CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

12k Positionpapers Brabantse verstedelijkingsbeleid

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 6 maart 2024, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel RWB Strategisch Agenda en Concept Actieprogramma 2024-202810.841 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

21

De relatie (sub)regio – gemeente Middle-up-down

Ruimtelijke kwaliteit wordt steeds meer bepaald op het niveau van de regio. Gemeenten kunnen niet meer als gesloten cel functioneren. Er zijn op regionaal niveau kwaliteitsdefinities nodig. Als de plannen in een (sub)regio op tafel komen, dan kan het gesprek gaan over of die plannen leiden tot de gewenste kwaliteit.

Gemeenten staan voor de taak om stedelijke gebieden op een andere wijze te ontwikkelen. Niet meer altijd in de rol van actieve locatiemanager, die locaties kan inzetten in de concurrentie tussen steden, maar meer dienstverlenend en faciliterend. Op zoek naar een ontwikkelingsstrategie waarin gebruikers (zoals bewoners, bedrijven, verhuurders) een grotere rol spelen. Deze gebruikers hebben een ander businessmodel dan projectontwikkelaars, die vooral bij oplevering moesten verdienen (De ruimtelijke metamorfose van Nederland, Ries van der Wouden). Op verschillende plekken wordt daarmee al geëxperimenteerd. In plaats van bestuurders en ontwikkelaars die top-down ontwikkelen, zien we een beweging ‘middle-up-down’, waarin deze gevestigde orde samenwerkt met bewoners, bedrijven, verhuurders of andere partijen (stadlabs). De provincie kan deze twee werelden helpen met elkaar te schakelen. De overheid hoeft niet meer alles te bedenken, maar kan kiezen voor maatwerk: kleine ingrepen, bijsturen op grond van effecten. Geen grootschalige ontwikkelings- of sloopopgaven meer maar veel voorzichtiger opereren met behoud van de sociale en ruimtelijke structuur.

Het gebouw- en wijkniveau Vermenging van functies op het schaalniveau van gebouw, wijk (en stad) wordt steeds interessanter voor dynamiek en innovatie10. De behoefte aan ontmoetingsplekken neemt toe, meer dan de behoefte aan een eigen kantoor: ‘de oude economie wil nieuwe gebouwen, de nieuwe economie wil oude gebouwen’. (Joks Janssen). Er ontstaat ruimte voor experimenten, tijdelijke functies en broedplaatsen, voor geleidelijke invulling en transformatie (organische stedelijke ontwikkeling). Een mooi voorbeeld van die nieuwe beweging is de spoorzone Tilburg: uitgaan van de bestaande bebouwing en structuur, geleidelijke transformatie, onaf, geen totaalplan, slechts enkele ingrepen. Een mooi voorbeeld van de reguliere aanpak is het Paleiskwartier in ‘s-Hertogenbosch: slopen van oude bebouwing en een nieuw stedenbouwkundig plan met hoogwaardige architectuur en inrichting van de openbare ruimte, waarvan de ontwikkeling twintig jaar geleden is ingezet. Het is steeds meer geaccepteerd dat een stedelijke omgeving niet in één keer af is. De cultuurhistorische identiteit van een plek wordt steeds belangrijker. Het onderscheidend vermogen van plekken ten opzichte van elkaar (de plaatswaarde) is cruciaal voor de ontwikkelingspotenties. Het is belangrijk dat de herontwikkeling niet tegen ongewenste beleidsobstakels aanloopt.

Beleid moet de cultuurhistorie van Brabant niet tot op elk detail beschermen, maar om de essentie te

4. De opgave voor ruimtelijke kwaliteit verandert De nieuwe dynamiek in het stedelijk gebied heeft als gevolg dat het begrip ‘ruimtelijke kwaliteit’ verandert. De veranderingen spelen op alle schaalniveaus:

De relatie Brabant – Metropoolregio Brabant staat voor de opgave te benoemen hoe zij haar unieke kwaliteiten opzichte van omliggende (metropolitane) gebieden gaat ontwikkelen.

