CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

14 Regiogemeenten Aanbieden concept-Nota Verbonden Partijen voor zienswijzen gec

commissie Algemeen Bestuur en Middelen 14 september 2023, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken12.855 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

18

Afspraak 3.6. Strategie De colleges van B&W wensen betrokken te zijn bij de totstandkoming en wijziging van de strategie die een verbonden partij volgt om de afgesproken maatschappelijke effecten te realiseren. Eens in de 4 jaar evalueren de verbonden partijen hun strategie en doen ze waar nodig voorstellen voor wijziging van de strategie. Wanneer de wijziging van de strategie impact heeft op de bijdragen van de gemeenten en daarmee het budgetrecht van de gemeenteraden, wordt de gemeenteraden op basis van artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet de mogelijkheid geboden hun wensen en bedenkingen over de strategie kenbaar te maken aan de colleges van B&W. Wanneer de wijziging van de strategie geen impact heeft het budgetrecht van de gemeenteraad informeert het college de gemeenteraad over de gewijzigde strategie. Toelichting Strategie van een deelneming De strategie is de weergave van de lange termijn koers die gevolgd wordt om de maatschappelijke effecten te realiseren. Het is van belang dat de strategie van de privaatrechtelijke verbonden partij in lijn is met het publieke belang dat de deelnemende gemeenten nastreven. De privaatrechtelijke verbonden partijen dienen te beschikken over een heldere strategie, die is vastgelegd in een meerjarig strategisch- of bedrijfsplan.

De strategie wordt geconcretiseerd naar een begroting en/of jaarplan met daarin de te bereiken maatschappelijke effecten, de doelen en begroting met investerings- en financieringsstaat. Bij de totstandkoming en de evaluatie van de strategie zien de gemeenten tenminste toe op de volgende onderdelen: • Governance: De opzet en werking van de governance dient een vast onderdeel te zijn; • Publiek belang: Het publiek belang staat centraal in de strategie van de verbonden partij. De strategie van de verbonden partij dient dienstbaar te zijn aan het publiek belang van de deelnemende gemeenten; • Maatschappelijke effecten: De strategie bevat heldere maatschappelijke effecten die de verbonden partij moet realiseren; • Doelstellingen: De strategie bevat realistische en haalbare doelstellingen, die zijn onderbouwd door enerzijds de ontwikkelingen in kansen en bedreigingen en anderzijds de karakteristieken van de onderneming in termen van sterkten en zwakten. Aan de hand van kengetallen wordt jaarlijks beoordeeld in welke mate de maatschappelijke effecten en daarmee samenhangende strategische doelstellingen worden behaald; • Investerings- en financieringsbeleid: De strategie moet duidelijkheid verschaffen over de belangrijke investeringen in de komende jaren en over de financiering en dekking van deze investeringen.

De colleges van B&W maken met haar verbonden partijen afspraken over specifieke drempelbedrag(en) waarboven goedkeuring van de aandeelhouder vereist is. De colleges van B&W informeren de gemeenteraden over specifieke drempelbedrag(en) waarboven goedkeuring van de aandeelhouder vereist is alsmede de verleende goedkeuringen boven de specifieke drempelbedragen; • Duurzaamheid: De gemeenten willen dat in de strategie de duurzaamheidsdoelstellingen van de deelnemingen concreet worden benoemd en aansluiten op die van de gemeenten. Afspraak 3.7. Vermogenspositie en dividendbeleid bij deelnemingen Het dividendbeleid wordt periodiek herijkt. Dit gebeurt aan de hand van branchegegevens op basis waarvan kan worden vastgesteld of het dividendbeleid nog in de pas loopt met wat gebruikelijk is bij vergelijkbare bedrijven en hoe het bedrijf presteert ten opzichte van de markt als geheel. Daarbij staan de maatschappelijke prestaties en het bijdragen van de onderneming aan het publieke belang van de gemeenten centraal. Toelichting De jaarlijkse winst kan als dividend worden uitgekeerd. De colleges van B&W kunnen voor elke deelneming bepalen in welke mate zij dividend (kunnen) uitkeren. Dit dividendbeleid vermeldt de grondslag voor uit te keren dividend en het uitkeringspercentage, de zogeheten pay-out-ratio.

