13 VNG lbr 23-048 Tweede nazending Najaars ALV 1 december 2023
Tekst van het document
Aan de leden
Datum
24 november 2023 Ons kenmerk
U202300813 Lbr. 23/048 Telefoon
0703738393
Onderwerp
Tweede nazending Najaars ALV 1 december 2023
Geachte leden van college en gemeenteraad, Eerder hebben wij u met de ledenbrieven van 3 en 22 november jl. de agenda en een aantal bijlagen toegezonden voor onze Najaars ALV van 1 december a.s. In deze tweede nazending ontvangt u bijlagen bij de volgende agendapunten: -
Agendapunt 7. Kaders VNG-inzet kabinetsformatie o Definitieve tekst resolutie “VNG-inzet richting nieuw kabinet: gebruik de kracht van lokaal bestuur” o De motie Enschede “Herstel financiële verhouding met nieuwe regering” met preadvies.
-
Agendapunt 8a. Actualisatie randvoorwaarden Klimaatakkoord o Motie Schagen en Almere e.a. “Oplossingen voor een overvol stroomnet” inclusief preadvies bestuur
Hierna geven wij per agendapunt een korte toelichting. De volledige vergaderset, inclusief de nazending, vindt u hier: https://vng.nl/artikelen/agenda-enstukken-najaars-alv-1-december-2023
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
vng.nl
Agendapunt 7. Kaders VNG-inzet kabinetsformatie Op 3 november zonden wij u een concepttekst voor de resolutie inzake de kaders voor de VNGinzet bij de kabinetsformatie toe. Daarbij kondigden wij aan een definitieve tekst te zullen toezenden na verwerking van de opbrengst van een aantal geplande gesprekken met de leden en het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen (BOFv) van 21 november jl. Bijgaand ontvangt u de definitieve tekst voor de resolutie “VNG-inzet richting nieuw kabinet: gebruik de kracht van lokaal bestuur”. Daarnaast ontvangt u bij dit agendapunt: - De motie Enschede “Herstel financiële verhouding met nieuwe regering” met preadvies. Agendapunt 8a. Actualisatie randvoorwaarden Klimaatakkoord Bij dit agendapunt ontvangt u: - De motie Schagen en Almere e.a. “Oplossingen voor een overvol stroomnet” met preadvies. Stemmen in de ALV Voor de goede orde wijzen we u erop dat alle gemeentesecretarissen vorige week de stemkaart met unieke barcode ontvangen, waarmee de vertegenwoordiger van de gemeente deel kan nemen aan de stemmingen in de Najaars ALV. Ook voor deze Najaars ALV in het Beatrixtheater in Utrecht geldt dat alleen fysiek aanwezige vertegenwoordigers van de gemeenten kunnen deelnemen aan de stemmingen. Zij kunnen alleen het gewogen aantal stemmen voor de eigen gemeente uitbrengen.
De Najaars ALV is voor belangstellenden die niet aanwezig kunnen zijn ook live volgen via www.vng.nl. U hoeft zich daarvoor niet aan te melden.
Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
mr L.K. Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/2
07. KADERS VNG-INZET KABINETSFORMATIE Bijlage bij ledenbrief 3 november 2023: “Uitnodiging Najaars ALV 1 december 2023” Gevraagd besluit - Kennis te nemen van de concept-resolutie “Kaders VNG-inzet kabinetsformatie: Gebruik de kracht van lokaal bestuur” (pagina 4-7). De tekst daarvan wordt nog aangepast op basis van gesprekken met de leden en overleg met het kabinet. In de laatste week van november ontvangt u een definitieve tekst van de resolutie - Bespreken en vaststellen van de definitieve resolutie in de Najaars ALV. Toelichting Op basis van de verkiezingsuitslag van 22 november gaan verschillende politieke partijen gesprekken voeren om tot een nieuw kabinet te komen. In deze notitie doen wij u een voorstel voor onze VNG-inzet bij deze formatie. In de komende weken toetsen wij deze resolutie in gesprekken met de leden. Ook vindt nog een overleg plaats met het huidige Kabinet over de financiële positie van gemeenten. Op basis van de opbrengst van deze gesprekken passen we de concept-resolutie aan. In de laatste week van november ontvangt u een definitieve tekst van de resolutie ter bespreking en vaststelling in de Najaars ALV. In de notitie brengen we bij alle partijen onder de aandacht aan welke grote maatschappelijke opgaven gemeenten een bijdrage willen leveren. En onder welke voorwaarden gemeenten dat kunnen doen.
Daarnaast leggen we graag verantwoording af over de wijze waarop we in de afgelopen periode een vervolg hebben gegeven aan de uitkomsten van de ALV van 15 juni jongstleden (resolutie bestuur en moties Leidschendam-Voorburg en Beesel) en onze aanpak in de komende, spannende periode. Uitvoering moties en resolutie De afgelopen jaren zijn diverse moties aangenomen over de gemeentefinanciën, uitvoerbaarheid en over specifieke inhoudelijke thema’s. In het ALV-voorstel ‘verantwoording over uitvoering moties’ vindt u de uitgebreide toelichting hoe invulling wordt gegeven aan deze moties. De kernboodschap die we uit al deze eerdere moties meenemen is uw zorg dat gemeenten hun taken niet goed kunnen uitvoeren door onduidelijkheid over en tekort aan (structurele) middelen en door wet- en regelgeving die niet aansluit bij de praktijk. Betekenis verenigingsstrategie 2030 ‘Stap naar voren’ Tijdens de algemene ledenvergadering van 15 juni heeft u de nieuwe verenigingsstrategie 2030 ’Stap naar voren’ vastgesteld. Met deze strategie hebben we met elkaar vastgesteld dat gemeenten als volwaardige en zelfbewuste partner willen bijdragen aan maatschappelijke opgaven. Als eerste overheid kunnen we oplossingen bieden en stappen zetten op urgente maatschappelijke thema’s waar Nederland nu voor staat.
De maatschappelijke thema’s die we hierin met elkaar hebben benoemd zijn: bestaanszekerheid, kansengelijkheid, gezond leven en ouder worden, inrichting van Nederland en klimaat & energie. Deze thema’s nemen we mee in onze inzet voor de formatie. In een aparte toelichtende notitie vindt u ook de stappen die de VNG volgend jaar zelf op deze thema’s zet.
