toch een broedgeval bij aanvang van de werkzaamheden of tijdens de uitvoering daarvan wordt vastgesteld, dient het broedseizoen in acht wordt genomen (zie hoofdstuk 6). wetgeving

Wnb §3.1 art 3.1 lid 2 en 5 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

mogelijke overtredingen

Als het broedseizoen voldoende in acht genomen wordt kan een overtreding van Wnb artikel 3.1 lid 2 uitgesloten worden (zie hoofdstuk 6.1).

Soortgroep van soorten die beschermd zijn middels de Vogelrichtlijn Wnb §3.1 effectenBinnen het plangebied en de invloedsfeer daarvan worden op basis van het beoordeling veldbezoek geen negatieve effecten verwacht op jaarrond beschermde nesten en verblijfplaatsen en leefgebied van vogels die wettelijk als strikt beschermd worden aangemerkt. wetgeving

Wnb §3.1 art 3.1 lid 2 en 4 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen (lid2). Het is verboden vogels opzettelijk te verstoren (lid4).

mogelijke overtredingen

Overtreding van Wnb art 3.1 lid 2 en lid 4 met betrekking tot de jaarrond beschermde nesten, verblijfplekken en het functioneel leefgebied van vogels uit de beschermingscategorieën 1t/m 4 worden niet verwacht.

Soortgroep van beschermde zoogdiersoorten(vleermuizen) Wnb §3.2 effectenVerblijfplekken van vleermuizen binnen het plangebied en invloedsfeer van de beoordeling voorgenomen ontwikkeling worden niet verwacht en daarmee geen negatieve effecten op jaarrond beschermde verblijfsplaatsen van vleermuizen. Op basis van inrichting wordt het plangebied momenteel van geen betekenis geacht binnen het leefgebied van vleermuizen wetgeving

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

35

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Margrietstraat 34 te St. Willebrord

Wnb §3.2 art 3.5 lid 4 Het is verboden voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te verstoren, beschadigen of te vernielen. mogelijke overtredingen

Er worden ten gevolge van de herontwikkeling geen overtreding verwacht van Wnb §3.2 art 3.5 lid 2 en 4 met betrekking tot vleermuizen.

Soortgroep van beschermde zoogdieren (grondgebonden) Wnb §3.2 effectenOp basis van inrichting en ligging ten opzichte van de bekende habitatgebieden beoordeling kunnen negatieve effecten die tot verstoring, beschadiging of vernietiging van verblijfplekken van strikt beschermde grondgebonden zoogdiersoorten tot gevolg hebben, uitgesloten worden; noch kan er sprake zijn van aantasting van beschermd functioneel leefgebied voor de instandhouding van verblijfplekken. wetgeving

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren Wnb §3.2 art 3.5 lid 4 Het is verboden voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te verstoren, beschadigen of te vernielen.

mogelijke overtredingen

Overtredingen van Wnb §3.2 art 3.5 lid 2 en 4 met betrekking verblijfplekken en leefgebied van strikt beschermde grondgebonden zoogdieren zijn niet aan de orde.

Soortgroep van beschermde grondgebonden zoogdiersoorten Wnb §3.3 effectenNegatieve effecten op verblijfplekken van grondgebonden zoogdiersoorten beoordeling waarvoor het middelzware beschermingsregiem (‘andere soorten’) zonder vrijstelling geldt worden binnen de invloedsfeer van de ingrepen niet verwacht. Om een overtreding te voorkomen dient bij het aantreffen van soorten waarvoor een vrijstelling geldt de zorgplicht in acht worden genomen (zie bijlage 5 en hoofdstuk 6). wetgeving

Wnb §3.3 art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Wnb § 1.3 art 1.11 Zorgplicht

mogelijke overtredingen

Op basis van het veldbezoek en inrichting van het plangebied kan een overtreding Wnb §3.3 art 3.10 lid 1b uitgesloten worden Indien de zorgplicht in acht wordt genomen bij het aantreffen van soorten waarvoor een vrijstelling geldt, wordt geen overtreding verwacht van Wnb § 1.3 art 1.1.