Het dividendbeleid moet evenwichtig zijn en dient vanuit verschillende facetten te worden beschouwd. Enerzijds is van belang dat de aandeelhouders een goed rendement op hun geïnvesteerd vermogen

19

ontvangen en anderzijds dient de vermogenspositie van de onderneming van voldoende omvang te blijven, zodat de onderneming risico’s kan opvangen en haar investeringen kan blijven doen. Deelnemingen van een deelneming De colleges van B&W hanteren als basis dat goedkeuring van de AvA benodigd is voor het aangaan van een dochteronderneming door een deelneming van de gemeenten óf het afstoten c.q. het verkopen ervan. De beoordeling van een voornemen van een deelneming om te participeren in een dochteronderneming, of deze af te stoten of te verkopen, wordt op vergelijkbare wijze als een grote investering, met inachtneming van bijbehorende drempelafspraken beoordeeld. De colleges van B&W informeren de gemeenteraden over een voornemen van een deelneming om te participeren in een dochteronderneming, of deze af te stoten of te verkopen. 3.2. Monitorings- en toetsregels Vanuit de governance is monitoring en toetsing van de verbonden partijen een (cyclische) activiteit. Hierbij spelen de beleidsregels voor verbonden partijen in dit hoofdstuk en het Burgerlijk Wetboek (BW) een belangrijke rol. In het geval van deelnemingen zijn de bevoegdheden van de aandeelhouder in de algemene vergadering van aandeelhouders bepalend voor de mate waarop er gemonitoord en getoetst kan worden. Afspraak 3.8.

Deponeren van jaarstukken en beoordeling daarvan Van de deelnemingen wordt verwacht dat de zij hun jaarstukken tijdig deponeren bij de Kamer van Koophandel (KvK) en (transparant) publiceren op hun website. De colleges van B&W informeren de gemeenteraden actief over deze jaarstukken en geven daarbij de beoordeling op de beleidsregels in dit hoofdstuk aan. Toelichting Monitoren en toetsen kan op 2 manieren: Monitoring vooraf en/of gedurende een boekjaar • Actieve beheersing Gedurende het boekjaar en in de aanloop naar het vaststellen van de jaarrekening verwachten de colleges van B&W van het bestuur (en directies) en de Raad van Commissarissen (en raad van Toezicht) tussentijdse rapportages en een actief beheer en actieve signalering. Dit komt tot uiting door actieve signalering op: 1. Het in mindere mate dan afgesproken behalen van de maatschappelijke effecten; 2. Een teruglopende financiële gezondheid van de onderneming; 3. Een wijziging van de strategische koers van de onderneming; 4. Organisatorische onrust binnen de onderneming; 5. Wijzigingen in het risicoprofiel van de onderneming. •

Strategie en investeringen Uit de strategie en het bijbehorende bedrijfsplan moet duidelijk blijken wat de gevolgen voor de gemeenten zijn. Belangrijke indicatoren waarop de gemeenten toetsen zijn de te bereiken maatschappelijke effecten, de meerjarige ontwikkeling van het resultaat, de kasstroom, het (herijken van) dividendbeleid en de uitkering van dividend, de omvang en samenstelling van de balans van de onderneming, de kredietwaardigheid, de risico’s en de duurzaamheidsdoelen. De gemeenten willen hun risico’s beheersen door over het bedrijfsplan en/of jaarplan (inclusief begroting) en de jaarstukken tijdig en adequaat door de verbonden partij geïnformeerd te worden over de strategische, operationele en financiële risico’s, alsmede de mate waarin de risico’s worden gemitigeerd en de maatregelen die daartoe worden ondernomen. Als de colleges van B&W via de statuten een goedkeuringsrecht over de investeringen hebben verworven (in omvang en aard) hanteren de gemeenten tenminste de volgende criteria om de investeringen te toetsen: 1. De investering dient in lijn te zijn met het publiek belang, de statutaire doelstellingen en de strategie van de onderneming. 2. De verbonden partij heeft de investering afgezet tegen enkele realistische alternatieven. Ook het alternatief ‘niets doen’ is daarbij in beeld gebracht.