1
Huidige politieke situatie Op 7 juli is het kabinet gevallen op het dossier asiel & migratie. De coalitiepartijen konden het niet eens worden over de benodigde maatregelen om met de binnenkomende asielzoekers en migranten om te gaan. Het is een thema waar gemeenten hun verantwoordelijkheid hebben genomen als het gaat om opvang, ondersteuning, integratie en de openbare orde en veiligheid. Oproep: Laat Nederland niet stilvallen Met het vallen van het kabinet kwamen ook de noodzakelijke aanpakken van grote maatschappelijke issues als het woningtekort, energiearmoede, bestaanszekerheid stil te staan. Direct na de val van het kabinet hebben VNG en IPO het demissionaire kabinet en het parlement opgeroepen om Nederland niet stil te laten vallen. De maatschappelijke opgaven zijn te urgent om te wachten op een nieuw kabinet. Het zijn voor inwoners en ondernemers onzekere tijden en zij hebben houvast en perspectief nodig. Ook andere maatschappelijke partijen riepen hiertoe op. De Kamer heeft gehoor gegeven aan de brede oproep door bijna niets controversieel te verklaren en door een drietal begroting nog voor de verkiezingen te behandelen. Op 24 oktober zijn daartoe de moties Nijboer en Van Dijk & Van der Graaf aangenomen.
De motie Nijboer roept op om de consequenties van de tekorten bij gemeenten en provincies inzichtelijk te maken en voorstellen voor te bereiden om het ravijn te dichten. De motie Van Dijk en Van der Graaf verzoekt de regering om serieus te kijken naar de opschalingskorting als onderdeel van de voorjaarsbesluitvorming en eventuele alternatieven, zoals het bevriezen van de opschalingskorting op het huidige niveau tot en met 2029. Ondertussen zijn we blijvend in gesprek met het demissionaire kabinet over onze zorgen rondom de gemeentefinanciën. In het overhedenoverleg van 6 september is concreet afgesproken dat het rijk en medeoverheden in kaart brengen: • Welke plussen en minnen er zijn ontstaan in de financiën van de medeoverheden, inclusief de opschalingskorting; • Welke mogelijkheden er zijn om incidentele middelen en overschotten in te zetten als structureel dekkingsmiddel; • Welke varianten er mogelijk zijn voor een aanpassing van de financieringssystematiek; • Welke mogelijkheden er met de huidige uitvoeringskracht zijn voor het realiseren van de grote maatschappelijke opgaven; Verkiezingen Het wordt een spannende verkiezingstijd, met nieuwe partijen en gezichten. De uitkomst van verkiezingen is altijd onvoorspelbaar, dat geldt zeker nu. Vanaf 22 november weten we hoe het nieuwe speelveld eruitziet.
Ter voorbereiding op de formatie hebben we de verkiezingsprogramma’s bekeken. We zien dat veel partijen aandacht hebben voor de financiële positie van gemeenten en ook de kracht van gemeenten als overheid dicht bij de inwoners wordt duidelijk gezien. Daarnaast zien we dat thema’s zoals bestaanszekerheid, wonen, klimaat en asiel & migratie van belang zijn. We moeten er rekening mee houden dat het volgende kabinet naast ambities ook te maken zal krijgen met ingrijpende, noodzakelijke bezuinigingen. Totstandkoming ‘kaders VNG-inzet nieuw kabinet’ Bestaanszekerheid zal een belangrijk thema worden voor een nieuwe coalitie. Daar kunnen wij ons als gemeenten alles bij voorstellen. Dagelijks horen en zien we de zorgen en de impact bij inwoners en ondernemers. Of het nu gaat om het vinden van een woning, het iedere maand kunnen rondkomen of de
2
juiste zorg en ondersteuning kunnen krijgen. Op dit soort vragen moeten we als overheid een antwoord vinden. Ons voorstel is om het gesprek met de partijen aan te gaan langs de lijnen van de problemen waar onze inwoners mee te maken hebben. Gemeenten kunnen hier, als eerste overheid, een belangrijke bijdrage leveren aan het formuleren van oplossingen. Wij willen daar het initiatief in nemen, onze nek uitsteken om morgen die hand op de schouder van de inwoner te leggen. Dat kan als gemeenten daar volwaardig de ruimte voor krijgen. Daarbij gaan betaalbaar, uitvoerbaar en haalbaar hand in hand. Een goede uitgangspositie is nodig om ons aandeel in deze oplossingen waar te kunnen maken. Om deze stappen mogelijk te maken moeten concrete maatregelen worden genomen om de gemeentelijke financiële positie te verbeteren. Alleen dan kunnen gemeenten hun bijdrage leveren aan oplossingen van de problemen van onze samenleving. Wij moedigen de formerende partijen dan ook aan om verder te gaan op de weg die is ingeslagen om hier afspraken over te maken: de moties Nijboer en Van Dijk & Van der Graaf, de afspraken met het demissionaire kabinet en het feit dat gemeentefinanciën in meerdere verkiezingsprogramma’s aan de kaak worden gesteld. Vervolgproces De inzet van de kabinetsformatie bespreken we breed voorafgaand aan de ALV op 1 december.
We doen dit via zes open bijeenkomsten en via de provinciale afdelingen en de netwerken. Tijdens de ALV vragen wij u om de kaders van onze inzet vast te stellen. Op basis van deze kaders maken wij de formerende partijen duidelijk op welke punten wij het nodig achten om gezamenlijk het gesprek aan te gaan. Wij beroepen ons hierbij op de Code Interbestuurlijke verhoudingen, artikel 7. Intussen werken wij onze inhoudelijke inzet verder uit langs de vier pijlers uit figuur 1.
Figuur 1: pijlers voor inzet kabinetsformatie
Deze inzet wordt via de commissies en de diverse tafels die voor verschillende onderwerpen zijn ingericht verder vormgegeven. Ook betrekken we het nieuw in het leven geroepen Regioberaad bij de verdere uitwerking en organiseren we bijeenkomsten rondom cruciale momenten om u verder bij te praten.
3
Met inachtneming van het bovenstaande vragen wij u in te stemmen met de bijgevoegde kaders voor de VNG-inzet richting het nieuwe kabinet: ‘Gebruik de kracht van lokaal bestuur’.
Concept-resolutie “Kaders VNG-inzet kabinetsformatie: Gebruik de kracht van lokaal bestuur” Gebruik de kracht van lokaal bestuur Inwoners en ondernemers hebben grote zorgen over hun bestaanszekerheid, over de toekomst van Nederland. Hoe betaal ik mijn rekeningen, krijg ik de noodzakelijke zorg, heb ik een dak boven mijn hoofd? Inwoners in het landelijk gebied willen perspectief voor bijvoorbeeld de landbouw en de terugloop van voorzieningen. Het volgende kabinet staat voor de uitdaging om oplossingen te vinden voor deze maatschappelijke opgaven. Daarbij moet zij het vertrouwen van inwoners in het optreden van de overheid terugwinnen. Dat begint bij betrouwbaar en benaderbaar zijn, bij responsief en transparant zijn. Doen wat je zegt, en zeggen wat je doet. Dat kan een nieuw kabinet niet alleen. Dit vraagt om een intensieve samenwerking tussen gemeenten en rijk. Als gemeenten zijn wij onderdeel van de oplossingen voor deze grote maatschappelijke vraagstukken. Wij staan dicht bij onze inwoner: we betrekken hen bij totstandkoming van nieuw beleid en uitvoering. Wij geven de overheid een persoonlijk gezicht in het contact met onze inwoners en geven inzicht in de noodzaak van sommige keuzes, ook als die soms pijnlijk zijn. Tegelijkertijd zijn we wendbaar en flexibel, herkenbaar en laagdrempelig.