10

Een mooi voorbeeld van combinatie van wonen en werken op het niveau van het gebouw en buurt is Strijp-S in Eindhoven, maar ook de Zuidas te Amsterdam. 22

respecteren en te koesteren en de samenhang als uitgangspunt te nemen (Arno van de Hurk).

in relatie tot de programma’s voor wonen, werken, voorzieningen, energietransitie, water, klimaatopgave ed. b) Het overleg dat de provincie voert (o.a. RRO’s, streeknetwerken) wordt een integraal (sub)regionaal overleg dat gericht is op het samen benoemen van de (transformatie)opgaven in het daily urban system van de (sub)regio. c) Onderdeel van de samenwerking wordt een strategisch woonoverleg van gemeenten, corporaties, bouwers en projectontwikkelaars. Samen brengen ze de problematiek op de woningmarkt in kaart, in relatie tot de transitieopgaven binnen het stedelijk gebied. En samen maken ze afspraken over wat zij hieraan gaan doen. d) We stimuleren de overgang naar circulaire stromen van bouwgrondstoffen. Daarvoor ontwikkelen we kennis, en leren we van goede voorbeelden, binnen en buiten Brabant.

5. Een circulair stedelijk systeem: uitgangspunten en kernopgaven De analyse van deze tweede positionpaper leidt tot het volgende uitgangspunt en de bijbehorende kernopgaven voor het omgevingsbeleid van de provincie Brabant: Uitgangspunt

Strak sturen én ruimte geven betekent samenwerken en keuzes maken. We ontwikkelen duidelijke kaders om de transformatie van het stedelijk gebied van de Brabantse steden en dorpen te ondersteunen. Daarnaast gaan we experimenteren en samenwerken met de stakeholders in concrete gebieden, vanuit kwaliteitsopgaven (pilots, labs). We zoeken verbinding met partijen waar dynamiek en investeringsbereidheid aanwezig is.

2. Op het niveau van het bebouwd/stedelijk gebied: transformatie en vernieuwing

a) We zorgen voor actuele kennis over de leegstand binnen Brabant. Daaraan koppelen we visie en beleid gericht op de verduurzaming van de Brabantse vastgoedmarkt, het continueren van het economisch succes van Brabant en het waarborgen van de basiskwaliteit van die delen van Brabant waar de leegstandsproblematiek het grootst is. b) We zetten in op programmeringsafspraken voor de realisatie van de transformatieopgaven. Die afspraken houden in dat we alleen voorraad toevoegen als we plannen schrappen die niet goed passen bij de beoogde kwaliteit, als we afspraken hebben over aanpak van overmatige leegstand of als we financiering regelen voor sloop of herbestemming. We werken met duurzame bouwconcepten.

De kernopgaven

De kernopgave is de transitie van een beleid gericht op het beheersen van de stedelijke groei, naar een beleid gericht op het in gang zetten van transformatieprocessen en een meer circulaire aanpak. Deze opgave speelt op het schaalniveau van de regio, het bebouwd gebied van de steden en dorpen zelf én op het niveau van het project/het gebouw. 1. Op regionaal niveau: werken aan de circulaire opgaven

a) De wisselwerking tussen stad en ommeland wordt de basis voor gebiedsontwikkeling. Dit betekent dat we de kernwaarden en stromen binnen het gebied in beeld brengen en een gezamenlijke stip op de horizon ontwikkelen: één visie op de aanpak van die transitieopgaven,

c) We ontwikkelen een strategie voor transformatie vanuit het principe: ‘middle-up-down’. Dat betekent vaak: niet beginnen met het maken

23

van een plan, maar kijken naar de initiatieven in het gebied en die partijen bij elkaar brengen. d) We hebben aandacht voor ‘de verhalen over het gebied’, de identiteit: die zijn vaak uitgangspunt voor transformatie. e) De provincie onderzoekt samen met andere partners (gemeenten, beleggers en ontwikkelaars) de inzet van financiële arrangementen om herbestemming en sloop mogelijk te maken. Denk aan financiële of slooparrangementen, erfpachtconstructies, stedelijke herverkaveling, regionale grondbanken, sloopstimuleringsfondsen, planschaderisicofondsen en dergelijke. f) Het beleid voor vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen verbreden we samen met de regio’s van een beleid gericht op herbestemming, naar een beleid gericht op sloop en herschikking van functies en vernieuwing in het landelijk gebied.