20

3. De investering heeft een aanvaardbare impact op de vermogenspositie van de verbonden partij. De colleges van B&W bekijken hiervoor bijvoorbeeld de impact op de kredietwaardigheid, en de solvabiliteit. Monitoring en toetsing na afloop van een boekjaar Doorgaans leggen de privaatrechtelijke verbonden partijen verantwoording af over het gevoerde beleid en beheer in het bestuursverslag als onderdeel van het jaarverslag dat uiterlijk binnen de statutaire termijn door de aandeelhouders moet worden vastgesteld. De colleges van B&W beoordelen jaarverslagen op: • Tijdigheid en transparantie: de deelneming moet binnen de wettelijke en statutaire termijn het jaarverslag publiceren en deponeren bij de Kamer van Koophandel; • Realisatie beoogde maatschappelijke effecten en doelen: het verslag van het bestuur beschrijft de maatschappelijke effecten en de doelstellingen en de mate waarin de onderneming deze maatschappelijke effecten en doelstellingen heeft bereikt. Ook geeft de verbonden partij daarbij de scores op de afgesproken effectindicatoren weer; • Financiële kengetallen: de colleges van B&W beoordelen de ontwikkelingen bij een deelneming aan de hand van gebruikelijke financiële ratio’s (waaronder solvabiliteit).

Daarnaast kunnen de colleges van B&W per deelneming ook een aantal niet-financiële kengetallen hanteren, waarover de onderneming in het jaarverslag rapporteert; • Risico’s: de onderneming dient in het jaarverslag te rapporteren over strategische, operationele en financiële risico’s; • Handelen conform statuten en overeenkomsten; • Toepassing beginselen Corporate Governance Code: de colleges van B&W verzoeken deelnemingen om de Corporate Governance Code en WNT toe te passen en daarover te rapporteren in het jaarverslag; • Accountantsverklaring: het jaarverslag, inclusief bestuursverslag en jaarrekening, moet zijn voorzien van een goedkeurende samenstel- of controleverklaring van een NBA Accountant.

21

4. SAMENWERKING BUITEN DE WGR OF HET BW Andere regioactiviteiten zonder formele structuur De opgaven waar gemeenten voor staan houden niet op bij de gemeentegrenzen en spelen steeds vaker op regionaal niveau. Om deze opgaven op te pakken werken gemeenten samen. Deze samenwerking wordt vormgegeven in verbonden partijen maar ook zonder formele structuur binnen de Wgr of het BW wordt samenwerking vormgegeven. Dit hoofdstuk gaat over de samenwerking tussen gemeenten onderling en tussen gemeenten en andere partijen zonder formele structuur. Met bestuurders, griffiers en gemeentesecretarissen uit West-Brabant is overleg gepleegd om te peilen in hoeverre we tot een meer eenvormige governance richting gemeenschappelijke opgaven kunnen komen. In de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat bijvoorbeeld het organiseren van regiobrede bijeenkomsten door één of meer gemeenschappelijke regelingen op steeds minder bezoek van raadsleden of hun ondersteuners kan rekenen. Dat werd nog gecompliceerder omdat tijdens en na corona ook digitale bijeenkomsten werden georganiseerd. Die hadden als voordeel dat reisafstanden en -tijden worden geëlimineerd, maar als nadeel dat het onderlinge contact tussen raadsleden wegviel.

Daarnaast is in de governance op gemeentelijk niveau een veelvoud van vormen te zien in de wijze waarop de gemeenten en raden zelf naar samenwerkingssopgaven of naar gemeenschappelijke regelingen kijken. Er zijn raden die alleen in gesprek zijn met hun college(leden) tot raden waar er gestructureerde contacten en uitwisselingen zijn tussen de portefeuillehouder, een deel van de raadsleden/burgerleden en beleidsmedewerkers of waar een regiocommissie actief is. Wat bestuurders opvalt is dat het gesprek, ook in veel raden vaak neigt naar een gesprek over financiën en vaak los staat van de relatie tussen de eigen beleidsambities van een gemeente en de rol van een samenwerkingspartner hierin. Laat staan dat er ook gekeken wordt naar dwarsverbanden tussen de regelingen. Verder is er geen gremium voor gesprekken over bijvoorbeeld Regionale Investeringsagenda (RIA), Regionale Energiestrategie (RES), Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK), regionale Woondeals enz. Steeds vaker ontstaan opdrachtstructuren buiten de raden om waarin invulling wordt gegeven aan rijks-, provinciale of regio opgaven. We constateren dat er behoefte is aan een vorm of structuur die een breed gesprek hierover faciliteert. In West-Brabant beschikken we niet over zo’n structuur. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we samenwerking tussen de deelnemende gemeenten vormgeven.