Dit stelt ons in staat om kleinschalige oplossingen te vinden voor levensgrote problemen. Problemen die van plek tot plek kunnen verschillen en dus om eigen oplossingen vragen. Om deze lokale kracht maximaal te benutten, vragen we om ons hier als lokale democratie en lokaal bestuur goed op toe te rusten. Dit vraagt scherpe keuzes. We willen met een nieuw kabinet tot een vruchtbare samenwerking komen die gebaseerd is op onderling vertrouwen en respect voor elkaars positie en verantwoordelijkheden. Een partner waar we op kunnen bouwen zodat we een betrouwbare overheid kunnen zijn. Zo kunnen we doelgericht de lokale besluitvorming en uitvoering waarmaken. Gemeenten dragen bij aan het oplossen van de grote problemen in onze samenleving… Elke dag zien en horen gemeentebestuurders de zorgen over bestaanszekerheid, kansengelijkheid, gezond leven, inrichting van Nederland, klimaat en energie, en asiel en migratie in de samenleving. Wij kunnen en willen hier daadkrachtig en voortvarend mee aan de slag gaan door het initiatief te nemen. Door onze nek uit te steken en een stap naar voren te zetten. Voor onze inwoners en met andere partijen. Bestaanszekerheid We zien dat steeds meer inwoners moeite hebben om rond te komen. Het is onze taak als gemeenten om deze inwoners zekerheden te bieden in een onzekere wereld. We willen ons richten op maatwerk in bijzondere situaties.
Daarvoor moet de landelijke basis op orde zijn en moet er een goede balans zijn tussen rijk en gemeenten. Om een menswaardig bestaan veilig te stellen, moeten er politiek fundamentele keuzes worden gemaakt. Basisvoorzieningen als zorg, onderwijs, wonen en kinderopvang moeten toegankelijk en betaalbaar zijn.. Bijvoorbeeld door het verhogen van het sociaal minimum en het vereenvoudigen en herzien van het (belasting- en toeslagen)stelsel.
4
Kansengelijkheid (jeugd en onderwijs) We willen de meest kwetsbare gezinnen kunnen blijven helpen. Met de Hervormingsagenda Jeugd en het toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming worden goede stappen gezet richting kansengelijkheid. Voor de continuïteit van de jeugdhulp is financiële zekerheid nodig vanaf 2026. Ook is op korte termijn inzicht nodig over hoe de inperking van de reikwijdte in de wet op jeugdhulp eruit gaat zien. Daarnaast vragen we om onderwijshuisvesting als topprioriteit te benoemen: er liggen diverse rapporten die klip-en-klaar zijn over het belang hiervan voor de kansen van alle jongeren. Gezond leven en ouder worden Om het zorgstelsel toekomstbestendig te maken, moeten nu keuzes gemaakt worden die in brede zin bijdragen aan gezond leven en ouder worden. We willen met het rijk in een gezamenlijke agenda toewerken naar een passend kader voor de Wmo, als fundament van een houdbaar zorgstelsel. Daarbij horen instrumenten die gemeenten helpen om vanuit verschillende domeinen samen te werken en te sturen op woningbouwprogrammering. Zo kan de overheid daadwerkelijk voorzien in huisvestingsmogelijkheden van aandachtsgroepen. Ook pleiten wij voor structurele middelen voor versterking van preventie, publieke gezondheid en een sociale basis. Asiel en migratie Gemeenten kunnen een bijdrage leveren aan een flexibel en effectief opvang- en migratiesysteem.
Betrouwbaar rijksbeleid gericht op de lange termijn, wetgeving waarin de taken van gemeenten zijn vastgelegd, en voldoende middelen en capaciteit in de hele keten zijn daarvoor randvoorwaardelijk. Zo komen we tot een migratiesysteem dat kan rekenen op draagvlak in wijken, dorpen en steden, menswaardig is en zorgt voor goede integratie van nieuwkomers. Een systeem waarbij de basisvoorwaarden weer op orde zijn. Klimaat en energie In de uitvoering van het klimaatakkoord is samenwerking tussen gemeenten, rijk, provincies en waterschappen niet alleen kansrijk, maar ook noodzakelijk. Gemeenten nemen hun verantwoordelijkheid en gaan voorop in de uitvoering van de maatregelen uit het klimaatakkoord. Daarbij moeten we steeds oog houden voor haalbaarheid en betaalbaarheid van deze ambitieuze doelen met een duidelijke en hanteerbare boodschap voor onze inwoners. Koersvast met een blik die verder richt dan 2030, maar kijkt naar de klimaatdoelen van 2050. Woningbouw en inrichting Nederland De fysieke ruimte in Nederland is schaars en de opgaven zijn groot. Vanuit de visie voor een gebied of wijk leggen gemeenten een stukje van de puzzel: het realiseren van nieuwe woningen, zorgen voor bereikbaarheid, het behoud en uitbreiden van natuur, het vinden van een plekje voor bedrijven en ondernemers. Maar de opgaven stapelen zich steeds verder op.
Om te voorkomen dat Nederland op slot komt moeten moeilijke keuzes gemaakt worden. Het is aan het rijk om knopen door te hakken op hoofdlijnen en hoofdstructuren. Wij kleuren deze keuzes, samen met bedrijven en inwoners, verder in. … daarvoor is een goede uitgangspositie nodig! Wij staan klaar om onze bijdrage te leveren aan deze en andere maatschappelijke thema’s. Dat doen we met onze partners in wijken, vanuit de leefwereld van onze inwoners. Daarvoor hebben we wel een goede uitgangspositie nodig. We moeten als gelijkwaardige partners met elkaar optrekken. Daar hoort ook een goede financiële uitgangspositie bij. En omdat er in het hele land schaarste is aan personeel, worden uitvoerbaarheid en digitalisering steeds belangrijker voor een goede uitgangspositie. Door de keuzes van het vorige kabinet is de samenwerking verlamd geraakt en het onderling vertrouwen geschaad. We geven een aantal punten mee die nodig zijn om ons een goede start te geven voor onze bijdrage aan de opgaven van deze tijd. 5
Afschaffen van de opschalingskorting Een dringend advies, dat ook in menig verkiezingsprogramma is te vinden, is het afschaffen van de opschalingskorting. Inmiddels is breed erkend dat deze korting geen onderbouwing kent. Terugdraaien van deze korting verkleint het gat voor gemeenten in 2026 met € 675 miljoen. Herstel van het accres vanaf 2026 Gemeenten zijn gemiddeld voor 57% van hun inkomsten afhankelijk van het gemeentefonds, maar voorsommige gemeenten is dat zelfs meer dan 80%. Kabinet Rutte IV heeft eenzijdig een nieuwe financieringssystematiek aangekondigd. Vooruitlopend daarop is het gemeentefonds gekort met ongeveer € 2,2 miljard. De aangekondigde nieuwe financieringssystematiek is er niet gekomen, maar de korting blijft wel staan. Een volgend kabinet moet zich rekenschap geven van het feit dat deze korting reële gevolgen gaat hebben: investeringen worden uitgesteld of geannuleerd en er zal bezuinigd moeten worden op de uitvoering van vrijwel alle gemeentelijke taken als deze korting niet wordt hersteld. Indexering van de fondsen passend bij stijgende kosten op wettelijke (zorg)taken Bij de Voorjaarsnota 2023 is eenzijdig een nieuwe normeringssystematiek gepresenteerd: het rijk wil voortaan het accres koppelen aan de gemiddelde groei van het BBP over de afgelopen 8 jaar – een percentage van ongeveer 1,6% - 1,8%.