24

Bijlage 1 Het netwerk

Brabant Eltjo Kugel

Marnic Aarts Niek Bargeman

provincie Noord-Brabant

beleidsmedewerker Economie Anne van Kuijk

senior beleidsmedewerker Wonen,

Marcel Brok

stedenbouwkundige Urhahn en

Tom de Laat

directeur Stadsbeleid gemeente Oss

onderzoeker/docent TU Eindhoven

Erik van Merrienboer

gedeputeerde Ruimte en Financiën, provincie Noord-Brabant

ruimtelijk strateeg, provincie NoordHans Mommaas

Brabant René Cimmermans

Charlotte Dilissen

directeur Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag

projectleider Provinciaal Omgevingsplan, Vester Munnecom

provincie Limburg Erwin Dacier

provinciaal adviseur Ruimtelijke kwaliteit, provincie Noord-Brabant

provincie Noord-Brabant Ad de Bont

provinciaal adviseur Ruimtelijke Kwaliteit,

beleidsmedewerker Werklocaties, provincie Noord-Brabant

ruimtelijk strateeg, provincie NoordBrabant

Jeroen Niemans

Platform 31, Manifest Jaar van de Ruimte

procesmanager OV-netwerk Brabant(stad)

Cees Jan Pen

lector vastgoed Fontys Hogeschool Eindhoven

, provincie Noord-Brabant strateeg EZ, provincie Noord-Brabant

Kees Peters

Strateeg gemeente Cuijk

Peter van Geffen

directeur Stec-groep

Dieuwke Piebenga

strateeg Smart and Green Mobility,

Willem van Hal

Strateeg Gemeente Helmond

Arno van de Hurk

projectleider Cultuurhistorisch erfgoed,

Sjoerd van Dommelen

provincie Noord-Brabant Miranda Reitsma

Joks Janssen

Jolanda Schneider

directeur Brabant-Kennis & hoogleraar

Ludger Schrauwen

Wageningen Universiteit

Erwin van der Krabben

project- en programmamanager, provincie Noord-Brabant

Ruimtelijke planning en erfgoed Michiel Koetsier

Zelfstandig adviseur Ruimtelijke kwaliteit, Zaandam

provincie Noord-Brabant

programmacoördinator

projectleider Omgevingsvisie, provincie

Netwerkprogramma BrabantStad,

Gelderland

provincie Noord-Brabant Mark Spanjers

hoogleraar Vastgoed- en

senior beleidsmedewerker Werklocaties, provincie Noord-Brabant

locatieontwikkeling Radboud Universiteit Pieter Tordoir

Nijmegen

hoogleraar Economische geografie en

Maurits Kreijveld

onderzoeker en futuroloog

planologie aan de Universiteit van

Ingrid van Lankvelt

Planoloog gemeente Uden

Amsterdam en wetenschappelijk directeur

Jeroen Kroonen

projectleider Energie, provincie Noord-

Telos

25

Joep van de Ven

programmamanager Gebiedsgericht werken, provincie Noord-Brabant

Marco Vermeulen

architect en stedenbouwkundige, directeur Studio Marco Vermeulen, Rotterdam

Natasja Wijnen

programmamanager BrabantStad, provincie Noord-Brabant

Ries van der Wouden

hoofd sector Ruimtelijke Ordening en Leefomgevingskwaliteit van het Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag

Terry de Zoete

programmamanager Agrofood, provincie Noord-Brabant

26

Bijlage 2

Lekkerkerker, J. 2015. Midsize Brabant, verkenning van de toekomst voor Brabantse middelgrote steden, Brabantkennis en Ruimtevolk, Lecturis Eindhoven.