We doen dit door te voorzien in een gestructureerd overlegplatform (zowel op college- als raadsniveau) tussen de deelnemende gemeenten dat erop gericht is: 1. elkaar te informeren over gemeentelijke activiteiten die voor de regio van belang zijn of kunnen zijn; 2. op de afstemming en informatie-uitwisseling, bijvoorbeeld strekkend tot aanbeveling van beleid dat gemeenten gemeenschappelijk zouden kunnen voeren, of aanbeveling van maatregelen waarvan vastgesteld wordt dat het in het belang van de regio wenselijk is als de individuele gemeenten die nemen; 3. projecten die gemeenten gezamenlijk en eventueel met andere partners kunnen ontwikkelen en uitvoeren. Om de gemeenteraden invloed te geven wordt een commissie ingesteld. Deze commissie bestaat uit één raadslid per deelnemende gemeente (inclusief plaatsvervanger). Overigens staat het gemeenteraden vrij om ervoor te kiezen geen raadslid aan te wijzen. De commissie wordt ondersteund door enkele griffiers en adviseert over procesmatige aspecten en houdt een regionale kernagenda bij, met daarop een overzicht van de samenwerkingsvormen zonder formele structuur inclusief de te bereiken maatschappelijke effecten en de mijlpalen die relevant zijn voor de gemeenteraden. Verder heeft de commissie een signaalfunctie in de verbinding tussen regionale ontwikkelingen en de gemeentelijke ambities/instrumenten.

De commissie adviseert ook over de invulling van de radenbijeenkomsten zoals beschreven in hoofdstuk 2.

22

Voor samenwerkingsvormen die geen verbonden partijen zijn is het lastiger om vooraf heldere afspraken te maken over de verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden aangezien een wettelijk kader hiervoor ontbreekt. Om gemeenteraden ook bij deze samenwerkingsvormen in positie te brengen en te houden om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende bevoegdheden uit te oefenen, is het noodzakelijk om ook over deze vormen van samenwerking kaderstellende afspraken vast te leggen. Deze afspraken leest u hieronder. Afspraak 4.1. Samenwerking op basis van convenant, bestuurlijke afspraak en dergelijke De volgende kaderstellende afspraken leggen we vast over samenwerking tussen gemeenten onderling maar ook van gemeenten met onderwijs, ondernemers en andere overheden buiten het kader van de Wgr en het BW: •

•

•

Sleutel tot goede samenwerking is het vinden van de balans in bevoegdheden, verantwoordelijkheden, verantwoordingsplichten en partnerschap. Zo creëer je samen maatschappelijke meerwaarde voor de gemeenten in West-Brabant; Colleges van B&W moeten ruimte hebben om (mogelijke) samenwerkingsvormen te verkennen en voorbereidingen te treffen om daadwerkelijk tot een samenwerkingsvorm te komen. De actieve informatieplicht op basis van artikel 169 lid 2 Gemeentewet is hierop van toepassing; Voordat colleges besluiten tot het aangaan van een samenwerking buiten het kader van de Wgr of het BW bieden ze aan de raad: o Informatieverstrekking via een radenbijeenkomst zoals beschreven in afspraak 2.1; o Een voorstel aan waarin ten minste wordt beschreven welke maatschappelijke effecten met de samenwerking behaald moeten worden, de beleidsmatige en financiële kaders waarbinnen deze maatschappelijke effecten behaald moeten worden, waarom de samenwerking niet publiekrechtelijk of privaatrechtelijk vormgegeven kan worden, mijlpalen waarover de gemeenteraden moeten besluiten, momenten waarop gemeenteraden de mogelijkheid wordt geboden om wensen en bedenkingen kenbaar te maken, de verdeling van de taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, de wijze en de periodiciteit van verantwoorden aan de raden en de risico’s die de gemeenten lopen inclusief de wijze waarop deze worden beheerst; o De

mogelijkheid om op bovenstaand voorstel wensen en bedenkingen kenbaar te maken; o Periodieke verantwoording via de planning- en controlcyclus inclusief de mogelijkheid om bij te sturen wanneer deze verantwoording daar aanleiding toe geeft.