Er ligt nu een systematiek voor waarover door de Tweede Kamer nooit inhoudelijk is gedebatteerd en waarmee gemeenten en provincies niet akkoord zijn gegaan. Hoewel deze systematiek stabieler is, schiet ze tekort om de groei van de uitgaven voor zorgkosten van gemeenten en beheer en onderhoud van infrastructuur, OV en natuurbeheer van provincies op te vangen. Die kosten stijgen namelijk harder dan het gemiddelde BBP. Daarnaast leidt de nieuwe berekeningswijze tot schommelingen met een extra nadeel. De systematiek moet daarom aangepast worden om te voorkomen dat er een jaarlijks groeiend tekort ontstaat. In balans brengen van taken en middelen Gemeentebegrotingen kijken vier jaar vooruit. Vanwege het financiële gat in 2026 en verder kunnen zij nu veel beperkter structurele uitgaven plannen. Er kan bijvoorbeeld geen vast personeel worden aangenomen voor structurele taken. Gemeenten starten begin 2024 met het opstellen van hun meerjarenbegroting 2025-2028. Het is dan noodzaak om gezamenlijk te kijken welke taken nog binnen de beschikbare middelen en op welke wijze kunnen worden uitgevoerd. Of we moeten noodgedwongen bezuinigingen in gang gaan zetten op woningbouw, zorg, beheer en onderhoud en andere belangrijke zaken. Het BMC-rapport en het advies van de Taskforce Taken en Middelen o.l.v. Alexander Rinnooy Kan geven aan op welke terreinen dit zijn weerslag heeft.
Het corrigeren van de ingrepen op het gemeentefonds en de normering daarvan moet met voorrang gebeuren. Dit is noodzakelijk om de basis op orde te brengen. Daarnaast moeten we ook het gesprek blijven voeren over bestaande tekorten op huidige taken. Te denken valt bijvoorbeeld aan onderwijshuisvesting en de uitvoering van de participatiewet. Bij deze gesprekken moeten ook aspecten als de arbeidsmarktkrapte betrokken worden. Meer algemene en minder specifieke uitkeringen Gemeenten hebben op dit moment te maken met veel specifieke uitkeringen. Dit beperkt de beleidsvrijheid van gemeenten en geeft veel administratieve lasten. De VNG roept een nieuw kabinet dan ook op om de algemene uitkeringen weer met enthousiasme te benutten om gemeenten te bekostigen.
6
Geen aanvullende bezuinigingen Gelet op de grote maatschappelijke opgaven waar gemeenten een rol in spelen en de huidige toestand van de gemeentefinanciën, achten wij het vanzelfsprekend dat er geen enkele ruimte is voor extra of aanvullende bezuinigingen. Dit zou de goede uitgangspositie van gemeenten teniet doen. Versterking partnerschap We werken aan oplossingen die werken in onze buurten, wijken en gebieden. Oplossingen die uitlegbaar zijn aan onze inwoners en die uitvoerbaar voor onze organisaties. We brengen daarom graag onze praktijkkennis vanaf de start in. We vragen om in de interbestuurlijke verhouding meer zekerheden in te bouwen dat nieuwe plannen ook uitvoerbaar en effectief zijn. De Code interbestuurlijke verhoudingen en de Uitvoerbaarheidstoets decentrale overheden zijn daarin onmisbaar, evenals een uitvoeringstoets door de VNG en gemeenten zelf. Daarmee zijn we er nog niet: professionals, data en ICT, en geld zijn komende jaren schaars(er) in beschikbaarheid of aanpassingsvermogen. Maak samen met ons heldere keuzes waar gemeenten écht het verschil kunnen maken en welke taken beter centraal uitgevoerd kunnen worden – en stel hen hier ook toe in staat. Kijk ook waar vereenvoudiging mogelijk is, voor onze inwoners en onze mensen in de uitvoering. Alleen samen komen we uit de crisisstand en gaan we naar lange termijn oplossingen.
Alleen samen kunnen wij een slagvaardige overheid zijn, die doet wat het belooft en waar de burger op vertrouwt.
7
08a. Actualisering randvoorwaarden Klimaatakkoord Bijlage bij ledenbrief 3 november 2023: “Uitnodiging Najaars ALV 1 december 2023” Gevraagd besluit In te stemmen met het voorstel voor “geactualiseerde randvoorwaarden van de VNG bij gesprekken met het rijk over de verhoogde klimaatambities van het rijk” (zie voorstel op pagina 4). Toelichting Aanleiding In de Verenigingsstrategie van de VNG is opgenomen dat gemeenten willen en moeten bijdragen aan grote maatschappelijke opgaven. Het klimaatbeleid betreft een dergelijke opgave. Opdat gemeenten daaraan kunnen bijdragen hebben zij een goede uitgangspositie nodig. In deze notitie, die in nauwe afstemming met de bestuurlijke portefeuillehouders is geschreven, stellen wij daarom een actualisatie voor van de randvoorwaarden die wij eerder stelden bij het ondertekenen van het Klimaatakkoord. In de geactualiseerde randvoorwaarden is conform de verengingsstrategie onder meer aandacht voor het in balans brengen van (nieuwe) taken en middelen, en het belang van meer algemene uitkeringen en minder SPUK’s. Samenvatting Vijf jaar geleden heeft de VNG randvoorden gesteld bij het ondertekenen van het Klimaatakkoord. Deze randvoorwaarden waren erop gericht dat gemeenten hun taken uit het Klimaatakkoord kunnen uitvoeren en zo een effectieve bijdrage kunnen leveren aan de klimaatopgave.
