13 RV RB Wijziging GR Regionale Ambulancevoorziening Midden-West-Noord-Brabant
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Raadsvergadering 13 december 2023
Agendanummer 00
Commissievergadering MA 28 november 2023
Agendanummer 13
Wijziging gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulancevoorziening Midden-WestNoord-Brabant Voorstel: 1. Kennis te nemen van de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulancevoorziening Midden-West-Noord-Brabant. 2. Een zienswijze in te dienen bij het college. Samenvatting: Op 1 juli 2022 is de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen in werking getreden. Dit maakt aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Ambulancevoorziening Midden-WestNoord-Brabant (GR RAV MWN) noodzakelijk. Dit moet voor 1 juli 2024 gebeuren. Met de wijziging krijgt de gemeenteraad meer invloed op het functioneren en de besluitvorming van een gemeenschappelijke regeling. Door de RAV MWN is een ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling voorgelegd. Het Algemeen Bestuur van de RAV heeft op 5 juli 2023 ingestemd met de ontwerpwijziging. Op 28 september 2023 heeft de RAV het voorstel tot wijziging van de GR RAV aangeboden aan de deelnemende gemeenten voor het naar voren brengen van een zienswijze. Dit is conform de afspraak dat de voorgestelde wijziging voor 1 oktober wordt voorgelegd. Omdat de GR RAV is vastgesteld door zowel college als gemeenteraad, kunnen beide hun zienswijze naar voren brengen.
Motivering: Vanwege de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen is aanpassing van de GR RAV MiddenWest-Noord-Brabant nodig De voorgestelde wijzigingen geven de raad meer sturingsmogelijkheden, waardoor de democratische legitimatie wordt versterkt. De raad krijgt meer mogelijkheden om invloed uit te oefenen op bepaalde besluitvormingstrajecten en op de wijze waarop de bestuurlijke bevoegdheden worden gebruikt. Daarmee wordt de kaderstellende en controlerende rol van de raad versterkt. Onderstaande worden de wijzigingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen benoemd en hoe deze in de ontwerpwijziging van de GR RAV zijn verwerkt. Het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie Artikel 24a Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat het AB op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk een gemeenschappelijke adviescommissie instelt. Het AB stelt voor om geen gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen. Dit vanwege de taak en wijze van financiering van de GR RAV: Zeggenschap over beleid en financiering is belegd bij respectievelijk de minister van VWS en de zorgverzekeraars.
2
Invulling geven aan de actieve informatieplicht In artikel 15, lid 7 is de actieve informatieplicht toegevoegd: het DB van de RAV informeert de raad over besluiten van het algemeen bestuur van de RAV en over belangrijke ontwikkelingen. Invulling geven aan de participatie van ingezetenen en belanghebbenden Artikel 15, lid 9 en 10 is toegevoegd, waarin participatie van ingezetenen en belanghebbenden wordt geregeld. Aanwijzen van besluiten waarvoor een zienswijzeprocedure geldt Artikel 19, lid 4 is toegevoegd: het AB kan besluiten om ook bij andere onderwerpen (dan begroting en meerjarenraming) de raden in de gelegenheid te stellen om hun zienswijze kenbaar te maken. Overigens stelt het AB voor om voor de kaderbrief geen zienswijze te vragen, omdat dat tijdtechnisch onmogelijk is. Veranderende termijnen in de P&C-cyclus De uiterste datum voor het toesturen van de ontwerpbegroting naar de gemeente wordt van 15 april naar 5 april verplaatst (artikel 19 lid 3). Evaluatie van de regeling Artikel 22 is toegevoegd: het algemeen bestuur evalueert het functioneren van de regeling en betrekt raden bij de evaluatie. Opstellen uittredingsvoorwaarden De uittredingsvoorwaarden zijn al opgenomen in de huidige GR (artikel 23). Het AB stelt voor deze niet te wijzigen. Reactie van het college Het college plaatst een aantal kanttekeningen bij de wijzigingsvoorstellen. Deze zijn bijgevoegd.
Middelen: Wijziging van de gemeenschappelijke regeling heeft geen financiële gevolgen. Vervolg: De nieuwe Wgr ziet er op toe dat het DB van de GR eerst zienswijzen ophaalt bij de deelnemende gemeenten, deze vervolgens verwerkt in een definitief ontwerp en dat voor toestemming voorlegt aan de (raden en colleges) van de deelnemende gemeenten. Onderstaand de procedure: De gemeenteraad behandelt alle voorstellen tot wijziging van de GR-en in de vergadering van 13 december 2023. Het college van B&W maakt haar reactie en de eventuele zienswijze van de gemeenteraad uiterlijk 31 december kenbaar aan de GR RAV Midden-West-Noord-Brabant. Uiterlijk 1 maart 2024 worden op basis van de ontvangen zienswijzen de (indien nodig) aangepaste regelingen ter vaststelling aangeboden aan de gemeente. 15 mei 2024 neemt de raad hierover een besluit.
3
Rucphen, 7 november 2023 Burgemeester en wethouders van Rucphen,
de secretaris,
de burgemeester,
Drs. T. Kemper
mr. M. van der Meer Mohr
Bijlage(n): a. Conceptbesluit Ter inzage voor raadsleden: b. De ontwerp gewijzigde gemeenschappelijke regeling RAV Midden-West-Noord-Brabant c. Toelichting op de gewijzigde regeling d. Zienswijze van het college bij gewijzigde regeling e. Memo met beoordeling door regionale ambtelijke werkgroep
RAADSBESLUIT Wijziging gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulancevoorziening MiddenWest-Noord-Brabant 13 december 2023
De raad van de gemeente Rucphen, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 november 2023, overwegende dat op 1 juli 2022 de Wet gemeenschappelijke regelingen is gewijzigd, gehoord de commissie Algemeen Bestuur en Middelen op 28 november 2023, besluit: 1. Kennis te nemen van de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulancevoorziening Midden-West-Noord-Brabant. 2. Uw raad in het kader van de zienswijzeprocedure de mogelijkheid te geven eventuele wensen en bedenkingen aan te geven en daarbij de kanttekeningen van het college ten aanzien van de ontwerpregeling te betrekken.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Rucphen in zijn openbare vergadering van 13 december 2023, de griffier,
de voorzitter,
J.J.H. Lahaije.
mr. M. van der Meer Mohr.