13e memo voorzet zienswijze wijziging GR RAV DEF 1
Tekst van het document
notitie
Aan Van Datum Betreft
: : : :
Collega’s deelnemende gemeenten RAV (regio Midden-West) gemeente Halderberge - Anja Bouwens 19 september 2023 Voorzet zienswijze wijziging GR RAV
Inleiding De wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen maakt aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling regionale ambulancevoorziening Brabant Midden-WestNoord (GR RAV) noodzakelijk. De wijziging van de regeling is voorgelegd aan het Algemeen Bestuur (AB) op 5 juli 2023. Het AB heeft ingestemd met het voorstel. De RAV zal de voorgestelde wijziging voor 1 oktober 2023 voor een zienswijze bij de deelnemende gemeenten indienen. Om te komen tot een zoveel mogelijk eensluidende zienswijze treffen jullie onderstaand een voorzet aan voor de ontwerp-zienswijze op de wijziging van de GR RAV. Uiteraard bepaalt iedere gemeente zelf of deze voorzet wordt overgenomen. Dit ontwerp is vooraf afgestemd met de gemeenten Woensdrecht, Roosendaal, Moerdijk en Geertruidenberg (het werkgroepje van de jaarlijkse zienswijze op de begroting). Procedureel In de vergaderstukken voor het AB van 5 juli 2023 staat dat het dagelijks bestuur (DB) van de GR RAV in het traject van de wijziging van de GR zo veel mogelijk de aanpak en tijdlijn van de (wijziging van de GR) GGD volgt. Er is echter een belangrijk verschil tussen de GR GGD en de GR RAV. De GR GGD is namelijk een regeling tussen enkel de colleges van de deelnemende gemeenten; terwijl de GR RAV een regeling is tussen de raden en de colleges. Dat heeft gevolgen voor de te volgen procedure bij de wijziging van de GR.
Zienswijze naar raad en college Het DB stelt voor dat de ontwerp-wijziging voor zienswijze wordt aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Dat is onjuist, althans onvolledig. De GR RAV is vastgesteld door de raden en de colleges van de deelnemende gemeenten. In dat geval moet het DB de wijziging van de GR voor zienswijzen voorleggen aan raad en college, dat wil zeggen aan elk afzonderlijk. De nieuwe Wgr ziet er op toe dat het DB eerst zienswijzen ophaalt bij de deelnemende gemeenten, deze vervolgens verwerkt in een definitief ontwerp en dat voor toestemming voorlegt aan de (raden en colleges) van de deelnemende gemeenten. Inhoudelijk (de letters verwijzen naar de hoofdstukken in de Notitie aanpassing GR RAV naar versie 8) A. Gemeenschappelijke adviescommissie Het DB stelt voor vanuit de RAV geen actie te ondernemen om een gemeenschappelijk adviescommissie in te stellen. Mochten de raden van alle deelnemende gemeenten dit willen dan zal hieraan uiteraard worden meegewerkt, aldus het DB. pagina 1 van 4
MEMO Dit suggereert dat het AB of DB hierin een keuze heeft en graag bereid is medewerking te verlenen als dit gewenst is. Artikel 24a Wgr bepaalt dat het AB op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk een gemeenschappelijke adviescommissie instelt. Met andere woorden: als de raden dat wensen heeft het AB geen keuze en moet het een dergelijke commissie instellen. Gelet op de taak en wijze van financiering van de GR RAV kan overigens worden ingestemd met het niet instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie. B. Aanwijzen van besluiten waarvoor een zienswijzeprocedure geldt. Het voorstel is aan artikel 19 van de GR een vierde lid toe te voegen dat het mogelijk maakt andere onderwerpen (dan de begroting) voor zienswijzen voor te leggen aan de raden van de deelnemende gemeenten. Hiermee wordt voldaan aan artikel 10, vijfde lid, Wgr, dat voorschrijft dat de GR bepalingen bevat over de besluiten waarover zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht. De Wgr schrijft niet voor dat de GR de besluiten vermeldt waarover zienswijzen worden gevraagd. De enkele vermelding van de mogelijkheid volstaat. De voorgestelde wijziging voldoet in dat opzicht aan de Wgr.
Het DB stelt voor geen zienswijzen van de raden van de deelnemende gemeenten te vragen voor de kadernota / kaderbrief, omdat daartoe de tijd ontbreekt en geen financiële bijdrage van de gemeenten wordt gevraagd. Met de wijziging en de voorgestelde handelswijze kan worden ingestemd. Aandacht wordt gevraagd voor afstemming van de Nota verbonden partijen en de GR RAV voor wat betreft de datum van aanbieding van de kadernota / kaderbrief. Dit met de wetenschap dat de nota verbonden partijen van regio tot regio kan verschillen. Ter aanvulling: artikel 19, derde lid, stelt: ‘Het dagelijks bestuur stuurt de ontwerpbegroting ter formulering van een zienswijze naar de raden uiterlijk op 5 april in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. De cursief gedrukte woorden zijn nieuw. Geadviseerd wordt hier de wettelijke term uit de Wgr voor in de plaats te stellen. Ten eerste loopt de GR RAV dan in de pas met de Wgr. Bovendien is de essentie niet dat de raad een zienswijze formuleert, maar dat hij deze naar voren brengt. Met andere woorden: kenbaar maakt aan het DB. Daarnaast is de wijze waarop de datum is geformuleerd ongelukkig: ‘uiterlijk’ is een overbodige toevoeging en de gebruikelijke terminologie is ‘voor (datum)’. Voorgesteld wordt de bepaling als volgt aan te passen.
Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voor 6 april van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar in de gelegenheid hun zienswijze op de ontwerpbegroting naar voren te brengen. In dit verband wordt gewezen op artikel 35, vierde lid, Wgr: het DB stelt de raden van de deelnemende gemeenten, voorafgaand aan het vaststellen van de begroting, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn (dat wil zeggen van het DB) oordeel over de zienswijze, alsmede van de conclusies die het (DB) daaraan verbindt.
C. Invulling geven aan de actieve informatieplicht Het DB stelt voor aan artikel 15 een zevende lid toe te voegen, met als inhoud dat het DB de raden van de deelnemende gemeenten informeert over de besluiten van het AB. Dit geldt dan als een verplichting.
pagina 2 van 4
MEMO Daarnaast informeert het DB de raden over ontwikkelingen in het beleid of de organisatie die hij (dat wil zeggen het DB) van belang acht. In die gevallen bepaalt het DB waarover het de raden informeert. De Wgr kent een actieve informatieplicht voor de besturen van de GR aan de raden en colleges van de deelnemende gemeenten. In de gemeenschappelijke regeling kunnen kaders worden gegeven over welke informatie actief moet worden gedeeld. Alhoewel de RAV een regeling is die minder omvattend is en geen directe financiële bijdragen ontvangt van de gemeenten adviseren wij de actieve informatieplicht over het beleid helderder en duidelijker te formuleren. De Handreiking Verbeterde democratische legitimatie bij gemeenschappelijke regelingen? van de VNG biedt daar handvatten voor. D. Invulling geven aan de participatie van burgers en belanghebbenden De Wet medezeggenschap cliëntenraden in de zorg bestaat niet. Bedoeld is de Wet medezeggenschap (met een kleine letter m) cliënten zorginstellingen 2018 (Wmcz 2018). Ik adviseer dit aan te passen in de ontwerpregeling en verder in alle documenten die betrekking hebben op de wijziging. In het aanbiedingsdocument wordt de term ‘burgers en belanghebbenden’ gebruikt. In het voorgestelde artikel 15, negende lid, wordt gesproken over ‘cliënten en burgers’.
Artikel 10 Wgr bepaalt dat een GR bepalingen inhoudt over de wijze waarop ingezetenen (van de deelnemende gemeenten) en belanghebbenden worden betrokken. Ik adviseer aan te sluiten bij de wettelijke terminologie en die termen over te nemen in de ontwerp-GR en alle overige documenten. De wijze waarop artikel 15, negende lid, is geformuleerd is niet gebruikelijk. Het moet duidelijk zijn dat met de vaststelling van de GR een cliëntenraad wordt ingesteld. Daarnaast moet de taak van de cliëntenraad kenbaar zijn. Geadviseerd wordt de volgende tekst in te voegen. Er is een cliëntenraad als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018. Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden worden via de cliëntenraad bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van de regeling betrokken. Ter toelichting: de RAV geldt volgens de Wmcz 2018 als een (zorg-)instelling, maar neemt als vervoerder een bijzondere positie is. In verband daarmee moet het begrip ‘cliënt’ ruim worden opgevat. In principe kan elke inwoner van een van de deelnemende gemeenten, maar ook andere personen met een zeker belang bij het ambulancevervoer zitting hebben in de cliëntenraad. Met inachtneming van deze aanpassingen kan ingestemd worden met de voorgestelde wijziging. E. Veranderende termijnen in de P&C cyclus.
Met inachtneming van de opmerkingen onder B kan ingestemd worden met de voorgestelde wijziging.
F. Evaluatie van de regeling. Geadviseerd wordt de bepaling over de evaluatie te verplaatsen naar hoofdstuk 8 Informatie en verantwoording als artikel 16 (nieuw) en de artikelen 16 t/m 25 te vernummeren. Als dit bezwaarlijk is vanwege de continuïteit kan het artikel worden ingevoegd na artikel 15 en worden vernummerd naar 15a. Met inachtneming van die opmerking kan worden ingestemd met de voorgestelde wijziging. pagina 3 van 4
MEMO G. Opstellen uittredingsvoorwaarden Artikel 9, eerste lid, Wgr, bepaalt dat de (gemeenschappelijke) regeling bepalingen bevat over: - de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden; - de gevolgen voor het vermogen van het samenwerkingsverband; - de gevolgen voor het vermogen van de deelnemende gemeenten. De artikelen 23 en 25 bevatten weliswaar bepalingen over uittreding en opheffing, maar regelen niet inhoudelijk de daaraan verbonden voorwaarden en gevolgen. Daarmee wordt niet voldaan aan de Wgr. Geadviseerd wordt Hoofdstuk 11 van de GR RAV op dat onderdeel in overeenstemming te brengen met de Wgr.
Artikelsgewijs Artikel 7 Zittingsduur Het tweede lid verwijst naar ‘de raad’. Artikel 1, eerste lid, bevat wel een definitie van ‘college’, maar niet van ‘raad’. Geadviseerd wordt aan artikel 1, eerste lid, na c, in te voegen: d. raad: de raad van een gemeente; en de onderdelen d t/m k te vernummeren naar e t/m l. Artikel 17 Archief De Handreiking ´Inrichting informatie- en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden’ (LOPAI, KIA, KVAN; Den Haag, november 2021) bevat een model archiefparagraaf voor een GR met een openbaar lichaam zoals de GR RAV. Deze voldoet aan de laatste inzichten op het gebied van informatie- en archiefbeheer. Geadviseerd wordt de bepalingen uit die paragraaf over te nemen.
pagina 4 van 4