Sindsdien heeft het klimaatbeleid forse ontwikkelingen doorgemaakt: ten eerste zijn veel afspraken uit het Klimaatakkoord verder uitgewerkt. We gaan nu over van de fase van afspraken maken naar de uitvoering van het Klimaatakkoord. Ten tweede heeft het huidige, demissionaire kabinet, ambitieuzere doelstellingen voor 2030 geformuleerd. Ook Brussel heeft een vergelijkbaar doel (-55% i.p.v. -49%) geformuleerd. Ten derde zijn we de afgelopen jaren op tal van maatschappelijke- en beleidskwesties gestuit die om een antwoord vragen, van energiearmoede tot netcongestie en van krapte op de arbeidsmarkt tot natuurinclusief isoleren en de vraag wat nou energierechtvaardig is. Voor VNG aanleiding de eerder gestelde voorwaarden nog eens tegen het licht te houden en te kijken of deze een actualisatie nodig hebben. Dit voor de gesprekken met een nieuw kabinet over aanvullende taken, maar ook om de uitvoering van al bestaande taken aan te toetsen. Hierover hebben wij gesprekken gevoerd met onze leden. Op basis van deze gesprekken stellen wij 4 geactualiseerde randvoorwaarden voor. 1. Het speelveld en uitvoeringskracht gemeenten op orde 2. Haalbaar, betaalbaar en rechtvaardig voor de samenleving 3. We doen het samen en in vertrouwen 4. Houd koers richting 2050
1
Toelichting op actualisering randvoorwaarden Vijf jaar geleden heeft de VNG 3 randvoorden gesteld bij het ondertekenen van het Klimaatakkoord, later is daar een 4e randvoorwaarde aan toegevoegd: 1. Gemeenten krijgen de juiste bevoegdheden om hun regierol ook daadwerkelijk te kunnen uitvoeren. 2. Het tempo waarin gemeenten met de uitvoering aan de slag kunnen is afhankelijk van de mate waarin de energietransitie haalbaar en betaalbaar is voor de samenleving. 3. Een vergoeding voor de toename in uitvoeringslasten voor gemeenten. 4. Overheden werken ‘schouder aan schouder’ aan de klimaatopgave. Deze randvoorwaarden waren erop gericht dat gemeenten hun taken uit het Klimaatakkoord kunnen uitvoeren en zo een effectieve bijdrage kunnen leveren aan de klimaatopgave. Inmiddels zijn we 5 jaar verder en is de nationale ambitie verhoogt naar 55% minder broeikasgasemissies in 2030 ten opzichte van 1990. Ook de Europese Unie heeft 55% als doel gesteld. Tegelijkertijd zijn afspraken uit het Klimaatakkoord verder uitgewerkt. Dat heeft geleid tot (nog aanhangige) wetgeving waarin de bevoegdheden voor gemeenten zijn geregeld, en tot een vergoeding voor de uitvoeringslasten. We gaan nu over van de fase van afspraken maken naar de uitvoering van het Klimaatakkoord. Daarnaast heeft de wereld niet stilgestaan.
De oorlog in de Oekraïne leidde tot een energiecrisis, energiearmoede is bovenaan de agenda gekomen, isoleren is fors bemoeilijkt door natuurbeschermingsregels, er is een fors tekort aan netcapaciteit ontstaan, evenzo is de krapte op de arbeidsmarkt fors toegenomen. Er is een veelheid aan (losse) financiële maatregelen genomen door het huidige kabinet. Inmiddels zijn we al toe aan een herijking van de uitvoeringsmiddelen voor klimaat. Deze wordt momenteel uitgevoerd door de ROB. Tegelijkertijd voelen we ons niet altijd even goed gesteund door het kabinet in de opgaven waar gemeenten voor staan. Om de 55%- ambitie in te vullen, heeft het huidige kabinet een pakket aan maatregelen gepresenteerd. Het pakket bestaat uit normerende, beprijzende en subsidiërende maatregelen. Dit betekent potentieel meer klimaattaken voor gemeenten en aanzienlijke extra uitvoeringslasten. Dat terwijl gemeenten op dit moment al verschillende taken uitvoeren die niet voorzien waren in het Klimaatakkoord. Dit betreft deels taken die het gevolg zijn van maatschappelijke ontwikkelingen zoals netcongestie en de energiecrisis. Daarnaast betreft het taken die voortkomen uit aanvullend rijksbeleid zoals de aanpak energiearmoede en de lokale aanpak van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP). Daar komen nu de maatregelen uit het klimaatpakket nog bij.
Wij zijn overwegend positief over dit forse en ambitieuze pakket aan klimaatmaatregelen. Maar we maken ons wel zorgen over de uitvoerbaarheid door onder andere de krapte op de arbeidsmarkt, de netcongestie en de beschikbaarheid van materialen. We zijn in gesprek met het rijk over de door het huidige kabinet voorgestelde maatregelen om de 55% te bereiken. Tegelijkertijd bereiden wij ons voor op gesprekken met het Rijk en het nieuwe kabinet over mogelijke nieuwe ambities. Daarbij werken we weer vanuit de door onze leden vastgestelde randvoorwaarden. In het licht van de veranderde ambities en de veranderde context voor gemeenten lijkt het ons verstandig deze randvoorwaarden te actualiseren. Hierover hebben wij gesprekken gevoerd met onze leden. Deze gesprekken zijn gevoerd in bestuurlijke oploopjes, ambtelijke meedenkgroepen en in de commissie EKEM. 2
Op basis van deze gesprekken stellen wij 4 aangescherpte randvoorwaarden voor bij de verhoogde klimaatambities van het rijk: 1. Het speelveld en uitvoeringskracht gemeenten op orde 2. Haalbaar, betaalbaar en rechtvaardig voor de samenleving 3. We doen het samen en in vertrouwen 4. Houd koers richting 2050 Gesprekken met leden De afgelopen tijd hebben wij gesprekken gevoerd met onze leden over hun zorgen en aandachtspunten bij de uitvoering van het Klimaatakkoord en bij de opgehoogde ambitie van het rijk. Deze gesprekken zijn gevoerd in bestuurlijke oploopjes, ambtelijke meedenkgroepen en in de commissie EKEM. Uit deze gesprekken kwamen een aantal aandachtspunten naar voren: ▪ Werken vanuit vertrouwen bij uitvoering door gemeenten; ▪ Wees voorspelbaar richting burgers, houd koers op 2050; ▪ Rechtvaardigheid: eerlijke verdeling van baten en lasten; ▪ Handelingsperspectief en instrumentarium voor gemeenten. We hebben getracht deze aandachtspunten te verwerken in het hierna volgende voorstel voor geactualiseerde randvoorwaarden. Vervolgproces De komende tijd spreken wij met de leden over de door dit kabinet voorgestelde maatregelen. Hierbij zullen we ons ook oriënteren op wat er mogelijk is in de gesprekken met het volgende kabinet over de klimaatambities. Met de leden bekijken wij welke bijdrage gemeenten op zich kunnen nemen binnen de scope van de geactualiseerde randvoorwaarden.