Literatuurlijst

Bakker, J.H. e.a. 2015. Filosofen agenderen de stad, platform 31/Ministerie van Binnenlandse zaken

Lekkerkerker, J. 2016. Midsize NL, Het toekomstperspectief van de Middelgrote stad. Platform 31 en Ruimtevolk

Buck Consultantse International 2015. Ruimtelijk-economische

ontwikkelstrategie (REOS): naar een concreet handelingsperspectief. Buck

Marlet, G. en van Woerkens C., 2014 De nieuwe gemeentekaart, Atlas voor gemeenten

i.o.v. Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Nijmegen Gemeente Tilburg, 2015. Omgevingsvisie Tilburg 2040, Tilburg

Meulenkamp. M., 2015. Masterthesis real Estate, nieuwe regelingen om

sloop van vrijkomende agrarische stallen en schuren in Noordoost-Twente te stimuleren. TIAS Utrecht

Gies, T.J.A. e.a. 2016. Leegstand agrarisch vastgoed Noord-Brabant,

aard omvang en oplossingsrichtingen van huidige en toekomstige leegstand agrarische vastgoed in provincie Noord-Brabant. Alterra

Nieuwenhuizen, N. e.a. 2015. Ruimte voor de toekomst in het landelijk

Wageningen.

gebied, trendverkenning 2020-2030 voor gemeenten met veel landelijk gebied, Alterra Wageningen

De Hoog, M en Vermeulen, R. 2009. De nieuwe ritmes van de stad,

metropoolvorming in Amsterdam, uitgeverij THOTH Bussum

Van Oort, F. e.a. 2015. De concurrentiepositie van Nederlandse steden,

Van concurrentiekracht naar netwerkkracht, platform 31, Den Haag

Janssen, J. 2014 Het nieuwste Cahier 01, Brabantstad, provincie NoordBrabant i.s.m. BrabantKennis

Platform 31, 2015. De kracht van het verbinden, jaarprogramma 2016, Den Haag

Kuiper, R. 2016. Verkenning omgevingsopgaven voor de nationale omgevingsvisie, Planbureau voor de leefomgeving, Den Haag Van der Krabben, E. 2013. Toekomst binnensteden: dynamiek en

Provincie Limburg 2014. Voor de Kwaliteit van Limburg, POL 2014, Maastricht

ontwikkelstrategieën, essay over de toekomst van Overijsselse binnesteden in opdracht van trendbureau provincie Overijssel. Radboud Universiteit

Provincie Noord-Brabant i.s.m. Goudappel Coffeng, 2015. Samenwerken

aan een Aantrekkelijk, bereikbaar en Concurrerend Brabant, Knooppuntenboek Brabant, ’s-Hertogenbosch.

Nijmegen.

27

Provincie Noord-Brabant 2014. Van meer naar anders, samen naar vitale werklocaties. ‘s-Hertogenbosch Ronds, R. en Raspe, O. 2015. Agglomeratievoordelen en de REOS, positionpaper, Atlas voor gemeenten, Utrecht. Telos, 2009. Afstand en betrokkenheid, perspectieven op duurzame gebiedsontwikkeling, Tilburg Telos, 2014. De duurzaamheidsbalans van Brabant 2014. Tilburg Vereniging Deltametropool i.s.m. College Rijksadviseurs, 2014. Duurzame verstedelijking & agglomeratiekracht, Rotterdam Tordoir, P.P. 2014. Brabantse Netwerken, kartering van verplaatsingsstromen en motieven. Ruimtelijke Economisch Atelier Tordoir, Amsterdam Vermeulen, M. 2016 Dutch Smart Thermal Grid: Strategie voor de verduurzaming van de warmtevoorziening van Nederland, Studie Marco Vermeulen i.s.m. Planbureau voor de Leefomgeving, college Rijksadviseurs, Ministerie Infrastructuur en Milieu, Rotterdam. Van der Wouden, R. 2015. De ruimtelijke metamorfose van Nederland 1988-2015. PBL nai010

Colofon: Auteur: Marion Greidanus, provincie Noord-Brabant Opdrachtgever: Fred Schippers, provincie Noord-Brabant Redactie: Lisette Blankestijn Fijnland tekstproducties. Illustraties: Maarten van Broekhoven, Rightside multimedia Juni 2016

28

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13831247/1