23

Bijlage 1 aanpassingen die in gemeenschappelijke regelingen moeten worden doorgevoerd op basis van de Wgr zoals die vanaf 1 juli 2022 geldt Met ingang van 1 juli 2022 is de aangepaste Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) van kracht. Gemeenschappelijke regelingen hebben twee jaar de tijd om hun regeling op deze wetswijziging aan te passen. Dit betekent dat voor 1 juli 2024 de gemeenschappelijke regelingen moeten zijn aangepast. Inmiddels hebben gemeenschappelijke regelingen een planning gemaakt om de regelingen aan te passen. Deze planning komt erop neer dat de gemeenten uiterlijk 1 oktober van dit jaar een voorstel voor een wijziging van elk van de gemeenschappelijke regelingen waaraan ze deelnemen gaat ontvangen. Het is van belang dat gemeenteraden aangeven wat ze verwachten ten aanzien van de wijziging van gemeenschappelijke regelingen. Welke wijzigingen moeten in een gemeenschappelijke regeling worden doorgevoerd In onderstaande tabel leest u in de linker kolom welke wijzigingen in elke gemeenschappelijke regeling moeten worden aangebracht. In de rechter kolom leest u of er sprake is van keuzevrijheid voor wat betreft de invulling van de wijziging. Tevens leest u een advies bij de onderdelen waar keuzevrijheid over de wijze van invulling bestaat. WIJZIGINGEN DIE IN EEN GR OPGENOMEN MOETEN WORDEN Zienswijze bij treffen of wijzigen regeling Zienswijze voor besluiten

IS SPRAKE VAN KEUZEVRIJHEID EN ZO JA IN WELKE MATE Nee Ja In de regeling moet bepaald worden voor welke besluiten een zienswijze van de raden wordt gevraagd. Advies: over de volgende typen besluiten wordt een zienswijze gevraagd: • bestuursbesluiten met een aanzienlijk financieel belang • politiek gevoelige bestuursbesluiten • meerjarenbeleidsplannen en tussentijdse wijzigingen hiervan (geldt uiteraard alleen voor de gemeenschappelijke regelingen die werken met een meerjarenbeleidsplan).

Instellen gemeenschappelijke adviescommissie

Ja Wanneer alle raden dat willen moet het AB van een GR een gemeenschappelijke adviescommissie instellen. Advies: adviescommissie instellen bij gemeenschappelijk regelingen die beleidsrijk zijn. Voor de te maken afweging wordt verwezen naar bijlage 2 bij deze nota. Omdat de Wgr niet gedualiseerd is, is het advies dat de adviescommissie met het bestuur overlegt en op basis hiervan de gemeenteraden van de deelnemers adviseert (en niet het bestuur van de gemeenschappelijke regeling)

Afspraken over participatie

Ja Er kan ook gekozen worden voor geen participatie van inwoners en belanghebbenden. Advies: Daar waar de gemeenschappelijke regeling gaat over onderwerpen waar inspraak van inwoners en belanghebbenden gewenst is, de participatie via de gemeenschappelijke regeling regelen. Gaat het om een taak die gericht is op de uitvoering van

24

door de gemeente vastgesteld beleid, dan de participatie via de deelnemende gemeenten laten verlopen. Actieve informatieplicht

Nee De Wgr schrijft voor dat het bestuur van de gemeenschappelijke regeling de raad alle inlichtingen geeft die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Advies: Bepaal als raden gezamenlijk in overleg met de gemeenschappelijke regelingen welke inlichtingen nodig zijn en op welke wijze de raden deze inlichtingen willen ontvangen. De resultaten van dit overleg, leg je vast in een door het bestuur vast te stellen document.

Extra vergoeding voor lidmaatschap nieuwe gemeenschappelijke commissies

Ja De wet geeft aan dat de leden van een gemeenschappelijke adviescommissie kunnen krijgen. Enige wat je af moet spreken is de hoogte van de vergoeding. Advies: Verstrek wanneer je een gemeenschappelijke adviescommissie instelt een vergoeding aan de leden. Sluit voor de vergoeding aan bij het rechtpositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (toelage lid bijzondere commissie)

Recht van onderzoek of recht van enquête

Nee Dit recht ligt vast in artikel 155a Gemeentewet.