3
Voorstel actualisering randvoorwaarden Klimaatakkoord Behoefte aan aangescherpte randvoorwaarden De randvoorwaarden die in 2018 door de ALV zijn vastgesteld blijven relevant. Tegelijkertijd komt uit gesprekken met de leden de behoefte naar voren deze randvoorwaarden te actualiseren. Op basis van de ze gesprekken stellen wij vier geactualiseerde randvoorwaarden. Per randvoorwaarde lichten we de strekking toe en leggen we uit waarom een actualisatie noodzakelijk is. 1. Het speelveld en uitvoeringskracht gemeenten op orde De randvoorwaarden uit 2018 stonden specifiek stil bij de uitvoering door gemeenten. Om de slagkracht te vergroten moesten de uitvoeringslasten vergoed worden en moesten gemeenten de bevoegdheden krijgen waarmee ze hun taken konden uitvoeren (specifiek in de gebouwde omgeving). Dit blijven belangrijke elementen: Een tijdige vergoeding van de lasten en de bevoegdheden op orde. Maar inmiddels zien we dat er meer nodig is. Gemeenten hebben handelingsperspectief en instrumentarium nodig, de economische (arbeidsmarkt), juridische (soortenbescherming, stikstof) en fysieke (voldoende ruimte en netcapaciteit) voorwaarden moeten ook op orde zijn. Energietransitie is een systeemverandering. Dat betekent dat het speelveld, dus wet en regelgeving, financiële prikkels, verdienmodellen, uitvoerende partijen etc. zich moeten omvormen naar het toekomstige energiesysteem.
Denk aan het faciliteren van decentraal energieaanbod en het koppelen van de energievraag daaraan of de uitwisseling tussen verschillende vormen van energie. Deze elementen voegen we toe aan de eerdere randvoorwaarde. Hierin ligt ook een eigen verantwoordelijkheid van gemeenten om zelf de uitvoering zo te organiseren dat deze efficiënt en doelmatig is. Dat vraagt ook om bijvoorbeeld meer samenwerking en werkstandaarden. 2. Haalbaar, betaalbaar én rechtvaardig voor de samenleving In 2018 stelde de ALV als randvoorwaarde bij het Klimaatakkoord dat de energietransitie haalbaar en betaalbaar moet zijn voor de samenleving. Dit creëert draagvlak en acceptatie en is daarmee cruciaal voor het tempo waarmee gemeenten aan de slag kunnen met de uitvoering van de energietransitie. Inmiddels verschuiven we steeds meer van het afstemmen van de afspraken in het Klimaatakkoord, naar de uitvoering van die afspraken. ‘Haalbaar en betaalbaar’ is daarmee nog relevanter geworden. Daarnaast zien we dat het element van ‘rechtvaardigheid’ in de verhouding tussen overheden en burger door verschillende maatschappelijke ontwikkelingen steeds belangrijker is geworden. Niet voor niets noemt de WRR rechtvaardigheid een belangrijke pijler van het klimaatbeleid1. Vandaar dat we ‘rechtvaardigheid’ toevoegen aan de eerdere randvoorwaarde.
Rechtvaardigheid heeft onder andere betrekking op een eerlijke verdeling van baten en lasten (bijv. tussen stad en platteland, tussen inwoners en bedrijfsleven, en tussen grote industrieclusters en MKB) en op rechtvaardige procedures. Met het borgen van haalbaarheid, betaalbaarheid en rechtvaardigheid zorgen we ervoor dat iedereen mee kan doen met de energietransitie. 3. We doen het samen en in vertrouwen De samenwerking met het rijk de afgelopen vijf jaren was vaak positief, maar soms ook moeizaam. We voelden ons niet altijd even goed gesteund op politiek niveau in de opgaven waar gemeenten voor 1
WRR (2023): Rechtvaardigheid in klimaatbeleid 4
staan. De problemen waar gemeenten tegenaan lopen worden soms traag onderkend, terwijl snelle oplossingen noodzakelijk zijn. Exemplarisch is de overdaad aan subsidieregelingen en SPUK’s die door het rijk is gelanceerd, met elk hun eigen eisen en verplichtingen. Dat maakt het werk niet overzichtelijker. Bovendien leidt het tot veel extra verantwoordingslast. Daarom willen we in het gesprek met het rijk nadrukkelijk ook de onderlinge relatie benoemen. We werken gelijkwaardig samen met het rijk, provincies en waterschappen als één overheid met een coherent verhaal voor de samenleving. We werken vanuit vertrouwen bij uitvoering door gemeenten en vertrouwen op de deskundigheid en ervaring van gemeenten. We verwachten samenhangend beleid. 4. Houd koers richting 2050 De energietransitie neemt decennia. Dat vraag om consistent beleid over de jaren en kabinetsperiodes heen. Dat begint met het Klimaatakkoord onverkort uit te voeren. Zo blijven de klimaatdoelen voor 2030 binnen bereik. Daarvoor is consequent, voorspelbaar en koersvast beleid nodig waarbij de bevoegdheden voor gemeenten op orde zijn, maar ook de uitvoeringslasten structureel vergoed worden. Dat helpt gemeenten om samen met burgers en andere overheden en partners stappen te zetten richting de klimaatdoelen. Dit is deels ook opgenomen in de randvoorwaarden uit 2018. Echter, de doelen stoppen niet in 2030.
We moeten ook voorbij 2030 kijken naar 2050 en inventariseren wat we richting 2030 nodig hebben om daar te komen.
5
Resolutie
Formerende partijen, gebruik de kracht van lokaal bestuur! Inleiding Als gemeenten zijn wij onderdeel van de oplossingen voor de grote maatschappelijke vraagstukken. Wij staan dicht bij onze inwoner: we betrekken hen bij totstandkoming van nieuw beleid en uitvoering. Wij geven de overheid een persoonlijk gezicht in het contact met onze inwoners en geven inzicht in de noodzaak van sommige keuzes, ook als die soms pijnlijk zijn. Tegelijkertijd zijn we wendbaar en flexibel, herkenbaar en laagdrempelig. Dit stelt ons in staat om kleinschalige oplossingen te vinden voor levensgrote problemen. Problemen die van plek tot plek en van regio tot regio kunnen verschillen en dus om eigen oplossingen vragen. Gemeenten willen met het nieuwe kabinet een agenda maken die gericht is op de aanpak van de grote maatschappelijke vraagstukken. Voor een goede samenwerking tussen het rijk en gemeenten moet de interbestuurlijke verhouding worden versterkt en de financiële verhoudingen weer in balans gebracht. Dit vraagt om erkenning vanuit het rijk voor de financiële positie van gemeenten. We brengen scherp op het netvlies dat gemeenten alleen met een goede (financiële) uitgangspositie bij kunnen dragen aan het oplossen van grote maatschappelijke problemen. Dit is de weg naar een constructieve samenwerking gebaseerd op onderling vertrouwen en respect voor elkaars positie en verantwoordelijkheden.