Soortgroepen van reptielen, amfibieën en vissen Wnb §3.2 effectenHet plangebied toont een inrichting en ligging ten opzichte van de bekende beoordeling habitatgebieden waardoor negatieve effecten ten gevolge van de voorgenomen herontwikkeling op voortplantingsplekken en functioneel leefgebied van strikt beschermde reptielen, amfibieën en vissen geheel uitgesloten kunnen worden.

36

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Margrietstraat 34 te St. Willebrord

wetgeving

Wnb §3.2 art 3.5 lid 2 en 4 Het is verboden voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te verstoren, beschadigen of te vernielen.

mogelijke Overtreding van Wnb art 3.5 lid 2 en 4 is voor deze soortengroepen zijn niet aan overtredingen de orde. Soortgroepen van reptielen, amfibieën en vissen Wnb § §3.3 effectenHet plangebied toont een inrichting waardoor negatieve effecten op de beoordeling voortplantingsplekken en -biotoop van middelzwaar beschermde reptielen, amfibieën en vissen waarvoor geen vrijstelling geldt geheel uitgesloten kunnen worden. Wel dient bij het aantreffen van een aantal beschermde amfibieën waarvoor een vrijstelling geldt de zorgplicht in acht worden genomen indien deze aangetroffen worden. wetgeving

Wnb §3.3 art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Wnb § 1.3 art 1.11 Zorgplicht

mogelijke overtredingen

Een overtreding van Wnb §3.3 art 3.10 lid 1b is niet aan de orde. Om een overtreding van Wnb § 1.3 art 1.11 te voorkomen dient uitsluitend de zorgplicht in acht genomen te worden bij het aantreffen van algemene amfibiesoorten waarvoor een vrijstelling geldt.

Soortgroepen van ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers, slakken en kreeften) Wnb §3.2 en §3.3 effectenHet plangebied vertoont een inrichting die geheel ongeschikt is om beschermde beoordeling soorten uit deze categorieën te verwachten. wetgeving

Wnb §3.2 art 3.5 lid 2 en 4 Het is verboden voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te verstoren, beschadigen of te vernielen. Wnb §3.3 art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

mogelijke overtredingen

Overtredingen met betrekking tot beschermde ongewervelde dier soorten kunnen geheel uitgesloten worden.

Bomenkap Wnb §4 effectenIn het kader van de ontwikkeling worden binnen de kadastrale begrenzing van beoordeling het plangebied geen bomen of houtopstanden geamoveerd die kapvergunningsplichtig zijn of beschermd zijn middels Wnb §4 art 4. wet- en regelgeving

Wnb §4 art 4 APV Bomenkap

mogelijke overtredingen

Een overtreding van de regelgeving op dit punt is binnen de kadastrale begrenzing van het plangebied niet aan de orde. Om een overtreding van de gemeentelijk APV te voorkomen is voor kap of andere ingrepen aan bomen en

37

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Margrietstraat 34 te St. Willebrord

het groen op naburige gemeentegrond toestemming van de gemeente Rucphen noodzakelijk. Voor de kap is hier ook een kapvergunning (omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden) nodig.

5.3 Vervolgstappen en samenvatting Vervolgstappen Als de voorzorgsmaatregelen met betrekking van tot het broedseizoen en zorgplicht (zie hoofdstuk 6) in acht worden genomen is geen vervolgonderzoek nodig. Ontheffingsaanvraag Als de voorzorgsmaatregelen met betrekking tot het broedseizoen (zie hoofdstuk 6) in acht worden genomen is geen ontheffingsaanvraag nodig.

Samenvatting -Als de voorzorgsmaatregelen die het volgende hoofdstuk (6) vermelden in acht worden genomen, wordt geen overtreding van de Wet natuurbescherming verwacht. -Overtredingen van de regelgeving van de Interim omgevingsverordening NB met betrekking tot de gebiedsbescherming zijn niet aan de orde.

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12773871/1