Onderzoeksmogelijkheden lokale rekenkamers

Nee Dit ligt vast in hoofdstuk XIa Gemeentewet.

Afspraken over evaluatie

Ja In de gemeenschappelijke regeling moet worden aangegeven of er wel of geen evaluatie plaatsvindt en zo ja met welke frequentie die evaluatie uitgevoerd moet worden. Advies: in beginsel eenmaal per raadsperiode (dus iedere vier jaar) een evaluatie naar de werkwijze en de bereikte effecten van een gemeenschappelijke regeling uitvoeren. Indien een meerderheid van de raden van de deelnemende gemeenten geen behoefte heeft aan een evaluatie kan van een evaluatie worden afgezien.

Aanpassing begrotingscyclus

Nee De uiterlijke termijnen liggen vast in de Wgr. Advies: De termijnen niet op te nemen in de gemeenschappelijke regelingen maar te volstaan met de afspraken die in deze nota zijn vastgelegd. In een aantal gevallen (met name bij het aanbieden van de ontwerpbegroting voor een zienswijze en bij het aanbieden van de kaderbrief) is in deze nota de termijn naar 1 februari (voor de kaderbrief) en 1 april (voor de ontwerpbegroting) naar voren gehaald. Omdat het aanpassen van een GR een tijdrovend proces is stellen we voor te volstaan met de termijnen zoals in deze nota vastgelegd.

25

Afspraken over uittreden opnemen in de GR

Nee Deze moeten worden opgenomen in de GR. Advies: leg de bepalingen over uittreding vast op basis van staande jurisprudentie en praktijkervaringen.

26

BIJLAGE 2 Aangaan nieuwe GR

Type GR

RAC Afweegbaar

Weegfactor

Motivering

Meerwaarde RAC

Leg aan de raden in de zienswijzeprocedure voor of zij behoefte hebben aan een RAC

Openbaar lichaam

Ja

Beleidsrijk

Ja, indien permanent proces

aanwezig

voorwaarde: alle raden moeten daarin meegaan

Centrumgemeente

Ja

Incidenteel

beperkt

Bedrijfsvoeringssamenwerking Regeling zonder meer

Nee Nee

Nee

nee

Groot

aanwezig

Middel

beperkt

Laag

nee

Bestaande GR

Maatschappelijke belangen GR geeft aan behoefte te hebben aan RAC vorm: zienswijzenprocedure voorwaarde: unanimiteit Bestuurlijke en financiële risico's Behoefte aan GR van een of meer raden vorm:zienswijzenprocedure aanpassing GR per 1juli 2024 of: motie van één gemeente die de raden van andere gemeenten uitnodigt eenzelfde behoefte uit te spreken voorwaarde: unanimiteit

Hoog, met voortdurend aanwezig karakter Middel beperkt Laag

Directe publieke dienstverlening ingeregelde participatie

met participatieregeling beperkt

zonder participatieregeling Behoefte aan RAC als onderzoeksopdracht bij een evaluatie

nee

aanwezig

Aan de gemeenschappelijke regelingen waaraan de gemeenten in West-Brabant deelnemen Kenmerk Contactpersoon Doorkiesnummer Onderwerp