De volgende resolutie maakt dit concreet.
Constaterende dat: Gemeenten bijdragen aan het oplossen van de grote problemen in onze samenleving. Elke dag zien en horen gemeentebestuurders de zorgen over bestaanszekerheid, kansengelijkheid, de toekomst van de zorg, woningbouw & de inrichting van Nederland, klimaat & energie, en asiel & migratie in de samenleving. Wij kunnen en willen hier daadkrachtig en voortvarend mee aan de slag gaan door het initiatief te nemen. Door onze nek uit te steken en een stap naar voren te zetten. Voor onze inwoners en met andere partijen.
1. Bestaanszekerheid We zien dat steeds meer inwoners moeite hebben om rond te komen. Het is onze taak als gemeenten om deze inwoners zekerheden te bieden in een onzekere wereld. We willen ons richten op maatwerk in bijzondere situaties. Daarvoor moet de landelijke basis op orde zijn en moet er een goede balans zijn tussen rijk en gemeenten. Om een menswaardig bestaan veilig te stellen, moeten er politiek fundamentele keuzes worden gemaakt. Basisvoorzieningen als zorg, onderwijs, wonen en kinderopvang moeten toegankelijk en betaalbaar zijn. Bijvoorbeeld door het verhogen van het sociaal minimum, en het vereenvoudigen en herzien van het (belasting- en toeslagen)stelsel en structurele bestaans zekerheid bieden aan mensen in een aangepaste werkomgeving. 2. Kansengelijkheid (jeugd en onderwijs) We willen de meest kwetsbare gezinnen kunnen blijven helpen. Met de Hervormingsagenda Jeugd en het toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming worden goede stappen gezet richting kansengelijkheid. Voor de continuïteit van de jeugdhulp is financiële zekerheid nodig vanaf 2026. Ook is op korte termijn inzicht nodig over hoe de inperking van de reikwijdte in de wet op jeugdhulp eruit gaat zien. Daarnaast vragen we om onderwijshuis vesting als topprioriteit te benoemen: er liggen diverse rapporten die klip-en-klaar zijn over het belang hiervan voor de kansen van alle jongeren. 3.
Toekomst van de zorg Om het zorgstelsel toekomstbestendig te maken, moeten nu keuzes gemaakt worden die in brede zin bijdragen aan gezond leven en ouder worden. We willen met het rijk in een gezamenlijke agenda toewerken naar een passend kader voor de Wmo, als fundament van een houdbaar zorgstelsel. Daarbij horen instrumenten die gemeenten helpen om vanuit verschillende domeinen samen te werken en te sturen op woningbouwprogrammering. Zo kan de overheid daadwerkelijk voorzien in huisvestings mogelijkheden van aandachtsgroepen. Ook pleiten wij voor structurele middelen voor versterking van preventie, publieke gezondheid en een sociale basis.
4. Asiel en migratie Gemeenten kunnen een bijdrage leveren aan een flexibel en effectief opvang- en migratiesysteem. Betrouwbaar rijksbeleid gericht op de lange termijn, wetgeving waarin de taken van gemeenten zijn vastgelegd, en voldoende middelen en capaciteit in de hele keten zijn daarvoor randvoorwaardelijk. Zo komen we tot een migratiesysteem dat kan rekenen op draagvlak in wijken, dorpen en steden, menswaardig is en zorgt voor goede integratie van nieuwkomers. Een systeem waarbij de basisvoorwaarden weer op orde zijn. 5. Klimaat en energie In de uitvoering van het klimaatakkoord is samenwerking tussen gemeenten, rijk, provincies en waterschappen niet alleen kansrijk, maar ook noodzakelijk. Gemeenten nemen hun verantwoordelijkheid en gaan voorop in de uitvoering van de maatregelen uit het klimaatakkoord. Daarbij moeten we steeds oog houden voor haalbaarheid en betaalbaarheid van deze ambitieuze doelen met een duidelijke en hanteerbare boodschap voor onze inwoners. Koersvast met een blik die verder richt dan 2030, maar kijkt naar de klimaatdoelen van 2050. 6. Woningbouw en inrichting Nederland Gemeenten realiseren vanuit de visie voor een gebied of wijk nieuwe woningen, zorgen voor bereikbaarheid, het behoud en uitbreiden van natuur, het vinden van een plekje voor bedrijven en ondernemers. De fysieke ruimte in Nederland is schaars en de opgaven zijn groot.
Overal verdienen mensen kansen en willen ze gezond oud worden; daarvoor is ruimte nodig waarover we in goed samenspel tussen overheden moeten keuzes maken. We vragen het rijk om: te investeren in de versterking en verbetering van de hoofdstructuren, de noodzakelijke keuzes te maken op hoofdlijnen en hoofdstructuren en ervoor te zorgen dat de consequenties van deze keuzes te dragen zijn. Zodat gemeenten in staat zijn om de leefomgeving te verbeteren en noodzakelijke transities vorm te geven.
Spreek uit dat … daarvoor een goede uitgangspositie nodig is! Wij staan klaar om onze bijdrage te leveren aan deze en andere maatschappelijke thema’s. Dat doen we met onze partners in wijken, vanuit de leefwereld van onze inwoners. Daarvoor hebben we wel een goede uitgangspositie nodig. We moeten als gelijkwaardige partners met elkaar optrekken. Daar hoort ook een goede financiële uitgangspositie bij. En omdat er in het hele land schaarste is aan personeel, worden uitvoerbaarheid en digitalisering steeds belangrijker. Door keuzes tijdens de vorige formatie is de samenwerking verlamd geraakt en heeft het onderling vertrouwen een knauw gehad. Het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen van 21 november jl. hebben wij ervaren als een nieuw begin om de interbestuurlijke verhoudingen te verbeteren en een eerste stap richting een betere financiële balans tussen rijk en gemeenten. En willen daar in de komende maanden graag verdere stappen in zetten, die ook echt leiden tot verbetering in de positie van gemeenten. Wij hechten veel belang aan dit eerste herstel van vertrouwen en zijn gemotiveerd hierin verder te investeren. We geven een aantal punten mee die nodig zijn om ons een goede basis te geven voor onze bijdrage aan de opgaven van deze tijd:
1. Afschaffen van de opschalingskorting
gemeenten en provincies niet akkoord zijn gegaan.
