14b bijlagen bij toelichting tb NL.IMRO.0840.9000B0040-ON01 2021-08-02 1
Tekst van het document
Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de grondlagen zijn tevens indicatief getoetst aan de regeling Bodemkwaliteit (Botova T1) ten behoeve van hergebruik. Hieruit blijkt dat het indicatieve eindoordeel voor de bovengrond categorie ‘industrie’ is en voor de ondergrond categorie ‘altijd toepasbaar’. Wel dient opgemerkt te worden dat de grond niet onderzocht is op Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen (PFAS). Vooralsnog dienen voor de overtollige grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, de eisen van de gemeente in acht genomen te worden.
2410.09.201.r1
11
5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In opdracht van Schoenmakers Advies heeft Moerdijk Bodemsanering B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Schijfsebaan 17 te Schijf. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen functiewijziging naar ‘niet-agrarisch bedrijf’. De locatie heeft een oppervlakte van 10.146 m2 en betreft een vrijstaande woning met schuur, kantoor, verschillende bijgebouwen en een weiland. De onderzoekslocatie beperkt zich tot het bouwblok en heeft een oppervlakte van circa 4.800 m 2. De woning met schuur op de locatie is omstreeks 1947 gerealiseerd. In de jaren hierna zijn op de locatie verschillende bijgebouwen gerealiseerd en ook weer gesloopt. De locatie was in het verleden in gebruik als agrarisch bedrijf. De laatste jaren is de locatie in gebruik als hoveniersbedrijf. Volgens de eigenaar is op de locatie in het verleden een boomgaard aanwezig geweest. Op de locatie is tevens een puinverharding aanwezig. De schuur aan de woning en de bijgebouwen worden gesloopt. Aan de zuidoostzijde van de locatie wordt een nieuw bedrijfsgebouw gerealiseerd. Uit de resultaten van het vooronderzoek (inclusief locatie-inspectie) blijkt dat de locatie als heterogeen verdacht beschouwd dient te worden ten aanzien van Organo Chloorbestrijdingsmiddelen (OCB) in de (boven)grond.
Ter plaatse van het puingranulaat is aansluitend een verkennend asbestonderzoek verricht. Uit de veld- en analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: - Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is ter plaatse van de boringen 8 t/m 13 en de proefgaten 100 t/m 105 puingranulaat aangetroffen. Boring 3 is gestaakt op circa 0,5 m -mv. Voor het overige zijn geen bijzonderheden aangetroffen. - Er zijn visueel op het maaiveld en in de bodem/puingranulaat geen asbestverdachte (plaat)materialen waargenomen. - In de bovengrond, direct onder het puingranulaat, ter plaatse van de boringen 8, 9, 10 en 13 (M01) zijn licht verhoogde gehalten aan kwik, DDD en Drins aangetroffen. De nader onderzoekswaarden worden niet benaderd. - In de bovengrond ter plaatse van de boringen 2, 5, 14 en 16 (M02) zijn licht verhoogde gehalten aan DDE, DDD, DDT en Drins aangetroffen. De nader onderzoekswaarden worden niet benaderd. - In de ondergrond ter plaatse van de boringen 1, 4, 7 en 18 (M03) zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. - Aangezien het freatisch grondwater niet binnen 5,0 m -mv is aangetroffen, is het plaatsen van een peilbuis achterwege gebleven (conform de NEN 5740).
2410.09.201.r1
12
- In het puingranulaat ter plaatse van de proefgaten 100 t/m 105 (AM01) is in de fijne fractie (< 20 mm) een licht verhoogd gehalte aan asbest aangetroffen. De nader onderzoekswaarde voor asbest wordt niet benaderd. De tevoren gestelde hypothese heterogeen verdachte locatie dient formeel gezien te worden geaccepteerd. De verhogingen in de bovengrond en het puingranulaat zijn echter zeer gering en kunnen als niet significant beschouwd worden. Nader onderzoek en/of nadere maatregelen worden derhalve niet noodzakelijk geacht. De resultaten van het verrichte onderzoek dienen geen belemmering te vormen voor de voorgenomen functiewijziging naar ‘niet-agrarisch bedrijf’.
2410.09.201.r1
13
6. VERANTWOORDING Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Opgemerkt wordt echter, dat het onderhavige onderzoek gebaseerd is op het uitvoeren van een beperkt aantal boringen en het onderzoeken van een beperkt aantal monsters. Hierdoor blijft het mogelijk dat plaatselijke afwijkingen in de samenstelling van de grond en/of het grondwater aanwezig zijn, welke tijdens uitvoering van het onderzoek niet naar voren zijn gekomen. Moerdijk Bodemsanering B.V. is niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard dan ook.
2410.09.201.r1
14
7. LITERATUURLIJST 1. NEN 5725, Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. 2. NEN 5740+A1, Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. 3. NEN5707+C2, Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. 4. NEN 5897+C2– Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. 5. Circulaire bodemsanering 2013. 6. Regeling bodemkwaliteit, bijlage B.
2410.09.201.r1
15