: : Wim Voeten : 076 502 4434 : aanpassen gemeenschappelijke regelingen

Etten-Leur, 25 juli 2023

Geacht besturen van de gemeenschappelijke regelingen, Bij brief van 14 april 2023, die u in afschrift ontving, informeerden wij u over het proces voor het herijken van de nota verbonden partijen en het aanpassen van de gemeenschappelijke regelingen op basis van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Per 1 juli 2022 is de aangepaste Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) van kracht Met de wijziging van de Wgr worden, zoals bij u bekend, de mogelijkheden van volksvertegenwoordigers om de eigen controlerende en kaderstellende rol bij gemeenschappelijke regelingen te versterken aangepast en uitgebreid. Ook wordt de democratische legitimatie van de besluitvorming binnen zo’n samenwerkingsverband vergroot. Onderdeel van de aangepaste Wgr is dat de gemeenschappelijke regelingen voor 1 juli 2024 aangepast moeten zijn aan de geactualiseerde Wgr. Om te zorgen dat de gemeenschappelijke regelingen tijdig zijn aangepast en het proces van het aanpassen van de gemeenschappelijke regelingen past binnen de planning van de gemeenteraden in West-Brabant voerden we overleg met een aantal gemeenschappelijke regelingen. Zoals ook in de brief van 14 april aangegeven, hanteren de gemeenten de volgende data om ervoor te zorgen dat de gemeenschappelijke regelingen tijdig zijn aangepast: •

•

Uiterlijk 1 oktober 2023 worden de aangepaste ontwerpregelingen door het bestuur van de gemeenschappelijke regeling aangeboden aan de colleges van B&W. De colleges maken daarna een voorstel aan de gemeenteraden over de in te dienen zienswijzen op de aangepaste ontwerpregelingen. De gemeenteraden behandelen dan dit voorstel in de decembervergadering van 2023; Uiterlijk 1 maart 2024 worden op basis van de ontvangen zienswijzen de (indien nodig) aangepaste regelingen ter vaststelling aangeboden aan de colleges van B&W. Zoals in de Wgr is bepaald, vragen de colleges de gemeenteraden om toestemming om de gemeenschappelijke regelingen te wijzigen. In de mei vergadering van 2024 nemen de raden hierover een besluit.

Wat betekent deze planning voor de gemeenschappelijke regelingen • De gemeentebesturen gaan er van uit dat de gemeenschappelijke regelingen voor 1 oktober een voorstel tot wijzing van de gemeenschappelijke regeling aanbieden aan de colleges van B&W • De colleges van B&W bereiden na 1 oktober 2023 een voorstel voor over de wijziging van alle gemeenschappelijke regelingen waaraan de gemeenten deelnemen. Via dit voorstel worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hun zienswijze naar voren te brengen over de ontwerpen van de regelingen • De gemeenteraden hebben het voornemen dit voorstel van de colleges van B&W uiterlijk in de laatste raadsvergadering voor het kerstreces van 2023 te behandelen • De colleges van B&W informeren de gemeenschappelijke regelingen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 31 december 2023 over de zienswijzen van de gemeenteraden over de ontwerpen van de regelingen. Ook wanneer de gemeenteraden geen zienswijzen naar voren wensen te brengen over het ontwerp van een regeling geven de colleges van B&W dit zo spoedig mogelijk door aan het bestuur van de gemeenschappelijke regeling. We zien dat gemeenschappelijke regelingen voortvarend aan de slag zijn met het aanpassen van hun regeling. Uiteraard is het geen probleem wanneer het ontwerp van de wijziging van de regeling eerder dan 1 oktober aan de colleges van B&W wordt aangeboden.

Echter de colleges van B&W bieden het ontwerp van de wijziging pas na 1 oktober aan de gemeenteraden aan. Dit om ervoor te zorgen dat de gemeenteraden de aanpassing van de verschillende gemeenschappelijke regelingen in samenhang kunnen beoordelen. Concreet betekent dit dat de colleges voor 31 december laten weten of en zo ja welke zienswijzen de gemeenteraden naar voren wensen te brengen over het ontwerp van de regeling. Wij gaan ervan uit dat u met het bovenstaande rekening houdt in uw planning. Herijken van de nota verbonden partijen In de brief van 14 april informeerden wij u ook over het proces om de nota verbonden partijen te herijken. Inmiddels is deze nota in concept gereed. Deze concept nota wordt separaat aan u toegezonden met de mogelijkheid om hierop uw zienswijzen kenbaar te maken. Vragen Heeft u vragen over deze brief dan kunt u die stellen aan Wim Voeten, griffier van de gemeente Etten-Leur. Dit kan telefonisch via 076-5024434 of per mail via wim.voeten@etten-leur.nl

Met vriendelijke groet, Namens de bestuurlijk opdrachtgevers voor het herijken van de nota verbonden partijen

Paul Depla Burgemeester Breda

i.a.a. de gemeenteraden en de colleges van burgemeester en wethouders in West-Brabant

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13086833/3