We zien inmiddels brede steun in het parlement
Hoewel deze systematiek stabiliteit kan brengen,
ontstaan voor onze vurige wens om de
schiet ze tekort om de groei van de uitgaven voor
opschalingskorting af te schaffen. Inmiddels is breed
zorgkosten van gemeenten en beheer en onderhoud
erkend dat deze korting geen onderbouwing kent.
van infrastructuur, OV en natuurbeheer van
Terugdraaien van deze korting verkleint het gat voor
provincies op te vangen. Die kosten stijgen namelijk
gemeenten in 2026 met € 675 miljoen.
harder dan het gemiddelde BBP. Daarnaast leidt de nieuwe berekeningswijze tot schommelingen met
2. Herstel van het accres vanaf 2026
een éxtra nadeel. De systematiek moet daarom
Gemeenten zijn gemiddeld voor 57% van hun
aangepast worden om te voorkomen dat er een
inkomsten afhankelijk van het gemeentefonds, maar
jaarlijks groeiend tekort ontstaat en op instemming
voor sommige gemeenten is dat zelfs meer dan 80%.
kunnen rekenen van alle overheden, niet alleen het
Kabinet Rutte IV heeft eenzijdig een nieuwe
Rijk.
financieringssystematiek aangekondigd. Vooruitlopend daarop is het gemeentefonds gekort
4. In balans brengen van taken en middelen
met ongeveer € 2,2 miljard. De aangekondigde
Gemeentebegrotingen kijken vier jaar vooruit.
nieuwe financieringssystematiek is er niet gekomen,
Vanwege het financiële gat in 2026 en verder kunnen
maar de korting blijft wel staan. Ook deze korting
zij nu veel beperkter structurele uitgaven plannen. Er
heeft geen enkele onderbouwing. Een volgend
kan bijvoorbeeld geen vast personeel worden
kabinet moet zich rekenschap geven van het feit dat
aangenomen voor structurele taken. Gemeenten
deze korting reële gevolgen gaat hebben:
starten begin 2024 met het opstellen van hun
investeringen worden uitgesteld of geannuleerd en
meerjarenbegroting 2025-2028. Het is dan noodzaak
er zal bezuinigd moeten worden op de uitvoering
om gezamenlijk te kijken welke taken nog binnen de
van vrijwel alle gemeentelijke taken als deze korting
beschikbare middelen en op welke wijze kunnen
niet wordt hersteld.
worden uitgevoerd. Of we moeten noodgedwongen bezuinigingen in gang gaan zetten op woningbouw,
3. Indexering van de fondsen passend bij stijgende
zorg, beheer en onderhoud en andere belangrijke
kosten op wettelijke (zorg)taken
zaken. Het BMC-rapport en het advies van de
Bij de Voorjaarsnota 2023 is eenzijdig een nieuwe
Taskforce Taken en Middelen o.l.v. Alexander
normeringssystematiek gepresenteerd: het rijk wil
Rinnooy Kan geven aan op welke terreinen dit zijn
voortaan het accres koppelen aan de gemiddelde
weerslag heeft.
groei van het BBP over de afgelopen 8 jaar – een
Het corrigeren van de ingrepen op het gemeente
percentage van ongeveer 1,6% - 1,8%. Er ligt nu een
fonds en de normering daarvan moet met voorrang
systematiek voor waarover door de Tweede Kamer
gebeuren. Dit is noodzakelijk om de basis op orde te
nooit inhoudelijk is gedebatteerd en waarmee
brengen. Daarnaast moeten we ook het gesprek
blijven voeren over bestaande tekorten op huidige
7. Versterking partnerschap
taken. Te denken valt bijvoorbeeld aan onderwijs
We werken aan oplossingen die werken in onze
huisvesting en de uitvoering van de participatiewet.
buurten, wijken en gebieden. Oplossingen die
Bij deze gesprekken moeten ook aspecten als de
uitlegbaar zijn aan onze inwoners en die uitvoerbaar
arbeidsmarktkrapte betrokken worden.
voor onze organisaties. We brengen daarom graag onze praktijkkennis vanaf de start in. We vragen om
5. Meer algemene en minder specifieke uitkeringen
in de interbestuurlijke verhouding meer zekerheden
Gemeenten hebben op dit moment te maken met
in te bouwen dat nieuwe plannen ook uitvoerbaar en
veel specifieke uitkeringen. Dit beperkt de
effectief zijn. De Code interbestuurlijke
beleidsvrijheid van gemeenten en geeft veel
verhoudingen en de Uitvoerbaarheidstoets
administratieve lasten. De VNG roept een nieuw
decentrale overheden zijn daarin onmisbaar, evenals
kabinet dan ook op om de algemene uitkeringen
een uitvoeringstoets door de VNG en gemeenten
weer met enthousiasme te benutten om gemeenten
zelf. Daarmee zijn we er nog niet: professionals, data
te bekostigen.
en ICT, en geld zijn komende jaren schaars(er) in beschikbaarheid of aanpassingsvermogen. Maak
6. Geen aanvullende bezuinigingen
samen met ons heldere keuzes waar gemeenten
Gelet op de grote maatschappelijke opgaven waar
écht het verschil kunnen maken en welke taken beter
gemeenten een rol in spelen en de huidige toestand
centraal uitgevoerd kunnen worden – en stel hen
van de gemeentefinanciën, achten wij het
hier ook toe in staat. Kijk ook waar vereenvoudiging
vanzelfsprekend dat er geen enkele ruimte is voor
mogelijk is, voor onze inwoners en onze mensen in
extra of aanvullende bezuinigingen. Dit zou de
de uitvoering.
goede uitgangspositie van gemeenten tenietdoen.
Alleen samen komen we uit de crisisstand en gaan we naar lange termijn oplossingen. Alleen samen kunnen wij een slagvaardige overheid zijn, die doet wat het belooft en waar de burger op vertrouwt.
Verzoekt de leden: in te stemmen met de kaders voor de inzet kabinetsformatie Het bestuur vraagt u om in te stemmen met de bovenstaande kaders voor onze inzet bij de kabinetsformatie en om het bestuur de opdracht te geven om met het nieuwe kabinet – en bij voorkeur met het IPO en de Unie van Waterschappen: • Te komen tot een bestuursakkoord over de gezamenlijke opgave voor in ieder geval de volgende de maatschappelijke vraagstukken • Bestaanszekerheid • Kansengelijkheid • Toekomst van de zorg, • Asiel en migratie • Klimaat en energie en • Woningbouw en de inrichting van Nederland; • Als voorwaarde aan het bestuursakkoord te stellen dat de opschalingskorting wordt afgeschaft en dat er overeenstemming komt over herstel van het gemeentefonds inclusief een oplossing voor de accreskorting en een nieuwe, duurzaam toereikende wijze van indexeren; • Naast geld, de aanpak van die opgaves ook nadrukkelijk te verbinden aan het thema vertrouwen in de overheid, en in dat kader te komen tot afspraken die de kracht van het lokaal bestuur bevorderen en bijdragen aan betere interbestuurlijke samenwerking. • De uitvoerbaarheid van de afspraken in het bestuursakkoord te toetsen als het gaat om menskracht, planning, wetgeving en financiën en alleen in te stemmen met haalbare voorstellen.